| Rijksbegroting | Overzicht | Voorbereiding | Uitvoering | Verantwoording | |
|---|---|---|---|---|---|
| 2010 |
| ||||
Artikel 18 Overige uitgaven
Omschrijving van de samenhang in het beleid
Dit artikel bevat een aantal uiteenlopende onderwerpen.
Met de aan Railinfrabeheer BV – onderdeel van ProRail BV – (18.05) verstrekte lening werden middelen beschikbaar gesteld om de doelstellingen die betrekking hebben op het onderhoud van het spoor, zoals beschreven in artikel 34 Betrouwbare netwerken en voorspelbare reistijden van de beleidsbegroting HXII, uit te voeren.
De doelstellingen van het Intermodaal Vervoer zijn opgenomen in artikel 35 Mainports en Logistiek van de beleidsbegroting HXII.
Tabel budgettaire gevolgen van de uitvoering
| Overzicht van de budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000) | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 18. Overige uitgaven | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 |
| Verplichtingen | 43 159 | 42 458 | 50 815 | 533 376 | 243 033 | 6 010 | 6 126 |
| Uitgaven | 44 193 | 49 151 | 53 032 | 535 861 | 243 033 | 6 010 | 6 126 |
| 18.01 Saldo van de afgesloten rekeningen | |||||||
| 18.03 Intermodaal vervoer | 680 | 2 692 | 5 740 | 2 678 | |||
| 18.04 Gebiedsgerichte aanpak (UPR) | 2 145 | 4 053 | 1 787 | ||||
| 18.05 Railinfrabeheer | 34 987 | 35 142 | 34 966 | 517 995 | 237 139 | ||
| 18.06 Externe veiligheid | 3 985 | 9 393 | |||||
| 18.07 Mobiliteitsonafhankelijke kennis en expertise | 6 381 | 7 264 | 6 554 | 5 795 | 5 894 | 6 010 | 6 126 |
| 18.07.01 Nationale basisinform.voorz. en ov. uitgaven. | 6 381 | 7 126 | 6 554 | 5 795 | 5 894 | 6 010 | 6 126 |
| 18.07.02 Subsidies algemeen | 138 | ||||||
| Van totale uitgaven | |||||||
| Apparaatsuitgaven: | 1 332 | 986 | 632 | ||||
| Baten-lastendiensten | 6 380 | 6 792 | 6 503 | 5 753 | 5 852 | 5 968 | 6 084 |
| Restant | 36 481 | 41 373 | 45 897 | 530 108 | 237 181 | 42 | 42 |
| 18.09 Ontvangsten | |||||||
| Ontvangsten | 34 987 | 34 908 | 34 966 | 517 995 | 237 138 | ||
| 18.10 Ontvangsten | |||||||
| Voordelig saldo | 783 547 | 248 723 | |||||
Budgetflexibiliteit

| Absolute budgetflexibiliteit in € * 1 000 | |||
|---|---|---|---|
| 18.03 Intermodaal vervoer | |||
| juridisch verplicht | 1 722 | complementair noodzakelijk | |
| bestuurlijk gebonden | beleidsmatig nog niet ingevuld | ||
| beleidsmatig verplicht | 4 018 | ||
| 18.04 Gebiedsgerichte aanpak (UPR) | |||
| juridisch verplicht | 23 | complementair noodzakelijk | 1 132 |
| bestuurlijk gebonden | beleidsmatig nog niet ingevuld | ||
| beleidsmatig verplicht | |||
| 18.05 Railinfrabeheerjuridisch verplichtbestuurlijk gebonden beleidsmatig verplicht | 34 966 | complementair noodzakelijkbeleidsmatig nog niet ingevuld | |
| 18.06 Externe veiligheid | |||
| juridisch verplicht | complementair noodzakelijk | ||
| bestuurlijk gebonden | 3 985 | beleidsmatig nog niet ingevuld | |
| beleidsmatig verplicht | |||
| 18.07 Mobiliteitsonafhankelijke kennis en expertise | |||
| juridisch verplicht | complementair noodzakelijk | ||
| bestuurlijk gebonden | 51 | beleidsmatig nog niet ingevuld | |
| beleidsmatig verplicht | |||
18.03 Intermodaal vervoer
De middelen voor de realisatie van doelen op het gebied van intermodaal vervoer, zoals de subsidieregeling openbare inland terminals (SOIT) zijn deels beleidsmatig en deels juridisch verplicht.
18.04 Gebiedsgerichte aanpak (UPR)
Deze middelen zijn grotendeels complementair noodzakelijk.
18.06 Externe veiligheid
Deze middelen zijn beleidsmatig verplicht.
