Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

3. BELEIDSPRIORITEITEN

EU-Voorzitterschap

Kabinetsbreed stonden voor het voorzitterschap drie uitgangspunten voorop: een Unie die zich richt op hoofdzaken (better regulation), een innovatieve Unie gericht op groei en banen, en een Unie die verbindt.

Voor wat betreft better regulation heeft IenM laten zien dat de EU méér is dan regelgeving, o.a. door de SG bijeenkomst over better regulation, het project Make it Work en de ondertekening van de eerste European Green Deal (de North Sea Resources Roundabout). Beeldbepalend voor de invulling van het thema innovatie, groei en banen, waren onder andere de Aviation Summit en de Informele Milieu- en transportraad. Tenslotte werd het thema verbinding vormgegeven in de actieve benadering van onze stakeholders. Hiertoe is bijvoorbeeld een grote stakeholderbijeenkomst circulaire economie gehouden in de Van Nelle fabriek in Rotterdam.

Transport en milieu- de highlights

Op het beleidsterrein van IenM is 100% van de doelen behaald en daarmee heeft IenM een groot aantal concrete resultaten geboekt op transport- en milieugebied.

Een belangrijke politieke mijlpaal is het akkoord dat Nederland heeft bereikt met het EP over het vierde Spoorpakket. Dit akkoord is in lijn met de Nederlandse inzet voor behoud van vrijheid van onderhands of openbaar aanbesteden. De discussie over de Europese havenverordening is in 2016, met grote inzet van Nederland tijdens het voorzitterschap, afgerond waardoor er meer transparantie ontstaat over de financiële verhoudingen van havenbeheerders.

Bij de informele Milieu- en Transportraad was het thema Green & Smart mobility leidend. Het onderwerp Connected en zelfrijdend vervoer is op de Europese agenda gezet. Samen met Europese collega’s is de Declaration of Amsterdam, een gezamenlijke agenda, opgesteld om deze innovatie de komende jaren te stimuleren en gezamenlijk te werken aan voorwaarden zoals privacy en security. Daarnaast is de European Truck Platoon challenge georganiseerd waarbij trucks van alle Europese truckfabrikanten vanuit zes verschillende landen in een platoon (trein van 2 of 3 trucks) naar de Rotterdamse Haven zijn gereden, de eerste grootschalige grensoverschrijdende proef!

Circulaire economie vormde een prioritair onderwerp voor het Nederlandse EU Voorzitterschap in de eerste helft van 2016. Op initiatief van Nederland heeft over het pakket «Closing the loop» in januari 2016 een goedbezochte EU-stakeholdersbijeenkomst in Rotterdam plaatsgevonden en in juni een ambtelijke high-level bijeenkomst. Tijdens de Milieuraad van juni is een set ambitieuze Raadsconclusies aangenomen waarin Commissie, lidstaten en stakeholders zijn opgeroepen tot concrete acties voor onder andere een langere levensduur van producten, het stimuleren van recycling, de juiste prikkels in regelgeving en de inzet van marktconforme instrumenten.

Op gebied van klimaat is een Raadsverklaring aangenomen waarin tot een spoedige ratificatie van het Parijs-akkoord door de EU en de Lidstaten wordt opgeroepen. Klimaatadaptatie werd stevig op de kaart gezet met de Adaptation Futures 2016-conferentie in Rotterdam, in aanwezigheid van Koningin Maxima. Bijna 1.800 deelnemers uit meer dan 100 landen namen deel. Een concrete stap op gebied van luchtkwaliteit was het akkoord dat Nederland namens de raad met het Europees Parlement heeft bereikt over de herziening van de NEC-richtlijn (nationale emissieplafonds luchtkwaliteit).

Verder heeft de Europese Commissie in de zomer van 2016 het Decarbonizing transportpakket uitgebracht met onder andere CO2- normering voor vrachtwagens en een continuering van de Richtlijn Hernieuwbare Energie in transport na 2020 (biobrandstoffen).

Onder Nederlands voorzitterschap zijn tijdens de TEN T conferentie van 21 juni ministersconclusies aanvaard over het verbeteren van de concurrentiekracht van het internationaal goederenvervoer per spoor middels het verder ontwikkelen van de spoorgoederencorridors en over verdergaande samenwerking bij de verbetering van grensoverschrijdend personenvervoer. Tevens werd er nog in juni 2016 tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de Raad, in de Transportraad een gemeenschappelijk standpunt bereikt t.a.v. het Richtlijnvoorstel erkenning beroepskwalificaties in de binnenvaart.

