Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Bijlage 5 Uitgaven en niet-belastingontvangsten

Tabel 5.1 Uitgaven begrotingen
 

(in miljoenen euro)

MN 2016

FJR 2016

Verschil

1

De Koning

41

41

1

2A

Staten-Generaal

140

143

4

2B

Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten

109

115

5

3

Algemene Zaken

63

59

– 4

4

Koninkrijksrelaties

257

297

39

5

Buitenlandse Zaken

9.045

10.106

1.062

6

Veiligheid en Justitie

11.457

13.192

1.735

7

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

683

903

220

8

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

36.853

38.696

1.842

9A

Nationale Schuld (Transactiebasis)

9.150

9.094

– 56

9B

Financiën

6.831

9.968

3.136

10

Defensie

8.234

8.242

8

12

Infrastructuur en Milieu

8.176

7.891

– 285

13

Economische Zaken

4.905

5.056

151

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

31.767

31.664

– 103

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

14.557

15.193

636

17

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

2.687

2.885

199

18

Wonen en Rijksdienst

3.760

4.209

448

50

Gemeentefonds

27.339

28.125

786

51

Provinciefonds

2.160

2.494

333

55

Infrastructuurfonds

5.784

5.238

– 546

58

Diergezondheidsfonds

31

32

1

60

Accres Gemeentefonds

247

0

– 247

61

Accres Provinciefonds

26

0

– 26

64

BES-fonds

33

42

9

65

Deltafonds

1.211

1.147

– 64

AP

Aanvullende Posten

2.742

0

– 2.742

90

Consolidatie

– 6.375

– 6.026

349

HgIS

Internationale Samenwerking1

(4.926)

(5.342)

(416)

 

Totaal

181.913

188.806

6.893

Noot 1: In deze tabel zijn de niet-belastingontvangsten voor Internationale Samenwerking toegerekend aan de begrotingen waarop deze worden verantwoord. De totale niet-belastingontvangsten voor Internationale Samenwerking zijn tussen haakjes vermeld en lopen niet mee in de totaaltelling.

Tabel 5.2 Niet-belastingontvangsten begrotingen
 

(in miljoenen euro)

MN 2016

FJR 2016

Verschil

1

De Koning

0

0

0

2A

Staten-Generaal

5

5

0

2B

Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten

6

6

0

3

Algemene Zaken

7

7

0

4

Koninkrijksrelaties

36

58

21

5

Buitenlandse Zaken

2.468

1.239

– 1.228

6

Veiligheid en Justitie

1.517

2.375

858

7

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

42

206

164

8

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

1.337

1.318

– 19

9A

Nationale Schuld (Transactiebasis)

7.068

15.335

8.267

9B

Financiën

3.104

9.217

6.112

10

Defensie

269

373

104

12

Infrastructuur en Milieu

212

210

– 2

13

Economische Zaken

6.783

3.197

– 3.586

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

1.724

1.872

148

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

175

1.011

837

17

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

188

252

64

18

Wonen en Rijksdienst

629

955

326

50

Gemeentefonds

0

0

0

55

Infrastructuurfonds

5.784

5.581

– 203

58

Diergezondheidsfonds

31

30

– 1

65

Deltafonds

1.211

1.215

4

AP

Aanvullende Posten

1

0

– 1

90

Consolidatie

– 6.375

– 6.026

349

HgIS

Internationale Samewerking1

(263)

(401)

(138)

 

Totaal

26.223

38.437

12.214

Noot 1: In deze tabel zijn de niet-belastingontvangsten voor Internationale Samenwerking toegerekend aan de begrotingen waarop deze worden verantwoord. De totale niet-belastingontvangsten voor Internationale Samenwerking zijn tussen haakjes vermeld en lopen niet mee in de totaaltelling.

In het Nederlandse begrotingsbeleid worden bij de start van een kabinetsperiode de uitgaven en niet-belastingontvangsten ingekaderd onder het uitgavenkader. Het uitgavenkader geldt als uitgavenplafond en geeft daarmee de hoogte aan van de maximale jaarlijkse netto uitgaven gedurende de kabinetsperiode. Het uitgavenkader is verdeeld in drie deelkaders: het kader Rijksbegroting in enge zin (Rbg-eng), het kader Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt (SZA) en het Budgettair Kader Zorg (BKZ). Tabel 5.3 maakt de aansluiting tussen de begrotingsgefinancierde uitgaven (tabel 5.1) en niet-belastingontvangsten (tabel 5.2) enerzijds en de verdeling hiervan over de deelkaders anderzijds. De tabellen 5.4 tot en met 5.6 geven de opbouw van de uitgaven onder de drie deelkaders weer en laten ook het verschil zien tussen de uitgavenraming bij Miljoenennota 2016 en de realisatie bij het Financieel Jaarverslag van het Rijk 2016. Tabel 5.7 geeft een overzicht van de netto begrotingsgefinancierde uitgaven die niet vallen onder het uitgavenkader.

