Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

5.4 Evaluatie van belastinguitgaven.

Sinds enkele jaren worden de evaluaties van de afzonderlijke belastinguitgaven systematisch ter hand genomen. De belastinguitgaven worden door de betrokken beleidsdepartementen in samenwerking met het ministerie van Financiën volgens VBTB-voorschriften geëvalueerd op effectiviteit en doelmatigheid. In deze paragraaf van de Miljoenennota wordt jaarlijks verslag gedaan van de voltooide evaluaties sinds de vorige Miljoenennota. Hierbij wordt kort aandacht besteed aan de conclusies en eventuele beleidsconsequenties van uitgevoerde evaluaties. Voorts wordt aangegeven welke evaluaties dit jaar naar verwachting nog gerealiseerd kunnen worden. Ten slotte wordt aangegeven welke evaluaties volgend jaar op het programma staan.

Gerealiseerde evaluaties sinds de vorige Miljoenennota.

In de evaluatie van de Wet Inkomensbelasting 2001 zijn evaluaties opgenomen van een aantal belastinguitgaven.69 Het betreft het algemene heffingvrije vermogen voor box 3,de kindertoeslag voor box 3 en de ouderentoeslag voor box 3. Voorts bevat hetde evaluatie van de vrijstelling van rechten op kapitaalsuitkering uit levensverzekering ende evaluatie van de teruggaafregeling van de energiebelasting (EB) voor kerken en non-profit organisaties. Van deze genoemde evaluaties geeft alleen die van de kindertoeslag in box 3 aanleiding een beleidswijziging te overwegen. Doel van deze toeslag is rekening houden met het draagkrachtverminderende effect van het hebben van kinderen. Gezien de geringe omvang van de tegemoetkoming – maximaal 31 euro per kind per jaar – en het feit dat deze tegemoetkoming slechts bij 10 procent van de huishoudens met kinderen terecht komt, kan deze toeslag uit oogpunt van vermindering van administratieve lasten komen te vervallen.


In het evaluatierapport van de vakantiebonnen70 worden de opties besproken om te komen tot een gelijke fiscale behandeling van werknemers met vakantiebonnen en werknemers zonder vakantiebonnen. Voorts is geconstateerd dat er een tendens is om bij CAO-onderhandelingen vakantiebonnen af te schaffen. In aansluiting op deze tendens en in afwachting van de verdere ontwikkeling is besloten de tijdelijke regeling van art. 110 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001, waarin vakantiebonnen worden gewaardeerd tegen een percentage van de nominale waarde, voort te zetten tot 31 december 2007. Dit percentage wordt voor 2006 en 2007 gehandhaafd op 92,5.Het evaluatieonderzoek van de persoonsgebonden aftrek scholingsuitgaven71 is verricht door onderzoekers van de Stichting Economisch Onderzoek (SEO) en Scholar. Zij concluderen dat de persoonsgebonden aftrek voor scholingsuitgaven naar alle waarschijnlijkheid effectief is. De onderzoekers schatten dat de maatregel, waarvan het budgettaire beslag in 2001 en 2002 gemiddeld 101 miljoen euro bedroeg, in die jaren heeft geleid tot gemiddeld 65 miljoen euro tot 254 miljoen euro extra uitgaven aan scholing door belastingplichtigen. Het kabinet constateert dat de aftrekbaarheid van scholingsuitgaven een positieve stimulans is voor mensen om te investeren in kennis en vaardigheden die nodig zijn om goed te kunnen functioneren op de arbeidsmarkt. Het versterken van het kennisniveau van de beroepsbevolking ziet het kabinet als een belangrijke pijler van haar beleid. De persoonsgebonden aftrek levert daar een bijdrage aan en zal daarom worden voortgezet. De projectdirectie Leren en Werken zal het rapport betrekken bij een in 2007 uit te brengen advies over het beleidsinstrumentarium rond leven-lang-leren.


