| Rijksbegroting | Overzicht | Voorbereiding | Uitvoering | Verantwoording | |
|---|---|---|---|---|---|
| 2010 |
| ||||
21 Duurzaam Ondernemen
Algemene beleidsdoelstelling
• Stimuleren van een breed aanbod van voedsel
LNV wil in 2010 samen met een brede vertegenwoordiging vanuit de agrofoodsector verder werken aan de verduurzaming van voedsel. In 2009 zijn hiervoor de eerste stappen gezet met de ondertekening van de Uitvoeringsagenda Duurzame Veehouderij en het Convenant Marktontwikkeling Verduurzaming Dierlijke Producten (tussensegmenten). Een belangrijk instrument in het versnellen van verduurzaming is het ontwikkelen en opschalen van tussensegmenten.
LNV werkt samen met de convenantpartijen aan onder meer de afgesproken doelstelling van een jaarlijks omzetgroei van 15%: de aankoop van duurzame dierlijke producten door de consument in de supermarkt en bedrijfsrestaurants stijgt tussen 2009 en 2011 jaarlijks met 15%.
• Verduurzaming productie en handel in agrarische producten
LNV streeft naar economisch internationaal concurrerende, sociaal verantwoorde en milieuvriendelijke agroketens in, vanuit en naar Nederland, en daarbij een blijvend toonaangevende internationale positie van Nederland en het Nederlandse bedrijfsleven in de internationale handel in duurzame agroproducten. Het accent ligt op het waar nodig faciliteren en ondersteunen van initiatieven en ontwikkelingen van met name de verwerkende industrie, transport, handel en afzet. We zijn in open dialoog met vertegenwoordigers en betrokkenen bij agroketens.
• Productie en verwerking van voedsel in balans met wensen van de samenleving, o.a. dierenwelzijn
De wijze waarop productie en verwerking van landbouwproducten plaats vindt is onderwerp van discussies tussen diverse groeperingen in de samenleving. Hierbij kan gedacht worden aan onderwerpen als voedselkwaliteit, welzijn van dieren, gebruik van mest en gewasbeschermingsmiddelen, emissie van stoffen en effecten op natuur en landschap.
Op veel punten bestaat spanning tussen de wijze waarop productie, transport en verwerking plaatsvindt en wat de samenleving wenst. Doel van het beleid is om een balans te vinden, zodat zo goed mogelijk voldaan wordt aan de wensen van de samenleving en de concurrentiekracht van de bedrijven zo sterk mogelijk is. Per beleidsveld wordt dit verder uitgewerkt. Het gaat onder meer om het stellen van normen en het handhaven daarvan, het bevorderen van vernieuwing en innovatie en ook om het zichtbaar maken naar de samenleving wat de consequenties van maatschappelijke wensen zijn.
De mate waarin het beleid er in slaagt een balans te vinden wordt afgelezen aan de indicator maatschappelijke appreciatiescore.
• Ecologisch verantwoord beheer van visbestanden
LNV werkt mee aan het Europese visserijbeleid, dat is gericht op een duurzaam gebruik van de levende natuurlijke hulpbronnen in het water. Maatregelen en acties in de lange termijnstrategie van het kabinet2 en het operationele programma bij het Europese Visserij Fonds (EVF) voor de visserijsector zijn gericht op de transitie van de visserijsector naar een in alle opzichten duurzame sector. Aan het einde van de looptijd van het EVF in 2013 dienen te zijn gerealiseerd:
– Van de boomkorvloot op de Noordzee heeft 50% geïnvesteerd in maatschappelijk aanvaarde duurzame visserijtechnieken die de selectiviteit vergroten, minder bodemberoering en een lager energiegebruik met zich brengen;
– Zeker 70 proefprojecten zijn gerealiseerd om te experimenteren met nieuwe technieken, samenwerking in de keten en samenwerking tussen vissers. De kennis, die daarbij wordt opgedaan is gemakkelijk toegankelijk voor allen werkzaam in de sector;
– De doelstelling om de capaciteit van de platvisvloot te reduceren met ca. 15% is in 2007 gerealiseerd.
– In de aquacultuur is nieuwe technologie in gebruik, die de sector in staat stelt een verdere duurzame groei door te maken;
– De afhankelijkheid van de visserijsector in visserijgemeenschappen is verminderd, maar de aandacht voor de culturele aspecten van visserij is toegenomen.
De indicatoren voorzorgsniveau schol- en tongbestand en aantal ton alternatief gewonnen mosselzaad zijn opgenomen in de Beleidsagenda (doelstelling 22).
• Ontwikkelen van Biobased economy
De bio-based economy kan een bijdrage leveren aan duurzame ontwikkeling. Zo kan door de inzet van duurzaam geproduceerde biomassa de uitstoot van broeikasgassen worden verlaagd. Ook kan op termijn de afhankelijkheid van fossiele grondstoffen worden verkleind. De bio-based economy kan ook leiden tot nieuwe economische kansen. Bioraffinage is een sleuteltechnologie waarbij biomassa wordt gescheiden in verschillende fracties, die ieder afzonderlijk een specifieke toepassing krijgen. Bioraffinage kan zo leiden tot duurzame coproductie van voedsel, veevoer, energie, brandstof en chemicaliën op een economisch gezonde basis met een minimale afvalproductie. Nieuwe technieken op het gebied van bioraffinage zullen leiden tot vervanging en verduurzaming van fossiele ketens.
LNV heeft, binnen de kaders van de Overheidsvisie op de Bio-based economy in de energietransitie (2007), het programma groene grondstoffen uitgewerkt. Onderdeel hiervan is een tender bioraffinage. Via het SBIR programma is het MKB betrokken, deze bedrijven ontwikkelen biobased producten. Proefprojecten zijn nodig om deze producten te testen en te beginnen aan de opbouw van duurzame productieketens voor biomassa. Hiervoor is de regeling duurzame biomassa importketens opengesteld.
• Stimuleren innovatiekracht van de agrosector
LNV stimuleert de innovatiekracht van de agrosector. Doelstelling in 2010 is om bij minimaal 13% van de bedrijven in de agrosector innovaties te doen plaatsvinden. Innovatieagenda’s zijn een belangrijk instrument om sturing te geven aan innovatie. Deze agenda’s zijn gericht op het versterken van de sectorale innovatiekracht, maar ook op het stimuleren van innovaties op bepaalde thema’s. Sleutelbegrip bij innovatie is de verdere uitbouw van duurzaamheid en economische concurrentiekracht. In het kader van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid zal innovatie gestimuleerd worden, gericht op de nieuwe uitdagingen klimaatverandering, waterbeheer, biodiversiteit en hernieuwbare energie. LNV faciliteert het agrobedrijfsleven bij haar innovatieve projecten middels subsidieregelingen. Daarnaast wordt innovatie gestimuleerd via de kennisontwikkeling en kennisverspreiding. Indicator is het percentage innoverende agrarische bedrijven (zie Beleidsagenda, doelstelling 14).
• Energie efficiency van agrosectoren versterken.
In het convenant Schone en Zuinige agrosectoren heeft de Nederlandse agrosector zich gecommitteerd aan het verbeteren van de energie efficiency met gemiddeld 2% per jaar in de periode tot en met 2020. Indicatoren bij deze doelstelling zijn energie-efficientyverbeteringen in de glastuinbouw, bloembollen- en paddesteoelensector en voeding- en genotsmiddelenindustrie (zie beleidsagenda, doelstelling 22).
Verantwoordelijkheid LNV
Een krachtige positie van het agrocomplex is in de eerste plaats de verdienste, maar ook de blijvende opgave van ondernemers. LNV stelt de randvoorwaarden vast en ondersteunt de ontwikkeling van het agrocomplex, waarbij ruimte is voor duurzaam ondernemerschap en een goed klimaat voor innovatie. Daar waar nodig zorgt LNV voor kennisontwikkeling, bevordert innovatie en samenwerking, stelt robuuste regelgeving en toezichtskaders op en geeft gerichte ondersteuning.
Externe factoren
Het behalen van de doelstelling hangt af van:
• het benutten van het initiatief, de slagkracht en het innovatievermogen van de agrosector en visserij;
• ontwikkelingen op de (internationale) markten;
• ontwikkeling van de internationale en binnenlandse markt voor duurzame kwaliteitsproducten;
• internationale handelsafspraken;
• de beleidsontwikkelingen in het Gemeenschappelijk Landbouw- en Visserijbeleid;
• op het terrein van rendementen in de visserij heeft LNV op factoren als olieprijzen of prijsvorming van vis op de markt geen invloed. Dat geldt ook voor de gevolgen, die natuurlijke omstandigheden kunnen hebben op de omvang van visbestanden op zee de kust- en de binnenwateren;
• op het terrein van rendementen in de agro productiesectoren heeft LNV geen invloed op factoren als gasprijs of prijsvorming van de producten.
Meetbare gegevens bij de algemene doelstelling
| Indicator | Referentiewaarde | Peildatum | Raming 2010 | Streefwaarde | Planning | Bron |
| Outcome | ||||||
| Maatschappelijke appreciatiescore | 7,7 | 2009 | 7,9 | 8,0 | 2011 | TNS/NIPO |
De maatschappelijk appreciatiescore geeft in een rapportcijfer uitgedrukt de waardering weer van de Nederlandse burgers voor de agrarische sector huidige wijze van productie en verwerking van agrofood producten) en is gebaseerd op een door TNS/NIPO jaarlijks uitgevoerd onderzoek onder een representatieve steekproef van de Nederlandse bevolking.
| Indicator | Referentiewaarde | Peildatum | Raming 2010 | Streefwaarde | Planning | Bron |
| Outcome | ||||||
| Investeringsniveau duurzame productiesystemen land-, tuinbouw en visserij | ||||||
| • Totaal investeringen | € 4 mld. | 2007 | € 4 mld. | € 4 mld. | 2012 | LEI |
| • Totaal duurzame investeringen | € 2 mld. | € 2 mld. | € 2 mld. | |||
| Verhouding | 0,50 | 0,55 | 0,60 |
Voor de invulling van deze indicator zijn twee investeringsniveaus opgesteld. Zowel het totale investeringsniveau als het investeringsniveau in duurzame productiemiddelen in de Nederlandse land- en tuinbouw en visserij. Hierdoor wordt inzicht gegeven in de absolute omvang van de investeringen evenals in de verhouding van duurzame investeringen in relatie tot alle investeringen.
