Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

5 Inkomstenbeperkende regelingen en belastinguitgaven

5.1 Inleiding

Deze bijlage bevat een overzicht van de inkomstenbeperkende regelingen en de belastinguitgaven in de Nederlandse fiscale wetgeving.

Inkomstenbeperkende regelingen zijn regelingen die de te betalen inkomstenbelasting beperken, maar wel onderdeel zijn van de primaire heffingstructuur. Ze vormen nadere bepalingen voor de draagkracht, die als maatstaf dient voor de inkomstenbelasting. Er zijn vele voorbeelden van regelingen die als nadere (inperkende) afbakening van de grondslag kunnen worden beschouwd. In de begrotingsregels 2013–2017 is afgesproken dat in de Miljoenennota bij de inkomstenbeperkende regelingen alleen het budgettaire beslag van de fiscale behandeling van de eigen woning en de pensioenen wordt opgenomen.7 Dit zijn qua budgettaire omvang de belangrijkste inkomstenbeperkende regelingen.

Onder een belastinguitgave (in enge zin) wordt verstaan een overheidsuitgave in de vorm van een derving of uitstel van belastingontvangsten, die voorvloeit uit een voorziening in de wet voor zover die voorziening niet in overeenstemming is met de primaire heffingstructuur van de wet. De budgettaire gevolgen van fiscale maatregelen vanaf 2015 en verdere jaren in de sfeer van zowel de inkomstenbeperkende regelingen als de belastinguitgaven worden weergegeven in tabel 5.2.1. De budgettaire overzichten van de inkomstenbeperkende regelingen en de belastinguitgaven zijn opgenomen in de tabellen 5.3.1 tot en met 5.3.3. De toelichting op de afzonderlijke belastinguitgaven – onder meer bestaande uit een beschrijving van de regeling en een weergave van de doelstelling, het verantwoordelijke ministerie, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluaties en een programmering van evaluaties voor toekomstige jaren – is als toelichting beschikbaar op www.rijksbegroting.nl.

In paragraaf 5.4 wordt ingegaan op de evaluaties van belastinguitgaven. In paragraaf 5.5 wordt aandacht besteed aan de ramingbijstellingen voor 2015 ten opzichte van de ramingen zoals opgenomen in de Startnota.8 Deze paragraaf is een uitvloeisel van de afspraak van de begrotingsregels 2013–2017 dat het budgettaire beslag van de belastinguitgaven in enge zin dient te worden afgezet tegen de aan het begin van de kabinetsperiode verwachte ontwikkeling.

5.2 Maatregelen inkomstenbeperkende regelingen en belastinguitgaven per 2015

Tabel 5.2.1 bevat een overzicht van de maatregelen op het gebied van de inkomstenbeperkende regelingen en belastinguitgaven per 2015, zoals opgenomen in het Belastingplan 2015. Voor een inhoudelijke uitleg van de maatregelen wordt verwezen naar dat wetsvoorstel.

Tabel 5.2.1 Maatregelen per 2015, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € miljoen)11: <<+>> = opbrengst; <<->> = derving
 

2015

2016

2017

struc

Verlengen termijn aftrek hypotheekrente restschulden

– 15

– 15

– 15

0

Structureel maken maatregelen koopwoningmarkt

– 5

– 5

– 5

– 5

Totaal inkomstenbeperkende regelingen

– 20

– 20

– 20

– 5

Incidentele taakstelling RDA

150

0

0

0

Incidentele intensivering WBSO

– 16

0

0

0

Ouderentoeslag forfaitair rendement afschaffen

0

135

135

135

Verlengen verlaagd btw-tarief herstel en renovatie

– 128

0

0

0

Uitbreiding verlaagd tarief lokaal duurzaam opgewekte energie

0

0

0

0

Levensloopverlofkorting (i.v.m. vrijval levensloopregeling)

– 5

1

1

1

Totaal belastinguitgaven

1

136

136

136

5.3 Een overzicht van inkomstenbeperkende regelingen en belastinguitgaven

In tabel 5.3.1 wordt de budgettaire derving weergegeven van de inkomstenbeperkende regelingen voor de eigen woning en voor de pensioenen voor de periode 2013–2019.

