Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

9. Horizontale Toelichting 2014–2019

In deze bijlage wordt per begroting (of begrotingsfonds dan wel aanvullende post) een toelichting gegeven op het verloop van de uitgaven en niet-belastingontvangsten vanaf 2014 tot en met 2019.

De totalen per begroting zijn exclusief de bedragen die onder de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) vallen; deze uitgaven worden separaat gepresenteerd.

De cijfers van de afzonderlijke begrotingen luiden in miljoenen euro’s in constante prijzen van het jaar 2014. Een uitzondering hierop vormen de premiegefinancierde uitgaven van SZW en VWS, deze luiden in lopende prijzen.

De Koning

I De Koningbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

40,1

40,1

40,1

40,1

40,0

40,0

totaal niet-belastingontvangsten

0,2

     

1

Uitkering leden koninklijk huis

      
 

Uitgaven

7,6

7,7

7,7

7,7

7,7

7,7

2

Functionele uitgaven van de Koning

      
 

Uitgaven

26,8

26,8

26,8

26,8

26,8

26,8

 

Ontvangsten

0,1

     

3

Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen

      
 

Uitgaven

5,6

5,6

5,6

5,6

5,6

5,6

 

Ontvangsten

0,1

     

De begroting van «de Koning» bevat naast de uitkeringen aan de leden van het koninklijk huis (artikel 1: uitkering leden Koninklijk Huis), ook de uitgaven die functioneel samenhangen met het koningschap.

Artikel 2 Functionele uitgaven van de Koning

Op dit artikel staan de functionele uitgaven van de Koning, waaronder de uitgaven aan personeel en materieel en overige specifieke uitgaven zoals de inzet van luchtvaartuigen en het reguliere onderhoud van de Groene Draeck.

Artikel 3 Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen

Op dit artikel staan de doorbelaste uitgaven van andere begrotingen, zoals de uitgaven in het kader van voorlichting, het Militaire Huis als onderdeel van de Dienst van het Koninklijk Huis en de uitgaven van het Kabinet van de Koning.

Staten-Generaal

IIA Staten-Generaalbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

143,7

136,9

135,6

139,0

135,7

134,2

totaal niet-belastingontvangsten

5,2

5,2

5,2

5,2

5,2

5,2

1

Wetgeving en controle Eerste Kamer

      
 

Uitgaven

11,8

11,7

11,7

11,7

11,7

11,7

 

Ontvangsten

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

2

Uitgaven tbv van (oud) leden Tweede Kamer en leden EP

      
 

Uitgaven

29,2

29,2

29,2

30,7

29,7

29,2

 

Ontvangsten

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

3

Wetgeving en controle Tweede Kamer

      
 

Uitgaven

101,5

96,1

96,0

99,0

97,0

96,0

 

Ontvangsten

5,0

5,0

5,0

5,0

5,0

5,0

4

Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer

      
 

Uitgaven

2,5

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

 

Ontvangsten

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

10

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

– 1,3

– 1,6

– 2,8

– 3,9

– 4,3

– 4,3

Artikel 3 Wetgeving en controle Tweede Kamer

De middelen op dit artikel worden ingezet ten behoeve van de uitvoering van de kerntaken van de Tweede Kamer. Denk bijvoorbeeld aan de financiering van de ambtelijke organisatie voor het ondersteunen van het constitutionele proces van de Tweede Kamer en de financiering van de digitale en fysieke infrastructuur van het parlement. In 2014 is sprake van incidenteel hogere uitgaven, omdat de Tweede Kamer in 2014 twee parlementaire enquêtes uitvoert, te weten de parlementaire enquête over de Fyra en de parlementaire enquête over woningcorporaties.

Artikel 4 Wetgeving controle Eerste en Tweede Kamer

Een additionele bijdrage ten behoeve van de organisatie van de NATO Assemblee 2014 veroorzaakt de stijging in de uitgaven in dat jaar.

Artikel 5 Nominaal en onvoorzien

De inspanningsverplichting van de Staten Generaal voor de taakstelling Rijk, agentschappen en uitvoerende ZBO’s van de kabinetten Rutte-Verhagen (deels) en Rutte-Asscher is op artikel 10 onvoorzien gezet.

Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs

IIB Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinettenbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

120,2

113,8

110,1

108,1

107,7

107,7

totaal niet-belastingontvangsten

5,9

5,7

5,7

5,7

5,7

5,7

1

Raad van State

      
 

Uitgaven

61,4

59,0

56,8

55,8

55,7

55,7

 

Ontvangsten

2,2

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

2

Algemene Rekenkamer

      
 

Uitgaven

30,3

28,8

27,8

27,3

27,1

27,1

 

Ontvangsten

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

3

De Nationale ombudsman

      
 

Uitgaven

16,3

15,5

15,2

14,9

14,8

14,8

 

Ontvangsten

2,2

2,2

2,2

2,2

2,2

2,2

4

Kanselarij der Nederlandse Orden

      
 

Uitgaven

4,1

4,0

3,9

3,9

3,9

3,9

 

Ontvangsten

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

6

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

      
 

Uitgaven

1,9

1,8

1,8

1,7

1,7

1,7

 

Ontvangsten

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

7

Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

      
 

Uitgaven

3,2

2,7

2,7

2,6

2,6

2,6

 

Ontvangsten

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

8

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

      
 

Uitgaven

3,0

2,1

2,0

1,9

1,9

1,9

 

Ontvangsten

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

10

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

    

0,0

 

Algemeen

De uitgaven voor de Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten nemen af door de bijdrage aan de taakstelling Rijk, agentschappen en uitvoerende ZBO’s van de kabinetten Rutte-Verhagen en Rutte-Asscher.

Algemene Zaken

III Algemene Zakenbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

61,1

62,8

62,5

62,2

60,8

60,8

totaal niet-belastingontvangsten

6,7

6,6

6,6

6,6

6,6

6,6

1

Bevorderen eenheid regeringsbeleid

      
 

Uitgaven

57,6

59,4

59,1

58,8

57,5

57,5

 

Ontvangsten

4,3

4,3

4,3

4,3

4,3

4,3

4

Kabinet van de Koning

      
 

Uitgaven

2,4

2,3

2,3

2,3

2,3

2,3

 

Ontvangsten

2,4

2,3

2,3

2,3

2,3

2,3

5

Cie v. Toez. I&V

      
 

Uitgaven

1,1

1,1

1,1

1,1

1,1

1,1

Artikel 1 Bevorderen eenheid regeringsbeleid

Dit artikel bestaat onder andere uit de bijdrage voor het agentschap Dienst Publiek en Communicatie, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD).

Artikel 4 Kabinet van de Koning (KvK)

Het Kabinet van de Koning (KvK) draagt zorg voor de ambtelijke ondersteuning van de Koning bij de uitoefening van zijn staatsrechtelijke taken en fungeert als schakel tussen Koning en ministers.

Artikel 5 Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD)

Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) is ingesteld bij de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten uit 2002 (WIV 2002). Zij houdt toezicht op de rechtmatigheid van de uitvoering van deze wet en de Wet veiligheidsonderzoeken (Wvo). De Commissie toetst zowel het handelen van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) als de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) aan de juridische kaders die er voor deze diensten bestaan.

Koninkrijksrelaties

IV Koninkrijksrelatiesbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

426,3

258,9

241,5

276,4

258,5

114,2

totaal niet-belastingontvangsten

39,3

36,5

36,5

36,5

36,5

36,5

1

Waarborgfunctie

      
 

Uitgaven

61,9

61,6

65,7

65,7

61,6

61,6

 

Ontvangsten

4,9

4,9

4,9

4,9

4,9

4,9

2

Bevord.autonomie Koninkrijkspartners

      
 

Uitgaven

364,2

196,6

175,3

210,4

196,6

52,4

 

Ontvangsten

34,5

31,6

31,6

31,6

31,6

31,6

3

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

0,2

0,8

0,6

0,3

0,3

0,3

Artikel 1 Waarborgfunctie

Dit artikel is opgebouwd uit uitgaven aan de kustwacht (35 mln.), grensbewaking (6 mln.), recherchecapaciteit (16 mln.) en uitgaven aan de rechterlijke macht (4 mln.). In 2016 en 2017 zijn de budgetten incidenteel hoger vanwege reserveringen voor de vervangingsinvesteringen voor de Kustwacht.

Artikel 2 Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

De uitgaven op dit artikel fluctueren over de jaren heen. De uitgaven hangen samen met de aflossing van de door Nederland overgenomen restantschuld van Curaçao en Sint Maarten en de rente daarover. De schuld loopt vanaf 2012 (tot 2030) geleidelijk af. De ontvangsten binnen dit artikel hebben betrekking op aflossingen en rentebetalingen van uitstaande leningen aan Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De leningen aan Aruba lopen af in het jaar 2019. De piek in 2014 wordt verklaard door leningen die Sint Maarten en Curaçao met Nederland hebben afgesloten ten behoeve van investeringen (165 mln.).

Buitenlandse Zaken

V Buitenlandse Zakenbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

8.019,0

6.479,0

7.681,6

7.635,7

7.911,2

8.120,2

totaal niet-belastingontvangsten

629,8

413,7

550,7

561,9

573,4

585,0

3

Europese Samenwerking

      
 

Uitgaven

8.019,0

6.479,0

7.681,6

7.635,7

7.911,2

8.120,2

 

Ontvangsten

629,8

413,7

550,7

561,9

573,4

585,0

Relatie begroting van Buitenlandse Zaken en de Homogene groep internationale samenwerking (HGIS)

De begroting van Buitenlandse Zaken bestaat uit HGIS uitgaven/ontvangsten en niet-HGIS uitgaven/ontvangsten. De HGIS uitgaven en ontvangsten worden in de horizontale toelichting van HGIS toegelicht. De niet-HGIS uitgaven en ontvangsten worden hieronder toegelicht.

Artikel 3 Europese samenwerking

De meerjarige ontwikkeling van dit artikel wordt bepaald door de doorwerking van de jaarlijkse nominale groei van de EU-begroting in de Nederlandse afdrachten aan de EU.

Veiligheid & Justitie

VI Veiligheid en Justitiebedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

12.582,6

11.393,5

11.274,4

10.921,2

10.729,4

10.725,3

totaal niet-belastingontvangsten

1.382,2

1.424,2

1.477,3

1.507,8

1.551,1

1.561,6

31

Nationale Politie

      
 

Uitgaven

5.233,4

5.124,3

5.163,6

5.091,5

4.971,4

4.934,3

 

Ontvangsten

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

32

Rechtspleging en rechtsbijstand

      
 

Uitgaven

1.491,6

1.439,7

1.399,7

1.345,0

1.340,1

1.361,9

 

Ontvangsten

231,3

275,0

318,5

327,0

335,2

345,8

33

Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

      
 

Uitgaven

704,0

662,0

647,0

632,3

618,5

618,5

 

Ontvangsten

1.040,9

1.066,9

1.071,3

1.089,7

1.124,6

1.124,5

34

Sanctietoepassing

      
 

Uitgaven

2.573,6

2.416,1

2.354,2

2.232,6

2.195,6

2.202,5

 

Ontvangsten

91,7

79,7

84,8

88,4

88,6

88,6

35

Jeugd

      
 

Uitgaven

728,2

372,6

349,2

327,8

325,2

325,7

 

Ontvangsten

4,7

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

36

Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

      
 

Uitgaven

249,7

247,6

247,0

245,3

244,2

244,2

37

Vreemdelingen

      
 

Uitgaven

1.167,1

757,0

741,4

688,0

679,3

679,3

 

Ontvangsten

10,8

     

91

Apparaatsuitgaven kerndepartement

      
 

Uitgaven

424,6

368,9

360,2

350,1

344,0

346,0

 

Ontvangsten

2,2

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

92

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

7,3

2,2

8,9

5,6

8,1

10,0

 

Ontvangsten

      

93

Geheim

      
 

Uitgaven

3,1

3,1

3,1

3,1

3,1

3,1

De totale uitgaven voor Veiligheid & Justitie laten een daling zien vanaf 2014. Deze daling wordt in belangrijke mate veroorzaakt door de maatregelen en taakstellingen uit de regeerakkoorden Rutte-Verhagen en Rutte-Asscher en het Begrotingsakkoord 2013. De stijging in de ontvangsten wordt onder meer verklaard door hoger geraamde ontvangsten uit griffierechten, hoger geraamde Afpak-ontvangsten en de maatregelen uit het Regeerakkoord Rutte-Asscher om de kosten van strafzaken en detentie aan de veroorzaker door te berekenen.

Artikel 31 Nationale Politie

De uitgaven bij de politie dalen als gevolg van de hiervoor genoemde taakstellingen en bezuinigingen uit het Regeerakkoord van het kabinet Rutte-Verhagen en uit het Begrotingsakkoord 2013.

Artikel 32 Rechtspleging en Rechtsbijstand

De uitgaven op dit artikel dalen structureel naar aanleiding van maatregelen bij de rechtsbijstand en een daling van de bijdrage aan de rechtspraak in verband met de efficiencytaakstelling uit het Regeerakkoord Rutte-Asscher. De ontvangsten op dit artikel betreffen voornamelijk griffieontvangsten. Deze ontvangsten stijgen onder meer vanwege de verhoging van de griffierechten.

Artikel 33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

De daling in de uitgaven op dit artikel wordt voornamelijk veroorzaakt door de efficiencytaakstelling uit het regeerakkoord. De stijging in de ontvangsten betreft met name hoger geraamde Afpakken-ontvangsten.

Artikel 34 Sanctietoepassing

De uitgaven op dit artikel tonen een dalende reeks omdat de (oplopende) taakstellingen op personeel en materieel uit het regeerakkoord en Begrotingsakkoord 2013 naar agentschappen en ZBO’s op die wijze is doorverdeeld en vanwege de maatregelen uit het Masterplan DJI.

Artikel 35 Jeugd

De uitgaven op het artikel Jeugd dalen tussen 2014 en 2015 door de decentralisatie van de justitiële jeugdzorg naar gemeenten. Daarnaast dalen de uitgaven als gevolg van de doorverdeling van de taakstelling op personeel en materieel uit het Regeerakkoord Rutte-Verhagen, de algemene taakstelling uit het begrotingsakkoord 2013 en de efficiencytaakstelling uit het Regeerakkoord Rutte-Asscher naar agentschappen en ZBO’s op dit artikel.

Artikel 36 Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

Dit betreft een budget voor contraterrorisme en nationaal veiligheidsbeleid. De uitgaven op dit artikel dalen licht door de efficiency taakstelling uit het Regeerakkoord Rutte-Asscher.