Budgettair belang LNV begroting
Procentuele verdeling uitgaven 2010 over operationele doelstellingen en apparaat

Budgettaire gevolgen van beleid
| Bedragen x € 1 mln. | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | |
| VERPLICHTINGEN | 455 | 342 | 328 | 262 | 229 | 211 | 194 |
| UITGAVEN | 404 | 327 | 323 | 257 | 236 | 224 | 207 |
| Programma-uitgaven | 198 | 146 | 161 | 112 | 92 | 83 | 66 |
| – waarvan juridisch verplicht | 57 | 51 | 17 | 3 | 1 | ||
| 21.11 Verbeteren van ondernemerschap en ondernemersklimaat | 52 | 14 | 10 | 9 | 9 | 9 | 9 |
| 21.12 Bevorderen van maatschappelijk geaccepteerde productievoorwaarden en dierenwelzijn | 11 | 34 | 33 | 23 | 19 | 19 | 17 |
| 21.13 Bevorderen van duurzame productiemethoden en bedrijfssystemen w.o. biologische landbouw | 73 | 83 | 106 | 73 | 56 | 47 | 39 |
| 21.14 Bevorderen duurzame vangst en kweek van vis en schelpdieren | 57 | 16 | 12 | 7 | 8 | 8 | 1 |
| 21.15 Bevorderen van duurzame ketens | 5 | ||||||
| Apparaatsuitgaven | 206 | 181 | 162 | 145 | 144 | 141 | 141 |
| U21.21 Apparaat | 22 | 21 | 19 | 17 | 18 | 18 | 18 |
| U21.22 Baten-lastendiensten | 184 | 160 | 143 | 128 | 126 | 123 | 123 |
| ONTVANGSTEN | 93 | 26 | 30 | 23 | 17 | 11 | 9 |
Generieke blokkade op programma uitgaven
| Bedragen x € 1 mln. | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | |
| Programma-uitgaven | – 2,1 | – 7,2 | – 5,8 | – 3,8 | – 1,3 | – 1,0 |
De generieke blokkade op artikel 21 is verdeeld over de verschillende beleidsterreinen. Het grootste deel van de ombuigingen binnen dit artikel vindt plaats binnen het mestbeleid, de glastuinbouw, de intensieve veehouderij en het gewasbeschermingsbeleid. Dit komt tot uiting in ombuigingen voor respectievelijk monitoring derogatie (o.a. mogelijk door bijdrage vanuit de sector), energietransitieprojecten in de glastuinbouw (mogelijk door extra middelen vanuit de innovatie-agenda energie), de Regeling LNV subsidiemodule beroepsopleiding- en voorlichting (met uitzondering van biologisch) en het project «telen met toekomst 2010». Voor wat betreft het onderdeel visserij (artikel 21.14) wordt de generieke blokkade naar rato verdeeld over de beschikbare instrumenten.
Grafiek Budgetflexibiliteit

Handhaving en uitvoering
| Bedragen x € 1 mln. | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Baten lastendiensten | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 |
| DR | 118 | 85 | 76 | 75 | 75 | 75 | 75 |
| AID | 43 | 39 | 34 | 34 | 33 | 33 | 33 |
| PD | 19 | 16 | 15 | 14 | 14 | 14 | 14 |
| DLG | 2 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| VWA | 2 | 3 | 2 | 2 | 1 | 1 | 1 |
| Totaal | 184 | 143 | 128 | 126 | 123 | 123 | 123 |
Toelichting:
Dienst Regelingen
Dienst Regelingen (DR) heeft als ambitie om overheidsregelingen uit te voeren op een service gerichte, transparante en toegankelijke wijze voor zowel opdrachtgevers als voor de doelgroepen. Binnen dit begrotingsartikel voert DR een groot aantal regelingen uit. Het betreft vooral Europese regelingen, zoals de inkomenstoeslagen in land- en tuinbouw, regelingen m.b.t. het plattelandontwikkelingsbeleid, het Europese Visserijfonds en het mestbeleid. Als Europees betaalorgaan is DR verantwoordelijk voor de Europese regelingen op het vlak van markt- en prijsbeleid (interventie, exportrestitutie). DR geeft daarnaast uitvoering aan de Regeling LNV-subsidies (voor een deel Europees, voor een groter deel nationaal gefinancierd), waarmee de ontwikkeling richting duurzame productie wordt gestimuleerd.
Algemene Inspectie Dienst
Voor de Algemene Inspectie Dienst (AID) is het uitgangspunt toezicht te houden op de naleving van wet- en regelgeving m.b.t. tot land- en tuinbouw en visserij. Zij controleert daartoe in het veld, op de bedrijven en op de weg (diertransporten). In nauwe samenwerking met DR controleert de AID op alle bovengenoemde terreinen. Onderdeel daarvan zijn de «cross-compliance-voorwaarden», waaraan land- en tuinbouwbedrijven zich moeten houden om in aanmerking te komen voor Europese subsidies (pijler 1 en 2). Ook controleert de AID of bedrijven zich houden aan de regels op het vlak van dierenwelzijn en gewasbescherming. Daarnaast inspecteert de AID de productieregulerende maatregelen in de visserij.
Plantenziektenkundige Dienst
Voor de Plantenziektenkundige Dienst (PD) is de gezondheid van planten het uitgangspunt. Het werken aan een gezonde groene sector waarborgt de import en export van betrouwbare plantaardige producten, een veilige land- en tuinbouw en het behoud van het landschap en de biodiversiteit. De PD richt zich, als kennis- en toezichtautoriteit, op het vergaren en behouden van kennis op het gebied van plantgezondheid. In Nederland heeft het laboratorium van de PD, als nationaal fytosanitair referentielaboratorium, een spilfunctie in het ontwikkelen en borgen van kennis over de biologie van schadelijke organismen voor de natuur en de groene sector. De PD zet zijn kennis in om beleidsdirecties van het ministerie van LNV te adviseren op het gebied van (inter)nationale beleidsontwikkeling en implementatie van het gewasbeschermingsbeleid. Daarnaast houdt de dienst toezicht op de uitvoering van de import- en exportinspecties van plantaardige producten door de keuringsdiensten.
Dienst Landelijk Gebied
Dienst Landelijk Gebied (DLG) voert, naast een aantal adviestaken en de uitvoering van enkele subsidieregelingen op het brede gebied van plattelandsontwikkeling, als betaalorgaan voor het Plattelands Ontwikkelings Programma (POP) een belangrijke rol bij het rechtmatig besteden van Europese subsidies op dat gebied.
Voedsel en Warenautoriteit
Ook de Voedsel en Warenautoriteit (VWA) controleert op het vlak van dierenwelzijn. Daarnaast is de VWA betrokken bij het mestbeleid (export en import van dierlijke mest) en bij het gewasbeschermingsbeleid (opleggen van boetes op grond van AID-controles).
Kennis en onderzoek
In deze tabel zijn de kennis- en onderzoeksmiddelen opgenomen, welke op artikel 26 (kennis en innovatie) budgettair zijn verwerkt, maar betrekking hebben op de algemene doelstelling van artikel 21.
| Bedragen x € 1 mln. | ||||||||
| Onderzoekstype/cluster | Onderzoeksthema’s | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 |
| DLOonderzoeks-programma‘s | ||||||||
| – Duurzaam Ondernemen* | 63,8 | 41,0 | 32,0 | 31,3 | 31,4 | 31,4 | 31,4 | |
| – Biologische Landbouw | 12,2 | 9,0 | 8,0 | 7,9 | 8,0 | 8,0 | 8,0 | |
| – Internationaal | 8,6 | 7,0 | 6,9 | 6,8 | 6,9 | 6,9 | 6,9 | |
| DLOwettelijke onderzoekstaken | ||||||||
| – Genetische bronnen | 2,1 | 2,1 | 2,1 | 2,1 | 2,1 | 2,1 | 2,1 | |
| – Wettelijk visserij onderzoek | 4,9 | 5,8 | 5,8 | 5,8 | 5,8 | 5,8 | 5,8 | |
| – Economische informatievoorziening | 8,0 | 7,6 | 7,6 | 7,6 | 7,6 | 7,6 | 7,6 | |
| Overige onderzoeks-programmering | ||||||||
| – Duurzaam Ondernemen | 2,0 | 2,0 | 2,0 | 2,0 | 2,0 | 2,0 | 2,0 | |
| – Biologische Landbouw | 0,5 | 0,5 | 0,5 | 0,5 | 0,5 | 0,5 | 0,5 | |
| – Plantgezondheid | 0,5 | 0,5 | 0,5 | 0,5 | 0,5 | 0,5 | 0,5 | |
| – Internationaal | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | |
* het betreft de clusters:
• economisch perspectiefvolle agroketens;
• mineralen en milieukwaliteit;
• plantgezondheid;
• verduurzaming productie en transitie.
Apparaatsuitgaven
| Bedragen x € 1 000 | |
|---|---|
| Raming 2010 | |
| Ambtelijk personeel Directie Agroketens en Visserij(AKV) | 12 239 |
| Materieel en overig personeel | 6 773 |
| Totaal | 19 012 |
In verband met de Beleidskernvorming, zijn de bestaande ambtelijke budgetten van de directies Landbouw, Visserij en Industrie&Handel overgeheveld naar de nieuwe directie Agroketens en Visserij.