Tabel 5.3.1 Overzicht inkomstenbeperkende regelingen 2013–2019, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € miljard)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Eigen woning

10,9

10,7

10,2

10,1

10,0

9,9

9,9

Pensioenen (inclusief box 3)

14,3

13,6

13,3

13,3

13,3

13,6

14,1

Totaal

25,2

24,3

23,5

23,3

23,2

23,5

24,0

Percentage bbp

3,92

3,73

3,52

3,42

3,32

3,27

3,25

De tabellen 5.3.2 en 5.3.3 bevatten de meerjarige overzichten van de belastinguitgaven in de belastingen op inkomen, winst en vermogen respectievelijk de belastinguitgaven in de kostprijsverhogende belastingen voor de periode 2013–2019. Bij de ramingen is rekening gehouden met voorgenomen beleid.

Tabel 5.3.2 Belastinguitgaven in de belastingen op inkomen, winst en vermogen 2013–2019, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € miljoen)1<<->> = regeling is in dat jaar niet van toepassing; <<0>> = budgettair beslag van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verlaging lastendruk op ondernemingen

5.274

5.248

5.283

5.260

5.344

5.436

5.531

a) algemeen

             

Zelfstandigenaftrek

1.712

1.718

1.741

1.761

1.781

1.801

1.822

Extra zelfstandigenaftrek starters

106

108

109

111

112

114

115

Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid

2

2

2

2

2

2

2

FOR, niet omgezet in lijfrente

53

53

54

54

54

54

55

Meewerkaftrek

7

7

7

6

6

6

6

Stakingsaftrek

17

16

16

15

15

15

14

Doorschuiving stakingswinst

220

232

245

259

273

288

304

Bedrijfsopvolgingsfaciliteit in successiewet

197

201

205

208

212

216

220

Doorschuiving inkomen uit aanmerkelijk belang

94

96

97

99

100

102

103

Landbouwvrijstelling

1.721

1.755

1.791

1.826

1.863

1.900

1.938

               

b) investeringen in het algemeen

             

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

353

371

397

409

421

433

446

Willekeurige afschrijving starters2

8

8

8

8

8

8

9

Willekeurige afschrijving zeeschepen

0

3

3

3

3

3

3

Keuzeregime winst uit zeescheepvaart (tonnagebelasting)

120

120

120

120

120

120

120

Aftrek speur- en ontwikkelingswerk

9

8

8

8

8

8

8

Willekeurige afschrijving investeringen bedrijfsmiddelen

57

Research & Development Aftrek (RDA)3

226

302

238

131

126

126

126

               

c) investeringen ten behoeve van het milieu

             

VAMIL

56

30

38

38

38

38

38

Energie-investeringsaftrek (EIA)

139

111

106

101

101

101

101

Milieu-investeringsaftrek (MIA)

169

101

93

93

93

93

93

Bosbouwvrijstelling

1

1

1

1

1

1

1

Vrijstelling vergoeding bos- en natuurbeheer

6

6

6

6

6

6

6

               

Verlaging lastendruk op arbeid

2.112

1.714

1.577

1.517

1.453

1.396

1.352

a) gericht op werkgevers

             

Afdrachtvermindering onderwijs

328

Afdrachtvermindering zeevaart

110

111

112

114

115

117

118

Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk WBSO

766

756

794

804

794

794

794

               

b) gericht op werknemers

             
Feestdagenregeling4

50

50

Verlaging fiscale bijtelling IB (zeer) zuinige auto's

432

518

525

480

437

393

348

Ouderschapsverlofkorting

115

116

Levensloopverlofkorting

161

13

18

12

12

12

12

Werkbonus

150

150

127

107

94

80

80

               

Verlaging lastendruk op inkomsten uit vermogen

1.635

1.659

1.702

1.641

1.667

1.685

1.695

Ouderentoeslag forfaitair rendement

97

96

97

Vrijstelling bos- en natuurterreinen forfaitair rendement

6

7

7

7

8

8

8

Vrijstelling voorwerpen van kunst en wetenschap forfaitair rendement

5

6

6

6

6

6

6

Vrijstelling groen beleggen forfaitair rendement

54

55

56

57

58

60

61

Vrijstelling spaarloon- en premiespaarregeling forfaitair rendement

2

1

1

Vrijstelling rechten op kapitaalsuitkering bij overlijden forfaitair rendement

22

22

23

24

25

26

27

Vrijstelling rechten op bepaalde kapitaalsuitkeringen forfaitair rendement

898

903

926

940

945

941

927

Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld

420

434

451

468

486

504

524

Gedeeltelijke vrijstelling van inkomsten uit kamerverhuur

40

43

45

47

49

52

54

Aftrek kosten monumentenwoning

51

51

50

50

49

48

47

Heffingskorting groen beleggen

34

37

38

39

39

40

41

Persoonsgebonden aftrekpost durfkapitaal

7

5

3

3

2

1

0

               