Artikel 37 Vreemdelingen

De uitgaven voor vreemdelingen tonen een dalende reeks. Er zijn in het regeerakkoord diverse maatregelen genomen om de toelatingsprocedures te versnellen en fraude tegen te gaan. De kosten voor eerstejaars asielopvang van asielzoekers uit DAC-landen worden toegerekend aan ontwikkelingssamenwerking (ODA). In 2014 kent de instroom een piek. De piek in 2014 wordt verklaard door extra middelen die door het kabinet beschikbaar zijn gesteld voor de eerstejaarsopvang van asielzoekers in 2014 en 2015 om tegemoet te komen aan de kosten die gepaard gaan met de verwachte hoge toestroom. Daarnaast zijn zowel de uitgaven als de ontvangsten in 2014 gestegen door het inzetten van de asielreserve.

Artikel 91 Apparaatsuitgaven kerndepartement

De apparaatsuitgaven dalen door de efficiency taakstelling (maatregel A1) die bij het Regeerakkoord Rutte-Asscher is opgenomen, evenals eerdere taakstellingen op de apparaatsuitgaven (bijvoorbeeld uit het Regeerakkoord Rutte-Verhagen).

Artikel 92 Nominaal en Onvoorzien

Artikel 92 is een doorverdeelartikel. Dit niet-beleidsartikel wordt uitsluitend gebruikt voor het parkeren van nog te verdelen loon- en prijsbijstellingen, het tijdelijk parkeren van andere nog te verdelen middelen en nog te verdelen taakstellingen.

Binnenlandse Zaken

VII Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatiesbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

788,0

634,0

603,4

569,1

559,8

557,7

totaal niet-belastingontvangsten

404,6

757,4

92,5

41,5

41,5

41,4

61

Openbaar bestuur en democratie

      
 

Uitgaven

43,4

30,4

29,5

29,4

29,4

29,4

 

Ontvangsten

24,9

22,0

22,0

22,0

22,0

22,0

62

Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

      
 

Uitgaven

197,3

212,7

200,2

189,4

189,7

189,7

 

Ontvangsten

12,7

12,7

12,7

12,7

12,7

12,7

66

Dienstverlenende en innovatieve overheid

      
 

Uitgaven

118,6

88,9

85,8

82,3

80,8

80,8

 

Ontvangsten

4,6

     

67

Arbeidszaken overheid

      
 

Uitgaven

36,2

35,5

34,4

35,0

35,0

35,0

 

Ontvangsten

1,5

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

71

Centraal Apparaat

      
 

Uitgaven

270,4

252,2

241,0

226,8

220,5

218,2

 

Ontvangsten

85,5

6,1

6,0

6,0

6,0

5,9

72

Algemeen

      
 

Uitgaven

120,6

3,7

4,0

4,0

4,0

4,0

73

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

1,6

10,6

8,5

2,2

0,5

0,6

74

VUT-fonds

      
 

Uitgaven

      
 

Ontvangsten

275,5

715,8

51,0

   

Artikel 61 Openbaar bestuur en democratie

In 2014 zijn extra middelen vrijgemaakt ten behoeve van ondersteuning van gemeenten bij het inrichten van hun informatievoorziening in het sociaal domein.

Artikel 62 Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

De uitgaven van de AIVD tonen een dalende lijn door de invulling van taakstellingen (apparaattaakstellingen Rutte I en Rutte II en regeerakkoordmaatregel B12). De taakstelling Rutte II is bij Begrotingsafspraken gehalveerd, waarbij de tranche 2014 van 10 mln. binnen de begroting BZK is ingepast. Aanvullend wordt het AIVD budget vanaf 2015 structureel verhoogd met 25 mln. voor de aanpak van dreigingen zoals Syrië-gangers, cybercrime en onrust aan de buitengrenzen van Europa. Per saldo is de taakstelling uit het regeerakkoord meer dan teruggedraaid.

Artikel 66 Dienstverlenende en innovatieve overheid

Het budget op dit artikel neemt af. Dit is het gevolg van de verwerking van de taakstellingen Rutte-I en Rutte-II op de opdrachtgevende budgetten voor de agentschappen (Logius, BPR, Werkmaatschappij) vanaf 2016. Daarnaast is er vanaf 2014 sprake van aflopende budgetten voor Implementatie NUP en vanaf 2015 voor Regeldruk.

Artikel 71 Centraal apparaat

Vanwege de taakstelling Rijk, agentschappen en uitvoerende ZBO’s uit het Regeerakkoord Rutte-Verhagen en Rutte-Asscher nemen de uitgaven aan het Centraal Apparaat de komende jaren af. De hogere uitgaven en ontvangsten in 2014 zijn het gevolg van de dienstverlening van het kerndepartement aan de baten-lastenagentschappen (dienstverleningsafspraken 2014) en de dienstverlening van Doc-Direct.

Artikel 72 Algemeen

Het kabinet heeft besloten tot een nieuwe vormgeving van het Rijkshuisvestingsstelsel per 1-1-2016 (2011–2012 TK 31 490 nr. 75). Een van de gevolgen hiervan is dat de huidige huurcontracten voortijdig worden opengebroken. Gedurende de looptijd van het huurcontract heeft de Rijksgebouwendienst (RGD) een vordering op de balans (zogenaamde egalisatievordering), dit werd in de loop der tijd afgelost door het departement als gebruiker van een pand. Doordat de huurcontracten voortijdig moeten worden opengebroken vanwege de overgang naar het nieuwe huisvestingsstelsel, dienen departementen deze egalisatievordering voortijdig af te lossen. Afgesproken is dat dit vanaf Voorjaarsnota 2014 tot en met Najaarsnota 2015 mag. De departementen VenJ, Financiën, IenM, SZW en VWS hebben bij 1e suppletoire begroting 2014 hun aandeel in de egalisatievordering afgelost. Ook BZK heeft haar aandeel afgelost. Dit budget heeft betrekking op het apparaat van het Rijk, maar niet op het apparaat van het departement Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In de 1e suppletoire van de BZK begroting is inzichtelijk gemaakt welk departement welk bedrag heeft afgelost.

Artikel 74 VUT-fonds

De liquiditeitsbehoefte van het VUT-fonds is afhankelijk van het moment dat naar verwachting gebruik wordt gemaakt van de regeling Flexibel Pensioen en Uittreden (FPU). De uitgaven en ontvangsten fluctueren met het verwachte gebruik. Dit resulteert in hogere ontvangsten vanaf 2014 (aflossing van de lening door het VUT-fonds).

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

VIII Onderwijs, Cultuur en Wetenschapbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

35.934,3

35.978,3

36.146,5

36.247,0

36.137,1

36.031,9

totaal niet-belastingontvangsten

1.235,7

1.256,7

1.320,7

1.382,1

1.459,0

1.517,6

1

Primair onderwijs

      
 

Uitgaven

9.640,0

9.964,0

9.822,1

9.779,3

9.781,9

9.721,3

 

Ontvangsten

1,7

1,7

1,7

1,7

1,7

1,7

3

Voortgezet onderwijs

      
 

Uitgaven

7.320,8

7.480,5

7.457,4

7.471,1

7.453,8

7.376,9

 

Ontvangsten

1,4

1,4

4,7

1,4

1,4

1,4

4

Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

      
 

Uitgaven

3.787,9

4.107,2

4.049,0

4.025,9

4.052,1

4.024,9

6

Hoger beroepsonderwijs

      
 

Uitgaven

2.730,9

2.771,0

2.784,2

2.821,2

2.813,7

2.829,6

 

Ontvangsten

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

7

Wetenschappelijk onderwijs

      
 

Uitgaven

4.097,0

4.091,0

4.078,0

4.075,3

4.051,0

4.061,7

 

Ontvangsten

10,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

8

Internationaal onderwijsbeleid

      
 

Uitgaven

12,6

10,2

10,1

10,1

10,1

9,5

 

Ontvangsten

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

9

Arbeidsmarkt en personeelsbeleid

      
 

Uitgaven

378,6

249,5

249,5

298,2

164,4

138,7

 

Ontvangsten

6,0

6,0

6,0

6,0

6,0

6,0

11

Studiefinanciering

      
 

Uitgaven

4.919,6

4.246,4

4.654,4

4.797,3

4.863,7

4.927,0

 

Ontvangsten

770,5

804,5

850,2

907,6

969,4

1.033,6

12

Tegemoetkoming studiekosten

      
 

Uitgaven

107,7

89,2

89,0

89,4

89,4

89,6

 

Ontvangsten

4,8

3,7

3,7

3,7

3,7

3,7

13

Lesgelden

      
 

Uitgaven

7,1

7,5

7,5

7,5

7,5

7,4

 

Ontvangsten

240,6

246,2

254,6

268,7

276,8

278,2

14

Cultuur

      
 

Uitgaven

716,4

729,2

742,5

754,5

733,6

731,6

 

Ontvangsten

2,3

0,8

0,5

0,5

0,5

0,5

15

Media

      
 

Uitgaven

1.006,6

996,4

1.002,2

953,1

963,8

961,0

 

Ontvangsten

196,5

190,5

197,5

190,5

197,5

190,5

16

Onderzoek en wetenschappen

      
 

Uitgaven

924,3

972,6

951,5

932,6

928,3

928,5

 

Ontvangsten

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

25

Emancipatie

      
 

Uitgaven

14,9

15,2

15,1

15,5

15,5

15,5

91

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

21,7

1,4

0,7

0,8

0,8

0,8

95

Apparaatskosten

      
 

Uitgaven

248,3

247,1

233,4

215,2

207,5

208,0

 

Ontvangsten

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

De eerste tranches van de investeringen in onderwijs en onderzoek zijn, conform het regeerakkoord van Rutte II en Begrotingsafspraken 2014, uitgekeerd van de Aanvullende Post (AP). Dit resulteert in een per saldo intensivering voor onderwijs en onderzoek. Hier tegenover staat een dalende trend in leerlingaantallen, terwijl het aantal studenten de komende jaren naar verwachting toeneemt. Per saldo blijft het totale OCW-budget redelijk stabiel de komende jaren.

Artikel 1 primair onderwijs

De stijging van het budget van het primair onderwijs (PO) in 2015 is een saldo van twee tegengestelde bewegingen. Op basis van de bevolkingsgroeiprognoses wordt een structurele daling van het aantal scholieren verwacht. Hier tegenover staat een toename in 2015 vanwege het uitkeren van middelen uit het regeerakkoord en de Begrotingsafspraken 2014.

Artikel 3 voortgezet onderwijs

Ook bij het voortgezet onderwijs (VO) zijn twee tegengestelde bewegingen zichtbaar. Enerzijds daalt het aantal leerlingen, anderzijds worden er in 2015 middelen toegevoegd uit de Begrotingsafspraken 2014. De middelen zijn bestemd voor de lumpsum, extra onderwijstijd, betere leraren en voor conciërges.

Artikel 4 Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie

Voor het Beroepsonderwijs en Volwassen Educatie (BVE) is sprake van een stijgend budget, omdat meer MBO-studenten voor de duurdere MBO-variant beroepsopleidende leerweg (bol) kiezen en de middelen van de Begrotingsafspraken 2014 van de AP uitgekeerd worden.

Artikel 6 Hoger beroepsonderwijs & Artikel 7 Wetenschappelijk onderwijs

Bij het Hoger Onderwijs (HO, artikel 6 en 7 samen) is er sprake van oplopende budgetten onder andere doordat studenten langer blijven studeren.

Artikel 8 Internationaal onderwijsbeleid

De uitgaven aan Internationaal onderwijsbeleid wijzigen nauwelijks.

Artikel 9 Arbeidsmarkt en personeelsbeleid

Bij Arbeidsmarkt en personeelsbeleid is er sprake van dalende budgetten omdat middelen zijn overgeheveld naar de onderwijsartikelen in het kader van professionalisering onderwijspersoneel.

Artikel 11 Studiefinanciering

Bij Studiefinanciering worden de standen vertekend door een grote intertemporele compensatie bij de ov-studentenkaart van 2015 naar 2014. Na 2015 is sprake van een toename in het budget, met name vanwege hogere studentenramingen.

Artikel 12 Tegemoetkoming studiekosten en Artikel 13 Lesgelden

De uitgaven bij Tegemoetkoming studiekosten en Lesgelden wijzigen nauwelijks.

Artikel 14 Cultuur

Bij Cultuur is er sprake van een per saldo oplopend budget tot en met 2017, voornamelijk vanwege extra middelen voor het Nationaal Archief tot en met 2016 en een intertemporele compensatie van middelen van 2014–2016 naar 2017 ten behoeve van de invoering van het nieuwe huisvestingsstelsel rijksmusea.

Artikel 15 Media

Bij Media is sprake van een licht dalend budget. Tegenover de daling in het budget als gevolg van de regeerakkoordmaatregelen van Rutte I en II staan toevoegingen vanwege doorwerking van de printprijsregeling en vanwege de Begrotingsafspraken 2014.

Artikel 16 Onderzoek en wetenschappen

Bij Onderzoek en wetenschappen zijn over de periode 2013–2018 veranderingen in het budget zichtbaar. Deze worden veroorzaakt door enerzijds het aflopen van FES-middelen, alsmede door de regeerakkoordmaatregel «schrappen subsidies» en anderzijds door een intensivering in onderzoek als gevolg van het regeerakkoord en de Begrotingsafspraken 2014.

Artikel 25 Emancipatie

De uitgaven aan Emancipatie laten een lichte stijging zien.

Artikel 95 Apparaatskosten

De Apparaatskosten nemen af als gevolg van de regeerakkoordmaatregelen van Rutte I en II.

Nationale Schuld

IXA Nationale Schuld (Transactiebasis)bedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

16.765,9

13.070,3

15.159,5

17.328,8

16.566,6

19.020,8

totaal niet-belastingontvangsten

4.746,4

4.008,9

5.557,2

5.300,1

5.044,7

4.867,2

1

Financiering staatsschuld

      
 

Uitgaven

8.847,5

8.711,6

10.289,2

11.391,6

12.297,6

13.062,7

 

Ontvangsten

414,8

1.276,7

1.981,0

2.119,6

1.841,0

1.606,3

2

Kasbeheer

      
 

Uitgaven

7.918,4

4.358,8

4.870,4

5.937,3

4.269,0

5.958,1

 

Ontvangsten

4.331,6

2.732,3

3.576,1

3.180,5

3.203,7

3.260,9

Artikel 1 Financiering Staatsschuld

Dit artikel heeft betrekking op de extern gefinancierde staatsschuld. De uitgaven bestaan uit de rentelasten en aflossingen van vaste en vlottende schuld. De ontvangsten bestaan uit rentebaten en uitgifte van schuld.