Het CPB heeft onderzoek gedaan naar twee onderdelen van de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO). Het betreft een deelonderzoek en geen volledige ex-post VBTB-evaluatie. Inhet Werkdocument Hoe effectief is extra fiscale stimulering van speur- en ontwikkelingswerk?beziet het CPB de effecten van de invoering van de startersfaciliteit en de verlenging van de eerste schijf van de WBSO. Volgens het CPB levert elke euro overheidsgeld, besteed aan de startersfaciliteit, zo’n 50 tot 80 eurocent extra uitgaven aan speur- en ontwikkelingswerk voor arbeid op. Deze uitbreiding van de WBSO scoort daarmee goed op effectiviteit. Door de gehanteerde onderzoeksmethode is met vrij grote zekerheid te zeggen dat deze extra uitgaven aan speur- en ontwikkelingswerk voor arbeid het resultaat zijn van de invoering van de startersfaciliteit en dat andere factoren geen rol spelen.

Het CPB slaagt er niet in om overtuigende conclusies te presenteren over de effectiviteit van de verlenging van de eerste schijf. Op dit moment is er ook geen andere onderzoeksmethode voorhanden, waarmee de effectiviteit van deze intensivering wel overtuigend kan worden aangetoond. De effectiviteit zal lager zijn dan die van de startersfaciliteit, aangezien een groot deel van deze intensivering als lumpsum subsidie neerslaat bij bedrijven die al een speur- en ontwikkelingsloonsom boven de eerste schijf hadden.

In samenwerking tussen de ministeries van Economische Zaken en Financiën zal aankomend jaar een integrale VBTB-evaluatie van de WBSO plaatsvinden.De evaluatie van de MRB- en BPM-faciliteiten voor elektrische, hybride en door waterstof aangedreven motorvoertuigen is opgenomen in de Memorie van Toelichting bij het Belastingplan 2006. De regeling lijkt een rol van betekenis te hebben gespeeld bij de huidige toetreding van deze technieken en heeft bijgedragen aan de herkenbaarheid van de hybride auto. De vraag in hoeverre de markttoetreding het gevolg is van de fiscale stimulans kan echter niet nauwkeurig worden beantwoord. Van de door de regeling gestimuleerde technieken mag worden verwacht dat zij kunnen bijdragen aan de doelstelling om over tien tot twintig jaar tot schone en zuinige mobiliteit te komen. Uit het eigenlijk pas sinds 2004 in enige mate op de markt komen van kwalificerende voertuigen kan worden afgeleid dat de destijds gekozen vormgeving en de voertuigenmarkt nog niet op elkaar aansloten. Daar staat tegenover dat de regeling in die periode weinig heeft gekost.


Er zijn tegelijkertijd twee andere evaluatierapporten aan de Tweede Kamer aangeboden over de faciliteiten in de motorrijtuigenbelasting (MRB) en de belasting op personenauto’s en motorrijwielen (BPM).72 Het eerste betreftde evaluatie van de faciliteiten voor openbaar vervoer en taxivervoer en het tweede betreftde evaluatie van de faciliteiten voor algemeen nut dienende voertuigen. De faciliteiten voor openbaar vervoer en taxivervoer zijn effectief en doelmatig. Daarom is er geen reden om de faciliteiten ter discussie te stellen. De faciliteiten voor algemeen nut dienende voertuigen zijn in het algemeen eveneens doelmatig. Voor enkele faciliteiten kan dit door het zeer beperkte gebruik niet worden vastgesteld. Deze zullen omwille van doelmatigheid komen te vervallen. Dit zijn de faciliteiten voor bibliotheken, schooltandverzorging, vernietiging van gestorven vee en de keuringsdienst van waren, die per categorie in totaal minder dan 100 voertuigen bevatten en in totaal minder dan 30 duizend euro kosten. De betrokken sectoren zullen worden gecompenseerd door de vrijkomende middelen over te hevelen naar de budgetten waaruit ze worden gefinancierd.