Met betrekking tot luchtvaart zijn mandaten aan de commissie verleend voor luchtvaartonderhandelingen met Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), Turkije en ASEAN (Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten). Tevens hebben de lidstaten overeenstemming bereikt over de voorstellen voor een nieuwe EU verordening voor de luchtvaartveiligheid. De volgende stap in het proces is de triloog tussen Raad, Commissie en parlement. Conform het rapport over Conflict Zones van de European High Level Task Force is hierin ook het delen van informatie op basis van gezamenlijke risk assessments in Europa en een efficiënte informatieverspreiding door EASA over Conflict Zones vastgelegd.

Fondsverlenging

In 2016 is het IBO «Flexibiliteit in infrastructurele planning», afgerond. In de ontwerpbegroting 2017 is besloten het IF en DF tot en met 2030 te verlengen. Aanvullend hierop worden het IF en DF jaarlijks verlengd en wordt (met de ingang van begroting 2018) een flexnorm in de begroting geïntroduceerd zoals gemeld in de kabinetsreactie (Kamerstukken II 2015–2016 34 550-A nr. 5). Tevens wordt een onderzoek gedaan naar de voors en tegens van een «Bereikbaarheidsfonds».

Met de beschikbaar gekomen middelen is voor elk van de programma’s Amsterdam, Rotterdam – Den Haag en de Goederencorridor Oost € 200 miljoen gereserveerd. Ook is er nog eens € 100 miljoen gereserveerd voor andere maatregelen zoals onder andere de A4 en een vervolg op Meer Veilig. Al eerder (eind 2015) was samen met regio en bedrijfsleven gestart met het programma SmartwayZ.NL in Zuid-Nederland waar het rijk € 581 miljoen aan bijdraagt.

Bereikbaarheid

Wegen

In 2016 heeft het Kabinet belangrijke besluiten genomen over de ontbrekende schakels in het wegennet. Zo zijn de Tracébesluiten (TB’s) van de Blankenburgverbinding, Amsterdam Zuidas, A16 Rotterdam en de A27/A12 Ring Utrecht vastgesteld. Voor de A27 Houten – Hooipolder en A1/A6/A9 SAA A9 Amstelveen zijn in 2016 de Ontwerp Tracébesluiten (OTB’s) vastgesteld. Daarnaast zijn er startbeslissingen genomen over de A67 Leenderheide-Zaarderheiken en de A6 Almere – Lelystad. Hiermee blijft het kabinet stevig inzetten op infrastructuur en bereikbaarheid als voorwaarde voor economische groei.

In 2016 is de A12 Ede-Grijsoord en de A2 Passage Maastricht opengesteld, net als N50 Ens – Emmeloord en de A59 Brug Drongelens Kanaal. Daarmee is er voor de weggebruikers dit jaar 73 kilometer asfalt van de in totaal 717 kilometer asfalt die in deze kabinetsperiode worden opengesteld, beschikbaar gekomen.

Het Tracébesluit van de A12/A15 bij Zevenaar (ViA15) is uitgesteld naar het eerste kwartaal van 2017. Er is gekozen om het Tracébesluit vast te stellen nadat de provincie Gelderland de ontwerp provinciale inpassingsplannen t.b.v. maatregelen op het onderliggend wegennet heeft opgesteld. De planning van het Tracébesluit is hierop aangepast (Zie MIRT Overzicht 2017). Het OTB van A1 Apeldoorn – Azelo is uitgesteld naar het tweede kwartaal van 2017. Als gevolg van een juridisch geschil over de aanbesteding van de ingenieursdiensten bij de planuitwerking van dit project is een vertraging opgetreden die inmiddels weer gedeeltelijk is ingelopen (Zie brief TK Kamerstukken II 2015 -2016 34 300 A nr 17 van 13 november 2015). Begin 2017 worden de twee brede MIRT onderzoeken van de goederenvervoercorridors Oost en Zuid afgerond. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid heeft het Kabinet besloten om duurzame innovaties toe te passen in de infrastructuur. Zo wil de Minister dat de infrastructuur in beheer bij Rijkswaterstaat in 2030 volledig energieneutraal draait.