Artikel 2 Kasbeheer

Op dit artikel staan de geldstromen die betrekking hebben op het schatkistbankieren van aan de schatkist gelieerde instellingen. De uitgaven bestaan enerzijds uit de rentevergoeding over de saldi die in de schatkist worden aangehouden door baten-lastendiensten, RWT’s (Rechtspersoon met een Wettelijke Taak) en sociale fondsen. Anderzijds bestaan de uitgaven uit verstrekte leningen aan baten-lastendiensten en RWT’s en, in sommige jaren, uit een afname van het rekening-couranttegoed van deze instellingen of van de sociale fondsen. De ontvangsten bestaan uit rentebaten en aflossingen op leningen aan baten-lastendiensten en RWT’s alsmede toenemende rekening-courant saldi. De schommelingen van de ontvangsten op dit artikel worden veroorzaakt door fluctuerende aflossingen van uitgezette leningen in het kader van het geïntegreerd middelenbeheer en rekening-courant saldi van de sociale fondsen.

Financiën

IXB Financienbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

10.502,9

6.643,4

6.537,6

6.408,6

6.347,7

6.341,7

totaal niet-belastingontvangsten

9.654,5

4.124,8

2.909,3

2.840,5

2.778,7

2.718,0

1

Belastingen

      
 

Uitgaven

3.372,8

3.220,7

3.144,4

3.043,9

3.007,3

3.008,6

 

Ontvangsten

900,3

997,2

1.041,4

1.075,4

1.105,4

1.141,4

2

Financiele Markten

      
 

Uitgaven

65,0

21,5

20,6

18,9

18,9

18,9

 

Ontvangsten

738,0

12,5

10,7

10,1

9,9

8,7

3

Financ. act. Publiek-Private sector

      
 

Uitgaven

2.808,1

19,3

19,3

19,3

19,3

19,3

 

Ontvangsten

7.773,2

2.929,5

1.230,0

1.110,0

1.033,0

949,0

4

Internationale Fin. Betrekkingen

      
 

Uitgaven

1.039,8

107,3

85,3

62,6

42,0

33,0

 

Ontvangsten

13,4

24,6

72,1

87,8

87,8

87,8

5

Exportkrediet- en investeringsverzekering

      
 

Uitgaven

98,2

88,1

88,1

88,1

88,1

88,1

 

Ontvangsten

188,8

103,2

101,8

101,8

89,2

77,7

6

BTW-Compensatiefonds

      
 

Uitgaven

2.901,1

2.901,1

2.901,1

2.901,1

2.901,1

2.901,1

7

Beheer materiele activa

      
 

Uitgaven

0,1

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

 

Ontvangsten

2,3

1,8

1,8

1,8

1,8

1,8

10

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

3,9

50,0

51,5

50,4

50,4

52,1

 

Ontvangsten

  

400,0

400,0

400,0

400,0

21

Centraal Apparaat

      
 

Uitgaven

213,8

235,1

227,0

224,0

220,3

220,3

 

Ontvangsten

38,4

55,9

51,5

53,6

51,5

51,5

Artikel 1 Belastingen

De dalende trend in de uitgaven bij de Belastingdienst is het gevolg van de taakstellingen op het apparaat van de Belastingdienst uit regeerakkoord Rutte I en II.

Artikel 2 Financiële Markten

Op dit artikel zijn er vanaf 2015 minder uitgaven vanwege de doorbelasting van de kosten voor AFM en DNB (38 mln.) aan de sector. De ontvangsten zijn hoger in 2014 vanwege de closing out fees van de garantie bancaire leningen. Deze garantie loopt af in december 2014.

Artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector

De grote daling van de uitgaven op dit artikel wordt veroorzaakt door de verkoop van de Illiquid Asset Backup Facility (IABF). De ontvangsten nemen vanaf 2015 met hetzelfde bedrag af. De hogere uitgaven en ontvangsten in 2014 hebben betrekking op de verkoop, waarbij toekomstige uitgaven en ontvangsten versneld zijn gerealiseerd. De uitgaven en ontvangsten zijn in 2014 niet gelijk, omdat een deel van de verplichting aan ING versneld is afgelost in 2013. Bovendien bevat het artikel andere meerjarige ontvangstenposten, te weten de opbrengsten uit de leningen aan ING en SNS, de dividenden staatsdeelnemingen en de winstafdracht DNB.

Artikel 4 Internationale Financiële betrekkingen

De hoge uitgaven in 2014 op dit artikel worden veroorzaakt door de kapitaalbijdrage aan het Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM). De ontvangsten nemen toe vanwege stijgende renteontvangsten op de lening aan Griekenland als gevolg van een bijstelling van de rekenrente.

Artikel 5 Exportkrediet- en investeringsverzekering

Bij Exportkredietverzekeringen geven tussentijdse realisaties in 2014 aanleiding tot een incidentele opwaartse bijstelling van de uitgaven en in grotere mate de ontvangsten. Daarnaast loopt de vrijval uit de begrotingsreserve Seno-Gom af, waardoor de ontvangsten afnemen.

Artikel 6 BTW-compensatiefonds

Op dit artikel wordt het BTW-compensatiefonds (BCF) verantwoord. De meerjarige raming is gebaseerd op realisatiecijfers over 2013.

Artikel 7 Beheer materiële activa

De uitgaven en ontvangsten op dit artikel betreffen sinds de overheveling van het RVOB naar het Ministerie van BZK in 2013 alleen nog de programmamiddelen van Domeinen Roerende Zaken.

Artikel 10 nominaal en onvoorzien

Voor 2015 tot en met 2017 is een stelpost op dit artikel opgenomen voor de ontvangsten die verwacht worden uit hoofde van de genomen crisismaatregelen in de financiële sector. Hierbij wordt verondersteld dat (op intertemporele basis) per saldo sprake is van evenwicht tussen de kosten en de opbrengsten van de crisismaatregelen.

Artikel 21 Centraal Apparaat

De dalende trend in de uitgaven op dit artikel wordt voornamelijk veroorzaakt door taakstellingen op het apparaat van het Ministerie van Financiën. Vanaf 2015 is de raming aan de uitgaven- en ontvangstenkant met circa 25 mln. opgehoogd vanwege de beëindiging van de agentschapsstatus van Domeinen Roerende Zaken (DRZ). De verantwoording van de uitgaven en ontvangsten van DRZ geschiedt vanaf 2015 via de departementale begroting van Financiën.

Defensie

X Defensiebedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

7.565,0

7.690,1

7.730,4

7.695,7

7.655,8

7.625,7

totaal niet-belastingontvangsten

320,1

321,7

296,0

306,8

335,4

304,3

1

Opdracht Inzet

      
 

Uitgaven

11,6

10,7

7,6

7,6

7,6

7,6

 

Ontvangsten

5,3

5,3

5,3

5,3

5,3

5,3

2

Taakuitvoering Zeestrijdkrachten

      
 

Uitgaven

716,9

696,2

675,4

670,8

663,4

663,2

 

Ontvangsten

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

3

Taakuitvoering Landstrijdkrachten

      
 

Uitgaven

1.153,3

1.121,0

1.096,1

1.093,6

1.095,3

1.097,1

 

Ontvangsten

20,5

20,5

20,5

20,5

20,5

20,5

4

Taakuitvoering Luchtstrijdkrachten

      
 

Uitgaven

627,5

644,3

636,5

626,3

631,7

628,0

 

Ontvangsten

15,2

15,2

15,2

15,2

15,2

15,2

5

Taakuitvoering Koninklijke Marechaussee

      
 

Uitgaven

312,5

311,5

301,7

300,8

298,4

298,7

 

Ontvangsten

4,6

4,6

4,6

4,6

4,6

4,6

6

Investeringen Krijgsmacht

      
 

Uitgaven

1.120,9

1.408,4

1.590,8

1.603,6

1.578,2

1.663,8

 

Ontvangsten

133,8

152,6

128,3

139,4

168,0

136,9

7

Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Org

      
 

Uitgaven

794,3

742,4

747,4

738,9

736,7

721,3

 

Ontvangsten

42,9

42,9

42,9

43,4

43,4

43,4

8

Ondersteuning krijgsmacht door Cdo Dienstencentra

      
 

Uitgaven

1.040,6

1.020,8

985,6

976,0

956,0

939,9

 

Ontvangsten

55,5

53,8

52,3

51,6

51,6

51,6

9

Algemeen

      
 

Uitgaven

114,6

102,5

99,8

96,9

97,8

97,5

10

Centraal apparaat

      
 

Uitgaven

1.602,0

1.599,8

1.543,9

1.535,3

1.547,4

1.462,6

 

Ontvangsten

22,3

6,8

6,8

6,8

6,8

6,8

11

Geheime uitgaven

      
 

Uitgaven

5,3

5,3

5,3

5,3

5,3

5,3

12

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

65,6

27,3

40,3

40,4

37,9

40,4

Het meerjarige verloop van de totale uitgaven wordt verklaard door de doorwerking van de maatregelen uit het Regeerakkoord en de overleggen over de begroting in augustus. De oploop die zichtbaar is wordt veroorzaakt door de extra middelen die bij de begrotingsonderhandelingen zijn toegevoegd aan de Defensiebegroting.

Het meerjarige verloop van de totale niet-belastingontvangsten wordt verklaard door de uitfasering van de verkoopopbrengsten als gevolg van de maatregelen die Defensie in de voorgaande jaren heeft genomen aangevuld met het afstoten van overtollig materieel.

Hieronder zullen per artikel de belangrijkste ontwikkelingen worden besproken. In de begroting zelf is een uitputtende opsomming van de effecten van alle maatregelen op alle artikelen opgenomen.

Artikel 2 Taakuitvoering Zeestrijdkrachten

Op dit artikel worden de teruglopende uitgaven met name verklaard door de maatregelen op het gebied van opleidingen, vermindering van bestuur en het verminderen van de mijnenbestrijdingscapaciteit. Daarnaast zijn de maatregelen uit de nota «In het belang van Nederland» voor een toekomstbestendige krijgsmacht ook een verklaring voor de dalende uitgaven.

Artikel 3 Taakuitvoering Landstrijdkrachten

Op dit artikel lopen de uitgaven terug als gevolg van ingrepen in het materieellogistieke proces, het bestuur en het opleidingsveld, hervorming van de gezondheidszorg, het poolen van operationele wielvoertuigen en de afstoting van tanks. Daarnaast zijn de maatregelen uit de nota «In het belang van Nederland» voor een toekomstbestendige krijgsmacht ook een verklaring voor de dalende uitgaven.

Artikel 4 Taakuitvoering Luchtstrijdkrachten

De afname van de uitgaven op dit artikel wordt vooral verklaard door vermindering van het bestuur, normering van de infrastructuur, reductie van jachtvliegtuigen. Daarnaast zijn de maatregelen uit de nota «In het belang van Nederland» voor een toekomstbestendige krijgsmacht ook een verklaring voor de dalende uitgaven.

Artikel 5 Taakuitvoering Koninklijke Marechaussee

Dit artikel daalt met name als gevolg van de ingrepen bij de informatievoorziening, het opleidingsveld en het bestuur. Daarnaast zijn de maatregelen uit de nota «In het belang van Nederland» voor een toekomstbestendige krijgsmacht ook een verklaring voor de dalende uitgaven.

Artikel 6 Investeringen Krijgsmacht

De oploop op het investeringsartikel kan worden verklaard door de toevoeging van extra middelen naar aanleiding van de begrotingsonderhandeling. Ook is het zo dat de maatregelen uit de beleidsbrief uit 2011 en de nota «In het belang van Nederland» hun structurele opbrengst naderen, waardoor de investeringsbudgetten weer oplopen.

Artikel 7 Defensie Materieel Organisatie en Artikel 8 Commando Dienstencentra

Op de deze artikelen dalen de uitgaven over de jaren als gevolg van maatregelen in het materieellogistieke en personeelslogistieke domein, op het terrein van de informatievoorziening en in het opleidingsveld. Ook de normering van infrastructuur en de vermindering van het bestuur dragen bij aan de aflopende uitgavenreeks.

Artikel 9 Algemeen

De uitgaven op dit artikel betreffen het exploitatiedeel van de bijdragen aan de NAVO, verschillende subsidies en overige (departementsbrede) uitgaven.

Artikel 10 Centraal Apparaat

Dit artikel toont de apparaatskosten van de bestuursstaf en de MIVD en de defensiebrede pensioenen, uitkeringen en wachtgelden. De meerjarige daling van de uitgaven weerspiegelt met name de doorwerking van de maatregel gericht op het verminderen van de bestuurlijke drukte.

Artikel 12 Nominaal en Onvoorzien

De stand op dit artikel betreft het restsaldo van de nog niet uitgedeelde meerjarige loon- en prijsbijstelling.

