Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Bijlage 3 De Nationale Verklaring

Op grond van het besluit van de ministerraad van 7 april 2017, vanuit mijn positie en verantwoordelijkheid als Minister van Financiën inzake het financieel beheer van middelen voor de hierna genoemde fondsen in gedeeld beheer en op basis van de tot mij ter beschikking staande informatie, verklaar ik hierbij namens het Nederlandse kabinet, dat:

Betreffende: functioneren van de beheers – en controlesystemen1

Het functioneren van de door Nederland opgezette systemen en daarin vervatte maatregelen voor het beheer en de controle van de gelden inzake:

  • –  de landbouwfondsen: het ELGF en het ELFPO;
  • –  de migratiefondsen: het EBF, het ETF, het EVF, en het EIF;
  • –  de migratie- en veiligheidsfondsen: het ISF en AMIF;

naar mijn beste weten een redelijke mate van zekerheid bieden voor de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende transacties alsmede voor de subsidiabiliteit van de desbetreffende subsidieaanvragen, met uitzondering van de bevindingen met betrekking tot het proces van toezicht en vaststelling bij het EIF.

Het functioneren van de opgezette systemen en daarin vervatte maatregelen voor het beheer en de controle van de gelden voor de fondsen ESF, EFMB, en het EFMZV, naar behoren hebben gefunctioneerd voor wat betreft de door de Auditautoriteit (AA) onderzochte key requirements.

Wat betreft EFRO waren er door Management Autoriteiten (MA) Noord, Oost, Zuid, West nog geen uitgaven gedeclareerd bij de Europese Commissie (EC). Daarnaast waren de door de MA’s verrichte operationele activiteiten nog niet voldoende representatief om een oordeel te kunnen vormen. De AA heeft daardoor nog geen audits uitgevoerd op de rekeningen voor dit desbetreffende boekjaar, alsmede geen audits afgerond op de werking van het beheers- en controlesysteem.

Betreffende: getrouwheid rekeningen en rechtmatigheid uitgaven

De in de bijlagen (in verkorte vorm) opgenomen en bij de EC ingediende rekeningen van de landbouwfondsen, de migratiefondsen, en de migratie- en veiligheidsfondsen een getrouw beeld geven en de in de rekeningen opgenomen uitgaven die ter vergoeding bij de EC zijn ingediend, per saldo (netto) uitgaven van € 702.157.180, naar mijn beste weten wettig en regelmatig zijn, tot op het niveau van eindbegunstigden. De rekeningen van de fondsen EFRO, ESF, EFMB en EFMZV bevatten nog slechts nihil-bedragen en zijn daarom niet opgenomen in de NV 2017.

De mij bekende lopende onderzoeken2 of correctievoorstellen in verband met de goedkeuring van de ingediende rekeningen door de Europese Commissie, zijn verantwoord in de bijgevoegde toelichting. De bevestigingen en eventuele punten van voorbehoud in deze verklaring zijn beperkt tot zaken van materieel belang en vloeien direct voort uit audits en laten onverlet inherente interpretatie van Europese regelgeving.

De Minister van Financiën,
J.R.V.A. Dijsselbloem

Toelichting bij de Nationale Verklaring 2017

De onderstaande tabel biedt een inzicht in de systeemoordelen en de foutpercentages per fonds, met uitzondering van de fondsen die zijn afgesloten. Dit betreft die fondsen die zijn afgesloten via de zogenaamde «Closure» en separaat daarvan de afsluiting van het ELFPO. Zie hiervoor de bijlage «Betreffende: Closure structuurfondsen en afsluiting ELFPO».

