Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Wijziging begroting EZ en Diergezondheidsfonds 2016 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)

34620 XIII 2 Memorie van toelichting

Vergaderjaar 2016-2017

Nr. 2

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 4

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2016 wijzigingen aan te brengen in:

  • 1.  de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Economische Zaken;
  • 2.  de begrotingsstaat inzake de agentschappen van dit ministerie;
  • 3.  de begrotingsstaat inzake het Diergezondheidsfonds.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Economische Zaken,
H.G.J. Kamp

Inhoudsopgave

 

A.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

1

B.

BEGROTINGSTOELICHTING

2

1.

Leeswijzer

2

2.

Overzicht belangrijkste suppletoire uitgaven- en ontvangstenmutaties

3

 

Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2016 (Najaarsnota)

4

 

Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2016 (Najaarsnota)

6

3.

De beleidsartikelen

7

 

Beleidsartikel 11 Goed functionerende economie en markten

7

 

Beleidsartikel 12 Een sterk innovatievermogen

8

 

Beleidsartikel 13 Een excellent ondernemingsklimaat

9

 

Beleidsartikel 14 Een doelmatige en duurzame energievoorziening

12

 

Beleidsartikel 15 Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen

14

 

Beleidsartikel 16 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens

15

 

Beleidsartikel 17 Groen onderwijs van hoge kwaliteit

19

 

Beleidsartikel 18 Natuur en regio

20

 

Beleidsartikel 19 Toekomstfonds

22

4.

De niet-beleidsartikelen

23

 

Beleidsartikel 40 Apparaat

23

 

Beleidsartikel 41 Nominaal en onvoorzien

24

5.

De agentschappen

24

 

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

24

 

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

27

6.

Het Diergezondheidsfonds (DGF)

29

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. Leeswijzer

Deze tweede suppletoire begroting geeft een geactualiseerd beeld van de begrotingsuitvoering 2016. Onderdeel B, de begrotingstoelichting, is als volgt opgebouwd:

  • 1)  De leeswijzer.
  • 2)  Overzicht van de belangrijkste suppletoire uitgaven- en ontvangstenmutaties.
  • 3) 

    De beleidsartikelen.

    Voor ieder beleidsartikel is de tabel «Budgettaire gevolgen van beleid» opgenomen. Hierin zijn de begrotingsmutaties opgenomen. De begrotingsmutaties zijn gesplitst in een kolom met «mutaties Miljoenennota» en een kolom met «overige mutaties 2e suppletoire begroting». De mutaties Miljoenennota zijn reeds toegelicht in de verdiepingsbijlage van de EZ-begroting 2017 (TK, 34 550 XIII, nr. 2). De toelichting bij de beleidsartikelen gaat daarom uitsluitend in op de «overige mutaties», zoals die verwerkt zijn in de Najaarsnota.

  • 4) 

    De niet-beleidsartikelen.

    In de tabel budgettaire gevolgen van beleid zijn de begrotingsmutaties opgenomen. Hiervoor is dezelfde werkwijze van toepassing als bij de beleidsartikelen (twee kolommen).

  • 5) 

    De agentschapsparagrafen.

    In deze tweede suppletoire begroting zijn toelichtingen opgenomen bij de aanpassingen in de agentschapsparagrafen van de NVWA en RVO.

Voor het toelichten van de begrotingsmutaties zijn in deze tweede suppletoire begroting de ondergrenzen gehanteerd zoals opgenomen in de onderstaande tabel.

Omvang begrotingsartikel

(stand ontwerpbegroting)

in € mln

Beleidsmatige mutaties

(ondergrens in € mln)

Technische mutaties

(ondergrens in € mln)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 en < 1.000

5

10

=> 1.000

10

20

2. Overzicht belangrijkste suppletoire uitgaven- en ontvangstenmutaties

  • •  Het onderstaande overzicht 1 geeft op hoofdlijn de standen weer van de begrotingsramingen 2016 van verplichtingen, uitgaven en ontvangsten vanaf de vastgestelde begroting 2016 tot en met de Najaarsnota 2016.
  • •  Overzicht 2 geeft de mutaties voor de begroting 2016 weer die op totaalniveau verwerkt zijn bij Voorjaarsnota 2016, Miljoenennota 2017 en Najaarsnota 2016.
  • •  In overzicht 3 zijn de nieuwe mutaties, zoals verwerkt in de Najaarsnota 2016, weergegeven per begrotingsartikel.
  • •  Aansluitend zijn de belangrijkste nieuwe mutaties toegelicht. De artikelsgewijze toelichting treft u aan in de hoofdstukken 3 en 4.

3 – Mutaties in

Najaarsnota 2016

Mutaties begrotingsartikelen EZ Najaarsnota 2016 (x € 1 mln)

11

12

13

14

15

16

17

18

19

40

41

Totaal

Verplichtingenmutaties

– 1

16

5

– 2.165

– 36

91

– 10

6

0

9

– 2.085

Uitgavenmutaties

0

0

– 1

– 1

– 36

86

– 10

6

0

9

54

Ontvangstenmutaties

– 9

– 2

2

– 164

76

10

– 10

– 5

– 101

Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2016 (Najaarsnota)

Bedragen x € 1.000
 

Art. nr.

Uitgaven 2016

Stand oorspronkelijk vastgestelde begroting 2016

 

4.894.512

Stand na 1e suppletoire begroting 2016

 

5.300.216

     

Stand na Miljoenennota 2017

 

5.236.389

     

Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties (Najaarsnota):

   

Decentralisatie-uitkering MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT)

12

– 15.000

Ruimtevaart (ESA)

12

13.400

BMKB

13

– 5.594

Green Deals

14

– 9.981

Overige subsidies artikel 14

14

– 14.790

Bijdrage ECN

14

40.000

Pallas

14

– 12.034

Rijksbijdrage scholenprogramma Groningen

15

– 17.625

Verduurzaming Meerjarenprogramma NCG

15

– 18.500

Begrotingsreserve apurement

16

73.329

Bijdrage VWS voor NVWA

16

5.300

Bekostiging VMBO-groen

17

– 6.000

Schikking Recreatieschap Midden Delfland

18

6.000

Bijdrage DICTU

40

16.094

Overige mutaties

div.

– 631

     

Stand na 2e suppletoire begroting 2016

 

5.290.357

Decentralisatie-uitkering MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT)

Voor de openstelling in 2016 van de MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT) is voor de decentrale uitvoering € 20 mln beschikbaar. Hiervan wordt € 15 mln via een decentralisatie uitkering overgeboekt naar het Provinciefonds. Het resterende deel wordt in de eerste suppletoire begroting van 2017 overgeboekt naar het Provinciefonds.

Ruimtevaart (ESA)

Dit betreft de verplichte ESA-bijdrage in het kader van General Budget en Kourou voor 2017.

BMKB

Voor de BMKB-regeling zullen de schadebetalingen naar verwachting € 5,6 mln lager uitvallen dan geraamd. De actuele verwachting is dat er ten laste van de EZ-begroting € 37 mln uitgekeerd moet worden voor schades op afgegeven borgstellingen.

Green Deals

Voor diverse green deal-projecten en de regeling laadinfrastructuur wordt de EZ-bijdrage in het Provinciefonds en het Gemeentefonds gestort.

Overige subsidies artikel 14

De 1-op-1 afspraken met bedrijven over energiebesparing hebben vertraging ondervonden doordat bedrijven laat projecten hebben ingediend om een 1-op-1 afspraak over te sluiten. Uiteindelijk zijn weliswaar projecten ingediend maar hier waren geen projecten bij waarbij voor 2016 subsidie nodig of vanuit beleidsmatig oogpunt wenselijk was. Er is dit jaar wel vanuit de Green Deal subsidie toegekend aan een drietal projecten op het gebied van energiebesparing die meetellen voor de 1-op-1 afspraken.

Bijdrage ECN

Als onderdeel van het financieel arrangement dat getroffen is met Stichting ECN (TK, 30 196, nr. 476) vindt in 2016 een kapitaalinjectie plaats van € 40 mln aan ECN/NRG. Deze kapitaalinjectie wordt gedekt uit de begrotingen van EZ en VWS en is geoormerkt voor het verwerken en afvoeren van het (historisch) radioactief afval.

Pallas

De voor 2016 voorziene uitkering op de subsidie voor de voorbereiding van de Pallas-reactor vindt niet plaats, omdat het in 2014 door EZ verstrekte voorschot voldoende blijkt te zijn om de tot en met 2016 gedane en verwachte uitgaven ten behoeve van het Pallas-project te dekken.

Rijksbijdrage scholenprogramma Groningen

De eerste tranche van de rijksbijdrage aan het scholenprogramma in Groningen is als decentralisatie-uitkering in het Gemeentefonds beschikbaar gesteld aan de deelnemende gemeenten.

Verduurzaming Meerjarenprogramma NCG

Op het onderdeel Verduurzaming van het Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen (NCG) is dit voorjaar binnen de EZ-begroting in totaal € 40 mln beschikbaar gemaakt, waarvan € 18,5 mln in 2016. Deze € 18,5 mln wordt dit jaar niet benut.

Begrotingsreserve apurement

Als gevolg van opgelegde correcties voor niet EU-conforme uitvoering van voornamelijk de regeling Groenten en fruit heeft een onttrekking van € 65,3 mln plaatsgevonden uit de begrotingsreserve apurement. Deze € 65,3 mln is naar aanleiding van de opgelegde correctie door EZ uitbetaald aan de Europese Commissie. Daarnaast heeft een storting in de begrotingsreserve plaatsgevonden van € 8 mln voor onder andere een terugontvangen bedrag van de Europese Commissie.

Bijdrage VWS voor NVWA

Dit betreft een bijdrage van VWS voor de NVWA als onderdeel van de financiële dekking, zoals aangekondigd in de Kamerbrief van 27 mei 2016 (TK, 33 835, nr. 33).