Infrastructuur & Milieu

XII Infrastructuur en Milieubedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

9.924,8

9.215,8

9.372,9

9.704,4

9.156,4

9.254,4

totaal niet-belastingontvangsten

241,8

241,2

210,2

238,1

237,8

370,8

6

Klimaat, lucht en geluid

      
 

Ontvangsten

      

11

Waterkwantiteit

      
 

Uitgaven

31,3

28,3

28,7

28,8

28,1

28,7

 

Ontvangsten

0,0

23,8

    

12

Waterkwaliteit

      
 

Uitgaven

85,7

6,2

7,7

6,5

5,5

5,5

13

Ruimtelijke Ontwikkeling

      
 

Uitgaven

114,8

194,7

132,6

195,4

194,4

186,8

 

Ontvangsten

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

14

Wegen en verkeersveiligheid

      
 

Uitgaven

35,5

32,0

32,7

33,3

28,3

28,3

 

Ontvangsten

6,8

6,8

6,8

6,8

6,8

6,8

15

OV-keten

      
 

Uitgaven

16,2

6,0

6,2

6,0

6,3

6,6

16

Spoor

      
 

Uitgaven

28,8

28,8

4,7

5,2

4,9

4,9

17

Luchtvaart

      
 

Uitgaven

34,6

22,7

24,4

15,1

10,8

10,8

 

Ontvangsten

45,3

33,1

6,8

0,3

0,0

0,0

18

Scheepvaart

      
 

Uitgaven

4,4

3,8

3,9

3,9

3,9

3,9

19

Klimaat

      
 

Uitgaven

62,7

54,6

47,7

46,6

45,2

44,4

 

Ontvangsten

147,0

168,0

189,0

224,0

224,0

357,0

20

Lucht en geluid

      
 

Uitgaven

45,1

36,4

29,9

30,2

34,6

33,1

21

Duurzaamheid

      
 

Uitgaven

18,1

20,5

22,6

18,3

18,2

15,3

22

Externe veiligheid en risico's

      
 

Uitgaven

25,3

43,8

48,7

51,6

64,8

71,9

 

Ontvangsten

2,7

2,7

0,8

0,2

0,2

0,2

23

Meteorologie, seismologie en aardobservatie

      
 

Uitgaven

35,9

39,0

40,7

44,2

35,8

35,8

24

Handhaving en toezicht

      
 

Uitgaven

113,8

110,0

107,5

104,4

102,2

102,2

25

Bijdrage BDU

      
 

Uitgaven

1.989,8

1.782,4

1.825,5

1.809,2

1.795,3

1.795,2

26

Bijdrage investeringsfondsen

      
 

Uitgaven

6.916,8

6.453,9

6.670,6

7.011,5

6.477,8

6.578,5

97

Algemeen departement

      
 

Uitgaven

51,0

45,4

46,8

44,5

45,8

44,0

 

Ontvangsten

20,1

3,4

3,4

3,4

3,4

3,4

98

Apparaatsuitgaven Kerndepartement

      
 

Uitgaven

314,0

298,2

291,8

251,6

252,4

253,7

 

Ontvangsten

19,0

2,4

2,4

2,4

2,4

2,4

99

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

1,0

8,6

0,5

– 2,1

2,1

4,7

 

Ontvangsten

      

Artikel 12 Waterkwaliteit

De forse terugloop van de middelen vanaf 2015 op artikel 12 Waterkwaliteit wordt verklaard doordat de middelen voor investeren in waterkwaliteit vanaf 2015 zijn overgeboekt naar het Deltafonds. Op grond van het amendement-Jacobi (33 503, nr. 8) is het met ingang van 1 januari 2015 mogelijk om de uitgaven op het gebied van waterkwaliteit te verantwoorden op het Deltafonds, ook wanneer deze uitgaven geen relatie hebben met waterveiligheid en zoetwatervoorziening. Hierdoor is het mogelijk om op basis van het Deltafonds projecten waarin ook waterkwaliteitsaspecten een rol spelen integraal te financieren.

Artikel 13 Ruimtelijke ontwikkeling

De groei van het budget vanaf 2015 heeft betrekking op de budgetten voor medeoverheden voor bodemsanering. Deze budgetten staan tot en met 2014 op de begroting van BZK en worden via een decentralisatie uitkering aan de medeoverheden uitbetaald. De dip in 2016 wordt verklaard doordat binnen het budget bodemsanering 60 mln. wordt vrijgemaakt in de fasering van het budget.

Artikel 15 OV-keten

De hogere uitgaven in 2014 op artikel 15 OV-keten worden hoofdzakelijk verklaard door de bijdrage in het kader van de regeling met Eigen Veerdienst Terschelling aangaande een veerverbinding met Terschelling (9 mln.).

Artikel 16 Spoor

Het budget op dit artikel daalt sterk tot 2018. Dit komt doordat een groot gedeelte van de subsidies op spoor geschrapt is door de subsidietaakstellingen.

Artikel 17 Luchtvaart

Het budget (uitgaven en ontvangsten) op dit artikel daalt sterk tot 2018. Dit komt doordat het Geluidsisolatieprogramma Schiphol (GIS 3) afgerond is. In de volgende jaren is er nog een klein, aflopend budget voor de afhandeling van dit programma.

Artikel 19 Klimaat

De hogere budgetten in de jaren 2014 en 2015 zijn het gevolg van extra inzet in voor het thema Klimaat. In 2014 vindt de gecoördineerde opdracht 2014 voor de uitvoering van IenM regelingen (bijvoorbeeld het milieu-innovatieprogramma) door de Raad voor Ondernemend Nederland RVO plaats (voorheen AgNL). Door de deelnemende directies worden de geraamde (meerjarige) bijdragen overgeheveld naar artikel 19. Daarnaast is een aflopend budget voor Interreg aan dit artikel toegevoegd dat in het jaar 2014 een piek van 5,3 mln. kent. Een bijdrage van EZ voor de uitvoering van het SER-energieakkoord zorgt voor een hoger budget in 2015.

De ontvangsten kennen een grillig verloop omdat in Europees verband is besloten het aantal te veilen emissierechten in 2014, 2015 en 2016 met in totaal 900 miljoen te beperken en deze in 2019 en 2020 alsnog op de markt te brengen («backloading»).

Artikel 20 Lucht en geluid

De daling op artikel 20 Lucht en geluid wordt veroorzaakt door de overheveling van budgetten ten behoeve van artikel 19 Klimaat en 21 Duurzaamheid voor meer internationaal beleid, coördinatie en samenwerking, waaronder het uitwerken van de EU-roadmap-2050 en de modernisering van het milieubeleid. De vrijgemaakte middelen worden ook ingezet voor onder meer de uitvoering van Duurzame productketens, waaronder het afvalbeleid en opdrachten voor het in stand houden en verbeteren van de vitaliteit van het Natuurlijk Kapitaal (ecosystemen). Daarnaast worden de subsidies Euro-6 en Euro-VI vanaf 2014 beëindigd waardoor de budgetten vanaf 2015 op artikel 20 dalen.

Artikel 22 Externe veiligheid en risico’s

De uitgaven op artikel 22 nemen vanaf 2015 sterk toe door het Programma Omgevingsveiligheid. Via een programmatische aanpak wordt ingezet op het creëren van een veiligere leefomgeving. De verdere verhoging vanaf 2017 wordt verklaard door de budgetten die bestemd zijn voor de ondersteuning van het in te stellen verbod op asbestdaken.

Artikel 98 Apparaatsuitgaven Kerndepartement

De apparaatsuitgaven nemen door verschillende taakstellingen af (Rutte I, Rutte II en de inkooptaakstelling uit de Begrotingsafspraken 2014). Daarnaast zal vanaf 1 januari 2015 de centrale bekostiging voor de basisdienstverlening door P-Direkt plaatsvinden bij het ministerie voor Wonen en Rijksdienst en zijn de budgetten daarvoor overgeheveld.

Economische Zaken

XIII Economische Zakenbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

5.107,1

4.817,3

4.732,6

4.723,7

4.919,7

5.467,7

totaal niet-belastingontvangsten

11.796,7

10.168,5

10.118,1

9.898,9

10.083,5

10.573,7

11

Goed functionerende economie en markten

      
 

Uitgaven

195,2

189,0

180,6

173,3

166,5

166,5

 

Ontvangsten

53,3

52,3

43,4

30,2

30,2

30,2

12

Een sterk innovatievermogen

      
 

Uitgaven

880,5

686,1

606,8

583,8

566,8

556,3

 

Ontvangsten

74,5

61,6

63,7

72,2

79,8

82,0

13

Een excellent ondernemingsklimaat

      
 

Uitgaven

344,8

295,6

254,8

238,0

233,5

237,5

 

Ontvangsten

66,6

78,0

62,0

57,9

59,7

62,1

14

Een doelmatige en duurzame energievoorziening

      
 

Uitgaven

1.507,0

1.617,0

1.832,3

1.964,1

2.227,0

2.809,7

 

Ontvangsten

11.069,3

9.535,4

9.509,4

9.343,4

9.536,8

10.042,8

16

Een concurr., duurz.en veilige agro-, viss.- en voedselket.

      
 

Uitgaven

629,1

561,8

516,4

482,7

469,1

461,1

 

Ontvangsten

375,9

313,1

307,4

299,5

294,4

286,3

17

Groen onderwijs van hoge kwaliteit

      
 

Uitgaven

817,2

828,2

761,3

753,3

747,4

729,3

 

Ontvangsten

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

18

Natuur, regio en ruimte

      
 

Uitgaven

342,0

292,2

248,2

219,3

207,0

199,9

 

Ontvangsten

117,3

96,7

101,0

64,3

51,4

39,1

40

Apparaat

      
 

Uitgaven

391,2

347,5

332,2

309,4

302,4

307,4

 

Ontvangsten

39,7

31,3

31,2

31,2

31,2

31,2

41

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

      

Artikel 11 Goed functionerende economie en markten

De uitgaven op dit artikel hebben met name betrekking op de financiering van het CBS, Agentschap Telecom en bijdragen in het kader van de Metrologiewet. Het dalende verloop van de uitgaven wordt veroorzaakt door invulling van de apparaatstaakstelling op voornoemde organisaties. De ontvangsten op het artikel 11 vloeien voornamelijk voort uit boetes die door de Autoriteit Consument en Markt en Agentschap Telecom worden geind en ontvangsten uit hoofde van uitgifte van radio- en mobiele communicatiefrequenties. De ontvangsten lopen terug omdat de huidige verleende FM-vergunningen voor landelijke commerciële radio op 1 september 2017 aflopen. Het uitgiftebeleid voor deze frequenties voor de periode na 1 september 2017 zal in 2015 zijn uitwerking krijgen.

Artikel 12 Een sterk innovatievermogen

De uitgaven op dit artikel nemen vanaf 2012 af door de taakstelling op subsidies en het aflopen van projecten die voorheen uit het FES werden gefinancierd.

Artikel 13 Een excellent ondernemingsklimaat

Op dit artikel hebben de uitgaven een dalend verloop vanwege aflopende programma’s en aflopende regelingen. In 2015 zijn de ontvangsten hoger dan in andere jaren vanwege onttrekkingen uit de begrotingsreserve ten behoeve van de aanpassing van de schaderaming van de Borgstellingsregeling Midden en Kleinbedrijf.

Artikel 14 Een doelmatige en duurzame energievoorziening

De uitgaven op dit artikel stijgen door de oplopende uitgaven aan SDE (Stimulering Duurzame Energieproductie) en de SDE+-regeling. De totale ontvangsten op artikel 14 worden voornamelijk bepaald door de aardgasbaten. De ontvangsten kennen een dalend verloop, met in 2019 weer een stijging in de raming. De daling is hoofdzakelijk het gevolg van het kabinetsbesluit van 17 januari jl. Dit besluit behelst de reductie van het volume van het uit het Groningengasveld gewonnen gas tot 42,5 mld. kubieke meter in 2014 en 2015 en tot 40 mld. kubieke meter in 2016. De raming van de aardgasbaten wordt voor 2017 en 2018 eveneens gebaseerd op 40 mld. m3 (hetzelfde niveau als in 2016 waartoe het kabinet besloten heeft). Dit is een technische aanpassing van de raming. Besluitvorming over de maximale productie na 2016 vindt plaats in 2016.

Artikel 16 Een concurrerende, duurzame en veilige agro-, visserij en voedselketen

Op dit artikel dalen de uitgaven. Dit komt mede door de subsidietaakstellingen op dit artikel en het aflopen van diverse regelingen waaronder de Demoregeling proefprojecten Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, regeling fijnstofmaatregelen en de investeringsregeling Duurzame stallen

Artikel 17 Groen onderwijs van hoge kwaliteit

Het budget van dit artikel is bestemd voor onderwijs en de toepassing van kennis in het groene domein. De oorzaak van de daling in de uitgaven is het invullen van de subsidietaakstelling.

Artikel 18 Natuur, regio en ruimte

Op dit artikel staan de uitgaven met betrekking tot natuur en regionaal economisch beleid. De daling in de meerjarencijfers houdt met name verband met de decentralisatie van de intensiveringsmiddelen voor natuur naar de provincies. In 2014 zijn de ontvangsten hoger door de verkoop van gronden.

Artikel 40 Apparaat

De daling van de uitgaven dit artikel zijn met name het gevolg van de taakstelling op personeel en materieel.

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

XV Sociale Zaken en Werkgelegenheidbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

32.913,6

32.421,2

32.875,5

33.671,5

33.984,8

34.402,5

totaal niet-belastingontvangsten

1.978,2

1.685,3

1.702,1

1.677,5

1.681,1

1.687,2

1

Arbeidsmarkt

      
 

Uitgaven

16,9

17,5

22,4

22,4

23,4

22,4

 

Ontvangsten

34,3

33,7

36,1

36,1

36,1

36,1

2

Bijstand, Toeslagenwet en Sociale werkvoorziening

      
 

Uitgaven

9.773,7

6.529,7

6.594,7

6.605,6

6.740,3

6.881,5

 

Ontvangsten

98,4

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

3

Arbeidsongeschiktheid

      
 

Uitgaven

0,6

0,6

0,6

0,6

0,7

0,7

4

Jonggehandicapten

      
 

Uitgaven

3.029,9

3.113,4

3.184,0

3.227,2

3.146,3

3.194,6

 

Ontvangsten

12,3

     

5

Werkloosheid

      
 

Uitgaven

26,8

41,9

45,3

48,4

57,3

67,1

 

Ontvangsten

0,6

     

6

Ziekte en zwangerschap

      
 

Uitgaven

7,2

6,7

6,8

6,9

7,1

7,2

 

Ontvangsten

0,8

     

7

Kinderopvang

      
 

Uitgaven

2.310,3

2.408,4

2.445,8

2.499,1

2.566,7

2.635,3

 

Ontvangsten

1.541,8

1.408,9

1.419,6

1.393,9

1.399,1

1.406,5

8

Oudedagsvoorziening

      
 

Uitgaven

1.016,4

31,9

35,6

32,0

26,4

22,8

 

Ontvangsten

32,2

     

9

Nabestaanden

      
 

Uitgaven

0,8

0,8

0,9

0,9

0,9

1,0

10

Tegemoetkoming ouders

      
 

Uitgaven

4.501,5

5.389,7

5.349,0

5.308,0

5.286,7

5.263,6

 

Ontvangsten

240,8

237,6

241,6

242,9

241,6

240,6

11

Uitvoeringskosten

      
 

Uitgaven

441,1

462,1

409,9

359,3

353,0

333,2

 

Ontvangsten

6,3

     

12

Rijksbijdragen

      
 

Uitgaven

11.352,8

13.952,2

14.341,0

15.106,4

15.320,2

15.507,2

 

Ontvangsten

0,2

     

13

Integratie en maatschappelijke samenhang

      
 

Uitgaven

126,9

123,2

121,9

122,6

113,6

112,6

 

Ontvangsten

2,8

1,0

0,8

0,6

0,2

 

96

Apparaat

      
 

Uitgaven

261,2

277,2

227,9

223,1

215,1

214,9

 

Ontvangsten

3,6

3,6

3,6

3,6

3,6

3,6

97

Aflopende regelingen

      
 

Ontvangsten

0,0

     

98

Algemeen

      
 

Uitgaven

42,3

46,3

47,4

42,6

42,4

47,6

 

Ontvangsten

3,9

     

99

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

4,9

19,4

42,2

66,5

84,6

90,9

Artikel 2 Bijstand, toeslagenwet en Sociale werkvoorziening

Vanaf 2015 maakt het gebundeld participatiebudget onderdeel uit van de integratie-uitkering sociaal domein. Hierdoor dalen de uitgaven op dit artikel van 2014 op 2015 met ongeveer 3 mld. De ontwikkeling van de resterende uitgaven wordt verklaard door een aantal factoren. De uitgaven aan de participatiewetuitkering dalen van 2014 op 2015 met name door de verwachte daling van de werkloosheid en de doorwerking daarvan op het aantal participatiewetuitkeringen. Ook treedt in 2015 een aantal wetswijzigingen in de WWB in werking, waaronder de wet «maatregelen WWB» en de Participatiewet. Ook het wetsvoorstel kindregelingen treedt in 2015 in werking en heeft een effect op de bijstandsuitgaven. Meerjarig lopen de uitgaven van de participatiewet op. Deze stijging hangt samen met de invoering van de eerder genoemde wetswijzigingen vanaf 2015. Dit verklaart de stijging in de uitgaven vanaf 2016. Tot slot is een deel van het budget voor de sectorplannen (600 miljoen in totaal) van 2014 en 2015 overgeheveld naar 2016 en 2017 vanwege een derde tranche en een andere liquiditeitsbehoefte van de plannen uit de eerste en tweede tranche.