Overige regelingen

843

866

894

922

952

983

1.015

Aftrek voor scholingsuitgaven (studiekosten)

273

288

306

324

344

364

386

Giftenaftrek

375

379

385

391

397

402

409

Faciliteiten successiewet algemeen nut beogende instellingen

195

199

203

207

212

216

220

Totaal Generaal directe belastingen

9.864

9.487

9.456

9.339

9.416

9.500

9.594

Percentage bbp

1,53

1,46

1,42

1,37

1,34

1,32

1,30

Totaal premie-uitgaven5

732

579

701

553

377

336

336

Noot 2: Het betreft hier de contante waarde van het rentevoordeel voor de betrokken belastingplichtigen c.q. het rentenadeel voor de overheid.

Noot 3: Betreft het beschikbare budget, inclusief technische inboekingen. Voorts zal nader worden onderzocht om de RDA en WBSO per 2016 te integreren.

Noot 4: De feestdagenregeling heeft ook invloed op de premies voor de werknemersverzekeringen WW (AWF en sectorfonds), WIA en ZVW. Wijzigingen in deze belastinguitgaven veranderen zowel het fiscale loon als het premieloon (en in het verlengde daarvan het uitkeringsloon, waardoor de hoogte van de uitkering kan veranderen). Deze effecten zijn onderdeel van de regel premie-uitgaven.

Noot 5: Een premie-uitgave is een overheidsuitgave in de vorm van een derving of uitstel van premieontvangsten die voortvloeit uit een voorziening in de wet voor zover die voorziening niet in overeenstemming is met de primaire heffingsstructuur van de wet. Een nadere uitsplitsing van de premie-uitgaven is opgenomen in de begroting van SZW.

Tabel 5.3.3 Belastinguitgaven in de kostprijsverhogende belastingen 2013–2019, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € miljoen)1<<->> = regeling is in dat jaar niet van toepassing; <<0>> = budgettair beslag van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Energiebelasting

109

121

132

137

145

153

162

Verlaagd tarief glastuinbouw

68

70

74

72

73

73

74

Teruggaaf kerkgebouwen

7

8

8

8

9

9

9

Teruggaaf non-profit

27

34

35

36

38

39

41

Teruggaaf grootverbruik

7

7

7

7

7

7

7

Lokaal opgewekte duurzame energie

3

8

14

20

25

31

               

Omzetbelasting verlaagd tarief

4.498

4.639

4.611

4.579

4.675

4.774

4.876

Boeken, tijdschriften, week- en dagbladen

527

527

527

527

527

527

527

Bibliotheken (verhuur boeken), musea e.d.

127

129

130

132

134

135

137

Kermissen, attractieparken, sportwedstrijden en -accommodatie

143

150

156

163

171

178

186

Circussen, bioscopen, theaters en concerten

183

188

192

197

202

207

212

Sierteelt

228

228

229

229

229

230

230

Arbeidsintensieve diensten

667

734

627

515

528

541

555

Vervoer van personen (w.o. openbaar vervoer)

980

1.022

1.065

1.110

1.158

1.207

1.258

Logiesverstrekking (incl. kamperen)

272

276

280

284

288

293

297

Voedingsmiddelen horeca

1.370

1.386

1.404

1.421

1.438

1.456

1.474

               

Omzetbelasting – vrijstellingen

561

568

576

585

595

605

616

Sportclubs

81

83

85

86

88

90

91

Post

178

172

167

161

156

151

147

Vakbonden, werkgeversorg., politieke partijen, kerken

134

139

145

151

157

163

170

Fondswerving

168

174

180

187

194

201

208

               

Omzetbelasting – speciale regelingen

148

154

161

168

175

184

192

Kleine ondernemersregeling

129

135

143

150

159

167

176

Landbouwregeling

19

19

18

17

17

16

16

               

