Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

9. DE SALDIBALANS

Saldibalans per 31 december 2016 van Wonen en Rijksdienst (XVIII) (Bedragen x € 1.000)

Activa

31-12-2016

31-12-2015

 

Passiva

31-12-2016

31-12-2015

 

Intra-comptabele posten

             

1)

Uitgaven ten laste van de begroting 2016

4.208.581

4.265.693

 

2)

Ontvangsten ten gunste van de begroting 2016

955.233

973.735

                 

3)

Liquide middelen

322

286

         
                 

4)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

0

0

 

4a)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

3.222.089

3.271.882

                 

5a)

Tegenrekening begrotingsreserves

345.534

335.341

 

5)

Begrotingsreserves

345.534

335.341

                 

6)

Uitgaven buiten begrotingsverband

4.393

5.289

 

7)

Ontvangsten buiten begrotingsverband

35.974

25.651

                 

8)

Kas-transverschillen

0

0

         
                 
 

Subtotaal intra-comptabel

4.558.830

4.606.609

   

Subtotaal intra-comptabel

4.558.830

4.606.609

 

Extra-comptabele posten

             

9)

Openstaande rechten

5.597

14.565

 

9a)

Tegenrekening openstaande rechten

5.597

14.565

                 

10)

Vorderingen

2.980

630

 

10a)

Tegenrekening vorderingen

2.980

630

                 

11a)

Tegenrekening schulden

1.158

314

 

11)

Schulden

1.158

314

                 

12)

Voorschotten

206.463

257.469

 

12a)

Tegenrekening voorschotten

206.463

257.469

                 

13a)

Tegenrekening garantie-verplichtingen

171

171

 

13)

Garantieverplichtingen

171

171

                 

14a)

Tegenrekening andere verplichtingen

260.593

217.316

 

14)

Andere verplichtingen

260.593

217.316

                 

15)

Deelnemingen

0

0

 

15a)

Tegenrekening deelnemingen

0

0

                 
 

Subtotaal extra-comptabel

476.962

490.465

   

Subtotaal extra-comptabel

476.962

490.465

 

Overall Totaal

5.035.792

5.097.074

   

Overall Totaal

5.035.792

5.097.074

TOELICHTING OP DE SALDIBALANS per 31 december 2016 HXVIII

Ad 1 en 2. Uitgaven en ontvangsten

Bij de begrotingsuitgaven en -ontvangsten zijn de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten opgenomen met betrekking tot het jaar 2016 waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Tweede Kamer is goedgekeurd.

Ad 3. Liquide middelen

De post liquide middelen is opgebouwd uit de contante gelden aanwezig bij de kasbeheerder.

(Bedragen in €)

Saldo bankrekening voormalig Centraal Fonds Volkshuisvesting

321.518

Totaal

321.518

Het saldo van deze rekening bevat voornamelijk de ontvangsten van de vorderingen op Vestia (€ 0,294 mln.). De overige posten zijn uitgaven en ontvangsten die voor een deel nog moeten worden verrekend met de begrotingsreserve voor de sanering.

Ad 4a. Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

Op de Rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding (RHB) is de financiële verhouding met het Ministerie van Financiën weergegeven. Opgenomen zijn de bedragen conform Rekening-courant afschriften en het saldobiljet van genoemd departement. De volgende Rekening-courantverhouding is opgenomen in de balans:

(Bedragen in €)

Rekening-courant FIN/RHB

3.222.088.540

Totaal

3.222.088.540

Het saldo vertegenwoordigt de reguliere mutaties met betrekking tot Hoofdstuk XVIII.

Ad 5. en 5a. Begrotingsreserves

De post begrotingsreserves is als volgt opgebouwd:

(Bedragen in €)

a) Rekening-courant Begrotingsreserve NHG

76.931.890

b) Rekening-courant Fonds sanering WoCo's

261.885.206

c) Rekening-courant Fonds Projecsteun WoCo's

6.716.801

Totaal

345.533.897

Risicovoorziening ten behoeve van garantieregelingen

Ad a): In 2011 is de begrotingsreserve Nationale Hypotheekgarantie (NHG) gevormd. Het doel hiervan is een reservering van middelen ter partiële dekking van een eventuele aanspraak op de achtervang functie van het Rijk door het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Sinds 2016 ontvangt het Rijk een jaarlijkse vergoeding voor de achtervang van het WEW. Over 2015 bedroeg de vergoeding € 26,9 mln. Deze is in 2016 aan de begrotingsreserve NHG toegevoegd.

