Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Voorjaarsnota 2015

34210 1 Brief van de minister van financiën

Vergaderjaar 2014-2015

Nr. 1

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 juni 2015

1. Inleiding

De Voorjaarsnota 2015 is de eerste rapportage van het kabinet over de uitvoering van de begroting 2015. Hierin geeft het kabinet een overzicht van de wijzigingen voor het begrotingsjaar 2015 ten opzichte van Miljoenennota 2015. Deze bijstellingen zijn gebaseerd op nieuwe macro-economische ramingen uit het Centraal Economisch Plan (CEP) 2015 van het Centraal Planbureau (CPB) en inzichten over de begrotingsuitvoering.

De uitvoering van de begroting 2015 kent mee- en tegenvallers. Tegelijkertijd is sprake van budgettaire problematiek, mede als gevolg van de ontwikkeling van ruilvoet onder de kaders. Per saldo is het gelukt het uitgavenkader voor dit jaar te sluiten. Er is sprake van een kleine verbetering van het EMU-saldo ten opzichte van de Miljoenennota.

Het EMU-saldo 2015 komt naar verwachting uit op een tekort van 2,1 procent van het bruto binnenlands product (bbp). De EMU-schuld 2015 komt naar verwachting uit op 68,6 procent bbp.

Deze Voorjaarsnota is als volgt opgebouwd: paragraaf 2 gaat in op het economisch beeld voor dit jaar. Vervolgens gaat paragraaf 3 in op de uitgavenzijde van de begroting en kijkt paragraaf 4 naar de inkomstenkant. Dit resulteert in paragraaf 5 in het EMU-saldo en de EMU-schuld voor 2015. Tot slot worden het EMU-saldo en de EMU-schuld vergeleken ten opzichte van de Eurozone.

Bijlage 1 presenteert de budgettaire kerngegevens. Bijlage 2 bevat de verticale toelichtingen op de individuele begrotingshoofdstukken.

2. Economisch beeld

Het economisch beeld voor 2015 is opwaarts bijgesteld ten opzichte van de Miljoenennota 2015. Het CPB raamt de economische groei voor 2015 in het laatste CEP op 1,7%. In de MEV 2015 van afgelopen september raamde het CPB de groei voor 2015 op 1¼%.

Verschillende factoren dragen de economische groei in 2015. De uitvoer groeit in 2015 harder dan in 2014 door de depreciatie van de euro en de herstellende relevante wereldhandel. Ook binnenlandse bestedingen, zoals de consumptie van huishoudens en investeringen, dragen in 2015 in tegenstelling tot voorgaande jaren bij aan de economische groei. De lage inflatie vormt hierbij een positieve impuls. De werkloosheid daalt in 2015 langzaam door zowel groei van de werkgelegenheid als de beroepsbevolking. Zoals elke raming, is ook deze raming met onzekerheid omgeven. Zo noemt het CPB onder andere tegenvallende groei in opkomende economieën en geopolitieke ontwikkelingen als mogelijke onzekerheden.

De macro-economische ramingen van het CPB beïnvloeden zowel de inkomsten als de uitgaven van het Rijk. Kerngrootheden uit de ramingen van het CPB worden in tabel 1 getoond.

Tabel 1: Macro-economische ramingen voor 2015
 

MN 2015

VJN 2015

Verschil

Economische groei (volumemutatie bbp)

1,7

0,45

Inflatie (cpi)

0,4

– 0,85

Werkloze beroepsbevolking

(niveau in % beroepsbevolking)

7,31

7,2

– 0,1

Contractloon marktsector

1,1

– 0,4

Consumptie huishoudens

1

1,5

0,5

Investeringen (inclusief voorraden)

3,8

0,55

Uitvoer van goederen en diensten

4,6

0,85

Lange rente (%, niveau)

1,8

0,5

– 1,3

Olieprijs (Brent, niveau in dollars per vat)

107

53,4

– 53,6

Eurokoers (dollar per euro)

1,35

1,13

– 0,22

Noot 1: Door revisie van de Enquête Beroepsbevolking (CBS) zijn de werkloosheidsniveaus in beide ramingmomenten (MN 2015 en VJN 2015) niet direct met elkaar vergelijkbaar. In de Miljoenennota werd de werkloosheid voor 2015 geraamd op 6¾% van de beroepsbevolking. De revisie leidt tot een opwaartse bijstelling van het werkloosheidspercentage met ongeveer 0,6%-punt.

3. Uitgaven

Totaalkader

Tabel 2 laat zien dat het totaalkader sluit in 2015 waarbij compensatie over de deelkaders heeft plaatsgevonden. Bij de Miljoenennota 2015 is uit hoofde van de macro-economische onzekerheden in de raming reeds een reservering aangelegd, die nu kan worden aangesproken om een deel van de ontstane problematiek te dekken.

De mutaties per deelkader worden in deze paragraaf verder toegelicht. In bijlage 2 en in de suppletoire begrotingen worden de mutaties in meer detail toegelicht ten opzichte van Miljoenennota 2015.

Tabel 2: Toetsing totaalkader

(+ = tegenvaller in miljarden euro)

20151

Miljoenennota 2015

– 0,9

Voorjaarsnota 2015

0,0

   

Kader RBG-eng Miljoenennota 2015

– 0,7

Besluitvorming Voorjaarsnota

1,0

Kader RBG-eng Voorjaarsnota 2015

0,3

   

Kader SZA Miljoenennota 2015

– 0,1

Besluitvorming Voorjaarsnota

0,1

Kader SZA Voorjaarsnota 2015

– 0,1

   

Kader zorg Miljoenennota 2015

– 0,1

Besluitvorming Voorjaarsnota

– 0,2

Kader zorg Voorjaarsnota 2015

– 0,3

Noot 1: Wegens afronding wijkt de som der delen af van het totaal

Kader Rijksbegroting in enge zin

Onder het kader RBG-eng hebben zich ten opzichte van de Miljoenennota 2015 diverse mutaties voorgedaan, hetgeen resulteert in onderstaande kadertoetsing.

Tabel 3: Kadertoets Rijksbegroting in enge zin (RBG-eng)

(+ = tegenvaller in miljarden euro)

20151

Miljoenennota 2015

– 0,7

   

Macro-economische mutaties

 

Ruilvoet

0,3

GF,PF en BCF

– 0,5

Winstafdracht DNB

0,1

Dividenden staatsbedrijven

– 0,3

HGIS

0,0

Beleidsmutaties

 

EU-afdrachten – Vertraging ratificatie Eigen

Middelenbesluit

1,8

EU-afdrachten – Terugontvangst naheffing

– 0,5

EU-afdrachten – Overig

– 0,2

EU-afdrachten – Bni-revisies CBS

0,0

Besparingsverliezen wetstrajecten en eigen

vermogen DJI

0,1

Schikking SBM-Offshore

– 0,1

Studiefinanciering en leerlingenaantallen

0,2

Uitvoeringsproblematiek Financiën

0,1

Exportkredietverzekeringen

– 0,1

Huurtoeslag

0,2

Eerstejaarsopvang asielzoekers 2015

0,4

HGIS

0,1

Rijksgebouwendienst

– 0,1

Kasschuiven

– 0,7

Overig

0,1

   

Voorjaarsnota 2015

0,3

Noot 1: Wegens afronding wijkt de som der delen af van het totaal

Macro-economische mutaties

Ten opzichte van de verwachting ten tijde van de Miljoenennota 2015 daalt de nominale ontwikkeling (= loon en prijsbijstelling) van de uitgaven onder het kader. Tegelijkertijd daalt het kader zelf ook doordat het wordt aangepast met de prijs nationale bestedingen (pNB). Per saldo treedt hierdoor een ruilvoetverlies op.

Bij het Gemeente- (GF), Provinciefonds (PF) en BTW-compensatiefonds (BCF) wordt het accres neerwaarts aangepast. Het accres is de uitkomst van de normeringsystematiek, de zogenaamde trap-op-trap-af systematiek. De belangrijkste ontwikkeling die leidt tot een neerwaartse aanpassing van het accres is de lagere loon- en prijsontwikkeling in 2015. Daarnaast vindt (conform normeringsystematiek) in 2015 de afrekening plaats van het op basis van FJR 2014 definitief vastgestelde accres 2014. Doordat de netto gecorrigeerde rijksuitgaven (NGRU) uiteindelijk lager zijn vastgesteld dan eerder verwacht, leidt dit tot een negatieve mutatie van het accres.

Door een nieuwe toerekening van kosten voor DNB is er een verschuivingen tussen het kaderrelevante deel en het niet-kaderrelevante deel van de dividenden. Hierdoor ontstaat er een tegenvaller voor het kaderrelevante deel. Per saldo laat de winstafdracht DNB wel een meevaller zien. De dividenden van Tennet, NS en Gasunie over 2014 waren hoger dan verwacht. Het HGIS budget is opwaarts bijgesteld als gevolg van de meest recente bni-ramingen van het CPB.

Beleidsmatige en overige mutaties

De ratificatie van het Eigen Middelenbesluit in alle lidstaten wordt niet meer voorzien voor het einde van 2015. De jaarlijkse Nederlandse korting, die onderdeel uitmaakt van het Eigen Middelenbesluit, slaat daardoor in 2016 voor drie jaren neer (2014 t/m 2016). Per saldo leidt de vertraagde ratificatie van het Eigen Middelenbesluit tot een tegenvaller van 1,8 miljard in 2015 en een meevaller van 1,8 miljard in 2016.

De terugbetaling van 460 miljoen euro als gevolg van de naheffing uit hoofde van de revisie van de Nationale Rekeningen wordt voor het einde van dit jaar geheel ontvangen in de kas.

De post EU-afdrachten – Overig betreft in eerste instantie het in december vorig jaar gesloten akkoord tussen de Raad en het Europees parlement over de begroting 2015 en de aanvullende begrotingen voor 2014. Begin december 2014 hebben de Raad en het Europees parlement een akkoord bereikt over de aanvullende begroting voor 2014. Dat akkoord leidde tot hogere uitgaven voor Nederland – 150 miljoen – en hogere inkomsten voor Nederland – 95 miljoen. Per saldo leidde dit akkoord tot 55 miljoen hogere afdrachten voor 2014. Omdat het akkoord pas in december is gesloten zijn de budgettaire effecten doorgeschoven naar 2015. In tweede instantie resulteert uit de realisatie van de Europese begroting over 2014 een surplus (hogere inkomsten dan uitgaven). Dit surplus wordt toegevoegd aan de begroting voor het volgend jaar en verlaagt daarmee de afdrachten van de lidstaten (66 miljoen euro voor Nederland). In derde instantie worden de laatste ramingsbijstellingen verwerkt (172 miljoen euro minder afdrachten).

Vorig jaar is een reservering voor de gevolgen van de revisie van de Nationale Rekeningen van het CBS aangemaakt. Deze reservering wordt in eerste instantie verlaagd met 110 miljoen euro structureel. Aangezien het effect van deze revisie voor 2014 zich pas voordoet in 2015, wordt de reservering in 2015 met cumulatief 220 miljoen euro verlaagd. Daarnaast wordt de reservering aangepast naar aanleiding van de recente aankondiging van het CBS over de tussentijdse bijstelling van het Nederlandse bni. De opwaartse bijstellingen van het bni en het bbp voor de jaren 2011 en 2012 leiden op basis van de huidige inzichten tot een bruto nabetaling van 218 miljoen euro in de EU-afdrachten. Het netto-effect is afhankelijk van de ontwikkeling van het bni in de andere EU-lidstaten en zal bekend worden in het najaar als ook de meest actuele cijfers van het bni in de andere EU-lidstaten bekend zijn.

Bij VenJ treden er vertragingsverliezen op als gevolg van vertraging van de invoering van de wetsvoorstellen «verhoging griffierechten», «stelselherziening rechtsbijstand» en «eigen bijdrage regelingen». De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) had ultimo 2014 een negatief eigen vermogen van 77 miljoen euro. Conform de regeling agentschappen zuivert VenJ het eigen vermogen van DJI aan.

Het Openbaar Ministerie heeft een meerjarige schikking getroffen met SBM Offshore. De eerste tranche is reeds in 2014 ontvangen. De tweede tranche wordt in 2015 ontvangen.

Uit de referentieraming leerlingen- en studentenaantallen 2015 blijkt dat het aantal leerlingen en studenten voor 2015 hoger is dan de in de OCW-begroting 2015 verwerkte aantallen. Ook de raming studiefinanciering laat voor 2015 een tegenvaller zien ten opzichte van de in de OCW-begroting verwerkte raming uit het voorjaar 2014.

Bij Financiën is sprake van een tegenvaller door uitvoeringsproblematiek bij met name de Belastingdienst. Het gaat o.a. om extra uitvoeringskosten vanwege nieuwe wet- en regelgeving, de bijdrage aan de Generieke Digitale Infrastructuur en de nog niet ingevulde taakstelling door een vertraagde vereenvoudiging van fiscale wetgeving (het zogenaamde spoor II). De ramingen voor ontvangsten uit recuperaties bij Exportkredietverzeringen zijn naar boven bijgesteld.

Bij de huurtoeslag is er sprake van een tegenvaller voortkomend uit de realisatie van 2014. Het tekort in 2014 is met name veroorzaakt door een grotere dan verwachte toename van het aantal aanvragers, voornamelijk vanwege de slechte economische omstandigheden, en een afname van het niet-gebruik.

De raming voor de asielinstroom is voor 2015 naar boven bijgesteld. Dit leidt tot hogere asielopvangkosten bij het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). De kosten voor de eerstejaarsopvang van asielzoekers uit DAC-landen worden toegerekend aan ODA. Door de verhoogde raming van de asielinstroom neemt de toerekening aan ODA in 2015 ook toe. De beleidsmatige mutaties op het HGIS budget bestaan onder andere uit middelen voor de missie in Irak.

Gebleken is dat er ruimte is binnen de tarieven die de Rijksgebouwendienst bij departementen in rekening brengt. Deze ruimte wordt beschikbaar gesteld aan de departementen.

Verschillende kasschuiven leiden tot een meevaller van 0,7 miljard. Hierbij gaat het onder andere om kasschuiven bij het Infrastructuur- en Deltafonds, Defensie en SZW. In onderstaande tabel zijn de kasschuiven uitgesplitst weergegeven.

Onderdeel van de kleine overige mutaties is de dekking van het in februari overeengekomen pakket rond contraterrorisme.

Tabel 4: Kasschuiven RBG-eng

(+ = tegenvaller in miljarden euro)

20151

Infrastructuurfonds

– 0,3

Deltafonds

– 0,1

Defensie: IS-missie

– 0,1

Defensie: herijking DIP

– 0,1

SZW: sectorplannen

– 0,1

Overig

– 0,1

Totaal

– 0,7

Noot 1: Wegens afronding wijkt de som der delen af van het totaal

Kader Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt

In het kader SZA hebben zich ten opzichte van de Miljoenennota 2015 diverse mutaties voorgedaan, hetgeen resulteert in onderstaande kadertoetsing.

Tabel 5: Kadertoets SZA

(+ = tegenvaller in miljarden euro)

20151

Miljoenennota 2015

– 0,1

   

Macromutaties

 

Werkloosheidsuitgaven

– 0,3

Ruilvoet

0,6

Uitvoeringsmutaties

 

Kinderopvangtoeslag

– 0,3

Arbeidsongeschiktheid

0,1

AOW

0,0

   

Voorjaarsnota 2015

– 0,1

Noot 1: Wegens afronding wijkt de som der delen af van het totaal

Het kader SZA kent een onderschrijding van 0,1 miljard euro. De raming van de werkloosheidsuitgaven (WW en WWB) wordt neerwaarts bijgesteld. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere werkloosheidscijfers ten opzichte van de MEV. Tegenover deze meevaller staat een ruilvoettegenvaller. De prijs Nationale Bestedingen is sterk neerwaarts bijgesteld terwijl de indexatie van de uitgaven onder het SZA-kader licht naar beneden wordt bijgesteld.

Bij de uitvoeringsmutaties doet zich een meevaller voor van per saldo 0,1 miljard euro. Onderliggend is sprake van verscheidene mee- en tegenvallers. Op basis van recente realisatiecijfers van de Belastingdienst is de raming van de uitgaven aan de kinderopvangtoeslag naar beneden bijgesteld. De effecten van de eerdere bezuinigingen in de kinderopvang en de economische crisis blijken groter dan eerder gedacht. Uit uitvoeringsinformatie van het UWV blijkt dat het aantal mensen dat recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering hoger is dan eerder gedacht. Daarnaast zijn meer mensen volledig duurzaam arbeidsongeschikt. Dit leidt tot een opwaartse bijstelling van de uitgaven aan arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Ook zijn de uitgaven aan de AOW opwaarts bijgesteld. Het aantal mensen met een AOW-uitkering stijgt als gevolg van de gestegen levensverwachting.

Budgettair Kader Zorg (BKZ)

In het BKZ hebben zich ten opzichte van de Miljoenennota 2015 diverse mutaties voorgedaan, hetgeen resulteert in onderstaande kadertoetsing.

Tabel 6: Kadertoets BKZ

(+ = tegenvaller in miljarden euro)

20151

Miljoenennota 2015

– 0,1

   

Ruilvoet

0,3

Geneesmiddelen

– 0,4

Overige meevallers curatieve zorg

– 0,1

Groeiruimte cure

– 0,2

Overig ruimte

– 0,4

Extramuraliseren

0,2

Overig tegenvallers en intensiveringen

0,4

   

Voorjaarsnota 2015

– 0,3

Noot 1: Wegens afronding wijkt de som der delen af van het totaal

Ten opzichte van de Miljoenennota 2015 kent het BKZ een extra onderschrijding van circa 0,2 miljard euro. Deze extra onderschrijding is het saldo van de ontwikkeling van de ruilvoet en diverse mee- en tegenvallers. Deze zijn met name gebaseerd op de uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut Nederland (ZiNL) en de NZa. Zo is op het terrein van de geneesmiddelen forse ruimte ontstaan die mede wordt gevormd door succesvol preferentiebeleid (0,4 mld.). Daarnaast is in de curatieve zorg sprake van een overige meevaller van bijna 0,1 miljard die hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door de grensoverschrijdende zorg en de geriatrische revalidatiezorg.

Er is ook ruimte door het verschil tussen de oorspronkelijk beschikbaar gestelde middelen voor de curatieve zorg (groeiruimte) en de in de verschillende zorgakkoorden gemaakte afspraken over de toegestane groei in die sectoren. Daarnaast zijn er diverse kleinere ruimteposten die optellen tot circa 0,4 miljard Hieronder vallen onder andere lagere uitgaven bij tandheelkundige zorg (18 mln.) en vrijvallende uitvoeringskosten AWBZ (40 mln.).

Het tempo van het zogenoemde extramuraliseren (langer thuis blijven wonen met zorg aan huis) is lager dan verwacht en leidt tot een tegenvaller van 0,2 miljard Daarnaast is sprake van tegenvallers en intensiveringen die optellen tot circa 0,4 miljard. De voornaamste onderdelen hiervan betreffen een tegenvaller bij de pgb’s (80 mln.), extra uitgaven bij de SVB ten behoeve van de uitvoering van pgb’s (43 mln.) en een kwaliteitsimpuls bij de UMC’s (50 mln.). Het bestuurlijk akkoord met de VNG is in deze cijfers verwerkt (zie de Kamerbrief van 29 mei betreffende dit onderwerp).

4. Inkomsten

De raming van de belasting- en premieontvangsten 2015 is ten opzichte van de stand Miljoenennota 2015 per saldo met 1,6 miljard euro opwaarts bijgesteld.

Tabel 7: Belasting- en premieontvangsten 2015 op EMU-basis

(in miljarden euro)

Stand MN 2015

Stand VJN 2015

Mutatie

Belastingen en premies volksverzekeringen

183,8

186,1

2,3

 

wv. belastingen

146,6

146,5

– 0,1

 

wv. premies volksverzekeringen

37,2

39,6

2,4

Premies werknemersverzekeringen

53,9

53,1

– 0,7

Totaal

237,7

239,3

1,6

Tabel 8 geeft een uitsplitsing van de oorsprong van de bijgestelde raming ten opzichte van de stand bij Miljoenennota 2015. De endogene ontwikkeling, dat is de ontwikkeling van de inkomsten die gerelateerd zijn aan de economische ontwikkeling, zorgt voor 2,5 miljard euro hogere ontvangsten. Deze bijstelling volgt uit het economisch beeld op basis van het CEP 2015. Deze meevaller van 2,5 miljard euro betreft met name de vennootschapsbelasting en de dividendbelasting.

