Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

19 Toekomstfonds

Algemene Doelstelling

Versterken van de innovatieve kracht van Nederland door het beschikbaar stellen van financiering voor innovatief en snelgroeiend MKB en voor fundamenteel en toegepast onderzoek en het behouden van vermogen voor toekomstige generaties.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Economische Zaken is rijksbreed verantwoordelijk voor versterking van het innovatievermogen, in het bijzonder gericht op het bedrijfsleven en verantwoordelijk voor het scheppen van randvoorwaarden voor een excellent ondernemingsklimaat.

De Minister van EZ en de bewindslieden van OCW coördineren en borgen de publieke kennisinfrastructuur voor toegepast en fundamenteel onderzoek.

Vanuit deze verantwoordelijkheden heeft de Minister een financierende en faciliterende rol, samenhangend met de stimulerende, regisserende en faciliterende rollen zoals vermeld in de artikelen 12 en 13 van deze begroting:

Financieren/faciliteren

  • •  Het mede-financieren van investeringen in R&D en innovatie.
  • •  Het faciliteren van toegang tot en financieren van (risico)kapitaal voor bedrijven.
  • •  Het mede-financieren van Europese en internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie.

Beleidsconclusies

Toekomstfondskrediet

In 2016 heeft de eerste tender toekomstfondskrediet (TOF) geresulteerd in financiering voor 10 projecten. Met € 40 mln aan toegezegd krediet wordt circa € 135 mln aan investeringen in onderzoeksfaciliteiten ondersteund. Verder zijn in 2016 maatregelen getroffen voor het beschikbaar stellen van financiering voor fundamenteel en toegepast onderzoek en innovatieve starters door middel van een tweede tender van de TOF, uitbreiding van de regeling Vroege fasefinanciering en een tender voor Smart Industry. Naar verwachting worden deze initiatieven in 2017 gerealiseerd.

Dutch Venture Initiative

Participatiemaatschappij Oost werkt samen met het Europees Investeringsfonds (EIF) en het Ministerie van Economische Zaken aan het Dutch Venture Initiative om de toegang tot financiering te verbeteren voor snelgroeiende innovatieve ondernemingen. Voor ondernemingen met groeiambities blijft de beschikbaarheid van risicokapitaal cruciaal. Venture capital fondsen zijn met hun risicokapitaalverstrekking bij uitstek financiers van snelgroeiende innovatieve ondernemingen. Bedrijven gefinancierd met venture capital groeien bovengemiddeld. DVI-1 heeft geleid tot 15 nieuwe hoogwaardige risicokapitaalfondsen met financiering uit de private markt, waaronder ook initiatieven waar provincies bij betrokken zijn. DVI-1 heeft daarmee al haar middelen gecommitteerd. Het Europese Investeringsfonds (EIF) heeft voor het tweede DVI-fonds € 100 mln beschikbaar gesteld en via PPM Oost stelt het Ministerie van Economische Zaken ook € 100 mln beschikbaar. Dit fonds is in april 2016 gestart met een omvang van € 200 mln en heeft haar eerste fondsinvesteringen al gerealiseerd.

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 19 (bedragen x € 1.000)
 
Realisatie 20151

Realisatie

2016

Vastgestelde

begroting 2016

Verschil

VERPLICHTINGEN

194.439

166.591

158.184

8.407

UITGAVEN

78.451

125.418

164.741

– 39.323

         

Leningen

72.401

118.571

159.418

– 40.847

I MKB-FINANCIERING

       

Volledig revolverend

       

Dutch Venture Initiative/Fund of Funds

3.000

26.000

36.700

– 10.700

Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen

 

15.144

0

15.144

         

Gedeeltelijk revolverend

       

Innovatiekrediet

45.178

39.910

41.025

– 1.115

Risicokapitaal (seed capital)

14.856

16.538

20.079

– 3.541

Vroege fasefinanciering

9.367

10.555

11.614

– 1.059

         

II INVESTERINGEN IN FUNDAMENTEEL EN TOEGEPAST ONDERZOEK

Met vermogensbehoud

       

Fundamenteel en toegepast onderzoek

 

10.424

50.000

– 39.576

         

III Staatsobligaties Toekomstfonds

       
         

Subsidies

       

IV Reëel rendement voor onderzoek

       
         

Bijdragen aan agentschappen

6.050

6.847

5.323

1.524

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

6.050

6.847

5.323

1.524

         

