Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

6. BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF

Scope

De scope van deze bedrijfsvoeringparagraaf is de bedrijfsvoering waarvoor de Minister van Infrastructuur en Milieu verantwoordelijk is. (begrotingshoofdstuk 12 Infrastructuur en Milieu, begrotingshoofdstuk IF en begrotingshoofdstuk DF). Deze bedrijfsvoeringparagraaf omvat drie onderdelen. De Minister van Financiën heeft de rapportage-items van de eerste twee onderdelen voorgeschreven. IenM rapporteert in onderdeel drie, na advisering door het Audit Committee, over de belangrijkste ontwikkelingen en verbeteringen in de IenM bedrijfsvoering in het verslagjaar.

Onderdeel 1. Uitzonderingsrapportage

Dit is een uitzonderingsrapportage. Algemeen beeld van de financiële bedrijfsvoering is dat deze op orde is ultimo 2016. Voor zover elementen van de financiële bedrijfsvoering op orde zijn worden deze hier niet behandeld. De volgende onderwerpen komen aan de orde:

  • A.  comptabele rechtmatigheid,
  • B.  totstandkoming van de niet financiële verantwoordingsinformatie,
  • C.  financieel en materieel beheer en
  • D.  overige aspecten van de bedrijfsvoering;

A. Comptabele Rechtmatigheid

Door de agentschappen Rijkswaterstaat, KNMI, ILT, NEa en bestuurskern van Infrastructuur en Milieu zijn geen overschrijdingen van door de Rijksbegrotingsvoorschriften voorgeschreven rapportagetoleranties vastgesteld.

Bij deze vaststelling is voor de bestuurskern gebruik gemaakt van een statistische steekproef. Bij gebruik van het instrument steekproef is er slechts een bepaalde mate van zekerheid dat de rapportage overeenkomt met de werkelijkheid. Daarom schrijven de rijksbegrotingsvoorschriften voor om in de onderstaande tabellen te rapporteren als de maximale fouten en onzekerheden wel de rapporteringstolerantiegrenzen overschrijden De meest waarschijnlijke uitkomsten staan vermeld in kolom 4 en vallen binnen de rapporteringstoleranties.

Hoofdstuk XII Rapporteringstolerantie fouten betalingen

Rapporteringstolerantie (1)

Verantwoord bedrag in € (omvangsbasis 2)

Rapporteringstolerantie voor fouten in € (3)

Bedrag aan fouten in € (4)

Percentage aan fouten t.o.v. verantwoord bedrag (5)=(4)/(2)*100%

Artikel 13 uitgaven/ontvangsten

137.678.478

13.767.848

7.119.187

 

Artikel 97

Uitgaven/ontvangsten

60.781.927

6.078.193

3.697.101

 

Alleen de maximale fout overschrijdt de rapporteringstolerantie en daarom worden de meest waarschijnlijke fouten vermeld.

Rapporteringstolerantie onzekerheden betalingen

Rapporteringstolerantie (1)

Verantwoord bedrag in € (omvangsbasis 2)

Rapporteringstolerantie voor onzekerheden in € (3)

Bedrag aan onzekerheden in € (4)

Percentage aan onzekerheden t.o.v. verantwoord bedrag (5)=(4)/(2)*100%

Artikel 20 uitgaven/ontvangsten

29.104.173

2.910.417

2.151.712

 

Artikel 22 uitgaven/ontvangsten

34.933.975

3.493.398

978.558

 

Artikel 98 uitgaven/ontvangsten

348.065.794

15.000.000

10.845.635

 

Alleen de maximale onzekerheid overschrijdt de rapporteringstolerantie en daarom worden de meest waarschijnlijke onzekerheden vermeld.