Tabel 8: Overzicht mutaties van de inkomsten sinds Miljoenennota 2015

(in miljarden euro)

Ontvangsten

Stand Miljoenennota 2015

237,7

     

Mutatie

1,6

 

wv. endogene groei

2,5

 

wv. Beleidsmaatregelen

– 0,9

     

Stand Voorjaarsnota 2015

239,3

De ontvangsten uit de vennootschapsbelasting zijn flink opwaarts bijgesteld op basis van de verbeterde winstgevendheid van bedrijven die volgt uit het CEP-beeld en wordt tevens bevestigd door de gerealiseerde kasontvangsten tot en met april 2015. Hetzelfde geldt voor de dividendbelasting, die ook met de bedrijfswinsten samenhangt. Daarnaast volgt uit CEP 2015 een gunstiger ontwikkeling van de werkgelegenheid in 2015, naast een lagere pensioenpremieontwikkeling en een lagere hypotheekrenteaftrek. Dit leidt per saldo tot een opwaartse bijstelling van de ontvangsten uit de loon- en inkomensheffing. Bij de btw-ontvangsten is ten opzichte van Miljoenennota 2015 sprake van een beperkte neerwaartse bijstelling. Deze volgt uit het CEP 2015 waarbij de verwachtingen over de ontwikkeling van de investeringen in woningen en de waardeontwikkeling van de particuliere consumptie licht neerwaarts zijn bijgesteld.

Ten slotte zorgen beleidsmaatregelen per saldo voor 0,9 miljard euro lagere ontvangsten. Deze mutatie betreft grotendeels lagere ontvangsten uit de zorgpremies vanwege een lagere gemiddelde nominale zorgpremie dan bij Miljoenennota 2015 nog werd verwacht. Daarnaast leidt onder meer het verruimen van het fiscale eenheid regime naar aanleiding van uitspraken van de Hoge Raad tot beleidsmatig lagere ontvangsten in 2015.

5. EMU-saldo en EMU-schuld

EMU-saldo

Tabel 9 geeft de ontwikkeling van het EMU-saldo weer ten opzichte van de raming in Miljoenennota 2015.

Tabel 9: Verticale toelichting EMU-saldo

(in percentage bbp, + is verbetering saldo)

20151

EMU-saldo Miljoenennota 2015

– 2,2

   

Uitgaven

 

Uitgaven RBG-eng

– 0,1

Sociale zekerheid

0,1

Zorg

0,1

Rentelasten

0,1

Inkomsten

0,2

Gasbaten

– 0,2

Overig

– 0,2

EMU saldo lokale overheden

0,0

Noemereffect

0,0

   

EMU-saldo Voorjaarsnota 2015

– 2,1

Noot 1: Wegens afronding wijkt de som der delen af van het totaal

Het EMU-saldo laat een verbetering zien van 0,1 procentpunt bbp ten opzichte van de raming bij Miljoenennota 2015 en komt daarmee naar huidige inzichten uit op -2,1 procent bbp in 2015. Deze verbetering komt voort uit lagere uitgaven aan zorg en sociale zekerheid – zie paragraaf 3. Daarnaast zijn de rentelasten lager dan geraamd door de lage rentestanden. Tot slot vallen de inkomsten iets hoger uit dan verwacht. Tegenover deze meevallers staan hogere uitgaven onder het kader RBG-eng – zie paragraaf 3. De aardgasbaten zijn naar beneden bijgesteld door macro-economische ontwikkelingen en volumebeperking. Per 1 juli zal een besluit genomen worden over gaswinning in Groningen. De post «overig» bevat onder andere kas-transverschillen.

Voor Nederland is de preventieve arm van het Stabiliteits- en Groeipact van toepassing. Uitgaande van de output gap uit het CEP leidt de verbetering van het feitelijke EMU-saldo ten opzichte van Miljoenennota 2015 tot een verbetering van het structurele saldo ten opzichte van Miljoenennota 2015. Het structurele saldo uit de Miljoenennota 2015 voldeed met een marge aan de MTO. Het kabinet blijft zoals ook is vastgelegd in het regeerakkoord volledig gecommitteerd aan de Europese begrotingsregels.

EMU-schuld

De EMU-schuld komt dit jaar naar verwachting uit op 68,6 procent bbp. Dit is 1,4 procentpunt bbp lager dan de raming bij Miljoenennota 2015. Tabel 10 geeft de ontwikkeling van de EMU-schuld weer ten opzichte van de raming bij Miljoenennota 2015.

Tabel 10: Verticale toelichting EMU-schuld

(in percentage bbp)

20151

EMU-schuld Miljoenennota 2015

70,0

   

Doorwerking schuld 2014

– 0,5

Noemereffect

– 0,5

Mutatie EMU-saldo

– 0,1

Kastransverschillen

– 0,2

Overig

– 0,1

   

EMU-schuld Voorjaarsnota 2015

68,6

Noot 1: Wegens afronding wijkt de som der delen af van het totaal

De schuld in miljarden euro is in 2014 lager uitgekomen dan waar in Miljoenennota 2015 rekening mee werd gehouden. Hierdoor is de startpositie in 2015 verbeterd. De EMU-schuld komt daardoor in de huidige raming 0,5 procentpunt bbp lager uit dan werd geraamd.

Daarnaast is sprake van een positief noemereffect als gevolg van een hoger bbp ten opzichte van de raming bij Miljoenennota. Hierdoor neemt de schuld als percentage van het bbp eveneens af met 0,5 procentpunt bbp.

Verder heeft de verbetering van het EMU-saldo een verlagend effect op de schuld. De post «overig» bevat mutaties die geen effect hebben op het EMU-saldo, maar wel op de schuld. In de huidige raming gaat het om bijvoorbeeld de opbrengsten bij het voortijdig beëindigen van renteswaps.

Figuur 1 plaatst het Nederlandse EMU-saldo en de EMU-schuld in Europees perspectief.

Figuur 1: EMU-saldo en EMU-schuld 2015 (eurozone, in percentage bbp)

Bron: European Economic Forecast – Spring 2015 (Europese Commissie), met uitzondering van Nederland, waarvoor de ramingen uit de Voorjaarsnota zijn gebruikt.

Het Nederlandse EMU-tekort is ongeveer gelijk aan het gemiddelde van de eurozone; de schuldpositie van Nederland is beter dan het gemiddelde van de eurozone.

De Minister van Financiën,
J.R.V.A. Dijsselbloem

BIJLAGE 1: BUDGETTAIRE KERNGEGEVENS

(in miljarden euro)

2015

Inkomsten (belastingen en sociale premies)

239,3

   

Netto uitgaven onder het uitgavenkader

248,1

Rijksbegroting in enge zin

106,3

Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid

76,3

Budgettair Kader Zorg

65,5

Overige netto uitgaven

3,4

Gasbaten

– 7,8

Rentelasten

7,7

Zorgtoeslag

4,0

Overig

– 0,5

Totale netto uitgaven

251,5

   

EMU-saldo centrale overheid

– 12,2

   

EMU-saldo lokale overheden

– 1,6

   

Feitelijk EMU-saldo

– 13,8

Feitelijk EMU-saldo (in percentage bbp)

– 2,1

   

EMU-schuld (miljarden euro)

461

EMU-schuld (in percentage bbp)

68,6

   

Bruto binnenlands product (bbp)

672

BIJLAGE 2: VERTICALE TOELICHTING

De verticale toelichting bevat een cijfermatig overzicht voor alle begrotingen van budgettaire veranderingen die zich hebben voorgedaan in de uitgaven en niet-belastingontvangsten sinds de Ontwerpbegroting 2015.

De tabel op de volgende pagina geeft inzicht in het totaal van mutaties per begroting. Verder wordt per begroting een cijfermatig overzicht gepresenteerd van de voornaamste mutaties, gevolgd door een toelichting hierop. Voor een meer gedetailleerde toelichting op de mutaties wordt verwezen naar de afzonderlijke suppletoire begrotingen.

De verticale toelichting per begrotingshoofdstuk onderscheidt drie categorieën mutaties:

  • 1.  mee- en tegenvallers;
  • 2.  beleidsmatige mutaties;
  • 3.  technische mutaties.

Alle overboekingen, desalderingen, statistische correcties en mutaties die niet onder een kader vallen, zijn in de laatste categorie technische mutaties geclusterd. Ingeval samenhangende mutaties in meerdere categorieën voorkomen, worden deze eenmaal toegelicht.

De totalen per begroting worden in eerste instantie gepresenteerd exclusief de bedragen die onder de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) vallen. Door middel van een aansluitregel wordt het deel van de begroting dat onder HGIS valt, zichtbaar gemaakt. De laatste regel geeft per begroting de totaalstand inclusief HGIS aan. De veranderingen die optreden binnen het HGIS-deel van de begroting worden gepresenteerd en toegelicht in de verticale toelichting van alle HGIS-uitgaven.

De ondergrens is afhankelijk van de omvang van de begroting en verschilt voor de verschillende categorieën mutaties. De post diversen bevat de mutaties die onder de ondergrens vallen en wordt in principe alleen toegelicht, indien er bijzonderheden voordoen.

Samenvattend overzicht mutaties voor 2015 bij Voorjaarsnota

 

Bedragen in miljoenen euro’s

Mutaties uitgaven

Mutaties ontvangsten

Departementale begrotingen

I

De Koning

0,2

0,1

IIA

Staten Generaal

6,8

0,0

IIB

Hoge Colleges van Staat

2,0

0,0

III

Algemene Zaken

2,2

0,4

IV

Koninkrijksrelaties

134,0

12,1

V

Buitenlandse Zaken

1,433,7

260,9

VI

Veiligheid en Justitie

770,2

49,5

VII

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

111,9

163,0

VIII

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

129,1

17,9

IXA

Nationale Schuld

– 1.695,4

181,8

IXB

Financiën

61,5

– 569,6

X

Defensie

– 19,8

35,8

XII

Infrastructuur en Milieu

– 289,0

24,6

XIII

Economische Zaken

306,4

– 1.187,4

XV

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

– 956,1

133,1

XVI

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

152,6

30,2

XVII

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

0,0

0,0

XVIII

Wonen en Rijksdienst

282,5

– 19,1

 

Sociale Zekerheid

– 558,6

130,5

 

Budgettair kader Zorg

– 754,9

154,0

 

Gemeentefonds

– 337,9

0,0

 

Provinciefonds

50,9

0,0

 

Infrastructuurfonds

52,4

52,4

 

Diergezondheidsfonds

21,0

21,0

 

Accres Gemeentefonds

– 141,5

0,0

 

Accres Provinciefonds

– 10,6

0,0

 

BES fonds

1,7

0,0

 

Deltafonds

– 127,8

– 127,8

 

Prijsbijstelling

– 520,1

0,0

 

Arbeidsvoorwaarden

– 590,2

0,0

 

Koppeling Uitkeringen

– 28,5

0,0

 

Aanvullende Post Algemeen

– 1.060,8

0,0

Homogene Groep Internationale Samenwerking

274,9

3,4

I De Koning

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

40,1

40,1

40,1

40,0

40,0

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

     

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

     

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

40,3

40,3

40,3

40,3

40,3

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

40,3

40,3

40,3

40,3

40,3

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
   

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,1

0,0

0,0

0,0

0,0

     

0,1

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

0,1

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

0,1

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

0,1

0,0

0,0

0,0

0,0

IIA Staten-Generaal

UITGAVEN

         
   

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

136,9

135,6

139,0

135,7

134,2

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

6,2

3,4

0,0

0,0

0,0

     

6,2

3,4

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

     

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

6,8

3,9

0,6

0,6

0,6

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

143,7

139,6

139,6

136,2

134,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

143,7

139,6

139,6

136,2

134,7

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

5,2

5,2

5,2

5,2

5,2

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

5,2

5,2

5,2

5,2

5,2

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

5,2

5,2

5,2

5,2

5,2

Diversen (beleidsmatige mutaties)

De Tweede Kamer heeft voor 2015 een aantal grote projecten voorzien, waaronder de aanleg van een 4G-netwerk en de aanpassing van de plenaire zaal

IIB Overige Hoge Colleges van Staat

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

113,8

110,1

108,1

107,7

107,7

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

1,7

1,8

0,7

0,0

0,0

     

1,7

1,8

0,7

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,3

0,2

0,2

0,3

0,3

     

0,3

0,2

0,2

0,3

0,3

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

2,0

2,0

0,9

0,3

0,3

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

115,8

112,1

109,0

107,9

107,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

115,8

112,1

109,0

107,9

107,9

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
 

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

5,7

5,7

5,7

5,7

5,7

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

     

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

5,7

5,7

5,7

5,7

5,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

5,7

5,7

5,7

5,7

5,7

Diversen (beleidsmatige mutaties)

De Kanselarij der Nederlandse Orden maakt gebruik van een verouderd ICT-systeem voor de aanvraag van decoraties. Dit systeem wordt vervangen.

III Algemene Zaken

UITGAVEN

         
 

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

62,8

62,5

62,2

60,8

60,8

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

1,1

0,0

0,0

0,0

0,0

     

1,1

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

1,1

0,7

0,7

0,7

0,7

     

1,1

0,7

0,7

0,7

0,7

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

2,2

0,7

0,7

0,7

0,7

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

65,1

63,2

62,9

61,5

61,6

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

65,1

63,2

62,9

61,5

61,6

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

6,6

6,6

6,6

6,6

6,6

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

     

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,3

0,0

0,0

0,0

0,0

     

0,3

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

0,4

0,1

0,1

0,1

0,1

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

7,1

6,7

6,7

6,7

6,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

7,1

6,7

6,7

6,7

6,7

IV Koninkrijksrelaties

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

258,9

241,5

276,4

258,5

114,2

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

– 9,1

7,5

7,4

1,3

0,9

     

– 9,1

7,5

7,4

1,3

0,9

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

13,6

0,3

0,8

0,6

1,0

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Lopende inschrijving curacao

129,6

0,0

0,0

0,0

0,0

     

143,2

0,3

0,8

0,6

1,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

134,0

7,8

8,2

1,9

1,9

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

392,9

249,3

284,5

260,4

116,1

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

392,9

249,3

284,5

260,4

116,1

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
   

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

36,5

36,5

36,5

36,5

36,5

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

12,1

0,0

0,0

0,0

0,0

     

12,1

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

12,1

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

48,6

36,5

36,5

36,5

36,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

48,6

36,5

36,5

36,5

36,5

Diversen (beleidsmatige en technische mutaties, uitgaven)

Er is besloten tot de oprichting van een Integriteitsautoriteit Sint Maarten. Tevens wordt ingezet op de aanpak van acute knelpunten in de rechtshandhaving op Sint Maarten en op versterking van kinderrechten, ter uitvoering van het amendement Van Laar/Segers (Kamerstuk 34 000 IV, nr. 9).

Lopende inschrijving Curaçao

De landen Curaçao en Sint Maarten hebben op grond van de rijkswet Financieel toezicht de mogelijkheid om, via een lopende inschrijving met Nederland, leningen voor investeringen aan te gaan. De geldleningen waarop Nederland inschrijft dienen te voldoen aan de normen en criteria van de rijkswet, zoals een positief advies van het College financieel toezicht. Voor Curaçao is een leenaanvraag ingewilligd van ANG 267 mln. (€ 129,6 mln.) voor de 2e tranche van het nieuwe ziekenhuis (ANG 187 mln.) en voor overige investeringen (ANG 80 mln.).

V Buitenlandse Zaken

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

6.479,0

7.681,6

7.635,7

7.911,2

8.120,2

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Eu-afdrachten (overig)

– 182,7

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Eu-afdrachten (terugontvangst naheffing)

– 460,7

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Eu-afdrachten (vertraagde ratificatie)

2.077,1

– 2.077,1

0,0

0,0

0,0

     

1.433,7

– 2.077,1

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

1.433,7

– 2.077,1

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

7.912,6

5.604,6

7.635,7

7.911,2

8.120,2

Totaal Internationale samenwerking

1.401,4

1.381,9

1.333,4

1.333,4

1.338,3

Stand Voorjaarsnota 2015

9.314,1

6.986,4

8.969,1

9.244,6

9.458,5

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

413,7

550,7

561,9

573,4

585,0

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Eu-afdrachten (vertraagde ratificatie)

260,9

– 260,9

0,0

0,0

0,0

     

260,9

– 260,9

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

260,9

– 260,9

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

674,6

289,8

561,9

573,4

585,0

Totaal Internationale samenwerking

64,9

64,9

64,9

64,9

64,9

Stand Voorjaarsnota 2015

739,6

354,7

626,8

638,3

650,0

EU-afdrachten – Overig

Onderstaande tabel geeft een verklaring van de omvang van de overige mutaties:

  • a.  Het betreft in eerste instantie het in december vorig jaar gesloten akkoord tussen de Raad en het Europees parlement over de begroting 2015 en de aanvullende begrotingen voor 2014. Begin december 2014 hebben de Raad en het Europees parlement een akkoord bereikt over de aanvullende begroting voor 2014. Dat akkoord leidde tot hogere uitgaven voor Nederland – 150 mln. – en hogere inkomsten voor Nederland – 95 mln. Per saldo leidde dit akkoord tot 55 mln. hogere afdrachten voor 2014. Omdat het akkoord pas in december is gesloten zijn de budgettaire effecten doorgeschoven naar 2015.
  • b.  In tweede instantie resulteert uit de realisatie van de Europese begroting over 2014 een surplus (hogere inkomsten dan uitgaven). Dit surplus wordt toegevoegd aan de begroting voor het volgend jaar en verlaagt daarmee de afdrachten van de lidstaten (66 mln. voor Nederland).
  • c.  In derde instantie worden de laatste ramingsbijstellingen verwerkt (172 mln. minder afdrachten).

Overige mutaties EU-afdrachten (miljoenen euro)

Omschrijving

Mutatie

a. Begrotingsakkoord

55

b. Surplus

– 66

c. Ramingsbijstellingen

– 172

Overige EU-afdrachten

– 183

EU-afdrachten – terugontvangst naheffing

De terugbetaling van 460 mln. als gevolg van de naheffing uit hoofde van de revisie van de Nationale Rekeningen wordt voor het einde van dit jaar geheel ontvangen in de kas.

EU-afdrachten – vertraagde ratificatie Eigen Middelenbesluit

De ratificatie van het Eigen Middelenbesluit in alle lidstaten wordt niet meer voorzien voor het einde van 2015. De jaarlijkse Nederlandse korting, die onderdeel uitmaakt van het Eigen Middelenbesluit, slaat daardoor in 2016 voor drie jaren neer (2014 t/m 2016). Ook de aanpassing van de percentiekostenvergoeding wordt doorgeschoven naar 2016. De vertraagde ratificatie leidt tot per saldo hogere afdrachten van 2,1 mld. en hogere ontvangsten van 0,3 mld.; per saldo wordt 1,8 mld. doorgeschoven naar 2016.

VI Veiligheid en Justitie

UITGAVEN

         
 

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

11.393,5

11.274,4

10.921,2

10.729,4

10.725,3

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Bed, bad, brood

13,3

20,0

20,0

20,0

20,0

   

Besparingsverliezen wetstrajecten

1,0

58,0

0,0

0,0

0,0

   

Dji aanzuiveren eigen vermogen

77,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Gevolgen asielinstroom (niet oda) en inzet asielreserve

61,9

42,4

30,9

30,9

30,9

   

Inzet eindejaarsmarge

– 78,8

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Lagere bezetting dienst justitiële inrichtingen (dji)

– 10,3

– 10,5

– 3,0

3,0

18,3

   

Oda toerekening

400,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Rechtsbijstand (pmj)

31,2

16,5

13,4

11,4

9,5

   

Rechtspraak (pmj)

7,5

– 17,3

– 21,9

– 34,0

– 50,6

   

Taakstelling venj

– 30,0

– 30,0

– 60,0

– 60,0

– 60,0

   

Tariefsverlaging rgd

– 6,8

– 142,1

– 133,1

– 126,3

– 69,3

   

Thuiskopie

33,5

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Uitkering eindejaarsmarge

78,8

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

96,7

37,0

15,7

16,1

16,9

     

675,0

– 26,0

– 138,0

– 138,9

– 84,3

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Frictiekosten dji van ap

34,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Loonbijstelling tranche 2015

36,1

35,9

34,9

34,3

34,3

   

Diversen

25,1

17,5

20,8

29,1

30,2

     

95,2

53,4

55,7

63,4

64,5

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

770,2

27,3

– 82,4

– 75,5

– 19,9

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

12.163,7

11.301,7

10.838,9

10.653,9

10.705,4

Totaal Internationale samenwerking

50,5

45,3

33,3

32,8

32,8

Stand Voorjaarsnota 2015

12.214,2

11.347,0

10.872,2

10.686,8

10.738,3

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

1.424,2

1.477,3

1.507,8

1.551,1

1.561,6

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Besparingsverliezen wetstrajecten

– 51,0

– 23,0

– 4,0

– 1,0

0,0

   

Boeten en transacties

– 55,0

0,0

0,0

– 35,0

– 35,0

   

Gevolgenasielinstroom (niet oda) en inzet asielreserve.

