Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2010
  • Download PDF

Bijlage Overzichtsconstructies ILG

Om een goed inzicht te bieden in de totale omvang van het beschikbare ILG-budget en de herkomst ervan is een overzichtsconstructie opgesteld over de totale ILG-periode van 2007–2013. In deze overzichtsconstructie zijn ook de bijdragen van andere departementen aan het ILG opgenomen. In het kader van het ILG is afgesproken dat de andere betrokken departementen (VROM, V&W en OCW) hun bijdragen overboeken (via een bijdrageconstructie) naar de LNV-begroting en dat de minister van LNV zorgdraagt voor de jaarlijkse stortingen ten behoeve van de provincies.


De totale omvang van het aan de provincies beschikte ILG-budget komt uit op € 3,4 miljard.


Het beschikbaar budget voor ILG op de LNV begroting is exclusief de bijdragen van de EU en exclusief de leenplafonds voor de verwerving van EHS.

OD Naam2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013Totaal
22.11 Grondgebonden landbouw 16 12817 539 22 504 20 376 24 936 22 488 20 825144 796
 Waarvan VROM Duurzaam ondernemen 635 983 1 993 1 993 1 993 1 9939 590
22.12 Infrastructuur glastuinbouw4 600 8 667 7 704 7 126    28 097
 Greenports  11 888 34 606 22 40614 100   83 000
 Waarvan FES 11 888 34 606 22 406 14 100  83 000
23.11 Verwerving EHS 26 13634 148   102 444 35 986 36 814 235 528
 Waarvan VROM bufferzones 1 181 1 220 1 5611 561 1 559 1 559 1 559 10 200
 Verwerving en inrichting Westerschelde 11 882 17 23322 324 12 109    63 548
23.12Inrichting EHS 57 995 69 753 64 084 63 68560 834 61 157 59 001 436 509
 Waarvan V&W verdroging 3 600 3 600 3 600 3 600 3 6003 600 3 600 25 200
 Knelpunten Robuuste verbindingen 8 768 16 406 17 304 16 200 16 71213 341 12 672 101 403
 Milieukwaliteit EHS/VHR39 790 43 340 31 309 32 079 32 502 29 71727 960 236 697
 Waarvan VROM milieukwaliteit 3 886 6 265 12 212 12 212 12 21212 212 58 999
 Oostvaarderswold     13 717 14 028 27 745
23.13Programma beheer binnen EHS 96 713 100 956 106 065109 956 106 006 105 510 102 126 727 332
 Overig Natuur 2 400 2 311 2 311 2 292578 578 489 10 959
23.14 Nationale parken4 272 4 222 4 320 4 308 4 234 4 2344 072 29 662
 Soortenbescherming 1 240 1 1561 156 1 156 1 156 1 156 1 110 8 130
 Beheer buiten EHS 9 859 7 895 8 820 9 56810 490 9 912 8 689 65 233
24.11Nationale landschappen 12 954 12 91318 760 17 638 17 177 18 176 17 957115 575
24.12 Landschap generiek 2 8742 618 918 126 126 126 20 6 808
 Nieuwe Hollandse Waterlinie   7 360 12 00010 100 5 240 150 34 850
24.13 Groen en de stad 82 244 76 817 1 11 429 173 185 43 29640 405 427 377
 Leefbaarheid en sociaal economische vitaliteit  10 000      10 000
 Waarvan VROM bufferzones Groen en de Stad 4 7264 879 4 909 4 909 4 910 4 910 4 91034 153
24.14 Landelijke routenetwerken 5 4375 466 2 236 5 236 5 236 5 236 4 60233 449
 Waarvan V&W 681 681 681 681681 681 681 4 767
 Ontwikkelen & versterken toegankelijkheid 10 583 6 481 6 5695 991 3 901 3 050 2 466 39 041
27.11Reconstructie Zandgebieden 45 458 42 04735 819 36 001 35 346 42 640 40 922278 233
 Veenweiden  6 001 8 00019 600 27 800 28 500 29 000 118 001
27.12VROM Bodemsa-nering         
 V&W Waterbodem    8 805 8 805 8 805 8 80535 220
 VROM Duurzaam bodemgebruik  319 5281 053 1 053 1 053 1 050 5 056
 Synergiegelden   12 900 17 200 17 90016 100 12 600 76 700
          
div. Terugontvangen BTW-compensatie   15 532 15 310 13 250 13 56227 707 85 361
          
Totaal Netto rijksbijdrage439 333 498 176 431 130 451 650 687 871483 580 473 470 3 465 210
 Resevering FES/Westerschelde     24 000 24 000 24 00072 000

24 Landschap en Recreatie

Algemene beleidsdoelstelling

Bijdrage platteland aan transitieopgaven van de samenleving

In Nederland zijn stad en platteland nauw verweven. Ondanks ontwikkelingen vanwege klimaatadaptatie, infrastructurele ontwikkelingen, verstedelijkingsopgaven en dergelijke blijft het platteland een duurzame en aantrekkelijke plaats om te wonen, werken en recreëren.