Ontvangsten
| Bedragen x € 1 000 | |
|---|---|
| Raming 2010 | |
| Ontvangsten Visserij (o a FIOV) | 4 993 |
| FES-ontvangsten | 22 645 |
| Overige ontvangsten | 2 546 |
| Totaal ontvangsten | 30 184 |
Budgettair belang buiten LNV begroting
Fiscale maatregelen
| Bedragen x € 1 mln. | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | |
| Landbouwvrijstelling | 274 | 281 | 285 | 283 | 275 | 271 | 268 |
| Verlaagd tarief glastuinbouw | 169 | 174 | 174 | 178 | 182 | 186 | 190 |
| Verlaagd tarief sierteelt | 194 | 185 | 185 | 189 | 191 | 193 | 195 |
| Landbouwregeling | 32 | 32 | 32 | 33 | 33 | 33 | 34 |
| Rode diesel | 120 | 128 | 131 | 133 | 136 | 139 | 142 |
EU-maatregelen
| Bedragen x € 1 mln. | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | |
| 1 GLB/Markt en prijsbeleid | 1 020 | 1 000 | 1 000 | 1 000 | 900 | 900 | 2 |
| 2 GLB/PlattelandsbeleidPOP-As 1 | 3,6 | 10,0 | 10,2 | 9,1 | 8,8 | 8,4 | 1 |
| 3 Europees Visserij Beleid (EVF) | 6,6 | 6,7 | 6,9 | 7,1 | 7,2 | 7,3 | 1 |
| Totaal | |||||||
1 De programma’s voor GLB/Plattelandsbeleid en voor het Europees Visserij Beleid lopen tot 2014.
2 Vanaf 2014 zijn de nieuwe Financiële perspectieven van kracht binnen het GLB markt- en prijsbeleid, deze zijn bij begroting 2010 nog niet bekend.
21.11 Verbeteren van ondernemerschap en ondernemersklimaat
Motivering
LNV wil het concurrentievermogen van het agro-complex versterken. Het beleid richt zich op het stimuleren van goed ondernemerschap bij de Nederlandse agrariërs en het creëren van een goed ondernemersklimaat voor de agri-business. Bij het stimuleren van ondernemerschap gaat het om het bieden van ondersteuning bij het maken van keuzes, zoals voorlichting over de randvoorwaarden in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, openstelling van de module beroepsopleiding en voorlichting van de Regeling LNV-subsidies en projectsteun. Bij het creëren van een goed ondernemersklimaat gaat het onder meer om vermindering van de administratieve lastendruk. LNV richt zich verder op het faciliteren van ondernemers bij duurzame investeringen, internationale handel en het bieden van een gunstig perspectief voor jonge agrariërs bij de overname van een bedrijf.
| Bedragen x € 1 000 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | |
| 21.11 Verbeteren van ondernemerschap en ondernemersklimaat | 53 872 | 13 284 | 9 862 | 8 772 | 8 978 | 9 037 | 9 037 |
| – Jonge agrariërs | 2 666 | 5 668 | 4 000 | 3 000 | 3 000 | 3 000 | 3 000 |
| – Ondernemerschap | 1 439 | 2 895 | 2 540 | 2 450 | 2 656 | 2 715 | 2 715 |
| – Bilaterale Economische Samenwerking | 1905 | 4 721 | 3 322 | 3 322 | 3 322 | 3 322 | 3 322 |
| – Interne Begrotingsreserve | 47 862 | ||||||
Instrumenten
Jonge agrariërs
De investeringsregeling Jonge Agrariërs biedt financiële ondersteuning voor jonge agrariërs met beperkte solvabiliteit die na de bedrijfsovername willen investeren.
| Bedragen x € 1 000 | |||
|---|---|---|---|
| Activiteit | Uitgaven 2010 | Uitgaven 2011 | Uitgaven 2012 |
| Investeringsregeling jonge agrariërs | 7 000 | 6 000 | 6 000 |
Ondernemerschap
• De Regeling Beroepsopleiding en voorlichting geeft financiële ondersteuning aan agrariërs die advies inroepen ten aanzien van bedrijfsadvies over de randvoorwaarden van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).
• Via de Regeling Bedrijfsadviesdiensten worden agrariërs geholpen te voldoen aan de «cross compliance» voorwaarden voor inkomenssteun die in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid gesteld worden.
Het Rijk verleent steun aan agrariërs door middel van het verstrekken van een staatsgarantie. Hierdoor wordt financiering van investeringen mogelijk gemaakt die in de markt vanwege een tekort aan zekerheden moeilijk tot stand komt. Met ingang van 2008 is ingezet op verdere versterking van deze borgstellingsfaciliteit (€ 2 mln. per jaar) ten behoeve van de ontwikkeling van een innovatieve en duurzame primaire land- en tuinbouw. In 2010 wordt naar schatting voor € 100 mln. aan garanties verstrekt, waarmee (bij een gemiddeld garantiebedrag van € 650 000) zo’n 150 agrariërs gebruik kunnen maken van de garantstelling.
| Bedragen x € 1 000 | |||
|---|---|---|---|
| Activiteit | Uitgaven 2010 | Uitgaven 2011 | Uitgaven 2012 |
| Beroepsopleiding/voorlichting GLB | 90 | 0 | 0 |
| Bedrijfsadviesdiensten randvoorw. GLB | 350 | 350 | 350 |
| Bijdrage aan borgstellingsfaciliteit | 2 000 | 2 000 | 2 000 |
| Projecten emancipatie/diversiteit | 50 | 50 | 50 |
| Overige projecten ondernemerschap | 50 | 50 | 256 |
Bilaterale Economische Samenwerking
Het themagerichte en vraaggeoriënteerde BES-programma dient ter versterking van een duurzame internationale concurrentiepositie van het Nederlandse agro-bedrijfsleven en dan met name de kleine en middelgrote bedrijven (MKB). Speerpunt voor de komende jaren is het internationaal promoten en faciliteren van mogelijkheden van Nederlandse bedrijven om in te spelen op de groeiende vraag naar kwalitatief hoogwaardige en duurzame producten. Het programma richt zich op het bestendigen van de handel en samenwerking met trouwe partners (waaronder Duitsland) en ondersteunt tevens ondernemerschap gericht op het veroveren van nieuwe markten, in het bijzonder in India en (Noord-)Afrika. Dit programma is opgebouwd uit onderstaande activiteiten:
• Vakbeurzen: LNV presenteert Nederland en het Nederlands agrocomplex (MKB) op verschillende (biologische) vakbeurzen w.o. Grüne Woche, Hortifair, Biofach, Organics.
• CPLA: Collectieve Promotie Landbouw Activiteiten. Dit programma legt het primaat voor het opstellen en indienen van activiteiten en het – bij gunning – uitvoeren van activiteiten bij (organisaties van) het bedrijfsleven. De activiteiten hebben tot doel deelnemende Nederlandse bedrijven tijdens een collectieve activiteit in contact te brengen met (nieuwe) zakelijke partners op buitenlandse markten waar het Nederlandse marktaandeel nog is ondervertegenwoordigd.
• Marktanalyses: de exportmogelijkheden voor het Nederlandse bedrijfsleven op buitenlandse markten wordt onderzocht.
• Terugdringen handelsbelemmeringen: LNV organiseert voor die bedrijven die zelf geen toegang kunnen krijgen tot buitenlandse markten, handelsmissies/seminars/netwerkbijeenkomsten.
• Communicatie met en voorlichting aan het agro-bedrijfsleven: Het verkennen van de omgeving om actuele (inter)nationale politieke en maatschappelijke trends en ontwikkelingen te signaleren die relevant (kunnen) zijn voor alle partijen.
Interne begrotingsreserve
De garantstellingen die voorheen door de Stichting Borgstellingsfonds voor de landbouw werden afgegeven, worden nu door het ministerie van LNV afgegeven met als borg de interne begrotingsreserve. De interne begrotingsreserve is bedoeld om garantstellingen aan banken te kunnen verlenen waarmee innovatieve en duurzame investeringen in de landbouw worden gefaciliteerd.
21.12 Bevorderen van maatschappelijk geaccepteerde productievoorwaarden en dierenwelzijn
Motivering
Impuls dierenwelzijn
Met de Nota dierenwelzijn wordt een impuls gegeven aan het verbeteren van dierenwelzijn. Samen met betrokken sectoren, maatschappelijke organisaties en ketenpartijen wordt tot 2023 invulling gegeven aan diverse acties die er op zijn gericht om onder andere fokkerijproblemen terug te dringen, huisvesting te verbeteren, fysieke ingrepen terug te dringen, transportcondities te verbeteren en de zorgvuldigheid rond het doden van dieren te borgen. De nota heeft betrekking op landbouwhuisdieren, vissen, gezelschapsdieren, paarden, dieren in dierentuinen en circussen, dieren in de natuur en proefdieren, maar gaat ook in op de rol van de burger en consument. De betreffende indicator (% naleving bestaande welzijnsnormen) is opgenomen in de Beleidsagenda, doelstelling 25.
Realiseren van bouw duurzame stallen
Kabinetsdoelstelling is dat eind 2011 5% van de veehouderijstallen integraal duurzaam zijn, met een duidelijk perspectief op grootschalige toepassing in de jaren daarna. Het tussendoel voor 2010 is 2,8%. Het gaat om stallen die naast een sterke verbetering van dierenwelzijn ten opzichte van de wettelijke welzijnsnormen, tenminste voldoen aan andere maatschappelijke randvoorwaarden en wettelijke eisen voor milieu, diergezondheid en arbeidsomstandigheden en economisch haalbaar zijn. De betreffende indicator (% integraal duurzame stallen) is opgenomen in de Beleidsagenda, doelstelling 25.
Verlagen milieulast stikstof en fosfaat
LNV wil de verliezen van stikstof en fosfaat uit de landbouw naar het milieu verder terugdringen om daarmee de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater te verbeteren. Dit moet leiden tot het bereiken van de doelen van de Nitraatrichtlijn. LNV streeft ernaar om de nationale bodemoverschotten op landbouwgrond voor fosfaat en stikstof (zijnde het totaal verlies aan mineralen op landbouwgrond) te verlagen naar het niveau van evenwichtsbemesting voor fosfaat in 2015 en voor stikstof in 2013.
In het vierde Actieprogramma Nitraatrichtlijn (looptijd 2010–2013) streeft LNV naar een verdere afname van, en hogere doelmatigheid bij het gebruik van stikstof en fosfaat op landbouwgronden in Nederland. Dit wordt bereikt door een combinatie van het verlagen van de normen voor het gebruik van stikstof en fosfaat, en het aanpassen van gebruiksvoorschriften voor de aanwending van mest.