35,5

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Griffierechten pmj

3,2

– 17,8

– 17,1

– 21,8

– 25,5

   

Schikking sbm-offshore

56,0

56,0

0,0

0,0

0,0

   

Tariefsverlaging rgd

50,1

0,0

0,0

0,0

0,0

     

38,8

15,2

– 21,1

– 57,8

– 60,5

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

10,7

3,4

3,4

3,3

3,2

     

10,7

3,4

3,4

3,3

3,2

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

49,5

18,6

– 17,7

– 54,5

– 57,3

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

1.473,7

1.495,9

1.490,1

1.496,5

1.504,3

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

1.473,7

1.495,9

1.490,1

1.496,5

1.504,3

Bed, bad, brood

Er is structureel 20 mln. beschikbaar gesteld op de begroting van VenJ voor de opvang en terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers.

Besparingsverliezen wetstrajecten

Als gevolg van vertraging van de invoering van de wetsvoorstellen «verhoging griffierechten», «stelselherziening rechtsbijstand» en «eigen bijdrage regelingen» treden er besparingsverliezen op. Vanwege het onafhankelijke onderzoek dat nu plaatsvindt naar de oorzaken van de kostenstijgingen, treedt er besparingsverlies op bij het wetsvoorstel «stelselherziening rechtsbijstand». De besparingsverliezen vanuit de wetsvoorstellen «verhoging griffierechten» en «eigen betalingen» leiden tot lagere ontvangsten en zijn aan de ontvangstenkant opgenomen.

DJI aanzuiveren eigen vermogen

Ultimo 2014 had DJI een eigen vermogen van 77 mln. negatief. Conform de Regeling Agentschappen zuivert het Ministerie van VenJ het eigen vermogen van Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) aan.

Gevolgen asielinstroom (niet ODA) en inzet asielreserve

De asielinstroom neemt toe en dit leidt tot extra opvangkosten bij het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) en hogere kosten voor de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) vanwege de stijging van het aantal asielzoekers die de procedure voor asielaanvraag doorlopen.

Inzet eindejaarsmarge

De eindejaarsmarge wordt ingezet ter dekking van overlopende verplichtingen van 2014 naar 2015 en voor de problematiek op de begroting van Veiligheid en Justitie.

Lagere bezetting DJI

Wegens de lage bezetting in het gevangeniswezen, jeugdinrichtingen en de vreemdelingenbewaring vallen bij DJI middelen vrij. Tevens levert voorgenomen verhuur van Norgerhaven besparingen op en daarnaast worden extra middelen toegevoegd aan de Forensische zorg. Per saldo levert dit in 2015 10,3 mln. op.

Oda toerekening

De raming voor de asielinstroom is voor 2015 naar boven bijgesteld. Dit leidt tot hogere asielopvangkosten bij het COA. De kosten voor de eerstejaarsopvang van asielzoekers uit DAC-landen worden toegerekend aan ODA. Door de verhoogde raming van de asielinstroom neemt de toerekening aan ODA in 2015 ook toe.

Rechtsbijstand

Uit het Prognose Model Justitiële ketens volgt een tegenvaller op de rechtsbijstand, die niet is betrokken bij de stelselherziening rechtsbijstand. De tegenvaller wordt met name veroorzaakt doordat er meer verzoeken voor rechtsbijstand zijn, dan waarmee in de raming rekening is gehouden.

Rechtspraak

Uit het Prognose Model Justitiële ketens volgt een meevaller op de rechtspraak. Deze wordt met name veroorzaakt doordat er bij de Raad voor de Rechtspraak sprake is van een volumemeevaller. Er worden minder zaken behandeld dan waarmee in de raming rekening is gehouden.

Taakstelling VenJ

Er is taakstellend in 2015 en 2016 30 mln. en structureel vanaf 2017 60 mln. ingeboekt op de begroting van VenJ. De taakstelling zal in 2015 en 2016 worden ingevuld door de tariefsverlaging Rgd. In 2017 wordt circa de helft (32 mln.) van deze taakstelling ingevuld door de tariefsverlaging Rgd.

Tariefsverlaging Rijksgebouwendienst (Rgd)

Departementen wordt een tariefsverlaging toegekend. Bij VenJ wordt deze ingezet ter dekking van de problematiek op de VenJ begroting. Een deel van de tariefsverlaging wordt via de ontvangstenzijde geboekt.

Thuiskopie

Er is een schikking getroffen door het Ministerie van VenJ met de Stichting Thuiskopie voor 33,5 mln. vanwege het niet actualiseren van een algemene maatregel van bestuur waarmee de stichting een heffing kan opleggen op met name geluids- en beelddragers.

Uitkering eindejaarsmarge

In 2014 is het budget van het Ministerie van VenJ niet volledig tot besteding gekomen. Deze middelen worden aan de begroting van VenJ toegevoegd.

Diversen (beleidsmatige mutaties)

De post diversen is een optelling van verschillende mee- en tegenvallers. De belangrijkste tegenvallers zijn additionele archiefkosten bij de IND, een besparingsverlies bij arbeid van gedetineerden, extra controle handbagage Schiphol, een bijdrage aan de voorzieningen binnen de generieke digitale infrastructuur GDI (deze middelen zijn op de aanvullende post geplaatst) en de PV-vergoeding.

Frictiekosten dienst justitiële inrichtingen

De uitvoering van het Masterplan DJI (Kamerstuk 24 587, nr. 535) heeft tot gevolg dat een aanzienlijk aantal justitiële inrichtingen wordt gesloten. Dit brengt onder andere frictiekosten ten aanzien van het vastgoed met zich mee. Voor het inpassen van de frictiekosten huisvesting Masterplan DJI zijn middelen op de aanvullende post gereserveerd. De in 2015 benodigde middelen worden via de aanvullende post bij Financiën aan de begroting van VenJ beschikbaar gesteld.

Loonbijstelling tranche 2015

De loonbijstelling, tranche 2015, wordt uitgekeerd op de VenJ begroting.

Diversen (technische mutaties)

Deze post bestaat uit enkele mee- en tegenvallers. Twee belangrijkste posten zijn de exploitatiekosten C2000 (10,4 mln.) en de prijsbijstelling tranche 2015 voor 9,1 mln.

Besparingsverliezen wetstrajecten

Als gevolg van vertraging van de invoering van de wetsvoorstellen «verhoging griffierechten», «stelselherziening rechtsbijstand» en «eigen bijdrage regelingen» treden er besparingsverliezen op. De besparingsverliezen vanuit de wetsvoorstellen verhoging griffierechten en eigen betalingen leiden tot lagere ontvangsten. Het besparingsverlies ten aanzien van de stelselherziening rechtsbijstand is aan de uitgavenkant opgenomen.

Boeten en transacties

Er is sprake van een incidentele tegenvaller bij de ontvangstenraming boetes en transacties (verkeershandhaving).

Gevolgen asielinstroom (niet ODA) en inzet asielreserve

De hogere kosten vanwege de asielinstroom die vallen binnen de begroting van VenJ en waar geen compensatie vanuit ODA tegenover staat worden deels gedekt door middelen vanuit de asielreserve over te boeken naar de VenJ begroting.

Griffierechten

Als gevolg van een daling van zaken bij de Raad voor de Rechtspraak zoals blijkt uit het Prognose Model Justitiële ketens, dalen ook de griffieontvangsten op de VenJ begroting.

Schikking SBM-Offshore

De schikking met SBM-Offshore levert een meevaller op aan de ontvangstenkant.

Diversen (technische mutaties)

De post diversen bestaat uit enkele mutaties, waarvan de grootste post een bijdrage is van dienst Justis in het kader van jeugd en veiligheid (2,8 mln.) bij Justitiële jeugdinrichtingen en een saldering vanwege ICT project Prima (3,6 mln.).

VII Binnenlandse Zaken

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

634,0

603,4

569,1

559,8

557,7

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Eindejaarsmarge wenr

– 231,2

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

3,6

1,6

– 5,0

– 4,3

– 4,8

     

– 227,6

1,6

– 5,0

– 4,3

– 4,8

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Dva ontvangsten

59,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Ejm huurtoeslag 2014

258,3

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Versterking veiligheidsketen

0,0

14,0

26,0

26,0

31,0

   

Diversen

22,3

6,3

5,6

7,1

7,7

     

339,6

20,3

31,6

33,1

38,7

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

111,9

21,9

26,5

28,8

33,8

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

745,9

625,3

595,7

588,6

591,5

Totaal Internationale samenwerking

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

Stand Voorjaarsnota 2015

746,1

625,5

595,8

588,7

591,7

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

757,4

92,5

41,5

41,5

41,4

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

– 1,9

– 1,0

0,0

0,0

0,0

     

– 1,9

– 1,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Dva ontvangsten

59,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

27,2

0,5

15,5

15,4

15,3

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Herijking vut fonds

78,7

– 50,0

0,0

0,0

0,0

     

164,9

– 49,5

15,5

15,4

15,3

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

163,0

– 50,5

15,5

15,4

15,3

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

920,3

42,0

57,0

56,9

56,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

920,3

42,0

57,0

56,9

56,7

Eindejaarsmarge WenR

De begrotingstechnische verwerking van de eindejaarsmarge van de begroting voor Wonen en Rijksdienst (XVIII) loopt via de begroting van Binnenlandse Zaken (VII). De overschrijding bij de Huurtoeslag in 2014 (258,3 mln.) leidt per saldo tot een negatieve eindejaarsmarge voor Wonen en Rijksdienst op de begroting van BZK (231,2 mln.).

Contra-terrorisme

De operationele capaciteit van de AIVD wordt uitgebreid ter versterking van contraterrorisme en om radicalisering tegen te kunnen gaan (Kamerstuk 29 754, nr. 302). De middelen worden van de Aanvullende Post overgeheveld naar de begroting van BZK.

Diversen – beleidsmatige en technische mutaties uitgaven en ontvangsten

De hoogte van de post diversen, zowel aan uitgaven- als ontvangstenkant, wordt mede veroorzaakt door een desaldering van 18,7 mln. bij Doc-Direkt en van 58,9 mln. DVA ontvangsten. Doc-Direkt levert diensten aan departementen en notarissen voor archiefbewerking, -beheer, opslag en digitale documenthuishouding. Daarvoor ontvangt Doc-Direkt middelen ter dekking van de kosten (personeel en materieel). De ontvangsten en uitgaven die voortvloeien uit de Dienstverleningsovereenkomsten 2015 (DVA) betreffen de dienstverlening van het kerndepartement aan de baten lastenagentschappen.

Daarnaast is er een bijdrage aan de voorzieningen binnen de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI). Deze middelen zijn naar de Aanvullende Post overgeheveld. De daarbij vanaf 2017 te realiseren ontvangsten voor de GDI worden voorlopig geboekt op de begroting van BZK. Een deel van de op de Aanvullende Post gereserveerde middelen is uitgekeerd aan BZK als opdrachtgever voor de voorziening eID (8,1 mln.).

Herijking VUT-fonds

De raming voor de VUT-lening wordt bijgesteld op basis van de meest actuele inzichten in de liquiditeitsplanning. Naar verwachting lost het VUT-fonds in 2015 haar lening al volledig af.

VIII Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

35.978,3

36.146,5

36.247,0

36.137,1

36.031,9

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Autonome raming studiefinanciering

79,4

41,9

– 7,4

– 22,5

– 61,3

   

Leerlingenvolume referentieraming 2015

75,1

– 48,3

– 123,3

– 188,3

– 216,8

     

154,5

– 6,4

– 130,7

– 210,8

– 278,1

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Eindejaarsmarge

– 57,1

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

– 29,6

– 6,5

3,7

23,1

5,1

     

– 86,7

– 6,5

3,7

23,1

5,1

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Loonbijstelling tranche 2015

103,4

102,5

102,5

101,8

101,3

   

Diversen

31,0

36,3

36,3

37,5

38,4

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Autonome raming studiefinanciering

– 116,3

– 123,7

– 98,3

– 101,6

– 96,2

   

Leerlingenvolume referentieraming 2015

13,3

– 41,1

– 64,6

– 62,3

– 65,8

   

Diversen

29,9

29,4

30,4

30,8

30,9

     

61,3

3,4

6,3

6,2

8,6

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

129,1

– 9,5

– 120,7

– 181,6

– 264,4

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

36.107,3

36.137,0

36.126,3

35.955,5

35.767,5

Totaal Internationale samenwerking

61,3

60,3

55,6

55,6

55,6

Stand Voorjaarsnota 2015

36.168,6

36.197,3

36.181,9

36.011,1

35.823,1

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
 

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

1.256,7

1.320,7

1.382,1

1.459,0

1.517,6

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Rente studiefinanciering

– 40,3

– 56,0

– 81,5

– 110,2

– 142,4

   

Diversen

4,9

3,4

– 11,7

– 17,5

– 13,8

     

– 35,4

– 52,6

– 93,2

– 127,7

– 156,2

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

9,4

3,0

3,0

3,0

3,0

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Autonome raming studiefinanciering

43,8

66,1

89,8

115,8

144,3

     

53,2

69,1

92,8

118,8

147,3

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

17,9

16,4

– 0,5

– 8,8

– 8,8

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

1.274,6

1.337,2

1.381,6

1.450,2

1.508,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

1.274,6

1.337,2

1.381,6

1.450,2

1.508,7

Autonome raming studiefinanciering

De raming studiefinanciering 2015 laat een tegenvaller zien ten opzichte van de in de OCW-begroting 2015 verwerkte raming uit het voorjaar 2014 die omslaat naar een kleine meevaller vanaf 2017. Dit patroon doet zich zowel voor bij de basis- als de aanvullende beurs.

Leerlingenvolume referentieraming 2015

De tegenvaller bij de leerlingen- en studentenraming in 2015 slaat vanaf 2016 om in een meevaller die oploopt naar circa 217 mln. in 2019. Uit de referentieraming leerlingen- en studentenaantallen 2015 blijkt dat het aantal leerlingen en studenten voor 2015 hoger is dan de in de OCW-begroting 2015 verwerkte aantallen. Vanaf 2016 komen de aantallen lager uit ten opzichte van de vorige raming. Hierachter gaan verschillende bewegingen schuil. Het aantal geraamde basisschoolleerlingen laat in alle jaren een stijging zien vanwege de geraamde toename immigratie- en geboortecijfers. De aantallen mbo-studenten komen op basis van de meest recente telgegevens flink lager uit. Voor het voortgezet en hoger onderwijs worden in de eerste jaren meer leerlingen respectievelijk studenten geraamd en in de latere jaren minder ten opzichte van de vorige referentieraming.

Eindejaarsmarge

Dit betreft het saldo van de totale onderuitputting op de OCW begroting in 2014 van 126,8 mln. en twee abusievelijk vooruitbetalingen in 2014 van in totaal 184 mln. (zie ook brief aan de Tweede Kamer, Kamerstuk 34 000 VIII, nr. 82). Hierdoor was er in 2014 sprake van een overschrijding van de OCW begroting van 57,1 mln. Deze negatieve eindejaarsmarge wordt in 2015 verrekend.

Diversen (beleidsmatige mutaties)

Deze post bestaat hoofdzakelijk uit overlopende verplichtingen van 2015 naar verdere jaren. Hiervan heeft in 2015 18,9 mln. betrekking op een vertraging die zich voordoet in de onderwijshuisvesting op Caribisch Nederland. Verder wordt 6 mln. van 2015 doorgeschoven naar 2017 ten behoeve van de start van het nieuwe huisvestingstelsel Rijksmusea in 2017. Daarnaast wordt 6 mln. van het project flexibel hoger onderwijs voor volwassenen doorgeschoven naar 2016 om de raming beter aan te laten sluiten bij de verwachte realisatie. Tot slot zijn er verschillende kleinere intertemporele compensaties die tezamen 1,3 mln. bedragen in 2015.

Loonbijstelling tranche 2015

Dit betreft de budgettaire verwerking van de loonbijstelling tranche 2015.

Diversen (technische mutaties kaderrelevant)

Dit betreft hoofdzakelijk de budgettaire verwerking van het kaderrelevante deel van de prijsbijstelling tranche 2015.

Autonome raming studiefinanciering (niet-kaderrelevant)

De niet-kaderrelevante raming studiefinanciering wordt neerwaarts bijgesteld. Dit is met name het gevolg van een lagere groei van het gemiddeld geleende bedrag per student zoals blijkt uit de realisatiecijfers van 2014.

Leerlingenvolume referentieraming 2015 (niet-kaderrelevant)

Dit betreft de budgettaire verwerking van het niet-kaderrelevante deel van de referentieraming 2015 op de studiefinanciering. Vanwege dalende studentenaantallen neemt het aantal leningen en prestatiebeurzen af.

Diversen (technische mutaties niet-kaderrelevant)

Dit betreft de budgettaire verwerking van het niet-kaderrelevante deel van de prijsbijstelling tranche 2015.

Rente studiefinanciering

De raming voor studiefinanciering 2015 laat lagere renteontvangsten zien vanwege de lagere rentestand.

Autonome raming studiefinanciering (niet-kaderrelevant)

De raming voor ontvangsten op de hoofdsom van de studieleningen is opwaarts bijgesteld. Vanwege de lagere rente wordt het aflossingsdeel in de terugbetalingen groter.

IXA Nationale schuld (transactiebasis)

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

13.070,3

15.159,5

17.328,8

16.566,6

19.020,8

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

– 4,3

0,0

0,0

0,0

0,0

     

– 4,3

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Mutatie in rekening-courant en deposito

– 931,7

– 6.337,0

1.447,5

1.418,6

1.355,0

   

Rente vaste schuld

– 543,1

– 1.563,6

– 2.174,4

– 2.130,2

– 2.130,3

   

Rente vlottende schuld

– 100,0

– 975,8

1,6

1,5

1,5

   

Rentelasten

– 16,3

– 228,8

– 39,5

– 29,2

– 9,2

   

Verstrekte leningen

– 100,0

– 100,0

– 100,0

– 100,0

– 100,0

     

– 1.691,0

– 9.205,1

– 864,7

– 839,2

– 882,9

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 1.695,4

– 9.205,1

– 864,8

– 839,3

– 882,9

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

11.374,9

5.954,4

16.464,0

15.727,3

18.137,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

11.374,9

5.954,4

16.464,0

15.727,3

18.137,9

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
 

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

4.008,9

5.557,2

5.300,1

5.044,9

4.867,2

Technische mutaties

         
 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Aflossingen op leningen

275,7

– 22,4

5,4

– 11,3

– 258,9

   

Rente vaste schuld

– 68,6

– 190,0

425,1

659,9

632,4

   

Rentebaten

– 22,5

– 225,1

– 176,4

– 144,0

– 123,9

   

Diversen

– 2,8

– 27,5

– 0,5

– 0,5

– 0,5

     

181,8

– 465,0

253,6

504,1

249,1

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

181,8

– 465,0

253,6

504,1

249,1

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

4.190,8

5.092,2

5.553,8

5.549,0

5.116,3

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

4.190,8

5.092,2

5.553,8

5.549,0

5.116,3

Mutatie in rekening-courant en deposito

De inleg van de sociale fondsen is gewijzigd als gevolg van mutaties in de premieontvangsten en de premiegefinancierde uitgaven.

Rente vaste schuld

De raming van de rentelasten vaste schuld wijzigt als gevolg van bijstellingen van de rentetarieven en de financieringsbehoefte.

Rente vlottende schuld

De raming van de rentelasten vlottende schuld wijzigt als gevolg van bijstellingen van de rentetarieven en de financieringsbehoefte.

Rentelasten

De raming van rentelasten kasbeheer is aangepast, als gevolg van een wijziging van de rekenrente en veranderingen bij de aangehouden middelen.

Verstrekte leningen

Gewijzigde inzichten in het leengedrag van agentschappen en RWT’s (Rechtspersonen met een wettelijke taak) leiden tot een aanpassing van de voorziene uitgaven.

Aflossingen op leningen

Gewijzigde inzichten in het leengedrag van agentschappen en RWT’s (Rechtspersonen met een wettelijke taak) leiden tot een aanpassing van de voorziene ontvangsten.

Rente vaste schuld

De rentebaten op de vaste schuld bestaan (nagenoeg volledig) uit baten op afgesloten swaps. Nieuw afgesloten swaps leiden tot mutaties op de baten.

Rentebaten

De raming van de rentebaten kasbeheer is aangepast, als gevolg van een wijziging van de rekenrente.

