Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

3.2 De belasting- en premieontvangsten in 2006

In tabel 3.2.1 wordt de nieuwe raming voor 2006 vergeleken met de raming ten tijde van de Voorjaarsnota en wordt een toelichting gegeven op de belangrijkste bijstellingen. Ten opzichte van de Voorjaarsnota 2006 is de raming voor de totale belasting- en premieontvangsten op EMU-basis met 4,5 miljard euro opwaarts bijgesteld op basis van het economisch beeld en de gerealiseerde kasontvangsten tot en met juli.

Tabel 3.2.1 Raming belasting- en premieontvangsten 2006 op EMU-basis (x € miljoen)
 Voorjaarsnota 2006Vermoedelijke Uitkomsten 2006Verschil
Kostprijsverhogende belastingen65 97168 4242 453
Omzetbelasting38 71440 6791 964
Belasting op personenauto’s en motorrijwielen3 4033 42219
Accijnzen9 5079 648142
Belastingenvan rechtsverkeer5 1985 447249
Belastingenop milieugrondslag4 4914 52534
Overig4 6584 70344
    
Belastingenen premies volksverzekeringen op inkomen, winst en vermogen87 50989 3101 801
Loonheffing71 23274 1162 884
Inkomensheffing– 4 883– 6 032– 1 149
Dividendbelasting4 3603 885– 475
Vennootschapsbelasting15 00115 423422
Overig1 7991 919119
Totaal belastingen en premies volksverzekeringen (kasbasis)153 480157 7344 254
    
Aansluiting op EMU-basis47455176
Premieswerknemersverzekeringen39 71139 865154
Totaal belasting- en premieontvangsten (EMU-basis)193 665198 1494 485

Het economisch herstel heeft een positieve invloed op de totale ontvangsten. De nominale groei van het BBP is opwaarts bijgesteld tot 4,6 procent, de particuliere consumptie neemt in 2006 toe met 4,5 procent. Ook de werkgelegenheidsontwikkeling (in arbeidsjaren) en de verwachting voor de contractloonstijging zijn positief met respectievelijk 1,6 procent en 1,9 procent. Deze gunstige ontwikkeling van de onderliggende economische variabelen wordt weerspiegeld in meevallende realisaties. Per saldo is de raming met 4,5 miljard euro opwaarts bijgesteld tot 198,1 miljard euro.


De opwaartse bijstellingen zijn met name terug te vinden bij de loonheffing, de omzetbelasting en de vennootschapsbelasting. Een neerwaartse bijstelling is er bij de inkomensheffing, het betreft daarbij met name de belastingteruggaven over 2005 die hoger uitvallen. Verder is er in 2006 sprake van een verschuiving van de inkomensheffing naar de loonheffing door het verplaatsen van de fiscale bijtelling van lease-auto’s naar de loonheffing. De opwaartse bijstelling bij de loonheffing is verder het gevolg van de gunstige werkgelegenheidsontwikkeling en de verwachte stijging van de lonen. De opwaartse bijstelling bij de omzetbelasting met 2,0 miljard is gebaseerd op de realisaties tot en met juli en wordt ondersteund door de gunstige ontwikkeling van de particuliere consumptie en met name ook de groei van de duurzame particuliere consumptiegoederen. De realisaties laten daarbij een toename zien die groter dan op basis van deze economische variabelen verwacht mag worden. Ook bij de vennootschapsbelasting geven de realisaties aanleiding om de raming opwaarts bij te stellen.


De hogere olieprijs heeft een positief effect op de ontwikkeling van de vpb-gas ontvangsten, en een licht negatief effect op de brandstofaccijnzen. Voor de ontvangsten bij de brandstofaccijnzen is naast de olieprijsontwikkeling ook de groei van het aantal auto’s relevant. In 2006 is sprake van een sterke toename van het aantal auto’s, waardoor per saldo de ontvangsten licht toenemen.


Bij de kleinere belastingsoorten is er ook sprake van enkele mutaties. De ontwikkeling van de dividendbelasting blijft achter, terwijl er bij de belastingen van rechtsverkeer (met name de overdrachtsbelasting) een toename zichtbaar is. Bij de dividendbelasting is sprake van een terugval in de groei na de ongebruikelijk sterke groei in 2005. De hogere ontwikkeling bij de overdrachtsbelasting wordt veroorzaakt door de aantrekkende huizenmarkt.