ONTVANGSTEN

49.428

138.848

32.088

106.760

MKB-FINANCIERING BESTAND INSTRUMENTARIUM

       

Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen

10.000

114.567

0

114.567

Fund of Funds (DVI I/Business Angels)

       

Innovatiekredieten

24.920

13.806

25.388

– 11.582

Seed

14.508

10.467

6.700

3.767

Vroege fasefinanciering

 

7

0

7

         

MKB-FINANCIERING INCIDENTELE MIDDELEN

       

Ontvangsten DVI II

       
         

Ontvangsten fundamenteel en toegepast onderzoek

       
         

Renteontvangsten Toekomstfonds

       

Noot 1: Tot en met 2014 werd het Innovatiefonds op artikel 12 verantwoord.

Toelichting op de verplichtingen

De verplichtingenrealisatie is € 8,4 mln hoger dan geraamd in de oorspronkelijke begroting. De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn gelegen in:

  • –  Een lagere verplichtingenrealisatie bij het Innovatiekrediet dan geraamd (– € 10 mln). Dit is vooral te wijten aan de achterblijvende vraag naar Innovatiekrediet voor technische ontwikkelingsprojecten. De benutting van het Innovatiekrediet voor klinische ontwikkelingsprojecten lag daarentegen hoger dan voorgaande jaren. De benutting van het Innovatiekrediet met in totaal € 54,5 mln is in lijn met voorgaande jaren.
  • –  Een hogere verplichtingenrealisatie bij de Seedregeling (€ 5,8 mln). Dit betreft een saldo van de ontvangstenmeevaller uit 2015 (€ 12,1 mln) die in de 1e suppletoire begroting 2016 aan het Toekomstfonds is toegevoegd, het verschuiven van verplichtingenbudget naar 2017 (– € 4,1 mln) ten behoeven van het open te stellen plafond in 2017; en een lagere realisatie op de Seed doordat bij de voorjaarstender niet alle partijen voldeden aan de in de regeling gestelde voorwaarden, waardoor niet het volledige plafond kon worden benut.
  • –  Een hogere verplichtingenrealisatie van € 17,5 mln ten behoeve van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen: € 10 mln ten behoeve van het Innovatiefonds Noord Nederland (zie TK, 33 009, nr 18), een agiostorting van € 2 mln aan de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij en een bijdrage van € 5,5 mln als gevolg van de aan BOM Capital I uitgekeerde winst vanuit het door de BOM beheerde Life Sciences & Health Fund (TK, 29 697, nr. 24).
  • –  Een lagere verplichtingenrealisatie voor investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek (– € 10 mln): De eerste tender Toekomstfondskrediet (TOF) heeft geresulteerd in € 40 mln toegezegd krediet. De resterende middelen zullen onder andere worden ingezet voor een tweede tender van de TOF, uitbreiding van de regeling Vroege fase financiering en een tender voor Smart Industry. Naar verwachting worden deze initiatieven in 2017 gerealiseerd.
  • –  Een hogere verplichtingenrealisatie voor de regeling Vroege fase financiering (€ 3,6 mln). De toezegging aan Stichting Technische Wetenschappen voor de uitvoering van de regeling Vroege fase financiering gericht op academische en hbo starters is voor de jaren 2016 en 2017 in één keer gedaan. Hiervoor is het verplichtingenbudget in 2016 verhoogd.
  • –  De bijdrage RVO.nl is met € 1,5 mln verhoogd voor de uitvoering van het Innovatiekrediet, de vroege fase financiering, de Seed en het Toekomstfondskrediet.

Toelichting op de uitgaven

De uitgavenrealisatie is € 39,3 mln lager dan de oorspronkelijke raming. Dit is voor al te wijten aan de lagere realisatie op leningen. De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn gelegen in:

  • –  Lagere uitgaven voor het Dutch Venture Initiative (– € 10,7). De omvang van de uitgaven in het kader van het Dutch Venture Initiative worden bepaald door de investeringen van de fondsen in hun portfolio-bedrijven. Deze investeringen fluctueren in aantal en omvang. Vooraf zijn deze fluctuaties niet precies te ramen. Aangezien sprake is van een fondsconstructie blijven deze middelen beschikbaar binnen het Toekomstfonds.
  • –  Hogere uitgaven voor de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (€ 15,1 mln). Dit betreft € 10 mln ten behoeve van het Innovatiefonds Noord Nederland (TK, 33 009, nr 18), een agiostorting van € 2 mln aan de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij en een bijdrage van € 3,2 mln als gevolg van de aan BOM Capital I uitgekeerde winst vanuit het door de BOM beheerde Life Sciences & Health Fund (TK, 29 697, nr. 24).
  • –  Lagere uitgaven voor investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek (– € 39,6 mln). Er zijn in 2016 voor € 40 mln aan verplichtingen aangegaan. De uitfinanciering hiervan zal diverse jaren in beslag nemen. De niet uitgegeven middelen zullen in de 1e suppletoire begroting 2017 over de komende jaren worden gespreid.