Bekostiging VMBO-groen

De verlaging houdt verband met lagere leerlingenaantallen bij het groen onderwijs VMBO (€ 1,5 mln) en met het hanteren van lagere prijzen per leerling conform de OCW systematiek (€ 4,5 mln).

Schikking Recreatieschap Midden Delfland

Betreft hogere uitgaven van € 6 mln in verband met de afwikkeling van een schadeclaim van het Recreatieschap Midden Delfland.

Bijdrage DICTU

De hogere bijdrage aan DICTU wordt veroorzaakt door een vertraging van het in productie nemen van de Cloud Infrastructuur, licenties voor Microsoft Office en Oracle, hogere ICT-uitgaven in verband met verlenging van werkplekcontracten met Capgemini en extra uitgaven aan hard en -software. De uitgaven voor de licentie voor Oracle en het langer in beheer houden van werkplekken komen mede voort uit het langer dan voorzien in beheer moeten houden van de traditionele infrastructuur.

Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2016 (Najaarsnota)

Bedragen x € 1.000
 

Art. nr.

Ontvangsten 2016

Stand oorspronkelijk vastgestelde begroting 2016

 

6.783.470

Stand na 1e suppletoire begroting 2016

 

3.354.929

     

Stand na Miljoenennota 2017

 

3.512.357

     

Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties (Najaarsnota):

   

Diverse ontvangsten artikel 11

11

– 6.364

Bijstelling raming aardgasbaten

14

– 100.000

Vertraging ontvangsten SDE+

14

– 64.000

Begrotingsreserve apurement

16

65.326

Diverse ontvangsten artikel 18

18

10.263

Temporisatie dividendontvangst

19

– 10.000

Overige mutaties

div.

3.528

     

Stand na 2e suppletoire begroting 2016

 

3.411.110

Diverse ontvangsten artikel 11

De verlaging van de raming diverse ontvangsten wordt voornamelijk veroorzaakt door de aanpassing van de prijs van de verlenging van de FM vergunning van Radio Veronica. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft bepaald dat de prijs die Radio Veronica heeft moeten betalen voor de verlenging van haar FM-vergunning voor de periode 2011 tot 2017, onjuist was berekend. Deze correctie wordt verrekend met Radio Veronica en leidt dus tot lagere ontvangsten.

Bijstelling raming aardgasbaten

De meest recente raming bij Najaarsnota 2016 laat zien dat een neerwaartse bijstelling van de ontvangsten noodzakelijk is als gevolg van een lagere gasprijs. Bij Miljoenennota 2017 werd rekening gehouden met circa € 14 ct/m3. Deze prijs is nu circa € 13 ct/m3.

Vertraging ontvangsten SDE+

De prognose van de ontvangsten uit hoofde van de opslag duurzame energie (ODE) is met € 64 mln naar beneden bijgesteld, omdat het energieverbruik (de grondslag voor de heffing) lager uitvalt dan eerder verwacht.

Begrotingsreserve apurement

Als gevolg van opgelegde correcties voor niet EU-conforme uitvoering van voornamelijk de regeling Groenten en fruit heeft een onttrekking van € 65,3 mln plaatsgevonden uit de begrotingsreserve apurement.

Diverse ontvangsten artikel 18

Er wordt € 7,7 mln ontvangen uit de afrekening van het RVO-opdrachtenpakket 2015 in verband met niet bestede middelen in 2015 voor de subsidieregeling Natuur en Landschap (SNL). Deze middelen komen nu in 2016 tot uitbetaling. Daarnaast zijn er ontvangsten van derden voor het project Vierkant voor Werk (provincie Drenthe), het programma Rijke Waddenzee (Groningen en Rijkswaterstaat) en de evaluatie van het Natuurpact (provincies).

Temporisatie dividendontvangst

In tegenstelling tot de eerdere verwachting wordt € 10 mln dividend van de NOM niet in 2016, maar in 2017 ontvangen.

3. De beleidsartikelen

Budgettaire gevolgen van beleid,

Beleidsartikel 11 Goed functionerende economie en markten (Tweede suppletoire begroting)

Bedragen x € 1.000
     

Mutaties 2e suppletoire begroting 2016 (3)

 
 

Stand vastgestelde begroting 2016

(1)

Stand 1e suppletoire begroting

2016

(2)

Mutaties

Miljoenennota

Overige mutaties

2e suppletoire

begroting

Stand 2e suppletoire begroting

2016

(4)=(2+3)

VERPLICHTINGEN

183.401

184.755

8.103

– 597

192.261

UITGAVEN

184.622

185.976

8.103

– 202

193.877

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

96%

96%

   

99%

           

Subsidies

100

100

 

500

600

Digitalisering regionale radio

100

100

 

500

600

           

Opdrachten

8.394

9.333

– 1.136

– 1.543

6.654

Onderzoek en Opdrachten

1.458

1.677

15

112

1.804

PIANOo/TenderNed

 

1.405

– 582

– 128

695

Beleidsvoorbereiding en evaluaties Frequenties en Veiligheid

6.936

6.251

– 569

– 1.527

4.155

           

Bijdragen aan agentschappen

15.524

19.735

3.050

693

23.478

Agentschap Telecom

9.539

13.633

513

525

14.671

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland

 

629

50

408

1.087

DICTU

5.985

5.473

2.487

– 240

7.720

           

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

156.690

152.828

6.402

224

159.454

Metrologie

13.573

9.711

178

 

9.889

Raad voor Accreditatie

142

142

3

73

218

ACM

375

375

75

227

677

CBS

142.600

142.600

6.146

– 76

148.670

           

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

3.914

3.980

– 213

– 76

3.691

Nederlands Normalisatie Instituut (NEN)

1.206

1.220

14

 

1.234

Internationale organisaties

2.637

2.689

– 229

– 3

2.457

Raad van deskundigen voor de nationale meetstandaarden

71

71

2

– 73

0

           

ONTVANGSTEN

59.934

115.034

308

– 9.264

106.078

High Trust

31.300

31.300

 

– 2.900

28.400

Diverse ontvangsten

28.634

83.734

308

– 6.364

77.678

Toelichting op de ontvangsten

High Trust

Omdat de inning van boetes door de Autoriteit Consument & Markt (ACM) en het Agentschap Telecom (AT) dit jaar naar verwachting lager uitvalt dan geraamd wordt deze raming neerwaarts bijgesteld tot € 28,4 mln.

Diverse ontvangsten

De verlaging van de raming diverse ontvangsten wordt voornamelijk veroorzaakt door de aanpassing van de prijs van de verlenging van de FM vergunning van Radio Veronica. Op 8 januari 2015 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) bepaald dat de prijs die Radio Veronica (onderdeel van de Telegraaf Media Groep (TMG)) heeft moeten betalen voor de verlenging van haar FM-vergunning voor de periode van 2011 tot 2017, onjuist was berekend. Nadat het CBb op 8 oktober 2015 heeft geoordeeld dat alle overige verlengingsprijzen wél correct waren berekend, is aan het bureau SEO Economisch Onderzoek opdracht verleend om de prijs voor Radio Veronica opnieuw te berekenen, daarbij rekening houdend met de uitspraak van het CBb. Het onderzoek van SEO is inmiddels afgerond. De oorspronkelijke prijs voor de hele periode was € 20,4 mln. De nieuwe prijs die betaald moet worden, bedraagt € 12,7 mln. Dit verschil zal in 2016 met Radio Veronica worden verrekend en leidt dus tot lagere ontvangsten.

Budgettaire gevolgen van beleid,

Beleidsartikel 12 Een sterk innovatievermogen (Tweede suppletoire begroting)

Bedragen x € 1.000
     

Mutaties 2e suppletoire begroting 2016 (3)

 
 

Stand vastgestelde begroting 2016

(1)

Stand 1e suppletoire begroting

2016

(2)

Mutaties

Miljoenennota

Overige mutaties

2e suppletoire

begroting

Stand 2e suppletoire begroting

2016

(4)=(2+3)

VERPLICHTINGEN

488.218

491.550

8.529

15.545

515.624

UITGAVEN

528.564

531.143

758

– 55

531.846

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

88%

92%

   

97%

           

Subsidies

57.645

57.624

253

– 14.335

43.542

MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT)

34.022

34.022

177

– 14.249

19.950

Eurostars

13.098

13.098

0

– 2.345

10.753

Lucht- en Ruimtevaart

4.874

4.874

26

– 924

3.976

Overig

5.651

5.630

50

3.183

8.863

           

Opdrachten

1.493

2.501

1.150

– 80

3.571

Onderzoek en opdrachten

1.493

2.501

1.150

– 80

3.571

           

Bijdragen aan agentschappen

56.727

57.487

1.142

– 3.575

55.054

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland

56.444

57.204

1.140

– 3.575

54.769

Agentschap Telecom

283

283

2

0

285

           

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

134.750

135.985

1.969

2.007

139.961

TNO

134.750

135.985

1.969

2.007

139.961

           

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

277.949

277.546

– 3.756

15.928

289.718

Toeslag Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI-toeslag)

75.364

80.514

– 4.676

0

75.838

Internationaal Innoveren

23.679

23.679

45

4.783

28.507

Topsectoren overig

68.613

62.515

– 814

– 2.941

58.760

Marin, Deltares, NLR

32.344

33.149

477

965

34.591

Ruimtevaart (ESA)

76.776

76.776

1.186

13.150

91.112

Overig

1.173

913

26

– 29

910

           

ONTVANGSTEN

45.449

49.624

1.150

– 1.574

49.200

Luchtvaartkredietregeling

5.777

5.777

0

1.371

7.148

Technische Ontwikkelingsprojecten (TOP)

2.000

2.000

0

– 1.532

468

Rijksoctrooiwet

32.512

36.512

1.000

0

37.512

Eurostars

3.572

3.572

0

– 1.571

2.001

Diverse ontvangsten

1.588

1.763

150

158

2.071

Toelichting op de verplichtingen

De verhoging van het verplichtingbudget met € 15,5 mln wordt met name veroorzaakt door:

  • •  MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT, – € 15,0 mln), voor de openstelling in 2016 van de MIT is voor de decentrale uitvoering € 20 mln beschikbaar. Hiervan wordt € 15,0 mln via een decentralisatie uitkering overgeboekt naar het Provinciefonds. Het resterende deel wordt in de eerste suppletoire begroting van 2017 overgeboekt naar het Provinciefonds.
  • •  Toeslag Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI, € 16,0 mln), op basis van ingediende aanvragen wordt een benutting van € 130 mln verwacht. Voor de TKI-toeslag regeling was € 114 mln verplichtingenbudget beschikbaar. Daarom wordt het verplichtingenbudget met € 16 mln verhoogd.
  • •  Ruimtevaart (ESA, € 13,4 mln), deze mutatie betreft de verplichte ESA bijdragen in het kader van General Budget en Kourou voor 2017.