18.07 Mobiliteitsonafhankelijke kennis en expertise
Deze middelen zijn bestuurlijk gebonden.
18.03 Intermodaal vervoer
Motivering
Realisatie van de doelen is in belangrijke mate afhankelijk van andere factoren, zoals het gedrag van verladers, vervoerders en consumenten en bestuurlijke afspraken ten aanzien van het ruimtelijk beleid. Het effect van deze beleidsdoelstelling is dat de bereikbaarheid van economisch belangrijke gebieden verbetert.
Producten
Terminalbeleid
Uit de Economische Impact Studie Railgoederenvervoer (EISR) studie blijkt dat er een behoefte bestaat aan enkele grote terminals op de primaire assen van het spoornetwerk, voornamelijk ten behoeve van het faciliteren van de overslag van weg naar spoor en omgekeerd, maar ook ten behoeve van het accommoderen van innovatieve mogelijkheden als «trailers-on-trains». Nieuwe industriegebieden, zoals Maasvlakte II, dienen te worden ontsloten.
De groei van het containervervoer via rails vanaf het Rotterdamse havengebied kan leiden tot capaciteitsknelpunten op de Railservicecentra. Onderzocht zal worden of, en zo ja wanneer, er op korte dan wel middellange termijn capaciteitsknelpunten zullen ontstaan en welke maatregelen genomen kunnen worden om deze knelpunten op te heffen. Er zal een beleidskader worden ontwikkeld waarin aan ProRail criteria worden meegegeven op grond waarvan zij kan besluiten of wel/niet moet worden meegewerkt aan de ontwikkeling of reactivering van spooraansluitingen, stamlijnen, terminals, railservicecentra, greenpoints e.d.
Subsidieregeling Openbare Inland Terminals (SOIT)
Doel van de Subsidieregeling Openbare Inland terminals was het bieden van de mogelijkheid om de capaciteit van het infrastructurele netwerk optimaal te benutten. Door het verstrekken van subsidies aan de openbare overslagterminals is het terminalnetwerk versterkt en is een modal shift gestimuleerd. Met behulp van deze subsidies zijn nieuwe openbare overslagterminals gerealiseerd en is de capaciteit van bestaande overslagterminals vergroot.
De uiterste termijn om aanvragen op grond van de SOIT in te kunnen dienen, is reeds op 1 januari 2004 verstreken. Alle ingediende aanvragen zijn inmiddels in beschikkingen vastgelegd. De afwikkeling van alle gehonoreerde projecten zal afhankelijk van de planning en uitvoering naar verwachting doorlopen naar 2010.
Projectoverzicht 18.03 Intermodaal vervoer
| Totaal | Budget in € mln. prijspeil 2009 | Oplevering | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Projectomschrijving | huidig | vorig | t/m 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | later | huidig | vorig |
| Multi- en modaalvervoer | ||||||||||||
| SOIT | 20 | 20 | 17 | 1 | 2 | divers | divers | |||||
| Totaal categorie 0 | 20 | 17 | 1 | 2 | ||||||||
| Ruimte voor planstudies | 2 | 4 | 3 | |||||||||
| Totaal | 20 | 17 | 3 | 6 | 3 | |||||||
| Begroting (IF 18.03.01) | 3 | 6 | 3 | |||||||||
18.04 Gebiedsgerichte aanpak (Urgentieprogramma Randstad)
Motivering
Dit kabinetsproject is begonnen als Urgentieprogramma Randstad, maar bij de presentatie in juni 2007 gedoopt als programma Randstad Urgent. Met het Urgentieprogramma Randstad Urgent (UPR, website: www.verkeerenwaterstaat.nl/onderwerpen/mobiliteit_en_bereikbaarheid/randstad_urgent) wil het kabinet eraan bijdragen dat de Randstad zich ontwikkelt tot een duurzame en concurrerende Europese topregio.
Om de Randstad te ontwikkelen tot een duurzame en concurrerende topregio is het belangrijk besluiten te nemen en vastgestelde afspraken na te komen. Dat is dan ook de aanpak van Randstad Urgent. Om meters te maken en vertraging van projecten te voorkomen, gaat de bestuurlijke cultuur van stroperigheid en ongelimiteerde uitloop van besluitvorming op de schop. Het gaat om doorzetten, voor een sterke Randstad en een sterk Nederland.
Om dit alles te bereiken zetten het kabinet, provincies, gemeenten en stadsregio’s samen hun schouders eronder om de problemen in de Randstad aan te pakken. Voor het programma Randstad Urgent was in 2007 een selectie gemaakt van ruim 35 projecten; in 2008 waren dat er 33. Door deze selectie kan alle energie zich richten op een snel resultaat. Deze projecten vrágen om een oplossing en dragen bij aan de versterking van de Randstad.