Artikel 4 Jonggehandicapten

De afgelopen jaren stegen de uitkeringslasten voor de Wajong jaarlijks fors. Dit was met name het gevolg van de instroom die elk jaar een stuk hoger lag dan de uitstroom. De verwachting is dat de instroom in 2015 aanzienlijk daalt in verband met de maatregelen uit de Participatiewet. De instroom zal immers alleen nog bestaan uit mensen die duurzaam geen arbeidsmogelijkheden hebben. De instroom en uitstroom zullen daardoor ongeveer aan elkaar gelijk zijn. De verwachte uitgaven voor 2015 zijn nog wel hoger dan voor 2014 vanwege een stijgende gemiddelde uitkeringshoogte.

Artikel 7 Kinderopvang

De uitgaven aan kinderopvangtoeslag stijgen vanaf 2015 licht. Dit wordt voornamelijk verklaard doordat het aantal kinderen in de buitenschoolse opvang naar verwachting toeneemt en door een daling in de werkloosheid.

Artikel 10 Tegemoetkoming ouders

Bij de kinderbijslag neemt het aantal kinderen met recht op kinderbijslag in de komende jaren af door demografische ontwikkelingen. De uitgaven aan de kinderbijslag dalen hierdoor na 2015 licht.

De uitgaven aan het kindgebonden budget verdubbelen in de periode 2013–2015. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de introductie van de alleenstaande ouderkop. Bovendien worden de bedragen voor het eerste en tweede kind verhoogd. De stijging van de uitgaven wordt vanaf 2015 getemperd doordat de inkomensgrens (waaronder recht is op kindgebonden budget) van de WKB wordt geharmoniseerd met die van de zorgtoeslag.

Artikel 12 Rijksbijdragen sociale fondsen

De grootste onderliggende post betreft de rijksbijdrage aan het ouderdomsfonds. Vanaf 2016 wordt de inkomensondersteuning AOW opgenomen in de rijksbijdrage ouderdomsfonds. Hierdoor stijgen de uitgaven met ongeveer 1 miljard. De oploop van de rijksbijdrage ouderdomsfonds na 2016 is minder sterk dan in eerdere begrotingen, omdat de uitkeringslasten AOW vanaf 2015 niet meer toenemen.

Premiegefinancierde Sociale Zekerheid

Sociale Verzekeringenbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

55.436,2

57.163,6

57.842,8

58.302,9

58.942,0

59.344,2

totaal niet-belastingontvangsten

397,0

428,4

433,3

437,9

442,6

447,3

3

Arbeidsongeschiktheid

      
 

Uitgaven

9.059,0

9.066,7

9.207,5

9.355,8

9.505,4

9.711,0

5

Werkloosheid

      
 

Uitgaven

7.406,4

7.640,0

7.548,7

7.547,6

7.541,8

7.242,0

 

Ontvangsten

397,0

428,4

433,3

437,9

442,6

447,3

6

Ziekte en zwangerschap

      
 

Uitgaven

2.685,2

2.647,4

2.671,9

2.696,8

2.729,2

2.756,9

8

Oudedagsvoorziening

      
 

Uitgaven

34.016,6

35.778,3

36.442,8

36.814,2

37.305,0

37.777,6

9

Nabestaanden

      
 

Uitgaven

558,4

475,0

450,1

438,9

426,1

416,1

11

Uitvoeringskosten

      
 

Uitgaven

1.710,5

1.556,2

1.521,7

1.449,6

1.434,7

1.440,6

Artikel 3 Arbeidsongeschiktheid

De komende jaren stijgen de uitkeringslasten WIA inclusief de lasten voor eigenrisicodragers. Dit is een gevolg van het feit dat de WIA een relatief nieuwe regeling is die nog niet het structurele niveau heeft bereikt. De hogere AOW-leeftijd heeft als gevolg dat WIA-uitkeringen langer doorlopen.

In de WAO is alleen nog nieuwe instroom door herleving van uitkeringen. Er worden dan ook nauwelijks nog nieuwe WAO-uitkeringen toegekend. Tegelijkertijd worden er in 2015 29.000 uitkeringen beëindigd. Hierdoor dalen de uitkeringslasten WAO. In latere jaren gaat de daling van de uitkeringslasten minder snel dan in 2015. Dit komt vooral doordat WAO-uitkeringen langer doorlopen als gevolg van de verdere stijging van de AOW-leeftijd.

Artikel 5 Werkloosheid

Na een verdere stijging in 2014 zal de werkloosheid in 2015 naar verwachting lager uitkomen dan in het jaar ervoor. De daling van de werkloosheid leidt tot een daling van het volume WW-uitkeringen, hoewel dit effect in 2015 nog gering zal zijn. Dit volume-effect wordt naar verwachting gecompenseerd door een eenmalige stijging in de gemiddelde jaaruitkering. De effecten van de wet Werk en Zekerheid groeien vanaf 2016 geleidelijk in. Vanwege de versnelde invoering van inkomensverrekening en de aanpassing passende arbeid geldt dat deze in 2015 naar verwachting al tot een lichte daling van uitkeringslasten leiden. Ook de intensivering van de handhaving passende arbeid leidt naar verwachting tot een daling van de WW-uitkeringslasten in 2015.

De ontvangsten van overheidswerkgevers stijgen naar verwachting ten opzichte van 2014 als gevolg van taakstellingen bij de overheid.

Artikel 6 Ziekte en zwangerschap

De ZW-uitkeringslasten van de bij het UWV-verzekerde populatie nemen in 2015 af vanwege een daling van het uitkeringsvolume bij uitzendkrachten en personen met een contract dat afloopt tijdens ziekte. Deze daling komt door een stijging van het aantal eigenrisicodragers onder werkgevers van deze vangnetgroepen. Daarnaast dalen de ZW-uitkeringslasten als gevolg van maatregelen uit de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters, zoals de keuring op algemeen geaccepteerde arbeid na afloop van het eerste ziektejaar.

Tot nu toe werden de uitgaven aan uitkeringen van eigenrisicodragers apart bijgeschat. Aangezien steeds meer werkgevers er voor kiezen om eigenrisicodrager te worden en de bijschatting daardoor problematischer is geworden, zijn de uitgaven aan uitkeringen eigenrisicodragers uit het kader SZA gehaald.

De uitkeringslasten voor de WAZO laten een stijging zien. De stijging hangt samen met de CBS-prognose dat het aantal geboorten de komende jaren toeneemt.

Artikel 8 Oudedagsvoorziening

De stijging van de uitgaven wordt verklaard door een aantal factoren. Ten eerste neemt het AOW-volume de komende jaren toe als gevolg van de stijgende levensverwachting en de vergrijzing. Ten tweede wordt per 1 januari 2015 de Inkomensondersteuning AOW ingevoerd waardoor de premiegefinancierde uitgaven met ongeveer 900 mln. toenemen. Daarnaast zijn de AOW-uitgaven inclusief de geraamde loon- en prijsontwikkeling.

Door de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd sinds 2013 en de versnelling van deze verhoging vanaf 2016 wordt de toename enigszins afgevlakt. De uitkeringslasten AOW stijgen tot 2016 als gevolg van de toename van het volume. Vanaf 2017 dalen de uitkeringslasten doordat er vanaf 1 april 2015 geen nieuwe instroom in de AOW-partnertoeslag mogelijk is (waardoor het aantal personen met partnertoeslag vanaf 2015 snel afneemt) en doordat de stijging van het volume afvlakt.

Artikel 9 Nabestaanden

De uitkeringslasten Anw dalen voornamelijk omdat de groep Anw-gerechtigden die voor 1950 geboren is, en daar hun recht op Anw aan ontleent, bij het bereiken van de AOW-leeftijd de Anw verlaat. Deze groep is volledig uitgestroomd op 1 april 2015. Ook de groep mensen die bij inwerkingtreding van de huidige Anw al recht had op diens voorganger, de Algemene Weduwen- en Wezenwet, stroomt de komende jaren grotendeels uit vanwege het bereiken van de AOW-leeftijd. De aanvulling van 20% van het minimumloon voor nabestaanden met kind wordt vervangen door een alleenstaande ouderkop in het kindgebonden budget. Hierdoor dalen de uitkeringslasten Anw in 2015 met 27 mln. en structureel met 25 mln.

Artikel 11 Uitvoeringskosten

De uitvoeringskosten van het UWV en de SVB wijzigen in de loop der jaren als gevolg van beleidswijzigingen en als gevolg van volumeontwikkelingen in de onderscheiden wetten.

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

XVI Volksgezondheid, Welzijn en Sportbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

15.051,4

14.580,8

14.792,9

14.954,8

14.841,1

14.742,8

totaal niet-belastingontvangsten

125,9

82,7

150,7

72,7

72,7

72,7

1

Volksgezondheid

      
 

Uitgaven

486,5

642,1

640,9

644,9

651,0

658,8

 

Ontvangsten

11,0

11,0

10,9

10,9

10,9

10,9

2

Curatieve Zorg

      
 

Uitgaven

2.723,7

4.660,9

4.326,2

3.969,2

3.717,3

3.391,2

 

Ontvangsten

55,9

45,9

36,0

36,0

36,0

36,0

3

Maatschappelijke Ondersteuning en Langdurige Zorg

      
 

Uitgaven

4.588,3

3.578,2

3.692,8

3.891,9

4.099,3

4.319,7

 

Ontvangsten

3,4

3,4

3,4

3,4

3,4

3,4

4

Zorgbreed Beleid

      
 

Uitgaven

735,1

779,7

756,0

753,7

753,3

761,9

 

Ontvangsten

4,9

4,9

4,9

4,9

4,9

4,9

5

Jeugd

      
 

Uitgaven

1.550,7

209,1

169,6

150,4

96,5

104,1

 

Ontvangsten

4,5

4,5

82,5

4,5

4,5

4,5

6

Sport en Bewegen

      
 

Uitgaven

70,5

126,6

129,3

131,9

129,4

129,4

 

Ontvangsten

1,7

1,7

1,7

1,7

1,7

1,7

7

Oorlogsgetroffenen en Herinneringen Tweede Wereldoorlog

      
 

Uitgaven

327,8

309,0

290,1

272,4

256,8

241,2

 

Ontvangsten

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

8

Tegemoetkoming Specifieke Kosten

      
 

Uitgaven

4.271,9

4.068,5

4.540,8

4.917,7

4.917,7

4.916,9

9

Algemeen

      
 

Uitgaven

34,6

24,3

21,6

18,1

16,7

16,7

10

Apparaatsuitgaven

      
 

Uitgaven

294,3

229,1

222,2

219,8

217,9

217,5

 

Ontvangsten

36,3

5,4

5,4

5,4

5,4

5,4

11

Nominaal en Onvoorzien

      
 

Uitgaven

– 32,1

– 46,6

3,4

– 15,1

– 14,9

– 14,7

 

Ontvangsten

7,3

5,0

5,0

5,0

5,0

5,0

Artikel 1 Volksgezondheid

De stijging van de uitgaven in 2015 en verder ten opzichte van 2014 voor gezondheidsbescherming, ziektepreventie en gezondheidsbevordering op artikel Volksgezondheid wordt verklaard door de overheveling van het Rijksvaccinatieprogramma van het begrotingskader Zorg naar de rijksbegroting in enge zin.

Artikel 2 Curatieve zorg

De stijging van uitgaven op dit artikel wordt grotendeels verklaard door de invoering van de rijksbijdrage aan het Zorgverzekeringsfonds (ZVF) die vanaf 2015 voor 4 jaar is afgesproken om het effect van de overhevelingen naar de ZVW in het kader van de Hervorming Langdurige Zorg op de premie te dempen. Deze rijksbijdrage heeft een afnemend verloop tot en met 2018. Aan de verdere stijging van de uitgaven op dit artikel ligt met name de toename van de Rijksbijdrage 18- als gevolg van de verwachte ontwikkeling van de nominale premie ten grondslag.

Artikel 3 Maatschappelijke Ondersteuning en Langdurige Zorg

Dit artikel neemt aan de uitgavenkant toe door een stijging van de rijksbijdrage in kosten van kortingen in de AWBZ. De hoogte van deze rijksbijdrage hangt o.a. samen met de ontwikkeling van verschillende tarieven in de inkomstenbelasting die leiden tot wijzigingen in de ontvangsten in het AWBZ-fonds, waar deze rijksbijdrage voor compenseert.

Artikel 4 Zorgbreed Beleid

De uitgaven op dit artikel laten in deze periode gemiddeld een beperkte groei zien.