MenO beleid

In de bedrijfsvoeringsparagraaf 2015 is gerapporteerd over het MenO beleid voor subsidies. Het geformuleerde beleid kan sturender en/of kaderstellender worden geformuleerd voor het MenO beleid van specifieke subsidieregelingen door aandacht te schenken aan aspecten als risicobereidheid departement, controlebeleid, rest MenO, reviewbeleid, sanctiebeleid en formele vaststelling van het MenO beleid van het departement. Een verbeteractie daartoe is in onderdeel twee van deze paragraaf opgenomen.

B. Totstandkoming van de niet financiële verantwoordingsinformatie (nfi)

De niet financiële verantwoordingsinformatie betreft de indicatoren en kengetallen die beogen inzicht te bieden in de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de beleidsuitvoering en de doelmatigheid van de bedrijfsvoering. Deze niet-financiële verantwoordingsinformatie dient op een deugdelijke wijze (d.w.z. ordelijk en controleerbaar) tot stand te komen. Dat wil zeggen dat: de verantwoordelijkheden en bevoegdheden goed in het totstandkomingsproces zijn belegd en het proces achteraf reconstrueerbaar is. Ordelijk en controleerbaar betekenen voorts dat de informatie die als uitkomst van het proces wordt opgeleverd op volledige en juiste wijze wordt opgenomen en dat in het jaarverslag duidelijk de informatiebron wordt aangegeven. Indien de totstandkoming van de niet-financiële verantwoordingsinformatie tekortkomingen vertoont, worden deze tekortkomingen hieronder expliciet vermeld.

Voor veel indicatoren en kengetallen uit het jaarverslag van IenM over 2015 was de betrouwbaarheid niet aantoonbaar geborgd. Dit is ook geconstateerd door de Auditdienst Rijk.

Naar aanleiding hiervan is in 2016 de opzet van het systeem om de betrouwbaarheid aantoonbaar te borgen aangepast en is dit systeem ook in werking gesteld. Zo is de aanschrijving aangepast, zijn er voorlichtingsessies gehouden en zijn checklists ontwikkeld en in gebruik genomen.

Dit heeft ertoe geleid dat het aantal dossiers die actueel en volledig zijn is toegenomen. De decentrale controllers van IenM en de agentschappen hebben op alle dossiers een controle uitgevoerd. Bevindingen en verbeterpunten zijn teruggekoppeld aan de betrokken diensten en er wordt gemonitord dat de verbeterpunten daadwerkelijk worden gerealiseerd. Ondanks deze verbeteringen blijft de dossiervorming een aandachtspunt waar verder op zal worden gestuurd.

C. Financieel en materieel beheer

In dit onderdeel wordt gerapporteerd over:

  • •  majeure knelpunten in de processen financieel en materieel beheer (referentie baseline financieel en materieel beheer) ultimo 2016
  • •  onvolkomenheden zoals benoemd door de Algemene Rekenkamer inclusief de getroffen/te treffen maatregelen.

Daarnaast is de afweging gemaakt om te rapporteren over de voortgang op de getroffen maatregelen naar aanleiding van de aandachtspunten verantwoordingsonderzoek 2015 van de Algemene Rekenkamer en toegezegde maatregelen.

Voortgang op onvolkomenheden Algemene Rekenkamer

In het verslagjaar is door het management aan het Audit Committee gerapporteerd over de voortgang op de getroffen maatregelen om de ultimo 2015 geconstateerde onvolkomenheden op te lossen. Met behulp van de onderstaande tabel wordt de voortgang zichtbaar gemaakt per onderwerp.

Onderwerp

Oordeel AR ultimo 2015

Oordeel IenM ultimo 2016

Sap systeem

Beheer verbeterd maar nog niet op orde

In 2016 zijn veel maatregelen uitgevoerd. Zo is het contract met de externe dienstverlener geëvalueerd en is een rapportage ontwikkeld om als leidinggevende vast te kunnen stellen dat autorisaties juist en rechtmatig zijn toegekend. Incidenten en kwetsbaarheden worden besproken en gewogen met de externe dienstverlener. Kwetsbaarhedenanalyses zullen periodiek worden opgesteld. Dit alles leidt tot het oordeel van IenM dat dit onderwerp in control is, met uitzondering van het testen van de uitwijkvoorziening.