IXB Financiën

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

6.643,4

6.537,6

6.408,6

6.347,7

6.341,7

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Dynamisch monitoren

38,0

15,0

12,0

11,0

11,0

   

Gdi

14,7

19,2

17,0

14,2

12,7

   

Inzet nominaal en onvoorzien

– 15,0

– 16,4

– 15,3

– 38,0

– 33,3

   

Nieuw douanewetboek – ucc

2,2

16,5

18,5

15,5

12,8

   

Tariefaanpassing rijksvastgoed bedrijf

– 24,9

– 41,1

– 30,4

– 28,4

– 26,9

   

Tekort spoor ii na maatregelen

65,7

20,0

0,0

0,0

0,0

   

Uitvoeringskosten wet- en regelgeving

30,5

22,7

21,3

18,9

18,0

   

Diversen

30,1

22,5

– 6,7

– 1,9

– 3,0

     

141,3

58,4

16,4

– 8,7

– 8,7

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Belasting en invorderingsrente

– 106,0

– 151,0

– 180,0

– 200,0

– 236,0

   

Diversen

26,2

21,0

27,4

29,1

30,3

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Deelname aiib

0,0

73,0

36,5

36,5

36,5

     

– 79,8

– 57,0

– 116,1

– 134,4

– 169,2

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

61,5

1,3

– 99,7

– 143,1

– 178,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

6.704,9

6.538,9

6.308,9

6.204,6

6.163,8

Totaal Internationale samenwerking

279,3

363,9

256,9

274,2

274,2

Stand Voorjaarsnota 2015

6.984,2

6.902,8

6.565,8

6.478,8

6.438,0

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

4.124,8

2.909,3

2.840,5

2.778,7

2.718,0

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Dividend staatsdeelnemingen

271,6

– 15,0

– 35,0

– 40,0

– 110,0

   

Hogere boetes en schikkingen

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

   

Schaderestituties ekv

90,0

145,2

116,5

151,2

152,1

   

Winstafdracht dnb

– 116,9

– 6,8

– 4,8

– 10,8

– 19,1

   

Diversen

5,8

– 2,5

– 1,2

– 1,2

– 1,0

     

270,5

140,9

95,5

119,2

42,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Belasting en invorderingsrente

– 106,0

– 151,0

– 180,0

– 200,0

– 236,0

   

Diversen

27,2

25,6

30,1

29,8

29,8

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Dividend staatsdeelnemingen (financiële instellingen)

125,0

125,0

125,0

125,0

125,0

   

Dividend staatsdeelnemingen (superdividend urenco)

– 20,0

– 95,0

– 65,0

– 55,0

0,0

   

Vervroegde aflossing ing

– 1.025,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Winstafdracht dnb

155,9

34,9

– 3,6

– 14,2

44,4

   

Diversen

2,9

7,8

6,3

4,8

3,3

     

– 840,0

– 52,7

– 87,2

– 109,6

– 33,5

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 569,6

88,2

8,4

9,7

8,5

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

3.555,2

2.997,5

2.848,9

2.788,4

2.726,5

Totaal Internationale samenwerking

0,7

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

3.555,8

2.997,5

2.848,9

2.788,4

2.726,5

Dynamisch monitoren

Voor een business case om effectiever toezicht uit te voeren, zijn extra middelen benodigd. De business case is in lijn is met de Brede Agenda.

GDI

Dit betreft een bijdrage aan de voorzieningen binnen de generieke digitale infrastructuur (GDI). Deze middelen zijn op de Aanvullende Post geplaatst.

Inzet nominaal en onvoorzien

Een deel van het resterende bedrag op Nominaal & Onvoorzien wordt ingezet ter dekking van problematiek van met name de Belastingdienst.

Nieuw douanewetboek – UCC

Het Europees Douanewetboek, de United Customs Code, treedt op 1 mei in werking. Het doel is belemmeringen in het goederenvervoer wegnemen en bevorderen van snelle en goede douaneafhandeling. De implementatie vergt investeringen, deze worden met name veroorzaakt door het aanpassen van bestaande ICT-systemen.

Tariefaanpassing Rijksvastgoedbedrijf

Departementen is een tariefsverlaging toegekend.

Tekort spoor II na maatregelen

Een deel van de voorgenomen besparingen door vereenvoudiging van fiscale wetgeving (het zogenaamde spoor II traject) is niet gerealiseerd in 2015. Ook een deel van de besparing in 2016 zal naar verwachting niet gehaald worden.

Uitvoeringskosten wet- en regelgeving

De Belastingdienst heeft extra uitvoeringskosten door nieuwe fiscale wet- en regelgeving.

Diversen (mee- en tegenvallers)

Dit betreft o.a. de kosten voor de invoering van betaald bellen bij de Belastingtelefoon, de kosten voor de inkomensafhankelijke heffingskorting, de afschaffing van de rentevergoeding depotstelsel en de door BHOS gecompenseerde toezichtskosten van de Douane voor de sancties tegen Rusland.

Belasting- en invorderingsrente

De raming van zowel de ontvangsten als de uitgaven wordt (budgettair neutraal) structureel bijgesteld. De reden van de mutatie is dat in de oorspronkelijke raming van het budgettaire effect van de introductie van de belastingrente nog onvoldoende duidelijk was wat de verdeling over ontvangsten en uitgaven was. Inmiddels is deze verdeling duidelijk geworden.

Diversen

Deze post bevat voornamelijk een desaldering van de kosten vervolging (10 mln.) en de toekenning van de loon- en prijsbijstelling.

Deelname AIIB

Nederland is voornemens deel te nemen als Prospective Founding Member aan de Asian Infrastructure Investment Bank (Kamerstuk 33 625, nr. 152). Hiervoor wordt kapitaal gestort en zal een garantie worden afgegeven. De opgenomen bedragen zijn maximumbedragen en kunnen nog wijzigen, omdat de onderhandelingen nog lopen.

Dividend staatsdeelnemingen

In 2015 is er een meevaller doordat het dividend van Tennet, NS en Gasunie in 2014 hoger was dan verwacht. Voor de komende paar jaar is de dividendraming voor zowel Tennet als Gasunie verlaagd, vanwege de onzekerheden omtrent de nieuwe reguleringsperiode. De langetermijnverwachting voor NS is eveneens neerwaarts bijgesteld vanwege de kosten van de nieuwe concessie. Een groot deel van de daling van de dividendontvangsten vanaf 2016 wordt veroorzaakt doordat Urenco voor bijna alle jaren zijn payoutratio neerwaarts heeft bijgesteld.

Hogere boetes en schikkingen

De ontvangsten van boetes en schikkingen worden, gezien de realisaties, structureel naar boven bijgesteld.

Schaderestituties EKV (exportkredietverzekeringen)

De recuperatieramingen worden naar boven bijgesteld. Een belangrijke reden hiervoor is het in 2014 gesloten schuldenakkoord tussen Argentinië en de Club van Parijs. Een substantieel deel van de opbrengsten komt toe aan de Nederlandse staat via de EKV-recuperaties.

Winstafdracht DNB (beleidsmatige en technische mutaties)

De verwachte winstafdracht in 2015 laat een verschuiving zien tussen de reguliere winst en de vermogenswinst. Vermogenswinst is niet relevant voor het uitgavenkader en het EMU-saldo. Door een nieuwe toerekening van kosten zijn er kleine verschuivingen tussen de reguliere winst (uitgavenkader relevant) en de crisisgerelateerde winst (niet-kaderrelevant). Daarnaast is er een kleine meerjarige tegenvaller voor de reguliere winst door lage rentestanden.

Dividend staatsdeelnemingen (financiële instellingen)

ABN Amro en ASR hebben meer slotdividend uitgekeerd dan verwacht. ABN Amro zal naar verwachting ook nog een interim- dividend uitkeren. Daarom is de raming opwaarts bijgesteld.

Dividend staatsdeelnemingen (superdividend Urenco)

Bij Urenco is de payoutratio bijgesteld, de verwachting is dat Urenco geen superdividend meer zal uitkeren.

Vervroegde aflossing ING

ING heeft eerder dan verwacht het laatste deel van de staatssteun afbetaald. Bij najaarsnota 2014 is deze afbetaling budgettair verwerkt voor 2014, nu wordt het voor 2015 geraamde bedrag afgeboekt.

X Defensie

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

7.690,1

7.730,4

7.695,7

7.655,8

7.625,7

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Biv trekkingsrecht def

59,5

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Doorwerking ontvangsten

35,8

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Ejm investeringen

37,8

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Financiering brigade speciale bev. opdrachten (bsb)

15,3

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Kasschuif herijking dip

– 96,6

88,3

– 13,8

0,0

22,1

   

Kasschuif tbv isis missie

– 100,0

– 23,0

64,0

37,0

22,0

   

Diversen

6,2

0,0

0,0

0,0

0,0

     

– 42,0

65,3

50,2

37,0

44,1

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Contraterrorisme

19,5

56,8

54,8

51,3

51,3

   

Diversen

2,4

19,8

20,0

20,3

20,9

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Diversen

0,4

0,3

0,3

0,3

– 0,1

     

22,3

76,9

75,1

71,9

72,1

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 19,8

142,2

125,3

108,9

116,2

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

7.670,4

7.872,6

7.821,0

7.764,7

7.741,8

Totaal Internationale samenwerking

323,4

289,7

266,1

266,1

266,1

Stand Voorjaarsnota 2015

7.993,8

8.162,3

8.087,1

8.030,8

8.008,0

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
 

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

321,7

296,0

306,8

335,4

304,3

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Bijstellen ontvangsten

35,8

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

     

35,8

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

35,8

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

357,5

296,0

306,8

335,4

304,3

Totaal Internationale samenwerking

1,4

21,5

26,9

1,4

1,4

Stand Voorjaarsnota 2015

358,9

317,4

333,8

336,8

305,7

BIV trekkingsrecht Defensie

Betreft de financiering van activiteiten die de inzet in bijvoorbeeld vredesmissies of fragiele staten ondersteunen. Het gaat om zogeheten enablers zoals transportvliegtuigen en aan missies verbonden (na)zorgkosten voor uitgezonden defensiepersoneel.

Doorwerking en bijstelling ontvangsten (uitgaven en niet-belastingontvangsten)

Er is sprake van vertraging in de afstoting van onroerend goed die leidt tot minder ontvangsten. Door een herijking van de verkoopopbrengsten en hogere ontvangsten vanuit CODEMO en NAVO is er per saldo echter sprake van hogere ontvangsten dan geraamd. De uitgavenruimte voor 2015 wordt navenant verhoogd.

EJM investeringen

Een bedrag van 37,8 mln. wordt via de eindejaarsmarge vanuit 2014 meegenomen en toegevoegd aan het investeringsbudget in 2015.

Financiering brigade speciale bev. opdrachten (bsb)

Defensie verzorgt op verzoek van Buitenlandse Zaken de beveiliging van diplomaten en ambassades in gebieden waar dat noodzakelijk is.

Kasschuif herijking DIP

Er vindt een kasschuif binnen de meerjarenperiode plaats ten behoeve van de herijking van de investeringsplannen.

Kasschuif tbv ISIS missie

Voor de bekostiging van de Nederlandse defensiebijdrage aan de strijd tegen ISIS is het budget internationale veiligheid op de Defensiebegroting in 2015 en 2016 verhoogd vanuit HGIS onvoorzien. Om het generale beeld niet te belasten vindt er een kasschuif plaats binnen het investeringsartikel. De middelen blijven beschikbaar voor investeringen.

Contraterrorisme

Op 27 februari jl. heeft het kabinet besloten de veiligheidsketen op een aantal punten substantieel te versterken. De intensiveringsmiddelen worden van de aanvullende post overgeheveld naar de begroting van Defensie.

XII Infrastructuur en Milieu

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

9.215,8

9.372,9

9.704,4

9.156,4

9.254,4

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Belasting infraspeed

22,5

2,9

2,9

2,9

2,9

   

Kasschuif deltafonds

– 75,0

0,0

0,0

0,0

75,0

   

Kasschuif if (versnelde ontvangsten)

– 250,0

100,0

0,0

75,0

75,0

   

Toekenning eindejaarsmarge 2014

25,6

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

– 2,4

4,4

2,5

– 0,2

– 0,6

     

– 279,3

107,3

5,4

77,7

152,3

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Decentralisatie bodem

– 83,2

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

73,4

43,5

45,2

43,1

44,3

     

– 9,8

43,5

45,2

43,1

44,3

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 289,0

150,8

50,5

120,8

196,6

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

8.926,8

9.523,7

9.755,0

9.277,2

9.451,1

Totaal Internationale samenwerking

26,7

20,2

18,5

18,5

18,5

Stand Voorjaarsnota 2015

8.953,5

9.543,9

9.773,5

9.295,7

9.469,5

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

241,2

210,2

238,1

237,8

370,8

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

24,6

– 0,1

0,1

0,0

0,0

     

24,6

– 0,1

0,1

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

24,6

– 0,1

0,1

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

265,8

210,1

238,2

237,8

370,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

265,8

210,1

238,2

237,8

370,8

Belasting Infraspeed

Infraspeed is de railinfrastructuurbeheerder van de Hogesnelheidslijn Zuid. In het contract uit 2001 tussen de Staat en Infraspeed is een clausule opgenomen met betrekking tot de aftrekbaarheid van de rente op de aandeelhoudersleningen. Deze bestaande afspraak wordt nu verwerkt.

Kasschuif Deltafonds

Op het Deltafonds loopt een aantal uitvoeringsprogramma’s af. Daarnaast zijn de deltabeslissingen genomen en is het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma opgestart. Om het ritme van het meerjarige programma en het budget op het Deltafonds weer met elkaar in overeenstemming te brengen vindt er een kasschuif plaats op het Deltafonds.

Kasschuif IF (versnelde ontvangsten)

Voor een drietal projecten is er in 2015 versneld bijdragen van derden ontvangen (250 mln.). De projectuitgaven zijn pas in latere jaren voorzien. Om de programmering meer in lijn te brengen met het budget vindt er een kasschuif plaats op het Infrastructuurfonds.

Toekenning Eindejaarsmarge 2014

De eindejaarsmarge van 2014 is toegevoegd aan de begroting van IenM.

Decentralisatie bodem

Dit betreft de decentralisatie-uitkering voor Bodemsanering aan gemeenten en provincies. Deze overboeking dient om het laatste jaar (2015) van het bodemconvenant uit te voeren.

Diversen (Technische mutaties)

Dit betreft overboekingen van en naar andere departementen en de loon- en prijsbijstelling. Daarnaast hebben er enkele desalderingen plaatsgevonden.

De belangrijkste overboekingen zijn:

  • –  ANVS: De expertise op het gebied van nucleaire veiligheid en stralingsbescherming bij IenM (ILT/KFD) en EZ (RVO/stralingslab, NIV) zijn samengevoegd tot één onafhankelijke Organisatie genaamd Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS). Per 1 mei 2015 heeft EZ de verantwoordelijkheid voor nucleaire veiligheid overgedragen aan IenM. Het ambtelijk personeel is reeds per 1 januari 2015 aan IenM overgedragen.
  • –  Financiering GDI: Dit betreft een bijdrage aan de voorzieningen binnen de generieke digitale infrastructuur (GDI). Deze middelen zijn op de Aanvullende Post geplaatst.
  • –  SAR-Defensie: Dit betreft de bijdrage van Defensie in het Search and Rescue (SAR)-contract.

Diversen (Technische mutaties, Niet-belastingontvangsten)

Dit betreft de volgende desalderingen:

  • –  Centrale uitgaven bedrijfsvoering: Het betreft de interne verrekening van centraal betaalde ICT en facilitaire dienstverlening.
  • –  Desaldering asbestwegen: Dit betreft een verhoging van het budget ten behoeve van de afrekening van het project Saneringsregeling Asbestwegen (derde fase). De afwikkeling omvat met name de arbitrages met BAM en voor de dekking voor de met AKZO af te sluiten Safety Deals.
  • –  Desaldering basisregistraties: De Unie van Waterschappen draagt bij aan de kosten van de opdrachtverstrekking aan het Kadaster voor Basisregistraties. Voor het innen van de gelden is een vordering vastgelegd. Op basis van de ontvangst wordt een aanvullende opdracht verstrekt aan het Kadaster. Hiervoor dient het uitgavenbudget voor het BRK (Basisregistraties Kadaster) te worden opgehoogd.
  • –  Desaldering NANoREG: IenM ontvangt van de Europese Commissie (EC) middelen ten behoeve van de coördinatie van het EU-programma NANoREG. De uitvoering van dit project is ondergebracht bij het projectbureau NANoREG ondersteund/gefaciliteerd door het RIVM.
  • –  Desaldering prosafe: IenM ontvangt van de Europese Commissie (EC) middelen ten behoeve van de coördinatie van het EU-project PROSAFE.

XIII Economische Zaken

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

4.817,3

4.732,6

4.723,7

4.919,7

5.467,7

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Dienst landelijk gebied

– 23,0

10,0

6,0

4,0

3,0

   

Ejm toekomstfonds

162,7

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Ejm 2014

18,6

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Groningen

16,0

35,0

35,0

33,0

31,0

   

Horizontale schuif fundamenteel en toegepast onderzoek

– 25,0

25,0

0,0

0,0

0,0

   

Horizontale schuif innovatiekredieten

– 28,6

0,0

2,3

10,0

6,4

   

Niet-bestede ets-middelen 2014

20,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Ramingsbijstellingen

– 41,0

– 103,0

– 100,0

– 95,0

– 98,0

   

Rom

34,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Tegenvaller groen onderwijs

5,0

31,0

29,0

15,0

21,0

   

Diversen

31,0

12,5

8,8

11,0

13,0

     

169,7

10,5

– 18,9

– 22,0

– 23,6

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Fundamenteel onderzoek

50,0

25,0

0,0

0,0

0,0

   

Provinciefonds/natuurmiddelen

– 34,2

– 41,0

– 41,0

– 41,0

– 41,0

   

Ramingsbijstellingen

20,0

77,0

77,0

73,0

78,0

   

Diversen

57,9

– 11,9

– 11,1

– 9,0

– 8,4

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Krediet 2014 ecn/nrg

30,2

21,3

9,2

2,6

2,6

   

Diversen

12,9

0,0

0,0

0,0

0,0

     

136,8

70,4

34,1

25,6

31,2

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

306,4

81,0

15,2

3,7

7,6

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

5.123,6

4.813,5

4.738,9

4.923,3

5.475,3

Totaal Internationale samenwerking

59,4

47,9

47,2

46,3

46,3

Stand Voorjaarsnota 2015

5.183,0

4.861,5

4.786,1

4.969,6

5.521,5

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

10.168,5

10.118,1

9.898,9

10.083,5

10.573,7

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

16,6

12,5

9,6

11,8

13,8

     

16,6

12,5

9,6

11,8

13,8

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Ramingsbijstelling

20,0

77,0

77,0

73,0

78,0

   

Diversen

57,8

1,7

1,7

1,6

1,5

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Bijstelling aardgasbaten o.g.v. macrobriefje

– 1.300,0

– 1.500,0

– 1.300,0

– 1.000,0

– 1.050,0

   

Rom

34,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

– 15,8

15,8

0,0

0,0

0,0

     

– 1.204,0

– 1.405,5

– 1.221,3

– 925,4

– 970,5

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 1.187,4

– 1.393,0

– 1.211,7

– 913,6

– 956,7

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

8.981,1

8.725,2

8.687,2

9.169,9

9.617,0

Totaal Internationale samenwerking

0,4

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

8.981,4

8.725,2

8.687,2

9.169,9

9.617,0

Dienst Landelijk Gebied (DLG)

Met deze mutatie worden de middelen van de eindbalans van DLG aangesloten bij de uitgaven voor de zogenaamde Van Werk Naar Werk (VWNW) kandidaten.

EJM 2014

De mutatie betreft een deel van de reguliere eindejaarsmarge (EJM) van EZ (de totale EJM bedraagt 32,8 mln.).

EJM toekomstfonds

De niet bestede middelen uit het Toekomstfonds van 2014 worden doorgeschoven naar 2015.

Groningen

Deze post omvat de uitbreiding van de EZ organisatie ter oprichting van de overheidsdienst Groningen, de versterking van SODM en de energiedirecties. Daarnaast zijn de middelen bedoeld voor de financiering van bodemonderzoeken. Dit naar aanleiding van de besluiten in de Kamerbrief van 9 februari jl. over de instelling van de nationaal coördinator Groningen.

Horizontale schuif fundamenteel en toegepast onderzoek

Om de middelen aan te laten sluiten op het kasritme vindt er een kasschuif plaats binnen het Toekomstfonds.

Horizontale schuif innovatiekredieten

Om de middelen aan te laten sluiten op het kasritme vindt er een kasschuif plaats binnen het Toekomstfonds.

Niet bestede ets middelen 2014

De niet bestede ETS middelen van 2014 worden toegevoegd aan de begroting 2015.

Ramingsbijstellingen (beleidsmatige en technische mutaties)

In deze mutatie is de dekking van de verschillende tegenvallers en intensiveringen verwerkt. Er wordt geïntensiveerd in de overheidsdienst Groningen. Daarnaast worden tegenvallers binnen het groen onderwijs opgelost. De dekking hiervoor komt uit de TKI toeslag, ETS compensatiemiddelen en een kasschuif bij duurzame energie.

Regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s)

Het voornemen is een deel van het aandelenpakket LIOF (Limburgse ontwikkelings- en investeringsmaatschappij) te verkopen voor een bedrag van 34 mln. De opbrengst hiervan blijft beschikbaar binnen het Toekomstfonds voor eventuele kapitaalstortingen in de ROM’s. De inkomsten zijn een financiële transactie (niet kader- en EMU-saldo relevant), maar de uitgaven zijn een beleidsmatige transactie (wel kader- en EMU-saldo-relevant), hierdoor is er een kaderbelasting. De mutatie heeft geen effect op de staatsschuld.

Tegenvallers groen onderwijs

Bij het groen onderwijs hebben zich enkele tegenvallers voorgedaan. Het gaat om leerling-stijgingen en het volgen van OCW bij de prijsstijgingen in de lump sum bekostiging. Daarnaast wordt het amendement van de leden Harbers en Koolmees structureel ingepast.

Diversen beleidsmatige mutaties

Deze post omvat verschillende mutaties, waaronder een intensivering bij de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) samenhangend met de overgang van de betreffende taken naar het Ministerie van I&M.

Fundamenteel onderzoek

Vanuit de aanvullende post worden de middelen voor fundamenteel onderzoek toegevoegd aan de begroting van EZ.

Provinciefonds/natuurmiddelen

Voor de uitvoering van het Natuurpact ontwikkeling en beheer van natuur in Nederland hebben de provincies FTE’s overgenomen van Dienst Landelijk Gebied (DLG). Met deze mutatie worden de bijbehorende middelen overgeheveld naar het Provinciefonds.

Krediet 2014 ecn/nrg

Aan het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) en haar dochter de Nuclear Research and Consultancy Group (NRG) wordt door het Rijk een krediet verstrekt om de continuïteit van hun bedrijfsvoering te verzekeren (Kamerstuk 25 422, nr. 112).

Bijstelling aardgasbaten o.g.v. macrobriefje

De aardgasbaten zijn naar beneden bijgesteld door macro economische ontwikkelingen en volumebeperking.

XV Sociale Zaken en Werkgelegenheid

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

32.421,2

32.875,5

33.671,5

33.984,8

34.402,5

Mee- en tegenvallers

         
 

Sociale zekerheid

         
   

Akw

2,5

10,3

15,2

18,9

21,6

   

Bijstand

67,4

7,6

83,0

88,0

99,2

   

Generieke digitale infrastructuur

14,7

19,2

17,0

14,2

12,7

   

Iow

2,9

16,0

13,1

2,3

9,9

   

Kinderopvangtoeslag

– 237,3

– 291,5

– 349,2

– 401,2

– 452,8

   

Kindgebonden budget

– 26,2

– 12,5

3,4

4,2

4,4

   

Verhoogde asielinstroom

22,0

19,0

11,0

11,0

11,0

   

Wajong

– 21,2

– 21,3

– 21,5

– 21,3

– 21,5

   

Diversen

– 6,1

– 9,4

– 8,9

– 7,2

– 6,2

     

– 181,3

– 262,6

– 236,9

– 291,1

– 321,7

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Eindejaarsmarge rbg-eng

52,3

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Kasschuiven rbg-eng

– 138,8

– 9,0

117,8

30,0

0,0

   

Diversen

0,0

0,0

0,0

– 4,0

– 4,0

 

Sociale zekerheid

         
   

Aanpassing fraudewet

15,2

15,0

14,4

14,6

14,8

   

Eindejaarsmarge sza

48,5

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Inzet reservering coördinatie sociale zekerheidsstelsels

– 12,5

– 14,5

– 16,0

– 16,2

– 6,2

   

Inzet restant eindejaarsmarge sza

– 48,5

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Kasschuiven sza

– 12,5

24,0

4,8

– 10,9

– 15,4

   

Neutrale herschikking uitvoeringskosten uwv

– 13,8

12,5

18,5

19,5

20,2

   

Tijdelijke inkomensondersteuning aow

76,1

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

– 0,8

8,9

10,6

9,7

4,8

     

– 34,8

36,9

150,1

42,7

14,2

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,3

– 1,0

– 0,2

– 0,4

– 0,3

 

Sociale zekerheid

         
   

Diversen

4,2

1,8

19,5

22,3

25,7

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Bikk aow

2,3

– 122,9

– 129,6

– 137,0

– 144,9

   

Rijksbijdrage vermogenstekort ouderdomsfonds

– 748,6

– 1.424,2

– 1.954,5

– 1.875,2

– 1.793,2

   

Diversen

1,7

0,7

– 0,3

– 0,3

– 0,3

     

– 740,1

– 1.545,6

– 2.065,1

– 1.990,6

– 1.913,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 956,1

– 1.771,5

– 2.152,0

– 2.239,0

– 2.220,6

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

31.465,1

31.104,0

31.519,5

31.745,9

32.181,9

Totaal Internationale samenwerking

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

Stand Voorjaarsnota 2015

31.465,6

31.104,5

31.520,0

31.746,3

32.182,4

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

1.685,3

1.702,1

1.677,5

1.681,1

1.687,2

Mee- en tegenvallers

         
 

Sociale zekerheid

         
   

Kinderopvangtoeslag

96,8

32,6

25,3

6,2

– 7,9

   

Ontvangsten sociale werkvoorziening en participatiebudget

26,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

9,7

– 2,0

– 1,9

– 0,7

0,1

     

132,5

30,6

23,4

5,5

– 7,8

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,7

– 0,5

– 0,5

– 0,5

– 0,5

     

0,7

– 0,5

– 0,5

– 0,5

– 0,5

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

133,1

30,1

23,0

5,0

– 8,4

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

1.818,4

1.732,2

1.700,5

1.686,1

1.678,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

1.818,4

1.732,2

1.700,5

1.686,1

1.678,8

AKW

De uitgaven aan de kinderbijslag zijn opwaarts bijgesteld op basis van de volumeprognose 2015 van de SVB. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een stijging van het aantal kinderen ten opzichte van de vorige volumeprognose van de SVB.

Bijstand

De raming van uitgaven aan de bijstand wordt opwaarts bijgesteld als gevolg van de voorlopige realisaties van gemeenten. Iets meer mensen blijken recht te hebben op een bijstandsuitkering.

Generieke digitale infrastructuur

Dit betreft een bijdrage aan de voorzieningen binnen de generieke digitale infrastructuur (GDI). Deze middelen zijn op de Aanvullende Post geplaatst.

IOW

Op basis van uitvoeringsinformatie van het UWV is de raming van de IOW-uitgaven opwaarts bijgesteld. Mensen hebben gemiddeld langer recht op een IOW-uitkering en de gemiddelde verwachte uitkering is iets hoger dan eerder gedacht. Daarnaast komen naar verwachting meer mensen in aanmerking voor een IOW-uitkering dan eerder gedacht.

Kinderopvangtoeslag (uitgaven en inkomsten)

Op basis van recente realisatiecijfers van de Belastingdienst is de raming van de uitgaven aan de kinderopvang naar beneden bijgesteld. De effecten van eerdere bezuinigingen in de kinderopvang bleken groter dan eerder gedacht. Daarnaast zijn de effecten van de economische crisis groter gebleken dan verwacht. De raming is ook structureel naar beneden bijgesteld, omdat de in het verleden verwachte autonome stijging van het gebruik van kinderopvang zich niet meer lijkt voor te doen.

Kindgebonden budget

De raming van uitgaven aan het kindgebonden budget is neerwaarts bijgesteld op basis van nieuwe inkomensgegeven van het CPB. Door de hogere economische groei en hogere inkomens in 2015 en 2016 hebben minder mensen recht op een (hoger) kindgebonden budget.

Verhoogde asielinstroom

De asielinstroom neemt toe en dit leidt tot extra kosten voor voorinburgeringstrajecten bij het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) en kosten voor maatschappelijke begeleiding bij gemeenten.

Wajong

Uit uitvoeringsinformatie van het UWV blijkt dat het aantal mensen in de Wajong lager is dan verwacht. Daarnaast stijgt de gemiddelde verwachte uitkering minder hard dan eerder gedacht. Dit leidt tot een neerwaartse bijstelling van de geraamde uitgaven aan de Wajong.

Eindejaarsmarge RBG-eng

Dit betreft de overheveling van de eindejaarsmarge naar de begroting van SZW.

Kasschuiven RBG-eng

Om het kasritme van de uitgaven te ondersteunen worden diverse kasschuiven gedaan. De grootste hiervan betreft een kasschuif ten behoeve van de sectorplannen. Een deel van het budget voor de sectorplannen wordt van 2015 en 2016 overgeheveld naar latere jaren vanwege een andere liquiditeitsbehoefte van de eerdere plannen.

Aanpassing fraudewet

Dit betreft de aanpassing van de uitvoering van de Fraudewet naar aanleiding van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.

Eindejaarsmarge SZA

Dit betreft de overheveling van de eindejaarsmarge naar de begroting van SZW.

Neutrale herschikking uitvoeringskosten UWV

Dit betreft een budgettair neutrale herschikking van de uitvoeringskosten UWV. Tegenover de hogere begrotingsgefinancierde uitvoeringskosten UWV staat een gelijke daling van de premiegefinancierde uitvoeringskosten UWV.

Inzet reservering coördinatie sociale zekerheidsstelsels

Het project voor de coördinatie van sociale zekerheidsstelsels in de EU vordert minder snel dan gedacht. Een deel van de reservering kan worden ingezet ter dekking van het budgettaire beeld SZA.

Inzet restant eindejaarsmarge SZA

Ter dekking van het budgettaire beeld SZA zet SZW het restant van de eindejaarsmarge in.

Kasschuiven SZA

Om het kasritme van de uitgaven binnen het kader SZA te ondersteunen worden diverse kasschuiven gedaan.

Tijdelijke inkomensondersteuning AOW

Deze post heeft betrekking op de in de maand januari uitgekeerde inkomensondersteuning AOW. Per 1 februari wordt de inkomensondersteuning gefinancierd uit het Ouderdomsfonds.

BIKK AOW

Op basis van het Centraal Economisch Plan van het CPB is de raming voor de bijdrage in de kosten van de heffingskortingen (BIKK) aan het ouderdomsfonds voor 2016 en verder neerwaarts bijgesteld.

Rijksbijdrage vermogenstekort ouderdomsfonds

Op basis van het Centraal Economisch Plan van het CPB is de raming voor de rijksbijdrage aan het vermogenstekort van het ouderdomsfonds neerwaarts bijgesteld.

Ontvangsten sociale werkvoorziening en participatiebudget

Dit betreffen terugontvangsten van de sociale werkvoorziening (WSW) en het Participatiebudget in verband met onderrealisatie bij de WSW en onrechtmatigheid bij het Participatiebudget.

Sociale Zekerheid

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015

78.009,9

78.883,0

79.584,2

80.500,4

81.234,1

Mee- en tegenvallers

         
 

Sociale zekerheid

         
   

Aow

40,7

65,4

112,5

131,6

143,2

   

Bijstand

67,4

7,6

83,0

88,0

99,2

   

Iva

38,1

77,8

106,2

135,0

163,0

   

Kinderopvangtoeslag

– 237,3

– 291,5

– 349,2

– 401,2

– 452,8

   

Kindgebonden budget

– 26,2

– 12,5

3,4

4,2

4,4

   

Nominale ontwikkeling

– 185,0

– 1,8

48,5

32,5

35,0

   

Wao

79,5

76,6

74,7

74,3

74,6

   

Wazo

– 52,7

– 40,9

– 32,7

– 25,8

– 14,8

   

Wga

– 1,1

– 33,0

– 59,0

– 89,0

– 117,9

   

Ww

– 320,6

– 447,2

– 352,4

– 355,3

– 275,0

   

Zw

40,8

64,0

64,9

65,2

65,5

   

Diversen

23,8

28,2

22,8

15,6

26,6

     

– 532,6

– 507,3

– 277,3

– 324,9

– 249,0

Beleidsmatige mutaties

         
 

Sociale zekerheid

         
   

Aanpassing fraudewet

35,3

34,6

33,5

33,8

34,2

   

Eindejaarsmarge sza

48,5

0,0

0,0

0,0

0,0

   

In=uit taakstelling

– 48,5

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Inzet restant eindejaarsmarge sza

– 48,5

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Kasschuiven sza

– 8,3

30,1

7,9

– 11,0

– 18,7

   

Diversen

– 10,4

– 9,4

– 11,5

– 15,9

– 3,8

     

– 31,9

55,3

29,9

6,9

11,7

Technische mutaties

         
 

Sociale zekerheid

         
   

Brutering

10,6

56,1

50,0

– 44,3

– 51,4

   

Diversen

– 4,4

– 23,7

– 30,3

– 28,4

– 26,9

     

6,2

32,4

19,7

– 72,7

– 78,3

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 558,6

– 419,5

– 227,9

– 390,7

– 315,6

Stand Voorjaarsnota 2015

77.451,3

78.463,5

79.356,2

80.109,7

80.918,5

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
 

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015

1.017,4

1.044,1

1.029,0

1.041,9

1.057,5

Mee- en tegenvallers

         
 

Sociale zekerheid

         
   

Kinderopvangtoeslag

96,8

32,6

25,3

6,2

– 7,9

   

Ontvangsten sociale werkvoorziening en participatiebudget

26,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

7,7

– 4,1

– 4,1

– 2,9

– 2,2

     

130,5

28,5

21,2

3,3

– 10,1

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

130,5

28,5

21,2

3,3

– 10,2

Stand Voorjaarsnota 2015

1.147,8

1.072,6

1.050,2

1.045,1

1.047,3

AOW

De raming van de uitgaven aan de AOW is bijgesteld op basis van de volumeprognose 2015 van de SVB. Het aantal mensen met een AOW-uitkering stijgt als gevolg van de gestegen levensverwachting.

Bijstand

De raming van uitgaven aan de bijstand wordt opwaarts bijgesteld als gevolg van de voorlopige realisaties van gemeenten. Iets meer mensen blijken recht te hebben op een bijstandsuitkering.

IVA

Het verwachte aantal mensen met een IVA-uitkering is naar boven bijgesteld op basis van uitvoeringsinformatie van het UWV. Meer mensen zijn duurzaam arbeidsongeschikt dan eerder verwacht. Daarnaast is de verwachte gemiddelde uitkering hoger dan eerder gedacht.

Kinderopvangtoeslag (uitgaven en inkomsten)

Op basis van recente realisatiecijfers van de Belastingdienst is de raming van de uitgaven aan de kinderopvang naar beneden bijgesteld. De effecten van eerdere bezuinigingen in de kinderopvang bleken groter dan eerder gedacht. Daarnaast zijn de effecten van de economische crisis groter gebleken dan verwacht. De raming is ook structureel naar beneden bijgesteld, omdat de in het verleden verwachte autonome stijging van het gebruik van kinderopvang zich niet meer lijkt voor te doen.

Kindgebonden budget

De raming van uitgaven aan het kindgebonden budget is neerwaarts bijgesteld op basis van nieuwe inkomensgegeven van het CPB. Door de hogere economische groei en hogere inkomens in 2015 en 2016 hebben minder mensen recht op een (hoger) kindgebonden budget.

Nominale ontwikkeling

De mutatie betreft een aanpassing in de geraamde nominale ontwikkeling binnen het SZA-kader als gevolg van CPB-ramingen van loon- en prijsontwikkeling en als gevolg van mutaties in uitgavenramingen binnen de Sociale Zekerheid.

WAO

De opwaartse bijstelling van de geraamde uitgaven aan de WAO wordt met name veroorzaakt doordat meer mensen recht hebben op een WAO-uitkering dan eerder gedacht.

WAZO

De raming van de WAZO-uitgaven wordt naar beneden bijgesteld. Het totaal aantal geboorten ligt lager dan eerder gedacht.

WGA

De raming van de WGA-uitgaven wordt neerwaarts bijgesteld. Het verwachte aantal mensen dat van een WGA-uitkering doorstroomt naar een IVA-uitkering neemt meerjarig toe.

WW

De raming van de WW-uitgaven wordt neerwaarts bijgesteld. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de lagere verwachte werkloosheid dan bij MEV.

ZW

De opwaartse bijstelling van de geraamde uitgaven aan de Ziektewet (ZW) wordt met name veroorzaakt doordat meer mensen recht hebben op een ZW-uitkering dan eerder gedacht. Daartegenover staat dat de verwachte gemiddelde uitkering lager is dan eerder werd gedacht. Per saldo wordt de raming van de ZW-uitgaven opwaarts bijgesteld.

Aanpassing fraudewet

Dit betreft de aanpassing van de uitvoering van de Fraudewet naar aanleiding van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.

Eindejaarsmarge SZA en ramingstechnische veronderstelling in=uit

Dit betreft de overheveling van de eindejaarsmarge naar de begroting van SZW. Gelijktijdig is de ramingstechnische veronderstelling in=uit geboekt op de Aanvullende Post. De combinatie van beide bewerkstelligt dat het totale uitgavenbeeld niet wijzigt.

Inzet restant eindejaarsmarge SZA

Ter dekking van het budgettaire beeld SZA zet SZW het restant van de eindejaarsmarge in.

Kasschuiven SZA

Om het kasritme van de uitgaven binnen het kader SZA te ondersteunen worden diverse kasschuiven gedaan.

Brutering

Diverse uitkeringen zijn netto gekoppeld aan het netto minimumloon, maar kennen een ander brutonetto traject dan het minimumloon. Wijzigingen in het brutonetto traject van het minimumloon leiden tot aanpassing van het netto minimumloon. De uitkeringen die netto zijn gekoppeld, worden evenredig aangepast maar door het andere brutonetto traject kan de bruto uitkering een afwijkende ontwikkeling vertonen dan die van het bruto mimimumloon. Het effect hiervan op de uitkeringslasten wordt het bruteringseffect genoemd. Het uitgavenkader SZA is voor dit effect gecorrigeerd.

Ontvangsten sociale werkvoorziening en participatiebudget

Dit betreffen terugontvangsten van de sociale werkvoorziening (WSW) en het Participatiebudget in verband met onderrealisatie bij de WSW en onrechtmatigheid bij het Participatiebudget.

XVI Volksgezondheid, Welzijn en Sport

UITGAVEN

         
 

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

14.580,8

14.792,9

14.954,8

14.841,1

14.742,8

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Kasschuif capaciteitsreductie jeugdzorg plus

25,0

– 25,0

0,0

0,0

0,0

   

Taakstellende onderuitputting

1,8

– 19,1

16,1

16,1

16,1

   

Uitvoering rvp en hielprik

– 35,4

– 30,4

– 30,4

– 30,4

– 30,4

   

Diversen

64,6

16,5

12,2

7,0

7,4

 

Zorg

         
   

Herziene raming zorg caribisch nederland

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

   

Kwaliteitsimpuls umc's

49,8

49,8

49,8

37,4

37,4

   

Onderuitputting integrale tarieven

– 80,0

30,0

50,0

0,0

0,0

   

Ruimte subsidie capaciteitsopleidingen

– 21,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Tegemoetkomingen wtcg

34,0

7,1

3,1

1,2

0,0

   

Diversen

2,8

3,0

3,0

3,0

3,0

     

61,6

51,9

123,8

54,3

53,5

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Uitvoeringskosten svb 2015 pgb trekkingsrechten

42,7

8,4

8,4

5,7

5,7

   

Diversen

4,8

18,2

30,2

36,1

35,8

 

Zorg

         
   

Diversen

– 1,1

– 1,1

– 1,1

– 1,1

– 1,1

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Bijstelling bikk

0,0

– 185,5

– 195,6

– 206,8

– 218,6

   

Bijstelling zorgtoeslag

44,6

132,7

119,6

425,3

609,6

     

91,0

– 27,3

– 38,5

259,2

431,4

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

152,6

24,6

85,4

313,6

484,9

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

14.733,5

14.817,5

15.040,2

15.154,7

15.227,7

Totaal Internationale samenwerking

5,3

5,1

5,0

5,0

5,0

Stand Voorjaarsnota 2015

14.738,8

14.822,6

15.045,2

15.159,7

15.232,8

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
 

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

82,7

150,7

72,7

72,7

72,7

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Ontvangsten wanbetalers

15,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

2,4

– 1,0

– 1,0

– 1,0

– 1,0

     

17,4

– 1,0

– 1,0

– 1,0

– 1,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

12,8

0,0

0,0

0,0

0,0

     

12,8

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

30,2

– 1,0

– 1,0

– 1,0

– 1,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

112,9

149,7

71,7

71,7

71,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

112,9

149,7

71,7

71,7

71,7

Kasschuif capaciteitsreductie jeugdzorg plus

De capaciteit jeugdzorg plus wordt verlaagd met 174 capaciteitsplaatsen. Om dit mogelijk te maken is er een subsidieregeling sanering leegstand gesloten jeugdhulp. Om alle aanvragen al in 2015 te kunnen vergoeden is voorzien in een kasschuif 25 mln. van 2016 naar 2015.