Fonds

Systeemoordeel

Foutpercentage

Totale Subsidiabele kosten (€)

Periode

ELGF en ELFPO

Functioneert

<2%

651.942.755

16 oktober 2015 t/m 15 oktober 2016

ESF

Functioneert1

Nvt

0

1 juli 2015 tot en met 30 juni 2016

EFRO

Nvt

Nvt

0

1 juli 2015 tot en met 30 juni 2016

EFMZV

Functioneert

Nvt

0

1 juli 2015 tot en met 30 juni 2016

EFMB

Functioneert

nvt

0

1 juli 2015 tot en met 30 juni 2016

Migratiefondsen

Functioneert, muv systeem EIF

<2%

33.707.094

Jaarprogramma’s 2013

Migratie- en veiligheids fondsen

Functioneert

<2%

16.507.331

Boekjaar 2014 en 2015

Totaal fondsen

   
702.157.1802
 

Noot 1: Voor wat betreft de onderzochte key requirements (noodzakelijke vereisten aan het systeem)

Noot 2: Voor wat betreft de onderliggende consolidatiestaat verwijzen wij naar www.rijkbegroting.nl/2016/verantwoording/financieel_Jaarverslag

Weging en verantwoordingstolerantie

Voor de weging van de te rapporteren aandachtspunten in de verklaring gelden de volgende criteria:

  • •  Kwantitatief: als het percentage onrechtmatigheden in de rekeningen betreffende de uitgaven van de fondsen in gedeeld beheer groter is dan 2%. Hierbij geldt tevens dat het effect niet kon worden tenietgedaan door corrigerende maatregelen. Een afwijking van materieel belang is per definitie aanwezig wanneer het oordeel van de Auditdienst Rijk (ADR) bij de rekeningen betreffende de uitgaven niet goedkeurend is.
  • •  Kwalitatief: informatie is van materieel belang als het weglaten of onjuist weergeven daarvan de beslissingen die gebruikers op basis van de Nationale Verklaring nemen zou kunnen beïnvloeden. De materialiteit van de post of de fout is afhankelijk van de omvang daarvan, beoordeeld onder de bijzondere omstandigheden waaronder het weglaten of onjuist weergeven plaatsvindt. Hierbij wordt rekening gehouden met de bevindingen van de Auditdienst Rijk inzake de controle op de fondsen in gedeeld beheer. Niet goedkeurende oordelen van de Auditdienst vormen per definitie aanleiding om de relevante aandachtspunten op te nemen in de Nationale Verklaring en de toelichting hierop.

Goedkeuring Europese Commissie

De Europese Commissie bepaalt uiteindelijk de EU-conformiteit van de nationale implementatie en uitvoering van EU-regelgeving. Daardoor is er, zolang de Europese Commissie de rekeningen nog niet formeel heeft vastgesteld, een voorbehoud over aard en omvang van financiële correcties die de EC kan opleggen.

Meldingen antifraude bureau OLAF Europese Commissie

Het antifraude bureau van de Europese Commissie, Office Européen de la Lutte Antifraude (OLAF), kan onderzoeken starten naar onregelmatigheden, waaronder vermoedens van fraude met EU-subsidies. In deze Nationale Verklaring worden per fonds (eventuele) bijzonderheden genoemd.

Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB): het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO)

Verklaring betaalorgaan

Het betaalorgaan Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) heeft bij de Europese Commissie (EC) ingediende rekeningen verklaard dat deze een waarheidsgetrouw, volledig en nauwkeurig beeld geven en dat de beheers- en controlesystemen een redelijke zekerheid bieden dat de onderliggende transacties wettig en regelmatig zijn.

Bij zowel de administratieve controles door het betaalorgaan als de controles ter plaatse bij eindbegunstigden door de technische diensten zijn fouten (door de begunstigden ten onrechte gedeclareerde bedragen) geconstateerd. Dit geldt zowel voor het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) als het Europees Landbouwfonds voor de Plattelandsontwikkeling (ELFPO). De invoering van het nieuwe GLB-stelsel ingaande aanvraagjaar 2015 heeft geleid tot een grotere complexiteit en dientengevolge meer fouten in de aanvragen. Dit geldt met name voor de nieuwe ELGF-regelingen «Vergroening» en «Jonge Landbouwers».

