| Rijksbegroting | Overzicht | Voorbereiding | Uitvoering | Verantwoording | |
|---|---|---|---|---|---|
| 2010 |
| ||||
Bijlage Overzichtsconstructies ILG
Om een goed inzicht te bieden in de totale omvang van het beschikbare ILG-budget en de herkomst ervan is een overzichtsconstructie opgesteld over de totale ILG-periode van 2007–2013. In deze overzichtsconstructie zijn ook de bijdragen van andere departementen aan het ILG opgenomen. In het kader van het ILG is afgesproken dat de andere betrokken departementen (VROM, V&W en OCW) hun bijdragen overboeken (via een bijdrageconstructie) naar de LNV-begroting en dat de minister van LNV zorgdraagt voor de jaarlijkse stortingen ten behoeve van de provincies.
De totale omvang van het aan de provincies beschikte ILG-budget komt uit op € 3,4 miljard.
Het beschikbaar budget voor ILG op de LNV begroting is exclusief de bijdragen van de EU en exclusief de leenplafonds voor de verwerving van EHS.
| OD | Naam | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | Totaal |
| 22.11 | Grondgebonden landbouw | 16 128 | 17 539 | 22 504 | 20 376 | 24 936 | 22 488 | 20 825 | 144 796 |
| Waarvan VROM Duurzaam ondernemen | 635 | 983 | 1 993 | 1 993 | 1 993 | 1 993 | 9 590 | ||
| 22.12 | Infrastructuur glastuinbouw | 4 600 | 8 667 | 7 704 | 7 126 | 28 097 | |||
| Greenports | 11 888 | 34 606 | 22 406 | 14 100 | 83 000 | ||||
| Waarvan FES | 11 888 | 34 606 | 22 406 | 14 100 | 83 000 | ||||
| 23.11 | Verwerving EHS | 26 136 | 34 148 | 102 444 | 35 986 | 36 814 | 235 528 | ||
| Waarvan VROM bufferzones | 1 181 | 1 220 | 1 561 | 1 561 | 1 559 | 1 559 | 1 559 | 10 200 | |
| Verwerving en inrichting Westerschelde | 11 882 | 17 233 | 22 324 | 12 109 | 63 548 | ||||
| 23.12 | Inrichting EHS | 57 995 | 69 753 | 64 084 | 63 685 | 60 834 | 61 157 | 59 001 | 436 509 |
| Waarvan V&W verdroging | 3 600 | 3 600 | 3 600 | 3 600 | 3 600 | 3 600 | 3 600 | 25 200 | |
| Knelpunten Robuuste verbindingen | 8 768 | 16 406 | 17 304 | 16 200 | 16 712 | 13 341 | 12 672 | 101 403 | |
| Milieukwaliteit EHS/VHR | 39 790 | 43 340 | 31 309 | 32 079 | 32 502 | 29 717 | 27 960 | 236 697 | |
| Waarvan VROM milieukwaliteit | 3 886 | 6 265 | 12 212 | 12 212 | 12 212 | 12 212 | 58 999 | ||
| Oostvaarderswold | 13 717 | 14 028 | 27 745 | ||||||
| 23.13 | Programma beheer binnen EHS | 96 713 | 100 956 | 106 065 | 109 956 | 106 006 | 105 510 | 102 126 | 727 332 |
| Overig Natuur | 2 400 | 2 311 | 2 311 | 2 292 | 578 | 578 | 489 | 10 959 | |
| 23.14 | Nationale parken | 4 272 | 4 222 | 4 320 | 4 308 | 4 234 | 4 234 | 4 072 | 29 662 |
| Soortenbescherming | 1 240 | 1 156 | 1 156 | 1 156 | 1 156 | 1 156 | 1 110 | 8 130 | |
| Beheer buiten EHS | 9 859 | 7 895 | 8 820 | 9 568 | 10 490 | 9 912 | 8 689 | 65 233 | |
| 24.11 | Nationale landschappen | 12 954 | 12 913 | 18 760 | 17 638 | 17 177 | 18 176 | 17 957 | 115 575 |
| 24.12 | Landschap generiek | 2 874 | 2 618 | 918 | 126 | 126 | 126 | 20 | 6 808 |
| Nieuwe Hollandse Waterlinie | 7 360 | 12 000 | 10 100 | 5 240 | 150 | 34 850 | |||
| 24.13 | Groen en de stad | 82 244 | 76 817 | 1 | 11 429 | 173 185 | 43 296 | 40 405 | 427 377 |
| Leefbaarheid en sociaal economische vitaliteit | 10 000 | 10 000 | |||||||
| Waarvan VROM bufferzones Groen en de Stad | 4 726 | 4 879 | 4 909 | 4 909 | 4 910 | 4 910 | 4 910 | 34 153 | |
| 24.14 | Landelijke routenetwerken | 5 437 | 5 466 | 2 236 | 5 236 | 5 236 | 5 236 | 4 602 | 33 449 |
| Waarvan V&W | 681 | 681 | 681 | 681 | 681 | 681 | 681 | 4 767 | |
| Ontwikkelen & versterken toegankelijkheid | 10 583 | 6 481 | 6 569 | 5 991 | 3 901 | 3 050 | 2 466 | 39 041 | |
| 27.11 | Reconstructie Zandgebieden | 45 458 | 42 047 | 35 819 | 36 001 | 35 346 | 42 640 | 40 922 | 278 233 |
| Veenweiden | 6 001 | 8 000 | 19 600 | 27 800 | 28 500 | 29 000 | 118 001 | ||
| 27.12 | VROM Bodemsa-nering | ||||||||
| V&W Waterbodem | 8 805 | 8 805 | 8 805 | 8 805 | 35 220 | ||||
| VROM Duurzaam bodemgebruik | 319 | 528 | 1 053 | 1 053 | 1 053 | 1 050 | 5 056 | ||
| Synergiegelden | 12 900 | 17 200 | 17 900 | 16 100 | 12 600 | 76 700 | |||
| div. | Terugontvangen BTW-compensatie | 15 532 | 15 310 | 13 250 | 13 562 | 27 707 | 85 361 | ||
| Totaal | Netto rijksbijdrage | 439 333 | 498 176 | 431 130 | 451 650 | 687 871 | 483 580 | 473 470 | 3 465 210 |
| Resevering FES/Westerschelde | 24 000 | 24 000 | 24 000 | 72 000 |
24 Landschap en Recreatie
Algemene beleidsdoelstelling
Bijdrage platteland aan transitieopgaven van de samenleving
In Nederland zijn stad en platteland nauw verweven. Ondanks ontwikkelingen vanwege klimaatadaptatie, infrastructurele ontwikkelingen, verstedelijkingsopgaven en dergelijke blijft het platteland een duurzame en aantrekkelijke plaats om te wonen, werken en recreëren.