In het vierde Actieprogramma is verder aangegeven dat het gedurende de periode 2010–2013 nodig is dat de agrarische sector fors inzet op ontwikkeling en grootschalige verspreiding van innovaties met betrekking tot o.a. mest- en bedrijfsmanagement, mestbe- en verwerking en mestgebruik. Deze innovaties moeten het mogelijk maken dat in 2014 en verder de verlagingen van de gebruiksnormen die dan nodig zijn om de doelen van de Nitraatrichtlijn te halen met zo min mogelijk problemen ook daadwerkelijk door het bedrijfsleven gerealiseerd kunnen worden, zonder dat opbrengsten daar ernstig onder leiden. LNV zal dat proces van innovatie en kennisverspreiding (over mogelijke innovaties) faciliteren. De betreffende indicator is opgenomen in de Beleidsagenda, doelstelling 22.
Reductie milieubelasting door gewasbeschermingsmiddelen
LNV stimuleert de reductie van de milieubelasting van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen samen met andere overheden en het bedrijfsleven in convenantsverband. Met behulp van een afsprakenkader worden maatregelen getroffen om een reductie van de milieubelasting in 2010 van 95% ten opzichte van 1998 te bewerkstelligen. Hiertoe worden maatregelen genomen op het gebied van:
• Het bevorderen van innovatie en het verbeteren van het management op teeltbedrijven door met name kennisontwikkeling en -verspreiding op het gebied van geïntegreerde gewasbescherming.
• Het bevorderen van een effectief en duurzaam middelenpakket.
• Het realiseren van een adequate handhaving met behulp van een 4-jarig interdepartementaal handhavingsprogramma.
De betreffende indicator (afname milieubelastingspunten gewasbescherming) is opgenomen in de Beleidsagenda, doelstelling 22.
Duurzame innoverende en vervoersefficiënte agrologistiek
Via het Platform Agrologistiek stimuleert LNV een duurzame, innoverende en vervoersefficiënte agrologistiek met als doel het verbeteren van de kwaliteit van product en milieu. LNV werkt samen met andere overheden en bedrijfsleven aan de uitvoering van het Actieplan Agrologistiek. Met de ingezette lijn zijn naar schatting 14 miljoen wegkilometers te besparen tot en met 2010. Dit staat gelijk aan een reductie van 12000 ton CO2-uitstoot.
| Bedragen x € 1 000 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | |
| 21.12 Bevorderen van maatschappelijk geaccepteerde productievoorwaarden en dierenwelzijn | 11 483 | 33 313 | 32 847 | 23 175 | 19 169 | 19 169 | 16 869 |
| – Verbetering dierenwelzijn | 4 981 | 17 228 | 18 955 | 8 791 | 8 728 | 8 928 | 8 928 |
| – Mestbeleid | 1 381 | 3 847 | 6 303 | 9 453 | 6 050 | 5 350 | 3 050 |
| – Fytosanitair beleid | 2 785 | 4 682 | 4 153 | 1 240 | 1 240 | 1 240 | 1 240 |
| – Gewasbeschermingsbeleid | 1 600 | 3 012 | 2 436 | 2 691 | 2 751 | 3 251 | 3 251 |
| – Agrologistiek | 736 | 4 544 | 1 000 | 1 000 | 400 | 400 | 400 |
Meetbare gegevens bij de operationele doelstelling
| Indicator | Referentiewaarde | Peildatum | Raming 2010 | Streefwaarde | Planning | Bron |
| Outcome | ||||||
| Kilometerreductie | 250 000 | 2006 | (*) | 14 000 000 | 2011 | BCI (Buck Consultants International) |
Met het Actieplan Opschaling Agrologistiek (2008 – 2010) wordt massa gemaakt en een systeemsprong gestimuleerd waardoor in 2011 in potentie 14 miljoen wegkilometers kunnen worden bespaard.
(*) Geen raming 2010. De snelheid van realisatie wordt aan de sector zelf overgelaten. Jaarlijks wordt er een voortgangsrapportage aan de Kamer gestuurd
Instrumenten
Verbetering dierenwelzijn
• Het waarborgen van dierenwelzijn van landbouwhuisdieren vindt onder meer plaats door het ontwikkelen en formuleren van normen in de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren (GWWD) en de daarop gebaseerde regelgeving en het handhaven van deze regelgeving. Via de GWWD worden ook de Europese verordeningen en richtlijnen, waaronder de transportverordening, geïmplementeerd. Uitgangspunt is dat met het wetsvoorstel voor de GWWD en de nadere regelgeving ter uitvoering hiervan niet wordt afgedaan aan het beschermingsniveau dat de huidige regelgeving biedt. Het streven is om in Europees verband de wettelijke eisen voor dierenwelzijn aan te scherpen. Om te komen tot objectieve kennis voor de normering, of het zoeken naar oplossingen in de praktijk, wordt veel onderzoek verricht.
• Communicatie met en voorlichting aan de houders van gezelschapsdieren is voor LNV een speerpunt. Het Landelijk Informatie Centrum Gezelschapsdieren (LICG) speelt een sleutelrol bij de ontwikkeling van objectieve informatievoorziening over de aankoop en verzorging van gezelschapsdieren. LNV zet er op in dat de sector zelf certificatie toepast om de fokkerij en handel verder te professionaliseren en transparant te maken.
• LNV geeft financiële ondersteuning aan onder andere de Landelijke Inspectiedienst voor Dieren (LID) en de Stichting Zeldzame Huisdierrassen (SZH). Ook wordt de opvang van in beslaggenomen dieren o.a. verwaarloosde landbouwhuisdieren, bekostigd via de regeling In Beslaggenomen Goederen (IBG).
• LNV ondersteunt het onderzoek naar en innovaties in integraal duurzame en diervriendelijke stallen. In 2010 worden nieuwe voorbeeldontwerpen van duurzame stallen gepresenteerd voor de vleeskuiken-, de varkens- en de legpluimveehouderij, die produceert voor de eiproductenindustrie. Prototypen van nieuwe integraal duurzame stallen kunnen via de bestaande innovatieregelingen financieel worden ondersteund. Verder zal via het uitschrijven van een SBIR-tender (Small Business Innovation Research program) een nieuwe impuls worden gegeven aan de ontwikkeling van nieuwe en betere integraal duurzame stallen. LNV ondersteunt door middel van een driejarig meetprogramma naar de milieuemissies uit nieuw ontwikkelde integraal duurzame stallen. Hiermee wordt de vergunningverlening en de toepassing van deze nieuwe stallen gefaciliteerd.
• Via de investeringsregeling integraal duurzame stallen kunnen voorloperbedrijven in de veehouderij subsidie krijgen voor de nieuwbouw van of aanpassing tot integraal duurzame stallen. Voor de uitrol van duurzame stallen die aan bovenwettelijke ammoniak-, dierenwelzijn-, diergezondheiden energie eisen voldoen kan een beroep worden gedaan op fiscale instrumenten (MIA, Vamil) op basis van de Maatlat duurzame veehouderij.
• Voor de implementatie van het markt- en consumentenspoor van de nota Dierenwelzijn en het convenant Marktontwikkeling verduurzaming dierlijke producten ondersteunt LNV haalbaarheidsstudies en onderzoek naar nieuwe vleesproducten met een onderscheidende welzijnsclaim. Het initiatief hiervoor ligt bij ketenpartijen, maatschappelijke organisaties en de veehouderijsectoren.
• Op het gebied van functionele agrobiodiversiteit (FAB) zet LNV in op kennisontwikkeling (beleidsondersteunend onderzoek), kennistoetsing in de praktijk (landelijke pilot in de Hoeksche Waard) en kennisverspreiding (Spade). Hierbij wordt nauw samengewerkt met het ministerie van VROM en LTO. Om FAB in de praktijk uit te rollen wordt onderzocht of de financiering van akkerranden via het vernieuwde GLB mogelijk is.
LNV wil de mogelijkheid benutten om met artikel 68 extra steun te verlenen aan de ontwikkeling van dier- en milieuvriendelijke productiemethoden. Daarbij gaat het om twee onderdelen:
• De totstandkoming van integraal diervriendelijke en duurzame stallen stimuleren. Dit draagt bij aan de kabinetsdoelstelling om in 2011 5% van zulke stallen te hebben gerealiseerd. De vergoeding is bedoeld om bij te dragen aan de investering van de veehouder.
• Uitvoeren van maatregelenpakketten ter verbetering van dierenwelzijn in de bedrijfsvoering. De veehouder wordt gecompenseerd voor kosten/inspanningen voor het nemen van bovenwettelijke maatregelen.
Naar verwachting zal LNV in totaliteit voor deze onderdelen circa € 10 à € 15 mln. per jaar beschikbaar stellen via artikel 68. Verreweg het grootste deel van deze gelden zal worden uitgegeven voor de totstandkoming van integraal diervriendelijke en duurzame stallen.
| Bedragen x € 1 000 | |||
|---|---|---|---|
| Activiteit | Uitgaven 2010 | Uitgaven 2011 | Uitgaven 2012 |
| Bijdrage Landelijke Inspectiedienst voor Dieren | 300 | 300 | 300 |
| Bijdrage Stichting Zeldzame Huisdierrassen | 200 | 200 | 200 |
| In Beslaggenomen Goederen | 1 708 | 1 708 | 1 708 |
| Projecten gezelschapsdieren (o.a. Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren) | 1 960 | 1 960 | 1 960 |
| Projecten landbouwhuisdieren | 3 189 | 3 225 | 2 475 |
| Bijdrage medebewindstaken PVE | 60 | 60 | 60 |
| Investeringsregeling duurzame stallen | 11 325 | 1 275 | 1 825 |
| Projecten agrobiodiversiteit | 213 | 63 | 200 |
Mestbeleid
• Ter uitvoering van het vierde actieprogramma Nitraatrichtlijn en ter voorbereiding op en onderbouwing van het mestbeleid na 2013 wordt de doorwerking van het beleid gemonitord en worden verschillende onderzoeken uitgevoerd.
• Door middel van een monitoringsnetwerk worden de resultaten van het mestbeleid die bereikt worden in de agrarische praktijk en in het milieu gemeten. De resultaten van de monitoring zijn in het verleden input geweest voor het Vierde Actieprogramma Nitraatrichtlijn en een nieuwe derogatieaanvraag en zullen in de toekomst gebruikt worden voor de verantwoording over het uitgevoerde mestbeleid en het onderbouwen van toekomstig mestbeleid in het vijfde actieprogramma Nitraatrichtlijn (looptijd vanaf 2014).