Taakstellende onderuitputting

De taakstellende onderuitputting wordt in 2016 incidenteel verhoogd. In de overige jaren wordt de taakstellende onderuitputting verlaagd en is vanaf 2017 nul.

Uitvoering RVP en hielprik

De uitgaven voor de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma en de hielprik zijn als gevolg van onder meer dalende geboortecijfers structureel lager dan het hiervoor beschikbaar gestelde budget. Hierbij is reeds rekening gehouden met de extra uitgaven door uitbreiding van de screening bij de hielprik (advies Gezondheidsraad).

Diversen (beleidsmatige mutaties, Rijksbegroting in enge zin)

Deze post bevat verschillende mutaties, waaronder de uitwerking strategische agenda, de kosten voor de mobiliteitsorganisatie voormalige diensten en de verbeterplannen transitie DBC-Onderhoud.

Herziene raming zorg Caribisch Nederland

Dit betreft een stijging van de uitgaven voor medisch-specialistische zorg op Caribisch Nederland. Daarnaast leidt de waardedaling van de euro tot meerkosten voor 2015 en verder.

Kwaliteitsimpuls UMC’s

Bij de zorgafspraken in het voorjaar 2013 speelden de UMC’s middelen vrij voor de overgang naar het Pensioenfonds Zorg en Welzijn. Deze overgang gaat niet door en daarmee vallen de middelen vrij voor alternatieve aanwending. Deze middelen vloeien terug naar de UMC’s door middel van een subsidieregeling kwaliteitsimpuls UMC’s.

Onderuitputting integrale tarieven

In het hoofdlijnenakkoord medisch-specialistische zorg zijn afspraken gemaakt ter facilitering van de transitie naar integrale tarieven. In 2015 is sprake van onderuitputting. Deze middelen worden via een kasschuif beschikbaar gehouden voor 2016 en 2017.

Ruimte subsidie capaciteitsopleidingen

In de loop van 2015 en 2016 zal het Capaciteitsorgaan nieuwe adviezen afgeven. Deze hebben geen effect meer op de uitgaven in 2015. In 2015 resteert derhalve een ruimte van 21 mln.

Tegemoetkomingen wtcg

Het tekort op het Wtcg-budget 2015 is ontstaan doordat een deel van de voor 2014 geraamde betalingen van tegemoetkomingen Wtcg is doorgeschoven naar 2015.

Diversen (beleidsmatige mutaties, zorg)

Deze post betreft een stijging van de kosten voor abortusklinieken onder andere als gevolg van tariefindexatie en volumeontwikkeling.

Uitvoeringskosten SVB 2015 pgb trekkingsrechten

Het SVB heeft aanvullende kosten voor de trekkingsrechten pgb’s en de overgang voor pgb-houders.

Diversen (technische mutaties, rijksbegroting in enge zin)

Deze post betreft onder meer een desaldering in verband met de tijdelijke projectdirectie PD Alt, de invoering van de normatieve huisvestingcomponent (NHC) en middelen voor antibioticaresistentie.

Diversen (technische mutaties, zorg)

Dit betreft de prijsbijstelling tranche 2015 voor het begrotingsgefinancierde deel van het BKZ.

Bijstelling BIKK

Dit is de bijstelling Bijdrage in Kosten van Kortingen (BIKK) naar aanleiding van actuele ramingen van het Centraal Planbureau.

Bijstelling Zorgtoeslag

Dit is de bijstelling van de uitgavenraming zorgtoeslag naar aanleiding van actuele ramingen van het Centraal Planbureau.

Ontvangsten wanbetalers

Betreft een ramingsbijstelling van het Zorginstituut Nederland ten aanzien van de opbrengsten wanbetalers.

Diversen (beleidsmatige mutaties, rijksbegroting in enge zin)

Dit is een optelsom van verschillende mutaties en desalderingen.

Diversen (technische mutaties, rijksbegroting in enge zin)

Deze post betreft een desaldering in verband met de tijdelijke projectdirectie PD ALT.

Budgettair Kader Zorg

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015

71.346,4

73.582,3

75.068,1

78.271,5

81.815,6

Mee- en tegenvallers

         
 

Zorg

         
   

Genees- en hulpmiddelen

– 271,1

– 271,1

– 271,1

– 271,1

– 271,1

   

Grensoverschrijdende zorg

– 50,0

– 50,0

– 50,0

– 50,0

– 50,0

   

Herverdelingseffect jeugdzorg

0,0

– 132,8

– 135,9

– 136,8

– 136,8

   

Herverdelingseffect wlz

241,5

305,2

353,3

364,4

364,4

   

Herverdelingseffect wmo

0,0

– 256,5

– 288,5

– 317,1

– 306,1

   

Herverdelingseffect zvw

– 37,9

– 26,2

– 69,0

– 72,7

– 51,7

   

Medisch specialistische zorg

– 34,7

– 34,7

– 34,7

– 34,7

– 34,7

   

Nominale ontwikkeling

– 268,6

– 259,4

– 244,5

– 202,7

– 251,4

   

Wlz-indiceerbaren jeugdzorg

– 108,9

– 108,9

– 108,9

– 108,9

– 108,9

   

Wlz-indiceerbaren wmo

– 25,0

– 25,0

– 25,0

– 25,0

– 25,0

   

Diversen

– 9,7

– 5,4

– 5,4

– 5,4

– 5,4

     

– 564,4

– 864,8

– 879,7

– 860,0

– 876,7

Beleidsmatige mutaties

         
 

Zorg

         
   

Capaciteitsreductie gesloten jeugdzorg

– 9,0

25,0

0,0

0,0

0,0

   

Darmkankerscreening

25,0

25,0

25,0

25,0

25,0

   

Dekking pgb-tekort

0,0

– 116,0

– 176,0

– 176,0

– 176,0

   

Extramuraliseringseffecten

150,0

259,0

338,0

378,0

309,0

   

Geneesmiddelen

– 149,2

– 291,3

– 350,0

– 345,0

– 345,0

   

Groeiruimte wmo 2015

– 5,0

– 27,6

– 30,7

– 30,7

– 30,7

   

Huishoudelijke hulptoelage

13,5

66,0

0,0

0,0

0,0

   

Kapitaallasten

– 2,0

22,9

57,5

71,7

71,7

   

Kasschuif groeiruimte care

– 50,0

50,0

0,0

0,0

0,0

   

Kosten svb pgb trekkingsrechten

42,7

8,4

8,4

5,7

5,7

   

Kwaliteitsimpuls umc's

49,8

49,8

49,8

37,4

37,4

   

Onderuitputting integrale tarieven

– 80,0

30,0

50,0

0,0

0,0

   

Pgb-tekort wlz wegens hogere toestroom

80,0

100,0

160,0

160,0

160,0

   

Premie reservering awbz uitvoeringskosten

– 40,0

– 40,0

– 40,0

– 40,0

– 40,0

   

Ruimte kwaliteitsimpuls umc's

– 37,4

– 37,4

– 37,4

– 37,4

– 37,4

   

Tarieven tandheelkunde

– 18,0

– 35,0

– 35,0

– 35,0

– 35,0

   

Tegemoetkomingen wtcg

34,0

7,1

3,1

1,2

0,0

   

Volumegroei tranche 2017

0,0

0,0

– 96,0

– 96,0

– 96,0

   

Volumegroei 2016

0,0

28,4

28,4

28,4

28,4

   

Volumegroei 2017

0,0

0,0

110,0

110,0

110,0

   

Vrijval nominaal en onverdeeld

– 164,8

– 159,3

– 153,8

– 153,8

– 153,8

   

Diversen

– 25,8

– 71,5

– 66,4

– 54,6

– 55,6

     

– 186,2

– 106,5

– 155,1

– 151,1

– 222,3

Technische mutaties

         
 

Zorg

         
   

Brutering pgb

60,0

60,0

60,0

60,0

60,0

   

Diversen

– 64,3

– 48,7

– 60,0

– 64,6

– 63,7

     

– 4,3

11,3

0,0

– 4,6

– 3,7

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 754,9

– 960,0

– 1.034,6

– 1.015,6

– 1.102,6

Stand Voorjaarsnota 2015

70.591,5

72.622,3

74.033,5

77.255,9

80.713,0

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015

4.955,0

5.071,8

5.138,0

5.261,0

5.462,9

Mee- en tegenvallers

         
 

Zorg

         
   

Eigen bijdrage wlz

94,0

112,0

123,0

125,0

115,0

     

94,0

112,0

123,0

125,0

115,0

Technische mutaties

         
 

Zorg

         
   

Brutering pgb

60,0

60,0

60,0

60,0

60,0

     

60,0

60,0

60,0

60,0

60,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

154,0

172,0

183,0

185,0

175,0

Stand Voorjaarsnota 2015

5.109,0

5.243,8

5.321,0

5.446,0

5.637,9

Genees- en hulpmiddelen

Dit betreft de neerwaartse bijstelling van de uitgaven voor genees- en hulpmiddelen. Dit is de doorwerking van de afrekening 2014. De neerwaartse bijstelling van de geneesmiddelen (188 mln.) wordt voornamelijk veroorzaakt door o.a. lagere volumegroei en succesvol gevoerd preferentiebeleid. De uitgaven in de hulpmiddelensector lijken zich te stabiliseren, terwijl vooraf met een groei rekening werd gehouden.

Grensoverschrijdende zorg

Dit betreft de structurele doorwerking van over 2014 geraamde ontvangsten vanuit het buitenland voor zorg die in Nederland is verleend aan verdragsgerechtigden. Deze ontvangsten worden hoger geraamd dan eerder is verondersteld.

Herverdelingseffect jeugdzorg

In februari 2015 zijn de realisatiecijfers 2014 AWBZ binnengekomen voor zowel de zorg in natura als het pgb. Op basis van deze cijfers vindt er een herverdeling plaats over de verschillende domeinen binnen de hervorming langdurige zorg. Per saldo komen de uitgaven voor de jeugdzorg lager uit. In 2015 vindt geen herverdeling plaats met gemeenten.

Herverdelingseffect wlz

In februari 2015 zijn de realisatiecijfers 2014 AWBZ binnengekomen voor zowel de zorg in natura als het pgb. Op basis van deze cijfers vindt er een herverdeling plaats over de verschillende domeinen binnen de hervorming langdurige zorg. Per saldo komen de uitgaven voor de Wlz (inclusief Wlz-indiceerbaren) hoger uit.

Herverdelingseffect wmo

In februari 2015 zijn de realisatiecijfers 2014 AWBZ binnengekomen voor zowel de zorg in natura als het pgb. Op basis van deze cijfers vindt er een herverdeling plaats over de verschillende domeinen binnen de hervorming langdurige zorg. Per saldo komen de uitgaven voor de Wmo lager uit. In 2015 vindt geen herverdeling plaats met gemeenten.

Herverdelingseffect zvw

In februari 2015 zijn de realisatiecijfers 2014 AWBZ binnengekomen voor zowel de zorg in natura als het pgb. Op basis van deze realisatiecijfers van februari 2015 vindt er een herverdeling plaats over de verschillende domeinen binnen de hervorming langdurige zorg. Per saldo komen de uitgaven voor de Zvw lager uit.

Medisch specialistische zorg

Dit betreft meevallers binnen een aantal sectoren binnen de tweedelijns curatieve zorg waaronder de geriatrische revalidatiezorg.

Nominale ontwikkeling

De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van de meest recente macro-economische inzichten in het Centraal Economisch Plan (CEP) van het CPB en het wijzigen van de grondslagen.

Wlz-indiceerbaren jeugdzorg/wmo

Met deze mutatie wordt (cf. decembercirculaire 2014) vanaf 2015 het gemeentefonds verlaagd. De middelen worden ingezet binnen de Wlz.

Diversen (mee- en tegenvallers)

Deze post is het saldo van een meevaller bij het ziekenvervoer (10,5 mln.) en een tegenvaller bij de eerstelijnszorg (5,1 mln.).

Capaciteitsreductie gesloten jeugdzorg

Dit betreft het toevoegen van middelen in 2016 voor de regeling capaciteitsreductie gesloten jeugdzorg. In 2015 is de verwachting dat er minder wordt uitgegeven.

Darmkankerscreening

De kosten voor vervolgonderzoeken naar aanleiding van de eerste darmkankerscreeningen zijn hoger zijn dan waarmee in de oorspronkelijke ramingen rekening is gehouden. Tegelijkertijd blijkt het aantal vervolgonderzoeken hoger te zijn dan eerder werd verwacht.

Dekking pgb-tekort

Het knelpunt dat ontstaan is als gevolg van het pgb-tekort wordt geredresseerd via ramingsbijstellingen (zoals een andere toedeling van de groeiruimte tussen pgb en ZIN alsmede veronderstellingen over gebruik). Omdat het voor 2015 niet mogelijk is om budgettaire maatregelen rondom de pgb's te nemen, wordt het pgb-tekort voor dit jaar via een kasschuif intertemporeel in latere jaren gecompenseerd.

Extramuraliseringseffecten

Uit realisatiecijfers over de ontwikkeling van het aantal lage zzp’s in de V&V-sector blijkt dat de daling in 2014 minder snel gaat dan verwacht. Dit leidt tot extra intramurale Wlz-uitgaven. Daarnaast worden extra middelen beschikbaar gesteld om afbakeningsknelpunten voor ouderen met zzp 4 in de Wlz op te lossen.

Geneesmiddelen

Voor 2015 en latere jaren is de raming neerwaarts bijgesteld. Dit is onder andere het gevolg van het preferentiebeleid en de gematigde volumeontwikkeling.

Groeiruimte wmo 2015

Dit betreft hier de meerjarig nog beschikbare groeiruimte Wmo.

Huishoudelijke hulptoelage

Er is een tekort ontstaan door het schrappen van het budgetplafond waarvoor nu middelen worden toegevoegd aan het GF.

Kapitaallasten

In het verleden werden kapitaallasten op basis van nacalculatie gecompenseerd. Vanaf 2018 zullen de kapitaallasten volledig op basis van de normatieve huisvestingscomponent (NHC) zijn. Gedurende de overgangsperiode 2012–2018 zal op basis van het advies van NZa de NHC met 2,5% worden geïndexeerd.

Kasschuif groeiruimte care

Om een meer evenwichtige verdeling van de middelen groeiruimte care over de jaren heen te bereiken, wordt de beschikbare ruimte in 2015 verlaagd en via een kasschuif overgeheveld naar 2016.

Kosten svb pgb trekkingsrechten

Het SVB heeft aanvullende kosten voor de trekkingsrechten pgb’s en de overgang voor pgb-houders.

Kwaliteitsimpuls umc’s

Dit betreft een overheveling van middelen die waren gereserveerd voor de UMC’s als gevolg van het inhouden van de ILO als onderdeel van de afspraken uit het Zorgakkoord. Via toevoeging aan de kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg vloeien de middelen weer terug naar de UMC’s. Het gaat om een bedrag van 37 mln. per jaar. Er is bovendien 37 mln. vrijgemaakt die incidenteel wordt toegevoegd aan de subsidieregeling in de jaren 2015–2017; de facto blijft daarmee de gehele opbrengst van het vervroegen van de ilo-korting beschikbaar voor de UMC’s.

Onderuitputting integrale tarieven

In het hoofdlijnenakkoord medisch-specialistische zorg zijn afspraken gemaakt ter facilitering van de transitie naar integrale tarieven. Het beroep op de subsidieregeling is in 2015 80 mln. lager dan geraamd. De vrijvallende middelen blijven in 2016 en 2017 beschikbaar voor een mogelijke verlenging van de subsidieregeling.

Pgb-tekort wlz wegens hogere toestroom

De toestroom van budgethouders pgb was in de laatste maanden van 2014 hoger dan verwacht. De doorwerking is in meerjarig verwerkt.

Premie reservering awbz uitvoeringskosten

Dit betreft een saldoreeks bestaande uit vrijvallende middelen voor saneringskosten van instellingen in de langdurige zorg en middelen voor de bijdrage in het vrijwillige gebruik door de budgethouder van de SVB.

Ruimte kwaliteitsimpuls umc’s

Dit betreft een overheveling van middelen die waren gereserveerd voor de UMC’s als gevolg van het inhouden van de ILO als onderdeel van de afspraken uit het Zorgakkoord. Via toevoeging aan de kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg vloeien de middelen weer terug naar de UMC’s.

Tarieven tandheelkunde

De NZa heeft de maximumtarieven in de tandheelkundige zorg verlaagd. Dit leidt tot lagere uitgaven tandheelkundige zorg binnen het verzekerd pakket.

Tegemoetkomingen wtcg

Het tekort op het Wtcg-budget 2015 is ontstaan doordat een deel van de voor 2014 geraamde betalingen van tegemoetkomingen Wtcg is doorgeschoven naar latere jaren.

Vrijval nominaal en onverdeeld

Er is sprake van vrijval op de post nominaal en onverdeeld. Deze ruimte is met name een gevolg van het verschil tussen de oorspronkelijk beschikbaar gestelde middelen voor groei en loon- en prijsbijstelling in de curatieve zorg en de in de verschillende zorgakkoorden gemaakte afspraken over de toegestane groei in die sectoren en de op grond daarvan niet benodigde middelen voor loon- en prijsbijstelling.

Diversen (beleidsmatig)

Deze post is het saldo van diverse beleidsmatige mutaties waaronder extra middelen voor Caribisch Nederland (20 mln.), het bestrijden van antibioticaresistentie (9,2 mln.) en vrijvallende middelen bij het CIZ (23 mln.).

Brutering pgb

Met ingang van 2015 is het pgb in de Wlz omgezet van netto naar bruto. Het bruto pgb is hoger, omdat niet langer vooraf de eigen bijdrage wordt verrekend met de pgb-toekenning. De budgethouder dient in de Wlz zelf de eigen bijdrage te voldoen aan het CAK (en mag dit niet betalen met het pgb). Tegenover de hogere kosten van het bruto pgb staat een zelfde bedrag aan ontvangsten eigen bijdrage pgb. De omzetting naar bruto pgb is dus budgettair neutraal voor het BKZ.

Diversen (technisch)

Dit betreft een optelsom van enkele ijklijnmutaties van kader Z naar kader R.

Eigen bijdrage wlz

In de begroting 2015 is een derving van eigen bijdragen als gevolg van extramuralisering verwerkt van 169 mln. Op basis van actuele cijfers is vastgesteld dat de afbouw van het aantal plaatsen langzamer verloopt en lager zal zijn dan eerder geraamd. De uitgaven aan de wlz zijn daardoor hoger, maar dit leidt er ook toe dat de derving van de eigen bijdragen lager uitvalt dan eerder voorzien.

Brutering pgb

Tegenover de hogere kosten van het bruto pgb staat eenzelfde bedrag aan ontvangsten eigen bijdrage pgb.

XVII Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

2.713,7

2.641,4

2.664,6

2.286,4

2.286,9

Stand Voorjaarsnota 2015

2.713,7

2.641,4

2.664,6

2.286,4

2.286,9

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

20,9

16,4

18,1

15,7

13,4

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

20,9

16,4

18,1

15,7

13,4

Totaal Internationale samenwerking

66,2

161,8

63,8

60,8

60,8

Stand Voorjaarsnota 2015

87,1

178,2

81,9

76,5

74,2

XVIII Wonen & Rijksdienst

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

3.603,1

3.705,2

3.872,6

4.227,4

4.393,4

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Raming huurtoeslag

141,0

83,7

3,3

28,4

58,9

   

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

     

141,0

83,7

3,3

28,4

58,9

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Feh eindejaarsmarge

57,8

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Kasschuif nef

25,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Overdracht monumenten aan nmo

35,8

– 4,3

– 4,3

– 4,3

– 4,3

   

Realisatie huurtoeslag 2014

258,3

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

– 9,3

– 1,5

– 7,0

– 6,8

– 6,8

     

367,6

– 5,8

– 11,3

– 11,1

– 11,1

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Eindejaarsmarge huurtoeslag 2014

– 258,3

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

32,3

– 3,8

1,0

– 0,2

– 0,1

     

– 226,0

– 3,8

1,0

– 0,2

– 0,1

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

282,5

74,1

– 7,1

17,1

47,7

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

3.885,6

3.779,3

3.865,5

4.244,5

4.441,1

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

3.885,6

3.779,3

3.865,5

4.244,5

4.441,1

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

621,4

626,6

648,3

648,8

649,0

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Raming huurtoeslag

– 55,0

– 67,9

– 83,0

– 93,5

– 97,7

     

– 55,0

– 67,9

– 83,0

– 93,5

– 97,7

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

2,4

2,0

2,5

2,5

2,5

     

2,4

2,0

2,5

2,5

2,5

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

33,6

13,0

0,3

0,0

0,0

     

33,6

13,0

0,3

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 19,1

– 52,8

– 80,2

– 91,0

– 95,2

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

602,4

573,8

568,1

557,8

553,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

602,4

573,8

568,1

557,8

553,8

Huurtoeslag (raming en realisatie 2014)

Bij de huurtoeslag is sprake van een tegenvaller in 2014 van 258,3 mln. Het tekort in 2014 is met name veroorzaakt door een grotere dan verwachte toename van het aantal aanvragers, voornamelijk vanwege de slechte economische omstandigheden, en een afname van het niet-gebruik. De ramingen voor de periode 2015–2019 zijn bijgesteld. Het tekort 2014 en de bijstelling van de raming worden binnen het instrument huurtoeslag gedekt. De definitieve vormgeving van de dekking wordt betrokken bij de koopkrachtbesluitvorming.