Inkoopbeheer KNMI

Verbeterd maar nog niet op orde

Belangrijke maatregelen waren o.a. het aansluiten op raamovereenkomsten en het rapporteren aan de ambtelijke leiding over onrechtmatigheden. Er is sprake van een verbeterde naleving waardoor nu de rapporteringstoleranties niet meer worden overschreden.

Inkoopbeheer ILT

Schiet tekort

Over onrechtmatigheden wordt gerapporteerd aan de ambtelijke leiding. Er is sprake van een verbeterde naleving waardoor de rapporteringstoleranties niet meer worden overschreden.

Inkoopbeheer kerndepartement

Functioneert onvoldoende

Over onrechtmatigheden wordt gerapporteerd aan de ambtelijke leiding. Door structurele managementaandacht zijn verbeteringen inzake rechtmatig verplichten zichtbaar. Het verbeterplan financieel beheer heeft een looptijd tot en met 2017. In 2017 zal een evaluatie uitgevoerd worden op het pakket van getroffen maatregelen uit het verbeterplan financieel beheer.

Naleving wet en regelgeving inkopen

Onvoldoende

FMC heeft gerapporteerd aan de ambtelijke leiding over de werking van de getroffen en de te ondernemen acties financieel beheer. Er wordt nu gewerkt binnen de rapporteringstoleranties.

D. Overige aspecten van de bedrijfsvoering

In dit onderdeel rapporteren agentschappen en bestuurskern over majeure aandachtspunten in overige processen zoals informatiebeveiliging.

Informatiebeveiliging

Rijkswaterstaat heeft zijn managementsysteem voor informatiebeveiliging op basis van risicobeheer, waarmee in voldoende mate op de maatregelen ter borging van de vertrouwelijkheid, integriteit en de beschikbaarheid van de informatie wordt gestuurd op orde. Onderdeel daarvan is dat er gerapporteerd wordt over de borging van de resultaten van het programma Beveiligd werken in de RWS organisatie.

Onderdeel 2. Voorgeschreven Rijksbrede bedrijfsvoeringonderwerpen

In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen op verzoek van de Tweede Kamer of die door de Minister van Financiën zijn toegezegd in onder andere debatten, Algemene Overleggen en overige overleggen.

Voor 2016 wordt in deze paragraaf aandacht besteed aan de volgende rijksbrede bedrijfsvoeringonderwerpen:

A. MenO-beleid en MenO-risico's

Bij subsidieverlening is meegewerkt aan de evaluatie van het uniforme subsidiekader en wordt meegewerkt aan het IBO subsidies. IenM gaat onderzoeken hoe het MenO beleid sturender en/of kaderstellender kan worden geformuleerd, binnen het rijksbreed afgesproken raamwerk voor subsidies en uniform subsidiekader, voor specifieke subsidieregelingen door aandacht te schenken aan aspecten als risicobereidheid departement, controlebeleid, rest MenO, reviewbeleid, sanctiebeleid en formele vaststelling van het MenO beleid van het departement.

B. Grote (>5 miljoen) lopende ICT-projecten

Bij de ontwikkeling van nieuwe systemen en functionaliteiten vanaf vijf miljoen euro wordt gerapporteerd via het rijksictdashboard. Bij de beheersing van ICT projecten wordt gebruik gemaakt van maatregelen zoals onder andere verwoordt in het handboek projectportfoliomanagement (opgesteld door BZK). Deze zijn onder meer CIO oordelen, reviews, Privacy Impact Assesments en de toetsing door BIT. Voor de beveiliging van kritieke systemen zijn processen ingericht en is over het verslagjaar de onderstaande in-control verklaring met betrekking tot het Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst VIR 2007 aan Wonen en Rijksdienst verstrekt.