LNV streeft naar:
1. Een duurzame leefomgeving met een gewaardeerd landschap, waar het goed wonen, werken en recreëren is;
2. Voldoende economische draagkracht om het platteland vitaal te houden.
De doelstelling duurzame leefomgeving valt in drie te onderscheiden beleidsdoelen uiteen:
1.1 Recreatief aantrekkelijk Nederland;
1.2 Vitale sociale infrastructuur;
1.3 Gewaardeerd landschap.
1.1 Recreatief aantrekkelijk Nederland
In 2013 moet de tevredenheid over recreatieve voorzieningen in de Randstad op hetzelfde niveau liggen als in de rest van Nederland. De vraag van de recreant naar kwaliteit blijft stijgen. Dit geldt voor verstedelijkte gebieden waar tekorten aan recreatiemogelijkheden zijn, maar ook voor het buitengebied. Investeren in recreatie, toerisme en landbouw biedt bovendien kansen voor het platteland dat in specifieke gebieden te maken heeft met een krimpende bevolking.
1.2 Vitale sociale infrastructuur
Om het platteland aantrekkelijk te houden als plaats om te wonen en te werken, is het noodzakelijk dat er een voorzieningenniveau is dat toereikend is voor regionale en lokale behoeften. Voorzieningen dienen voldoende beschikbaar en bereikbaar te zijn. Bij een ontoereikend voorzieningenniveau kan de leefbaarheid op het platteland worden aangetast, met name voor kwetsbare doelgroepen. Het Rijk bewaakt dat de voorzieningen op het platteland minimaal toereikend zijn.
1.3 Gewaardeerd landschap
Het landschap heeft belangrijke waarden voor de samenleving. Nederlanders maken zich dan ook zorgen over de achteruitgang van het landschap. De verschillende landschappen hebben een eigen identiteit en kwaliteit en vertegenwoordigen belangrijke cultuurhistorische, architectonische, ecologische, recreatieve en esthetische waarden. Een aantrekkelijk landschap biedt volop kansen voor welzijn en economie. Het Rijk wil het Nederlands landschap in al zijn diversiteit voor de toekomst behouden en ontwikkelen, met daarbij speciale aandacht voor de Nationale landschappen en Rijksbufferzones.
2. Voldoende economische draagkracht om het platteland vitaal te houden
De economie op het platteland moet een bredere basis hebben dan alleen het boerenbedrijf om economisch stabiel te zijn. Hiermee wordt geborgd dat de economische vitaliteit op het platteland op meer gefundeerd is dan één branche. Daarom wordt de vitaliteit van het platteland gemonitord. De monitoring is gebaseerd op de premisse dat in Nederland platteland en stad zodanig zijn verweven dat de economie van het platteland niet los kan worden beschouwd van de stadseconomie. Daarom wordt het inkomen dat wordt vergaard in de stedelijke gebieden door inwoners van het platteland meegenomen om het niveau van de economische draagkracht op het platteland te monitoren.
Verantwoordelijkheid LNV
LNV is verantwoordelijk voor:
• Drie nationale beleidsprioriteiten: de nationale Landschappen, toegankelijke gebieden in en om de stad (Recreatie om de Stad) en de vitaliteit van het platteland;
• De Rijksdoelen die via het ILG worden gerealiseerd en herkenbaar zijn opgenomen onder de operationele doelen. LNV en VROM stellen hiertoe het budget ter beschikking aan de provincies. De provincies zijn verantwoordelijk voor de programmering en de uitvoering;
• Het eindresultaat van landschapsbeheer in landschap in de Nationale Landschappen;
• Het behoud en de ontwikkeling van de cultuurhistorie in de Nationale Landschappen waaronder Belvedère;
• Het faciliteren en stimuleren van activiteiten gericht op het generieke landschapsbeleid en de beleidsdoelstellingen zoals burgerparticipatie en voorlichting, kennis, ontwerpkwaliteit en financieringsconstructies;
• Monitoren van de vitaliteit van het platteland via onder meer de SCP rapportages van de Sociale Staat van het Platteland en de monitor van de Agenda Vitaal Platteland;
• De versterking van de recreatiefunctie onder andere door het leveren van kennis en deskundigheid aan de sector.
Externe factoren
Behalen van deze beleidsdoelstelling hangt vooral af van:
• Participatiebereidheid van particuliere organisaties;
• Mate van verstedelijking, woningbouw, infrastructuur, bedrijvigheid;
• De medewerking en actiebereidheid van andere bestuurslagen en maatschappelijke partijen;
• De invloed van demografische ontwikkelingen;
• Ontwikkeling grondprijzen.