LNV streeft naar:

1. Een duurzame leefomgeving met een gewaardeerd landschap, waar het goed wonen, werken en recreëren is;

2. Voldoende economische draagkracht om het platteland vitaal te houden.


De doelstelling duurzame leefomgeving valt in drie te onderscheiden beleidsdoelen uiteen:

1.1 Recreatief aantrekkelijk Nederland;

1.2 Vitale sociale infrastructuur;

1.3 Gewaardeerd landschap.

1.1 Recreatief aantrekkelijk Nederland

In 2013 moet de tevredenheid over recreatieve voorzieningen in de Randstad op hetzelfde niveau liggen als in de rest van Nederland. De vraag van de recreant naar kwaliteit blijft stijgen. Dit geldt voor verstedelijkte gebieden waar tekorten aan recreatiemogelijkheden zijn, maar ook voor het buitengebied. Investeren in recreatie, toerisme en landbouw biedt bovendien kansen voor het platteland dat in specifieke gebieden te maken heeft met een krimpende bevolking.

1.2 Vitale sociale infrastructuur

Om het platteland aantrekkelijk te houden als plaats om te wonen en te werken, is het noodzakelijk dat er een voorzieningenniveau is dat toereikend is voor regionale en lokale behoeften. Voorzieningen dienen voldoende beschikbaar en bereikbaar te zijn. Bij een ontoereikend voorzieningenniveau kan de leefbaarheid op het platteland worden aangetast, met name voor kwetsbare doelgroepen. Het Rijk bewaakt dat de voorzieningen op het platteland minimaal toereikend zijn.

1.3 Gewaardeerd landschap

Het landschap heeft belangrijke waarden voor de samenleving. Nederlanders maken zich dan ook zorgen over de achteruitgang van het landschap. De verschillende landschappen hebben een eigen identiteit en kwaliteit en vertegenwoordigen belangrijke cultuurhistorische, architectonische, ecologische, recreatieve en esthetische waarden. Een aantrekkelijk landschap biedt volop kansen voor welzijn en economie. Het Rijk wil het Nederlands landschap in al zijn diversiteit voor de toekomst behouden en ontwikkelen, met daarbij speciale aandacht voor de Nationale landschappen en Rijksbufferzones.

2. Voldoende economische draagkracht om het platteland vitaal te houden

De economie op het platteland moet een bredere basis hebben dan alleen het boerenbedrijf om economisch stabiel te zijn. Hiermee wordt geborgd dat de economische vitaliteit op het platteland op meer gefundeerd is dan één branche. Daarom wordt de vitaliteit van het platteland gemonitord. De monitoring is gebaseerd op de premisse dat in Nederland platteland en stad zodanig zijn verweven dat de economie van het platteland niet los kan worden beschouwd van de stadseconomie. Daarom wordt het inkomen dat wordt vergaard in de stedelijke gebieden door inwoners van het platteland meegenomen om het niveau van de economische draagkracht op het platteland te monitoren.

Verantwoordelijkheid LNV

LNV is verantwoordelijk voor:

• Drie nationale beleidsprioriteiten: de nationale Landschappen, toegankelijke gebieden in en om de stad (Recreatie om de Stad) en de vitaliteit van het platteland;

• De Rijksdoelen die via het ILG worden gerealiseerd en herkenbaar zijn opgenomen onder de operationele doelen. LNV en VROM stellen hiertoe het budget ter beschikking aan de provincies. De provincies zijn verantwoordelijk voor de programmering en de uitvoering;

• Het eindresultaat van landschapsbeheer in landschap in de Nationale Landschappen;

• Het behoud en de ontwikkeling van de cultuurhistorie in de Nationale Landschappen waaronder Belvedère;

• Het faciliteren en stimuleren van activiteiten gericht op het generieke landschapsbeleid en de beleidsdoelstellingen zoals burgerparticipatie en voorlichting, kennis, ontwerpkwaliteit en financieringsconstructies;

• Monitoren van de vitaliteit van het platteland via onder meer de SCP rapportages van de Sociale Staat van het Platteland en de monitor van de Agenda Vitaal Platteland;

• De versterking van de recreatiefunctie onder andere door het leveren van kennis en deskundigheid aan de sector.

Externe factoren

Behalen van deze beleidsdoelstelling hangt vooral af van:

• Participatiebereidheid van particuliere organisaties;

• Mate van verstedelijking, woningbouw, infrastructuur, bedrijvigheid;

• De medewerking en actiebereidheid van andere bestuurslagen en maatschappelijke partijen;

• De invloed van demografische ontwikkelingen;

• Ontwikkeling grondprijzen.

Maatschappelijk effect

• Toename van gebruik en tevredenheid van groene gebieden in en om de stad;

• Toegenomen gebruikerswaarde van recreatiegebieden.

• Het behoud van een vitaal platteland.

• Behoud en verbetering kernkwaliteiten (natuurwaarde, culturele waarde, gebruikerswaarde en belevingswaarde) van nationale en overige landschappen.

• Het behoud van een vitale plattelandseconomie.

• Ontwikkeling van de structuur van de landbouw in de extensiverings, verwerving -en landbouwontwikkelingsgebieden.

• Toename van de bedrijvigheid in de reconstructiegebieden, zowel binnen als buiten de landbouw.