Accijnzen

2.951

3.178

3.208

3.250

3.312

3.384

3.452

Verlaagd tarief kleine brouwerijen

1

1

1

1

1

1

1

Vrijstelling communautaire wateren

1.081

1.154

1.165

1.181

1.203

1.229

1.254

Vrijstelling accijns luchtvaartuigen

1.869

2.023

2.042

2.068

2.108

2.154

2.197

               

Belastingen op personenauto's en motorrijwielen

48

47

48

50

52

54

56

Teruggaaf ambulance

1

2

2

2

2

2

2

Teruggaaf taxi's

43

45

46

48

50

52

54

Stimulans Euro-6 dieselpersonenauto's

4

               

Motorrijtuigbelasting

542

163

168

132

132

132

132

Nihiltarief OV-bussen op LPG

0

0

0

0

0

0

0

Vrijstelling motorrijtuigen van 40 jaar of ouder

207

77

74

71

69

68

66

Vrijstelling taxi's

51

50

51

52

54

55

57

Vrijstelling reinigingsdiensten

1

1

1

1

1

1

1

Vrijstelling wegenbouw

0

0

0

0

0

0

0

Vrijstelling ambulances

2

3

3

3

3

3

3

Nihiltarief MRB zeer zuinige auto's

277

28

36

Overige vrijstellingen

3

3

3

4

4

5

5

               

Belasting op zware motorrijtuigen (eurovignet)

0

0

0

0

0

0

0

Teruggaaf internationaal gecombineerd vervoer

0

0

0

0

0

0

0

               

Overdrachtsbelasting

129

137

140

143

147

150

153

Vrijstelling overdrachtsbelasting bedrijfsoverdracht in familiesfeer

13

16

16

16

17

17

17

Vrijstelling overdrachtsbelasting stedelijke herstructurering

0

2

2

2

2

2

2

Vrijstelling landinrichting

1

1

1

1

1

1

1

Vrijstelling Bureau Beheer Landbouwgronden

3

11

11

12

12

13

14

Vrijstelling cultuurgrond

110

104

106

108

110

113

115

Vrijstelling natuurgrond

2

3

3

4

4

4

4

Totaal generaal indirecte belastingen

8.986

9.007

9.044

9.044

9.232

9.435

9.639

Percentage bbp

1,40

1,38

1,36

1,33

1,32

1,31

1,31

5.4 Evaluatie van belastinguitgaven

In deze paragraaf wordt verslag gedaan van de voltooide evaluaties sinds de voorgaande Miljoenennota. Kort wordt aandacht geschonken aan de conclusies en eventuele beleidsconsequenties die getrokken zijn door het Kabinet op basis van de uitgevoerde evaluaties. Voorts wordt aangegeven welke evaluaties naar verwachting dit kalenderjaar nog worden verstuurd naar de Tweede Kamer en komt de evaluatieprogrammering voor het komend jaar aan bod.

Gerealiseerde evaluaties sinds de Miljoenennota 2014

In april 2014 is de evaluatie van de verhoging van het btw-tarief op podiumkunsten naar de Eerste Kamer verstuurd.9 De evaluatie bevat een analyse van het effect van de verhoging van het btw-tarief op podiumkunsten van het verlaagde tarief naar het algemene tarief in de periode van 1 juli 2011 tot 1 juli 2012.

Op basis van de geanalyseerde data is het aannemelijk dat de btw-verhoging op de korte termijn niet direct heeft geleid tot een afname van het aantal bezoekers (er is geen additionele negatieve afwijking van de geconstateerde negatieve trend). Wat echter de langetermijneffecten van een structurele tariefsaanpassing zouden zijn geweest kan niet uit de evaluatie worden afgeleid, gegeven de korte periode dat het algemene tarief van toepassing is geweest. Het valt derhalve niet uit te sluiten dat als het algemene tarief voor een langere periode van toepassing was geweest dat het tot een daling van het aantal bezoekers had geleid.

Dit jaar is het zeevaartbeleid geëvalueerd (ex post evaluatie 2008–2013) in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Onder deze evaluatie vallen de volgende belastinguitgaven: (i) keuzeregime winst uit zeescheepvaart (tonnagebelasting), (ii) de afdrachtvermindering zeevaart en (iii) de willekeurige afschrijving zeeschepen. De evaluatie zal gelijktijdig met de Miljoenennota naar de Tweede Kamer worden verstuurd.