Op grond van de door het Betaalorgaan ingediende controlestatistieken is het resterende foutpercentage voor ELGF 0,6% en voor het ELFPO 4,8%3. Voor de uitgaven en ontvangsten van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid als geheel, ELFPO en ELGF samen, blijven de fouten daarmee onder de toegestane verantwoordingstolerantie van 2%.

Het foutenpercentage ELFPO van 4,8% wordt veroorzaakt doordat begunstigden van subsidies agrarisch natuurbeheer zich niet aan beheersvoorschriften (bijvoorbeeld onkruidbestrijding) hebben gehouden. In de nieuwe programmaperiode is het stelsel agrarisch natuurbeheer grondig gewijzigd. Per 2016 zijn agrarische collectieven begunstigden. Het aantal aanvragers daalt daarmee van ruim tienduizend naar veertig. Naar verwachting leidt dit tot een toename van de kwaliteit van de aanvragen waardoor het foutenpercentage zal afnemen.

Rapportage certificerende instantie

De Auditdienst Rijk (ADR) heeft, in de functie van certificerende instantie (CI), geoordeeld dat:

  • •  de bij de Commissie in te dienen rekeningen voor het begrotingsjaar 2016 in elk materieel opzicht een waarheidsgetrouw, volledig en nauwkeurig beeld geven van de aan het ELFPO en het ELGF in rekening gebrachte totale netto-uitgaven,
  • •  uit de vaststelling of het betaalorgaan aan de accreditatiecriteria voldoet, blijkt dat de interne controleprocedures van het betaalorgaan naar behoren hebben gefunctioneerd,
  • •  de uitgaven die ter vergoeding bij de Commissie zijn ingediend in het kader van het ELFPO en het ELGF, in alle materiële opzichten wettig en regelmatig zijn.

Wel heeft de ADR in haar auditrapporten de volgende belangrijke aanbeveling (te verbeteren interne beheersing) gedaan: De administratieve controles en controles ter plaatse voor de regeling «Brede Weersverzekering» behoeven verbetering. Het betaalorgaan zal de inrichting van deze controles heroverwegen en hierover overleg voeren met de Europese Commissie.

OLAF-onderzoeken

Bij ELGF en ELFPO zijn er geen lopende onderzoeken.

Europese Structuur- en Investeringsfondsen: Europees Sociaal Fonds (ESF), Europees Fonds voor Meest Behoeftigen (EFMB), Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV), en het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO)

ESF, EFMZV en EFMB

De Certificeringsautoriteit (CA) heeft overeenkomstig het bij de Europese Commissie ingediend certificaat verklaard, dat de jaarrekening 2015/2016 volledig, nauwkeurig en waarachtig is, dat de in de jaarrekening opgenomen uitgaven in overeenstemming zijn met het toepasselijke recht en zijn gedaan voor concrete acties die zijn geselecteerd aan de hand van de voor het operationeel programma geldende criteria voor financiering, die in overeenstemming zijn met het toepasselijke recht. Aangezien er nog geen uitgaven zijn gedeclareerd, bevat de jaarrekening 2015/2016 uitsluitend nihil bedragen.

De Auditautoriteit (AA) oordeelt dat het toegepaste beheers- en controlesysteem voor wat betreft de onderzochte key requirements 1, 2, 3, 5, 6, 7 en 8 van de Managementautoriteit EFMZV, ESF en EFMB in het verslagjaar 2015/2016 naar behoren hebben gefunctioneerd. De beweringen in de beheersverklaring worden door de uitgevoerde auditwerkzaamheden niet in twijfel getrokken. In verband met de voortgang van de operationele programma’s en het feit dat er nog geen uitgaven aan de Europese Commissie gedeclareerd zijn in het verslagjaar 2015/2016, is over deze verslagperiode uitsluitend een systeemaudit bij de beheersautoriteit uitgevoerd. In de verklaring wordt hierdoor geen uitspraak gedaan over de wettigheid en regelmatigheid van de gedeclareerde uitgaven en de getrouwheid van de jaarrekening. Tevens heeft hierdoor nog geen systeemaudit plaatsgevonden naar het functioneren van de certificeringsautoriteit en key requirement 4 van de beheersautoriteit (adequate managementverificaties).

