Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Internetbijlage 1: Uitgaven en niet-belastingontvangsten

Tabel 1.1 Uitgaven begrotingen (in miljoenen euro)
  

MN 2015

FJR 2015

Verschil

1

De Koning

40

41

1

2A

Staten-Generaal

137

141

4

2B

Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten

114

117

4

3

Algemene Zaken

63

61

– 2

4

Koninkrijksrelaties

259

410

151

5

Buitenlandse Zaken

7.875

10.232

2.357

6

Veiligheid en Justitie

11.437

12.718

1.281

7

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

634

798

164

8

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

36.042

36.350

308

9A

Nationale Schuld (Transactiebasis)

13.070

14.406

1.336

9B

Financiën

6.923

7.932

1.010

10

Defensie

8.000

7.816

– 185

12

Infrastructuur en Milieu

9.236

8.703

– 533

13

Economische Zaken

4.871

4.807

– 64

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

32.422

31.330

– 1.092

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

14.586

15.329

743

17

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

2.475

2.903

428

18

Wonen en Rijksdienst

3.603

4.266

663

50

Gemeentefonds

27.273

27.267

– 6

51

Provinciefonds

952

1.115

162

55

Infrastructuurfonds

6.163

5.719

– 445

58

Diergezondheidsfonds

22

33

11

60

Accres Gemeentefonds

223

0

– 223

61

Accres Provinciefonds

22

0

– 22

64

BES-fonds

32

47

15

65

Deltafonds

1.375

1.166

– 209

AP

Aanvullende Posten

1.988

0

– 1.988

90

Consolidatie

– 6.454

– 5.874

580

HgIS

Internationale Samenwerking1

(4.647)

(5.060)

(414)

Totaal

183.381

187.829

4.449

Noot 1: In deze tabel zijn de uitgaven voor Internationale Samenwerking toegerekend aan de begrotingen waarop deze worden verantwoord. De totale uitgaven voor Internationale Samenwerking zijn tussen haakjes vermeld en lopen niet mee in de totaaltelling.

Tabel 1.2 Niet-belastingontvangsten begrotingen (in miljoenen euro)
  

MN 2015

FJR 2015

Verschil

1

De Koning

0

0

0

2A

Staten-Generaal

5

6

1

2B

Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten

6

7

1

3

Algemene Zaken

7

7

0

4

Koninkrijksrelaties

37

56

19

5

Buitenlandse Zaken

477

813

336

6

Veiligheid en Justitie

1.424

1.377

– 47

7

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

757

884

127

8

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

1.257

1.302

45

9A

Nationale Schuld (Transactiebasis)

4.009

17.087

13.078

9B

Financiën

4.125

8.774

4.649

10

Defensie

323

435

112

12

Infrastructuur en Milieu

241

306

65

13

Economische Zaken

10.169

7.361

– 2.807

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

1.685

1.899

214

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

83

1.011

929

17

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

87

104

17

18

Wonen en Rijksdienst

621

974

352

50

Gemeentefonds

0

0

0

55

Infrastructuurfonds

6.163

5.902

– 261

58

Diergezondheidsfonds

22

27

6

65

Deltafonds

1.375

1.263

– 112

AP

Aanvullende Posten

0

0

0

90

Consolidatie

– 6.454

– 5.874

580

HgIS

Internationale Samewerking1

(130)

(219)

(89)

Totaal

26.417

43.718

17.301

Noot 1: In deze tabel zijn de niet-belastingontvangsten voor Internationale Samenwerking toegerekend aan de begrotingen waarop deze worden verantwoord. De totale niet-belastingontvangsten voor Internationale Samenwerking zijn tussen haakjes vermeld en lopen niet mee in de totaaltelling.

In het Nederlandse begrotingsbeleid worden bij de start van een kabinetsperiode de uitgaven en niet-belastingontvangsten ingekaderd onder het uitgavenkader. Het uitgavenkader geldt als uitgavenplafond en geeft daarmee de hoogte aan van de maximale jaarlijkse netto uitgaven gedurende de kabinetsperiode. Het uitgavenkader is verdeeld in drie deelkaders: het kader Rijksbegroting in enge zin (Rbg-eng), het kader Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt (SZA) en het Budgettair Kader Zorg (BKZ). Tabel 1.3 maakt de aansluiting tussen de begrotingsgefinancierde uitgaven (tabel 1.1) en niet-belastingontvangsten (tabel 1.2) enerzijds en de verdeling hiervan over de deelkaders anderzijds. De tabellen 1.4 tot en met 1.6 geven de opbouw van de uitgaven onder de drie deelkaders weer en laten ook het verschil zien tussen de uitgavenraming bij Miljoenennota 2015 en de realisatie bij het Financieel Jaarverslag van het Rijk 2015. Tabel 1.7 geeft een overzicht van de netto begrotingsgefinancierde uitgaven die niet vallen onder het uitgavenkader.