Tabel 5.3 Aansluiting netto uitgaven en uitgavenkaders

(in miljoenen euro)

MN 2016

FJR 2016

Verschil

Uitgaven begrotingen (zie tabel 5.1)

181.913

188.806

6.893

Niet-belastingontvangsten begrotingen (zie tabel 5.2)

26.223

38.437

12.214

Netto begrotingsgefinancierde uitgaven

155.689

150.369

– 5.321

 

waarvan Rijksbegroting in enge zin (zie tabel 5.4)

108.135

110.575

2.440

 

waarvan Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid (zie tabel 5.5)

20.375

20.412

36

 

waarvan Budgettair Kader Zorg (zie tabel 5.6)

7.125

7.299

174

 

waarvan Niet relevant voor het uitgavenkader (zie tabel 5.7)

20.054

12.083

– 7.971

Tabel 5.4 Netto uitgaven kader Rijksbegroting in enge zin
 

(in miljoenen euro)

MN 2016

FJR 2016

Verschil

1

De Koning

41

41

1

2A

Staten-Generaal

134

138

4

2B

Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten

104

109

5

3

Algemene Zaken

56

53

– 4

4

Koninkrijksrelaties

94

89

– 6

5

Buitenlandse Zaken

6.577

8.867

2.290

6

Veiligheid en Justitie

9.940

10.817

877

7

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

641

747

106

8

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

34.106

35.460

1.354

9A

Nationale Schuld (Transactiebasis)

19

11

– 8

9B

Financiën

4.576

4.968

391

10

Defensie

7.865

7.755

– 110

12

Infrastructuur en Milieu

8.154

7.831

– 323

13

Economische Zaken

4.448

4.455

7

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

587

448

– 139

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

2.326

2.260

– 67

17

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

2.515

2.649

134

18

Wonen en Rijksdienst

3.131

3.253

122

50

Gemeentefonds

17.908

18.499

591

51

Provinciefonds

2.160

2.494

333

55

Infrastructuurfonds

0

– 343

– 343

58

Diergezondheidsfonds

0

0

0

60

Accres Gemeentefonds

247

0

– 247

61

Accres Provinciefonds

26

0

– 26

64

BES-fonds

33

42

9

65

Deltafonds

0

– 68

– 68

AP

Aanvullende Posten

2.445

0

– 2.445

HgIS

Internationale Samenwerking1

(4.663)

(4.940)

(278)

 

Totaal netto uitgaven Rijksbegroting in enge zin

108.135

110.575

2.440

Noot 1: In deze tabel zijn de niet-belastingontvangsten voor Internationale Samenwerking toegerekend aan de begrotingen waarop deze worden verantwoord. De totale niet-belastingontvangsten voor Internationale Samenwerking zijn tussen haakjes vermeld en lopen niet mee in de totaaltelling.

Tabel 5.5 Netto uitgaven kader Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid
 

(in miljoenen euro)

MN 2016

FJR 2016

Verschil

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

17.400

17.650

250

50

Gemeentefonds

2.715

2.761

47

AP

Aanvullende Posten

260

0

– 260

 

Netto begrotingsgefinancierde uitgaven

20.375

20.412

36

40

Sociale Verzekeringen

57.103

56.195

– 908

 

Netto premie-uitgaven

57.103

56.195

– 908

 

Netto uitgaven kader SZA

77.478

76.607

– 872

Tabel 5.6 Netto uitgaven Budgettair Kader Zorg
 

(in miljoenen euro)

MN 2016

FJR 2016

Verschil

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

404

434

30

50

Gemeentefonds

6.716

6.865

149

AP

Aanvullende Posten

5

0

– 5

 

Netto begrotingsgefinancierde uitgaven

7.125

7.299

174

41

Premiegefinancierde uitgaven zorg

60.716

58.806

– 1.911

 

Netto premie-uitgaven

60.716

58.806

– 1.911

 

Netto uitgaven kader BKZ

67.841

66.105

– 1.737

Tabel 5.7 Uitgaven en niet-belastingontvangen niet relevant voor enig kader

(in miljoenen euro)