Maatschappelijk effect
• Toename van gebruik en tevredenheid van groene gebieden in en om de stad;
• Toegenomen gebruikerswaarde van recreatiegebieden.
• Het behoud van een vitaal platteland.
• Behoud en verbetering kernkwaliteiten (natuurwaarde, culturele waarde, gebruikerswaarde en belevingswaarde) van nationale en overige landschappen.
• Het behoud van een vitale plattelandseconomie.
• Ontwikkeling van de structuur van de landbouw in de extensiverings, verwerving -en landbouwontwikkelingsgebieden.
• Toename van de bedrijvigheid in de reconstructiegebieden, zowel binnen als buiten de landbouw.
Budgettair belang LNV begroting
Procentuele verdeling uitgaven 2010 over operationele doelstellingen en apparaat
Landschap en recreatie

Budgettaire gevolgen van beleid
| Bedragen x € 1 mln. | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | |
| VERPLICHTINGEN | 96 | 125 | 85 | 82 | 85 | 90 | 114 |
| UITGAVEN | 193 | 125 | 138 | 292 | 157 | 153 | 111 |
| Programma-uitgaven | 153 | 85 | 105 | 261 | 127 | 123 | 81 |
| – waarvan juridisch verplicht | 66 | 215 | 80 | 75 | 29 | ||
| 24.11 Nationale Landschappen | 14 | 26 | 22 | 21 | 23 | 24 | 24 |
| 24.12 Landschap Algemeen | 7 | 13 | 22 | 21 | 16 | 11 | 11 |
| 24.13 Groen en de stad | 92 | 10 | 23 | 182 | 53 | 54 | 12 |
| 24.14 Recreatie | 39 | 36 | 39 | 36 | 36 | 35 | 34 |
| Apparaatsuitgaven | 40 | 40 | 33 | 31 | 30 | 30 | 30 |
| U24.21 Apparaat | 6 | 6 | |||||
| U24.22 Baten-lastendiensten | 34 | 34 | 33 | 31 | 30 | 30 | 30 |
| ONTVANGSTEN | 32 | 36 | 41 | 16 | 11 | 6 | 1 |
Generieke blokkade op de programma uitgaven
| Bedragen x € 1 mln. | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | ||
| Programma uitgaven | – 0,8 | – 2,3 | – 2,2 | – 1,6 | – 0,8 | – 0,7 | |
Landschap en recreatie heeft de doelstelling om landschappen te behouden en te versterken en een recreatief aantrekkelijk Nederland te realiseren. Om geen afbreuk aan deze doelstelling te doen betreft het beperkte ombuigingen die zijn verdeeld over het gehele artikel. Er wordt op het budget van Staatsbosbeheer voor recreatieve voorzieningen € 0,4 mln. omgebogen. Daar staat tegenover dat er structureel tot en met 2013 Coalitiemiddelen zijn vrijgemaakt voor landschap waarmee de Rijksdoelen gewaarborgd blijven.
Grafiek Budgetflexibiliteit

Bijdrage Investeringen Landelijk Gebied (ILG)
Van de totale programma-uitgaven binnen artikel 24 is de volgende reeks bestemd voor het ILG.
| Bedragen x € 1 mln. | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | |
| Uitgaven via ILG | 114 | 36 | 52 | 210 | 75 | 66 |
Handhaving en uitvoering binnen de LNV begroting
| Bedragen x € 1 mln. | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Uitvoeringskosten Dienst Landelijk Gebied | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 |
| – ILG | 27 | 26 | 25 | 24 | 24 | 24 |
| – LNV-opdrachten | 6 | 6 | 5 | 5 | 5 | 8 |
De uitvoeringskosten Dienst Landelijk Gebied hebben met name betrekking op het realiseren van recreatiegebieden.
Kennis en onderzoek
In deze tabel zijn de kennis- en onderzoeksmiddelen opgenomen, welke op artikel 26 (kennis en innovatie) budgettair zijn verwerkt, maar betrekking hebben op de algemene doelstelling van artikel 24.
| Bedragen (x € 1 mln.) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | |
| DLOonderzoeksprogramma’s | ||||||
| – Vitaal Landelijk Gebied | 9 | 8 | 8 | 8 | 8 | 8 |
| Overige onderzoeksprogrammering landschap en platteland: o.a. robuuste ruimte, gebiedsontwikkeling, ruimte gebruik | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
De bedragen in «overige onderzoeksprogrammering» hebben ook betrekking op artikel 22.
Apparaatsuitgaven
| Bedragen x € 1 000 | |
|---|---|
| Raming 2010 | |
| Ambtelijk Personeel Directie Natuur, Landschap en Platteland (NLP) | 0 |
| Materieel | 0 |
| Totaal | 0 |
In verband met de Beleidskernvorming wordt het ambtelijk en materieel budget van voorheen directie platteland verantwoord op artikel 23 bij de nieuwe directie Natuur, Landschap en Platteland. Derhalve staat de raming 2010 op 0.
Ontvangsten
| Bedragen x € 1 000 | |
|---|---|
| Raming 2010 | |
| Overige | 40 559 |
| Totaal ontvangsten | 40 559 |
Budgettair belang buiten de LNV begroting
EU maatregelen
| Bedragen x € 1 mln. | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | |
| POP-2: nieuwe contracten Veenweiden | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 |
| POP-2: communicatie en evaluatie | 0,3 | |||||
| POP-2: plattelandsnetwerk 2 | 0,3 | 0,3 | 0,3 | 0,3 | 0,3 | 0,3 |
Nieuwe invulling duurzaamheidsdimensies bij realisatie transitieopgaven
Vanwege grotere opgaven (klimaat, wateropgaven, woningbouw, infrastructuur e.d) is integrale gebiedsontwikkeling vaak gewenst. Die integrale ontwikkeling moet leiden tot een nieuwe balans van sociale, ecologische en economische waarden op het platteland (triple p in een nieuwe balans).