Tabel 1.3 Aansluiting netto uitgaven en uitgavenkaders (in miljoenen euro)
  

MN 2015

FJR 2015

Verschil

Uitgaven begrotingen (zie tabel 1.1)

183.381

187.829

4.449

Niet-belastingontvangsten begrotingen (zie tabel 1.2)

26.417

43.718

17.301

Netto begrotingsgefinancierde uitgaven

156.964

144.111

– 12.853

 

waarvan Rijksbegroting in enge zin (zie tabel 1.4)

106.325

106.972

647

 

waarvan Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid (zie tabel 1.5)

20.257

19.741

– 517

 

waarvan Budgettair Kader Zorg (zie tabel 1.6)

7.525

7.468

– 58

 

waarvan Niet relevant voor het uitgavenkader (zie tabel 1.7)

22.856

9.931

– 12.926

Tabel 1.4 Netto uitgaven kader Rijksbegroting in enge zin (in miljoenen euro)
  

MN 2015

FJR 2015

Verschil

1

De Koning

40

41

1

2A

Staten-Generaal

132

135

3

2B

Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten

108

110

2

3

Algemene Zaken

56

54

– 2

4

Koninkrijksrelaties

81

65

– 16

5

Buitenlandse Zaken

7.398

9.419

2.021

6

Veiligheid en Justitie

10.013

11.341

1.328

7

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

577

643

66

8

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

33.022

33.221

199

9A

Nationale Schuld (Transactiebasis)

19

9

– 10

9B

Financiën

4.748

4.583

– 165

10

Defensie

7.577

7.301

– 277

12

Infrastructuur en Milieu

9.188

8.608

– 580

13

Economische Zaken

4.503

4.277

– 226

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

657

465

– 192

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

2.503

2.318

– 186

17

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

2.409

2.820

411

18

Wonen en Rijksdienst

2.982

3.292

310

50

Gemeentefonds

17.370

17.390

20

51

Provinciefonds

952

1.115

162

55

Infrastructuurfonds

0

– 183

– 183

58

Diergezondheidsfonds

0

0

0

60

Accres Gemeentefonds

223

0

– 223

61

Accres Provinciefonds

22

0

– 22

64

BES-fonds

32

47

15

65

Deltafonds

0

– 97

– 97

AP

Aanvullende Posten

1.713

0

– 1.713

HgIS

Internationale Samenwerking1

(4.517)

(4.841)

(325)

Totaal netto uitgaven Rijksbegroting in enge zin

106.325

106.972

647

Noot 1: In deze tabel zijn de netto uitgaven voor Internationale Samenwerking toegerekend aan de begrotingen waarop deze worden verantwoord. De totale netto uitgaven voor Internationale Samenwerking zijn tussen haakjes vermeld en lopen niet mee in de totaaltelling.

Tabel 1.5 Netto uitgaven kader Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid (in miljoenen euro)
  

MN 2015

FJR 2015

Verschil

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

17.219

16.841

– 378

50

Gemeentefonds

2.894

2.900

6

AP

Aanvullende Posten

144

0

– 144

 

Netto begrotingsgefinancierde uitgaven

20.257

19.741

– 517

40

Sociale Verzekeringen

56.735

55.658

– 1.078

 

Netto premie-uitgaven

56.735

55.658

– 1.078

 

Netto uitgaven kader SZA

76.993

75.398

– 1.594

Tabel 1.6 Netto uitgaven Budgettair Kader Zorg (in miljoenen euro)
  

MN 2015

FJR 2015

Verschil

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

432

491

58

50

Gemeentefonds

7.009

6.977

– 32

AP

Aanvullende Posten

84

0

– 84

 

Netto begrotingsgefinancierde uitgaven

7.525

7.468

– 58

41

Premiegefinancierde uitgaven zorg

58.866

57.675

– 1.191

 

Netto premie-uitgaven

58.866

57.675

– 1.191

 

Netto uitgaven kader BKZ

66.391

65.143

– 1.249

Tabel 1.7 Uitgaven en niet-belastingontvangen niet relevant voor enig kader (in miljoenen euro)
 

MN 2015

FJR 2015

Verschil

Gasbaten (kasbasis, exclusief VPB)