Artikel 5 Jeugd

Dit artikel kent een forse daling van het budget na 2014. Dit wordt veroorzaakt door de overheveling van de middelen naar het gemeentefonds in het kader van de decentralisatie van de jeugdhulp. In de jaren 2015, 2016 en 2017 is het budget hoger dan latere jaren doordat er extra middelen beschikbaar zijn voor transitiekosten. De hoge ontvangsten in 2016 worden veroorzaakt door het afromen van middelen bij de provincies die bestemd zijn voor jeugd.

Artikel 6 Sport en Bewegen

Het verschil tussen 2014 en latere jaren op dit artikel is grotendeels te verklaren door de jaarlijkse storting in het gemeentefonds voor buurtsportcoaches. Dit vindt plaats lopende het begrotingsjaar.

Artikel 7 Oorlogsgetroffenen en Herinneringen Tweede Wereldoorlog

Door demografische ontwikkelingen neemt het aantal verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WOII gestaag af, waardoor de uitgaven aan pensioenen en uitkeringen op dit artikel een dalende trend vertoont.

Artikel 8 Tegemoetkoming Specifieke Zorgkosten

Op dit artikel nemen de uitgaven af als gevolg de regeerakkoordmaatregel om de Wtcg af te schaffen. De toename vanaf 2016 is het gevolg van de ontwikkeling van de zorgpremie. Deze toename wordt wel beperkt door de maatregelen uit het aanvullend pakket met betrekking tot de zorgtoeslag.

Artikel 9 Algemeen

De piek in het jaar 2014 op dit artikel is terug te voeren op het aanvullen van het eigen vermogen van het RIVM en de middelen die beschikbaar zijn gekomen voor projectdirectie ALT (Anthony van Leeuwenhoek).

Artikel 10 Apparaatsuitgaven

Dit artikel vertoont een daling van de uitgaven, die vooral samenhangt met een reductie van de uitgaven aan personeel en materieel. De piek in de uitgaven en ontvangsten in 2014 wordt veroorzaakt door desalderingen ten behoeve van de projectdirectie ALT.

Artikel 11 Nominaal en Onvoorzien

Het verloop op dit artikel wordt grotendeels verklaard door aanpassing van de taakstellende onderuitputting die VWS aanhoudt en die een sluitpost van de begroting vormt.

Premiegefinancierde Zorg

Premiegefinancierd Budgettair Kader Zorgbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

69.159,5

63.821,1

66.299,6

67.944,8

71.110,1

74.640,1

totaal niet-belastingontvangsten

5.110,1

4.955,0

5.071,8

5.138,0

5.261,0

5.462,9

11

Zorgverzekeringswet

      
 

Uitgaven

41.052,0

44.364,4

47.151,7

48.633,8

51.209,4

53.801,2

 

Ontvangsten

3.125,1

3.217,7

3.395,8

3.486,1

3.605,8

3.747,8

12

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten

      
 

Uitgaven

28.107,5

19.456,7

19.147,9

19.311,0

19.900,7

20.838,9

 

Ontvangsten

1.985,0

1.737,3

1.676,0

1.651,9

1.655,2

1.715,0

Het premiegefinancierde deel van het Budgettair Kader Zorg vertoont van 2014 naar 2015 veel structurele verschuivingen en een per saldo daling vanwege de hervorming van de langdurige zorg (HLZ) en de decentralisatie van de jeugdzorg. Op het Gemeentefonds vindt er een overeenkomstige uitgavenstijging plaats vanwege de overgehevelde budgetten.

Artikel 11 Zorgverzekeringswet

De uitgaven onder de Zorgverzekeringswet (Zvw) tonen vanaf 2014 een aanzienlijke stijging. De uitgavenstijging in 2015 wordt met name veroorzaakt door de overheveling van de wijkverpleegkundige zorg van de Algemene Wet Bijzondere Ziekekosten (AWBZ) naar de Zvw. Ook de overheveling van de langdurige ggz (verblijf tot 3 jaar) uit de AWBZ naar de Zvw leidt tot een stijging van de Zvw-uitgaven. Naast de verschuivingen, is er ook een onderliggende groei. Deze stijging wordt aan de volumekant met name veroorzaakt door factoren zoals demografie, technologische ontwikkeling in combinatie met open pakketinstroom en epidemiologie. In de meerjarenraming is het dempende effect van de gesloten hoofdlijnakkoorden 2013 en het succesvolle preferentiebeleid bij de geneesmiddelen zichtbaar. Aangezien de hoofdlijnakkoorden tot en met 2017 gelden, wordt voor de extrapolatiejaren 2018 en 2019 verondersteld dat de bij de MLT geraamde oploop in de groei doorzet, wat de grote uitgavenstijging in die jaren verklaart. Daarnaast is er gedurende de hele gepresenteerde periode sprake van nominale groei.

Artikel 12 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten

De uitgaven voor de AWBZ worden met name gekenmerkt door een flinke neerwaartse sprong van 2014 op 2015 als gevolg van de overhevelingen in het kader van de hervorming van de langdurige zorg (HLZ): begeleiding, dagbesteding en jeugdzorg naar gemeenten en de wijkverpleegkundige zorg naar de Zvw.

Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking

XVII Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerkingbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

      

totaal niet-belastingontvangsten

27,5

20,9

16,4

18,1

15,7

13,4

5

Versterkte kaders voor ontwikkeling

      
 

Ontvangsten

27,5

20,9

16,4

18,1

15,7

13,4

Relatie begroting voor Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking en de Homogene groep internationale samenwerking (HGIS)

De begroting voor Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking bestaat niet enkel uit HGIS uitgaven, maar uit HGIS en niet-HGIS ontvangsten. De HGIS uitgaven en ontvangsten worden elders toegelicht. De niet-HGIS ontvangsten worden hieronder toegelicht.

Artikel 5 Versterkte kaders voor ontwikkeling

De dalende ontvangsten betreffen rente-inkomsten en restituties uit in het verleden aangegane NIO leningen. De in het verleden verstrekte leningen worden afbeheerd en lopen tot uiterlijk 2038. Tot die tijd worden de (dalende) ontvangsten uit rente en restituties verantwoord op de begroting van BH&OS.

Wonen & Rijksdienst

XVIII Wonen & Rijksdienstbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

3.502,2

3.603,1

3.705,2

3.872,6

4.227,4

4.393,4

totaal niet-belastingontvangsten

619,6

621,4

626,6

648,3

648,8

649,0

11

Woningmarkt

      
 

Uitgaven

3.141,8

3.335,4

3.499,8

3.676,7

3.835,3

4.000,7

 

Ontvangsten

490,3

501,1

507,9

510,0

510,5

510,7

12

Woonomgeving en bouw

      
 

Uitgaven

177,2

101,6

41,0

34,7

231,9

232,9

 

Ontvangsten

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

13

Kwaliteit Rijksdienst

      
 

Uitgaven

28,3

18,3

18,0

17,7

17,5

17,5

 

Ontvangsten

7,3

     

16

Uitvoering rijksvastgoedbeleid

      
 

Uitgaven

154,9

147,7

146,4

143,5

142,7

142,3

 

Ontvangsten

121,8

120,2

118,6

138,2

138,2

138,2

Artikel 11 Woningmarkt

Het budget huurtoeslag neemt toe, met name doordat de boveninflatoire huurverhogingen tot hogere huurtoeslaguitgaven leiden en doordat de huurtoeslag in nominale prijzen wordt gepresenteerd.

Artikel 12 Woonomgeving en bouw

Dit artikel toont incidenteel hogere uitgaven voor de jaren 2014 en 2015. In het Woonakkoord is overeengekomen om een Revolverend Fonds Energiebesparing Gebouwde Omgeving te vormen. In 2014 is 135 mln. beschikbaar voor dit fonds. Omdat de start van het fonds in 2013 is vertraagd, schuift de in 2013 gereserveerde 50 mln. door naar 2015. Conform afspraken binnen het Energieakkoord voor duurzame groei is daarnaast in de jaren 2018 en 2019 totaal 400 mln. beschikbaar voor de stimulering van energiebesparende projecten binnen de huursector.

Artikel 13 Kwaliteit Rijksdienst

De middelen voor het verbeteren van de kwaliteit van de Rijksdienst worden besteed aan arbeidsmarktprojecten via het A&O-fonds, het realiseren van in-, door- en uitstroom van rijksambtenaren, betere aan bedrijfsvoering gerelateerde ICT, professioneel en verantwoord inkopen en rijksbrede arbeidsmarktcommunicatie. De daling van 2014 op 2015 wordt veroorzaakt door incidentele departementale bijdragen aan de ICBR in 2014 en door een desaldering a 7,3 mln. Deze desaldering wordt veroorzaakt doordat Logius en SSC-ICT het surplus aan eigen vermogen van respectievelijk 4,9 mln. en 2,5 mln. hebben teruggegeven aan de eigenaar. De eigenaar heeft de middelen van Logius ingezet voor de dekking van de incidentele lasten van de digitale infrastructuur. De eigenaar moet in overleg met het opdrachtgevend beraad een besluit nemen over de aanwending van de vrij gekomen middelen van SSC-ICT. De daling in de periode 2015–2018 wordt vooral veroorzaakt doordat in kader van de taakstelling het budget voor arbeidsmarktcommunicatie is verlaagd.

Artikel 16 Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

De uitgaven voor het Rijksvastgoedbeleid dalen vanwege de invulling van taakstellingen uit het regeerakkoord Rutte I en Rutte II. Vanaf 2017 stijgen de ontvangsten substantieel door de toenemende opbrengsten uit de veilingen van benzinestations.

Gemeentefonds

B Gemeentefondsbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

18.714,5

27.272,7

27.036,0

26.508,0

26.317,7

26.174,8

totaal niet-belastingontvangsten

0,1

     

1

Gemeentefonds

      
 

Uitgaven

      

2

Apparaat

      
 

Uitgaven

25,4

61,1

25,0

25,3

24,3

24,3

 

Ontvangsten

0,1

     

3

Programma

      
 

Uitgaven

18.716,1

16.925,2

16.790,5

16.641,9

16.595,5

16.541,5

4

Integratie-uitkering sociaal Domein

      
 

Uitgaven

 

10.286,5

10.220,5

9.840,8

9.698,0

9.609,1

Artikel 2 Apparaat

Dit artikel heeft voornamelijk betrekking op bijdragen aan de VNG en het daaraan gelieerde Kwaliteitsinstituut van Nederlandse Gemeenten (KING). Deze apparaatsuitgaven worden verantwoord op de departementale begrotingen. De bijdragen aan de VNG stijgen in 2015 in verband met de decentralisaties in het sociaal domein.

Artikel 3 Programma en Artikel 4 Deelfonds sociaal Domein

De daling in de programma uitgaven (artikel 3) wordt verklaard door maatregelen uit het regeerakkoord Rutte II en het financieel akkoord uit januari 2013. Verder zijn er per 2015 middelen overgeheveld naar het gemeentefonds (in de integratie-uitkering sociaal domein) als gevolg van de decentralisaties van de jeugdzorg, de langdurige zorg en de participatiewet. Deze middelen staan op (het nieuwe) artikel 4. De daling in dit budget hangt voornamelijk samen met de maatregelen met betrekking tot de sociale werkvoorziening uit het Regeerakkoord.

Provinciefonds

C Provinciefondsbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

1.277,4

952,2

1.123,4

1.126,9

1.011,1

1.006,1

totaal niet-belastingontvangsten

      

1

Provinciefonds

      
 

Uitgaven

1.277,4

952,2

1.123,4

1.126,9

1.011,1

1.006,1

De daling in de uitgaven wordt verklaard door maatregelen uit het regeerakkoord Rutte II en het financieel akkoord uit januari 2013.

Daarnaast wordt de daling tussen 2014 en 2015 veroorzaakt door het feit dat het bedrag voor 2015 van de decentralisatie-uitkeringen Bodemsanering nog niet bekend is en de decentralisatie-uitkering Stedelijke vernieuwing in 2014 afloopt. Dat het bedrag in 2016 weer hoger ligt, hangt samen met het kasritme waarmee de extra middelen voor natuur beschikbaar worden gesteld (100 mln. in 2014 en 2015, 300 mln. in 2016 en 2017, en 200 mln. in 2018 en 2019).

Infrastructuurfonds

A Infrastructuurfondsbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

6.149,0

6.163,1

5.911,0

6.350,1

5.847,8

6.059,3

totaal niet-belastingontvangsten

6.161,2

6.163,1

5.911,0

6.350,1

5.847,8

6.059,3

12

Hoofdwegennet

      
 

Uitgaven

2.419,4

2.294,0

1.935,6

2.421,5

2.152,3

2.745,9

 

Ontvangsten

141,0

533,7

87,2

66,3

28,4

38,3

13

Spoorwegen

      
 

Uitgaven

2.390,3

2.387,9

2.464,5

2.238,6

2.207,1

1.933,7

 

Ontvangsten

120,9

232,7

177,2

193,6

192,8

204,5

14

Regionaal, lokale infra

      
 

Uitgaven

172,2

181,4

273,9

348,4

341,7

248,4

 

Ontvangsten

0,6

     

15

Hoofdvaarwegennet

      
 

Uitgaven

884,3

883,4

741,8

692,8

638,6

630,9

 

Ontvangsten

54,5

27,0

15,4

14,5

  

17

Megaprojecten Verkeer en Vervoer

      
 

Uitgaven

40,7

143,7

165,0

341,5

350,9

327,4

 

Ontvangsten

2,0

40,3

24,9

35,3

32,4

55,9

18

Overige uitgaven en ontvangsten

      
 

Uitgaven

242,1

272,6

330,2

307,2

157,3

173,0

 

Ontvangsten

     

18,3

19

Bijdrage andere begrotingen Rijk

      
 

Ontvangsten

5.842,2

5.329,4

5.606,4

6.040,4

5.594,2

5.742,3

Artikel 12 Hoofdwegennet

De uitgaven binnen dit artikel kennen na de kasschuiven bij Voorjaarsnota 2014 en Miljoenennota 2015 een licht fluctuerend verloop. Dit verloop hangt samen met de planning van de uitgaven van de diverse aanlegprojecten (zowel realisatie als verkenningen en planuitwerkingen) in de komende jaren. In 2015 staan relatief hoge ontvangsten geraamd. Deze hebben voornamelijk betrekking op bijdragen van de regio voor A1 Apeldoorn-Azelo en A12/A15 Ressen-Oudbroeken (ViA15). Deze begrote ontvangsten zijn in lijn met de afgesproken bestuursovereenkomsten.