Het ministerie is, op grond van de ontvangen onderliggende ICV’s, in control met betrekking tot het Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst (VIR 2007) behoudens:

  • •  de dienstverlening door derden als SSC-ICT en DCI ten aanzien van de kritieke systemen van ANVS;
  • •  de borging van de applicatieve maatregelen van ILT;
  • •  de informatiebeveiligingaspecten van PBL.

Het ministerie heeft echter hierdoor geen zeer hoge risico’s conform de eerder afgesproken werkdefinities. Tevens zijn of worden er verbeterplannen ontwikkeld om ook op bovengenoemde aspecten in control te komen.

C. Betaalgedrag

In 2016 heeft IenM 186.882 facturen betaald. Daarvan zijn er 177.402 (=94,9%) betaald binnen 30 dagen. IenM voldoet hiermee net niet aan de rijksbrede norm van 95% voor tijdig betalen.

In 2016 heeft de directie Integrale Bedrijfsvoering IenM IBI totaal 36.623 facturen betaald waarbij het percentage betaalde facturen binnen 30 dagen 86,4% bedroeg. De directie Integrale Bedrijfsvoering IenM IBI gaat nader onderzoek verrichten hoe de tijdigheid van betalen dit jaar kan worden verbeterd. Door Rijkswaterstaat is in 2016 97% van de circa 150.000 facturen op tijd – binnen dertig dagen – betaald. Hiermee voldoet Rijkswaterstaat ruimschoots aan de rijksbreed afgesproken norm van 95%.

D. Audit Committees

Naar aanleiding van de zelfevaluatie van 2015 is de agenda van de vergaderingen in 2016 uitgebreid met strategische en inhoudelijke onderwerpen. Zo is onder andere gesproken over de Omgevingswet en de marktvisie van Rijkswaterstaat. Daarnaast is de aandacht voor risicomanagement versterkt, mede in relatie tot het auditbeleid. In 2016 is dhr. J.A.M. Stael RA aangetreden als extern lid, waardoor het audit committee nu weer twee externe leden kent.

In het audit committee van 9 december is gesproken over de financiële functie. De wens is om te komen tot meer samenhang en samenwerking binnen de financiële functie. FMC stelt hiertoe in 2017 een plan op, in samenwerking met de dienstonderdelen. Dit plan heeft betrekking op de samenhang tussen FMC, IBI en de dienstonderdelen, inclusief agentschappen, als ook de regierol van FMC. Met dit plan wordt tevens invulling gegeven aan diverse actielijnen uit de agenda controlebestel van het SGO en de strategische agenda IOFEZ (bijv. ontwikkelingen zoals de digitale begroting).

Onderdeel 3. Belangrijkste ontwikkelingen en verbeteringen in de IenM bedrijfsvoering

Strengere regelgeving aanbesteden

Per 1 juli van dit jaar is de aanbestedingsregelgeving op onderdelen gewijzigd. Het management en de betrokken medewerkers zijn vooruitlopend op 1 juli over de wijzigingen geïnformeerd en hoe er praktisch mee wordt omgegaan. De veranderingen ten aanzien van de procedurekeuze in de nieuwe aanbestedingswet zijn het grootst bij de inhuur. Dit heeft als gevolg gehad dat Marktplaats – het systeem dat het inhuurproces faciliteert – is vervangen door een Dynamisch Aankoop Systeem (DAS). Dit systeem is op 1 augustus operationeel geworden bij RWS. In de overgangsperiode is een aantal aanvullende maatregelen getroffen.