– 9.100

– 6.425

2.675

Rentelasten

8.297

7.888

– 408

Rente-ontvangsten swaps

– 1.169

– 1.016

153

Opbrengst beëindigen renteswaps

0

– 4.290

– 4.290

Rijksbijdragen aan de sociale fondsen

21.477

20.734

– 743

Zorgtoeslag

3.990

3.941

– 49

Studieleningen

1.762

1.826

64

ETS veilingopbrengsten

– 168

– 187

– 19

SDE+

– 320

– 279

41

Kasbeheer

1.956

– 5.130

– 7.087

Netto-verkoop staatsbezit

– 1.025

– 3.838

– 2.813

Netto-opbrengsten interventies financiële sector

– 365

– 866

– 501

Crisisgerelateerde en vermogenswinst DNB

– 602

– 738

– 136

ESM

0

0

0

Diverse leningen

– 721

– 750

– 29

Landbouw- en overige bestemmingsheffingen

– 389

– 139

250

Werkgeversbijdrage kinderopvang

– 1.092

– 1.082

10

Overig

324

280

– 44

Totaal netto niet-relevante uitgaven

22.856

9.931

– 12.926

De tabellen 1.8 tot en met 1.11 tonen per budgetdisciplinesector het verschil in uitgaventoetsing tussen het vaststellen van het uitgavenkader ten tijde van de Begrotingsafspraken 2014 en de realisatie van het Financieel Jaarverslag van het Rijk 2015. De tabellen tonen eerst de bepaling van de reële uitgavenkaders. De reële uitgavenkaders worden bepaald door de ramingen ten tijde van de begrotingsafspraken te defleren met de prijsontwikkeling van de Nationale Bestedingen (NB-deflator). Vervolgens wordt weergegeven hoe de uitgaven zich verhouden tot het uitgavenkader in lopende prijzen. Het uitgavenkader in lopende prijzen wordt bepaald door het reële uitgavenkader te corrigeren voor de deflator. Daarnaast wordt gecorrigeerd voor overboekingen tussen het kader Rijksbegroting in enge zin enerzijds, en de sector Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt en de sector Zorg anderzijds. Ook wordt gecorrigeerd voor statistische factoren.

Tabel 1.8 Uitgaventoetsing Rijksbegroting in enge zin (in miljoenen euro; min is onderschrijding)
 

MN 2015

FJR 2015

Verschil

1. Raming uitgaven bij Begrotingsafspraken 2014

107.304

107.304

 

2. NB-deflator ten tijde van MLT 2013–2017 / Begrotingsafspraken 2014

1,0533

1,0533

 

3. Reëel kader

101.877

101.877

 

4. NB-deflator

1,0412

1,0312

– 0,0099

5. Overboekingen

288

358

70

6. Statistisch

643

513

– 130

7. Uitgavenkader RBG-eng in lopende prijzen (3*4+5+6)

107.002

105.929

– 1.072

8. Actuele ramingen uitgaven

106.325

106.972

647

9. Over/onderschrijding kader RBG-eng (9=8–7)

– 677

1.043

1.719

Tabel 1.9 Uitgaventoetsing Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid (in miljoenen euro; min is onderschrijding)
  

MN 2015

FJR 2015

Verschil

1. Raming uitgaven bij Begrotingsafspraken 2014

83.152

83.152

 

2. NB-deflator ten tijde van MLT 2013–2017 / Begrotingsafspraken 2014

1,0533

1,0533

 

3. Reëel kader

78.947

78.947

 

4. NB-deflator

1,0412

1,0312

– 0,0099

5. Overboekingen

– 13

– 12

1

6. Statistisch

– 5.044

– 5.067

– 22

7. Uitgavenkader SZA in lopende prijzen (3*4+5+6)

77.138

76.333

– 805

8. Actuele ramingen uitgaven

76.993

75.398

– 1.594

 

wv. Begrotingsgefinancierd

20.257

19.741

– 517

 

wv. Premiegefinancierd

56.735

55.658

– 1.078

9. Over/onderschrijding kader SZA (9=8–7)

– 146

– 935

– 789

Tabel 1.10 Uitgaventoetsing Budgettair Kader Zorg (in miljoenen euro; min is onderschrijding)
  

MN 2015

FJR 2015

Verschil

1. Raming uitgaven bij Begrotingsafspraken 2014

68.194

68.194

 

2. NB-deflator ten tijde van MLT 2013–2017 / Begrotingsafspraken 2014

1,0533

1,0533

 

3. Reëel kader

64.745

64.745

 