Budgettair belang LNV begroting

Procentuele verdeling uitgaven 2010 over operationele doelstellingen en apparaat

Landschap en recreatie



kst132832B_11.gif

Budgettaire gevolgen van beleid

Bedragen x € 1 mln.
 2008 2009 2010 2011 20122013 2014
VERPLICHTINGEN 96 125 85 8285 90 114
UITGAVEN 193 125 138 292157 153 111
Programma-uitgaven 153 85 105261 127 123 81
– waarvan juridisch verplicht   66 215 80 75 29
        
24.11 Nationale Landschappen 14 26 22 21 2324 24
24.12 Landschap Algemeen 7 1322 21 16 11 11
24.13 Groen en de stad 9210 23 182 53 54 12
24.14 Recreatie 3936 39 36 36 35 34
        
Apparaatsuitgaven40 40 33 31 30 30 30
U24.21 Apparaat6 6      
U24.22 Baten-lastendiensten34 34 33 31 30 30 30
ONTVANGSTEN 3236 41 16 11 6 1

Generieke blokkade op de programma uitgaven

Bedragen x € 1 mln.
  2009 2010 2011 2012 2013 2014
Programma uitgaven  – 0,8 – 2,3 – 2,2– 1,6 – 0,8 – 0,7

Landschap en recreatie heeft de doelstelling om landschappen te behouden en te versterken en een recreatief aantrekkelijk Nederland te realiseren. Om geen afbreuk aan deze doelstelling te doen betreft het beperkte ombuigingen die zijn verdeeld over het gehele artikel. Er wordt op het budget van Staatsbosbeheer voor recreatieve voorzieningen € 0,4 mln. omgebogen. Daar staat tegenover dat er structureel tot en met 2013 Coalitiemiddelen zijn vrijgemaakt voor landschap waarmee de Rijksdoelen gewaarborgd blijven.

Grafiek Budgetflexibiliteit



kst132832B_12.gif

Bijdrage Investeringen Landelijk Gebied (ILG)

Van de totale programma-uitgaven binnen artikel 24 is de volgende reeks bestemd voor het ILG.

Bedragen x € 1 mln.
 2008 2009 2010 2011 2012 2013
Uitgaven via ILG 114 36 52 210 7566

Handhaving en uitvoering binnen de LNV begroting

Bedragen x € 1 mln.
Uitvoeringskosten Dienst Landelijk Gebied 20092010 2011 2012 2013 2014
– ILG272625242424
– LNV-opdrachten665558

De uitvoeringskosten Dienst Landelijk Gebied hebben met name betrekking op het realiseren van recreatiegebieden.

Kennis en onderzoek

In deze tabel zijn de kennis- en onderzoeksmiddelen opgenomen, welke op artikel 26 (kennis en innovatie) budgettair zijn verwerkt, maar betrekking hebben op de algemene doelstelling van artikel 24.

Bedragen (x € 1 mln.)
 2009 20102011 2012 2013 2014
DLOonderzoeksprogramma’s       
– Vitaal Landelijk Gebied988888
       
Overige onderzoeksprogrammering landschap en platteland: o.a. robuuste ruimte, gebiedsontwikkeling, ruimte gebruik111111

De bedragen in «overige onderzoeksprogrammering» hebben ook betrekking op artikel 22.

Apparaatsuitgaven

Bedragen x € 1 000
 Raming 2010
Ambtelijk Personeel Directie Natuur, Landschap en Platteland (NLP)0
Materieel0
Totaal0

In verband met de Beleidskernvorming wordt het ambtelijk en materieel budget van voorheen directie platteland verantwoord op artikel 23 bij de nieuwe directie Natuur, Landschap en Platteland. Derhalve staat de raming 2010 op 0.

Ontvangsten

Bedragen x € 1 000
 Raming 2010
Overige 40 559
Totaal ontvangsten 40 559

Budgettair belang buiten de LNV begroting

EU maatregelen

Bedragen x € 1 mln.
 2009 20102011 2012 2013 2014
POP-2: nieuwe contracten Veenweiden222222
POP-2: communicatie en evaluatie 0,3    
POP-2: plattelandsnetwerk 20,30,30,30,30,30,3

Nieuwe invulling duurzaamheidsdimensies bij realisatie transitieopgaven

Vanwege grotere opgaven (klimaat, wateropgaven, woningbouw, infrastructuur e.d) is integrale gebiedsontwikkeling vaak gewenst. Die integrale ontwikkeling moet leiden tot een nieuwe balans van sociale, ecologische en economische waarden op het platteland (triple p in een nieuwe balans).

24.11 Nationale Landschappen

Motivering

Behouden, beheren en versterken van de unieke landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten van 20 Nationale Landschappen en vergroten van de recreatieve-toeristische betekenis en het versterken van de cultuurhistorische waarde van de Nationale landschappen. Het Rijk is eindverantwoordelijk, de uitvoering berust bij de provincies.

Meetbare gegevens bij de doelstelling

Indicator ReferentiewaardePeildatum Raming 2010 Streefwaarde Planning Bron
Outcome
Aantal nationale landschappen dat een uitvoeringsprogramma heeft uitgevoerd 0 2007 * 202013 Provincies

* De opgestelde uitvoeringsprogramma’s gelden voor de periode t/m 2013 en zullen allen in 2013 uitgevoerd zijn.