N.a.v. de ontstane discussie over interpretatie van de Europese aanbestedingswet aangaande het aspect «Objectieve Leveranciersselectie», heeft gedurende 2016 een langdurig bestuurlijk afstemmingstraject tussen enerzijds BZK en EZ met anderzijds de AR en ADR plaatsgevonden. Het daaruit resulterende afsprakenpakket is uiteindelijk pas eind november in het SGO geaccordeerd. Implementatie binnen de IenM inkoopdiensten is op onderdelen al gaandeweg 2016 gestart, zodat men zoveel mogelijk tijdig gesteld staat voor juiste uitvoering. FMC zal waar nog nodig de regie houden op de resterende kaderstelling en invoering en vanuit haar regierol de monitoring daarop. Vanaf 2017 zullen de aspecten uit het afsprakenpakket in ADR-controles worden meegenomen.

Beoogd wordt om op de lange termijn het eigenaarschap van en procedure m.b.t. wijzigingen van de Gids proportionaliteit (die van toepassing is voor alle aanbestedende diensten -niet alleen de centrale overheid-) anders in te gaan vullen. Het wijzigen van de Gids verloopt via de ministerraad, Raad van State en via een voorhangprocedure. Daardoor zal deze niet eerder dan op 1 juli 2017 met het beoogde gewijzigde grensbedrag van € 50.000 voor de procedurekeuze in werking kunnen treden. Per die datum zal DGOO als kadersteller vervolgens ook door middel van een herziene circulaire grensbedragen dit bedrag formaliseren.

Koers/taakstelling en uitvoeringsregels

De ambities van IenM vinden plaats binnen strakker aangehaalde bedrijfsvoeringskaders. Als gevolg van de in werking getreden wet modernisering vennootschapbelastingplicht overheidsondernemingen zal IenM over kalenderjaar 2016 aangifte gaan doen van de vennootschapsbelasting.

Koers IenM 2020

Met de Koers 2020 zet IenM in op een organisatie die snel en passend kan reageren op maatschappelijke en politieke onderwerpen. Een organisatie die meer opgavengericht werkt, wendbaar is en inspeelt op de eisen die de energieke samenleving stelt. Daarbij hoort een andere manier van leidinggeven. De bedrijfsvoering geeft daarbij op een slimme en efficiënte wijze ondersteuning. IenM sluit aan op het rijksbeleid en concentreert waar mogelijk bedrijfsvoeringstaken rijksbreed. IenM werkt ook actief mee aan het ontwikkelen en realiseren van rijksbreed beleid op het terrein van flexibele inzet, mobiliteit en duurzame inzetbaarheid van medewerkers. IenM wil ook in vakgebieden waar de arbeidsmarkt schaars is een meer diverse instroom genereren en behouden. Investeren in het vakmanschap van zowel leidinggevenden als medewerkers is essentieel. Een belangrijk speerpunt hierin is omgaan met technologische ontwikkelingen en het gebruik van data op de werkterreinen van IenM.

Aanpak personele mobiliteit binnen IenM

Het realiseren van meer flexibele inzet en mobiliteit is essentieel voor een toekomstbestendig IenM en zowel in het belang van de organisatie als van haar werknemers. Wanneer hier niet of onvoldoende aandacht aan wordt besteed en/of in wordt geïnvesteerd levert dit risico’s op voor de wendbaarheid en slagvaardigheid van IenM als werkgever, voor de inzetbaarheid van medewerkers nu en op termijn en de tevredenheid van medewerkers over hun baan. IenM heeft deze koers al enige tijd ingezet en hiervoor gebruik gemaakt van bestaande instrumenten zoals onder andere de gesprekscyclus van IenM. In de gesprekken met medewerkers krijgen loopbaan, inzetbaarheid, mobiliteit en persoonlijke ontwikkeling ruime aandacht en zijn faciliteiten beschikbaar om dit te ondersteunen. De visie voor IenM is in lijn met de ontwikkelrichting die geschetst is in de Mobiliteitsbrief van de Minister van Wonen en Rijksdienst. Die mobiliteitsbrief bevat de afspraak dat alle organisaties binnen het Rijk eind 2016 over een meerjarig personeelsplan (MPP) beschikken, inclusief de daaraan gestelde eisen. IenM voldoet daaraan met haar Meerjarig Personeelsperspectief 2016–2020 dd 5 december jl., waarin de opgaven uit de ingezette koers zijn verbonden aan de gestelde kaders en verwachte organisatie om de benodigde acties in te zetten.

