Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

5.1 Inleiding

In 2006 is het honderd jaar geleden dat de Kamer de eerste Miljoenennota in ontvangst nam. Op 18 september 1906 biedt de minister van Financiën – mr. Th. H. de Meester – op Prinsjesdag de eerste Miljoenennota aan het parlement aan53. De Meester spreekt slechts enkele woorden bij het aanbieden van de begroting. De Miljoenennota vervangt de vele uren durende mondelinge«millioenenrede». Door de rede op schrift te zetten, kan de Miljoenennota geleidelijk uitgroeien tot een begrip, een vast element bij het inluiden van een nieuw politiek jaar. Dit hoofdstuk schetst enkele hoogtepunten uit een eeuw Miljoenennota54.


Die hoogtepunten vallen samen met grote gebeurtenissen in de Nederlandse geschiedenis en de wereldgeschiedenis: de Eerste Wereldoorlog, de roaring twenties, de depressiejaren55, de Tweede Wereldoorlog en daarna een periode van gouden groei. Dan volgen de beide oliecrises in de jaren zeventig, met een ontsporing van de overheidsfinanciën als gevolg. In de jaren tachtig komt het herstel op gang door loonmatiging in combinatie met hervormingen in de collectieve sector en begrotingsdiscipline. Genoemde ontwikkelingen hebben hun weerslag op de overheidsfinanciën: tekorten blijken als gevolg van historische gebeurtenissen snel te kunnen oplopen en diepe sporen achter te laten door het toenemende gewicht van de overheidsschuld. Het uitblijven van beleidsreacties kan er dan toe leiden dat de economische wendbaarheid en de overheidsfinanciën langdurig verslechteren. Heldere en eenvoudige begrotingsnormering, waarvoor een breed draagvlak bestaat, speelt een belangrijke rol bij het waarborgen van solide overheidsfinanciën. Niettemin kunnen eenvoudige begrotingsnormen op gezette tijden onder druk komen te staan en zelfs verwateren, zoals de historie van de Gulden financieringsregel56en de Zijlstranorm57 uitwijzen. Daarom en om ervoor te zorgen dat solide overheidsfinanciën worden gehandhaafd, is het van wezenlijk belang om de werking van de begrotingsnormen in de praktijk van tijd tot tijd te beoordelen en zonodig te wijzigen. Begrotingsnormen hebben permanent aandacht en onderhoud nodig, zo wordt duidelijk bij bestudering van honderd jaar Miljoenennota58.

Deze bijlage bevat informatie over de belastinguitgaven in de Nederlandse fiscale wetgeving. Onder een belastinguitgave wordt verstaan een overheidsuitgave in de vorm van een derving of uitstel van belastingontvangsten, die voortvloeit uit een voorziening in de wet voor zover die voorziening niet in overeenstemming is met de primaire heffingsstructuur van de wet. Een belangrijk onderdeel van de bijlage zijn de jaarlijks geactualiseerde meerjarige budgettaire overzichten. Deze overzichten zijn opgenomen in de tabellen 5.3.1 (Belastinguitgaven in de belastingen op inkomen, winst en vermogen 2005–2011) en 5.3.2 (Belastinguitgaven in de kostprijsverhogende belastingen 2005–2011). De toelichting op de afzonderlijke belastinguitgaven, onder meer bestaande uit een beschrijving van de regeling en een weergave van de doelstelling, het verantwoordelijke ministerie en de uitgevoerde evaluaties, wordt sinds de Miljoenennota 2005 alleen nog op internet gepubliceerd (www.rijksbegroting.nl). De papieren versie wordt hierdoor korter, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de beschikbare informatie.


Voor de overzichtelijkheid worden de budgettaire gevolgen van voorgestelde wijzigingen in de sfeer van de belastinguitgaven afzonderlijk weergegeven in tabel 5.2.1 (Maatregelen per 2007). In paragraaf 5.4 wordt ingegaan op de evaluatie van de belastinguitgaven. In de periode 2004–2009 worden alle belastinguitgaven geëvalueerd. De evaluatieprogrammering voor het afgelopen jaar, het lopende jaar en het komende jaar wordt in het kort beschreven.

53  Th. H. de Meester (1851–1919).

54  De cijfers (eigen berekeningen) zijn gebaseerd op publicaties van het CBS en het CPB. Meer informatie over begrotingsbeleid: www.minfin.nl/nl/onderwerpen,begroting/begrotingsbeleid.

55  F.A.G. Keesing 1978. De conjuncturele ontwikkeling van Nederland en de evolutie van de economische overheidspolitiek 1918–1939 SUN, Nijmegen.

56  Gulden financieringsregel: voor uitgaven met een investeringskarakter mag worden geleend.

57  Zijlstranorm: deze norm koppelt de ruimte voor de uitgaven van het Rijk aan de trendmatige ontwikkeling van de belastinginkomsten, gecorrigeerd voor het budgettaire beslag van te treffen belastingmaatregelen.

58  Elke vier jaar adviseert de Studiegroep Begrotingsruimte over het te voeren begrotingsbeleid in de volgende kabinetsperiode. Zie bijvoorbeeld: Studiegroep begrotingsruimte, «vergrijzing en houdbaarheid», Den Haag.