24.11 Nationale Landschappen
Motivering
Behouden, beheren en versterken van de unieke landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten van 20 Nationale Landschappen en vergroten van de recreatieve-toeristische betekenis en het versterken van de cultuurhistorische waarde van de Nationale landschappen. Het Rijk is eindverantwoordelijk, de uitvoering berust bij de provincies.
Meetbare gegevens bij de doelstelling
| Indicator | Referentiewaarde | Peildatum | Raming 2010 | Streefwaarde | Planning | Bron |
| Outcome | ||||||
| Aantal nationale landschappen dat een uitvoeringsprogramma heeft uitgevoerd | 0 | 2007 | * | 20 | 2013 | Provincies |
* De opgestelde uitvoeringsprogramma’s gelden voor de periode t/m 2013 en zullen allen in 2013 uitgevoerd zijn.
| Bedragen x € 1 000 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | |
| 24.11 Nationale Landschappen | 14 321 | 25 852 | 21 728 | 21 337 | 22 990 | 23 914 | 23 591 |
| waarvan ILG | |||||||
| – Nationale Landschappen | 12 913 | 18 760 | 17 638 | 17 177 | 18 176 | 17 957 | 17 961 |
| – BTW Compensatie | 589 | 546 | 528 | 556 | 899 | 472 | |
| waarvan niet-ILG | |||||||
| – Versterking beheer en behoud landschapskwaliteiten | 536 | 3 815 | 2 807 | 2 704 | 3 104 | 3 704 | 3 804 |
| – Cultuurhistorie/Belvedère | 0 | 1 328 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| – Monitoring, onderzoek en communicatie | 872 | 1 360 | 737 | 928 | 1 154 | 1 354 | 1 354 |
Instrumenten
Waarvan ILG
Nationale Landschappen
Behouden, beheren en versterken van de unieke landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten van 20 Nationale Landschappen en vergroten van de recreatieve-toeristische betekenis en het versterken van de cultuurhistorische waarde van de Nationale landschappen. Het Rijk is eindverantwoordelijk, de uitvoering berust bij de provincies.
In het kader van de Wet Inrichting Landelijk Gebied worden rijksbijdragen verleend voor investeringsprojecten, agrariërs en terreinbeherende organisaties voor landschapsbeheer. Hier valt o.a. het programmabeheer, de groene diensten en het landschapsbeheer Nederland onder. De Nationale Landschappen zijn door de provincies nader begrensd en bijna allemaal vastgelegd in streekplannen op basis van door het Rijk aangegeven globale gebiedsaanduiding in de Nota Ruimte. De planologische bescherming conform de voorwaarden die hierover gesteld zijn in de Nota Ruimte wordt via de provincie, door een AMvB geborgd volgens de Wet ruimtelijke ordening.
Deze indicator toont het aantal nationale landschappen dat een uitvoeringsprogramma heeft uitgevoerd. In deze uitvoeringsprogramma’s zijn de kernkwaliteiten van de nationale landschappen gedefinieerd met als doel deze kwaliteiten te behouden in de landschappen. Er zijn 20 nationale landschappen, waarvan er momenteel 19 een uitvoeringsprogramma hebben. Het twintigste landschap wordt verwacht in 2010 ook een programma gereed te hebben.
BTW-compensatie
Zie voor toelichting artikel 22, onder tabel OD22.11.
Waarvan niet ILG
Versterking beheer en behoud landschapskwaliteiten
Natuurgebieden in nationale landschappen dragen bij aan de identiteit van het cultuurlandschap en de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde. In dat opzicht versterken het beleid voor de nationale landschappen en voor de EHS elkaar. Natuurbeheer vindt daarom plaats in harmonie met de gebiedsspecifieke landschapskwaliteiten. Ook buiten de natuurgebieden is veelal sprake van een hoge natuurkwaliteit, met name gekoppeld aan het netwerk van gebiedseigen landschapselementen, slootkanten en watergangen. Versterking en beheer van deze netwerken zijn gewenst om natuurgebieden met elkaar te verbinden, leefgebieden voor planten- en diersoorten in stand te houden en de landschappelijke en recreatieve kwaliteit van nationale landschappen te behouden en te vergroten.
Cultuurhistorie
Ook buiten de reikwijdte van het ILG zet het Rijk zich in om het Belvedère doel «behoud door ontwikkeling» te realiseren (Nota Belvedère). Dit gebeurt onder andere door de subsidieregeling Belvedère en door het activiteitenprogramma van het projectbureau Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het projectbureau Belvedère heeft opdracht gekregen de ontwikkelingsstrategie «behoud door ontwikkeling» verder uit te werken. De opdracht is aangenomen toten met 2009: vanaf 2010 moeten markt en andere overheden de strategie hebben geadopteerd. Inmiddels is dit streven geconcretiseerd in het «erfgenamenproject». De erfgenamen zijn de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de Dienst Landelijk Gebied, Erfgoed Nederland, het IPO namens de provincies en de VNG namens de gemeenten.