Integriteit

Het nieuwe integriteitsbeleid van IenM gaat uit van de vakbekwaamheid en professionaliteit van medewerkers. Integriteit is integraal verbonden met kernbegrippen zoals:«goed ambtenaarschap, zelfmanagement, eigen verantwoordelijkheid en omgevingsbewustheid». In samenwerking met andere partijen geholpen door moderne ICT middelen en Sociale Media en op een wijze zoals door de ambtenaar grotendeels zelf vormgegeven werkt IenM en past het integriteitsbeleid zich op deze ontwikkelingen aan. Rond de zomer 2017 wordt de vervanging van de departementale gedragscode Bewust Integer door de Gedragscode Integriteit Rijk afgerond. In het najaar van 2016 is de procedure voor het melden van integriteitsschendingen geactualiseerd en opnieuw aan de organisatie kenbaar gemaakt. Voor medewerkers is de factsheet «Eerste hulp bij ongewenst en niet integer gedrag» gepubliceerd. Een en ander kan bijdragen aan een grotere meldingsbereidheid. De integriteitsenquete waarmee het integriteitsklimaat binnen de organisatie gemeten wordt en inzicht geeft in de integriteitsrisico’s voor de IenM organisatie wordt in 2017 in gebruik genomen.

Versterking IV functie

Het belang van informatievoorziening voor IenM is toegelicht in de brief aan de Tweede Kamer van 29 juni 2016 (Kamerstukken II 2015–2016 34 300 XII, nr. 72). In deze brief heb ik aangegeven dat informatievoorziening (IV) steeds meer een kernelement in de primaire processen van beleid, uitvoering en toezicht is. Zo wordt aan het begin van het beleidsproces al nagegaan hoe IV kan worden ingezet. Niet alleen de primaire processen en relaties met partners, bedrijven en burgers krijgen in toenemende mate een digitale vorm, ook de ondersteunende (bedrijfvoerings)processen worden verder gedigitaliseerd. De brief geeft ook inzicht in een aantal beleidsprioriteiten die leidend zijn voor de ICT-projectenportfolio van IenM, zoals de digitalisering van de Omgevingswet, smart mobility en de basisregistraties. Tenslotte wordt er binnen de organisatie gewerkt aan een versterking van de IV-functie via onder meer de aansturing en beheersing van IV-projecten, het investeren in kennis en kunde van het personeel en het aanstellen van CIO’s bij grote projecten.

ProRail

In het AO Spoor van 27 oktober (Kamerstukken II 2016–2017 29 984, nr. 692) heeft de Staatssecretaris aangegeven dat het kabinet beter wil sturen op ProRail en rechtstreeks aan de Tweede Kamer verantwoording over de prestaties van ProRail wil kunnen afleggen. Door middel van de brief van 9 december (Kamerstukken II 2016–2017 29 984, nr. 139) heeft het kabinet de definitieve keuze kenbaar gemaakt voor een zelfstandig bestuursorgaan. In kalenderjaar 2017 wordt de formele besluitvorming verder voorbereid. Ook zal worden gestart met de ontwikkeling van een toezichtarrangement waarin de IenM werkwijze voor sturing en toezicht worden beschreven. Ook zaken zoals de inrichting van een gebruikersraad zullen hierin worden uitgewerkt.