Bedragen x € 1 000
 2008 2009 2010 2011 20122013 2014
24.11 Nationale Landschappen14 321 25 852 21 728 21 337 22 990 23 91423 591
        
waarvan ILG       
– Nationale Landschappen 12 913 18 760 17 638 17 17718 176 17 957 17 961
– BTW Compensatie 589 546 528 556 899 472
        
waarvan niet-ILG       
– Versterking beheer en behoud landschapskwaliteiten 536 3 815 2 8072 704 3 104 3 704 3 804
– Cultuurhistorie/Belvedère 0 1 328 0 00 0 0
– Monitoring, onderzoek en communicatie872 1 360 737 928 1 154 1 3541 354

Instrumenten

Waarvan ILG

Nationale Landschappen

Behouden, beheren en versterken van de unieke landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten van 20 Nationale Landschappen en vergroten van de recreatieve-toeristische betekenis en het versterken van de cultuurhistorische waarde van de Nationale landschappen. Het Rijk is eindverantwoordelijk, de uitvoering berust bij de provincies.

In het kader van de Wet Inrichting Landelijk Gebied worden rijksbijdragen verleend voor investeringsprojecten, agrariërs en terreinbeherende organisaties voor landschapsbeheer. Hier valt o.a. het programmabeheer, de groene diensten en het landschapsbeheer Nederland onder. De Nationale Landschappen zijn door de provincies nader begrensd en bijna allemaal vastgelegd in streekplannen op basis van door het Rijk aangegeven globale gebiedsaanduiding in de Nota Ruimte. De planologische bescherming conform de voorwaarden die hierover gesteld zijn in de Nota Ruimte wordt via de provincie, door een AMvB geborgd volgens de Wet ruimtelijke ordening.


Deze indicator toont het aantal nationale landschappen dat een uitvoeringsprogramma heeft uitgevoerd. In deze uitvoeringsprogramma’s zijn de kernkwaliteiten van de nationale landschappen gedefinieerd met als doel deze kwaliteiten te behouden in de landschappen. Er zijn 20 nationale landschappen, waarvan er momenteel 19 een uitvoeringsprogramma hebben. Het twintigste landschap wordt verwacht in 2010 ook een programma gereed te hebben.

BTW-compensatie

Zie voor toelichting artikel 22, onder tabel OD22.11.

Waarvan niet ILG

Versterking beheer en behoud landschapskwaliteiten

Natuurgebieden in nationale landschappen dragen bij aan de identiteit van het cultuurlandschap en de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde. In dat opzicht versterken het beleid voor de nationale landschappen en voor de EHS elkaar. Natuurbeheer vindt daarom plaats in harmonie met de gebiedsspecifieke landschapskwaliteiten. Ook buiten de natuurgebieden is veelal sprake van een hoge natuurkwaliteit, met name gekoppeld aan het netwerk van gebiedseigen landschapselementen, slootkanten en watergangen. Versterking en beheer van deze netwerken zijn gewenst om natuurgebieden met elkaar te verbinden, leefgebieden voor planten- en diersoorten in stand te houden en de landschappelijke en recreatieve kwaliteit van nationale landschappen te behouden en te vergroten.

Cultuurhistorie

Ook buiten de reikwijdte van het ILG zet het Rijk zich in om het Belvedère doel «behoud door ontwikkeling» te realiseren (Nota Belvedère). Dit gebeurt onder andere door de subsidieregeling Belvedère en door het activiteitenprogramma van het projectbureau Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het projectbureau Belvedère heeft opdracht gekregen de ontwikkelingsstrategie «behoud door ontwikkeling» verder uit te werken. De opdracht is aangenomen toten met 2009: vanaf 2010 moeten markt en andere overheden de strategie hebben geadopteerd. Inmiddels is dit streven geconcretiseerd in het «erfgenamenproject». De erfgenamen zijn de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de Dienst Landelijk Gebied, Erfgoed Nederland, het IPO namens de provincies en de VNG namens de gemeenten.

Monitoring, onderzoek en communicatie

Het Rijksbeleid voor Nationale Landschappen zal grotendeels door de provincies worden uitgevoerd. Ter evaluatie van dit beleid heeft het Rijk wel een taak om de beschreven kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen te monitoren. Daarvoor is in overleg met het ministerie van VROM en het Planbureau voor de leefomgeving een meetsysteem opgezet en per landschap metingen uitgevoerd. Dit meetsysteem levert de input voor de monitoring Nota Ruimte en Agenda Vitaal Platteland en voor de Natuurbalans. Voor de ontwikkeling en instandhouding van de 20 Nationale Landschappen is draagvlak bij burgers, ondernemers en maatschappelijke organisaties noodzakelijk. LNV heeft daartoe in 2006 in overleg met provincies een communicatieplan opgesteld voor voorlichtings- en communicatieactiviteiten voor het brede publiek en landelijke organisaties. Dit is in 2009 uitgewerkt en zal in 2010 en 2011 worden uitgewerkt.