Monitoring, onderzoek en communicatie
Het Rijksbeleid voor Nationale Landschappen zal grotendeels door de provincies worden uitgevoerd. Ter evaluatie van dit beleid heeft het Rijk wel een taak om de beschreven kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen te monitoren. Daarvoor is in overleg met het ministerie van VROM en het Planbureau voor de leefomgeving een meetsysteem opgezet en per landschap metingen uitgevoerd. Dit meetsysteem levert de input voor de monitoring Nota Ruimte en Agenda Vitaal Platteland en voor de Natuurbalans. Voor de ontwikkeling en instandhouding van de 20 Nationale Landschappen is draagvlak bij burgers, ondernemers en maatschappelijke organisaties noodzakelijk. LNV heeft daartoe in 2006 in overleg met provincies een communicatieplan opgesteld voor voorlichtings- en communicatieactiviteiten voor het brede publiek en landelijke organisaties. Dit is in 2009 uitgewerkt en zal in 2010 en 2011 worden uitgewerkt.
24.12 Landschap algemeen
Motivering
Ontwikkelen van landschap met kwaliteit door de provincies en gemeenten door het scheppen van condities om ruimtelijke ontwikkelingen gepaard te laten gaan met een toename van landschappelijke kwaliteit. Het Rijk heeft de provincies de verantwoordelijkheid gegeven voor de basiskwaliteit van het landschap.
| Bedragen x € 1 000 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | |
| 24.12 Landschap Algemeen | 7 432 | 12 921 | 21 564 | 20 838 | 15 962 | 10 873 | 10 868 |
| waarvan ILG | |||||||
| – Landschap generiek | 2 618 | 8 278 | 12 126 | 10 226 | 5 366 | 170 | 170 |
| – BTW Compensatie | 29 | 4 | 4 | 4 | 111 | 106 | |
| waarvan niet-ILG | |||||||
| – Agenda Landschap | 0 | 3 000 | 7 700 | 8 700 | 8 700 | 8 700 | 8 700 |
| – Projectfinanciering | 4 814 | 1 614 | 1 734 | 1 908 | 1 892 | 1 892 | 1 892 |
Instrumenten
Waarvan ILG
Landschap generiek
In het kader van de Wet Inrichting Landelijk Gebied worden rijksbijdragen verleend aan provincies voor het ontwikkelen van landschap met kwaliteit. Provincies scheppen condities om ruimtelijke ontwikkelingen gepaard te laten gaan met een toename van de landschappelijke kwaliteiten. Er zijn FES-middelen aan de begroting toegevoegd (€ 35 mln. voor de periode 2009–2014)voor het project Nieuwe Hollandse Waterlinie. Dit project beoogt het voormalige verdedigingsstelsel een nieuwe maatschappelijke functie te geven door de forten te verbeteren en te laten aansluiten op nutsvoorzieningen en door infrastructurele barrières weg te nemen. De bijdrage uit het Nota Ruimtebudget is gericht op investeringen aan de deelprojecten Rijnauwen-Vechten, Linieland en Lingekwartier/Dierfdijk (restauratie forten en recreatieve infrastructuur). Met de aanpak voor de drie deelgebieden wordt de basis gelegd voor het herstel van de hele Nieuwe Hollandse Waterlinie.
BTW-compensatie
Zie voor toelichting artikel 22, onder tabel OD22.11.
Waarvan niet ILG
Agenda Landschap
De Agenda Landschap richt zich op het versterken van betrokkenheid van burgers, het zorgvuldig omgaan met de schaarse ruimte en het organiseren van duurzame financiering. Op deze drie sporen zijn acties benoemd, die in de periode 2009–2011 moeten worden uitgevoerd. Voor de acties ten bate van de financiering zijn de adviezen ter harte genomen zoals die zijn aangeboden door de Taskforce Rinnooy Kan «Financiering landschap Nederland». De uitvoering van acties is gestart in 2009 en loopt door in 2010 en 2011. Aan dit instrument zijn CA-middelen toegevoegd voor landschapsprojecten (€ 4,7 mln. in 2010 en € 5,7 mln. in 2011 en verder).
Projectfinanciering
Door middel van het financieren van lokale kleinschalige projecten wordt een impuls gegeven aan het landschap. Voor deze projecten worden overbruggingsbijdragen verstrekt en vindt financiële ondersteuning plaats. Voorbeelden van deze projecten zijn onder andere projecten inzake burgerinitiatieven en voorbeeldprojecten inzake politieke en bestuurlijke aandacht waar LNV trekker van is.
24.13 Groen en de Stad
Motivering
Realiseren van ca. 14 500 ha Recreatie om de Stad (RodS): openbaar grootschalig groen met een gemiddelde opvangcapaciteit van ten minste 20 personen per dag per ha, dat volledig is opengesteld en zonder betaling toegankelijk is voor het publiek en bereikbaar is via wandel- en fietspaden vanuit de woonomgeving.
Het Rijk monitored geregeld de leefbaarheid op het platteland. De meest recente gegevens wijzen uit dat de leefbaarheidproblematiek op het Nederlands platteland beperkt is en regiogebonden. LNV zet in op deze doelstelling door via het ILG middelen beschikbaar te stellen aan gemeenten om concrete en plaatsgebonden knelpunten op te lossen.
| Bedragen x € 1 000 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | |
| 24.13 Groen en de Stad | 92 188 | 9 832 | 23 239 | 182 452 | 52 676 | 53 543 | 12 014 |
| waarvan ILG: | |||||||
| – Groen en de Stad (grootschalig groen) | 76 817 | 1 | 11 429 | 173 185 | 43 296 | 40 405 | 0 |
| – Leefbaarheid en sociaal economische vitaliteit | 10 000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| – BTW Compensatie | 2 292 | 2 270 | 1 358 | 1 366 | 4 124 | 0 | |
| waarvan niet-ILG: | |||||||
| – Beheer Groen en de Stad | 2 000 | 3 000 | 4 000 | 5 000 | 6 000 | 7 000 | 10 000 |
| – Kaderwet LNV projectbijdrage | 3 111 | 3 739 | 2 755 | 14 | 14 | 14 | 14 |
| – Groene partners | 0 | 10 | 2 000 | 2 000 | 0 | 0 | 0 |
| – Netwerk veelzijdig platteland | 260 | 790 | 785 | 895 | 2 000 | 2 000 | 2 000 |
Instrumenten
Waarvan ILG
Groen en de Stad (grootschalig groen)
Voor het bereiken van de doelstelling ca. 14 500 ha openbaar grootschalig groen om de stad is in het beleidsprogramma een intensivering voor verwerven en inrichting van groene gebieden voorzien via het ILG. Het Rijk heeft daarnaast de opgave 50% van de beheerskosten voor Groen en de Stad gebieden te financieren. Op basis van een normkostenevaluatie zal de normbijdrage van het Rijk per hectare worden bezien.