Doorlichting Rijkswaterstaat

In juni 2016 is het doorlichtingsrapport van het agentschap RWS uitgevoerd door het Ministerie van Financiën met medewerking van IenM ambtenaren naar de Tweede Kamer gezonden (Kamerstukken II 2015–2016, 34 300A, nr 68). RWS is ingesteld als agentschap in 2006. De belangrijkste conclusies van deze doorlichting zijn:

  • •  Sinds de vorige evaluatie (2010) is er door RWS gewerkt aan professionalisering van de governance.
  • •  Het financieel beheer bij RWS is op orde en goed geborgd.
  • •  Het huidige hybride stelsel volstaat voor een gezonde toekomst van RWS, mits een aantal verbeteringen wordt doorgevoerd.
  • •  Op het vlak van bekostiging valt op dat er ten opzichte van de vorige evaluatie de nodige stappen zijn gezet.
  • •  Er zijn signalen dat RWS doelmatiger is gaan werken. Zo neemt het aantal FTE van RWS structureel af, terwijl het takenpakket gelijk blijft.

De conclusies en aanbevelingen uit het doorlichtingsrapport bevestigen het beeld dat RWS functioneert conform de intentie van de Regeling agentschappen. Uit de doorlichting volgt een zevental aanbevelingen op het gebied van het financieel beheer, governance, doelmatigheidsbevordering en bekostiging. In de brief aan de TK geeft de Minister aan op welke wijze zij met deze aanbevelingen omgaat.

Duurzame bedrijfsvoering

Het programma Duurzaamheid binnen IBI heeft in 2016 na het behalen van de Lean and Green award (20% CO2 – reductie binnen de bedrijfsvoering) als volgende stap, samen met RWS, de C02 – prestatieladder geïmplementeerd binnen IenM. IenM is per eind 2016 gecertificeerd op trede 3, het bijhorende certificaat wordt uitgereikt aan de Stas; hiermee laat IenM zien structureel te sturen op het verduurzamen van de eigen organisatie. Certificering op het hoogste niveau, trede 5, is voorzien in 2018/2019. Ook heeft programma Duurzaamheid een actieve bijdrage kunnen leveren aan de Nederlandse Klimaattop, waarin is afgesproken in 2030 als rijksbedrijfsvoering klimaatneutraal te zijn, IBI neemt deel aan het interdepartementaal projectteam, het projectplan is goedgekeurd door de ICBR. In mei 2017 brengt IBI/RWS voor het derde jaar het IenM duurzaamheidverslag uit, waarin ook onderwerpen als de Fairphone – pilot, bio based koffiebekers en afvalscheiding opgenomen zijn.

Toezicht ZBO’s

In 2016 is naar aanleiding van een interne evaluatie (2015) van het Toezichtmodel IenM een ontwikkelplan opgesteld. Eind 2015 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de hoofdlijnen van het ontwikkelplan (Kamerstukken II 2015–2016 25 268 nr 130). De belangrijkste conclusie van de evaluatie was dat het toezichtmodel functioneert, maar dat verdere verbetering mogelijk is. De implementatie van het ontwikkelplan heeft een doorlooptijd van 2 jaar.

In 2017 zal aandacht worden besteed aan het bepalen van beleid voor gatewayreviews en audits, het meer risicogestuurd uitvoeren van het toezicht, de actualisatie van het handboek toezicht en de herijking van de toezichtsvisie. Daarnaast loopt de discussie over de normering van het eigen vermogen, de rolverdeling tussen eigenaar en opdrachtgever en het doelmatigheidskader door in 2017.

Bij brief van 21 september 2016 heeft de Minister de Kamer geïnformeerd over de Toezichtvisie IenM-ANVS. In de toezichtvisie worden de verdeling van de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden van de eigenaar (SG), opdrachtgever/liaison (dgMI) en opdrachtnemer (ANVS) beschreven. De verwachting is dat de ANVS per 1 juli 2017 een zbo zal worden.

Rijnstraat 2017

Medio 2017 zal rijkskantoor Rijnstraat door IenM in gebruik genomen worden. In totaal komen er 4.400 werkplekken voor meer dan 6.000 gebruikers. Voor de energievoorziening en de klimaatbeheersing wordt gebruik gemaakt van de nieuwe duurzame technieken en materialen. In het verslagjaar is gewerkt om de verhuizing ordelijk te laten verlopen.