• Onderzoeksprojecten richten zich onder andere op mogelijkheden om het mestbeleid (en ook het agrarisch ammoniak en fijn stofbeleid) te optimaliseren en op het ontwikkelen van innovaties (post «onderzoek en monitoring Nitraatrichtlijn»).
| Bedragen x € 1 000 | |||
|---|---|---|---|
| Activiteit | Uitgaven 2010 | Uitgaven 2011 | Uitgaven 2012 |
| Projecten kennisverspreiding mest | 350 | 450 | 450 |
| Implementatie 4e actieprogramma Nitraat | 3 000 | 6 000 | 4 000 |
| Onderzoek en monitoring derogatie | 2 953 | 3 003 | 1 600 |
Fytosanitair beleid
• LNV ziet toe op naleving van de Plantenziektenwet, Zaaizaad- en Plantgoedwet en de Landbouwkwaliteitswet, bewaakt en beheerst de fytosanitaire status van Nederland en maakt bilaterale afspraken met landen die niet tot de EU behoren. Het beleid voor de sector teeltmateriaal is gericht op kwalitatief hoogwaardig teeltmateriaal voor de boer en de bevordering van handel en afzet. Een goed kwekersrechtstelsel is hierbij noodzakelijk voor het behoud van de leidende positie van Nederlandse veredelingsbedrijven op de wereldmarkt.
• LNV werkt aan een visie voor het fytosanitaire beleidsterrein, deze zal naar verwachting in 2010 gereed komen. Deze visie gaat richting geven aan de koers en inzet van LNV op nationaal en internationaal fytosanitaire terrein (EU, mondiaal). In 2009 is de Europese Commissie gestart met een evaluatie van het Europese fytosanitaire stelsel. Deze zal in 2010 worden uitgevoerd en in de jaren daarna leiden tot nieuwe wetgevingsvoorstellen. Voor deze evaluatie van het Europese fytosanitaire stelsel , waarbij de fytosanitaire regelgeving in de EU grondig tegen het licht gehouden gaat worden, is het belangrijk dat eventuele veranderingen in de EU-wetgeving aansluiten bij de Nederlandse situatie. Ook mondiaal en nationaal is het fytosanitaire beleidsterrein in beweging. Om op het geëigende moment input te kunnen leveren in de internationale gremia is het van belang dat komend jaar een nationale (her)bezinning op de doelstellingen van het fytosanitaire beleid en de daarbij gewenste inzet van de overheid plaatsvindt.
• LNV zet zich door het financieren van kennis- en onderzoeksprojecten die gericht zijn op de mogelijkheden tot preventief handelen, vereenvoudiging van regelgeving en het terugdringen van de controlelast. LNV zet zich hiermee ervoor in dat de internationale fytosanitaire regelgeving uitvoerbaar is voor het bedrijfsleven en aansluit bij de economische belangen van Nederland.
| Bedragen x € 1 000 | |||
|---|---|---|---|
| Activiteit | Uitgaven 2010 | Uitgaven 2011 | Uitgaven 2012 |
| FES-programma fytosanitaironderzoek/kennis | 2 913 | 0 | 0 |
| Projecten fytosanitair beleid | 1 240 | 1 240 | 1 240 |
Gewasbeschermingsbeleid
• LNV werkt, sinds enkele jaren, samen met het ministerie van VROM, de Vereniging van Waterbedrijven in Nederland (VEWIN), de Unie van Waterschappen en een aantal sectorpartijen in convenantsverband aan de realisatie van de milieudoelstellingen van de nota Duurzame gewasbescherming. De tussenevaluatie van de nota (2006) heeft positieve resultaten opgeleverd. Begin 2011 zal naar verwachting worden gerapporteerd over de eindevaluatie van de nota.
• In 2009/2010 zal worden gewerkt aan de implementatie van de verordening gewasbeschermingsmiddelen en de richtlijn duurzaam gebruik van pesticiden.
• LNV stimuleert de toepassing van en kennis over geïntegreerde gewasbescherming onder meer door bijscholingsbijeenkomsten (voor vakbekwaamheidsbewijzen) en kennisverspreiding over goede praktijken om het gedrag van telers positief te beïnvloeden (Telen met Toekomst).
• LNV geeft door een bijdrage in het Fonds Kleine Toepassingen (€ 0,3 mln. per jaar) een stimulans aan de toelating van gewasbeschermingsmiddelen voor kleine toepassingen om een effectief middelenpakket in stand te houden. Daarnaast financiert LNV, samen met de ministeries van VROM, VWS en SZW, advieswerkzaamheden van het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (CTGB) ten behoeve van (inter)nationale beleidsontwikkeling.
| Bedragen x € 1 000 | |||
|---|---|---|---|
| Activiteit | Uitgaven 2010 | Uitgaven 2011 | Uitgaven 2012 |
| Projecten innovatie/management | 1 500 | 1 500 | 1 500 |
| Projecten bevorderen duurzaam middelenpakket | 300 | 500 | 500 |
| Projecten handhaving, monitoring, verantwoording | 335 | 390 | 450 |
| LNV-bijdrage aan CTGB | 261 | 261 | 261 |
| Convenant coëxistentie | 40 | 40 | 40 |
Agrologistiek
LNV geeft samen met het bedrijfsleven en andere overheden in het platform Agrologistiek invulling aan het Actieplan Opschaling Agrologistiek (2008–2011); LNV heeft hierbij vooral een stimulerende en faciliterende rol. Het Actieplan (TK 28 141, nr. 8, 2008) richt zich op:
• Het breder uitdragen van kennis en effecten;
• Het betrekken van meer partijen;
• Het initiëren en stimuleren van structurele veranderingen in het agro-logistieke proces;
• Het inschakelen en uitbouwen van een internationaal netwerk.
21.13 Bevorderen van duurzame productiemethoden en bedrijfssystemen w.o. biologische landbouw
Motivering
LNV streeft naar het bevorderen en continueren van de duurzaamheid in de verschillende sectoren van de land- en tuinbouw.
Impuls aanbod biologische producten
Door de biologische landbouw te stimuleren draagt LNV bij aan het bieden van een alternatief perspectief. In de nota biologische landbouw 2008–2011 zet LNV onder andere in op het verbinden van de biologische landbouw met voorlopers in de gangbare landbouw. Daarnaast zet LNV ook in op stimulering van de vraag naar biologische producten en op ontwikkeling van de sector door kennisontwikkeling en -uitwisseling. De betreffende indicatoren (jaarlijkse groei consumentenbestedingen en biologisch areaal) zijn opgenomen in de Beleidsagenda, doelstelling 25.
Verduurzaming en energieverbetering agrosector
LNV stimuleert duurzaamheid in de glastuinbouwsector. Dit betreft aspecten als milieu, klimaat, ruimtelijke inrichting en gebruik van fossiele energie.
De vernieuwing van de intensieve veehouderij wordt gefaciliteerd, zodat de sector kan voldoen aan de voorwaarden die de maatschappij wenst voor dierenwelzijn, milieu, landschap, marktgerichtheid en concurrentievermogen.
In 2008 heeft LNV een toekomstvisie op de veehouderij opgesteld. Deze toekomstvisie biedt het kader voor verduurzaming van de veehouderij binnen 15 jaar. In samenwerking met ketenpartijen en maatschappelijke organisaties is die visie uitgewerkt in een concreet afsprakenkader.
De ontwikkeling van de melkveehouderij naar een economische vitale en minder milieubelastende sector wordt gestimuleerd evenals het concurrentievermogen en de duurzaamheid van de akkerbouwsector.
LNV bevordert en faciliteert sector- en sectoroverschrijdende initiatieven voor samenwerking tussen ketens en in regio’s. Hiermee wordt ingezet op een breed gedragen innovatieagenda en -programma.
Meetbare gegevens bij de operationele doelstelling
In de Beleidsagenda staan onder doelstelling 22 de indicatoren opgenomen: Jaarlijkse groei consumentenbestedingen-biologische landbouw in (€ en in %) en de jaarlijkse 5% groei in biologisch areaal.
| Bedragen x € 1000 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | |
| 21.13 Bevorderen van duurzame productiemethoden en bedrijfssystemen w.o. biologische landbouw | 75 393 | 82 726 | 106 142 | 72 573 | 56 423 | 46 933 | 39 343 |
| – Glastuinbouw | 18 097 | 44 456 | 51 963 | 37 924 | 31 188 | 25 960 | 24 038 |
| – Energie-efficiency VGI (MJA) | 1 572 | 1967 | 1 687 | 1 687 | 1 687 | 1 687 | 1 687 |
| – Biobased Economy | 420 | 5 069 | 6 077 | 4 980 | 3 310 | ||
| – Biologische landbouw | 3 139 | 4 205 | 4 086 | 2 568 | 2 518 | 2 418 | 2 450 |
| – Intensieve veehouderij | 1 825 | 15 474 | 21 859 | 9 777 | 3 573 | 3 880 | 3 940 |
| – Melkveehouderij | 3 648 | 4 426 | 4 690 | 2 946 | 2 680 | 2 685 | 2 715 |
| – Akkerbouw | 2 227 | 1 228 | 1 478 | 1 328 | 1 178 | 1 128 | 1 338 |
| – Innovatie en Samenwerking duurzame landbouw | 5 526 | 119 | 2 794 | 555 | 517 | 667 | 667 |
| – Multifunctionele landbouw | 286 | 2 124 | 2 800 | 2 800 | 2 000 | 2 000 | 2 000 |
| – ICT-beleidsprogramma’s | 854 | 1 775 | 2 600 | 1900 | 1 400 | ||
| – Interne begrotingsreserve | 32 003 | ||||||
| – VAMIL | 6 000 | 6 000 | 6 000 | 6 000 | |||
| – Overige sectoren | 5 796 | 1 883 | 108 | 108 | 372 | 508 | 508 |
Instrumenten
LNV stimuleert de innovatie en de duurzaamheid van de landbouwsectoren door de innovatieve initiatieven van bedrijven, consortia of maatschappelijke organisaties te subsidiëren, door kennisverspreiding te stimuleren en door het in beeld brengen van verandering en verduurzaming in de landbouw. Verder is het organiseren van ontmoeting en debat een belangrijk onderdeel van het beleid.