Overzicht verloop begrotingsreserve Nationale Hypotheekgarantie NHG (x € 1 mln.)

Saldo 1-1-2016

Toevoegingen 2016

Onttrekkingen 2016

Saldo 31-12-2016

50,0

26,9

geen

76,9

Reguliere begrotingsreserves

Ad b) en c): Per 1 juli 2015 is de herziene Woningwet van kracht geworden. Hierin is onder meer geregeld dat de taak voor sanering en reguliere projectsteun van woningcorporaties door het Centraal Fonds Volkshuisvesting is overgegaan naar het Ministerie van BZK. De saneringstaak is op hetzelfde moment gemandateerd aan het waarborgfonds Sociale Woningbouw.

Bij de overdracht van deze taak zijn in 2015 tevens de fondsmiddelen voor sanering- en projectsteun overgekomen naar de begroting voor W&R en gestort in de begrotingsreserve voor sanerings- en projectsteun aan woningcorporaties. In 2016 is uit de begrotingsreserve een saneringsbijdrage van € 15 mln. aan de Woningstichting Geertruidenberg (WSG) verstrekt en zijn € 1,37 mln. kosten aan Vestia vergoed en daarnaast uitvoeringskosten ad € 0,33 mln.

Overzicht verloop begrotingsreserve Sanering- en Projectsteun Woningcorporaties (x € 1 mln.)

Saldo 1-1-2016

Toevoegingen 2016

Onttrekkingen 2016

Saldo 31-12-2016

285,3

geen

16,7

268,6

Ad 6. Vorderingen buiten begrotingsverband

Het bedrag aan vorderingen buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

(Bedragen in €)

a) Vorderingen Kasbeheerders Rijksdiensten

4.080.846

b) Centraal Fonds Volkshuisvesting

311.935

Totaal

4.392.781

Ad a) Vorderingen Kasbeheerders Rijksdiensten

Het bedrag aan vorderingen betreft de RVB en de RVO en bestaat voornamelijk uit over te boeken bedragen (€ 2,35 mln.), te vorderen OZB (€ 0,31 mln.) en nog te ontvangen bedragen (€ 1,39 mln.).

Ad b) Dit bedrag bestaat voornamelijk uit vorderingen op de Vestia groep in verband met de afwikkeling van de bankrekening van het Centraal Fonds Volkshuisvesting.

Ad 7. Schulden buiten begrotingsverband

Het bedrag aan schulden buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

(Bedragen in €)

a) Schulden Kasbeheerder Rijksdiensten

35.097.250

b) Te betalen aan ministeries en derden

877.025

Totaal

35.974.275

Ad a) Schulden Kasbeheerders Rijksdiensten

Dit bedrag betreft de financiële verantwoordingen tot en met 31 december 2016 van de RVB en de RVO.

Het merendeel betreft de RVB en heeft betrekking op diverse nog door te betalen bedragen (€ 25,1 mln.), onbeheerde nalatenschappen (€ 2,2 mln.), overige vooruitontvangen bedragen (€ 1,1 mln.) en ontvangen waarborgsommen (€ 0,17 mln.).

Ad b) Te betalen aan ministeries en derden

Dit bedrag betreft schulden waarvan de betalingen onderweg zijn aan een derde (€ 0,5 mln.) alsmede een bedrag van € 0,3 mln., zijnde het saldo van de af te wikkelen bankrekening van het Centraal Fonds Volkshuisvesting.

