Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Bijlage 7 Fiscale regelingen

Sinds 2002 wordt budgettaire informatie over de belastinguitgaven opgenomen in de Miljoenennota en het Financieel Jaarverslag van het Rijk. In de Miljoenennota worden ook onder andere het beleidsverantwoordelijk departement en de afgeronde en geplande evaluaties vermeld. Meer beleidsmatige informatie over belastinguitgaven wordt opgenomen in de begrotingen en jaarverslagen van de verschillende vakdepartementen. Sinds Miljoenennota 2017 wordt ook het budgettair belang gegeven van enkele andere fiscale regelingen, die strikt genomen geen belastinguitgaven zijn.

In het Financieel Jaarverslag wordt alleen het budgettair belang gegeven van de fiscale regelingen waarvan op dit moment voorlopige realisatiegegevens over 2016 beschikbaar zijn. Dit betreft de afdrachtverminderingen in de loonbelasting voor zeevaart en speur- en ontwikkelingswerk (WBSO) en de investeringsfaciliteiten in de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting waarvoor een aanmeldingsverplichting geldt, namelijk de energie-investeringsaftrek, milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. De voorlopige realisaties van deze regelingen worden hier vermeld. Definitieve realisaties worden pas in de loop van 2017 bekend en worden opgenomen in de Miljoenennota 2018. Voor de overige fiscale regelingen zal in de Miljoenennota 2018 een aangepaste raming voor 2016 worden opgenomen, op basis van de meest recente gegevens op dat moment.

De investeringsregelingen en de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk zijn gebudgetteerde belastinguitgaven met een systematiek van meerjarige budgetegalisatie.

7.1 Afdrachtverminderingen in de loonbelasting

Tabel 7.1.1 laat de voorlopige (geschatte) realisaties van de betreffende afdrachtverminderingen over 2016 zien. De realisaties zijn gebaseerd op geaggregeerde informatie vanuit de loonaangiften.

Tabel 7.1.1 Gegevens afdrachtverminderingen over 2016 (stand april 2017 in miljoenen euro)

Afdrachtvermindering

Raming 2016 (MN 2017)

Voorlopige realisatie 2016

Zeevaart

116

112

Speur- en ontwikkelingswerk (WBSO)

1.143

1.200

Het totale beschikbare budget voor de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk voor het jaar 2016, na integratie met de Research & Developmentaftrek (RDA), bedroeg € 1.143 miljoen. De voorlopige geschatte realisatie is € 1.200 miljoen. Met deze realisatie is er een overschrijding van € 57 miljoen, die conform de geldende systematiek gedekt dient te worden in 2018. De hogere realisatie is met name het gevolg van een toename van het verzilveringspercentage. De verhoogde verzilvering is in lijn met de doelstelling van de samenvoeging van WBSO en RDA per 2016. Een tweede verklaring ligt in de toename van het aantal S&O-uren door bedrijven.

7.2 Investeringsfaciliteiten

Tabel 7.2.1 bevat voorlopige realisatiegegevens over het jaar 2016 voor de investeringsfaciliteiten waarvoor een aanmeldingsverplichting geldt.

Tabel 7.2.1 Gegevens investeringsfaciliteiten over 2016 (stand april 2017 in miljoenen euro)

Regeling

Budget 2016 (MN 2017)

Voorlopige realisatie 2016

Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL)

40

20

Energie-investeringsaftrek (EIA)

161

144

Milieu-investeringsaftrek (MIA)

97

108

In 2016 was er sprake van overschrijding bij de MIA en onderuitputting bij de EIA en de VAMIL. Het gerealiseerde budgettaire belang van de MIA is € 11 miljoen hoger dan het budget. Een verklaring hiervoor is dat veel werd geïnvesteerd in duurzame bouw. Het tekort kan worden opgevangen door de budgetreserve uit eerdere jaren.

Wat betreft de EIA blijkt uit de voorlopige realisatiecijfers dat van het beschikbare budget van € 161 miljoen circa € 144 miljoen is benut. Er zijn vooral extra investeringen van kleinere omvang gemeld door ondernemers. Grotere investeringen met een hoger budgettair belang blijven thans achter bij de verwachting. Naar verwachting zal de budgetuitputting de komende jaren dichter bij het beschikbare budget komen te liggen door de aantrekkende economie. Het budget van de EIA is in 2016 geïntensiveerd met € 60 miljoen, waarbij het aftrekpercentage omhoog ging van 41,5% naar 58%.

Van het beschikbare budget voor de VAMIL van € 40 miljoen is volgens de voorlopige cijfers € 20 miljoen benut. In reactie op een flinke overschrijding in 2013, is per 2014 € 8 miljoen budget van de MIA naar de VAMIL geschoven om in de loop der jaren het tekort te compenseren. Vanaf 2014 is er elk jaar een onderuitputting van de VAMIL gebleken. Inmiddels is het tekort weggewerkt, dus de onderuitputting in 2016 leidt tot de opbouw van een budgetreserve van € 20 miljoen. Een belangrijke reden voor de onderuitputting is het vervallen van een paar codes van de Milieulijst, waardoor het niet meer mogelijk was voor deze investeringen VAMIL toe te passen. Deze codes lagen op het gebied van asbest en duurzame gebouwen, waar eerder veel gebruik van werd gemaakt voor de VAMIL.

Achtergrond

Op basis van de VAMIL mag willekeurig worden afgeschreven op aangewezen milieu-investeringen. Deze regeling leidt in principe, evenals de andere regelingen voor vervroegde afschrijving, tot een liquiditeits- en rentevoordeel voor de belastingplichtige. Het budgettair belang wordt berekend met de netto contante waarde-methode gebaseerd op het gemelde investeringsbedrag.

Het budgettaire belang van de EIA en MIA wordt gebaseerd op gemelde investeringsbedragen, in principe volgens de volgende formule: budgettair belang = (investeringsbedrag –/– correctiepercentage) * aftrekpercentage faciliteit * gemiddeld marginaal belastingtarief.