24.12 Landschap algemeen

Motivering

Ontwikkelen van landschap met kwaliteit door de provincies en gemeenten door het scheppen van condities om ruimtelijke ontwikkelingen gepaard te laten gaan met een toename van landschappelijke kwaliteit. Het Rijk heeft de provincies de verantwoordelijkheid gegeven voor de basiskwaliteit van het landschap.

Bedragen x € 1 000
 2008 20092010 2011 2012 2013 2014
24.12 Landschap Algemeen 7 432 12 921 21 56420 838 15 962 10 873 10 868
        
waarvan ILG       
– Landschap generiek2 618 8 278 12 126 10 226 5 366 170170
– BTW Compensatie  29 4 4 4111 106
        
waarvan niet-ILG       
– Agenda Landschap0 3 000 7 700 8 700 8 700 8 700 8 700
– Projectfinanciering 4 814 1 614 1 7341 908 1 892 1 892 1 892

Instrumenten

Waarvan ILG

Landschap generiek

In het kader van de Wet Inrichting Landelijk Gebied worden rijksbijdragen verleend aan provincies voor het ontwikkelen van landschap met kwaliteit. Provincies scheppen condities om ruimtelijke ontwikkelingen gepaard te laten gaan met een toename van de landschappelijke kwaliteiten. Er zijn FES-middelen aan de begroting toegevoegd (€ 35 mln. voor de periode 2009–2014)voor het project Nieuwe Hollandse Waterlinie. Dit project beoogt het voormalige verdedigingsstelsel een nieuwe maatschappelijke functie te geven door de forten te verbeteren en te laten aansluiten op nutsvoorzieningen en door infrastructurele barrières weg te nemen. De bijdrage uit het Nota Ruimtebudget is gericht op investeringen aan de deelprojecten Rijnauwen-Vechten, Linieland en Lingekwartier/Dierfdijk (restauratie forten en recreatieve infrastructuur). Met de aanpak voor de drie deelgebieden wordt de basis gelegd voor het herstel van de hele Nieuwe Hollandse Waterlinie.

BTW-compensatie

Zie voor toelichting artikel 22, onder tabel OD22.11.

Waarvan niet ILG

Agenda Landschap

De Agenda Landschap richt zich op het versterken van betrokkenheid van burgers, het zorgvuldig omgaan met de schaarse ruimte en het organiseren van duurzame financiering. Op deze drie sporen zijn acties benoemd, die in de periode 2009–2011 moeten worden uitgevoerd. Voor de acties ten bate van de financiering zijn de adviezen ter harte genomen zoals die zijn aangeboden door de Taskforce Rinnooy Kan «Financiering landschap Nederland». De uitvoering van acties is gestart in 2009 en loopt door in 2010 en 2011. Aan dit instrument zijn CA-middelen toegevoegd voor landschapsprojecten (€ 4,7 mln. in 2010 en € 5,7 mln. in 2011 en verder).

Projectfinanciering

Door middel van het financieren van lokale kleinschalige projecten wordt een impuls gegeven aan het landschap. Voor deze projecten worden overbruggingsbijdragen verstrekt en vindt financiële ondersteuning plaats. Voorbeelden van deze projecten zijn onder andere projecten inzake burgerinitiatieven en voorbeeldprojecten inzake politieke en bestuurlijke aandacht waar LNV trekker van is.

24.13 Groen en de Stad

Motivering

Realiseren van ca. 14 500 ha Recreatie om de Stad (RodS): openbaar grootschalig groen met een gemiddelde opvangcapaciteit van ten minste 20 personen per dag per ha, dat volledig is opengesteld en zonder betaling toegankelijk is voor het publiek en bereikbaar is via wandel- en fietspaden vanuit de woonomgeving.


Het Rijk monitored geregeld de leefbaarheid op het platteland. De meest recente gegevens wijzen uit dat de leefbaarheidproblematiek op het Nederlands platteland beperkt is en regiogebonden. LNV zet in op deze doelstelling door via het ILG middelen beschikbaar te stellen aan gemeenten om concrete en plaatsgebonden knelpunten op te lossen.

Bedragen x € 1 000
 2008 20092010 2011 2012 2013 2014
24.13 Groen en de Stad92 188 9 832 23 239 182 452 52 676 53 54312 014
        
waarvan ILG:       
– Groen en de Stad (grootschalig groen) 76 817 1 11 429 173 18543 296 40 405 0
– Leefbaarheid en sociaal economische vitaliteit 10 000 0 0 0 0 0 0
– BTW Compensatie  2 292 2 270 1 3581 366 4 124 0
        
waarvan niet-ILG:       
– Beheer Groen en de Stad2 000 3 000 4 000 5 000 6 000 7 00010 000
– Kaderwet LNV projectbijdrage 3 1113 739 2 755 14 14 14 14
– Groene partners 0 10 2 000 2 000 0 0 0
– Netwerk veelzijdig platteland 260 790 785895 2 000 2 000 2 000

Instrumenten

Waarvan ILG

Groen en de Stad (grootschalig groen)

Voor het bereiken van de doelstelling ca. 14 500 ha openbaar grootschalig groen om de stad is in het beleidsprogramma een intensivering voor verwerven en inrichting van groene gebieden voorzien via het ILG. Het Rijk heeft daarnaast de opgave 50% van de beheerskosten voor Groen en de Stad gebieden te financieren. Op basis van een normkostenevaluatie zal de normbijdrage van het Rijk per hectare worden bezien.