Ad 9. Openstaande rechten

Ad 9a. Tegenrekening openstaande rechten

Het saldo per 31 december 2016 wordt hieronder per ontstaansjaar gespecificeerd:

Ontstaansjaar

(Bedragen in €)

t/m 2012

1.098.126

2013

269.315

2014

315.579

2015

361.502

2016

3.552.421

Totaal

5.596.943

Het saldo bestaat voornamelijk uit vorderingen met betrekking tot

  • •  ingebruikgevingen in het kader van huur en vergelijkbaar gebruik
  • •  gebruik voor/i.v.m baggeren/storten
  • •  uitgifte in erfpacht en andere agrarische gebruiksrechten en
  • •  overige gebruiksregelingen.

Dit voor een bedrag van in totaal (€ 4,3 mln.).

Daarnaast bevat het saldo voor een bedrag van € 0,36 mln. aan overige vorderingen en een bedrag van € 0,89 mln. aan voorlopig buiten invordering gestelde bedragen.

Ad 10. Vorderingen

Ad 10a. Tegenrekening vorderingen

Het saldo per 31 december 2016 wordt hieronder per ontstaansjaar en artikel gespecificeerd:

(Bedragen in €)

Ontstaansjaar

Stand per 1/1

Opgeboekt

Afgeboekt

Stand per 31/12

2014

1.951

– 1.951

0

0

2015

627.221

1.951

– 583.506

45.666

2016

0

282.590.973

– 279.657.573

2.933.400

Totaal

629.172

282.590.973

– 280.241.079

2.979.066

Artikel

Omschrijving

(Bedragen in €)

Artikel 1

Woningmarkt

2.820.223

Artikel 2

Woonomgeving en bouw

100.557

Artikel 3

Kwaliteit Rijksdienst

58.286

Totaal

 

2.979.066

Naar de mate van opeisbaarheid:

Alle vorderingen zijn direct opeisbaar

Toelichting:

Artikel 1: Woningmarkt

Het saldo betreft vorderingen in het kader van de Eigen Woningregelingen (EW) en de Wet Bevordering Eigenwoningbezit (BEW; € 0,3 mln.). Deze vorderingen ontstaan als, op grond van wijziging van de berekeningsgegevens, uitbetaalde bijdragen achteraf worden verlaagd. Het beheer van deze vorderingen wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Tevens bevat het saldo een bedrag aan nog te ontvangen bedragen (€ 0,1 mln.), in beheer bij het Rijksvastgoedbedrijf (RVB.)

Daarnaast bestaat het saldo uit een vordering ontstaan als gevolg van door de Huurcommissie terug te betalen huurprijsverschillen (€ 2,4 mln.).

Artikel 2: Woonomgeving en bouw

Het openstaand saldo bestaat uit een vordering ontstaan als gevolg van een vaststelling van een subsidie aan derden (€ 0,05 mln.), alsmede uit twee vorderingen welke in beheer zijn bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl; € 0,03 mln.). Daarnaast zijn voor twee creditnota’s die niet met uitgaven verrekend konden worden vorderingen ingesteld (€ 0,041 mln.).

Artikel 3: Kwaliteit Rijksdienst

Het openstaand saldo bestaat uit een verrekening met het programmateam Roosterinnovatie Rijk (RIR) (€ 0,036 mln.), een vordering met betrekking tot een creditnota die niet met uitgaven verrekend kon worden (€ 0,017 mln.), alsmede uit vorderingen van het Bureau Algemene Bestuursdienst vanwege Inter Collegiale Consultatie (€ 0,003 mln.).

Ad 11. Schulden

Ad 11a. Tegenrekening schulden

(Bedragen in €)

a) Kasbeheerder RVB

1.157.125

Totaal

1.157.125

Dit betreft een aantal voorwaardelijke ontvangsten van koopsommen met betrekking tot de toekomstige verkopen van een aantal panden.