Beheersverklaring Managementautoriteit EFMZV en ESF

De Managementautoriteit EMFZV en het Agentschap SZW verklaren dat de informatie in de jaarrekeningen 2015/2016 naar behoren wordt weergegeven, volledig en accuraat overeenkomstig artikel 137, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1303/2013, de uitgaven die in de jaarrekeningen zijn opgenomen, zijn gebruikt voor het beoogde doel, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 1303/2013, en overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer en dat het beheers- en controlesysteem dat voor het operationele programma is opgezet, de nodige garanties biedt met betrekking tot de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen, in overeenstemming met het toepasselijke recht.

Beheersverklaring Managementautoriteit EFMB

De Managementautoriteit Agentschap SZW verklaart dat de informatie in de jaarrekening naar behoren wordt weergegeven, volledig en accuraat overeenkomstig artikel 32, lid 5, van Verordening (EU) nr. 223/2014, de uitgaven die in de jaarrekening zijn opgenomen, zijn gebruikt voor het beoogde doel, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 223/2014, en overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer en dat het beheers- en controlesysteem dat voor het operationele programma is opgezet, de nodige garanties biedt met betrekking tot de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen, in overeenstemming met het toepasselijke recht.

Bekende lopende onderzoeken of correctievoorstellen door de Europese Commissie, Europese Rekenkamer en OLAF

Er is geen sprake van lopende onderzoeken of correctievoorstellen.

EFRO

In het verslagjaar van 1 juli 2015 tot en met 30 juni 2016 zijn er door MA’s Noord, West, Zuid en Oost nog geen uitgaven gedeclareerd bij de Europese Commissie. Dat laat onverlet dat de MA’s Noord, Oost, West, Zuid wel de nodige operationele activiteiten hebben verricht maar deze waren nog niet voldoende representatief om een oordeel te kunnen vormen over het functioneren van de beheers- en controlesystemen. Pas in het volgende verslagjaar (2016/2017) zal er sprake zijn van (in voldoende mate) afgeronde fasen van de operationele activiteiten. Voorts zijn in het verslagjaar 2015/2016 door de MA’s geen managementverificaties uitgevoerd op bij de Europese Commissie gedeclareerde uitgaven en heeft de CA nog geen certificeringswerkzaamheden uitgevoerd.

Migratiefondsen: Het Europees Vluchtelingenfonds (EVF), het Europees Terugkeerfonds (ETF), het Europese Buitengrenzenfonds (EBF) en het Europees Integratiefonds (EIF)

De controle van de AA van het fonds EIF heeft geleid tot een afkeurende verklaring ten aanzien van het systeem. De financiële gevolgen van de bevindingen uit de controle van de AA zijn bij het fonds EIF 2,28% van het totaalbedrag aan gedeclareerde uitgaven. Dit is 0,28% boven de norm van 2%. De daarmee gemoeide communautaire bijdrage is € 57.898. De controle van de AA van de fondsen EVF, ETF, en EBF heeft geleid tot een aantal bevindingen met beperkte financiële impact.

Het te hoge percentage afwijkingen bij het fonds EIF is met name ontstaan door een geïsoleerde fout bij één project. De deelnemersadministratie voldeed in dit project niet geheel aan de daaraan te stellen eisen. De fout is ontstaan in de eerstelijns controle waarin een te ruime definitie van de doelgroep is gehanteerd. De strikte definitie van de doelgroep was expliciet in de toekenningsbeschikking opgenomen en is als zodanig gebruikt bij de tweedelijnscontrole. Daarin is geconstateerd dat deelnemers buiten de doelgroep in het project zijn opgenomen. Het interne beheers- en controlesysteem van de VA (eerstelijnscontrole) heeft om deze reden niet adequaat gefunctioneerd.