Kasschuif NEF

Van de totale rijksbijdrage aan het Nationaal Energiebespaarfonds (NEF) is 25 mln. doorgeschoven naar 2015.

Overdracht monumenten aan NMO en diversen – technische mutaties uitgaven en ontvangsten

De overdracht van het beheer en onderhoud van 31 monumenten aan de NMO medio 2015 gaat gepaard met een eenmalige instandhoudingsbijdrage. Dit leidt tot een desaldering van ontvangsten en uitgaven van 12,7 mln.

Fonds Energiebesparing Huursector

De niet bestede middelen uit 2014 zijn meegenomen naar 2015.

Diversen (beleidsmatige en technische mutaties, uitgaven en ontvangsten)

Er zijn verschillende ramingsbijstellingen ingeboekt. De ramingen voor de uitgaven aan de beleidsprogramma’s energiebesparing en woon- en leefomgeving worden structureel verlaagd. De subsidieramingen voor de Wet Bevordering Eigenwoningbezit wordt herijkt en de ontvangstenraming van de RVOB wordt verhoogd.

Gemeentefonds

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

27.272,7

27.036,0

26.508,0

26.317,7

26.174,8

Mee- en tegenvallers

         
 

Zorg

         
   

Herverdelingseffect jeugdzorg

0,0

– 132,8

– 135,9

– 136,8

– 136,8

   

Herverdelingseffect wmo

0,0

– 256,5

– 288,5

– 317,1

– 306,1

   

Wlz-indiceerbaren jeugdzorg

– 108,9

– 108,9

– 108,9

– 108,9

– 108,9

   

Wlz-indiceerbaren wmo

– 25,0

– 25,0

– 25,0

– 25,0

– 25,0

     

– 133,9

– 523,2

– 558,3

– 587,8

– 576,8

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Wijziging betalingsverloop

21,4

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

0,8

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Zorg

         
   

Additionele kosten overgang pgb's gemeenten

20,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Capaciteitsreductie gesloten jeugdzorg

– 9,0

25,0

0,0

0,0

0,0

   

Correctie realisatie 2014

– 24,0

5,1

8,1

9,0

9,0

   

Extramuralisering tranche 2016

0,0

170,0

170,0

170,0

170,0

   

Extramuralisering tranche 2017

0,0

0,0

122,0

122,0

122,0

   

Huishoudelijke hulptoelage

13,5

66,0

0,0

0,0

0,0

   

Onvolkomenheid woonplaatsbeginsel jeugdzorg

20,0

– 20,0

0,0

0,0

0,0

   

Volumegroei 2016

0,0

28,4

28,4

28,4

28,4

   

Volumegroei 2017

0,0

0,0

110,0

110,0

110,0

   

Diversen

19,9

18,7

19,3

20,0

20,0

     

62,6

293,2

457,8

459,4

459,4

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Accres tranche 2014

– 249,0

– 124,5

– 124,5

– 124,5

– 124,5

   

Accres tranche 2015

– 116,0

– 116,0

– 116,0

– 116,0

– 116,0

   

Bodemsanering

38,7

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

13,5

– 1,6

– 2,0

– 1,9

– 1,2

 

Sociale zekerheid

         
   

Diversen

5,7

2,1

– 14,0

– 14,1

– 16,2

 

Zorg

         
   

Huishoudelijke hulptoelage

40,1

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

0,4

0,0

0,0

0,0

0,0

     

– 266,6

– 240,0

– 256,5

– 256,5

– 257,9

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 337,9

– 469,9

– 356,8

– 384,8

– 375,2

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

26.934,8

26.566,1

26.151,2

25.932,9

25.799,6

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

26.934,8

26.566,1

26.151,2

25.932,9

25.799,6

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Herverdelingseffect jeugdzorg/Wmo

In februari 2015 zijn de realisatiecijfers 2014 AWBZ binnengekomen voor zowel de zorg in natura als het pgb. Op basis van deze cijfers vindt er een herverdeling plaats over de verschillende domeinen binnen de hervorming langdurige zorg. Per saldo komen de uitgaven voor de jeugdzorg en de Wmo lager uit. In 2015 vindt geen herverdeling plaats met gemeenten.

Wlz-indiceerbaren jeugdzorg/Wmo

Met deze mutatie wordt (cf. decembercirculaire 2014) vanaf 2015 het gemeentefonds verlaagd. De middelen worden ingezet binnen de Wlz.

Wijziging betalingsverloop

In 2014 is een gedeelte van het gemeentefonds niet uitbetaald aan gemeenten. Dit is veroorzaakt doordat de verdeelmaatstaven niet allemaal in 2014 definitief konden worden vastgesteld, waardoor niet kon worden overgegaan tot betaling aan gemeenten. Het resterende bedrag wordt in 2015 uitbetaald. Hiertoe wordt de begroting van het gemeentefonds verhoogd.

Additionele kosten overgang pgb’s gemeenten

Er worden middelen aan het gemeentefonds toegevoegd om het knelpunt bij de pgb’s op te lossen.

Capaciteitsreductie gesloten jeugdzorg

Dit betreft het toevoegen van middelen in 2016 voor de regeling capaciteitsreductie gesloten jeugdzorg. In 2015 is de verwachting dat er minder wordt uitgegeven.

Correctie realisatie 2014

In 2015 wordt dat deel van het macrobudget bijgesteld dat toeslagen betreft. Hier staat geen te leveren zorg tegenover. Voor 2016 en verder betreft het de meerjarige doorwerking van de realisatiecijfers uit 2014.

Extramuralisering tranche 2016/2017

Dit betreft het uitdelen van de gereserveerde middelen voor extramuralisering aan de Wmo.

Huishoudelijke hulptoelage

Er is een tekort ontstaan door het schrappen van het budgetplafond waarvoor nu middelen worden toegevoegd aan het gemeentefonds.

Onvolkomenheid woonplaatsbeginsel jeugdzorg

In de bestuurlijke afspraken rond de bovenregionale jeugdhulp is onderkend dat een kleine groep gemeenten, met relatief zeer veel residentiële jeugdhulpcapaciteit, te weinig budget heeft gekregen voor de jeugdhulp die door hen geleverd moet worden. De oorzaak hiervan is het feit dat de toerekening van het woonplaatsbeginsel bij deze groep niet optimaal werkt. De VNG inventariseert op dit moment de omvang van de problematiek en selecteert de gemeenten die in aanmerking komen voor een ophoging van het budget. Omdat het hier om een verdelingsvraagstuk binnen het macrobudget gaat wordt 20 mln. geschoven van 2016 naar 2015.

Volumegroei 2016/2017

Dit betreft het uitdelen van de groeimiddelen voor 2016 en 2017 aan de Wmo en de jeugdzorg.

Accres tranche 2014

Het accres kent jaarlijks twee bijstellingsmomenten namelijk 1) de Voorjaarsnota en 2) de Miljoenennota. Daarnaast is er één vaststellingsmoment namelijk bij het Financieel Jaarverslag Rijk (FJR). Het definitieve accrespercentage over 2014 is, na afloop van dat jaar, op basis van de FJR-realisatiestanden uitgekomen op 2,02 procent. Dat betekent een neerwaartse aanpassing van 124,5 mln. ten opzichte van de stand Miljoenennota 2015. Omdat het jaar 2014 al is afgesloten, vindt de afrekening plaats in 2015.

Accres tranche 2015

Dit betreft het uitkeren van de tranche 2015 op basis van de uitkomsten van de normeringssystematiek.

Bodemsanering

2015 is het laatste jaar van het Convenant bodemontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties. In de brief van 4 september 2014 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu de indicatieve budgetten voor 2015 bekend gemaakt. Deze budgetten worden met één uitzondering overgenomen: Sittard-Geleen is geen budgethouder in het kader van Wbb, hun budget gaat over naar de provincie Limburg.

Huishoudelijke hulptoelage

Het kabinet heeft besloten om voor 2015 incidenteel 40 mln. extra toe te voegen aan de decentralisatie-uitkering huishoudelijke hulp toelage zodat gemeenten extra ruimte hebben om plannen in te dienen met als doel het behoud van arbeidsplaatsen in de huishoudelijke hulp sector. Dit besluit is nader toegelicht in een gezamenlijke brief van de Minister van SZW en de Staatssecretaris van VWS aan de Tweede Kamer.

Provinciefonds

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

952,2

1.123,4

1.126,9

1.011,1

1.006,1

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

     

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Accres tranche 2014

– 23,5

– 11,8

– 11,8

– 11,8

– 11,8

   

Bodemsanering

44,4

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Decentralisatie dlg

34,2

41,0

41,0

41,0

41,0

   

Diversen

– 4,1

– 10,1

– 10,0

– 9,9

– 9,8

     

51,0

19,1

19,2

19,3

19,4

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

50,9

19,2

19,2

19,3

19,5

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

1.003,1

1.142,6

1.146,1

1.030,4

1.025,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

1.003,1

1.142,6

1.146,1

1.030,4

1.025,5

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Accres tranche 2014

Het accres kent jaarlijks twee bijstellingsmomenten namelijk 1) de Voorjaarsnota en 2) de Miljoenennota. Het definitieve accrespercentage over 2014 is, na afloop van dat jaar, op basis van de FJR-realisatiestanden uitgekomen op 2,02 procent. Dat betekent een neerwaartse aanpassing van 11,7 mln. ten opzichte van de stand Miljoenennota 2015. Omdat het jaar 2014 al is afgesloten, vindt de afrekening plaats in 2015.

Bodemsanering

2015 Is het laatste jaar van het Convenant bodemontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties. In de brief van 4 september 2014 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu de indicatieve budgetten voor 2015 bekend gemaakt. Deze budgetten worden met één uitzondering overgenomen: Sittard-Geleen is geen budgethouder in het kader van Wbb, hun budget gaat over naar de provincie Limburg.

Decentralisatie DLG

In het kader van het Decentralisatieakkoord Natuur van september 2011 gaan 400 fte’s van de Dienst Landelijk Gebied (DLG) over naar de provincies. Het provinciefonds wordt in dit verband verhoogd.

Diversen (technische mutaties)

Dit betreft onder meer het uitkeren van de tranche 2015 op basis van de uitkomsten van de normeringssystematiek.

Infrastructuurfonds

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

6.163,1

5.911,0

6.350,1

5.847,8

6.059,3

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Saldo 2014

57,1

0,0

0,0

0,0

0,0

     

57,1

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Bdu beter benutten

– 54,1

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Kasschuif if (versnelde ontvangsten)

– 250,0

100,0

0,0

75,0

75,0

   

Phs: bijdrage provincie noord-brabant

5,5

0,0

0,0

0,0

44,1

   

Versnelde ontvangst kgt: vlaanderen

120,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Versnelde ontvangst n35 nijverdal-wierden bijdrage regio

71,5

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Versnelde ontvangst zty: provincie noord-holland

56,7

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Zuidas: bijdragen derden

6,6

31,6

– 0,6

0,0

0,0

   

Diversen

39,1

– 23,1

– 3,8

– 11,0

9,2

     

– 4,7

108,5

– 4,4

64,0

128,3

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

52,4

108,5

– 4,4

64,0

128,3

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

6.215,5

6.019,5

6.345,7

5.911,8

6.187,6

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

6.215,5

6.019,5

6.345,7

5.911,8

6.187,6

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

6.163,1

5.911,0

6.350,1

5.847,8

6.059,3

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Saldo 2014

32,9

0,0

0,0

0,0

0,0

     

32,9

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Bdu beter benutten

– 54,1

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Kasschuif if (versnelde ontvangsten)

– 250,0

100,0

0,0

75,0

75,0

   

Phs: bijdrage provincie noord-brabant

5,5

0,0

0,0

0,0

44,1

   

Versnelde ontvangst kgtl: vlaanderen

120,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Versnelde ontvangst n35: nijverdal-wierden bijdrage regio

71,5

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Versnelde ontvangst zty: provincie noord-holland

56,7

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Zuidas: bijdragen derden

6,6

31,6

– 0,6

0,0

0,0

   

Diversen

39,1

– 23,1

– 3,8

– 11,0

9,2

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Diversen

24,2

0,0

0,0

0,0

0,0

     

19,5

108,5

– 4,4

64,0

128,3

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

52,4

108,5

– 4,4

64,0

128,3

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

6.215,5

6.019,5

6.345,7

5.911,8

6.187,6

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

6.215,5

6.019,5

6.345,7

5.911,8

6.187,6

Saldo 2014

Het voordelig saldo (uitgaven – ontvangsten: 24,2 mln.) wordt toegevoegd aan de begroting van het Infrastructuurfonds (IF).

BDU Beter Benutten

Dit betreft een overboeking naar de begroting Hoofdstuk HXII artikel 25 Brede Doeluitkering voor het project Beter Benutten.

Kasschuif IF (versnelde ontvangsten)

Voor een drietal projecten is er in 2015 versneld bijdragen van derden ontvangen (250 mln.). Het betreft de projecten Kanaal Gent-Terneuzen, Zeetoegang IJmond en N35 Nijverdal-Wierden. De projectuitgaven zijn pas in latere jaren voorzien. Om het budget meer in lijn te brengen met de programmering vindt er een kasschuif plaats op het Infrastructuurfonds.

PHS: bijdrage Provincie Noord-Brabant

Dit betreft de bijdrage van provincie Noord-Brabant aan het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) op basis van de bestuursovereenkomst.

Versnelde ontvangst KGT: Vlaanderen

De bijdrage van Vlaanderen aan het project Kanaal Gent-Terneuzen is versneld ontvangen.

Versnelde ontvangst ZTY: provincie Noord-Holland

De bijdrage van de provincie Noord-Holland aan het project Zeetoegang IJmond is versneld ontvangen.

Versnelde ontvangst N35 Nijverdal-Wierden: bijdrage regio

De bijdrage van de regio aan het project N35 Nijverdal-Wierden is versneld ontvangen.

Zuidas: bijdragen derden

Naar aanleiding van de bestuurlijke overeenkomst van het najaar 2014 worden de ontvangsten en uitgaven van het project verhoogd. Het betreft de bijdragen van de gemeente Amsterdam, de stadsregio Amsterdam en de NS. Daarnaast worden de ontvangsten van alle partijen in de begroting opgenomen. Dit betekent ook dat de Rijksmiddelen die in 2013 en 2014 via de BDU aan de gemeente Amsterdam zijn verstrekt weer als ontvangst en uitgaven van het Rijk worden opgenomen.

Diversen (technische mutaties, uitgaven en ontvangsten)

Dit betreft onder andere de Regiospecifiek Pakketbijdrage Zuiderzeelijn aan de A7 Zuidelijke Ringweg Groningen en de verwerking van de bestaande afspraak met betrekking tot Infraspeed. Infraspeed is de railinfrastructuurbeheerder van de Hogesnelheidslijn Zuid. In het contract uit 2001 tussen de Staat en Infraspeed is een clausule opgenomen met betrekking tot de aftrekbaarheid van de rente op de aandeelhoudersleningen. Daarnaast is de vergoeding voor het project Breda-Antwerpen verwerkt evenals de bijdrage van de gemeente Vught aan PHS op basis van de bestuursovereenkomst. Tevens is de bijdrage van Defensie in het Search and Rescue (SAR)-contract verwerkt.

Diversen (niet tot een ijklijn behorend)

Het voordelig saldo van het Infrastructuurfonds over 2014 bedraagt 24,2 mln. en wordt toegevoegd aan de begroting van het IF.

Diergezondheidsfonds

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

21,9

21,9

21,9

21,9

21,9

Technische mutaties

         
 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Toevoeging eindsaldo 2014

19,1

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

1,9

0,0

0,0

0,0

0,0

     

21,0

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

21,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

42,8

21,9

21,9

21,9

21,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

42,8

21,9

21,9

21,9

21,9

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

21,9

21,9

21,9

21,9

21,9

Technische mutaties

         
 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Toevoeging eindsaldo 2014

19,1

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

1,9

0,0

0,0

0,0

0,0

     

21,0

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

21,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

42,8

21,9

21,9

21,9

21,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

42,8

21,9

21,9

21,9

21,9

Toevoeging eindsaldo 2014

De niet bestede middelen van 2014 worden toegevoegd aan de begroting voor 2015.

Accres Gemeentefonds

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

223,0

562,8

742,5

828,8

1133,8

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Accres tranche 2014

– 249,0

– 124,5

– 124,5

– 124,5

– 124,5

   

Accres tranche 2015

– 220,9

– 220,9

– 220,9

– 220,9

– 220,9

   

Accres tranche 2016

0,0

347,3

347,3

347,3

347,3

   

Accres tranche 2017

0,0

0,0

– 203,6

– 203,6

– 203,6

   

Accres tranche 2018

0,0

0,0

0,0

24,8

24,8

   

Accres tranche 2019

0,0

0,0

0,0

0,0

33,7

   

Bcf plafond accres tranche 2016

0,0

60,7

60,7

60,7

60,7

   

Bcf plafond accres tranche 2017

0,0

0,0

– 34,9

– 34,9

– 34,9

   

Bcf plafond accres tranche 2018

0,0

0,0

0,0

4,4

4,4

   

Bcf plafond accres tranche 2019

0,0

0,0

0,0

0,0

6,2

   

Bcf plafondbijstelling accres tranche 2015

– 34,8

– 34,9

– 34,9

– 34,9

– 34,9

   

Mutatie plafond bcf agv accresontwikkeling

– 1,7

– 2,3

– 2,6

– 2,6

0,0

     

– 506,4

25,4

– 213,4

– 184,2

– 141,7

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Accres tranche 2014

249,0

124,5

124,5

124,5

124,5

   

Accres tranche 2015

116,0

116,0

116,0

116,0

116,0

     

365,0

240,5

240,5

240,5

240,5

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 141,5

265,9

27,0

56,2

98,7

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

81,5

828,8

769,5

885,1

1232,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

81,5

828,8

769,5

885,1

1232,5

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
 

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Afrekening 2014 en accresontwikkeling tranche 2015–2019

Het accres kent jaarlijks twee bijstellingsmomenten namelijk 1) de Voorjaarsnota en 2) de Miljoenennota. Daarnaast is er één vaststellingsmoment namelijk bij het Financieel Jaarverslag Rijk (FJR). Het definitieve accrespercentage over 2014 is, na afloop van dat jaar, op basis van de FJR-realisatiestanden uitgekomen op 2,02 procent. Dat betekent een neerwaartse aanpassing van 124,5 mln. ten opzichte van de stand Miljoenennota 2015. Omdat het jaar 2014 al is afgesloten, vindt de afrekening plaats in 2015.

Daarnaast zijn op basis van de integrale voorjaarsbesluitvorming de accrestranches voor 2015 en verder aangepast op basis van de ontwikkeling van de gecorrigeerde netto rijksuitgaven. De tranches voor 2014 en 2015 zijn overgeboekt naar het Gemeentefonds (technische mutaties).

Mutatie plafond BCF agv accresontwikkeling

Met ingang van 2015 wordt de ontwikkeling van het btw-compensatiefonds (BCF) gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze voortvloeien uit de normeringssystematiek. Alle declaraties van gemeenten en provincies bij het BCF worden vergoed mits voldaan aan de declaratievoorwaarden. De budgettering wordt vormgegeven via het Gemeentefonds / Provinciefonds (GF/PF). Overschrijdingen op het vastgestelde BCF-plafond worden verhaald op het GF/PF. Onderschrijdingen van het BCF-plafond worden gestort in het GF/PF. Op basis van de accresraming op stand Voorjaarsnota is het plafond met 34,8 mln. neerwaarts aangepast ten opzichte van de stand van de miljoenennota 2015.