In samenwerking met de ministeries van EZ en LNV zijn de ondernemingsregelingen geëvalueerd. Het evaluatierapport van de ondernemersregelingen omvat de zelfstandigenaftrek, de extra zelfstandigenaftrek voor starters, de willekeurige afschrijving voor starters, de meewerkaftrek, de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek en de fiscale oudedagsreserve (FOR). Het onderzoeksrapport is opgesteld door het EIM en is recent aan de Tweede Kamer aangeboden.73 De conclusie van de evaluatie is dat alle instrumenten, met uitzondering van de meewerkaftrek, bijdragen aan het bevorderen van ondernemerschap. Hierbij wordt aangetekend dat de effecten van de willekeurige afschrijving starters niet goed meetbaar zijn. Het kabinet is van mening dat de onderhavige instrumenten, met uitzondering van de meewerkaftrek, in stand moeten blijven. Het kabinet neemt daarmee de aanbeveling hierover van het EIM over.

De zelfstandigenaftrek komt positief uit de evaluatie naar voren. De optimale vormgeving is echter niet onderzocht. Naar de mening van het kabinet draagt een verdere verhoging niet bij aan een verbetering van de economische dynamiek. Niet alleen in verband met het niveau dat die aftrek inmiddels heeft bereikt, maar vooral omdat de zelfstandigenaftrek in zijn huidige vorm lager uitvalt naarmate de winst hoger is. De voorgestelde MKB-vrijstelling past beter bij de doelstelling van een verlaging van de belastingdruk, waarbij de progressiviteit van het tarief op de winst uit onderneming vermindert, dan een verhoging van de zelfstandigenaftrek.

Nog te verschijnen evaluaties die voor dit jaar staan gepland.

Op dit moment wordt in samenwerking met het ministerie van VROM gewerkt aan de evaluatie van de heffingskorting en vrijstelling in box 3 voor groen beleggen, de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de vrije afschrijving milieu-investeringen (VAMIL)


In samenwerking met het ministerie van LNV wordt gewerkt aan de evaluatie van fiscale faciliteiten op landbouw- en natuurgebied. Het betreft in de inkomensheffing de landbouwvrijstelling, de bosbouwvrijstelling en de vrijstelling van aangewezen subsidieregelingen ten behoeve van de ontwikkeling en instandhouding van bos en natuur, in de BTW de landbouwregeling en in de overdrachtsbelasting een aantal vrijstellingen die een relatie hebben met het landbouw- en natuurbeleid.


In samenwerking met het ministerie van OCW wordt een evaluatie opgesteld van de afdrachtverminderingen onderwijs.


In samenwerking met het ministerie van EZ is gestart met een evaluatie van de energie-investeringsaftrek (EIA) en de WBSO.


In samenwerking met het ministerie van V&W worden de fiscale regelingen geëvalueerd op het gebied van het zeevaartbeleid.


Ook loopt het evaluatietraject voor de giftenaftrek.


Verder zijn in de vorige Miljoenennota nog evaluaties aangekondigd over de BTW-vrijstellingen voor post en sportclubs, de kleine ondernemersregeling in de BTW, vrijstellingen van accijns op minerale oliën en het verlaagde tarief voor bieraccijns voor kleine brouwerijen en het kwart- en halftarief in de motorrijtuigenbelasting. De planning is, dat deze evaluaties nog dit jaar gereedkomen, met mogelijk een uitloop naar begin 2007.

Evaluatieprogramma 2007

Voor 2007 staan de volgende evaluaties op het programma:


• Het verlaagde tarief energiebelasting in de glastuinbouw


• De verlaagde tarieven in de BTW voor;

O Boeken, tijdschriften, week- en dagbladen

O Bibliotheken (verhuur boeken), musea e.d.

O Kermissen, attractieparken, sportwedstrijden en sportaccommodatie

O Circussen, bioscopen, theaters en concerten

O Sierteelt

O Vervoer van personen (w.o. openbaar vervoer)

O Logiesverstrekking (incl. kamperen)

O Voedingsmiddelen horeca

69  TK 30 375, nr. 2.

70  Voor kabinetsstandpunt, zie TK 30 300 XV, nr. 26.

71  Voor kabinetsstandpunt, zie TK 30 012, nr. 6.

72  Voor kabinetsstandpunt, zie TK 30 300 IXB, nr. 32.

73  EIM, Ondernemen makkelijker en leuker?, 2006. TK nummer is nog onbekend.