Toelichting op de uitgaven

Per saldo is er bijna geen mutatie op het kasbudget. Zie toelichting op de verplichtingen van MIT (– € 15 mln) en ESA (€ 13,4 mln). Voor deze verplichtingmutaties is een even grote kasmutatie geboekt.

Budgettaire gevolgen van beleid,

Beleidsartikel 13 Een excellent ondernemingsklimaat (Tweede suppletoire begroting)

Bedragen x € 1.000
     

Mutaties 2e suppletoire begroting 2016 (3)

 
 

Stand vastgestelde begroting 2016

(1)

Stand 1e suppletoire begroting

2016

(2)

Mutaties

Miljoenennota

Overige mutaties

2e suppletoire

begroting

Stand 2e suppletoire begroting

2016

(4)=(2+3)

VERPLICHTINGEN

1.836.110

2.601.713

11.183

4.803

2.617.699

Waarvan garantieverplichtingen

1.650.000

2.419.350

97

0

2.419.447

UITGAVEN

265.166

264.069

22.629

– 587

286.111

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

90%

98%

   

98%

           

Garanties

67.480

66.780

0

– 5.594

61.186

BMKB

42.594

42.594

0

– 5.594

37.000

Groeifaciliteit

9.365

8.850

0

0

8.850

Garantie Ondernemings-financiering (GO)

11.842

11.745

0

0

11.745

Garantieregeling scheepsnieuwbouwfinanciering

3.679

3.591

0

0

3.591

           

Subsidies

21.486

18.540

– 269

– 1.454

16.817

Bevorderen ondernemerschap

10.709

9.033

– 309

1.300

10.024

Interdepartementaal Programma Biobased Economy

2.884

1.614

0

0

1.614

Uitfinanciering subsidies

7.893

7.893

40

– 2.754

5.179

           

Opdrachten

21.956

13.695

3.868

3.847

21.410

Onderzoek & ontwikkeling

1.019

1.019

– 135

574

1.458

ICT-beleid

17.611

10.470

4.078

3.993

18.541

Beleidsvoorbereiding en evaluaties

120

 

0

0

0

Regiegroep Regeldruk / ACTAL

2.206

2.206

– 75

– 720

1.411

           

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

12.319

13.070

466

0

13.536

NBTC

8.469

8.469

85

0

8.554

UNWTO

240

321

0

0

321

Bijdragen aan instituten

3.610

4.280

381

0

4.661

           

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

117.606

118.226

16.230

648

135.104

Kamer van Koophandel / Ondernemerspleinen

117.606

118.226

16.230

648

135.104

           

Bijdragen aan agentschappen

25.319

33.758

2.334

1.966

38.058

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland

23.109

29.785

1.347

2.219

33.351

Agentschap Telecom

 

1.763

960

– 3

2.720

Logius

2.210

2.210

27

– 250

1.987

           

ONTVANGSTEN

61.952

61.609

269

1.724

63.602

BMKB

29.000

29.000

0

4.000

33.000

Begrotingsreserve BMKB

5.000

5.000

0

– 5.000

0

Groeifaciliteit

8.000

8.000

0

0

8.000

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

13.000

13.000

0

0

13.000

Borgstelling Scheepsnieuwbouw

4.000

4.000

0

0

4.000

F-35

1.843

1.500

0

0

1.500

Diverse ontvangsten

1.109

1.109

269

2.724

4.102

Toelichting op de uitgaven

Voor de BMKB-regeling zullen de schadebetalingen naar verwachting € 5,6 mln lager uitvallen dan geraamd, hierdoor zal er in 2016 ook geen onttrekking op de begrotingsreserve plaatsvinden van € 5 mln, zoals aanvankelijk geraamd was. De premie-ontvangsten zijn naar verwachting € 4 mln hoger dan de raming. Uitgaande van de huidige raming zal er als saldo van de geraamde uitgaven van € 37 mln en de geraamde ontvangsten van € 33 mln nog € 4 mln uit de EZ-begroting gefinancierd worden.

Toelichting op de ontvangsten

Zie toelichting op de uitgaven wat betreft de mutatie op BMKB en begrotingsreserve BMKB.

Toelichting op de begrotingsreserves

Begrotingsreserve BMKB

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2016

54.168

+ Geraamde storting

 

– Geraamde onttrekking

 

Stand (raming) per 31/12/2016

54.168

De eerder geraamde onttrekking uit de begrotingsreserve van € 5 mln kan vanwege de lagere schadebetalingen en hogere premie ontvangsten komen te vervallen.

Begrotingsreserve Groeifaciliteit

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2016

17.000

+ Geraamde storting

 

– Geraamde onttrekking

 

Stand (raming) per 31/12/2016

17.000

Begrotingsreserve Garantie Ondernemersfinanciering

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2016

53.111

+ Geraamde storting

 

– Geraamde onttrekking

 

Stand (raming) per 31/12/2016

53.111

Begrotingsreserve Garantiefaciliteit Scheepsnieuwbouwfinanciering

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2016

10.044

+ Geraamde storting

 

– Geraamde onttrekking

 

Stand (raming) per 31/12/2016

10.044

Begrotingsreserve Garantie MKB-financiering

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2016

9.000

+ Geraamde storting

 

– Geraamde onttrekking

 

Stand (raming) per 31/12/2016

9.000

Budgettaire gevolgen van beleid,

Beleidsartikel 14 Een doelmatige en duurzame energievoorziening (Tweede suppletoire begroting)

Bedragen x € 1.000
     

Mutaties 2e suppletoire begroting 2016 (3)

 
 

Stand vastgestelde begroting 2016

(1)

Stand 1e suppletoire begroting

2016

(2)

Mutaties

Miljoenennota

Overige mutaties

2e suppletoire

begroting

Stand 2e suppletoire begroting

2016

(4)=(2+3)

VERPLICHTINGEN

5.432.919

18.573.859

– 1.619.969

– 2.165.351

14.788.539

Waarvan garantieverplichtingen

93.050

159.650

– 48.000

– 82.750

28.900

UITGAVEN

1.820.326

1.885.866

– 11.556

– 984

1.873.326

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

97%

96%

   

99%

           

Subsidies

1.594.948

1.603.753

15.811

12.633

1.632.197

Topsectoren Energie

55.840

84.480

 

1.397

85.877

Energie-innovatie (Innovatie Agenda Energie)

2.377

19.698

– 1.700

– 423

17.575

Green Deal

16.354

16.479

– 5.000

– 9.180

2.299

Energieakkoord

48.089

20.979

– 126

– 1.653

19.200

MEP

278.022

278.022

 

10.840

288.862

SDE/SDE +

1.119.215

1.061.991

– 4.563

– 12.987

1.044.441

ISDE-regeling

 

60.000

   

60.000

Compensatie Energie-intensieve bedrijven (ETS)

51.000

51.235

   

51.235

CCS

8.040

240

 

– 34

206

Hoge Flux Reactor

8.111

7.251

 

– 1

7.250

Verduurzamingsopgave Groningen

 

– 11.500

11.500

 

0

Caribisch Nederland

7.900

7.900

 

– 536

7.364

Regeling Sportaccommodaties

 

6.000

   

6.000

Elektrisch rijden

   

700

 

700

Overige subsidies

 

978

15.000

– 14.790

1.188

Bijdrage ECN

     

40.000

40.000

           

Garanties

 

1.000

800

788

2.588

Geothermie

 

1.000

800

788

2.588

           

Opdrachten

25.686

54.558

– 30.269

– 11.534

12.755

Verduurzamingsopgave Groningen

 

30.000

– 30.000

 

0

O&O bodembeheer

10.768

7.917

– 1.034

– 3.683

3.200

Joint implementation

314

816

– 300

– 193

323

Straling

20

20

 

– 20

0

Pallas

12.034

12.034

 

– 12.034

0

Onderzoek en opdrachten

2.550

3.771

1.065

4.396

9.232

           

Bijdragen aan agentschappen

41.106

44.226

1.467

73

45.766

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland

39.424

42.544

1.417

95

44.056

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

678

678

20

– 22

676

KNMI

1.004

1.004

30

 

1.034

           

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

113.116

115.416

30

– 3.117

112.329

Doorsluis COVA heffing

111.000

111.000

 

– 3.000

108.000

TNO Bodembeheer

2.116

4.416

30

– 117

4.329

           

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

45.470

66.913

605

173

67.691

ECN/NRG

44.487

66.087

305

430

66.822

Diverse instituten

983

826

300

– 257

869

           

ONTVANGSTEN

6.386.411

2.789.411

153.150

– 163.533

2.779.028

COVA

111.000

111.000

 

– 3.000

108.000

SDE+

494.000

494.000

 

– 64.000

430.000

Begrotingsreserve duurzame energie

77.000

77.000

   

77.000

Aardgasbaten

5.700.000

2.100.000

150.000

– 100.000

2.150.000

Ontvangsten zoutwinning

1.761

1.761

750

– 1

2.510

Diverse ontvangsten

2.650

5.650

2.400

3.468

11.518

Toelichting op de verplichtingen

  • •  Omdat voor de tenderprocedure van de windmolenparken Borssele I en II minder verplichtingruimte benodigd is, wordt het verplichtingenbudget neerwaarts bijgesteld.
  • •  De lagere garantieverplichtingen zijn het gevolg van een lagere dan verwachte afgifte van garanties voor de garantieregeling Geothermie.