Het Kabinet heeft in het aanvullend Beleidsakkoord besloten een kasschuif uit te voeren voor het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG). Het ILG wordt zowel in 2009 als 2010 met € 100 mln. per jaar verlaagd en in 2011 verhoogd met € 200 mln. Deze kasschuif wordt voor circa 2/3 deel verwerkt op Recreatie om de Stad (RodS). Dit betekend een verlaging van dit instrument met € 70 mln. in 2009, € 60 mln. in 2010 en een verhoging van € 130 mln. in 2011.
BTW-compensatie
Zie voor toelichting artikel 22, onder tabel OD22.11.
Waarvan niet ILG
Beheer Groen en de Stad
Staatsbosbeheer investeert de extra gelden die voor RodS (Recreatie om de Stad) beschikbaar zijn gesteld in een selectie van groene gebieden dicht bij de stad. Met de nabij gelegen steden worden afspraken gemaakt over gezamenlijke inzet. Daarbij benut Staatsbosbeheer de verschillende motieven van (toekomstige) recreanten en zal ervaring worden opgedaan samen met de Dienst Landelijk Gebied met nieuwe participatievormen en «eigenaarschap» van bewoners en gebruikers.
Kaderwet LNV projectbijdrage
De Kaderwet hecht een groot belang aan de samenhang tussen de keuze van woningbouw- en bedrijfslocaties, de daarvoor benodigde infrastructuur, de daarbij behorende afweging van milieu- en economische doelstellingen en het verwezenlijken van (her)inrichting van landelijke gebieden (recreatie, landschap). Op basis van deze wet verstrekt LNV in de vorm van subsidies een bijdrage aan regionaal groen.
Groen en de Stad
Buiten het ILG zijn bedragen beschikbaar gesteld om meer werk te maken van groen in de stad en dan specifiek in de zgn. krachtwijken. Op 5 februari 2009 zijn met 13 van de 18 steden met krachtwijken afspraken gemaakt over meer groen in deze wijken. Voor de overige 5 steden met krachtwijken zal vanaf 2010 geld beschikbaar worden gesteld via WWI. Meer kwalitatief hoogwaardig en toegankelijk groen in en om de stad draagt wezenlijk bij aan aansprekende en duurzame woon- en werkmilieus in stedelijke gebieden. Naast de realisatie van Groen gaat het ook om het vergroten van de bekendheid bij de stadsbewoners en het betrekken van verschillende maatschappelijke organisaties zoals woningbouwcorporaties, projectontwikkelaars en sportorganisaties bij de ontwikkeling van groene gebieden. Waar nodig vervult het Rijk een stimuleringsrol bij de balans tussen rood en groen en bij de verbreding van het thema groen. Het gaat erom dat partijen elkaars wederzijdse versterkingsmogelijkheden herkennen en benutten.
Groene Partners
Het budget dat bestemd was voor groen in de krachtwijken van verschillende steden is verplaatst naar OD29.13 verzameluitkering. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken zorgt ervoor dat de betreffende steden hun budget ontvangen.
Netwerk veelzijdig platteland
Het Kennisnetwerk Vitaal Platteland staat in de steigers. De centrale opgave van het Kennisnetwerk Vitaal Platteland is het delen en toegankelijk maken van kennis. Mensen moeten elkaar kunnen ontmoeten. De kernopgave die deze doelstelling kenmerkt is de creatie van gemeenschappen. Daartoe worden initiatieven ondersteund die al in het veld leven en faciliteert op een vraaggericht wijze de wens dat mensen elkaar kunnen vinden.
Concreet wordt bijgedragen aan een aantal initiatieven waaronder de creatie van virtuele gemeenschappen zoals GUUS, mijn kennis van het platteland (www.guus.net). Guus is in het najaar van 2008 gestart en bevindt zich nog in de uitbouwfase. Verder wordt bijgedragen aan de organisatie van plattelandsconferenties, aan het circuleren van kennis bij locale en aan regionale gebiedsprocessen en het kennisnetwerk rond multifunctionele landbouw.
24.14 Recreatie
Motivering
Realiseren Landelijk Routenetwerken en toegankelijkheid recreatie
Ontwikkelen en onderhouden van een landelijk aaneengesloten routenetwerk voor wandelen, fietsen en varen. Het verbeteren en vergroten van de toegankelijkheid voor recreatief medegebruik in natuurgebieden, Nationale Landschappen en landbouwgronden, waaronder wandelen over boerenland. Het bieden van ruimte voor recreatief ondernemerschap door het opheffen van belemmeringen.