Artikel 13 Spoorwegen

De uitgaven op artikel 13 zijn bestemd voor de aanleg en het beheer en de vervanging van de spoorwegen. Vanaf 2017 is er een dalende trend zichtbaar. Deze daling wordt verklaard door een kleiner aanlegprogramma doordat enkele grote aanlegprojecten worden afgerond, waaronder PHS DSSU (realisatie in 2015), OV-terminal Utrecht Centraal en OV SAAL Korte Termijn (beide realisatie in 2016).

Artikel 14 Regionale en lokale infra

De uitgaven op artikel 14 hangen samen met grote projecten die regionale overheden aanleggen, zoals de Parallelstructuur Gouwe, HOV-net Zuid-Holland noord en de Tram naar de Uithof. De fluctuatie binnen het artikel is groot, door de planning van deze grote regionale projecten. Daarnaast wordt het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP-ZZL), waaronder de «concrete bereikbaarheidsprojecten», zoals de Bereikbaarheid Leeuwarden en Bereikbaarheid Assen, uit dit artikel gefinancierd.

Artikel 15 Hoofdvaarwegennet

In artikel 15 worden fluctuaties in de uitgaven voornamelijk bepaald door het verloop van de aanlegprojecten Maasroute en de Zuid-Willemsvaart. Deze zitten momenteel in de realisatiefase. Ook de ontvangsten hebben met deze projecten te maken.

Artikel 17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer

De budgetten op artikel Megaprojecten Verkeer en Vervoer (art. 17) lopen sterk op omdat de het project «ERTMS landelijke invoer» door de Tweede Kamer is aangewezen als een groot project. Hierbij heeft de Tweede Kamer het verzoek gedaan om de verantwoording van dit grote aanlegproject te laten plaatsvinden op artikel 17 van het Infrastructuurfonds. Om deze reden zijn de budgetten bij Voorjaarsnota overgeboekt van artikel 13 naar artikel 17. Daarnaast zijn ook de budgetten voor het integrale project ZuidasDok overgeheveld naar artikel 17. Deze budgetten zijn afkomstig van artikel 12 (Hoofdwegennet) en artikel 13 (Spoorwegen). Hiermee worden alle budgetten voor het project ZuidasDok begroot en verantwoord op één artikel.

Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten

De grootste uitgaven op artikel 18 hangen samen met de netwerkoverstijgende apparaatskosten van RWS. Dit betreffen zowel de kosten die met de overhead van RWS gemoeid zijn als bepaalde onderdelen van Landelijke taken die een netwerkoverstijgend karakter kennen. Er is een toename in het budget in de jaren 2015–2017 omdat in die jaren de middelen voor het vervolg van Beter Benutten ook op dit artikel zijn geraamd.

Artikel 19 Bijdrage andere begrotingen Rijk

Het artikel 19 betreft de voeding van het Infrastructuurfonds vanuit de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. De ramingen zijn onder andere afhankelijk van het verloop van de (aanleg)projecten.

Diergezondheidsfonds

F Diergezondheidsfondsbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

20,2

21,9

21,9

21,9

21,9

21,9

totaal niet-belastingontvangsten

10,9

21,9

21,9

21,9

21,9

21,9

1

Bewaking en bestrijding van dierziekten

      
 

Uitgaven

20,2

21,9

21,9

21,9

21,9

21,9

 

Ontvangsten

10,9

21,9

21,9

21,9

21,9

21,9

Op de begroting van het Diergezondheidsfonds (DGF) worden meerjarig de reguliere uitgaven voor bewaking en bestrijding van dierziekten opgenomen. Dekking vindt plaats door bijdragen van de sector via een heffing, de EU en het Rijk.

Accres Gemeentefonds

bedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

 

223,0

562,8

742,5

828,8

1.133,8

totaal niet-belastingontvangsten

      

1

Accres gemeentefonds

      
 

Uitgaven

 

104,9

394,7

547,9

621,5

883,9

2

Reservering BCF

      
 

Uitgaven

 

118,1

168,1

194,6

207,3

250,0

Het accres van het gemeentefonds wordt berekend door de mutatie van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven als groeivoet te nemen over de grondslag, zijnde het gemeentefonds. De stijging van accressen wordt veroorzaakt door een stijging van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven.

Bijlage 9 van de Miljoenennota geeft de onderbouwing van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven, en daarmee de onderbouwing van de jaarlijkse accresontwikkeling.

Met ingang van 2015 wordt de ontwikkeling van het BTW-compensatiefonds (BCF) gekoppeld aan de accrespercentages. Het BCF is een openeinderegeling. Alle declaraties van gemeenten en provincies bij het BCF worden, wanneer voldaan aan declaratievoorwaarden, vergoed uit het BCF. Met de afspraak uit het financieel akkoord met VNG, IPO en UvW van 18 januari 2013 blijft dit het geval. Onderschrijdingen van het plafond worden gestort in het GF/PF. Overschrijdingen op het vastgestelde BCF-plafond worden verhaald op het GF/PF. Op dit moment wordt een onderschrijding van het afgesproken plafond geraamd en daarmee een storting in het GF met ingang van 2015.

Accres Provinciefonds

Accres Provinciefondsbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

 

21,5

45,1

59,2

66,2

91,9

totaal niet-belastingontvangsten

      

1

Accres provinciefonds

      
 

Uitgaven

 

7,7

25,5

36,5

41,9

59,1

2

Reservering BCF

      
 

Uitgaven

 

13,8

19,6

22,7

24,3

32,9

Het accres van het provinciefonds wordt berekend door de mutatie van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven als groeivoet te nemen over de grondslag, zijnde het provinciefonds. De stijging van accressen wordt veroorzaakt door een stijging van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven.

Bijlage 9 van de Miljoenennota geeft de onderbouwing van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven, en daarmee de onderbouwing van de jaarlijkse accresontwikkeling.

Met ingang van 2015 wordt de ontwikkeling van het BTW-compensatiefonds (BCF) gekoppeld aan de accrespercentages. Het BCF is een openeinderegeling. Alle declaraties van gemeenten en provincies bijhet BCF worden, wanneer voldaan aan de declaratievoorwaarden, vergoed uit het BCF. Met de afpsraak uit het financieel akkoord met VNG, IPO en UvW van 18 januari 2013 blijft dit het geval. Onderschrijdingen van het plafond woden gestort in het GF/PF. Overschrijdingen op het vasgestelde BCF-plafond worden verhaald op het GF/PF. Op dit moment wordt een onderschrijding van het afgesproken plafond geraamd en daarmee een storting in het GF met ingang van 2015.

BES-fonds

H BES-fondsbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

32,0

31,9

31,9

31,9

32,0

32,3

totaal niet-belastingontvangsten

      

1

BES-fonds

      
 

Uitgaven

32,0

31,9

31,9

31,9

32,0

32,3

Via het BES-fonds krijgen de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Caribisch Nederland) middelen toebedeeld om hun eilandelijke taken naar behoren uit te voeren.

Deltafonds

J Deltafondsbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

1.213,4

1.374,6

1.275,8

1.161,0

1.055,2

1.007,6

totaal niet-belastingontvangsten

1.213,4

1.374,6

1.275,8

1.161,0

1.055,2

1.007,6

1

Investeren in waterveiligheid

      
 

Uitgaven

788,3

903,7

757,8

732,8

649,7

566,4

 

Ontvangsten

136,6

246,0

206,7

189,9

171,7

171,4

2

Investeren in zoetwatervoorziening

      
 

Uitgaven

10,2

6,2

37,8

23,7

2,1

1,7

 

Ontvangsten

0,2

4,0

4,9

   

3

Beheer, Onderhoud en vervanging

      
 

Uitgaven

186,7

190,0

208,8

146,7

136,6

120,1

4

Experimenteren cf. art.111 Deltawet

      
 

Uitgaven

15,0

11,5

3,5

   

5

Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven

      
 

Uitgaven

213,2

216,3

223,3

216,3

226,0

265,5

 

Ontvangsten

2,1

     

6

Bijdrage ten laste van begroting Hoofdstuk XII

      
 

Ontvangsten

1.074,5

1.124,6

1.064,2

971,1

883,6

836,2

7

Investeren in Waterkwaliteit

      
 

Uitgaven

 

46,8

44,6

41,4

40,8

53,8

Artikel 1 Investeren in waterveiligheid

De jaarlijkse uitgaven op het artikel investeren in waterveiligheid variëren sterk. Het verloop hangt samen met de planning van de uitgaven van de diverse aanlegprojecten (zowel realisatie als verkenningen en planuitwerkingen) in de komende jaren. Op dit artikel worden de uitgaven gedaan voor de projecten binnen het Hoogwaterbeschermingsprogramma en Ruimte voor de Rivier.

Artikel 2 Investeren in zoetwatervoorzieningen

De fluctuatie in het budget wordt hoofdzakelijk verklaard door de geprogrammeerde uitgaven (kasritme) voor het project Haringvliet de Kier en de bijdrage aan het herstel van de oude loop van de Roode Vaart.

Artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging

De budgetten voor beheer, onderhoud en vervanging lopen op tot 2016 om vervolgens weer te dalen. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de afronding van het programma Stroomlijn. Daarnaast zijn de middelen voor areaalgroei tot en met 2016 (huidige SLA-periode) beschikbaar, maar voor de doorwerking van het beheer en onderhoud in de jaren daarna nog niet in de juiste jaren. In de volgende begrotingen zal dit beschikbaar worden gemaakt.

Artikel 4 Experimenteren cf. art.111 Deltawet

Het enige project dat op dit artikel is geprogrammeerd is Marker Wadden. De huidige budgetten geven dus de uitgaven weer van dit project.

Artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven

Het budget kent een relatief vlak verloop. De stijging in 2019 wordt verklaard door de hogere (nog niet concreet ingezette) investeringsruimte in dat jaar. Bij besluitvorming over de concrete aanwending van deze middelen worden deze overgeheveld naar het relevante artikel op het Deltafonds, vanwaar ze daadwerkelijk uitgegeven en verantwoord worden.

Artikel 6 Bijdrage ten laste van begroting hoofdstuk XII

Dit artikel betreft de voeding van het Deltafonds vanuit de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. De ramingen zijn onder andere afhankelijk van het verloop van de (aanleg)projecten en kosten voor beheer, onderhoud en vervanging.

Artikel 7 Investeren in waterkwaliteit

Op dit nieuwe artikel worden op grond van het amendement-Jacobi (Kamerstukken II, 2012–2013, 33 503, nr. 8) met ingang van 1 januari 2015 de uitgaven op het gebied van waterkwaliteit verantwoord. Het betreft de uitgaven voor het «Verbeterprogramma Rijkswateren» van hoofdstuk 12 artikel 12, welke vanaf 2019 worden geëxtrapoleerd tot en met 2027, het jaar waarin het programma ten behoeve van de Kaderrichtlijn Water (KRW) wordt afgerond.

Prijsbijstelling

Prijsbijstellingbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

 

520,1

1.075,2

1.516,5

1.946,2

2.391,4

totaal niet-belastingontvangsten

      

1

Rijksbegroting in enge zin

      
 

Uitgaven

 

456,2

969,2

1.344,6

1.715,3

2.104,4

2

SZA

      
 

Uitgaven

 

5,4

11,7

17,0

22,1

27,6

3

ZORG

      
 

Uitgaven

 

2,5

6,1

12,0

15,4

19,0

4

Niet-relevant

      
 

Uitgaven

 

45,0

88,2

142,8

193,3

240,5

Op de aanvullende post Prijsbijstelling worden de middelen gereserveerd die worden gebruikt om de prijsgevoelige uitgaven op de diverse begrotingen te compenseren voor de prijsontwikkeling. Deze compensatie wordt jaarlijks van deze aanvullende post overgeboekt naar de departementale begrotingen. Op deze aanvullende post worden de tranches voor de prijsbijstelling voor de komende vijf jaar gereserveerd; dit verklaart de oploop in bovenstaande reeks.

Arbeidsvoorwaarden

Arbeidsvoorwaardenbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

 

590,2

1.140,2

1.740,4

2.302,0

2.875,6

totaal niet-belastingontvangsten

      

1

arbeidsvoorwaardenruimte ijklijn RB-eng

      
 

Uitgaven

 

561,9

1.079,5

1.643,3

2.175,7

2.723,5

2

arbeidsvoorwaardenruimte ijklijn SZ

      
 

Uitgaven

 

23,1

49,5

74,9

98,2

120,7

3

arbeidsvoorwaardenruimte ijklijn Z

      
 

Uitgaven

 

4,2

9,7

19,7

25,4

32,6

4

indexering rijksbijdragen

      
 

Uitgaven

 

1,0

1,5

2,4

2,7

– 1,2

Op de aanvullende post Arbeidsvoorwaarden worden de middelen gereserveerd die nodig zijn om de loongevoelige uitgaven op de Rijksbegroting, Sociale Zekerheid en Zorg op het uitgavenpeil van het desbetreffende jaar te brengen. De oploop in de cijfers ontstaat doordat jaarlijks een structurele reservering wordt opgenomen teneinde de begrotingsuitgaven (zoals deze op de afzonderlijke begrotingen zijn opgenomen) van constante naar lopende prijzen te brengen. Bij de niet-kaderrelevante uitgaven (nr. 4) is de afloop in 2019 te verklaren door de gekozen financieringsconstructie van het vroegpensioen (UKW) voor militairen. De min wordt veroorzaakt door een lening die defensie vanaf dat jaar gaat terugbetalen. De lening is ingezet om de tijdelijke extra UKW lasten te financieren.