Glastuinbouw
• Het energietransitiebeleid van LNV heeft als ambitie dat vanaf 2020 in nieuw te bouwen kassen klimaatneutraal geteeld kan worden. Met het programma Kas als Energiebron wordt daar uitvoering aan gegeven. De glastuinbouwdoelen uit het convenant «Schone en Zuinige Agrosectoren» zijn hierin geïntegreerd, evenals de acties uit de innovatieagenda Energie. Het Programma Kas als Energiebron is daarmee het beleids- en uitvoeringsprogramma voor aanzienlijke reductie van de CO2-emissie en sterk verminderde afhankelijkheid van fossiele energie voor de glastuinbouw in 2020. Om de doelen en ambities te bereiken wordt een breed instrumentarium ingezet: het energie-onderzoeksprogramma waaronder bijvoorbeeld het versnellingsprogramma implementatie semi-gesloten kassen, ondersteuning van demonstratieprojecten, voorlichting, de ontwerpwedstrijd Energieproducerende kas en het Innovatie- en Democentrum, ondernemerplatforms, communicatie onder andere via de sites www.energiek2020.nu en www.kasalsenergiebron.nl en het wegnemen van belemmeringen in wet- en regelgeving.
• Daarnaast worden stimuleringsregelingen ingezet. Om een versnelde transitie naar minder gebruik van fossiele brandstoffen en efficiënt energiegebruik binnen de glastuinbouw te stimuleren worden investeringen in innovatieve energieconcepten financieel ondersteund met de regelingen Investeringsregeling Energiebesparing (IRE) en Marktintroductie Energie-innovatie (MEI). Het geologisch risico op misboren bij aardwarmteprojecten wordt afgedekt met de aardwarmtegarantieregeling.
• De inrichting van duurzame glastuinbouwgebieden buiten de Greenports wordt ondersteund via de Stimuleringsregeling Inrichting Duurzame Glastuinbouwgebieden (Stidug). Aan alle tien gebieden zijn middelen toegezegd. Van deze 10 worden 3 Stidugprojecten via het ILG gefinancierd (zie beleidsartikel 22).
• Het milieubeleid van LNV richt zich onder meer op het bij elkaar te brengen van partijen om de milieuproblematiek aan te pakken. Binnen het convenant Glastuinbouw en Milieu (Glami) wordt voor de glastuinbouw gewerkt aan gewasbescherming en mineralen. Met de bloembollen en paddenstoelensector zijn meerjarenafspraken-energie afgesloten. Deze beide meerjarenafspraken zijn opgenomen in het convenant «Schone en Zuinige Agrosectoren».
• LNV stimuleert onder de glastuinbouw-, bloembollen- en paddestoelenondernemers de kennisverspreiding over energiebesparende maatregelen en duurzaam energieverbruik.
| Bedragen x € 1 000 | |||
|---|---|---|---|
| Activiteit | Uitgaven 2010 | Uitgaven 2011 | Uitgaven 2012 |
| Stidug-projecten (uitfinanciering) | 4 158 | 640 | 640 |
| Projecten in kader Glami-convenant | 354 | 354 | 354 |
| Demonstratieprojecten energie | 904 | 1 046 | 1 051 |
| Energietransitieprojecten | 3 207 | 2 054 | 3 513 |
| Innovatie energiebesparende maatregelen | 4 286 | 7 500 | 5 500 |
| Investeringsregeling Energiebesparing | 5 004 | 0 | 0 |
| Marktintroductie Energie-innovatie | 27 900 | 21 060 | 14 460 |
| Samenwerking bij innovatieglastuinbouw/paddestoelen | 750 | ||
| Champ to Champ | 500 | ||
| FES-innovatieagenda Energie incl EU-cofinanciering | 4 100 | 4 600 | 5 500 |
Energie efficiency VGI (MJA)
• De Voedsel- en Genotsmiddelensector neemt deel aan het Convenant Meerjarenafspraken energie (MJA 3). LNV ondersteunt de sector bij het opstellen, uitvoeren en monitoren van energiebesparingplannen op zowel bedrijfs- als brancheniveau. Het doel is een energie-efficiencyverbetering van 30% te bereiken in 2020 (t.o.v. 1990).
Biobased Economy
• LNV bereidt een Interdepartementaal programma Bio-based Economy voor.
• LNV is trekker van het Programma Groene Grondstoffen in de Innovatieagende Energie. Binnen dit programma worden in de periode tot en met 2012 verschillende deelprogramma’s uitgevoerd (Bioraffinage, Plantenverdeling, Level Playing Field, Verbinding agro-chemie-logistiek, Biomassa uit natuur, landschap en houtketen, Import duurzame biomassa, Aquatische biomassa, Small Business Innovation Research SBIR).
• In 2010 worden voor de onderwerpen aquatische biomassa en plantenverdeling onderzoeksvisies opgesteld. Ook worden er drie tenders gepubliceerd: bioraffinage (uitvoering LNV), duurzame biomassa-import (uitvoering EZ) en aquatische biomassa (uitvoering EZ).
• De inzet van LNV en de agro-sectoren voor een biobased economy is verder geconcretiseerd in het convenant Schone en Zuinige Agrosectoren. De afspraken uit dit convenant worden jaarlijks in werkprogramma’s uitgewerkt.
Biologische landbouw
• LNV zet voor 2010 in op de verdere uitvoering van de in 2008 getekende Convenanten met marktpartijen en maatschappelijke organisaties. In samenwerking met convenantpartijen worden de instrumenten mediacampagne, ketenmanagement, meerjarige opschalingsplannen en handelsfacilitatie ter bevordering van de marktontwikkeling biologische landbouw ingezet. Ten behoeve van de verzelfstandiging van de vraagstimulering is de financiële bijdrage van het bedrijfsleven toegenomen ten opzichte van de bijdrage van de overheid.
• Om de vraag naar biologische producten beter in balans te laten komen met het aanbod is samen met marktpartijen een totaalaanpak geformuleerd, met als doel het vergroten van de groep potentiële omschakelaars. In deze totaalaanpak wordt onder meer gebruik gemaakt van de regelingen beroepsopleiding en voorlichting en demonstratieprojecten biologische landbouw. De precieze inzet van instrumenten is afhankelijk van de nog lopende herijking van de bestaande instrumenten.
• De uitwisseling van kennis en innovatie tussen biologische en gangbare landbouw wordt bevorderd, onder andere via de bedrijfsnetwerken.
• Aan biologische bedrijven wordt financiële ondersteuning geboden voor de certificeringkosten via de Stimuleringsregeling Voortzetting Biologische Productie (SVBP). Daarnaast wordt in het kader van de totaalaanpak ingezet op communicatie om de groep potentiële omschakelaars te vergroten.
• LNV verstrekt verder subsidie aan regionale projecten en aan organisaties zoals Biologica die bijdragen aan de verdere ontwikkeling van de biologische landbouw en aan de verbinding van de biologische landbouw met de gangbare landbouw en de samenleving.
| Bedragen x € 1 000 | |||
|---|---|---|---|
| Activiteit | Uitgaven 2010 | Uitgaven 2011 | Uitgaven 2012 |
| Stimuleringsregeling Voortzetting Biologische Productie (SVBP)* | 1 055 | 691 | 200 |
| Beroepsopleiding/voorlichting biologisch | 310 | 160 | 350 |
| Projecten convenant Biologisch | 710 | 470 | 865 |
| Projecten mediacampagne | 900 | 575 | 200 |
| Demonstratieprojecten biologische landbouw* | 321 | 458 | 468 |
| Ondersteuning biologische sector | 400 | 255 | 210 |
| Innovatieregeling biologische landbouw* | 675 | 525 | 525 |
| Projecten ketenverbindingen | 195 | 50 | 0 |
| Projecten aanpak aanbodkrapte | 100 | 100 | 25 |
| Projecten ondersteuning regionale initiatieven | 250 | 200 | 100 |
* Incl. EU-cofinanciering
Duurzame veehouderij
De komende jaren is veel inzet vereist om de lange termijn uitdagingen te kunnen realiseren die benoemd staan in de toekomstvisie veehouderij. Deze zijn vorig jaar samen met sector, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties uitgewerkt in een «Uitvoeringsagenda Duurzame Veehouderij». Met de Uitvoeringsagenda worden de speerpunten en de uitdagingen voor de komende 15 jaar beschreven. Ook is aangegeven op welke wijze de ondertekenaars hiervoor de handen ineen zullen slaan. Dit moet leiden tot het versneld op gang brengen van de beweging naar een duurzame veehouderij. Onder meer door het ontplooien van nieuwe initiatieven en het concretiseren van de lange termijn uitdagingen. Dit vraagt in 2010 om forse inspanningen.
• Om de overgang naar duurzame productiemethoden binnen de intensieve veehouderij te faciliteren, verspreidt LNV kennis over innovaties, worden innovatieve investeringen gesubsidieerd en fiscaal ondersteund en wordt samenwerking via onderzoek en kennis bevorderd.
• LNV bouwt in samenwerking met VROM stimulering van investeringen in duurzame stallen in de intensieve veehouderij en in de melkveehouderij verder uit door het uitbreiden van de Maatlat Duurzame Veehouderij. De uitbreiding is onder andere gericht op extra sectoren en duurzaamheidthema’s en op het beschikbare fiscale en financiële instrumentarium (VAMIL, MIA, Regeling Groenprojecten).
• Het «Programma luchtwassers» is erop gericht om via onderzoek nieuwe milieutechnologie (bijvoorbeeld gecombineerde luchtwassystemen) te optimaliseren en om de controle op de werkzaamheid en de handhaafbaarheid te verbeteren. Daarnaast is de investeringsregeling voor gecombineerde luchtwassystemen gericht op een versnelde inzet van deze nieuwe milieutechnologie in de praktijk.
• LNV richt zich op de verbetering van de functionele en fysieke inrichting van landbouwbedrijven en de verduurzaming van de landbouwproductie.