MN 2016

FJR 2016

Verschil

Gasbaten (kasbasis, exclusief VPB)

– 5.700

– 1.927

3.773

Rentelasten

7.757

7.215

– 542

Rente-ontvangsten swaps

– 1.622

– 1.086

536

Opbrengst beëindigen renteswaps

0

– 5.371

– 5.371

Rijksbijdragen aan de sociale fondsen

20.375

20.098

– 277

Zorgtoeslag

4.383

4.208

– 175

Studieleningen

1.409

1.916

507

Klimaatverandering en luchtkwaliteit (ETS)

– 189

– 143

46

SDE+

– 494

– 421

73

Kasbeheer

– 4.083

– 7.010

– 2.926

Netto-verkoop staatsbezit

0

– 3.233

– 3.233

Netto-opbrengsten interventies financiële sector

– 458

– 924

– 466

Crisisgerelateerde- en vermogenswinst DNB

– 548

– 122

426

ESM

0

0

0

Diverse leningen

– 16

– 66

– 50

Landbouw- en overige bestemmingsheffingen

– 123

– 125

– 2

Werkgeversbijdrage kinderopvang

– 1.092

– 1.111

– 20

Overig

455

184

– 271

Totaal netto niet-relevante uitgaven

20.054

12.083

– 7.971

De tabellen 5.8 tot en met 5.11 tonen per budgetdisciplinesector het verschil in uitgaventoetsing tussen het vaststellen van het uitgavenkader ten tijde van de Begrotingsafspraken 2014 en de realisatie van het Financieel Jaarverslag van het Rijk 2016. De tabellen tonen eerst de bepaling van de reële uitgavenkaders. De reële uitgavenkaders worden bepaald door de ramingen ten tijde van de begrotingsafspraken te defleren met de prijsontwikkeling van de Nationale Bestedingen (NB-deflator). Vervolgens wordt weergegeven hoe de uitgaven zich verhouden tot het uitgavenkader in lopende prijzen. Het uitgavenkader in lopende prijzen wordt bepaald door het reële uitgavenkader te corrigeren voor de deflator. Daarnaast wordt gecorrigeerd voor overboekingen tussen het kader Rijksbegroting in enge zin enerzijds, en de sector Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt en de sector Zorg anderzijds. Ook wordt gecorrigeerd voor statistische factoren.

Tabel 5.8 Uitgaventoetsing Rijksbegroting in enge zin

(in miljoenen euro; min is onderschrijding)

MN2016

FJR 2016

Verschil

1. Raming uitgaven bij Begrotingsafspraken 2014

108.554

108.554

 

2. NB-deflator ten tijde van MLT 2013–2017 / Begrotingsafspraken 2014

1,0680

1,0680

 

3. Reëel kader

101.642

101.642

 

4. NB-deflator

1,0461

1,0378

– 0,0083

5. Overboekingen

117

362

245

6. Statistisch

350

3.198

2.847

7. Uitgavenkader RBG-eng in lopende prijzen (3*4+5+6)

106.794

109.046

2.252

8. Actuele ramingen uitgaven

108.135

110.575

2.440

9. Over/onderschrijding kader RBG-eng (8–7)

1.341

1.530

188

Tabel 5.9 Uitgaventoetsing Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid

(in miljoenen euro; min is onderschrijding)

MN2016

FJR 2016

Verschil

1. Raming uitgaven bij Begrotingsafspraken 2014

84.251

84.251

 

2. NB-deflator ten tijde van MLT 2013–2017 / Begrotingsafspraken 2014

1,0680

1,0680

 

3. Reëel kader

78.886

78.886

 

4. NB-deflator

1,0461

1,0378

– 0,0083

5. Overboekingen

– 15

– 168

– 154

6. Statistisch

– 4.456

– 4.314

143

7. Uitgavenkader SZA in lopende prijzen (3*4+5+6)

78.050

77.387

– 663

8. Actuele ramingen uitgaven

77.478

76.607

– 872

 

waarvan begrotingsgefinancierd

20.375

20.412

36

 

waarvan premiegefinancierd

57.103

56.195

– 908

9. Over/onderschrijding kader SZA (8–7)

– 572

– 780

– 208

Tabel 5.10 Uitgaventoetsing Budgettair Kader Zorg

(in miljoenen euro; min is onderschrijding)

MN2016

FJR 2016

Verschil

1. Raming uitgaven bij Begrotingsafspraken 2014

70.105

70.105

 

2. NB-deflator ten tijde van MLT 2013–2017 / Begrotingsafspraken 2014

1,0680

1,0680

 