Ad 12. Voorschotten

Ad 12a. Tegenrekening voorschotten

De saldi van de per 31 december 2016 openstaande voorschotten en van de in 2016 afgerekende voorschotten worden hieronder per jaar gespecificeerd:

(Bedragen in €)

Ontstaansjaar

Stand per 1/1

Opgeboekt

Afgeboekt

stand 31-12-2016

2012

66.692.347

0

– 55.606.250

11.086.097

2013

40.699.956

0

– 32.402.341

8.297.615

2014

76.068.561

0

– 12.576.608

63.491.953

2015

74.007.307

0

– 55.100.493

18.906.814

2016

0

104.881.245

– 201.326

104.679.919

Totaal

257.468.171

104.881.245

– 155.887.018

206.462.398

De saldi van de per 31 december 2016 openstaande voorschotten worden hieronder per artikel gespecificeerd:

Artikel:

Omschrijving

Bedragen in €

Artikel 1

Woningmarkt

26.720.161

Artikel 2

Woonomgeving en bouw

156.241.393

Artikel 3

Kwaliteit Rijksdienst

8.367.844

Artikel 6

Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

15.133.000

 

Totaal:

206.462.398

Toelichting:

Artikel 1: Woningmarkt

In het regeerakkoord van 2012 is door het Rijk € 20 mln. uitgetrokken om gemeenten en provincies financieel te ondersteunen bij het verstrekken van startersleningen. Deze bijdrage is verstrekt aan het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVN). In aanvulling op het voorschot 2012, is in 2013 een voorschot van € 30 mln. verstrekt. Daarmee komt het totaal aan verstrekte voorschotten aan SVN op € 50 mln. De voorschotten zijn in 2016 verantwoord.

Voor de afhandeling van de huurprijsonderzoeken ontvangt de Huurcommissie jaarlijks een budget van de directie Woningmarkt dat in de vorm van een voorschot wordt verstrekt. Per 31 december 2016 bedraagt het saldo circa € 13,5 mln.

Verder zijn in 2016 en eerder aan Platform 31 en haar voorgangers (o.a. NICIS) diverse voorschotten verleend, waarvan nu circa € 4,7 mln. nog open staat. Aan overige kennisinstellingen (o.a. NWB, CBS, NIDI) zijn voorschotten verleend voor circa € 3,7 mln. De voorschotten zijn verleend voor het uitvoeren van hun werkprogramma’s en het doen van meerjarig onderzoek op het terrein van wonen.

Artikel 2: Woonomgeving en bouw

Op dit artikel staan voor € 14,6 mln. aan voorschotten open voor de vergoeding van mensuren en projectmiddelen aan RVO.nl voor de jaren 2011 tot en met 2016.

Aan de Stichting Nationaal Energiebespaarfonds (NEF) is een voorschot verleend van € 85 mln. ten behoeve van de financiering van het treffen van energiebesparende maatregelen door particulieren. Voorts is in het kader van energiebesparing in de gebouwde omgeving een voorschot van € 15,1 mln. verleend aan de VNG. Daarnaast zijn er voorschotten ad € 18,4 mln. verstrekt voor het uitvoeren van het meerjarige programma Energiesprong.

Na ontvangst en beoordeling van de verantwoordingsinformatie zullen de voorschotten met betrekking tot het programma Energiesprong in 2017 worden afgewikkeld. De overige voorschotten zullen in 2017 en latere jaren afgewikkeld worden.

Aan NEPROM zijn voorschotten van in totaal € 1,5 mln. verleend voor het kennisoverdracht- en stimuleringsprogramma energiebesparing nieuwbouw. Hiervan staat nog € 0,48 mln. open.

Het merendeel van de overige voorschotten op het gebied van energiebesparing, bouwkwaliteit en woningbouw zijn in 2013 en eerdere jaren verstrekt aan gesubsidieerde projecten (waaronder aan CENCO € 0,6 mln. voor de uitvoeringsagenda bouw- en onderzoeksopdrachten). Verder zijn voorschotten verstrekt tot € 0,9 mln. voor het bevorderen van de woonomgeving op de BES-eilanden. Deze programma’s lopen meerjarig door en zullen in 2017 worden verantwoord en afgewikkeld.

