Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

1.3 Sterker uit het dal

Burgers en bedrijven hebben een moeilijke, onzekere periode achter de rug. Mede door het hervormingsbeleid van de afgelopen jaren staat Nederland er echter structureel beter voor dan drie jaar geleden.

Solide overheidsfinanciën

De overheidsfinanciën hebben zich hersteld van het dieptepunt in 2003. Voor 2007 wordt een begrotingsoverschot van 0,2 procent bbp verwacht. Het EMU-saldo komt daarmee zelfs een stuk gunstiger uit dan werd verwacht in de eerste Miljoenennota van het kabinet-Balkenende II, toen er nog werd uitgegaan van een tekort van 0,6 procent bbp in 2007 (zie tabel 1.3.1). Ook het structurele EMU-saldo – dit is het saldo gecorrigeerd voor de effecten van de conjunctuur – is sterk verbeterd. De ambitie voor 2007 was een structureel tekort van 0,5 procent bbp, nu wordt een structureel evenwicht verwacht. In 2007 zal de overheidsschuld voor het eerst in meer dan 25 jaar minder dan het helft van het nationaal inkomen bedragen. De totale uitgaven blijven 0,3 miljard euro onder het uitgavenkader in het Hoofdlijnenakkoord. Deze middelen worden bewust niet aangewend, omdat er sprake is van conjuncturele meevallers.


Qua begrotingsdiscipline scoort Nederland beduidend beter dan gemiddeld in het eurogebied, waar de tekorten nog vaak aanzienlijk zijn. Het hervormingsbeleid heeft positief bijgedragen aan het houdbaar maken van de overheidsfinanciën. Dit geldt met name voor de hervormingen in de sociale zekerheid. Nederland heeft de rekening van budgettaire tegenvallers niet doorgeschoven naar toekomstige generaties. Door de hervormingen in de afgelopen jaren is het budgettaire gat ten opzichte van het houdbare saldo met 3,5 procent bbp verminderd. De recente vergrijzingsstudie van het CPB laat overigens zien dat er nog wel een forse uitdaging resteert om de overheidsfinanciën houdbaar te maken.

Tabel 1.3.1 Ontwikkeling EMU-saldo Miljoenennota 2004 en 2007 (in % bbp)
 2004200520062007
Miljoenennota 2004– 2,3– 1,6– 0,9– 0,6
Miljoenennota 2007– 2,1– 0,30,10,2
Eurogebied– 2,8– 2,4– 2,4– 2,3

Bron: ministerie van Financiën, CPB en Europese Commissie

Nieuw zorgstelsel

Het nieuwe zorgstelsel verzekert toegang tot hoogwaardige zorg voor iedereen. Volgens pessimisten zou de introductie van het nieuwe stelsel echter leiden tot een forse stijging van de premies, koopkrachtverlies en een geschaad consumentenvertrouwen. Het prille economische herstel zou hierdoor in de kiem gesmoord worden. De praktijk pakte een stuk positiever uit. De overgang naar het nieuwe stelsel, inclusief het uitbetalen van de zorgtoeslag, verliep zonder al te grote problemen. De premies zijn lager uitgekomen dan verwacht, waardoor voor velen de prijs van de ziektekostenverzekering zelfs is gedaald. Steeds meer Nederlanders oordelen dan ook positief over het nieuwe zorgstelsel. Het stelsel moet zich weliswaar nog definitief bewijzen, maar de eerste tekenen zijn positief en getuigen van een geslaagde invoering. Daarnaast investeert het kabinet in betere zorg voor ouderen. Verpleeghuizen krijgen over de periode 2007–2011 ruim 400 miljoen euro extra voor het verbeteren van hun bedrijfsvoering en productiviteit.

Versterkte economische structuur

In de afgelopen jaren is – ook toen het conjunctureel minder ging – over een brede linie intensief gewerkt aan het versterken van de economische structuur. Forse publieke investeringen in wegen, kennis en milieu gingen samen met het terugdringen van administratieve lasten en ingrijpende hervormingen in de sociale zekerheid.


Via het Fonds Economische Structuurversterking (FES) is sinds 2003 meer dan 6 miljard euro vrijgemaakt voor investeringen in de kenniseconomie, infrastructuur, ruimtelijke ontwikkeling en duurzaamheid. Dat is bijna twee keer zoveel als werd verwacht bij het aantreden van het kabinet-Balkenende II. Het geld is onder andere gebruikt voor het versterken van het mbo-onderwijs, excellent wetenschappelijk onderzoek, mobiliteit, luchtkwaliteit en duurzame energie. Sinds 2003 zijn naast de publieke investeringen ook de private investeringen stevig aangetrokken. In de komende jaren zal dit bijdragen aan verdere groei van de productiviteit.


Vooral in de sociale zekerheid zijn stevige hervormingen doorgevoerd; in de bijstand, de arbeidsongeschiktheidsregelingen, de Werkloosheidswet (WW) en de pensioenen. De betere prikkels om te gaan of blijven werken hebben geleid tot een afname van de uitkeringsafhankelijkheid. Zo is het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen gedaald van 980 duizend in 2003 tot naar verwachting 860 duizend in 2006 en wordt voor volgend jaar een verdere daling voorzien. CPB-onderzoek toont aan dat de Wet werk en bijstand (WWB) heeft geleid tot een sterke afname van het aantal bijstandsuitkeringen. Mede hierdoor is het aantal mensen dat beschikbaar is voor de arbeidsmarkt in de periode 2003–2006 gestegen. Door de hervormingen zal ook de komende jaren het aantal mensen dat met een uitkering langs de kant staat verder afnemen. Dit is zowel uit economisch als uit sociaal oogpunt winst. In de komende conjunctureel gunstige jaren zal de afnemende uitkeringsafhankelijkheid resulteren in een steviger draagvlak voor de naderende vergrijzing.

Toegenomen veiligheid

Voor burgers is veiligheid minstens zo belangrijk als de omvang en verdeling van de welvaart. Veiligheid en welvaart staan ook niet los van elkaar. Over het algemeen gaat economische stagnatie hand in hand met meer criminaliteit en toegenomen onveiligheid. In de periode 2003–2005 is de veiligheid echter juist toegenomen. Het aantal slachtoffers van vermogens- en geweldsdelicten is sinds 2002 met 10 procent afgenomen, het cellentekort is sinds eind 2004 opgelost, de aanpak van veelplegers is succesvol en de burger is positiever over de prestaties van de politie. In 2002 voelde ongeveer een derde van de bevolking zich onveilig. Inmiddels is het aantal burgers dat zich wel eens onveilig voelt gedaald tot minder dan een kwart.