Accres Provinciefonds

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

21,5

45,1

59,2

66,2

91,9

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Accres tranche 2014

– 23,5

– 11,8

– 11,8

– 11,8

– 11,8

   

Accres tranche 2015

– 16,9

– 16,9

– 16,9

– 16,9

– 16,9

   

Accres tranche 2016

0,0

24,1

24,1

24,1

24,1

   

Accres tranche 2017

0,0

0,0

– 14,9

– 14,9

– 14,9

   

Accres tranche 2018

0,0

0,0

0,0

2,2

2,2

   

Accres tranche 2019

0,0

0,0

0,0

0,0

3,3

   

Bcf plafond accres tranche 2015

– 4,6

– 4,6

– 4,6

– 4,6

– 4,6

   

Bcf plafond accres tranche 2016

0,0

8,0

8,0

8,0

8,0

   

Bcf plafond accres tranche 2017

0,0

0,0

– 4,6

– 4,6

– 4,6

   

Bcf plafond accres tranche 2018

0,0

0,0

0,0

0,6

0,6

   

Bcf plafond accres tranche 2019

0,0

0,0

0,0

0,0

0,8

   

Mutatie plafond bcf agv accresontwikkeling

1,7

2,3

2,6

2,6

0,0

     

– 43,3

1,1

– 18,1

– 15,3

– 13,8

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Accres tranche 2014

23,5

11,8

11,8

11,8

11,8

   

Accres tranche 2015

9,1

9,1

9,1

9,1

9,1

     

32,6

20,9

20,9

20,9

20,9

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 10,6

22,0

2,9

5,7

7,2

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

10,9

67,1

62,1

71,9

99,1

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

10,9

67,1

62,1

71,9

99,1

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Afrekening 2014 en accresontwikkeling tranche 2015–2019

Het accres kent jaarlijks twee bijstellingsmomenten namelijk 1) de Voorjaarsnota en 2) de Miljoenennota. Daarnaast is er één vaststellingsmoment namelijk bij het Financieel Jaarverslag Rijk (FJR). Het definitieve accrespercentage over 2014 is, na afloop van dat jaar, op basis van de FJR-realisatiestanden uitgekomen op 2,02 procent. Dat betekent een neerwaartse aanpassing van 11,7 mln. ten opzichte van de stand Miljoenennota 2015. Omdat het jaar 2014 al is afgesloten, vindt de afrekening plaats in 2015.

Daarnaast zijn op basis van de integrale voorjaarsbesluitvorming de accrestranches voor 2015 en verder aangepast op basis van de ontwikkeling van de gecorrigeerde netto rijksuitgaven. De tranches voor 2014 en 2015 zijn uitgekeerd aan het Provinciefonds (technische mutaties).

Mutatie plafond BCF agv accresontwikkeling

Met ingang van 2015 wordt de ontwikkeling van het btw-compensatiefonds (BCF)gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze voortvloeien uit de normeringssystematiek. Alle declaraties van gemeenten en provincies bij het BCF worden vergoed mits voldaan aan de declaratievoorwaarden. De budgettering wordt vormgegeven via het Gemeentefonds / Provinciefonds (GF/PF). Overschrijdingen op het vastgestelde BCF-plafond worden verhaald op het GF/PF. Onderschrijdingen van het BCF-plafond worden gestort in het GF/PF. Op basis van de accresraming op stand Voorjaarsnota is het plafond met 4,6 mln. neerwaarts aangepast ten opzichte van de stand van de miljoenennota 2015.

BES fonds

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

31,9

31,9

31,9

32,0

32,3

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

1,7

1,5

0,8

0,8

0,4

     

1,7

1,5

0,8

0,8

0,4

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

1,7

1,5

0,8

0,8

0,4

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

33,6

33,4

32,7

32,7

32,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

33,6

33,4

32,7

32,7

32,8

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Deltafonds

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

1.374,6

1.275,8

1.161,0

1.055,2

1.007,6

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Saldo 2014

– 53,2

0,0

0,0

0,0

0,0

     

– 53,2

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Kasschuif deltafonds

– 75,0

0,0

0,0

0,0

75,0

   

Diversen

0,4

0,8

0,8

0,7

0,4

     

– 74,6

0,8

0,8

0,7

75,4

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 127,8

0,8

0,8

0,7

75,4

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

1.246,8

1.276,6

1.161,8

1.056,0

1.083,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

1.246,8

1.276,6

1.161,8

1.056,0

1.083,0

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
 

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

1.374,6

1.275,8

1.161,0

1.055,2

1.007,6

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Saldo 2014

– 15,3

0,0

0,0

0,0

0,0

     

– 15,3

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Kasschuif deltafonds

– 75,0

0,0

0,0

0,0

75,0

   

Diversen

0,4

0,8

0,8

0,7

0,4

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Saldo 2014

– 37,9

0,0

0,0

0,0

0,0

     

– 112,5

0,8

0,8

0,7

75,4

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 127,8

0,8

0,8

0,7

75,4

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

1.246,8

1.276,6

1.161,8

1.056,0

1.083,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

1.246,8

1.276,6

1.161,8

1.056,0

1.083,0

Saldo 2014

Het nadelig saldo 2014 (uitgaven – ontvangsten: – 37,9 mln.) wordt onttrokken aan de begroting van het Deltafonds.

Kasschuif Deltafonds

Op het Deltafonds lopen een aantal uitvoeringsprogramma’s af. Daarnaast zijn de deltabeslissingen genomen en is het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma opgestart. Om de programmering meer in lijn te brengen met het budget vindt er een kasschuif plaats.

Prijsbijstelling

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

520,1

1075,2

1516,5

1946,2

2391,4

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Nominale ontwikkeling

– 372,8

– 427,6

– 406,9

– 383,5

– 364,6

 

Sociale zekerheid

         
   

Diversen

– 3,1

– 4,4

– 4,7

– 4,6

– 5,2

 

Zorg

         
   

Diversen

– 2,2

– 5,1

– 9,7

– 12,0

– 14,4

     

– 378,1

– 437,1

– 421,3

– 400,1

– 384,2

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Uitkeren tranche 2015

– 94,4

– 93,3

– 94,1

– 92,0

– 92,7

 

Sociale zekerheid

         
   

Diversen

– 2,3

– 2,2

– 2,1

– 2,1

– 2,1

 

Zorg

         
   

Diversen

– 0,3

– 0,2

– 0,3

– 0,3

– 0,3

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Nominale ontwikkeling

– 15,2

– 44,3

– 58,4

– 55,8

– 49,3

   

Uitkeren tranche 2015

– 29,9

– 29,4

– 30,4

– 30,8

– 30,9

     

– 142,1

– 169,4

– 185,3

– 181,0

– 175,3

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 520,1

– 606,5

– 606,6

– 581,2

– 559,6

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

0,0

468,7

910,0

1365,0

1831,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

0,0

468,7

910,0

1365,0

1831,8

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nominale ontwikkeling

De prijsbijstelling is naar beneden bijgesteld als gevolg van de lagere prijsontwikkeling in de CEP-raming van het CPB. Vanwege de kleine omvang van de bijstelling valt deze op de kaders Zorg en Sociale Zekerheid onder de post «diversen».

Uitkeren tranche 2015

De prijsbijstelling tranche 2015 is uitgekeerd aan de departementen. Vanwege de kleine omvang van de uitkering valt deze op de kaders Zorg en Sociale Zekerheid onder de post «diversen» (technische mutaties).

Arbeidsvoorwaarden

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

590,2

1140,2

1740,4

2302,0

2875,6

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Nominale ontwikkeling

– 372,8

49,7

32,9

32,2

22,8

   

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Sociale zekerheid

         
   

Nominale ontwikkeling

– 20,6

4,9

0,3

– 4,3

– 8,7

   

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Zorg

         
   

Nominale ontwikkeling

– 3,9

– 5,4

– 12,1

– 15,1

– 19,4

     

– 397,3

49,2

21,1

12,8

– 5,3

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Loonbijstelling tranche 2015

– 189,1

– 186,4

– 184,8

– 183,7

– 183,0

 

Sociale zekerheid

         
   

Diversen

– 2,5

– 2,3

– 2,1

– 2,0

– 1,9

 

Zorg

         
   

Diversen

– 0,3

– 0,2

– 0,4

– 0,3

– 0,3

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Diversen

– 1,0

– 0,2

– 0,4

– 0,5

– 0,4

     

– 192,9

– 189,1

– 187,7

– 186,5

– 185,6

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 590,2

– 139,9

– 166,6

– 173,8

– 190,9

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

0,0

1000,3

1573,7

2128,2

2684,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

0,0

1000,3

1573,7

2128,2

2684,7

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nominale ontwikkeling

Ten opzichte van de vorige Miljoenennota wordt de loonontwikkeling voor 2015 en 2019 nu lager geraamd en voor 2016 tot en met 2018 hoger. Deze ontwikkeling volgt uit de macro-bijstellingen van het CPB.

Loonbijstelling tranche 2015

De loonbijstelling tranche 2015 bestaat uit een vergoeding voor de contractloonstijging en sociale lasten voor de werkgever en is overgeboekt naar de departementale begrotingen.

Koppeling uitkeringen

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

115,9

305,4

513,1

701,8

867,2

Mee- en tegenvallers

         
 

Sociale zekerheid

         
   

Nominale ontwikkeling

– 30,6

– 45,8

– 47,3

– 59,0

– 61,0

     

– 30,6

– 45,8

– 47,3

– 59,0

– 61,0

Technische mutaties

         
 

Sociale zekerheid

         
   

Brutering

2,1

– 23,0

– 23,9

– 34,1

– 33,8

     

2,1

– 23,0

– 23,9

– 34,1

– 33,8

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 28,5

– 68,8

– 71,2

– 93,1

– 94,8

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

87,4

236,6

441,9

608,7

772,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

87,4

236,6

441,9

608,7

772,5

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

0,0

5,1

9,8

14,5

19,3

Mee- en tegenvallers

         
 

Sociale zekerheid

         
   

Diversen

0,0

– 4,1

– 4,2

– 4,3

– 4,3

     

0,0

– 4,1

– 4,2

– 4,3

– 4,3

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

0,0

– 4,1

– 4,2

– 4,3

– 4,3

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

0,0

1,0

5,6

10,3

15,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

0,0

1,0

5,6

10,3

15,0

Nominale ontwikkeling

De mutatie betreft een aanpassing in de geraamde nominale ontwikkeling binnen het SZA-kader als gevolg van CPB-ramingen van loon- en prijsontwikkeling en als gevolg van mutaties in uitgavenramingen binnen de Sociale Zekerheid.

Brutering

Diverse uitkeringen zijn netto gekoppeld aan het netto minimumloon, maar kennen een ander brutonetto traject dan het minimumloon. Wijzigingen in het brutonetto traject van het minimumloon leiden tot aanpassing van het netto minimumloon. De uitkeringen die netto zijn gekoppeld, worden evenredig aangepast maar door het andere brutonetto traject kan de bruto uitkering een afwijkende ontwikkeling vertonen dan die van het bruto mimimumloon. Het effect hiervan op de uitkeringslasten wordt het bruteringseffect genoemd. Het uitgavenkader SZA is voor dit effect gecorrigeerd.

Aanvullende Post

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

761,4

703,8

856,1

1121,8

1095,0

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Belastingdienst

38,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Bni revisie

– 2,0

– 48,0

– 79,0

– 79,0

– 79,0

   

Contraterrorisme

24,9

104,4

114,7

119,9

126,4

   

In=uit taakstelling

– 912,3

– 194,7

– 186,7

0,0

0,0

   

Invullen in=uit taakstelling

0,0

194,7

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

– 45,1

– 7,3

– 8,0

– 8,9

– 6,2

 

Sociale zekerheid

         
   

In=uit taakstelling

– 48,5

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Zorg

         
   

Harmoniseren duur vervolgopleiding medisch specialisten

– 20,3

– 10,1

– 10,1

0,0

0,0

   

Overheveling umc's

– 17,2

– 17,2

– 17,2

– 17,2

– 17,2

     

– 982,5

21,8

– 186,3

14,8

24,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Gdi

78,7

94,8

85,4

75,8

67,0

   

Toekomstfonds

– 50,0

– 25,0

0,0

0,0

0,0

   

Uitkeren middelen contraterrorisme

– 24,9

– 84,1

– 94,6

– 98,3

– 103,3

   

Uitkeren middelen vastgoed dji

– 34,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

– 8,1

1,1

1,8

2,9

2,8

 

Zorg

         
   

Huishoudelijke hulptoelage

– 40,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

0,1

0,1

0,3

0,3

0,3

     

– 78,2

– 13,1

– 7,1

– 19,3

– 33,2

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 1060,8

8,7

– 193,4

– 4,6

– 9,3

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

– 299,4

712,4

662,7

1117,2

1085,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

– 299,4

712,4

662,7

1117,2

1085,8

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Belastingdienst

Er zijn middelen gereserveerd voor pilotprojecten bij de Belastingdienst voor de uitvoering van de Brede Agenda. Hiervoor wordt nog een business case uitgewerkt.

Bni-revisies CBS

Vorig jaar is een reservering voor de gevolgen van de revisie van de Nationale Rekeningen van het CBS aangemaakt. Deze reservering wordt in eerste instantie verlaagd met 110 mln. structureel. Aangezien het effect van deze revisie voor 2014 zich pas voordoet in 2015, wordt de reservering in 2015 met cumulatief 220 mln. verlaagd. Daarnaast wordt de reservering aangepast naar aanleiding van de recente aankondiging van het CBS over de tussentijdse bijstelling van het Nederlandse bni. De opwaartse bijstellingen van het bni en het bbp voor de jaren 2011 en 2012 leiden op basis van de huidige inzichten tot een bruto nabetaling van 218 mln. in de EU-afdrachten. Het netto-effect is afhankelijk van de ontwikkeling van het bni in de andere EU-lidstaten en zal bekend worden in het najaar als ook de meest actuele cijfers van het bni in de andere EU-lidstaten bekend zijn.

Contraterrorisme & uitkeren middelen contraterrorisme

Op 27 februari jl heeft het kabinet besloten de veiligheidsketen op een aantal punten substantieel te versterken. Hiermee kunnen de betrokken diensten en organisaties, ook bij voortzetting van het huidige dreigingsbeeld, de komende jaren doen wat nodig is om de jihadistische dreiging tegen te gaan. Het gaat om een pakket van in totaal 128,8 mln. structureel, dat in een vanaf 2015 oplopende reeks wordt gerealiseerd. De middelen zijn op de aanvullende post geplaatst en worden grotendeels uitgekeerd.

In=uit taakstelling (Rbg-eng en SZA) & invullen in=uit taakstelling

Bij Voorjaarsnota zijn de eindejaarsmarges uitgekeerd aan de departementale begrotingen. Als tegenhanger hiervan is de ramingstechnische veronderstelling in=uit op de aanvullende post verwerkt (in=uit-taakstelling). Hierbij wordt er vanuit gegaan dat de onderuitputting die zich in 2014 heeft voortgedaan ook in 2015 zal optreden. De eindejaarsmarge voor de HGIS-middelen en de daarmee corresponderende in=uit-taakstelling is over drie jaren verspreid. De in=uit-taakstelling voor 2016 is volledig ingevuld.

Harmoniseren duur vervolgopleiding medisch specialisten

Dit betreft vrijvallende middelen die waren gereserveerd om het harmoniseren van de duur van medische vervolgopleidingen te faciliteren.

Overheveling UMC’s

Dit betreft middelen die waren gereserveerd voor de UMC’s als gevolg van het inhouden van de ILO als onderdeel van de afspraken uit het Zorgakkoord. Deze overgang gaat niet door en daarmee vallen de middelen vrij voor alternatieve aanwending.

GDI

Er is besloten om de financiering van de generieke digitale infrastructuur (GDI) te verdelen over de departementen. Deze middelen worden van de departementale begrotingen overgeboekt naar de Aanvullende Post. De middelen worden beschikbaar gesteld aan de opdrachtgevers voor de verschillende voorzieningen op basis van daartoe ingediende bestedingsplannen.

Toekomstfonds

De middelen voor het Toekomstfonds zijn overgeheveld naar de begroting van EZ (Kamerstuk 34 000 XIII, nr. 11.). De middelen worden ingezet voor fundamenteel onderzoek.

Uitkeren middelen vastgoed DJI

Voor de uitvoering van het Masterplan DJI worden er middelen (t.b.v. frictiekosten vastgoed) van de aanvullende post overgeheveld naar de begroting van VenJ.

Huishoudelijke hulptoelage

Het kabinet heeft besloten om voor 2015 incidenteel 40 mln. extra toe te voegen aan de decentralisatie-uitkering huishoudelijke hulp toelage zodat gemeenten extra ruimte hebben om plannen in te dienen met als doel het behoud van arbeidsplaatsen in de huishoudelijke hulp sector. Dit besluit is nader toegelicht in een gezamenlijke brief van de Minister van SZW en de Staatssecretaris van VWS aan de Tweede Kamer.

Homogene Groep Internationale Samenwerking

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015

4.646,7

4.636,3

4.548,6

4.325,1

4.338,1

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Asiel

0,0

– 65,6

– 67,3

– 69,1

– 70,8

   

Asiel dekking

– 400,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Asiel problematiek

400,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Biv

60,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Biv trekkingsrecht bz/bhos

– 60,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Biv trekkingsrecht def

– 59,5

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Bnp aanpassing oda

35,0

65,6

67,3

69,1

70,8

   

Eindejaarsmarge

216,4

178,0

158,2

0,0

0,0

   

Financiering brigade speciale bev. opdrachten (bsb)

– 15,3

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Kasschuif oijk

– 20,0

0,0

0,0

20,0

0,0

   

Missie isis

100,0

23,0

– 64,0

– 37,0

– 22,0

   

Motie van ojik

0,0

8,0

16,0

0,0

0,0

   

Diversen

15,6

8,9

20,2

8,6

5,9

     

272,2

217,9

130,4

– 8,4

– 16,1

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

2,6

2,2

2,2

2,3

2,3

     

2,6

2,2

2,2

2,3

2,3

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

274,9

220,2

132,7

– 6,1

– 13,8

Stand Voorjaarsnota 2015

4.921,6

4.856,4

4.681,3

4.319,0

4.324,4

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015

130,2

251,3

153,4

124,9

124,9

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,7

– 5,4

0,0

0,0

0,0

     

0,7

– 5,4

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

2,6

2,2

2,2

2,3

2,3

     

2,6

2,2

2,2

2,3

2,3

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

3,4

– 3,2

2,2

2,3

2,3

Stand Voorjaarsnota 2015

133,6

248,1

155,6

127,1

127,1

Asiel

De raming voor de asielinstroom voor 2015 is naar boven bijgesteld. Dit leidt tot hogere asielopvangkosten bij het COA. De kosten voor de eerstejaarsopvang van asielzoekers uit DAC-landen worden toegerekend aan ODA. Door de verhoogde raming van de asielinstroom neemt de toerekening aan ODA in 2015 ook toe. Dekking wordt gevonden door het aanwenden van een deel van de eindejaarsmarge, het aanwenden van de BNP-macromeevaller (zie eerste regel «asiel» in de tabel) en het inzetten van niet juridisch verplichte ruimte binnen ODA.

BIV

Het betreft de overheveling van middelen uit het BIV naar de begrotingen van Defensie, Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor het financieren van uitgaven van deze departementen gerelateerd aan de internationale veiligheid.

BNP aanpassing ODA

Het ODA budget is opwaarts bijgesteld als gevolg van de meest recente BNP-ramingen van het CPB. Deze BNP-macromeevaller wordt grotendeels aangewend ter dekking van de verhoogde kosten voor de eerstejaarsopvang van asielzoekers in het jaar 2015 en deels voor de nog resterende BNP-korting op het ODA-budget in 2015.

Eindejaarsmarge

Aan de HGIS wordt de eindejaarsmarge toegevoegd, welke nagenoeg geheel wordt doorverdeeld naar de HGIS departementen. De HGIS eindejaarsmarge kan over maximaal drie jaar aangewend worden. Dit jaar is de omvang van de HGIS eindejaarsmarge hoger, omdat onder andere de in 2014 niet bestede middelen voor het Noodhulpfonds en het Dutch Good Growth Fund aanvullend zijn meegenomen naar 2015.

Financiering brigade speciale beveiligingsopdrachten

Defensie voert in opdracht van Buitenlandse Zaken de beveiliging van ambassades uit.

Kasschuif Van Ojik

Met de motie Van Ojik (Kamerstuk 34 000, nr. 22) is verzocht om de diplomatieke capaciteit van het Ministerie van Buitenlandse Zaken te versterken. Dekking volgt deels uit de HGIS-eindejaarsmarge en deels van het artikel HGIS-onvoorzien. Om de dekking in het juiste jaar te boeken is een kasschuif nodig.

Missie ISIS

Met Kamerstuk 27 925, nr. 506 heeft het Kabinet aangegeven deel te nemen aan de strijd tegen ISIS in Irak. De financiering van de missie vindt plaats uit de HGIS onvoorzien. Middels een kasschuif worden middelen uit de jaren 2017 tot en met 2019 naar voren gehaald ter dekking van de jaren 2015 en 2016. De kasschuif bedraagt 123 mln., deze middelen zijn overgeheveld naar de begroting van het Ministerie van Defensie (X).