• Gebiedsgerichte projecten voor milieuverbetering en structuurverbetering van de melkveehouderij worden gesubsidieerd. LNV bevordert innovaties door ondersteuning van praktijkgericht onderzoek, door de vorming van een innoverende omgeving te faciliteren en door de verspreiding van deze innovaties. LNV stelt hiertoe onder andere de regeling «Samenwerking bij innovaties» open en ondersteunt de Melkvee-academie. Er wordt mede rekening gehouden met de milieugevolgen van het op termijn loslaten van het melkquotum. Het herverkavelen en herinrichten van landbouwgrond ter vergroting van bedrijfsoppervlak dichtbij de stalruimte vormt een belangrijk onderdeel van de structuurverbetering (zie ook beleidsartikel 22).
| Bedragen x € 1 000 | |||
|---|---|---|---|
| Activiteit | Uitgaven 2010 | Uitgaven 2011 | Uitgaven 2012 |
| Innovatieregeling intensieve veehouderij* | 2 100 | 2 950 | 2 950 |
| Innovatieregeling melkveehouderij | 1 625 | 1 500 | 1 500 |
| Pilotprojecten intensieve veehouderij | 220 | 350 | 350 |
| Pilotprojecten herstructurering melkveehouderij | 2 322 | 825 | 500 |
| Beroepsopleiding/voorlichting veehouderij* | 985 | 415 | 185 |
| Praktijknetwerken veehouderij* | 800 | 800 | 600 |
| Demonstratieprojecten intensieve veehouderij* | 599 | 912 | 938 |
| Demonstratieprojecten melkveehouderij* | 153 | 306 | 365 |
| Investeringsregeling luchtwassers | 19 000 | 6 000 | 0 |
| FES Kennis en innvatie luchtkwaliteit | 155 | 0 | 0 |
| Beëindigings- en saneringsregeling | 665 | 465 | 465 |
* Incl. EU-cofinanciering
Akkerbouw
• In het kader van de Innovatie-Agenda Energie is een innovatie-agenda «Precisielandbouw» ontwikkeld. Precisielandbouw is van groot belang voor een kwalitatief en kwantitatief hoogwaardige productie van landbouwgewassen, gepaard gaande met verminderd gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen en een verminderde uitstoot van broeikasgassen. Voor de jaren 2009–2014 heeft LNV € 6 miljoen beschikbaar gesteld voor deze activiteit, onder de voorwaarde dat het bedrijfsleven een vergelijkbare investering doet. De projecten die binnen dit kader worden geselecteerd werken rechtstreeks aan een verbeterd rendement van de productie of een kostenreductie in de teelt, door het besparen op bemesting en/of gewasbeschermingsmiddelen per eenheid product en/of rechtgeleiding. Tevens worden projecten geselecteerd die een positief effect hebben op de broeikasgassenuitstoot. In het project wordt veel aandacht besteed aan integratie tussen en binnen de keten, standaardisatie en kennisoverdracht, om een brede verspreiding van gewenste toepassingen te creëren. De projecten die binnen dit kader worden uitgevoerd worden aangereikt vanuit de boeren en hun ketenpartijen en beoordeeld en gefiatteerd door een stuurgroep van overheid en bedrijfsleven.
• In 2010 voert LNV nog de «Set aside regeling» uit, waarmee landbouwgrond uit productie genomen wordt.
• Met de innovatieregeling wordt samenwerking via kennis en onderzoek bevorderd.
| Bedragen x € 1 000 | |||
|---|---|---|---|
| Activiteit | Uitgaven 2010 | Uitgaven 2011 | Uitgaven 2012 |
| Set aside regeling (uitfinanciering)* | 1 002 | 952 | 902 |
| Projecten Precisielandbouw | 1 500 | 1 500 | 1 500 |
| Innovatie open teelten | 790 | 690 | 590 |
* Incl. EU-cofinanciering
Innovatie en samenwerking duurzame landbouw
• Het bedrijfsleven heeft in samenwerking met LNV voor de meeste sectoren van land- en tuinbouw innovatieagenda’s opgesteld. Nadat eerder al de agenda’s voor tuinbouw, melkveehouderij en varkenshouderij waren opgesteld, is in 2008 de innovatieagenda pluimveehouderij aangeboden. Het ministerie faciliteert bij de nadere uitwerking en uitrol van het programma.
• Innovatieve projecten van het bedrijfsleven, waaronder met name ook projecten die aansluiten bij de innovatieagenda’s, worden financieel ondersteund door subsidieregelingen, zoals de regelingen «Innovatieprojecten» en «Samenwerking bij innovatieprojecten». Voor innovatievouchers kan het agrarisch bedrijfsleven vanaf 2008 gebruik maken van de openstelling via de begroting van EZ.
• Om de ontwikkeling van de multifunctionele landbouw te stimuleren wordt door de taskforce multifunctionele landbouw ingezet op marktontwikkeling (verbinden van vraag en aanbod) en ketenversterking. Door onder andere in te zetten op zowel sectorale als thematische programma’s wordt hieraan een gerichte impuls gegeven. Ook wordt binnen deze programmatische aanpak aandacht besteed aan de gebiedsgerichte invalshoek. Daarnaast wordt ingezet op de ontwikkeling en benutting van kennisnetwerken, onder andere in relatie tot de verbetering van ondernemerschap. De doelstelling van de Taskforce is gericht op een verdubbeling van de omzet van de multifunctionele landbouw gedurende de looptijd van de Taskforce.
• Door onder andere in te zetten op zowel sectorale als thematische programma’s wordt voor de diverse deelsectoren binnen de multifunctionele landbouw een gerichte impuls gegeven aan de noodzakelijke marktcreatie en ketenontwikkeling. Ook wordt binnen de programmatische aanpak aandacht besteed aan de gebiedsgerichte invalshoek. Daarnaast wordt ingezet op de ontwikkeling en benutting van kennisnetwerken onder andere in relatie tot de verbetering van ondernemerschap.
| Bedragen x € 1 000 | |||
|---|---|---|---|
| Activiteit | Uitgaven 2010 | Uitgaven 2011 | Uitgaven 2012 |
| Projecten multifunctionele landbouw | 2 800 | 2 800 | 2 000 |
| Projecten duurzame landbouw | 294 | 555 | 517 |
| UIL-NN uitschrijven en toelichting opnemen | 2 500 | 0 | 0 |
ICT beleidsprogramma
De administratieve en logistieke processen bij import en export worden verbeterd door middel van ICT-toepassingen. Dit leidt tot een betere dienstverlening, administratieve lastenverlichting en een efficiëntere en effectievere controle.
Interne begrotingsreserve
Met de interne begrotingsreserve wordt het bestaande financiële instrumentarium voor ontwikkeling en sanering in de landbouwsector (voormalig O&S fonds voor de landbouw) behouden. Hiermee wordt stabiliteit en zekerheid gecreëerd voor de uitfinanciering van omvangrijke en sterk fluctuerende transitie-uitgaven. Uit deze interne begrotingsreserve worden onder andere uitgaven gedaan voor energietransitie in de tuinbouwsector.
VAMIL (regeling willekeurige afschrijving milieu-investeringen)
Ondernemers die kunnen aantonen dat zij in 2007 of 2008 hebben geïnvesteerd in duurzame kassen of stallen en schade hebben geleden, omdat ze de verruiming in de willekeurige afschrijving milieu-investering (Vamil) niet hebben kunnen toepassen, komen – na een toets op de gegevens en de berekening – in aanmerking voor vergoeding van het geleden (rente)nadeel. In totaal is hiervoor € 24 mln. beschikbaar.
21.14 Bevorderen duurzame vangst en kweek van vis en schelpdieren
Motivering
LNV streeft binnen deze operationele doelstelling naar de volgende doelen:
Alternatieve winning mosselzaad
LNV streeft naar een concurrerende visserijketen, die de natuur ontziet en gezonde producten levert.
Om dit te bereiken zet LNV niet alleen in op een ecologisch verantwoord beheer van visbestanden, maar ook op de alternatieve winning van mosselzaad en ondersteuning van vernieuwing en verduurzaming van de visserij. Streven voor 2010 is dat 8 000 ton mosselzaad op alternatieve wijze wordt gewonnen.
Transitie Noordzeevisserij: duurzame visserijtechnieken
Uitgangspunten voor de inhoudelijke keuzes en prioriteiten in het transitieproces in de Noordzeevisserij zijn: een gunstig innovatieklimaat, versterking van ondernemerschap en meer samenwerking in de sector en met maatschappelijke organisaties. Hierbij is ook een rol voor regionale overheden weggelegd, bijvoorbeeld op het terrein van economische verbreding van visserijgebieden.
In 2007 is begonnen met een ambitieus programma om de Noordzeevisserij te vernieuwen en te verduurzamen en de biodiversiteit te beschermen. Om de verduurzaming te stimuleren wordt ingezet op een verdere verlaging van de druk op de visbestanden en het stimuleren van de invoering van minder schadelijke alternatieve vistechnieken.
LNV werkt ook mee aan de Europese meerjarige herstelplannen (schol en tong, kabeljauw en aal), die er op zijn gericht de visbestanden te beschermen.
Nederland maakt gebruik van het Europese Visserij Fonds (EVF) om deze doelen te bereiken.
| Bedragen x € 1 000 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | |
| 21.14 Bevorderen duurzame vangst en kweek van vis en schelpdieren | 57 149 | 16 329 | 11 946 | 7 014 | 7 734 | 8 341 | 1 294 |
| – Duurzame visserijmethodes (as 1 EVF) | 19 326 | 3 400 | 2 471 | ||||
| – Aquacultuur, binnenvisserij, verwerking en afzet (as 2 EVF) | 5 177 | 952 | 500 | ||||
| – Innovatieve proefprojecten (as 3 EVF) | 517 | 4 700 | 5 500 | 3 900 | 2 000 | 3 400 | |
| – Gebiedsgerichte activiteiten (as 4 EVF) | |||||||
| – Technische bijstand (as 5 EVF) | 400 | 400 | 400 | 400 | 400 | ||
| – Innovatie, Kennisontwikkeling en verspreiding | 7 613 | 2 152 | 3 075 | 2 214 | 3 982 | 3 641 | 1 294 |
| – Regeling garantstelling visserij | 500 | 500 | 500 | 400 | 400 | ||
| – Interne begrotingsreserve | 29 693 | ||||||
In de EU-bijlage van de begroting is zowel het EU-cofinancieringsdeel als het nationaal deel voor EVF in 2010 opgenomen. De begrotingsonderdelen zijn conform de vijf EVF prioriteiten (assen) benoemd.