Indicator

Referentie-

waarde

Peildatum

Raming 2015

Realisatie 2015

Raming 2016

Realisatie 2016

Bron

Aantal bedrijven dat Innovatiekrediet gebruikt

39

2013

>30

33

>30

32

RVO.nl

Omvang private R&D-uitgaven ondersteund met een Innovatiekrediet (x € 1 mln)

156

2013

>120

119

>120

136

RVO.nl

Aantal participaties via SEED en DVI/Fund of Funds1

44

2013

45

50

45

81

RVO.nl/EIF

Omvang gestimuleerd risicokapitaal voor innovatieve bedrijven door SEED en Dutch Venture Initiative/Fund of Funds

(x € 1 mln)

390

2013

390

553

390

744

RVO.nl/EIF

Aantal ondernemers dat Vroege Fase Financiering gebruikt2

40

40

>30

37

RVO.nl/STW

Noot 1: De cijfers over 2015 zijn aangepast ten opzicht van het jaarverslag 2015 vanwege een aanpassing in de definitieve realisatiewaarden van de Seed-regeling. De cijfers voor het Dutch Venture Initiative zijn gebaseerd op de rapportage tot en met 30 september 2016.

Noot 2: Bij het vaststellen van het aantal ondernemers/ondernemingen dat gebruik maakt van Vroege Fase Financiering is uitgegaan van het aantal committeringen. Het realisatiecijfer 2015 is aangepast ten opzichte van het jaarverslag 2015, omdat voor het deel van de regeling dat wordt uitgevoerd door RVO.nl nog niet werd uitgegaan van de committeringen.

Bedragen x € 1 mln

Indicator

Referentiewaarde

Peildatum

Raming 2016

Realisatie 2016

Bron

Verstrekte leningen onderzoeksinfrastructuur

n.v.t.

n.v.t.

40

40

RVO.nl

Uitgelokte investeringen in onderzoeksinfrastructuur

n.v.t.

n.v.t.

> 40

135

RVO.nl

Toelichting op de ontvangsten

De ontvangsten in het kader van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen liggen € 114,6 mln boven de oorspronkelijke raming. De ontvangsten in het kader van de verkoop van de aandelen LIOF aan de provincie Limburg betroffen in totaal € 40 mln (TK, 28 165, nr. 211). De ontvangsten in het kader van de verkoop van de aandelen NOM aan de drie noordelijke provincies betrof in totaal € 61,4 mln (TK, 29 697, nr. 24). Er werd € 10 mln dividend ontvangen van de NOM. Daarnaast werd de uitgekeerde winst vanuit het door de BOM beheerde Life Sciences & Health Fund (€ 3,2 mln) aan BOM Capital I via de EZ-begroting verwerkt (TK, 29 697, nr. 24).

De ontvangsten voor het Innovatiekrediet lagen € 11,6 mln onder de raming. De terugontvangsten op het Innovatiekrediet fluctueren jaarlijks. Gestreefd wordt dat tenminste 60% van het totaal aan verstrekte kredieten door bedrijven wordt terugbetaald. Dit streefcijfer wordt in de praktijk nog steeds behaald. De lagere terugontvangsten in 2016 worden onder andere veroorzaakt door een aantal vervroegde aflossingen in eerdere jaren, waardoor de aanvankelijk geraamde ontvangsten in 2016 maar deels gerealiseerd konden worden.

De ontvangsten van de Seed lagen € 3,8 mln boven de raming. De geraamde terugontvangsten Seed zijn gebaseerd op een inschatting. Het is moeilijk vooraf in te schatten wanneer de terugontvangsten precies plaats zullen vinden. Dit hangt af van het tijdstip dat participaties van het startersfonds worden verkocht. Dit jaar is het bedrag hoger uitgevallen door enkele verkopen.