Toelichting op de uitgaven

Subsidies

Overige subsidies

De 1-op-1 afspraken met bedrijven over energiebesparing hebben vertraging ondervonden doordat bedrijven laat projecten hebben ingediend om een 1-op-1 afspraak over te sluiten. Uiteindelijk zijn weliswaar projecten ingediend maar hier waren geen projecten bij waarbij subsidie nodig of vanuit beleidsmatig oogpunt wenselijk was. Er is dit jaar wel vanuit de Green Deal subsidie toegekend aan een drietal projecten op het gebied van energiebesparing die meetellen voor de 1-op-1 afspraken, namelijk Het Groene Net (warmtenet), AKZONobel (restwarmte) en Dow Benelux BV (waterstofsymbiose).

Bijdrage ECN

Als onderdeel van het financieel arrangement dat getroffen is met Stichting ECN (TK, 30 196, nr. 476) vindt in 2016 een kapitaalinjectie plaats van € 40 mln aan ECN/NRG. Deze kapitaalinjectie wordt gedekt uit de begrotingen van EZ en VWS en is geoormerkt voor het verwerken en afvoeren van het (historisch) radioactief afval.

Opdrachten

Pallas

De voor 2016 voorziene uitkering op de subsidie voor de voorbereiding van de Pallas-reactor vindt niet plaats, omdat het in 2014 door EZ verstrekte voorschot voldoende blijkt te zijn om de tot en met 2016 gedane en verwachte uitgaven ten behoeve van het Pallas-project te dekken.

Toelichting op de ontvangsten

SDE+

De prognose van de ontvangsten uit hoofde van de Opslag Duurzame Energie (ODE) is met € 64 mln naar beneden bijgesteld, omdat het energieverbruik (de grondslag voor de heffing) lager uitvalt dan eerder verwacht.

Aardgasbaten

De meest recente raming bij Najaarsnota 2016 laat zien dat een neerwaartse bijstelling van de ontvangsten noodzakelijk is als gevolg van een lagere gasprijs. Bij Miljoenennota 2017 werd rekening gehouden met circa € 14 ct/m3. Deze prijs is nu circa € 13 ct/m3.

Toelichting op de begrotingsreserves

Begrotingsreserve Geothermie

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2016

21.959

+ Geraamde storting

1.338

– Geraamde onttrekking

– 1.250

Stand (raming) per 31/12/2016

22.047

Begrotingsreserve Duurzame energie

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2016

1.077.786

+ Geraamde storting

428.262

– Geraamde onttrekking

– 77.000

Stand (raming) per 31/12/2016

1.429.048

Begrotingsreserve risicopremie lening ECN/NRG

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2016

6.600

+ Geraamde storting

 

– Geraamde onttrekking

 

Stand (raming) per 31/12/2016

6.600

Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 15 Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen (Tweede suppletoire begroting)

Bedragen x € 1.000
     

Mutaties 2e suppletoire begroting 2016 (3)

 
 

Stand vastgestelde begroting 2016

(1)

Stand 1e suppletoire begroting

2016

(2)

Mutaties

Miljoenennota

Overige mutaties

2e suppletoire

begroting

Stand 2e suppletoire begroting

2016

(4)=(2+3)

VERPLICHTINGEN

 

98.900

17.666

– 36.125

80.441

Waarvan garantieverplichtingen

         

UITGAVEN

 

98.900

17.666

– 36.125

80.441

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

 

O%

   

100%

           

Subsidies

 

84.000

18.500

– 36.125

66.375

Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen

 

84.000

– 84.000

   

Verduurzamingsopgave uit aardgasbaten

   

75.000

– 17.625

57.375

Verduurzamingsopgave overig (kader relevante uitgaven)

   

18.500

– 18.500

 

Instrumentarium woningmarkt

   

9.000

 

9.000

Scholenprogramma (kader relevante uitgaven)

         
           

Opdrachten

 

14.900

– 904

 

13.996

Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen

 

14.900

– 14.900

   

Onderzoek en compensatie gemeenten en provincie

   

6.096

 

6.096

Werkbudget

   

7.900

 

7.900

           

Bijdragen aan agentschappen

   

70

 

70

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland

   

70

 

70

Toelichting op de verplichtingen en de uitgaven

De verlaging van het verplichtingen- en uitgavenbudget is als volgt te verklaren:

  • •  De eerste tranche van de rijksbijdrage aan het scholenprogramma in Groningen (€ 17,6 mln) is als decentralisatie-uitkering in het Gemeentefonds beschikbaar gesteld aan de deelnemende gemeenten.
  • •  Op het onderdeel Verduurzaming van het Meerjarenprogramma NCG is dit voorjaar binnen de EZ-begroting in totaal € 40 mln beschikbaar gemaakt, waarvan € 18,5 mln in 2016. Voor het budget wat meerjarig beschikbaar is voor verduurzaming in combinatie met versterking worden op dit moment inspecties uitgevoerd die uiteindelijk moeten leiden tot concrete plannen voor de versterkingsopgave. De voor het jaar 2016 geraamde € 18,5 mln wordt dit jaar niet benut. Omdat de totale € 40 mln beschikbaar moet blijven voor Verduurzaming zal de € 18,5 mln die in 2016 onbenut is gebleven beschikbaar gemaakt worden binnen de EZ-begroting in de jaren waarin deze middelen benodigd zijn.

Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 16 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens (Tweede suppletoire begroting)

Bedragen x € 1.000
     

Mutaties 2e suppletoire begroting 2016 (3)

 
 

Stand vastgestelde begroting 2016

(1)

Stand 1e suppletoire begroting

2016

(2)

Mutaties

Miljoenennota

Overige mutaties

2e suppletoire

begroting

Stand 2e suppletoire begroting

2016

(4)=(2+3)

VERPLICHTINGEN

636.548

649.747

16.495

91.205

757.447

Waarvan garantieverplichtingen

131.610

128.086

– 2.571

– 2.507

123.008

UITGAVEN

544.121

549.232

20.632

85.972

655.836

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

88%

88%

   

88%

           

Subsidies

40.817

38.509

– 649

71.944

109.804

Duurzame veehouderij

10.320

10.320

 

1.827

12.147

Investeringsregeling duurzame stallen

4.458

4.458

 

2.507

6.965

Regeling fijnstofmaatregelen

4.720

4.720

 

– 1.000

3.720

Overig

1.142

1.142

 

320

1.462

Plantaardige productie

9.063

16.069

– 700

– 530

14.839

Investeringsregeling Milieuvriendelijke Maatregelen (IMM)

5.100

12.100

   

12.100

Marktintroductie energie innovaties (MEI)

3.689

3.689

– 700

– 530

2.459

Overig

274

280

   

280

Visserij

6.518

6.518

40

– 2.796

3.762

Regelingen onder het nieuwe EFMZV

5.779

5.779

40

– 4.117

1.702

Overige (uitfinanciering regelingen onder EVF)

739

739

 

1.321

2.060

Agrarisch ondernemerschap

6.535

4.521

 

– 1.000

3.521

Brede weersverzekering

6.518

6.518

 

– 1.000

5.518

Investeringsregeling Jonge Agrariërs

17

17

   

17

Overig

 

– 2.014

   

– 2.014

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

1.092

1.092

 

1.114

2.206

Overig

1.092

1.092

 

1.114

2.206

Apurement

7.289

– 11

11

65.326

65.326

Regeling apurement

7.289

– 11

11

65.326

65.326

Begrotingsreserves

     

8.003

8.003

Begrotingsreserve landbouw

       

0

Begrotingsreserve apurement

     

8.003

8.003

           

Garanties

21.560

10.515

0

– 2.507

8.008

Bijdrage begrotingsreserve Borgstellingsfaciliteit

5.014

3.008

   

3.008

Verliesdeclaraties Borgstellingsfaciliteit

14.039

5.000

   

5.000

Garantstelling Marktintroductie Innovaties (GMI)

2.507

2.507

 

– 2.507

0

           

Opdrachten

121.899

112.053

4.673

6.517

123.243

Duurzame veehouderij

4.139

4.437

34

748

5.219

Mestbeleid

9.318

1.498

– 15

1.273

2.756

Plantaardige productie

1.877

690

177

260

1.127

Plantgezondheid

2.023

2.023

 

315

2.338

Diergezondheid en dierenwelzijn

11.967

8.513

90

3.204

11.807

Voedselveiligheid- en kwaliteit

4.572

4.663

– 65

920

5.518

Voedselzekerheid en internationaal en Europees landbouwbeleid

3.587

3.587

– 141

– 1.418

2.028

Visserij

1.202

1.082

– 164

619

1.537

Agrarisch ondernemerschap

2.409

2.409

 

– 203

2.206

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

80.805

83.151

4.757

799

88.707

           

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

83.206

82.011

1.609

– 1.483

82.137

Medebewind en overige voormalige publieke PBO-taken

5.631

5.487

242

– 2.458

3.271

Dienst Landbouwkundig Onderzoek

75.646

75.695

1.083

92

76.870

Zon-MW (dierproeven)