De VA heeft deze en overige door de AA geconstateerde fouten gecorrigeerd, en onderstaande maatregelen genomen. Uit de rapportage van de AA bij de jaarverslagen 2013 blijkt daarnaast een aantal bevindingen, zonder financiële consequenties. Het gaat dan met name om bevindingen op administratief en procedureel gebied en laten zich samenvatten tot «het is nodig om de duidelijkheid en compleetheid van dossiers en de vastlegging van bevindingen te verbeteren».

Maatregelen

In de periode mei tot augustus 2016 zijn de bevindingen ten aanzien van jaartranche 2013 en de in een eerder stadium ingezette verbeteringen geëvalueerd. De aanbevelingen die de AA op basis van haar bevindingen heeft geformuleerd zijn opgevolgd en afgerond. Er zijn maatregelen uitgevoerd zoals het inzichtelijker maken van de audittrails en het afstemmen van de interpretatie van wet- en regelgeving tussen de VA en de AA. In de set maatregelen die in het kader van de eerder ingezette verbeteringen zijn genomen is ook aandacht voor de afkeurende verklaring bij het systeem van EIF. Aan de bevindingen is gehoor gegeven door onder andere nadere aandacht te besteden aan de definitie van de doelgroep tijdens de operationele controles die voor het subsidieprogramma 2014–2020 Asiel, Migratie en Integratie Fonds (AMIF) uitgevoerd worden.

Alle jaarverslagen over de jaartranche 2013 zijn inmiddels goedgekeurd door de Commissie zonder verdere consequenties.

Audit onderzoek Europese Commissie, Europese Rekenkamer en OLAF

In het jaar 2016 is een auditonderzoek van de Europese Rekenkamer uitgevoerd bij het Europees Terugkeerfonds (ETF). De controle betreft drie projecten uit de jaartranche 2013. De bevindingen zijn inmiddels met de Commissie gedeeld. Er zijn in het jaar 2016 geen auditonderzoeken uitgevoerd bij EBF, EVF, en het EIF door de Europese Commissie of door de Europese Rekenkamer.

Bij het EBF, ETF, EVF, en het EIF zijn er geen lopende OLAF onderzoeken, en zijn er geen meldingen bij OLAF gedaan.

Migratie- en veiligheidsfonden: het Asiel- en Migratiefonds (AMIF) en het fonds voor de Interne Veiligheid (ISF)

AMIF

De ADR heeft in de functie van AA, onderdeel van het Ministerie van Financiën, de werking van het beheers- en controlesysteem, en de beheersverklaring gecontroleerd voor de toepassing van artikel 59, lid 5, onder b), van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012, met betrekking tot het nationaal programma AMIF 2014–2020, teneinde een auditoordeel te kunnen afgeven overeenkomstig name artikel 29 van Verordening EU/514/2014 en artikel 14 van Verordening EU/1042/2014. De AA oordeelt dat het toegepaste beheers- en controlesysteem van de Verantwoordelijke Autoriteit naar behoren functioneert. De beweringen in de beheersverklaring worden door de uitgevoerde auditwerkzaamheden niet in twijfel getrokken.

Het oordeel van de AA heeft slechts betrekking op een beperkt deel van het beheers- en controlesysteem, waaronder selectie, toekenning, bevoorschotting en operationele controles. Administratieve controles en financiële controles ter plaatse hebben nog niet plaats gevonden in boekjaar 2016, omdat de eerste verantwoordingen pas zijn ontvangen na het einde van het boekjaar.