Uit het evaluatierapport is te concluderen dat de tonnagebelasting en de afdrachtvermindering zeevaart nog steeds belangrijke regelingen zijn, die bijdragen aan het behoud van een level playing field waardoor Europese reders op de wereldmarkten de concurrentie aankunnen met reders buiten de Europese Unie. Met betrekking tot de willekeurige afschrijving zeeschepen concluderen de onderzoekers dat de regeling in die periode vrijwel niet is gebruikt omdat reders overwegend kozen voor de tonnageregeling of de tijdelijk geldende, gunstigere, crisismaatregel om versneld af te schrijven (Tijdelijke Willekeurige Afschrijving).

Verwachte evaluaties en evaluatieprogrammering

In de internetbijlage over de belastinguitgaven is voor iedere belastinguitgave aangegeven wanneer een evaluatie staat geprogrammeerd. In 2014/2015 worden voor de volgende belastinguitgaven evaluaties voorzien: de fiscale faciliteiten gericht op ondernemerschap, de bedrijfsopvolgingregelingen, groen beleggen, teruggaaf energiebelasting en de autobrief 2.0.

5.5 Toetsen aan de benchmark

In lijn met het regeerakkoord wordt de huidige raming van het budgettaire beslag van de belastinguitgaven in enge zin vergeleken met de benchmark. De benchmark is de raming volgens de Startnota van dit kabinet. De vergelijking van de huidige raming met de benchmark dient ter bepaling of er sprake is van een substantiële afwijking. De totale bijstelling bestaat uit gewijzigde endogene bijstellingen, beleidsmatige en technische aanpassingen. Endogene bijstellingen zijn het gevolg van conjuncturele ontwikkelingen, een aanpassing van de trendmatige groei of andere factoren die van invloed zijn op de mate waarin gebruik wordt gemaakt van een bepaalde belastingfaciliteit. De beleidsmatige aanpassingen zijn additionele maatregelen sinds de benchmark. Voor een toelichting op nieuwe beleidsmaatregelen op het gebied van belastinguitgaven die in 2015 ingaan wordt verwezen naar tabel 5.2.1. Technische bijstellingen worden veroorzaakt door bijvoorbeeld een correctie op de eerder gebruikte ramingstechniek of door een totale herziening van de tijdreeks door het beschikbaar komen van nieuwe databronnen. Dergelijke bijstellingen staan los van beleidsmatige of endogene ontwikkelingen.

In onderstaande tabel wordt voor 2015 een overzicht gegeven van de totale mutatie sinds de startbrief. Belastinguitgaven waarvan de endogene mutatie groter is dan 25 miljoen euro of 10% worden afzonderlijk vermeld. Mutaties die vorig jaar al om deze reden zijn gemeld zijn opnieuw opgenomen. Voor de toelichting op de mutaties die vorig jaar al zijn vermeld wordt verwezen naar de Miljoenennota 2014. Nieuwe bijstellingen worden onder de tabel nader toegelicht.

Tabel 5.5.1 Nadere Toelichting verschillen in 2015 huidige raming en startbrief (x € miljoen)
 

Startbrief

MN2015

Mutatie

Waarvan endogeen

Mut(%)

Nieuw

         

Vrijstelling rechten op bepaalde kapitaalsuitkering en forfaitair rendement

1.002

926

– 76

– 76

– 7,6%

Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld

414

451

37

37

8,9%

Vrijstelling groen beleggen forfaitair rendement

77

56

– 21

– 21

– 27,0%

Giftenaftrek

395

385

– 10

– 49

– 12,4%

Technisch nieuw

         

Landbouwvrijstelling

312

1.791

1.478

50

15,9%

Keuzeregime winst uit zeescheepvaart (tonnagebelasting)

87

120

33

– 2

– 2,4%

Vorig jaar al gemeld

         