0

   

4

4

College Toelating Gewasbeschermingssmiddelen en Biociden

1.007

1.107

6

879

1.992

Centrale Commissie Dierproeven

922

– 278

278

 

0

           

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

4.040

7.753

0

4.500

12.253

Diergezondheidsfonds

4.040

7.753

 

4.500

12.253

       

 

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

8.861

9.835

 

– 60

9.775

FAO en overige contributies

8.861

9.835

 

– 60

9.775

           

Bijdragen aan agentschappen

263.738

288.556

14.999

7.061

310.616

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

124.786

138.011

10.280

4.986

153.277

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland

131.887

133.441

8.424

7.082

148.947

Rijksdienst voor Volksgezondheid en Milieu

 

9.876

– 3.973

– 5.007

896

Rijksrederij

7.065

7.228

268

 

7.496

           

ONTVANGSTEN

64.078

55.055

2.585

75.882

133.522

Mestbeleid

7.209

7.209

   

7.209

Diergezondheid en dierenwelzijn

500

500

 

650

1.150

Voedselzekerheid en internationaal en Europees landbouwbeleid

15.926

15.926

8.003

23.929

Visserij

4.993

5.156

2.000

 

7.156

Agrarisch ondernemerschap

245

245

 

991

1.236

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

12.380

12.233

585

 

12.818

Garanties (provisies)

1.800

1.800

   

1.800

Agentschappen

   

3.089

3.089

Begrotingsreserves

21.025

11.986

 

63.149

75.135

Toelichting op de verplichtingen

De verhoging van de verplichtingen hangt grotendeels samen met de uitgavenmutaties.

Toelichting op de uitgaven

Subsidies

Bij de Investeringsregeling duurzame stallen is voor in het verleden aangegane verplichtingen meer geld nodig in 2016. Dit wordt veroorzaakt door een ander uitfinancieringsritme dan oorspronkelijk geraamd bij de openstelling van de regeling in 2013 en 2014.

Er vinden per saldo € 2,8 mln minder uitgaven plaats in het kader van het Europees Visserijfonds (EVF) en het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV). Dit wordt voor het grootste deel veroorzaakt door latere openstelling van de regelingen van het EFMZV in de eerste jaren van de programmaperiode 2014–2019. De nationale cofinancieringsmiddelen worden in de begrotingsreserve Visserij gestort, zodat ze beschikbaar blijven voor latere jaren.

De uitgaven ten laste van apurement voor het bedrag van € 65,3 mln betreft voornamelijk de volgende correcties:

  • •  Operationele Programma’s Groenten en fruit, controle op de erkenning van producentenorganisaties 2008–2011 (zie TK, 21 501-32, nr. 884) en 2009–2011.
  • •  Schoolfruit, een in 2015 ontvangen correctiebesluit in verband met het aanvragen van de subsidie, voordat de te vergoeden kosten door de leveranciers van schoolfruit waren gemaakt en betaald.
  • •  Betaaltermijnoverschrijding 2015, overschrijding van de voorgeschreven betaaltermijn voor de GMO-regeling Groenten en Fruit als gevolg van een rechterlijke uitspraak.

De uitgaven voor de begrotingsreserve apurement van € 8 mln komen voort uit ontvangsten die in de begrotingsreserve apurement worden gestort. De storting in de begrotingsreserve wordt als uitgaven verantwoord. Het betreft de volgende posten:

  • •  Als gevolg van het nietig verklaren van een deel van een eerder opgelegde correctie van de Europese Commissie heeft Nederland een bedrag van € 4,7 mln terugontvangen.
  • •  Betaaltermijnoverschrijding 2015, overschrijding van de voorgeschreven betaaltermijn voor de GMO-regeling Groenten en Fruit als gevolg van een rechterlijke uitspraak. De oorspronkelijke correctie ad € 1,3 mln is in 2016 teruggedraaid en teruggestort en vervangen door een nieuwe correctie.
  • •  Bijdrage van de provincies in het kader van de uitvoering van het Plattelandsontwikkelingsprogramma van € 2 mln voor een risicofonds waaruit door de Europese Commissie opgelegde correcties worden betaald.

Garanties

Het geraamde bedrag voor verliesdeclaraties in het kader van de Garantstelling Marktintroductie Innovaties (GMI) wordt verlaagd met € 2,5 mln, omdat de GMI in 2016 nog niet is opengesteld.

Opdrachten

Bij het onderdeel opdrachten wordt € 6,5 mln meer uitgegeven. De belangrijkste extra uitgaven worden gedaan voor:

  • •  Projecten en monitoring op het gebied van mestbeleid (landelijk meetnet).
  • •  Diergezondheid en dierenwelzijn aan onder meer uitgaven voor in beslag genomen dieren en het programma antibiotica.
  • •  Kosten op het terrein van het Europees landbouwbeleid die niet declarabel blijken te zijn, maar die niet op de bijdrage aan de begunstigden kunnen worden verhaald.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

De bijdrage aan het Diergezondheidsfonds (DGF) wordt met € 4,5 mln verhoogd. De belangrijkste reden is dat totdat de wijziging van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren van kracht is, nog niet alle kosten in rekening gebracht kunnen worden die volgens het convenant Financiering bestrijding besmettelijke dierziekten 2015/2019 door de sectoren worden gedragen. Deze kosten worden door EZ (voor)gefinancierd.

Bijdragen aan agentschappen

In de brief over de NVWA van 27 mei 2016 van de Staatssecretaris van Economische Zaken aan de Tweede Kamer (Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 33 835, nr. 33) is een meerjarige financiële dekking opgenomen onder de noemer «extra bijdrage aan NVWA (Miljoenennota 2017)». Een deel van deze bijdrage is afkomstig van VWS en wordt bij Najaarsnota aan het budget toegevoegd.

Het opdrachtenpakket van de RVO is uitgebreid met € 7 mln. De hogere kosten zijn het gevolg van opstartkosten en lagere lege-inkomsten van de Centrale Commissie Dierproeven (CCD) die bij RVO is ondergebracht, extra kosten vanwege het openstellen van interventieregelingen en de inrichtingskosten van het stelsel van fosfaatrechten. Deze laatste is gefinancierd uit de verlaging van het budget voor mestbeleid van het RIVM met € 5 mln.

Toelichting op de ontvangsten

Om de door de Europese Commissie opgelegde correcties te kunnen doen (zie toelichting op de subsidies, apurement), wordt een bedrag van € 65,3 mln uit de reserve apurement onttrokken. De geraamde onttrekking uit de begrotingsreserve visserij wordt met € 2 mln verlaagd. Per saldo vindt een mutatie van € 63,1 mln plaats. Daarnaast wordt een bedrag van € 8 mln gestort in de reserve apurement (zie toelichting onder «subsidies», begrotingsreserve apurement).

Toelichting op de begrotingsreserves

Begrotingsreserve Visserij

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2016

17.231

+ Geraamde storting

0

– Geraamde onttrekking

– 22

Stand (raming) per 31/12/2016

17.209

Begrotingsreserve Landbouw

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2016

24.872

+ Geraamde storting

0

+ overheveling reservering pelsdierhouderij van borgstellingsfaciliteit naar begrotingsreserve Landbouw

10.000

– Geraamde onttrekking

– 6.626

Stand (raming) per 31/12/2016

28.246

Begrotingsreserve Borgstellingsfaciliteit

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2016

22.162

+ Geraamde storting

3.161

– Geraamde onttrekking

– 5.000

– Overheveling reservering pelsdierhouderij van borgstellingsfaciliteit naar begrotingsreserve Landbouw

– 10.000

Stand (raming) per 31/12/2016

10.323

Begrotingsreserve apurement

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2016

174.524

+ Geraamde storting

8.003

– Geraamde onttrekking

– 65.326

Stand (raming) per 31/12/2016

117.201

Budgettaire gevolgen van beleid,

Beleidsartikel 17 Groen onderwijs van hoge kwaliteit (Tweede suppletoire begroting)

Bedragen x € 1.000
     

Mutaties 2e suppletoire begroting 2016 (3)

 
 

Stand vastgestelde begroting 2016

(1)

Stand 1e suppletoire begroting

2016

(2)

Mutaties

Miljoenennota

Overige mutaties

2e suppletoire

begroting

Stand 2e suppletoire begroting

2016

(4)=(2+3)

VERPLICHTINGEN

842.665

840.000

20.843

– 9.796

851.047

UITGAVEN

796.001

793.336

20.843

– 9.738

804.441

Waarvan juridisch verplicht

100%

100%

   

100%

           

Leningen

 

0

   

0

Schatkistbankieren

         
           

Bekostiging

761.219

759.187

21.302

– 5.599

774.890

WO-groen

176.986

177.017

5.848

 

182.865

HBO-groen

80.912

80.912

2.261

 

83.173

MBO-groen

165.447

165.447

4.626

425

170.498

Wachtgelden

13.977

13.977

447

14.424

VMBO-groen

321.163

320.925

8.979

– 6.000

323.904

Aequor

2.734

909

– 859

– 24

26

           

Subsidies

33.540

32.669

– 496

– 4.101

28.072

Aansturing collectieve ondersteuning

         

School als Kenniscentrum

1.554

1.554

50

58

1.662

Kennisverspreiding en innovatie groen onderwijs

98

98

3

101

Aanvullende onderwijssubsidies

27.200

26.229

869

– 4.159

22.939

Ontwikkeling en beheer natuurkwaliteit

1.201

1.301

21

 

1.322

Educatie

3.487

3.487

– 1.439

 

2.048

           

Opdrachten

 

0

   

0

Kennisverspreidingsprojecten

         
           

Bijdragen aan agentschappen

1.242

1.480

37

– 38

1.479

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland

1.242

1.242

37

– 38

1.241

Dienst Uitvoering Onderwijs

 

238

   

238

           

ONTVANGSTEN

75

75

   

75

Toelichting op de verplichtingen en de uitgaven

De verlaging van uitgaven en verplichtingen met € 9,7 mln houdt onder meer verband met lagere leerlingenaantallen bij het groen onderwijs VMBO (€ 1,5 mln), met het hanteren van lagere prijzen per leerling conform de OCW systematiek (€ 4,5 mln) en met een verlaging van aanvullende onderwijssubsidies (€ 4,2 mln).