Artikel 3: Kwaliteit Rijksdienst

De openstaande voorschotten hebben betrekking op een voorschot verstrekt aan de Stichting A&O Fonds in 2016 (€ 3,4 mln.), ten behoeve van arbeidsmarktprojecten. Verder zijn aan de Stichting ICTU voorschotten verstrekt ten behoeve van verschillende projecten (€ 0,8 mln.). Daarnaast zijn aan Logius voorschotten verstrekt voor de uitvoering van projecten (€ 2 mln.). Tenslotte is aan SSC-ICT Haaglanden een voorschot verstrekt van € 0,93 mln.

Na ontvangst en beoordeling van de verantwoordingsinformatie zullen de voorschotten voor A&O Fonds 2016 en de ICTU in de loop van 2017 worden afgewikkeld.

Artikel 6: Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

Het openstaand saldo betreft een voorschot aan het RVB ad € 15,1 mln. voor het uitvoeren van Rijkshuisvestingsbeleid. Na ontvangst en beoordeling van de verantwoordingsinformatie wordt dit voorschot in de loop van 2017 afgewikkeld.

Ad 13. Garantieverplichtingen

Ad 13a. Tegenrekening garantieverplichtingen

Het bedrag aan garantieverplichtingen is als volgt opgebouwd:

   

(Bedragen in €)

 

Verplichtingen per 1/1

 

170.168

 

Aangegane verplichtingen in 2016

 

0

+/+

   

170.168

 
       

Tot betaling gekomen in 2016

0

   

Negatieve bijstellingen verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren

0

   
   

0

–/–

       

Garantieverplichtingen Binnen Begrotingsverband:

 

170.168

 

De garanties betreffen Hypotheekgaranties. Bij beschikking van 23 augustus 1974, nr. AB74/U1271, van de Minister van Binnenlandse Zaken, is de mogelijkheid geschapen om onder bepaalde voorwaarden een hypotheekgarantie te verlenen voor tijdige betaling van rente en aflossing op een hypothecaire geldlening, die in verband met de aankoop van een woning is afgesloten.

Er zijn ultimo september 2016 nog twee garanties geldig. Het theoretische risico bedraagt € 0,038 mln.

Het maximale garantieplafond per 31 december bedraagt € 0,170 mln.

Niet in de balans opgenomen garantieverplichtingen

Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

Het Rijk en de gemeenten staan borg voor de stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Voor het WSW geldt dat indien het fondsvermogen na gebruikmaking van de zekerheidsstructuur een zeker minimum heeft bereikt, zoals vastgelegd in de achtervangovereenkomst, het WSW een beroep kan doen op de achtervangers.

Dit beroep is in beginsel ongelimiteerd. Het Rijk en de deelnemende gemeenten verstrekken in geval van eventuele liquiditeitsproblemen bij het WSW ieder voor 50% een renteloze lening aan het WSW.

Deze borgstelling vormt de tertiaire zekerheid van het fonds. De primaire zekerheid wordt gevormd door het eigen vermogen van de aangesloten corporaties. Indien de financiële positie van de corporatie, naar de eisen van kredietwaardigheid van het WSW, onvoldoende is, kan onder bepaalde voorwaarden saneringssteun worden verleend.

De secundaire zekerheid wordt gevormd door het vermogen van het WSW. Dit vermogen is opgebouwd uit een borgstellingreserve en een obligo op corporaties. Het totaalbedrag aan obligo’s is € 3,1 miljard. De kans dat de tertiaire zekerheid wordt aangesproken is zeer klein.

In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de vermogenspositie van de stichting WSW:

Kengetallen stichting WSW (x € 1 mln.)

Jaar 2016

jaar 2015

jaar 2014

jaar 2013

jaar 2012

Gegarandeerde leningen

82.200

83.800

85.100

86.200

87.400

Eigen vermogen WSW

531

516

485

487

480

Obligoverplichtingen

3.104

3.200

3.200

3.200

3.300

Garantievermogen

3.635

3.716

3.685

3.687

3.780

Totaal aan schadebetalingen

0

0

0

0

0

Bron: jaarrekening WSW 2015, 2016.