Het Kabinet heeft in het aanvullend Beleidsakkoord besloten een kasschuif uit te voeren voor het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG). Het ILG wordt zowel in 2009 als 2010 met € 100 mln. per jaar verlaagd en in 2011 verhoogd met € 200 mln. Deze kasschuif wordt voor circa 2/3 deel verwerkt op Recreatie om de Stad (RodS). Dit betekend een verlaging van dit instrument met € 70 mln. in 2009, € 60 mln. in 2010 en een verhoging van € 130 mln. in 2011.

BTW-compensatie

Zie voor toelichting artikel 22, onder tabel OD22.11.

Waarvan niet ILG

Beheer Groen en de Stad

Staatsbosbeheer investeert de extra gelden die voor RodS (Recreatie om de Stad) beschikbaar zijn gesteld in een selectie van groene gebieden dicht bij de stad. Met de nabij gelegen steden worden afspraken gemaakt over gezamenlijke inzet. Daarbij benut Staatsbosbeheer de verschillende motieven van (toekomstige) recreanten en zal ervaring worden opgedaan samen met de Dienst Landelijk Gebied met nieuwe participatievormen en «eigenaarschap» van bewoners en gebruikers.

Kaderwet LNV projectbijdrage

De Kaderwet hecht een groot belang aan de samenhang tussen de keuze van woningbouw- en bedrijfslocaties, de daarvoor benodigde infrastructuur, de daarbij behorende afweging van milieu- en economische doelstellingen en het verwezenlijken van (her)inrichting van landelijke gebieden (recreatie, landschap). Op basis van deze wet verstrekt LNV in de vorm van subsidies een bijdrage aan regionaal groen.

Groen en de Stad

Buiten het ILG zijn bedragen beschikbaar gesteld om meer werk te maken van groen in de stad en dan specifiek in de zgn. krachtwijken. Op 5 februari 2009 zijn met 13 van de 18 steden met krachtwijken afspraken gemaakt over meer groen in deze wijken. Voor de overige 5 steden met krachtwijken zal vanaf 2010 geld beschikbaar worden gesteld via WWI. Meer kwalitatief hoogwaardig en toegankelijk groen in en om de stad draagt wezenlijk bij aan aansprekende en duurzame woon- en werkmilieus in stedelijke gebieden. Naast de realisatie van Groen gaat het ook om het vergroten van de bekendheid bij de stadsbewoners en het betrekken van verschillende maatschappelijke organisaties zoals woningbouwcorporaties, projectontwikkelaars en sportorganisaties bij de ontwikkeling van groene gebieden. Waar nodig vervult het Rijk een stimuleringsrol bij de balans tussen rood en groen en bij de verbreding van het thema groen. Het gaat erom dat partijen elkaars wederzijdse versterkingsmogelijkheden herkennen en benutten.

Groene Partners

Het budget dat bestemd was voor groen in de krachtwijken van verschillende steden is verplaatst naar OD29.13 verzameluitkering. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken zorgt ervoor dat de betreffende steden hun budget ontvangen.

Netwerk veelzijdig platteland

Het Kennisnetwerk Vitaal Platteland staat in de steigers. De centrale opgave van het Kennisnetwerk Vitaal Platteland is het delen en toegankelijk maken van kennis. Mensen moeten elkaar kunnen ontmoeten. De kernopgave die deze doelstelling kenmerkt is de creatie van gemeenschappen. Daartoe worden initiatieven ondersteund die al in het veld leven en faciliteert op een vraaggericht wijze de wens dat mensen elkaar kunnen vinden.

Concreet wordt bijgedragen aan een aantal initiatieven waaronder de creatie van virtuele gemeenschappen zoals GUUS, mijn kennis van het platteland (www.guus.net). Guus is in het najaar van 2008 gestart en bevindt zich nog in de uitbouwfase. Verder wordt bijgedragen aan de organisatie van plattelandsconferenties, aan het circuleren van kennis bij locale en aan regionale gebiedsprocessen en het kennisnetwerk rond multifunctionele landbouw.

24.14 Recreatie

Motivering

Realiseren Landelijk Routenetwerken en toegankelijkheid recreatie

Ontwikkelen en onderhouden van een landelijk aaneengesloten routenetwerk voor wandelen, fietsen en varen. Het verbeteren en vergroten van de toegankelijkheid voor recreatief medegebruik in natuurgebieden, Nationale Landschappen en landbouwgronden, waaronder wandelen over boerenland. Het bieden van ruimte voor recreatief ondernemerschap door het opheffen van belemmeringen.

Meetbare gegevens bij de doelstelling

Indicator ReferentiewaardePeildatum Raming 2010 Streefwaarde Planning Bron
Outcome
Landelijke Routenetwerken:knelpuntvrij per 1-1-20072007* 2013MJP2
Realisatie wandelen4 188 km  5 739 km   
Realisatie fietsen4 672 km  4 880 km   
Realisatie varen2 606 km  4 400 km  

* Dit betreft het ILG waarvoor geen jaarlijkse ramingen gemaakt zijn. Kwantitatieve informatie over de voortgang van de routenetwerken is afkomstig uit de jaarlijkse provinciale ILG-voortgangsrapportages.