Toelichting op de interne begrotingsreserve schatkistbankieren

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2016

138

+ Geraamde storting

 

– Geraamde onttrekking

 

Stand (raming) per 31/12/2016

138

Budgettaire gevolgen van beleid,

Beleidsartikel 18 Natuur en regio (Tweede suppletoire begroting)

Bedragen x € 1.000
     

Mutaties 2e suppletoire begroting 2016 (3)

 
 

Stand vastgestelde begroting 2016

(1)

Stand 1e suppletoire begroting

2016

(2)

Mutaties

Miljoenennota

Overige mutaties

2e suppletoire

begroting

Stand 2e suppletoire begroting

2016

(4)=(2+3)

VERPLICHTINGEN

151.579

145.398

6.331

5.842

157.571

UITGAVEN

210.728

201.126

– 10.248

6.455

197.333

Waarvan juridisch verplicht

86%

86%

   

86%

           

Subsidies

49.987

47.517

– 11.862

4.676

40.331

Zuiderzeelijn

3.835

3.835

   

3.835

Cofinanciering EFRO, incl. ETS

29.590

29.420

– 11.734

– 2.714

14.972

Bijdrage aan ROM’s

6.337

6.537

– 138

– 720

5.679

Pieken in de Delta

6.226

3.726

 

1.660

5.386

Programma Natuurlijk Ondernemen en Green Deals

1.098

1.098

   

1.098

Beheer Kroondomein

772

772

   

772

Regelingen Natuur (Burgereducatie, RDN, SBL, VNBL)

2.129

2.129

10

6.450

8.589

           

Leningen

29.175

28.175

   

28.175

Rente en aflossingen voor bestaande leningen (EHS & PNB)

29.175

28.175

   

28.175

           

Opdrachten

33.520

33.590

– 1.534

4.394

36.450

Onderzoeksmiddelen

460

460

 

– 250

210

NURG/Maaswerken

3.815

5.255

   

5.255

Mainport Rotterdam

7.410

7.410

51

 

7.461

Nationale parken

1.000

   

1.000

Programma Rijke Waddenzee

623

580

   

580

Programma Natuurlijk Ondernemen en Green Deals

4.035

3.935

– 195

538

4.278

Natuurvisie

7.220

5.357

– 1.163

241

4.435

Regiekosten regionale functie

886

800

– 65

– 122

613

Kaderrichtlijn Marine Strategie/Noordzee

569

429

 

– 131

298

Natura 2000

2.149

2.149

 

– 70

2.079

Monitoring

1.672

1.672

   

1.672

Internationale biodiversiteit

362

462

– 327

153

288

Caribisch Nederland

1.137

1.121

12

– 65

1.068

Overig

3.182

2.960

153

4.100

7.213

           

Bijdragen aan medeoverheden

22.355

16.616

– 150

– 9.679

6.787

Uitfinanciering Sterke Regio's en Nota Ruimte

10.664

5.914

 

– 1.133

4.781

Programmatische Aanpak Stikstof

2.507

1.518

 

– 1.518

0

Westerschelde

7.028

7.028

 

– 7.028

0

Caribisch Nederland

2.006

2.006

 

2.006

Decentralisatiemiddelen natuur

150

150

– 150

 

0

           

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

25.947

26.147

661

 

26.808

Staatsbosbeheer

25.947

26.147

661

 

26.808

           

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

1.115

1.722

   

1.722

Diverse contributies

1.115

1.722

   

1.722

           

Bijdragen aan agentschappen

48.629

47.359

2.637

7.064

57.060

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland

39.284

38.026

2.356

6.834

47.216

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

9.345

9.333

281

230

9.844

           

ONTVANGSTEN

100.957

119.257

1.500

10.263

131.020

Landinrichtingsrente

42.161

42.161

   

42.161

Jachtakten

1.031

1.031

   

1.031

Verkoop gronden

50.000

57.800

1.500

 

59.300

Overige

7.765

18.265

 

10.263

28.528

Toelichting op de verplichtingen en uitgaven

Subsidies

De uitgaven vallen € 6,4 mln hoger uit door met name de afwikkeling van de uittreding van het Rijk uit het Recreatieschap Midden Delfland en de uitfinanciering van het project Pieken in de Delta. De verlaging met € 2,7 mln hangt samen met een budgetoverheveling naar het Ministerie van Financiën ten behoeve van de Auditdienst Rijk in het kader van de opdrachtverlening voor het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO).

Bijdragen aan medeoverheden

De verlaging van de uitgaven met € 8,1 mln hangt samen met een vertraging in de geraamde uitgaven van project natuurherstel Westerschelde en de overheveling van budget voor Sterke regio’s naar een ander artikelonderdeel.

Bijdragen aan agentschappen

De verhoging van de uitgaven met € 7 mln hangt deels samen met een vertraging in de inregeling en uitvoering van het nieuwe subsidie stelsel voor Natuur en Landschap in opdracht van de provincies. De middelen die hiervoor in 2015 beschikbaar waren, maar niet tot uitgaven hebben geleid, leiden dit jaar alsnog tot uitgaven. Daarnaast zijn er middelen nodig voor werkzaamheden die voortkomen uit de Natuurbeschermingswet, die met het van kracht worden van de nieuwe Wet natuurbescherming komen te vervallen. Aangezien er bij de raming vanuit is gegaan, dat de wet op 1 januari 2016 van kracht zou zijn, was met deze kosten geen rekening meer gehouden.

Toelichting op de ontvangsten

De hogere ontvangsten van € 10,3 mln hangen samen de afrekening van de opdracht aan RVO van 2015 als gevolg van de vertraging in 2015 in de inregeling en uitvoering van het nieuwe subsidie stelsel voor Natuur en Landschap in opdracht van de provincies. Daarnaast bestaat deze uit bijdragen van derden voor het project Vierkant voor Werk (provincie Drenthe), het programma Rijke Waddenzee (Groningen en Rijkswaterstaat) en de evaluatie van het Natuurpact (provincies).

Budgettaire gevolgen van beleid,

Beleidsartikel 19 Toekomstfonds (Tweede suppletoire begroting)

Bedragen x € 1.000
     

Mutaties 2e suppletoire begroting 2016 (3)

 
 

Stand vastgestelde begroting 2016

(1)

Stand 1e suppletoire begroting

2016

(2)

Mutaties

Miljoenennota

Overige mutaties

2e suppletoire

begroting

Stand 2e suppletoire begroting

2016

(4)=(2+3)

VERPLICHTINGEN

158.184

304.330

1.774

154

306.258

UITGAVEN

164.741

324.100

– 73.274

154

250.980

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

       

58%

           

Leningen

159.418

317.482

– 73.434

0

244.048

I MKB-FINANCIERING

         

Volledig revolverend

         

Dutch Venture Initiative/Fund of Funds

36.700

66.100

– 29.400

 

36.700

Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen

 

42.000

3.166

 

45.166

           

Gedeeltelijk revolverend

         

Innovatiekrediet

41.025

59.653

   

59.653

Risicokapitaal (seed capital)

20.079

35.744

   

35.744

Vroege fasefinanciering

11.614

14.361

– 1.200

 

13.161

           

II INVESTERINGEN IN FUNDAMENTEEL EN TOEGEPAST ONDERZOEK

Met vermogensbehoud

50.000

99.624

– 46.000

 

53.624

           

III Staatsobligaties Toekomstfonds

         
           

Subsidies

         

IV Reëel rendement voor onderzoek

         
           

Bijdragen aan agentschappen

5.323

6.618

160

154

6.932

Bijdrage Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

5.323

6.618

160

154

6.932

           

ONTVANGSTEN

32.088

130.888

– 1.634

– 10.000

119.254

MKB-FINANCIERING BESTAND INSTRUMENTARIUM

         

Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen

 

98.800

– 1.634

– 10.000

87.166

Fund of Funds (DVI I/Business Angels)

         

Innovatiekredieten

25.388

25.388

   

25.388

Seed

6.700

6.700

   

6.700

           

MKB-FINANCIERING INCIDENTELE MIDDELEN

         

Ontvangsten DVI II

         
           

Ontvangsten fundamenteel en toegepast onderzoek

         
           

Renteontvangsten Toekomstfonds

         

Toelichting op de ontvangsten

Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (– € 10 mln). In tegenstelling tot de eerdere verwachting wordt € 10 mln dividend van de NOM niet in 2016, maar in 2017 ontvangen.

4. De niet-beleidsartikelen

Budgettaire gevolgen van beleid,

Beleidsartikel 40 Apparaat (Tweede suppletoire begroting)

Bedragen x € 1.000
     

Mutaties 2e suppletoire begroting 2016 (3)

 
 

Stand vastgestelde begroting 2016

(1)

Stand 1e suppletoire begroting

2016

(2)

Mutaties

Miljoenennota

Overige mutaties

2e suppletoire

begroting

Stand 2e suppletoire begroting

2016

(4)=(2+3)

VERPLICHTINGEN

380.243

368.485

38.603

9.078

416.166

UITGAVEN

380.243

368.485

38.603

9.078

416.166

           

Personele uitgaven

252.733

254.315

21.314

– 17.718

257.911

– waarvan eigen personeel

206.892

208.252

11.157

920

220.329

– waarvan externe inhuur

6.090

6.090

0

330

6.420

– waarvan overige personele uitgaven

39.751

39.973

10.157

– 18.968

31.162

Materiële uitgaven

127.510

114.170

17.289

26.796

158.255

– waarvan ICT1

7.065

7.065

– 100

0

6.965

– waarvan bijdrage aan SSO’s (exclusief DICTU)

40.722

32.286

8.744

258

41.288

– waarvan SSO DICTU

35.251

36.123

4.485

16.094

56.702

– waarvan overige materiële uitgaven

44.472

38.696

4.160

10.444

53.300

           

ONTVANGSTEN

32.526

33.976

100

– 4.745

29.331

Noot 1: Het totaal van de ICT-uitgaven van het kerndepartement en buitendiensten bestaan uit de ICT-uitgaven geraamd onder de post materiële uitgaven en de bijdrage aan de SSO DICTU.