ISF

De ADR heeft in de functie van AA, onderdeel van het Ministerie van Financiën, de werking van het beheers- en controlesysteem, en de beheersverklaring gecontroleerd voor de toepassing van artikel 59, lid 5, onder b), van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012, met betrekking tot het nationaal programma AMIF 2014–2020, teneinde een auditoordeel te kunnen afgeven overeenkomstig name artikel 29 van Verordening EU/514/2014 en artikel 14 van Verordening EU/1042/2014. De AA oordeelt dat het toegepaste beheers- en controlesysteem van de verantwoordelijke autoriteit naar behoren functioneert. De beweringen in de beheersverklaring worden door de uitgevoerde auditwerkzaamheden niet in twijfel getrokken.

Het oordeel van de AA heeft slechts betrekking op een beperkt deel van het beheers- en controlesysteem, waaronder selectie, toekenning, bevoorschotting en operationele controles. Administratieve controles en financiële controles ter plaatse hebben nog niet plaats gevonden in boekjaar 2016, omdat de eerste verantwoordingen pas zijn ontvangen na het einde van het boekjaar.

Periode 1 januari 2014 t/m 15 oktober 2015

Het oordeel van de AA over het beheers- en controlesysteem heeft geen betrekking op de periode 1 januari 2014 t/m 15 oktober 2015. Op 1 januari 2014 zijn de AMIF en ISF programma’s 2014–2020 van start gegaan. Over deze periode is alleen «Technische Bijstand» gedeclareerd bij de Europese Commissie. Deze is afzonderlijk gecontroleerd door de AA zonder verdere bevindingen.

Beheersverklaringen Managementautoriteit

AMIF

Het hoofd bureau Verantwoordelijke Autoriteit verklaart dat de informatie in de jaarrekening naar behoren wordt weergegeven, volledig en accuraat overeenkomstig artikel 59, lid 5 van Verordening (EU) nr. 514/2014 de uitgaven van de Unie gebruikt zijn voor het beoogde doel in overeenstemming met het nationaal programma en overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer en dat het beheers- en controlesysteem dat voor het nationaal programma is opgezet, naar behoren heeft gefunctioneerd tijdens het in aanmerking genomen begrotingsjaar en de nodige garanties heeft geboden met betrekking tot de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen, in overeenstemming met het toepasselijke recht.

Naast de in de hoofdtekst genoemde subsidiabele kosten heeft de Verantwoordelijke Autoriteit op 15 februari 2017 conform de regelgeving ook voorschotten gedeclareerd in Brussel voor een bedrag van € 20.546.052.

ISF

Het hoofd bureau Verantwoordelijke Autoriteit verklaart dat de informatie in de jaarrekening naar behoren wordt weergegeven, volledig en accuraat overeenkomstig artikel 59, lid 5 van Verordening (EU) nr. 514/2014 de uitgaven van de Unie gebruikt zijn voor het beoogde doel in overeenstemming met het nationaal programma en overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer en dat het beheers- en controlesysteem dat voor het nationaal programma is opgezet, naar behoren heeft gefunctioneerd tijdens het in aanmerking genomen begrotingsjaar en de nodige garanties heeft geboden met betrekking tot de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen, in overeenstemming met het toepasselijke recht.

Naast de in de hoofdtekst genoemde subsidiabele kosten heeft de Verantwoordelijke Autoriteit op 15 februari 2017 conform de regelgeving ook voorschotten gedeclareerd in Brussel voor een bedrag van € 13.800.551.

Bekende lopende onderzoeken of correctievoorstellen door de EC, ERK en OLAF

Inzake de programma’s AMIF en ISF 2014–2020 is over de periode van 16 oktober 2015 tot en met 15 oktober 2016 in november 2016 een systeemreview uitgevoerd door de Europese Commissie. Verder is er geen sprake van lopende onderzoeken of correctievoorstellen.