Bedragen x € 1 000
 2008 2009 2010 2011 20122013 2014
24.14 Recreatie 39 045 36 39538 750 36 270 35 542 34 692 34 438
        
waarvan ILG       
– Toegankelijkheid 6 4816 569 5 991 3 901 3 050 2 466 2 466
– Routenetwerken 5 466 2 236 5 2365 236 5 236 4 602 4 602
– BTW Compensatie  413 392 325 297 850 593
        
waarvan niet-ILG       
– Routenetwerken 0 300300 300 300 300 300
– Kennis en deskundigheid voor recreatie 1 801 1 676 1 6741 676 1 715 1 715 1 715
– Staatsbosbeheer voor recreatieve voorzieningen24 019 24 157 24 168 23 861 23 973 23 78823 791
– Midden-Delfland 1 278 1 044 989971 971 971 971

Instrumenten

Waarvan ILG

Toegankelijkheid en routenetwerken

In het kader van de Wet Inrichting Landelijk Gebied worden rijksbijdragen verleend voor de kosten van het knelpuntvrij maken, kwaliteitsbewaking en onderhoud. De provincies maken de programmering en voeren het uit. Indien het routenetwerk, na knelpuntvrij te zijn gemaakt, wordt verstoord, geldt het principe dat de «vervuiler» betaalt.

BTW-compensatie

Zie voor toelichting artikel 22, onder tabel OD22.11.

Waarvan niet ILG

Routenetwerken wandelen, fietsen, varen Het Rijk neemt het initiatief om te komen tot een samenhangende inzet van partijen om op landelijke schaal huidige knelpunten op te lossen en nieuwe knelpunten te voorkomen. Inzet en een bijdrage van andere overheden en organisaties is van belang. Belangrijke thema’s zijn toegankelijkheid van het landelijk gebied (natuurgebieden, landbouwgronden, oevers, water) ook vanuit de directe woonomgeving en het voorkomen van doorsnijding door infrastructuur.

Kennis en deskundigheid voor recreatie

Ruimte voor recreatief ondernemerschap. Het ontwikkelen van één Kennis- en Innovatiefaciliteit voor recreatieondernemers. LNV stelt in 2009 en 2010 € 1,5 miljoen beschikbaar om de sector te ondersteunen bij het ontwikkelen van innovatieve en duurzame combinaties van recreatiesector, regio en ruimtegebruik. De branche organisaties vervullen hierbij een belangrijke rol en ook EZ en de provincies dragen hier aan bij.

Staatsbosbeheer voor recreatieve voorzieningen

In het kader van de Wet Verzelfstandiging Staatsbosbeheer zijn afspraken gemaakt met Staatsbosbeheer om de recreatieve voorzieningen te beheren oftewel het instandhouden en herstellen van bos-, natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden in de gebieden van Staatsbosbeheer.

Midden-Delfland

In de Regeling Rijksrecreatieschappen is uitsluitend nog een bijdrage voor Midden-Delfland opgenomen. LNV is deelnemer in de gemeenschappelijke regeling van het Recreatischap Midden Delfland. Dit schap is werkzaam in de kern van het gebied van het Randstad Urgent-project Mooi en Vitaal Delfland. Doel daarvan is het duurzaam beschermen en passend ontwikkelen van de nog open, groene ruimte en het bieden van recreatieve voorzieningen aan de omringende bewoners van de steden.

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 Onderzoek onderwerp Nummer AD/OD Start Afgerond
Beleidsdoorlichting Landschap en Recreatie 24 2011 2012
     
Overig evaluatieonderzoek Monitor Agenda Vitaal Platteland2420072013
 Mid Term Review ILG2420102010
 Evaluatie Nationale Landschappen24.1120102011
 Effectonderzoek landschapscampagne24.1220092011
 Evaluatie van Staatsbosbeheer24.1420082009

• De beleidsdoorlichting artikel 24 is voorzien in 2011, zodat gebruik kan worden gemaakt van materiaal uit de Mid Term Review én kan dienen als input voor de toekomst van het ILG. Zie ook artikel 22 en 27.

• Voor de monitor van de agenda vitaal platteland zijn een aantal indicatoren geselecteerd, om de realisatie van het meerjarenprogramma te kunnen volgen. De monitor bestaat uit een nulmeting in 2007, een tussenmeting in 2010 en een eindmeting in 2013. Rapport «De stand van het platteland, Monitor Agenda Vitaal Platteland, Rapportage Nulmeting Effectindicatoren», Wageningen UR, februari 2009. WOT-04–05 (Basnr. 002). www.wotnatuurenmilieu.wur.nl

• Voor het ILG is een evaluatie gepland op basis van de Mid Term Review rapportage over de periode 2007–2009. Zie ook artikel 22/23/27.

• Van de landschapscampagne wordt gedurende de looptijd onder 800 respondenten gemeten of de campagne effect sorteert.

