Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vaststelling begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII) voor het jaar 2016

34300 XVII D Verslag van interparlementaire eu-conferentie over ontwikkelingssamenwerking in luxemburg, 10-11 december 2015

Vergaderjaar 2015-2016

D

Op donderdag 10 en vrijdag 11 december 2015 nam de voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) van de Eerste Kamer, de heer Nico Schrijver, deel aan de interparlementaire EU-conferentie voor commissievoorzitters op het gebied van ontwikkelingssamenwerking in Luxemburg. Deze conferentie vond plaats in het kader van het Luxemburgse voorzitterschap van de Europese Unie. Gezien het aankomende Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie in de eerste helft van 2016, de positie van Nederland (samen met de aankomende EU-voorzitters Slowakije en Malta) in de «trio» en het belang van het onderwerp was het van groot belang dat het Nederlandse parlement op deze conferentie werd vertegenwoordigd.

Op 10 december vond een diner plaats met onder andere commissievoorzitters uit andere lidstaten, de Eurocommissaris voor Humanitaire Hulp en Crisismanagement de heer Christos Stylianides, de heer Hamadou Konaté, Minister van Solidariteit en Humanitaire Actie in Mali, en de voorzitter van de commissie voor ontwikkelingssamenwerking in het Europees Parlement mevrouw Linda McAvan. Op 11 december vond de conferentie plaats met sessies over parlementaire controle op ontwikkelings- en humanitair beleid, de post-2015 coördinatie tussen de EU en haar lidstaten op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en over de lessen die uit humanitair crisismanagement kunnen worden getrokken. De heer Ben Fayot, Speciale Ambassadeur voor het Europese Jaar voor Ontwikkeling (2015), sloot de conferentie af. Dit verslag biedt een beknopte uiteenzetting van de drie inhoudelijke sessies van deze interparlementaire conferentie.

Sessie I: Parlementaire controle op ontwikkelings- en humanitair beleid

Linda McAvan, voorzitter van de commissie voor ontwikkelingssamenwerking in het Europees Parlement (EP), gaf een uiteenzetting over parlementaire controle op EU-niveau en de verschillende rechten van het EP in dat kader. Daar waar het gaat om het Development Cooperation Instrument (DCI; 16,9 miljard euro tussen 2007–2013) heeft het EP formele parlementaire rechten, daar waar het gaat om het European Development Fund (EDF; 30,5 miljard euro tussen 2014–2020) heeft het EP die niet. Het laatstgenoemde Europees Ontwikkelingsfonds is intergouvernementeel van aard en kan daarmee slechts gecontroleerd worden door de nationale parlementen van de lidstaten.

Mevrouw McAvan noemde drie uitdagingen voor het huidige ontwikkelingsbeleid: een nieuw «landschap» met nieuwe actoren zoals Brazilië, Rusland, India en China (de BRICs), het toegenomen belang van coherentie tussen verschillende beleidsterreinen en de financiering van ontwikkelingshulp. Momenteel halen slechts vijf lidstaten de vastgestelde norm van 0,7% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) voor de financiering van ontwikkelingshulp. Het Europese gemiddelde is momenteel 0,4% van het BBP. Volgens mevrouw McAvan is onder andere daarom op alle niveaus goede parlementaire controle nodig.

Nico Schrijver stelde op eigen titel een vraag over het deel van het Official Development Assistance (ODA) budget dat EU-lidstaten momenteel besteden aan de opvang van asielzoekers en of als gevolg daarvan momenteel niet sprake is van onderfinanciering van de structurele ontwikkelingssamenwerking. Ten aanzien van de toekomst van het Verdrag van Cotonou stelde de heer Schrijver een vraag over de relatie tussen nieuw ingestelde noodfondsen voor Afrika en deze verdragssamenwerking tussen de EU en de Afrikaanse landen, de landen in het Caribisch gebied en in de Stille Oceaan (ACP-landen). Aan mevrouw Danièle Lamarque, lid van de Europese Rekenkamer, vroeg de heer Schrijver hoe de Europese Rekenkamer de analyses en aanbevelingen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) meeneemt in haar werk daar waar het gaat om controle op het EU-budget voor ontwikkelingssamenwerking.

Op de vraag over het deel van het ODA-budget dat wordt besteed aan de opvang van asielzoekers verwees Linda McAvan naar het Aid Watch rapport 2015 van Concord genaamd «Looking to the future, don't forget the past – Aid beyond 2015».1 Daaruit blijkt dat een groot deel van de EU-lidstaten momenteel een deel van het ODA-budget besteedt aan de opvang van asielzoekers. Zij uitte haar bezorgdheid over het daardoor feitelijk afnemend ontwikkelingsbudget. Op de tweede vraag van de heer Schrijver antwoordde mevrouw McAvan dat de noodfondsen voor Afrika nieuw zijn en buiten de normale regels van Europese ontwikkelingssamenwerking vallen. Ze zijn daarmee lastig te overzien. Bovendien moeten we volgens McAvan scherp blijven, een nieuw fonds is al gauw symboolpolitiek.