3. Reëel kader

65.641

65.641

 

4. NB-deflator

1,0461

1,0378

– 0,0083

5. Overboekingen

– 102

– 194

– 92

6. Statistisch

0

0

0

7. BKZ in lopende prijzen (3*4+5+6)

68.564

67.929

– 634

8. Actuele ramingen uitgaven

67.841

66.105

– 1.737

 

waarvan begrotingsgefinancierd

7.125

7.299

174

 

waarvan premiegefinancierd

60.716

58.806

– 1.911

9. Over/onderschrijding BKZ (8–7)

– 722

– 1.825

– 1.102

Tabel 5.11 Uitgaventoetsing totaalkader

(in miljoenen euro; min is onderschrijding)

MN2016

FJR 2016

Verschil

1. Reëel kader

246.170

246.170

0

2. NB-deflator

1,0461

1,0378

– 0,0083

3. Overboekingen

0

0

0

4. Statistisch

– 4.106

– 1.116

2.990

5. Totaal kaders in lopende prijzen (1*2+3+4)

253.408

254.362

954

6. Actuele ramingen uitgaven

253.455

253.287

– 168

7. Over/onderschrijding totaal uitgavenkader (6–5)

47

– 1.075

– 1.122

Tabel 5.12 Kas-transverschillen en financiële transacties

(in miljoenen euro)

MN 2016

FJR 2016

Verschil

Ktv belastingen

490

1.691

1.202

       

Ktv aardgas

– 400

273

673

Kasbeheer

– 4.133

– 8.480

– 4.346

Rente-ontvangsten swaps

– 1.622

– 1.086

536

Beëindiging renteswaps

0

– 5.371

– 5.371

Verkoop staatsbezit

0

– 5.696

– 5.696

Studieleningen

– 573

– 584

– 10

Ktv's en financiële transacties niet-belastingontvangsten

– 6.729

– 20.943

– 14.214

       

Kasbeheer

50

1.470

1.420

Aankoop staatsbezit

0

2.463

2.463

EU afdrachten

0

2.651

2.651

OV-jaarkaart

0

791

791

Studieleningen

1.984

2.501

517

Overige ktv's en financiële transacties

527

441

– 85

Ktv's en financiële transacties uitgaven

2.560

10.318

7.757

       

Ktv's en financiële transacties netto uitgaven

– 4.168

– 10.625

– 6.457

       

Totaal ktv's en financiële transacties

– 3.679

– 8.934

– 5.255

De aardgasbaten worden met name beïnvloed door de productie van aardgas, de hoogte van de olieprijs en de euro/dollarkoers. De olieprijs is van belang, omdat de prijs van aardgas is gerelateerd aan de prijs van olie in dollars. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de aardgasbaten. De tabel laat zien dat de aardgasbaten niet alleen op kasbasis, maar ook op transactiebasis worden geregistreerd. Dit wordt gedaan omdat het EMU-saldo – volgens Europese systematiek – wordt berekend op transactiebasis, terwijl de Rijksbegroting in enge zin op kasbasis wordt opgesteld.6 Conform het trendmatig begrotingsbeleid hebben mee- of tegenvallende gasbaten geen effect op het uitgaven- of lastenkader, maar leiden ertoe dat het EMU-saldo verbetert dan wel verslechtert.
Tabel 5.13 Aardgasbaten

(in miljoenen euro)

MN 2016

FJR 2016

Verschil

Olieprijs (in dollars)

60

44

– 16

Beursprijs TTF-gas (eurocent per kubieke meter)

20

14

– 7

Euro/dollarkoers (in dollars)

1,09

1,11

0,02

Productie (x miljard kubieke meter)

61

49

– 12

       

Niet-belastingontvangsten

5.700

1.927

– 3.773

Vennootschapsbelasting

750

200

– 550

Totaal op kasbasis

6.450

2.127

– 4.323

       

Niet-belastingontvangsten

400

– 273

– 673

Vennootschapsbelasting

0

50

50

Totaal kas-transverschil (ktv)

400

– 223

– 623

       

Niet-belastingontvangsten

5.300

2.200

– 3.100

Vennootschapsbelasting

750

150

– 600

Totaal op transactiebasis

6.050

2.350

– 3.700

Noot 6: In een begroting op kasbasis worden transacties geboekt in de periode waarin de betaling plaatsvindt, in een begroting op transactiebasis worden transacties geboekt in de periode waarin de rechten en verplichtingen zijn ontstaan.