Verlaging fiscale bijtelling (zeer) zuinige auto's

215

525

311

311

144,7%

Verlaagd tarief glastuinbouw energiebelasting

136

74

– 62

– 56

– 41,3%

Boeken, tijdschriften, week- en dagbladen laag btw-tarief

566

518

– 48

– 46

– 8,1%

Arbeidsintensieve diensten laag btw-tarief

561

627

66

– 55

– 9,9%

Voedingsmiddelen horeca laag btw-tarief

1.501

1.404

– 97

– 90

– 6,0%

Post btw-vrijstelling

210

167

– 43

– 41

– 19,4%

Landbouwregeling in de btw

48

18

– 30

– 30

– 62,2%

Accijns vrijstelling communautaire wateren

885

1.165

280

– 40

– 4,5%

Technisch al gemeld

         

Zelfstandigenaftrek

1.915

1.741

– 173

89

4,6%

Accijns vrijstelling luchtvaartuigen

1.053

2.042

989

– 40

– 3,8%

Overige

         

Overige belastinguitgaven

6.754

6.491

– 263

94

1,4%

Totaal

16.131

18.499

2.369

35

0.2%

Endogene bijstellingen

De neerwaartse bijstelling van de vrijstelling rechten op bepaalde kapitaalsuitkeringen wordt veroorzaakt doordat als gevolg van het afschaffen van deze regeling per 1 april 2013 nieuwe inleg niet meer mogelijk is. Het geraamde gebruik van de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld is verhoogd, omdat uit de belastingaangiften blijkt dat het aantal belastingplichtigen dat gebruik heeft gemaakt van de regeling is toegenomen. Oftewel meer belastingplichtigen dan verwacht ten tijde van het regeerakkoord hebben ervoor gekozen hun hypotheek (grotendeels) af te lossen. Voor de vrijstelling groen beleggen forfaitair rendement en de giftenaftrek is de raming neerwaarts bijgesteld op grond van het lagere gebruik dat blijkt uit de ingediende belastingaangiften.

In totaliteit is de endogene ontwikkeling sinds de startbrief 35 miljoen euro opwaarts bijgesteld (0,2%).

Technische bijstellingen

De landbouwvrijstelling in de inkomstenbelasting/vennootschapsbelasting is technisch bijgesteld. De reden is dat bij de berekening van de kosten van de landbouwvrijstelling geen rekening meer wordt gehouden met het gebruik van alternatieve fiscale regelingen (de herinvesteringsreserve en de aankoop van stakingslijfrenten) als de landbouwvrijstelling zou worden afgeschaft. Bij alle andere belastinguitgaven wordt bij de budgettaire derving ook geen rekening gehouden met eventueel gebruik van alternatieve regelingen als de regeling zou worden afgeschaft. Daarom worden de kosten van de landbouwregeling nu ook bruto gepresenteerd. Dit niveau ligt circa 1.350 miljoen euro hoger.

De raming voor het keuzeregime winst uit zeescheepvaart is eveneens aangepast door de nieuwe inzichten die zijn verkregen door een uitgebreide analyse van de belastingaangiften van gebruikers van deze regeling over de periode 2007–2011. Een dergelijke analyse vindt periodiek plaats in het kader van een evaluatie van de regeling. De vorige evaluatie dateert uit 2007 waarvoor een analyse is gemaakt op basis van beschikbare aangiften uit 2002. Voor de nieuwe analyse over 2007–2011 kon ten opzichte van de vorige evaluatie gebruik worden gemaakt van alle belastingaangiften. De analyse toont aan dat de omvang van de belastinguitgave sterk afhankelijk is van de conjunctuur. De regeling kan nadelig uitpakken als gebruikers verlies maken, omdat zij op grond van de tonnage toch belasting verschuldigd zijn. In tijden van hoogconjunctuur is de regeling erg gunstig. In de periode 2007–2011 fluctueert de budgettaire derving van circa 20 miljoen euro tot ruim 300 miljoen euro. De keuze voor de tonnageregeling door de belastingplichtige wordt voor 10 jaar gemaakt. Om die reden ligt het voor de hand om de budgettaire derving te bepalen over het gemiddelde van die 10 jaar. Dan kan ook worden aangenomen dat de invloed van conjunctuur beperkt is. De keuze om op deze wijze de budgettaire derving te presenteren werd in de vorige Miljoenennota’s ook al toegepast, maar de uitgebreide analyse heeft er wel toe geleid dat de budgettaire derving opwaarts is aangepast met circa 30 miljoen euro ten opzichte van de ramingen gepresenteerd in de Miljoenennota 2014.