Annex: Closure Structuurfondsen programmaperiode 2007–2013, en afsluiting ELFPO

Closure structuurfondsen

Algemeen

De Closure is de afsluiting van de programma’s die uit hoofde van de Structuurfondsen (Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) het Europees Sociaal Fonds (ESF), en het Europees Visserij Fonds (EVF) zijn uitgevoerd in overeenstemming met de algemene verordening4 voor de periode 2007–2013.

Het afsluiten van programma's betreft de financiële afhandeling van nog betaalbaar te stellen vastleggingen van de Unie door betaling van het eindsaldo aan de voor het betrokken programma bevoegde autoriteit, de terugvordering van door de Commissie onverschuldigd aan de lidstaten betaalde bedragen en/of de vrijmaking van het eventuele eindsaldo.

De afsluiting betreft tevens de termijn gedurende welke alle rechten en verplichtingen van de Commissie en de lidstaten ten aanzien van voor acties verleende bijstand van toepassing zijn. De afsluiting van programma’s doet geen afbreuk aan het recht van de Commissie financiële correcties toe te passen5.

Overeenkomstig artikel 56, lid 1, van de algemene verordening is 31 december 2015 de uiterste datum van de subsidiabiliteit van de uitgaven van de begunstigden. Volgens artikel 78, lid 1, van de algemene verordening worden onder subsidiabele uitgaven de uitgaven verstaan die de begunstigden voor de uitvoering van concrete acties hebben gedaan, alsmede de overeenkomstige overheidsbijdrage die aan de begunstigden is of zal worden betaald overeenkomstig de voorwaarden met betrekking tot de overheidsbijdrage.

Toelichting Closure tabel

De Auditautoriteit schrijft in het kader van haar werkzaamheden ter afsluiting van de periode 2007–2013 een laatste controleverslag (Final Control Report) die aan de Commissie wordt gestuurd. Op grond van haar werkzaamheden wordt er een tabel opgesteld die een beeld geeft van de rechtmatigheid van de declaraties van de structuurfondsen over de afgelopen periode. De tabel is gepubliceerd op www.rijksbegroting.nl. De EU regelgeving verplicht wat de lidstaten rapporteren en de manier waarop.

Nadat de Management Autoriteiten (MA’s) hun uitgaven declareerden werden deze gecontroleerd door de Auditautoriteit in jaar T+2 (year interim and/or final payments). Op basis van het resultaat werd de meest waarschijnlijke fout weergegeven – de «error rate from ACR».

De controle op de gedeclareerde uitgaven vindt plaats op basis van steekproeven, in lijn met de door de Commissie voorgeschreven werkwijze. Inherent aan het gebruik van steekproeven is dat hiermee geen 100% zekerheid verkregen kan worden. Over een beperkt deel van het gedeclareerde bedrag is daarom geen (volledige) zekerheid verkregen. Het gedeelte waarover geen zekerheid is verkregen is het bedrag «Financial risk calculation». Tegelijkertijd heeft de lidstaat de verantwoordelijkheid om onterecht uitgekeerde bedragen terug te vorderen. De bedragen die daadwerkelijk zijn teruggevorderd staan in de kolom withdrawels/recoveries gelijk aan het totaal aantal Financial corrections. De Financial risk calculationminus de teruggevorderde bedragen levert het netto bedrag van resterend financieel risico op, de net amount of the Financial risk. Dit bedrag – uitgedrukt in percentage van het geheel aan declaraties – is de cumulative residual risk rate. Dit percentage moet onder de gestelde materialiteitsgrens van 2% blijven. Alleen dan kan de Auditautoriteit een goedkeurend oordeel geven bij de afsluiting van een programma.