Koppeling uitkeringen

Koppeling Uitkeringenbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

 

115,9

305,4

513,1

701,8

867,2

totaal niet-belastingontvangsten

  

5,1

9,8

14,5

19,3

2

Bijstand, Toeslagenwet en WSW

      
 

Uitgaven

 

58,2

119,7

169,1

201,3

212,4

3

Arbeidsongeschiktheid

      
 

Uitgaven

 

0,0

0,0

0,0

0,0

0,1

4

Jonggehandicapten

      
 

Uitgaven

 

35,1

71,3

102,9

129,8

161,8

5

Werkloosheid

      
 

Uitgaven

 

0,3

0,7

1,3

2,3

3,3

6

Ziekte en zwangerschap

      
 

Uitgaven

 

0,1

0,2

0,3

0,4

0,5

7

Kinderopvang

      
 

Uitgaven

 

21,8

51,9

81,1

112,7

146,1

8

Oudedagsvoorziening

      
 

Uitgaven

 

0,4

1,2

1,7

1,9

2,1

9

Nabestaanden

      
 

Uitgaven

 

0,0

0,0

0,0

0,1

0,1

10

Tegemoetkoming ouders

      
 

Uitgaven

  

60,5

156,7

253,2

340,9

 

Ontvangsten

  

5,1

9,8

14,5

19,3

Op de aanvullende post Koppeling Uitkeringen worden de uitgaven voor de indexering van de begrotingsgefinancierde sociale-zekerheidsuitgaven geraamd. De mutaties in uitgaven op de artikelen komen met name tot stand door aanpassingen van de WKA (Wet koppeling met afwijkingsmogelijkheden)-index, door wijzigingen in prijsontwikkeling en door grondslageffecten bij de uitkeringen en programma-uitgaven. Aanpassing van de WKA-index en prijsontwikkeling vinden plaats op basis van CPB-cijfers. De uitgaven betreffen jaarlijkse tranches voor de komende vijf jaar, dit verklaart de oploop op de verschillende artikelen.

Aanvullende Post

Algemeenbedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

25,0

761,4

703,8

856,1

1.121,8

1.095,0

totaal niet-belastingontvangsten

      

4

Eindejaarsmarge

      
 

Uitgaven

      

55

Diversen

      
 

Uitgaven

25,0

741,2

401,2

317,2

317,2

317,2

92

RA B: Veiligheid

      
 

Uitgaven

    

75,7

75,7

93

RA D: Onderwijs

      
 

Uitgaven

  

292,5

477,8

678,0

651,2

94

RA E: Zorg

      
 

Uitgaven

 

20,2

10,1

61,1

51,0

51,0

Op de aanvullende post Algemeen staan middelen waarvan op het moment van reservering de definitieve aanwending nog niet kan worden aangegeven. Daarnaast staat op de aanvullende post de in=uit-taakstelling op artikel 4 eindejaarsmarge.

Artikel 4 Eindejaarsmarge

De in=uit-taakstelling zorgt ervoor dat het uitkeren van de eindejaarsmarges aan departementen geen effect heeft op het EMU-saldo. De ramingstechnische veronderstelling is dat de onderuitputting van het voorgaande jaar zich ook zal voordoen in het lopende jaar. Aangezien de in=uit-taakstelling voor 2014 volledig is ingevuld, is artikel 4 leeg.

Artikel 55 Diversen

De stand op artikel 55 wordt hoofdzakelijk gevormd door een reservering voor het effect van ESA2010 op de EU afdrachten en middelen voor het Toekomstfonds.

Artikel 92 RA B:Veiligheid, Artikel 93 RA D:Onderwijs en Artikel 94 RA E:Zorg

Op artikelen 92, 93 en 94 staan de intensiveringsmiddelen uit het Regeerakkoord Rutte-Asscher die nog niet zijn uitgekeerd aan de verschillende departementale begrotingen.

Homogene Groep Internationale Samenwerking

HOMOGENE GROEP INTERNATIONALE SAMENWERKINGbedragen in miljoenen euro's
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Totaal uitgaven

5.218,3

4.646,7

4.636,3

4.548,7

4.325,2

4.338,1

Totaal niet-belastingontvangsten

158,5

130,2

251,3

153,4

124,9

124,9

       

5. Buitenlandse Zaken

      

Uitgaven

1.381,8

1.395,5

1.333,1

1.360,1

1.337,8

1.346,2

Ontvangsten

64,9

62,9

62,9

62,9

62,9

62,9

       

Artikel 1: Internationale rechtsorde en eerbiediging mensenrechten

      

Uitgaven

112,6

111,7

111,5

110,2

109,7

109,7

       

Artikel 2: Veiligheid en stabiliteit

      

Uitgaven

292,1

251,6

238,2

240,8

238,8

238,8

Ontvangsten

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

       

Artikel 3: Europese Samenwerking

      

Uitgaven

174,9

201,0

239,2

207,2

207,2

207,2

Ontvangsten

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

       

Artikel 4: Consulaire belangenbehartiging

      

Uitgaven

52,1

53,2

50,0

42,4

44,4

44,4

Ontvangsten

42,1

42,1

42,1

42,1

42,1

42,1

       

Artikel 5: Geheim

      

Uitgaven

0,0

     
       

Artikel 6: Nominaal en onvoorzien

      

Uitgaven

1,4

25,0

35,5

149,3

142,5

150,2

       

Artikel 7: Apparaat

      

Uitgaven

748,5

752,9

658,7

610,2

595,2

595,9

Ontvangsten

21,4

19,4

19,4

19,4

19,4

19,4

       

6. Veiligheid en Justitie

      

Uitgaven

51,7

43,9

44,7

32,9

32,4

32,4

       

7. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

      

Uitgaven

0,7

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

       

8. Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

      

Uitgaven

64,6

63,9

63,9

58,8

58,8

58,8

       

9B. Financien

      

Uitgaven

57,0

279,3

362,6

256,8

274,0

274,0

Ontvangsten

3,7

     
       

10. Defensie

      

Uitgaven

322,1

310,2

266,4

265,8

265,8

265,8

Ontvangsten

1,4

1,4

26,9

26,9

1,4

1,4

       

12. Infrastructuur en Milieu

      

Uitgaven

24,1

19,7

20,6

18,5

18,5

18,5

       

13. Economische Zaken

      

Uitgaven

58,5

53,5

46,8

45,8

45,8

45,8

       

15. Sociale Zaken en Werkgelegenheid

      

Uitgaven

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

       

16. Volksgezondheid, Welzijn en Sport

      

Uitgaven

5,5

5,0

5,0

5,0

5,0

5,0

       

17. Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking

      

Uitgaven

3.251,9

2.475,2

2.492,5

2.504,3

2.286,4

2.291,0

Ontvangsten

88,6

65,9

161,6

63,6

60,6

60,6

1

Duurzame handel en investeringen

       
 

Uitgaven

443,1

514,5

573,5

725,0

425,2

425,2

 

Ontvangsten

9,3

7,3

13,5

4,8

1,8

1,8

2

Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water

      
 

Uitgaven

546,3

564,1

632,4

665,7

680,7

685,7

3

Sociale vooruitgang

      
 

Uitgaven

1.016,1

943,9

846,8

730,5

735,5

735,5

4

Vrede en veiligheid voor ontwikkeling

      
 

Uitgaven

1.049,7

394,6

394,6

394,6

404,6

414,6

 

Ontvangsten

      

5

Versterkte kaders voor ontwikkeling

      
 

Uitgaven

196,7

58,1

45,3

– 11,4

40,4

30,0

 

Ontvangsten

79,2

58,7

148,1

58,8

58,8

58,8

De Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) is een aparte budgettaire constructie, waarin de uitgaven aan internationale samenwerking van de verschillende departementen worden gebundeld. Het uitgavenniveau van de HGIS wordt aangepast voor macro-economische ontwikkelingen.

Het merendeel van de HGIS-uitgaven wordt verantwoord via de begroting van Buitenlandse Zaken en de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Daarom wordt het verloop van de HGIS-uitgaven van deze twee begrotingen per artikel toegelicht. Voor de overige begrotingen wordt de toelichting per departement gepresenteerd.

5. Buitenlandse Zaken

Artikel 2 Veiligheid en Stabiliteit

Nederland zal in 2015 de 4e Internationale Cyber Security Conferentie organiseren. De organisatie van de conferentie ligt in handen van BZ en VenJ waardoor artikel 2 een stijging van de uitgaven voor 2014 en 2015 laat zien. Daarnaast wordt het budget voor bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband in 2014 verhoogd en voor latere jaren verlaagd. Enerzijds stijgt het budget in 2014 als gevolg van een overheveling vanuit het Budget Internationale Veiligheid (BIV) uit de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Anderzijds wordt het budget verlaagd door een overheveling naar het artikel voor goed bestuur en wederopbouw op de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en een meerjarige verlaging van het stabiliteitsfonds als gevolg van de daling van het BNP.

Artikel 3 Europese Samenwerking

De verlaging in 2014 op artikel 3 is het gevolg van een lagere liquiditeitsbehoefte op de totale begroting van het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) voor 2014. Het Nederlands aandeel daalt daarmee evenredig. De hogere raming voor latere jaren is een aanpassing van de verwachte uitgaven voor 2015 en het opnemen van de liquiditeitsprognose voor EOF X voor de periode 2016–2018.

Artikel 6 Nominaal en onvoorzien

Het budget op dit artikel loopt in de jaren iets op. Dit omdat het een parkeer- en verdeelartikel betreft. Prijscorrecties voor het non-ODA deel van de HGIS worden op dit artikel opgevangen.

Artikel 7 Apparaatsuitgaven

Dit artikel laat een daling in de uitgaven zien. Dit is het gevolg van de RA maatregelen A1 (rijksoverheid incl. ZBO’s) en H89 (Reductie postennetwerk).

6. Veiligheid en Justitie

De daling van de uitgaven ten opzichte van 2014 wordt veroorzaakt door de bijdrage voor de Nuclear Security Summit (NSS) in 2014. Daarnaast dalen ook de bijdragen in de huisvestingskosten van Europol en Eurojust.

7. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

De daling in HGIS uitgaven wordt veroorzaakt door een herverdeling van taken en bijbehorende HGIS gelden van het Ministerie van Binnenlandse Zaken naar het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

8. Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

De HGIS uitgaven van OCW dalen. Dit is het gevolg van RA maatregel H85 (Ontwikkelingshulp). Zoals beschreven in de kamerbrief Wat de Wereld Verdient, een Nieuwe Agenda voor Hulp en Handel (d.d. 5 april 2013) wordt de ODA bijdrage aan kennisinstellingen op de begroting van OCW verlaagd.

9B. Financiën

De schommeling in de HGIS uitgaven is een gevolg van een herschikking tussen de begroting van Financiën en de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Om de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking te ontlasten wordt geschoven met betalingen aan de Wereldbank.

10. Defensie

Als gevolg van de overheveling van het Budget voor Internationale Veiligheid (BIV) naar de begroting van Defensie blijven de HGIS uitgaven op de Defensiebegroting op peil. De hogere uitgaven in 2014 en 2015 worden verklaard doordat in deze jaren middelen zijn toegevoegd aan het BIV in verband met de eindejaarsmarge 2013 en de additionele kosten voor de MINUSMA-missie (inzet containers en helikopters). De hogere ontvangsten in 2016 en 2017 worden verklaard doordat in deze jaren teruggaven worden verwacht vanuit de Verenigde Naties voor kosten die vanuit het BIV worden gemaakt voor de MINUSMA-missie in Mali.

12. Infrastructuur en Milieu

De daling van de uitgaven vanaf 2015 wordt met name verklaard door de afloop van het CO2-reductieprogramma Clean Development Mechanism (CDM) en een daling van het attachébudget als gevolg van de RA maatregel H89 (Reductie postennetwerk).

13. Economische Zaken

De daling van de uitgaven vanaf 2015 wordt met name verklaard door de afloop van het CO2-reductieprogramma Joint Implementation (JI) en een daling van het attachébudget als gevolg van de RA maatregel H89 (Reductie postennetwerk).

17. Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Artikel 1 Duurzame handel en investeringen

Dit artikel laat stijgende uitgaven zien t/m 2017. Dit is het gevolg van beleidskeuzes om, ondanks de bezuinigingsopgave voor ontwikkelingssamenwerking, tot een hogere financiële inzet t.a.v. het speerpunt versterkte private sector en een verbeterd investeringsklimaat in ontwikkelingslanden te komen door het oprichten van een Dutch Good Growth Fund (DGGF). Het kasritme van de storting in het fonds bedraagt: 100 mln. in 2014, 150 mln. in 2015 en 2016 en 300 mln. in 2017.

Artikel 2 Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water

Dit artikel laat stijgende uitgaven zien. Zoals omschreven in de brief Wat de Wereld Verdient, een Nieuwe Agenda voor Hulp en Handel (d.d. 5 april 2013) neemt het budget op dit speerpunt toe in de periode 2014–2017.

Artikel 3 Sociale vooruitgang

Dit artikel laat per saldo dalende uitgaven zien. Dit is het gevolg van beleidskeuzes zoals omschreven in de kamerbrief Wat de Wereld Verdient, een Nieuwe Agenda voor Hulp en Handel (d.d. 5 april 2013). Binnen dit artikel stijgen de uitgaven op het speerpunt seksuele en reproductieve gezondheid en rechten en een halt aan de verspreiding van HIV/Aids. Hier staat tegenover dat de uitgaven die niet tot de speerpunten behoren dalen. Het gaat om uitgaven met betrekking tot het maatschappelijk middenveld (MFS-II loopt af) en onderwijs- en onderzoeksactiviteiten.

Artikel 5 Versterkte kaders voor ontwikkeling

Dit betreft het parkeer- en verdeelartikel van de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Op dit artikel worden aanpassingen als gevolg van de bnp-ontwikkeling opgenomen.

Consolidatie

Consolidatiebedragen in miljoenen euro's
  

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal uitgaven

– 6.916,8

– 6.453,9

– 6.670,6

– 7.011,5

– 6.477,8

– 6.578,5

totaal niet-belastingontvangsten

– 6.916,8

– 6.453,9

– 6.670,6

– 7.011,5

– 6.477,8

– 6.578,5

1

Nog niet toegerekend

      
 

Uitgaven

– 6.916,8

– 6.453,9

– 6.670,6

– 7.011,5

– 6.477,8

– 6.578,5

 

Ontvangsten

– 6.916,8

– 6.453,9

– 6.670,6

– 7.011,5

– 6.477,8

– 6.578,5

De post Consolidatie wordt gebruikt voor het corrigeren van de Rijksbegroting voor dubbeltellingen die ontstaan door het «bruto-boeken» van bijdragen. Het bruto-boeken houdt in dat zowel het departement dat bijdraagt, als het departement dat ontvangt de uitgaven op zijn begroting opneemt. Het ontvangende departement raamt daarnaast de te ontvangen bijdragen ook aan de ontvangstenkant van de begroting. Hierdoor wordt het rekenkundig niveau van de totale rijksuitgaven en de rijksontvangsten hoger dan het feitelijk niveau. Door de post Consolidatie wordt hiervoor gecorrigeerd. De hoogte van de post wordt in belangrijke mate bepaald door de bijdragen via de begrotingen van Infrastructuur & Milieu aan het Infrastructuurfonds en het Deltafonds.