Meetbare gegevens bij de doelstelling
| Indicator | Referentiewaarde | Peildatum | Raming 2010 | Streefwaarde | Planning | Bron |
| Outcome | ||||||
| Landelijke Routenetwerken: | knelpuntvrij per 1-1-2007 | 2007 | * | 2013 | MJP2 | |
| Realisatie wandelen | 4 188 km | 5 739 km | ||||
| Realisatie fietsen | 4 672 km | 4 880 km | ||||
| Realisatie varen | 2 606 km | 4 400 km | ||||
* Dit betreft het ILG waarvoor geen jaarlijkse ramingen gemaakt zijn. Kwantitatieve informatie over de voortgang van de routenetwerken is afkomstig uit de jaarlijkse provinciale ILG-voortgangsrapportages.
| Bedragen x € 1 000 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | |
| 24.14 Recreatie | 39 045 | 36 395 | 38 750 | 36 270 | 35 542 | 34 692 | 34 438 |
| waarvan ILG | |||||||
| – Toegankelijkheid | 6 481 | 6 569 | 5 991 | 3 901 | 3 050 | 2 466 | 2 466 |
| – Routenetwerken | 5 466 | 2 236 | 5 236 | 5 236 | 5 236 | 4 602 | 4 602 |
| – BTW Compensatie | 413 | 392 | 325 | 297 | 850 | 593 | |
| waarvan niet-ILG | |||||||
| – Routenetwerken | 0 | 300 | 300 | 300 | 300 | 300 | 300 |
| – Kennis en deskundigheid voor recreatie | 1 801 | 1 676 | 1 674 | 1 676 | 1 715 | 1 715 | 1 715 |
| – Staatsbosbeheer voor recreatieve voorzieningen | 24 019 | 24 157 | 24 168 | 23 861 | 23 973 | 23 788 | 23 791 |
| – Midden-Delfland | 1 278 | 1 044 | 989 | 971 | 971 | 971 | 971 |
Instrumenten
Waarvan ILG
Toegankelijkheid en routenetwerken
In het kader van de Wet Inrichting Landelijk Gebied worden rijksbijdragen verleend voor de kosten van het knelpuntvrij maken, kwaliteitsbewaking en onderhoud. De provincies maken de programmering en voeren het uit. Indien het routenetwerk, na knelpuntvrij te zijn gemaakt, wordt verstoord, geldt het principe dat de «vervuiler» betaalt.
BTW-compensatie
Zie voor toelichting artikel 22, onder tabel OD22.11.
Waarvan niet ILG
Routenetwerken wandelen, fietsen, varen Het Rijk neemt het initiatief om te komen tot een samenhangende inzet van partijen om op landelijke schaal huidige knelpunten op te lossen en nieuwe knelpunten te voorkomen. Inzet en een bijdrage van andere overheden en organisaties is van belang. Belangrijke thema’s zijn toegankelijkheid van het landelijk gebied (natuurgebieden, landbouwgronden, oevers, water) ook vanuit de directe woonomgeving en het voorkomen van doorsnijding door infrastructuur.
Kennis en deskundigheid voor recreatie
Ruimte voor recreatief ondernemerschap. Het ontwikkelen van één Kennis- en Innovatiefaciliteit voor recreatieondernemers. LNV stelt in 2009 en 2010 € 1,5 miljoen beschikbaar om de sector te ondersteunen bij het ontwikkelen van innovatieve en duurzame combinaties van recreatiesector, regio en ruimtegebruik. De branche organisaties vervullen hierbij een belangrijke rol en ook EZ en de provincies dragen hier aan bij.
Staatsbosbeheer voor recreatieve voorzieningen
In het kader van de Wet Verzelfstandiging Staatsbosbeheer zijn afspraken gemaakt met Staatsbosbeheer om de recreatieve voorzieningen te beheren oftewel het instandhouden en herstellen van bos-, natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden in de gebieden van Staatsbosbeheer.
Midden-Delfland
In de Regeling Rijksrecreatieschappen is uitsluitend nog een bijdrage voor Midden-Delfland opgenomen. LNV is deelnemer in de gemeenschappelijke regeling van het Recreatischap Midden Delfland. Dit schap is werkzaam in de kern van het gebied van het Randstad Urgent-project Mooi en Vitaal Delfland. Doel daarvan is het duurzaam beschermen en passend ontwikkelen van de nog open, groene ruimte en het bieden van recreatieve voorzieningen aan de omringende bewoners van de steden.
Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid
| Onderzoek onderwerp | Nummer AD/OD | Start | Afgerond | |
| Beleidsdoorlichting | Landschap en Recreatie | 24 | 2011 | 2012 |
| Overig evaluatieonderzoek | Monitor Agenda Vitaal Platteland | 24 | 2007 | 2013 |
| Mid Term Review ILG | 24 | 2010 | 2010 | |
| Evaluatie Nationale Landschappen | 24.11 | 2010 | 2011 | |
| Effectonderzoek landschapscampagne | 24.12 | 2009 | 2011 | |
| Evaluatie van Staatsbosbeheer | 24.14 | 2008 | 2009 |
• De beleidsdoorlichting artikel 24 is voorzien in 2011, zodat gebruik kan worden gemaakt van materiaal uit de Mid Term Review én kan dienen als input voor de toekomst van het ILG. Zie ook artikel 22 en 27.
• Voor de monitor van de agenda vitaal platteland zijn een aantal indicatoren geselecteerd, om de realisatie van het meerjarenprogramma te kunnen volgen. De monitor bestaat uit een nulmeting in 2007, een tussenmeting in 2010 en een eindmeting in 2013. Rapport «De stand van het platteland, Monitor Agenda Vitaal Platteland, Rapportage Nulmeting Effectindicatoren», Wageningen UR, februari 2009. WOT-04–05 (Basnr. 002). www.wotnatuurenmilieu.wur.nl
• Voor het ILG is een evaluatie gepland op basis van de Mid Term Review rapportage over de periode 2007–2009. Zie ook artikel 22/23/27.
• Van de landschapscampagne wordt gedurende de looptijd onder 800 respondenten gemeten of de campagne effect sorteert.