Instrumenten
• Wet- en regelgeving (Verordeningen EU op het gebied van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid, De Visserijwet 1963).
• Controle en handhaving van (internationale) visserijregelgeving.
• Financiële ondersteuning.
Vernieuwing en verduurzaming
Duurzame visserijmethodes (as 1 EVF)
LNV stimuleert investeringen in duurzamere visserijtechnieken (bijvoorbeeld in de visserij op platvis, de pelagische sector en de mosselsector). Het gaat daarbij om technieken die leiden tot minder bodemberoering en discards verminderen, het toepassen van meer selectieve vistechnieken en het stimuleren van brandstofbesparing (zoals introductie van pulskor).
Aquacultuur, binnenvisserij, verwerking en afzet (as 2 EVF)
LNV draagt bij aan maatregelen op het terrein van aquacultuur, binnenvisserij, verwerking en afzet. Het gaat hierbij om:
• Het faciliteren van het transitieproces naar een verdere verduurzaming van de schelpdiersector op basis van het afgesloten mosselconvenant. In dit verband wordt in 2010 invulling gegeven aan het opgestelde natuurherstelprogramma voor de Waddenzee, de innovatieagenda (2009–2020) voor de mosselsector en de geformuleerde meerjaren kennis- en onderzoekagenda.
• Het bieden van ruimte voor het gebruik van alternatieve vangsttechnieken voor mosselzaad in de schelpdiercultuur (met name door de opschaling van het aantal mosselzaadinvanginstallaties in de Waddenzee, Oosterschelde en Voordelta) en innovatie (bijvoorbeeld nieuwe technieken en nieuwe vissoorten) in de viskweek op het land,
• Het ondersteunen van binnenvissers bij de te nemen maatregelen in het kader van het Nederlandse aalbeheerplan (€ 1,0 mln.).
• Het bevorderen van duurzaamheid in de verwerking en afzet van vis. Het gaat onder meer om investeringen in kwalitatief hoogwaardige producten, de ontwikkeling van innovatieve productie-, verwerkings- en afzettechnieken, het vinden van niches in de markten of een beter gebruik van weinig benutte soorten, bijproducten en afval (€ 3,4 mln.).
Innovatieve proefprojecten (as 3 EVF)
LNV ondersteunt het innovatieve vermogen in de visketen. Hierbij staat samenwerking tussen vissers, ketenpartijen, maatschappelijk organisaties en kennisinstituten centraal. LNV stimuleert hiermee:
• Het ontwikkelen, verwerven en verspreiden van nieuwe kennis en/of technologie. Bijvoorbeeld het onder realistische omstandigheden testen of verspreiden van nieuwe en kostenbesparende methoden om de selectiviteit van vistuig te verbeteren, bijvangsten te verminderen of de gevolgen voor natuur en milieu te beperken (€ 2 mln.).
• Samenwerkingsvormen. Bijvoorbeeld op het terrein van onder meer ketensamenwerking, partnerschappen tussen wetenschappers, vissers en maatschappelijke organisaties (€ 2 mln.).
• Kwaliteitscertificering van visserij- en viskweekmethoden en het bevorderen van de afzet van producten die milieuvriendelijk zijn verkregen (€ 1 mln.).
Het Visserij Innovatie Platform adviseert LNV wie of welke projecten voor ondersteuning in aanmerking komen.
Een voorbeeld van een innovatief project is het project Zeeuwse tong (meerjarig project van € 6,5 mln. tot 2013 en in 2010 begroot voor € 1,2 mln.). Dit project richt zich op de ontwikkeling van geïntegreerde aquacultuur. Onder het project Zeeuwse tong wordt een groot aantal innovatieve teelten (vis, schelpdieren, zagers, zilte gewassen) uitgetest. Aan het project nemen kennisinstituten, bedrijven en overheden deel. De verwachting is dat het project ook zal bijdragen aan de totstandkoming van een volwaardig kennisnetwerk waarin ook de verdere ontwikkeling van de Nederlandse zilte (binnendijkse) aquacultuur een plaats krijgt.
Gebiedsgerichte activiteiten (as 4 EVF)
LNV draagt bij aan gebiedsgerichte activiteiten. Hier ligt het initiatief voor het ontwikkelen van projecten bij provincies en eventueel andere overheden. De provincies stellen dan ook de nationale middelen ter beschikking. LNV beheert de middelen uit het Europees Visserij Fonds (EVF), die dan kunnen worden ingezet bij cofinanciering van deze projecten.
Technische bijstand (as 5 EVF)
Onder technische bijstand vallen maatregelen op het gebied van voorbereiding, toezicht, administratieve en technische ondersteuning die voor de uitvoering van het Europese Visserij Fonds (EVF) nodig zijn. Zo neemt LNV voorlichtingsmaatregelen die gericht zijn op de begunstigden en de partners in het EVF programma, verspreidt LNV informatie en wil het gerichte feedback geven aan indieners van projecten binnen EVF. Een groot deel van de maatregelen worden door Dienst Regelingen (DR) uitgevoerd.
Daarnaast wordt vanuit technisch bijstand ook het bestuurlijk platform visserijgemeenschap ondersteunt.
Innovatie, kennisontwikkeling en verspreiding
LNV ondersteunt projecten op de terreinen innovatie, kennisontwikkeling en verspreiding, die niet in aanmerking komen voor Europese cofinanciering. Voorbeelden hiervan zijn de kenniskringen in de Visserij (€ 1 mln), opzetten helpdesk als ondersteuning voor visstandbeheercommissies (VBC’s, € 0,3 mln.), samenwerking tussen vissers en biologen in de kottersector, ondersteuning Visserij Innovatie Platform (VIP), aanvullend onderzoek problematiek visserij Waddenzee en onderzoek naar de kunstmatige voortplanting van aal.
Regeling garantstelling visserij
Regeling garantstelling visserij. Met name jonge ondernemers in de platvisen garnalensector zijn dusdanig gefinancierd dat zij moeilijk op korte termijn fors kunnen investeren in energiebesparende technieken. De banken zijn bereid – conform de plannen voor de tuinbouwondernemers – op basis van een businessplan een lening te verstrekken. Voorwaarde is dat de overheid garant staat voor deze leningen.
Interne begrotingsreserve
Met een interne begrotingsreserve wordt het bestaande financiële instrumentarium voor ontwikkeling en sanering in de visserij (voormalig O&S fonds voor de visserij) behouden. Hiermee wordt stabiliteit en zekerheid gecreëerd voor de uitfinanciering van omvangrijke en sterk fluctuerende transitie-uitgaven. De interne begrotingsreserve, gekoppeld aan het beleidsartikel 21.14 (€ 29,7 mln.), is bestemd voor de meerjarige bestedingen van budgetten die onder het Europees Visserij Fonds (programma 2007–2013) worden uitgevoerd. Ook is de reserve bedoeld voor de uitfasering en eindafrekening van het FIOV-programma.
Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid
| Onderzoek onderwerp | Nummer AD/OD | Start | Afgerond | |
| Beleidsdoorlichting | Duurzaam ondernemen | 21 | 2009 | 2010 |
| Effectenonderzoek ex-post | Evaluatie investeringsregeling Jonge agrariërs | 21.11 | 2009 | 2010 |
| Nota Dierenwelzijn | 21.12 | 2011 | 2011 | |
| Evaluatie voorschriften emissiearm bemesten | 21.12 | 2008 | 2009 | |
| Meststoffenwet 2011 | 21.12 | 2011 | 2011 | |
| Evaluatie Nota duurzame gewasbescherming | 21.12 | 2010 | 2011 | |
| Evaluatie energie-efficiency glastuinbouw | 21.13 | 2009 | 2010 | |
| Energie-efficiency voedings- en genotsmiddelenindustrie | 21.13 | 2012 | 2012 | |
| Evaluatie innovatieregeling intensieve veehouderij | 21.13 | 2009 | 2009 | |
| Eindevaluatie comanagement motorvermogen | 21.14 | 2009 | 2009 | |
| Overig evaluatieonderzoek | Evaluatie Bilaterale Economische Samenwerking (BES) | 21.11 | 2008 | 2009 |
| Ex-ante evaluatie landbouw en Kader Richtlijn Water 2 | 21.12 | 2009 | 2009 | |
| Evaluatie meerjarenovereenkomsten keuringsdiensten | 21.12 | 2009 | 2009 | |
| Beleidsevaluatie Visie agrologistiek | 21.12 | 2011 | 2011 | |
| Evaluatie Koopmansgelden melkveehouderij | 21.13 | 2010 | 2011 | |
| Tussentijdse evaluatie Europees VisserijFonds | 21.13 | 2010 | 2011 | |
| Tussentijdse evaluatie schelpdiervisserijbeleid | 21.14 | 2009 | 2009 |
Toelichting
• De beleidsdoorlichting van het begrotingsartikel 21 (duurzaam ondernemen) vindt plaats in 2009. Het rapport wordt maart 2010, samen met het LNV-jaarverslag 2009, naar de Tweede Kamer gestuurd.
• Evaluatie nota duurzame gewasbescherming: dit betreft een eindevaluatie van de nota Duurzame gewasbescherming. De tussenevaluatie van de nota heeft in 2006 plaatsgevonden.
• Bij brief zijn op 1 juli 2009 zijn 4 rapporten aan de Tweede Kamer aangeboden: Procesevaluatie innovatieregeling intensieve veehouderij, Effectevaluatie innovatieregeling intensieve veehouderij, Evaluatieregeling praktijknetwerken en Evaluatie netwerken in de veehouderij.
• Evaluatie Koopmansgelden melkveehouderij heeft betrekking op de inzet van de Koopmansgelden t.b.v. de melkveehouderij.
• Tussentijdse evaluatie Europees Visserij Fonds (EVF): tussentijdse (externe) evaluatie in 2010 van de resultaten van de in het kader van het EVF uitgevoerde Operationeel Programma 2007–2013. Deze evaluatie kan aanleiding geven tot een actualisatie en aanpassing van bepaalde onderdelen van dit programma.
• Tussentijdse evaluatie schelpdiervisserijbeleid: eerste tussenevaluatie van het beleidsbesluit schelpdiervisserij die is vastgesteld voor de periode 2005–2020.
2 Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 29 675, nr. 28 2