Overzichtsconstructie Groene Hart

Met de uitvoeringsagenda van de Nota Ruimte is een viertal gebiedsgerichte rijksprogramma’s ingesteld. VROM coördineert voor het kabinet de inzet voor de nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur en de wettelijke basiskwaliteiten. De minister van LNV is programmaminister voor het Groene Hart, één van deze rijksprogramma’s die deel uitmaken van de uitvoeringsagenda. Binnen dit programma neemt het kabinet besluiten over ontwikkelingen rond wonen, werken, infrastructuur, natuur en landschap in samenhang met elkaar. Aan het rijksprogramma Groene Hart wordt intensief samengewerkt tussen rijk en regio, waarbij de regie voor dit programma in handen ligt van de regio, in het bijzonder de provincies. In de overzichtsconstructie is in beeld gebracht welke budgetten vanuit welke departementale begrotingen beschikbaar zijn voor het Groene Hart en de daarmee samenhangende projecten.


Naast de hieronder genoemde bedragen zijn er verschillende landelijke (subsidie)regelingen die ook in het Groene Hart gebruikt kunnen worden, zoals ganzengedoogovereenkomsten of de BRIM-regeling voor de instandhouding en restauratie van monumenten. Het is niet mogelijk om een verantwoorde inschatting te maken van het aandeel van deze middelen dat in het Groene Hart ingezet zal gaan worden. Deze middelen zijn daarom niet in onderstaande tabel opgenomen.

ProjectenVerantwoordelijkheidsverdelingBegroting Operationeel doel Bedrag
Nationaal landschap Groene Hart Vakministerie: LNV Regie: Groene Hart-Provincies XIV 22.11, 23 ,24 (ILG2007 t/m 2013) € 200 mln
Nationaal landschapNieuwe Hollandse Waterlinie Vakministerie: LNV Regie: Liniecommissie XIV 22.11, 23 ,24 (ILG 2007 t/m 2013) € 30 mln
   Nota Ruimte 2010–2014€ 35 mln
 Vakministerie: VROM Regie: LiniecommissieXI Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit 2008–2014€ 6,2 mln
Nationaal landschap Stelling van Amsterdam Vakministerie: LNV Regie: Noord-Holland XIV22.11, 23, 24 (ILG 2007 t/m 2013) € 2,79 mln
Veenweiden     
1) uitwerking veenweiden-agenda Vakministerie: LNV Regie: UtrechtXIV Landbouw voor Natuurlijke Handicaps (LNH-regeling) 23.13 en 23.14 (ILG 2007 t/m 2013) € 3,76 mln
2) Nota Ruimte Veenweiden Vakministerie: LNV Regie: LNV Versnellingsprojecten (algemene middelen 2007–2010)€ 35 mln1
3) Westelijke VeenweidenVakministerie: LNV Regie: LNV  Nota Ruimte 2010–2014€ 113 mln2
Greenports     
1) Rondweg Boskoop Vakministerie: LNV Regie: Gemeente Boskoop (ILG 2007–2013) € 10 mln
Motie DittrichVakministerie: LNV Regie: Groene Hartprovincies XIV  
1) Recreatie om de Stad (RodS)   24.13 (ILG 2007–2009) € 9 mln
2) Nationaal landschap Groene Hart   24.23 (ILG2007–2009) € 9 mln
Afronden gebiedsuitwerking Oude RijnzoneVakministerie: VROM Regie: Zuid-Holland  Nota Ruimte 2010–2014 Motie Van Heugten € 17,5 mln € 12,5 mln
Synergieprojecten stroomgebiedsbeheerplannen Vakministerie: LNV Regie: Groene Hartprovincies XIV 27.11 (ILG2007–2013 & 2014–2015) € 4,3 mln
Gebiedsontwikkeling Schaalsprong (Groene Uitweg) Vakministerie: V&W Regie: Noord Holland  FES-middelen Noordvleugel (beschikbaarheid afh. Besluit A6-A9) € 83 mln
A) Infrastructuur: A12 en Rijn Gouwelijn Oost Vakministerie: V&W Regie: V&W XII   
1) Voorbereiden uitvoeringsbesluit Rijn-Gouwe-Lijn Oost    € 148 mln
2) A12 Utrecht – West, benutting: aansluitingen Woerden-Linschoten en Woerden-Harmelen   € 51 mln
3) project A12 Woerden-knpt. Oudenrijn (ZSM2)    € 22 mln
B) Den Haag-Gouda benutting ZSM-I A12 (4 deelprojecten) Vakministerie: V&W Regie: V&WXII  € 236 mln
1) A12 Zoetermeer-Gouda (buiten Groene Hart)     
2) A12 Woerden-Gouda     
3) A12 Gouda-Woerden: 36 mln euro. Status: studiefase. Tussen startnotitie en OTB.     
4) A12/A20 knooppunt Gouwe (buiten Groene Hart)     
C) A2 Holendrecht-Oudenrijn (deel buiten Groene Hart) Vakministerie: V&W Regie: V&W XII Infrafonds € 1 325 mln

1 Hiervan heeft € 27,5 mln. betrekking op Veenweiden binnen het Groene Hart

2 Hiervan heeft € 97,2 mln. betrekking op Veenweiden binnen het Groene Hart