Sessie II: Post-2015 coördinatie tussen de EU en haar lidstaten op het gebied van ontwikkelingssamenwerking

Tijdens deze sessie spraken de Eurocommissaris voor Internationale Samenwerking en Ontwikkeling, de heer Neven Mimica, en de Luxemburgse Minister voor Samenwerking en Humanitaire Actie, de heer Romain Schneider. Zij spraken over het belang van toewijding aan de 0,7% norm in de huidige wereld, over het feit dat de EU op het wereldtoneel een goede uitgangspositie heeft om een leidende rol te spelen op het terrein van ontwikkelingssamenwerking en de Sustainable Development Goals (SDG's). De heer Schneider gaf aan de SDG's, zoals in september 2015 op de VN-top in New York afgesproken, ook op andere werkterreinen dan ontwikkelingssamenwerking te bespreken. Hij benadrukte verder dat nu de afspraken er zijn, het gaat om de implementatie.

Nico Schrijver vroeg op eigen titel Eurocommissaris Mimica of er niet een groter, meer alomvattend nieuw Europees document nodig is met daarin de contouren van de Europese consensus over ontwikkelingssamenwerking, om zo de inspanningen om de SDG's te bewerkstelligen, te verankeren. Daarnaast stelde de heer Schrijver de vraag of de nieuwe organisatorische structuur van clusters in de Europese Commissie beter werkt en of het leidt tot meer coherentie tussen de verschillende beleidsterreinen. Als laatste vroeg de heer Schrijver – vanuit het oogpunt dat veiligheid en ontwikkeling niet los van elkaar kunnen worden gezien – of er vanuit het directoraat-generaal (DG) dat verantwoordelijk is voor ontwikkelingssamenwerking van de Europese Commissie input wordt geleverd voor de internationale veiligheidsstrategie die momenteel wordt opgesteld door de Hoge Vertegenwoordiger (HV) voor Buitenlands- en Veiligheidsbeleid van de EU mevrouw Federica Mogherini.

Eurocommissaris Mimica ging in de beantwoording van de vragen in op de waarde van de nieuwe 2030 ontwikkelagenda van de EU. Volgens hem is die waarde de alomvattendheid van de agenda, aangezien bijvoorbeeld ook sociale en milieu-aspecten worden meegenomen. De nieuwe 2030 agenda gaat verder dan groei en banen. Het is belangrijk dat zowel de interne als externe aspecten van EU-beleid worden meegenomen en dat de agenda coherent is, aldus Mimica. Verder zei hij het van belang te vinden dat Europese documenten worden herzien en opnieuw worden beoordeeld in het licht van de nieuwe EU- en VN bestaande ontwikkelingsdoelen.

Op de tweede vraag van de heer Schrijver antwoordde de heer Mimica dat de clusters vooral zijn gecreëerd daar waar het gaat om het extern beleid van de EU, waar de HV Mogherini voor verantwoordelijk is. Soms werken DG's van de Europese Commissie samen in clusters als dezelfde doelstellingen moeten worden behaald. Volgens de Eurocommissaris is er nu meer coherentie tussen de verschillende beleidsterreinen. Bij de uitvoering van de SDG-agenda op EU-niveau worden allerlei beleidsterreinen betrokken.

Op de vraag van de heer Schrijver over de internationale veiligheidsstrategie van de HV Mogherini antwoordde de heer Mimica dat dit een gezamenlijke inspanning betreft. De DG's geven allen input.

Daarnaast benadrukte de Eurocommissaris in zijn betoog dat er op basis van de 0,7% norm per jaar 300 miljard euro beschikbaar zou moeten zijn voor ontwikkelingssamenwerking. In 2014 kwamen de lidstaten gezamenlijk slechts uit op 115 miljard euro.

Sessie III: Lessen van humanitair crisismanagement

Tijdens deze sessie waren er vier sprekers: de heer Charles Goerens, Rapporteur voor Ebola van het Europees Parlement, de heer Christos Stylianides, Eurocommissaris voor Humanitaire Hulp en Crisismanagement, de heer Hamadou Konaté, Minister van Solidariteit en Humanitaire Actie in Mali, en de heer Paul Delaunois, Algemeen Directeur van Artsen zonder Grenzen in Luxemburg.

Eurocommissaris Stylianides sprak over de migratiecrisis, de Ebola crisis en de World Humanitarian Summit die op 23–24 mei 2016 in Istanbul wordt gehouden. Ten aanzien van de migratiecrisis stelde de heer Stylianides dat het een globale crisis is die een globaal antwoord nodig heeft. Het is volgens hem een stresstest voor de EU. We hebben de impact en het gewicht van de crisis te lang onderschat. Volgens de Eurocommissaris zijn drie dingen nodig: er moet een gemeenschappelijk Europees narratief komen die verenigt in plaats van verdeelt, er is samenwerking nodig tussen alle betrokken actoren en de EU moet haar externe grenzen effectief beheren. Volgens de Eurocommissaris is het conflict in Syrië de grootste oorzaak van de huidige vluchtelingencrisis. De EU moet een driesporenbeleid voeren: de mensen in Syrië, de buurlanden van Syrië en de doorreislanden (transit countries) moeten worden geholpen.

Noot 1: Dit rapport is te vinden via: http://www.concordeurope.org/publications/item/480-aidwatch-report-looking-to-the-future-don-t-forget-the-past-aid-beyond-2015.