Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

1.2 Economie weer in bloei

De economie groeit

De Nederlandse economie heeft een lange periode van gematigde groei achter zich gelaten. Ten tijde van de Miljoenennota 2006 waren de voortekenen al gunstig. Nu blijkt dat de voortekenen ons niet hebben bedrogen: het bruto binnenlands product (bbp) groeit dit jaar krachtig met 3¼ procent. In 2006 groeit voor het eerst sinds begin 2003 de werkgelegenheid weer en neemt de werkloosheid af. Voor 2007 verwacht het Centraal Planbureau (CPB) een welvaartsgroei van 3 procent.


Revisies van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) werpen ook een positiever licht op het recente verleden. 2003 blijkt achteraf geen jaar van economische krimp te zijn geweest en het beeld voor 2004 en 2005 is beter dan eerst gedacht. In de Miljoenennota 2006 werd nog uitgegaan van een gemiddelde groei van 1,1 procent bbp over de periode 2003–2006. Nu blijkt deze groei gemiddeld 1,8 procent te zijn geweest. Het voorspoedige herstel brengt de economische groei in de vier jaren tot en met 2006 zelfs dicht in de buurt van de normale structurele groei. De Nederlandse economie is in deze periode ook harder gegroeid dan het gemiddelde in het eurogebied (zie figuur 1.2.1).

Figuur 1.2.1 Cumulatieve groei van het bbp



kst99352_01.gif

Bron: CPB


De aantrekkende groei is een verademing voor burgers en bedrijven. Werknemers zien hun inkomen toenemen en werkzoekenden krijgen nieuwe kansen op betaald werk. In rijke landen is het soms modieus om het belang van economische groei te relativeren. Elke periode van laagconjunctuur laat echter weer zien dat een gebrek aan groei een hoge tol eist doordat veel mensen geconfronteerd worden met inkomensverlies en toegenomen onzekerheid.

De werkgelegenheid stijgt

Het economische herstel biedt meer mensen de kans hun talenten en energie in te zetten op de arbeidsmarkt. In 2006 en 2007 neemt het aantal werkenden volgens de prognoses van het CPB met 320 duizend toe. De werkloosheid daalt in die twee jaar naar verwachting met 135 duizend personen. Mensen die opnieuw of voor het eerst een baan vinden, zien hun inkomen sterk groeien. Voor mensen die werk vinden vanuit een uitkering betekent het herstel van de economie een gemiddelde stijging van hun koopkracht met circa 15 procent. Baanvinders plukken daarmee zowel sociaal als financieel de sappigste vruchten van het economische herstel.

De koopkracht stijgt weer

Ook voor andere groepen burgers manifesteert het herstel zich duidelijk in een verbetering van de levensstandaard. Dankzij lastenverlichting en de invoering van de zorgtoeslag neemt in 2006 voor 80 procent van de bevolking – waaronder de lage inkomensgroepen – het besteedbaar inkomen toe. De koopkrachtverbetering bedraagt in 2006 gemiddeld 2 procent en is een van de grootste in de laatste tien jaar. De aantrekkende economie zal in 2007 bijdragen aan een verdere vergroting van de bestedingsruimte van burgers. De loonstijging zal naar verwachting met 2 procent iets hoger zijn dan in voorgaande jaren en de pensioenfondsen zullen de pensioenuitkeringen vaker laten meestijgen met de loonontwikkeling. Voor het jaar 2007 bieden de verminderde EU-afdrachten bovendien mogelijkheden voor verdere koopkrachtondersteuning (zie paragraaf 1.4).

Herstel van vertrouwen

De groei van de werkgelegenheid en de koopkracht zijn zowel de bron als het uitvloeisel van een groter vertrouwen onder consumenten en bedrijven. Het consumentenvertrouwen in Nederland is tussen juni 2005 en juni 2006 snel gestegen. In geen enkel Europees land was de stijging zo groot als in Nederland. Nederlandse consumenten zijn vooral positiever over hun kansen aan het werk te blijven en over de toekomst van de economie en hun eigen financiën.