Overzichtsconstructie Groene Hart
Met de uitvoeringsagenda van de Nota Ruimte is een viertal gebiedsgerichte rijksprogramma’s ingesteld. VROM coördineert voor het kabinet de inzet voor de nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur en de wettelijke basiskwaliteiten. De minister van LNV is programmaminister voor het Groene Hart, één van deze rijksprogramma’s die deel uitmaken van de uitvoeringsagenda. Binnen dit programma neemt het kabinet besluiten over ontwikkelingen rond wonen, werken, infrastructuur, natuur en landschap in samenhang met elkaar. Aan het rijksprogramma Groene Hart wordt intensief samengewerkt tussen rijk en regio, waarbij de regie voor dit programma in handen ligt van de regio, in het bijzonder de provincies. In de overzichtsconstructie is in beeld gebracht welke budgetten vanuit welke departementale begrotingen beschikbaar zijn voor het Groene Hart en de daarmee samenhangende projecten.
Naast de hieronder genoemde bedragen zijn er verschillende landelijke (subsidie)regelingen die ook in het Groene Hart gebruikt kunnen worden, zoals ganzengedoogovereenkomsten of de BRIM-regeling voor de instandhouding en restauratie van monumenten. Het is niet mogelijk om een verantwoorde inschatting te maken van het aandeel van deze middelen dat in het Groene Hart ingezet zal gaan worden. Deze middelen zijn daarom niet in onderstaande tabel opgenomen.
| Projecten | Verantwoordelijkheidsverdeling | Begroting | Operationeel doel | Bedrag |
| Nationaal landschap Groene Hart | Vakministerie: LNV Regie: Groene Hart-Provincies | XIV | 22.11, 23 ,24 (ILG2007 t/m 2013) | € 200 mln |
| Nationaal landschapNieuwe Hollandse Waterlinie | Vakministerie: LNV Regie: Liniecommissie | XIV | 22.11, 23 ,24 (ILG 2007 t/m 2013) | € 30 mln |
| Nota Ruimte 2010–2014 | € 35 mln | |||
| Vakministerie: VROM Regie: Liniecommissie | XI | Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit 2008–2014 | € 6,2 mln | |
| Nationaal landschap Stelling van Amsterdam | Vakministerie: LNV Regie: Noord-Holland | XIV | 22.11, 23, 24 (ILG 2007 t/m 2013) | € 2,79 mln |
| Veenweiden | ||||
| 1) uitwerking veenweiden-agenda | Vakministerie: LNV Regie: Utrecht | XIV | Landbouw voor Natuurlijke Handicaps (LNH-regeling) 23.13 en 23.14 (ILG 2007 t/m 2013) | € 3,76 mln |
| 2) Nota Ruimte Veenweiden | Vakministerie: LNV Regie: LNV | Versnellingsprojecten (algemene middelen 2007–2010) | € 35 mln1 | |
| 3) Westelijke Veenweiden | Vakministerie: LNV Regie: LNV | Nota Ruimte 2010–2014 | € 113 mln2 | |
| Greenports | ||||
| 1) Rondweg Boskoop | Vakministerie: LNV Regie: Gemeente Boskoop | (ILG 2007–2013) | € 10 mln | |
| Motie Dittrich | Vakministerie: LNV Regie: Groene Hartprovincies | XIV | ||
| 1) Recreatie om de Stad (RodS) | 24.13 (ILG 2007–2009) | € 9 mln | ||
| 2) Nationaal landschap Groene Hart | 24.23 (ILG2007–2009) | € 9 mln | ||
| Afronden gebiedsuitwerking Oude Rijnzone | Vakministerie: VROM Regie: Zuid-Holland | Nota Ruimte 2010–2014 Motie Van Heugten | € 17,5 mln € 12,5 mln | |
| Synergieprojecten stroomgebiedsbeheerplannen | Vakministerie: LNV Regie: Groene Hartprovincies | XIV | 27.11 (ILG2007–2013 & 2014–2015) | € 4,3 mln |
| Gebiedsontwikkeling Schaalsprong (Groene Uitweg) | Vakministerie: V&W Regie: Noord Holland | FES-middelen Noordvleugel (beschikbaarheid afh. Besluit A6-A9) | € 83 mln | |
| A) Infrastructuur: A12 en Rijn Gouwelijn Oost | Vakministerie: V&W Regie: V&W | XII | ||
| 1) Voorbereiden uitvoeringsbesluit Rijn-Gouwe-Lijn Oost | € 148 mln | |||
| 2) A12 Utrecht – West, benutting: aansluitingen Woerden-Linschoten en Woerden-Harmelen | € 51 mln | |||
| 3) project A12 Woerden-knpt. Oudenrijn (ZSM2) | € 22 mln | |||
| B) Den Haag-Gouda benutting ZSM-I A12 (4 deelprojecten) | Vakministerie: V&W Regie: V&W | XII | € 236 mln | |
| 1) A12 Zoetermeer-Gouda (buiten Groene Hart) | ||||
| 2) A12 Woerden-Gouda | ||||
| 3) A12 Gouda-Woerden: 36 mln euro. Status: studiefase. Tussen startnotitie en OTB. | ||||
| 4) A12/A20 knooppunt Gouwe (buiten Groene Hart) | ||||
| C) A2 Holendrecht-Oudenrijn (deel buiten Groene Hart) | Vakministerie: V&W Regie: V&W | XII | Infrafonds | € 1 325 mln |
1 Hiervan heeft € 27,5 mln. betrekking op Veenweiden binnen het Groene Hart
2 Hiervan heeft € 97,2 mln. betrekking op Veenweiden binnen het Groene Hart