De cumulative residual risk rate voor EFRO Noord was 0,48%, voor EFRO Oost was 0,35%, Voor EFRO Zuid was 0,53%, voor EFRO West was 0%, voor ESF was dit 0,33%, en voor het EVF was het 1,90%. Hiermee blijven alle fondsen onder de gestelde grens van 2% en geeft de Auditautoriteit bij de afsluiting van de programma’s goedkeurende oordelen over de eindsaldi van deze fondsen. Voor een overzicht van de tabellen is meer informatie is beschikbaar op de website www.rijkbegroting.nl/2016/verantwoording/financieel_Jaarverslag.

De Europese Commissie bepaalt uiteindelijk de EU-conformiteit van de nationale implementatie en uitvoering van EU-regelgeving. Daardoor is er, zolang de Europese Commissie de rekeningen nog niet formeel heeft vastgesteld, een voorbehoud over aard en omvang van financiële correcties die de EC kan opleggen

Vermoedens van fraude

Met betrekking tot het ESF-fonds meldde de beheersautoriteit over de verantwoordingsperiode 2015–2016 drie vermoedens van fraude.

Afsluiting ELFPO

In de Nationale Verklaring 2016 rapporteerde het kabinet over het ELFPO, periode 16 oktober 2014 tot en met 15 oktober 2015. Deze periode is conform Europese regelgeving die een gebroken boekjaar voorschrijft. De gehele programmaperiode 2007–2013 (POP2) eindigde op 31 december 2015. Dit betekent dat ook de periode van 16 oktober 2015 t/m 31 december 2015 (het zogenaamde vijfde kwartaal) in de accountantscontrole (certificerende audit) moet zijn betrokken.

De ADR heeft daartoe, in lijn met voorschriften van de Europese Commissie, een certificerend auditrapport uitgebracht over de periode 16 oktober 2014 tot en met 31 december 2015. De ADR oordeelt daarin – in haar functie als Certificerende Instantie – dat de foutfractie op het totaalbedrag aan netto uitgaven van € 73.109.828 (dit is inclusief het bedrag van het vijfde kwartaal ad € 21.333.544) kleiner is dan 2%. Over de periode van 16 oktober 2015 tot en met 31 december 2015 sec constateert de ADR -op basis van een niet-statistische steekproef- een foutfractie van 3,01% in de door haar in de audit betrokken uitgaven. Verder concludeert de ADR dat het beheers- en controlesysteem naar behoren functioneert. De Europese Commissie heeft inmiddels, met instemming van het Comité voor de Landbouwfondsen, de afsluitende declaratie ELFPO 2007–2013 goedgekeurd en het saldo aan Nederland uitbetaald.

Consolidatiestaat «vijfde kwartaal»

AS

ELFPO 2007–2013

Uitgaven van 16-okt-15 t/m 31 december 2015 €

Correcties

Definitief 2016

1

Verbetering van de concurrentiekracht land- en bosbouwsector

   

5.810.190,70

2

Milieu- en natuurverbetering

   

3.914.743,03

3

De leefkwaliteit op het platteland en diversificatie van de plattelandseconomie

   

8.510.101,23

4

Leader

   

3.098.509,32

5

Technische bijstand

   

0,00

 

Totaal ELFPO 2007–2013

   

21.333.544,28

Noot 1: Conform Europese regelgeving zijn de verantwoordingsperiodes per fonds verschillend. De periode waarop de verklaring betrekking heeft wordt per fonds in de toelichting middels een tabel weergegeven.

Noot 2: Lopende onderzoeken of correctievoorstellen door de Europese Commissie worden verantwoord in de toelichting bij de Nationale Verklaring.

Noot 3: Dit foutpercentage is inclusief de over het 5e kwartaal geconstateerde fouten (zie appendix, afsluiting ELFPO). Het foutpercentage van de uitgaven ELFPO in de consolidatiestaat GLB 2016 (internetbijlage) is 3,9%.

Noot 4: Regelgeving (C(2015)2771 Final)

Noot 5: C(2013) 1573 final, pagina 6, C(2015) 2.771 final Annex 1 pagina 2