De basis voor het programma Randstad Urgent wordt gevormd door harde, bestuurlijke afspraken die zo’n veertig bestuurders op 29 oktober 2007 hebben gemaakt. Inmiddels is gebleken dat de aanpak van Randstad Urgent werkt. Er is daadwerkelijk voortgang geboekt binnen de complexe Randstad Urgent-projecten. Tijdens de Randstad Urgent-conferentie in oktober 2008 bleken alle cruciale mijlpalen van alle projecten te zijn gerealiseerd. Enkele van deze afspraken zijn geactualiseerd, en er zijn projecten afgevallen en nieuwe toegevoegd.
De resultaten van 2008 hebben geleid tot vernieuwing van het programma. De vernieuwing voor 2009 is langs drie lijnen ingezet:
1. Sturen op samenhangende besluitvorming
Randstad Urgent zal voor projecten die inhoudelijk samenhangen sturen op samenhangende besluitvorming. Hiermee wordt niet alleen het tempo maar ook de kwaliteit van besluitvorming verhoogd.
2. Proactieve advisering van projecten
Randstad Urgent zal dreigende vertraging van besluitvorming over projecten vroegtijdig signaleren en verantwoordelijke bestuurders hier op aanspreken en indien relevant adviseren over mogelijkheden het project weer «op de rit te krijgen».
3. Duidelijkere positionering van de Randstad samenwerking
Randstad Urgent zal nog nadrukkelijker investeren in interdepartementale samenwerking en samenwerking tussen rijk en regio. Dit is cruciaal voor het draagvlak voor en de slagkracht van het programma.
Bij de Randstad Urgent-conferentie in november 2009 zal het resultaat van de ingezette vernieuwing bekend worden gemaakt. In het najaar van 2010 zal de laatste conferentie van Randstad Urgent binnen de huidige kabinetsperiode plaatsvinden.
Relatie met de kabinetsdoelstellingen
Dit artikelonderdeel heeft een relatie met Kabinetsprogramma Randstad Urgent; versterkt de concurrentiepositie van de Randstad, In 2010 betreffen de activiteiten onder meer het tracébesluit A4 Delft–Schiedam, de afronding van de planstudie spoor Den Haag–Rotterdam, de start van de aanleg A15 Maasvlakte-Vaanplein en de realisatie van natuur- en recreatieprojecten in de Randstad
Producten
De projecten die in het Urgentieprogramma Randstad Urgent zijn worden opgenomen, hebben betrekking op een urgent probleem of een bijzondere kans. Ze zijn van Randstedelijk, nationaal of internationaal belang.
18.05 Railinfrabeheer
Motivering
De aandelen van Railinfrabeheer B.V. (als onderdeel van Rail Infra Trust (RIT)) zijn per 1 juli 2002 overgedragen aan de Staat der Nederlanden. Met ingang van 2005 opereert RIB met Railverkeerleiding en Railned onder de naam ProRail. ProRail kan met ingang van 1 januari 2001 niet meer voorzien in de financiering van de investeringen door het aantrekken van leningen op de kapitaalmarkt. Daarom was de mogelijkheid geschapen dat ProRail gebruik kon maken van zogenaamde schatkistleningen via een lening van het ministerie van Financiën aan VenW. Vanaf 2003 wordt rechtstreeks geleend bij het ministerie van Financiën. VenW staat garant voor die leningen.
Producten
Op dit onderdeel wordt de rente over en aflossing van deze schatkistleningen verantwoord die in de periode 2001/2002 zijn verstrekt aan ProRail. Het betreft hier de leningen die door het Ministerie van Financiën aan VenW beschikbaar zijn gesteld om vervolgens door VenW aan ProRail te worden uitgeleend. In totaal is op deze wijze € 806 mln. aan ProRail beschikbaar gesteld (€ 483 mln. in 2001 en € 323 mln. in 2002). Op deze leningen is € 97 mln. vervroegd afgelost. De resterende aflossingen vinden plaats in 2011 en 2012.
18.06 Externe veiligheid
Motivering
Met VROM is overeengekomen om dit budget (€ 53,7 mln.) over te hevelen naar VenW. Het budget is bestemd voor het oplossen van externe veiligheidsknelpunten in het kader van de Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen (NVGS, Kamerstukken II, 2005–2006, 30 373, nr. 2).
€ 24 mln. is in 2009 teruggeboekt naar VROM i.v.m. de uitvoering van het convenant met DSM over het stopzetten van de ammoniakstromen tussen Geleen en IJmuiden.