4. NB-deflator

1,0412

1,0312

– 0,0099

5. Overboekingen

– 275

– 346

– 71

6. Statistisch

– 685

– 685

0

7. BKZ in lopende prijzen (3*4+5+6)

66.450

65.736

– 714

8. Actuele ramingen uitgaven

66.391

65.143

– 1.249

 

wv. Begrotingsgefinancierd

7.525

7.468

– 57

 

wv. Premiegefinancierd

58.866

57.675

– 1.191

9. Over/onderschrijding BKZ (9=8–7)

– 58

– 593

– 535

Tabel 1.11 Uitgaventoetsing totaal kader (in miljoenen euro; min is onderschrijding)
 

MN 2015

FJR 2015

Verschil

1. Reëel kader

245.569

245.569

0

2. NB-deflator

1,0412

1,0312

– 0,0099

3. Overboekingen

0

0

0

4. Statistisch

– 5.086

– 5.238

– 153

5. Totaal kaders in lopende prijzen (1*2+3+4)

250.590

247.998

– 2.592

6. Actuele ramingen uitgaven

249.709

247.513

– 2.196

7. Over/onderschrijding totaal uitgavenkader (7=6–5)

– 881

– 486

396

Tabel 1.12 Kas-transverschillen en financiële transacties (in miljoenen euro)
 

MN 2015

FJR 2015

Verschil

Ktv aardgas

250

– 1.775

– 2.025

Kasbeheer

– 1.249

– 10.005

– 8.756

Rente-ontvangsten swaps

– 1.169

– 1.018

151

Beëindiging renteswaps

 

– 4.290

– 4.290

Verkoop staatsbezit

– 1.025

– 3.838

– 2.813

Studieleningen

– 480

– 517

– 38

Ktv's en financiële transacties niet-belastingontvangsten

– 3.672

– 21.443

– 17.770

    

Overige ktv's

– 416

– 665

– 249

Kasbeheer

3.205

4.874

1.669

Aankoop staatsbezit

0

0

0

Europees Stabilisatie Mechanisme (ESM)

0

0

0

EU afdrachten

0

– 39

– 39

OV-jaarkaart

0

– 450

– 450

Diverse leningen

– 700

– 750

– 50

Studieleningen

2.243

2.344

101

Overig

– 40

– 15

26

Ktv's en financiële transacties uitgaven

4.292

5.300

1.008

    

Ktv's en financiële transacties netto uitgaven

620

– 16.142

– 16.762

    

Ktv belastingen

921

352

– 569

    

Totaal ktv's en financiële transacties

1.541

– 15.790

– 17.331

De aardgasbaten worden met name beïnvloed door de productie van aardgas, de hoogte van de olieprijs en de euro/dollarkoers. De olieprijs is van belang, omdat de prijs van aardgas is gerelateerd aan de prijs van olie in dollars. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de aardgasbaten. De tabel laat zien dat de aardgasbaten niet alleen op kasbasis, maar ook op transactiebasis worden geregistreerd. Dit wordt gedaan omdat het EMU-saldo – volgens Europese systematiek – wordt berekend op transactiebasis, terwijl de Rijksbegroting in enge zin op kasbasis wordt opgesteld.1 Conform het trendmatig begrotingsbeleid hebben mee- of tegenvallende gasbaten geen effect op het uitgaven- of lastenkader, maar leiden ertoe dat het EMU-saldo verbetert dan wel verslechtert.
Tabel 1.13 Aardgasbaten (in miljoenen euro)
 

MN 2015

FJR 2015

Verschil

Olieprijs (in dollars)

112

53

– 59

Beursprijs TTF-gas (eurocent per kubieke meter)

24

20

– 4

Euro/dollarkoers (in dollars)

1,35

1,11

– 0,24

Productie (x miljard kubieke meter)

65

52

– 13

    

Niet-belastingontvangsten

9.100

6.425

– 2.675

Vennootschapsbelasting

1.350

750

– 600

Totaal kas

10.450

7.175

– 3.275

    

Niet-belastingontvangsten

– 250

1.775

2.025

Vennootschapsbelasting

0

150

150

Totaal kas-transverschil (ktv)

– 250

1.925

2.175

    

Niet-belastingontvangsten

9.350

4.650

– 4.700

Vennootschapsbelasting

1.350

600

– 750

Totaal trans

10.700

5.250

– 5.450

Noot 1: In een begroting op kasbasis worden transacties geboekt in de periode waarin de betaling plaatsvindt, in een begroting op transactiebasis worden transacties geboekt in de periode waarin de rechten en verplichtingen zijn ontstaan.