Toelichting op de verplichtingen en de uitgaven

Personele uitgaven

De lagere personele uitgaven (€ 17,7 mln) houden voornamelijk verband met interne herschikkingen binnen het apparaatsbudget. Deze lagere uitgaven worden als dekking ingezet voor hogere materiële uitgaven op met name de bijdrage aan de agentschappen DICTU en RVO (zie toelichting onder «materiële uitgaven»). De dekking vanuit het onderdeel «overige personele uitgaven» komt onder andere uit het restant van de eindejaarsmarge 2015 die nog niet was toebedeeld (€ 15,5 mln).

Materiële uitgaven

De hogere bijdrage aan DICTU wordt veroorzaakt door een vertraging van het in productie nemen van de Cloud Infrastructuur (€ 7,5 mln), licenties voor Microsoft Office (€ 2,5 mln) en Oracle (€ 2,6 mln), hogere ICT-uitgaven (€ 4,2 mln) in verband met verlenging van werkplekcontracten met Capgemini en extra uitgaven aan hard- en software. De uitgaven van de licentie voor Oracle en het langer dan voorzien in beheer houden van werkplekken komen mede voort uit het langer in beheer moeten houden van de traditionele infrastructuur. Daarnaast is een opdracht voor het ondernemingsdossier aan DICTU gewijzigd waardoor de bijdrage aan DICTU met € 0,7 mln wordt verlaagd.

De hogere bijdrage op het onderdeel «overige materiële uitgaven» wordt voornamelijk veroorzaakt door kosten bij RVO gerelateerd aan ICT-investeringen en de restant frictiekosten van eerdere fusies (€ 11,1 mln). Daarnaast is op dit onderdeel sprake van een meevaller van circa € 0,7 mln.

Toelichting op de ontvangsten

De lagere ontvangsten worden voornamelijk veroorzaakt doordat geraamde retributie inkomsten bij SodM voor een bedrag van € 3 mln niet konden worden gerealiseerd. De grondslagen hiervoor zijn onderdeel van de nieuwe Mijnbouwwet (En de daaraan gekoppelde nieuwe Europese veiligheidsrichtlijn). Deze nieuwe mijnbouwwet was in 2016 nog niet aangenomen. Bij ACM kon in 2016 € 2,2 mln van de kosten van 2015 niet worden doorbelast, en waren de ontvangsten van fusiemeldingen € 1 mln lager dan geraamd vanwege een geringer aantal meldingen dan verwacht. Bij het CPB zijn de ontvangsten € 1,2 mln hoger dan begroot.

Budgettaire gevolgen van beleid,

Beleidsartikel 41 Nominaal en onvoorzien (Tweede suppletoire begroting)

Bedragen x € 1.000
     

Mutaties 2e suppletoire begroting 2016 (3)

 
 

Stand vastgestelde begroting 2016

(1)

Stand 1e suppletoire begroting

2016

(2)

Mutaties

Miljoenennota

Overige mutaties

2e suppletoire

begroting

Stand 2e suppletoire begroting

2016

(4)=(2+3)

VERPLICHTINGEN

0

97.983

– 97.983

0

0

UITGAVEN

0

97.983

– 97.983

0

0

           

41.10 Prijsbijstelling

 

8.108

– 8.108

0

0

41.20 Loonbijstelling

 

53.536

– 53.536

0

0

41.30 Onvoorzien

 

36.339

– 36.339

0

0

41.40 Nog te verdelen

 

0

0

0

0

Toelichting

Bij Najaarsnota hebben er geen mutaties op dit artikel plaatsgevonden.

5. De agentschappen

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

Exploitatieoverzicht baten-lastenagentschap NVWA Suppletoire begroting 2016 (Tweede suppletoire begroting),

Bedragen x € 1.000

Omschrijving

(1)

(2)

(3)

(4)=(1)+(2)+(3)

 

Vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting

Totaal geraamd

Baten

       

Omzet moederdepartement

125.425

16.003

3.668

145.096

Omzet overige departementen

78.813

3.528

– 732

81.609

Omzet derden

90.740

1.897

2.162

94.799

Rentebaten

50

 

– 50

0

Vrijval voorzieningen

   

379

379

Bijzondere baten

5.200

4.120

2.708

12.028

Totaal baten

300.228

25.548

8.135

333.911

         

Lasten

       

Apparaatskosten

285.347

28.967

– 559

313.755

– Personele kosten

187.421

18.593

– 1.633

204.381

Waarvan eigen personeel

174.353

10.282

– 1.020

183.615

Waarvan externe inhuur

13.068

8.311

– 613

20.766

Waarvan overige personele kosten

       

– Materiële kosten

97.926

10.374

1.074

109.374

Waarvan apparaat ICT

       

Waarvan bijdrage aan SSO’s

31.218

6.989

1.554

39.761

Waarvan overige materiële kosten

66.708

3.384

– 479

69.613

Rentelasten

320

– 32

 

288

Afschrijvingskosten

14.230

– 3.902

725

11.053

– Materieel

8.029

– 1.424

– 993

5.612

– Immaterieel

6.201

– 2.478

1.718

5.441

Overige lasten

500

0

5.112

5.612

– Dotaties voorzieningen

500

0

5.112

5.612

– Bijzondere lasten

       

Totaal lasten

300.397

25.033

5.278

330.708

         

Saldo van baten en lasten

– 169

515

2.857

3.203

Toelichting op de baten

Omzet moederdepartement

De omzet moederdepartement is € 3,7 mln hoger dan begroot. Dit is ten dele het gevolg van aanvullend budget voor compensatie voor te lage facturabiliteit als gevolg van de reistijd-werktijd problematiek (€ 3,2 mln). Deze bijdrage vormt onderdeel van de maatregelen om te komen tot een financieel gezonde en toekomstbestendige NVWA (TK, 33 835, nr. 33). Voorts is looncompensatie 2016 (€ 2,2 mln) en aanvullende compensatie retributies kleine slagers (€ 0,2 mln) verwerkt. Anderzijds is sprake van enige vertraging in de realisatie van doorgeschoven werkzaamheden 2015 (€ 1,5 mln) en wordt de bijdrage voor cliënt export (€ 0,4 mln) als balansmutatie verwerkt.

Omzet derden

De omzet derden is € 2,2 mln hoger dan begroot als gevolg van hogere retributieopbrengsten.

Rentebaten

Door het huidige rentetarief zijn geen rentebaten begroot.

Vrijval voorzieningen

Als gevolg van lagere claims valt € 0,4 mln vrij uit de voorziening claims, geschillen en rechtsgedingen.

Bijzondere baten

Door een aanvullende bijdrage van EZ ter compensatie van de hogere kosten van ICT-beheer (€ 2,1 mln), die onderdeel vormt van de maatregelen om te komen tot een financieel gezonde en toekomstbestendige NVWA (TK, 33 835, nr. 33), invoering van het masterplan huisvesting (€ 0,8 mln) en overige mutaties (– € 0,2 mln) zijn de bijzondere baten € 2,7 mln hoger dan begroot.

Toelichting op de lasten

Personele kosten

De personele kosten zijn € 1,6 mln lager dan begroot. De kosten van eigen personeel vallen € 1 mln lager uit door vertraagde invulling vacatures en de kosten van externe inhuur zijn € 0,6 mln lager dan begroot door minder inhuur voor beleidsondersteuning.

Materiële kosten

De materiële kosten zijn € 1,1 mln hoger dan begroot. De bijdrage aan SSO’s neemt per saldo toe met € 1,6 mln door hogere kosten van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) (€ 1,7 mln) en lagere bijdrage ICT (€ 0,1 mln). De overige materiële kosten zijn € 0,5 mln lager dan begroot door aan de ene kant een hogere inzet van practitioners (€ 2 mln) en hogere overige huisvestingskosten (€ 0,1 mln) en aan de andere kant lagere overige specifieke kosten (€ 0,8 mln), overige algemene kosten (€ 1,7 mln) en bureaukosten (€ 0,1 mln).

Afschrijvingskosten

De materiële afschrijvingskosten zijn € 1 mln lager dan begroot door uitstel van vervanging dienstauto’s. Dit als gevolg van de duur van het besluitvormingstraject rond de rijksbrede aanbesteding van dienstauto’s.

Als gevolg van de verdere ontwikkeling van het ICT-systeem «Blik op 2017» binnen het Plan van Aanpak NVWA (PvA) zijn de immateriële afschrijvingskosten € 1,7 mln hoger dan begroot.

Dotatie voorzieningen

De dotatie voorzieningen is € 5,1 mln hoger is dan begroot door € 0,1 mln hogere dotatie aan de voorziening claims, geschillen en rechtsgeding en € 5 mln voor de vorming van een voorziening transformatie NVWA 2020.

Kasstroomoverzicht

Bedragen x € 1.000
 

Omschrijving

(1)

(2)

(3)

(4)= (1)+(2)+(3)

   

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting

Totaal geraamd

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2016

35.346

33.799

0

69.145

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

     

24.977

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (–/–)

     

– 11.530

2.