Het WSW heeft tot op heden uit hoofde van haar borgstellingfunctie nooit schadebetalingen gedaan. Belangrijke reden hiervan is dat aan financieel noodlijdende corporaties saneringssteun is gegeven voordat ze niet meer konden voldoen aan hun betalingsverplichtingen en de borgstelling van het WSW zou kunnen worden aangesproken.

Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW)

De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) is de uitvoerder van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Het Rijk is de achtervanger bij het WEW. Dit betekent dat, zodra het WEW onvoldoende risicovermogen heeft om aanspraken op de garantstelling te kunnen betalen, het Rijk zich verplicht heeft gesteld om achtergestelde renteloze leningen te verschaffen. Tot 2011 was het Rijk samen met de gemeenten achtervanger. Vanaf 1 januari 2011 is alleen het Rijk achtervanger; voor de oude gevallen blijven de gemeenten verantwoordelijk voor 50% van de achtervang.

De ontwikkeling van het aantal verliesdeclaraties over de langere termijn laat vanaf 2015 een daling zien. De afname is te verklaren door een combinatie van marktontwikkelingen en het beleid van het WEW.

Het garantievermogen van het waarborgfonds is verder toegenomen naar in totaal € 966 mln. op 31-12-2016. Deze ontwikkeling is voornamelijk toe te schrijven aan de combinatie van een hoge instroom van het aantal nieuwe garanties en de verdere afname van het aantal verliesdeclaraties. In de liquiditeitsprognose van het WEW voor de periode 2016–2021 wordt geen aanspraak op de achtervang van de overheid voorzien.

In de onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de vermogenspositie van het WEW:

Kengetallen stichting WEW

(x € 1 mln.)

jaar 2016

jaar 2015

Jaar2014

jaar 2013

jaar 2012

Totaal aan gegarandeerde leningen

193.000

187.200

175.600

163.800

154.100

Garantievermogen

966

889

808

779

786

Totaal aan schadebetalingen

101,0

157,8

176,6

164,3

112,2

Bronnen: jaarrekening WEW 2015/2014/2013/2012 en 4e kwartaalbericht 2016.

2016: stand 31-12-2016.

Garantie Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf

Bij de overkomst van het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf van het Ministerie van Financiën naar Wonen en Rijksdienst per 1-1-2013 heeft Wonen en Rijksdienst een door het Ministerie van Financiën verleende garantie overgenomen. Vanaf die datum heeft Wonen en Rijksdienst zich garant gesteld voor de eventuele verliezen op gebiedsontwikkelingsprojecten van het Rijksvastgoedbedrijf. Deze is gemaximeerd tot een bedrag van € 201,5 mln. (het vorderingenplafond).

Ultimo 2016 heeft het Rijksvastgoedbedrijf geen vordering meer voor verwachte verliezen op het moederdepartement opgenomen. Dit is voornamelijk te verklaren door een herfinanciering van de gehele leningportefeuille tegen een gunstigere rentepercentage.

Mocht een gebiedsontwikkelingsproject echter later toch leiden tot een betaling van Wonen en Rijksdienst aan het Rijksvastgoedbedrijf wordt dit budgettair gedekt uit het generale beeld (via het Ministerie van Financiën).

Ad 14. Andere verplichtingen

Ad 14a. Tegenrekening andere verplichtingen

   

(Bedragen in €)

 

Verplichtingen per 1/1

 

217.315.684

 

Aangegane verplichtingen in 2016

 

4.273.699.408

+/+

   

4.491.015.092

 
       

Tot betaling gekomen in 2016

4.208.580.680

   

Negatieve bijstellingen verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren

21.842.404

   
   

4.230.423.084

–/–

       

Verplichtingen Binnen Begrotingsverband:

 

260.592.008

 

Toelichting:

Uit de analyse van de omvangrijke negatieve bijstellingen (groter dan € 100.000 en meer dan 10% ten opzichte van de oorspronkelijk aangegane verplichting) blijkt dat voor Hoofdstuk XVIII de negatieve bijstellingen met name worden veroorzaakt door wijziging van de berekeningsgegevens (zoals inkomenstoetsen) voor de langjarig openstaande verplichtingen op grond van de Wet Bevordering Eigenwoningbezit (BEW).