Totaal operationele kasstroom

2.509

2.780

8.158

13.447

 

Totaal investeringen (–/–)

– 29.305

3.411

0

– 25.894

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

1.360

 

0

1.360

3.

Totaal investeringskasstroom

– 27.945

3.411

0

– 24.534

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (–/–)

   

0

0

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

   

0

0

 

Aflossingen op leningen (–/–)

– 12.447

1.061

– 3.065

– 14.451

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

16.355

9.539

0

25.894

4.

Totaal financieringskasstroom

3.908

10.599

– 3.065

11.443

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2016 (=1+2+3+4)

13.818

50.590

5.093

69.501

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom is met name door de vorming van de voorziening transformatie NVWA 2020 en het verwachte positieve exploitatieresultaat € 8,2 mln hoger dan begroot.

Financieringskasstroom

De financieringskasstroom valt € 3,1 mln lager uit als gevolg van een vervroegde aflossing van leningen bij het Ministerie van Financiën.

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

Exploitatieoverzicht baten-lastenagentschap RVO.nl Suppletoire begroting 2016 (Tweede suppletoire begroting)

Bedragen x € 1.000

Omschrijving

(1)

(2)

(3)

(4)=(1)+(2)+(3)

 

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting

Totaal geraamd

Baten

       

Omzet moederdepartement

       

Omzet overige departementen

110.126

6.889

 

117.015

Omzet derden

42.269

 

– 900

41.369

Rentebaten

10

   

10

Vrijval voorzieningen

       

Bijzondere baten

   

10.515

10.515

Totaal baten

445.450

27.897

27.691

501.038

         

Lasten

       

Apparaatskosten

432.347

27.897

27.691

487.935

– Personele kosten

244.988

15.725

7.693

268.406

Waarvan eigen personeel

204.247

13.155

6.436

223.838

Waarvan externe inhuur

35.545

2.570

1.257

39.372

Waarvan overige personele kosten

5.196

   

5.196

– Materiële kosten

187.359

12.172

19.998

219.529

Waarvan apparaat ICT

       

Waarvan bijdrage aan SSO's

83.111

6.212

14.115

103.438

Waarvan overige materiële kosten

104.248

5.960

5.883

116.091

Rentelasten

66

   

66

Afschrijvingskosten

13.037

   

13.037

– Materieel

2.461

   

2.461

– Immaterieel

       

Overige lasten

10.576

   

10.576

– Dotaties voorzieningen

       

– Bijzondere lasten

       

Totaal lasten

445.450

27.897

27.691

501.038

         

Saldo van baten en lasten

0

0

0

0

Toelichting op de baten

Omzet moederdepartement

De omzet moederdepartement stijgt als gevolg van diverse bijdragen aan RVO voor:

  • •  de (meerwerk)opdrachten van DG Agro & Natuur (€ 5,1 mln). Het betreft hier middelen ter dekking van de uitvoeringskosten van het fosfaatrechtenstelsel (€ 4 mln) en de Centrale Commissie Dierproeven (€ 1,1 mln);
  • •  de (meerwerk)opdrachten van DG Bedrijfsleven en Innovatie (€ 2,5 mln). Het betreft hier middelen ter dekking van de uitvoeringskosten van de lopende en extra opdrachten waaronder de doorontwikkeling van de Berichtenbox voor bedrijven en de implementatie van eIDAS (Elektronische Identiteiten en Vertrouwensdiensten);
  • •  de uitvoeringskosten van het Inkoop Uitvoering Centrum (IUC-EZ). Hiervoor wordt een meerbedrag van € 2,6 mln ontvangen;
  • •  de exploitatie van de Unit Omgevingskennis, die bij RVO.nl is ondergebracht. Hiermee is een bedrag van € 1,8 mln gemoeid. Deze unit geeft EZ, zijn organisaties en andere opdrachtgevers inzicht in wat er leeft bij stakeholders, politiek, media en samenleving;
  • •  het EZ-brede project elektronische Dienstverlening Uitvoering (eDU), dat door RVO wordt uitgevoerd met als doel het realiseren van een eenduidige, betrouwbare en veilige digitale klantinteractie voor ondernemend Nederland. Ten behoeve van de beheerskosten 2016 wordt een bedrag van € 2,5 mln ontvangen;
  • •  de overgekomen taken van de voormalige productschappen, die ICT kosten met zich meebrengen. Hiervoor wordt een bijdrage van € 3,6 mln ontvangen.

Omzet derden

Voor de Subsidieregeling Natuur en Landschap (SNL) wordt de bijdrage van de provincies geraamd op € 16,1 mln, € 0,9 mln lager dan de oorspronkelijk geraamde bijdrage.

Bijzondere baten

De mutatie bij bijzondere baten betreft bijdragen van het moederdepartement ter compensatie van:

  • •  de gestegen ICT-infrastructuurkosten mede als gevolg van de uitbreiding van het takenpakket vanaf het moment van de oprichting van RVO (€ 4,9 mln);
  • •  invoering van het masterplan huisvesting (vaste vierkante meterprijs) (€ 4,8 mln);
  • •  (extra) huisvestingskosten (€ 0,8 mln).

Toelichting op de lasten

De hogere lasten van € 27,7 mln betreffen de uitvoeringskosten van de hierboven genoemde (toegevoegde) taken en hogere bedrijfsvoeringskosten (ICT en huisvesting). De uitvoeringskosten bestaan uit zowel personele als materiële kosten.

De bijdrage aan de SSO’s DICTU en het Rijksvastgoedbedrijf stijgen met respectievelijk € 8,5 mln en € 5,6 mln.

Kasstroomoverzicht

Bedragen x € 1.000
 

Omschrijving

(1)

(2)

(3)

(4)= (1)+(2)+(3)

   

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Mutaties

1e suppletoire begroting

Mutaties

2e suppletoire begroting

Totaal geraamd

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2016

78.400

– 30.094

 

48.306

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

   

2.900

2.900

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (–/–)

   

– 18.000

– 18.000

2.

Totaal operationele kasstroom

3.037

 

– 15.100

– 12.063

Totaal investeringen (–/–)

– 9.950

 

– 5.000

– 14.950

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

       

3.

Totaal investeringskasstroom

– 9.950

 

– 5.000

– 14.950

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (–/–)

       

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

       

Aflossingen op leningen (–/–)

– 2.000

   

– 2.000

Beroep op leenfaciliteit (+)

 

8.553

 

8.553

4.

Totaal financieringskasstroom

– 2.000

8.553

 

6.553

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2016 (=1+2+3+4)

69.487

– 21.541

– 20.100

27.846

Operationele kasstroom

De mutatie van – € 18 mln betreft afrekeningen met opdrachtgevers over voorgaande jaren.

Investeringen

Naast de investeringen ten behoeve van de uitvoering van regelingen is RVO.nl ook belast met de investeringen voor het gehele departement op het gebied van onder andere elektronische dienstverlening voor ondernemers. De uitgaven voor deze investeringen zijn geactualiseerd en verwerkt in dit kasstroomoverzicht.

6. Het Diergezondheidsfonds (DGF)

Budgettaire gevolgen van beleid,

Beleidsartikel Diergezondheidsfonds (Tweede suppletoire begroting)

Bedragen x € 1.000
     

Mutaties 2e suppletoire begroting 2016 (3)

 
 

Stand vastgestelde begroting 2016 (1)

Stand 1e suppletoire begroting

2016 (2)

Mutaties

Miljoenennota

Overige mutaties

2e suppletoire

begroting

Stand 2e suppletoire begroting

2016

(4)=(2+3)

01 Bewaking en bestrijding van dierziekten en voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen

         
           

Verplichtingen

30.620

43.980

 

– 8.802

35.178

Uitgaven

30.620

43.980

 

– 8.802

35.178

waarvan juridisch verplicht

63%

63%

   

63%

Beginsaldo

 

0

     

Programma-uitgaven

30.620

43.980

 

– 8.802

35.178

           

Opdrachten

30.620

43.980

 

– 8.802

35.178

1. Bewaking van dierziekten

17.707

17.707

 

2.382

20.089

2. Bestrijding van dierziekten

12.553

25.913

 

– 12.317

13.596

3. Voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen

0

     

4. Overig

360

360

 

1.133

1.493

           

Ontvangsten

30.620

43.980

 

– 10.599

33.381

Ontvangsten van EZ

10.486

10.486

 

1.767

12.253

Ontvangsten van EU o.a. salmonella bewaking en bestrijding

2.750

2.750

 

1.246

3.996

Ontvangsten van sector

(bewaking)

9.799

9.799

 

9.799

Ontvangsten van sector (bestrijding)

7.585

7.585

 

– 252

7.333

Ontvangsten bestrijding

 

13.360

 

– 13.360

0

Toelichting op de uitgaven en de ontvangsten

Bij eerste suppletoire begroting 2016 is de raming voor uitgaven en ontvangsten met € 13,4 mln verhoogd vanwege toevoeging van het positieve eindsaldo 2015 Diergezondheidsfonds. De raming voor zowel uitgaven als ontvangsten kwam daarmee op € 44,0 mln.

Bij tweede suppletoire begroting worden de uitgaven- en ontvangstenraming geactualiseerd. Gezien de actuele inzichten voor uitgaven voor bestrijding en bewaking leidt dit tot een verlaging met € 8,8 mln die resulteert in een raming van € 35,2 mln. De ontvangsten van het Diergezondheidsfonds worden verlaagd met € 10,6 mln tot een raming van € 33,4 mln. Per saldo wordt er als gevolg van deze mutaties voor € 1,8 mln ingeteerd op het saldo van het Diergezondheidsfonds, dat uitgaande van de stand bij 2e suppletoire begroting € 11,6 mln bedraagt (€ 13,4 mln minus € 1,8 mln).