OV en Spoor

In september 2016 is de Tweede Kamer geïnformeerd over voortgang en de belangrijkste uitgangspunten van de aanbesteding- en contracteringstrategie van het programma ERTMS alsmede de uitrolstrategie (Kamerstukken II 2016–2017 33 652, nr. 45, en 46). Tijdens het rondetafelgesprek ERTMS in september 2016 en het Algemeen Overleg Spoorveiligheid/ERTMS in november 2016 bleek hiervoor brede steun. Tevens is in juli 2016 aan de Kamer gemeld dat uit het oogpunt van de beheersing van het programma en de samenhang tussen infrastructuur en materieel, de losse projectbeslissingen voor infrastructuur en materieel worden gecombineerd tot één programmabeslissing.

Aan het project DoorstroomStation Utrecht (DSSU) is het afgelopen jaar hard gewerkt. Eind november jl. was de functionaliteit van het project gereed en is het project in dienst gesteld.

In 2016 hebben de OV-partijen (overheden, vervoerders, infrastructuurbeheerder) onder regie van IenM in het programma Toekomstbeeld OV gezamenlijk een visie ontwikkeld op de toekomst van het OV richting 2040 genaamd Overstappen naar 2040. Flexibel en slim OV. Afgesproken is om op basis hiervan in 2017 de ontwikkelagenda verder uit te werken. Naast de inhoudelijke verdieping die binnen het programma Toekomstbeeld OV is gerealiseerd, heeft het project ook sterk bijgedragen aan de samenwerking binnen de OV-sector en de bereidheid om de komende tijd meer gezamenlijk op te trekken.

In april 2016 is de kabinetsreactie op het eindrapport van de Parlementaire Enquêtecommissie Fyra naar de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II 2016–2017 33 678, nr. 16). Hierin is toegezegd te werken aan een verbetering van het vervoersaanbod op de HSL en het uitwerken van een aantal marktordeningsscenario’s voor de periode na 2024.

In april 2016 is de Tweede Kamer ook geïnformeerd over het voornemen van ProRail een publiekrechtelijke organisatie te maken. Daartoe zijn diverse analyses uitgevoerd waarbij verschillende varianten voor de herpositionering zijn onderzocht. Eind oktober 2016 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de stand van zaken rondom de analyses en de voorlopige keuze ten aanzien van de positionering van ProRail. In december is de Tweede Kamer geïnformeerd over de definitieve keuze van het kabinet voor een zelfstandig bestuursorgaan met eigen rechtspersoonlijkheid (zbo) en heeft de parlementaire behandeling plaatsgevonden.

Maritiem

Het Breeddiep in de Rotterdamse haven is in 2016 geopend en de bouw van de grootste zeesluis ter wereld in IJmuiden is begonnen. Ook is de verdieping van de Eemsgeul in Groningen gestart. Verder zijn de ligplaatsen Amsterdam-Rijnkanaal Zuid en Rijn-Scheldeverbinding opgeleverd. Binnen de Quick Win regeling Binnenhavens zijn de projecten Kooyhaven in Hollandse Kroon, bochtafsnijding van de Schie en de Multimodale terminal De Kempen in Weert opgeleverd.

In 2016 is de eerste voortgangsrapportage over de Maritieme Stategie aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II 2015–2016 31 409, nr.121). De Rijksoverheid en de betrokken partijen uit de maritieme cluster werken constructief samen aan de uitwerking van de rijksbrede beleidsagenda. In 2016 is besloten om voor het actualiseren van de IenM werkprogramma’s een werkconferentie te organiseren met de maritieme sector.

Luchtvaart

Het wetsvoorstel dat het Nieuwe Normen- en Handhavingstelsel voor de luchthaven Schiphol (NNHS) bevat is aangenomen door de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. De wet is op 30 maart 2016 gepubliceerd in het Staatsblad, maar nog niet in werking getreden. Het bij de nieuwe wet behorende Luchthavenverkeerbesluit Schiphol (LVB) is in voorbereiding. Wanneer het LVB in werking is getreden, is het nieuwe stelsel formeel van kracht. Het LVB zal in 2017 aan de Kamers worden aangeboden voor de voorhangprocedure. Op dit moment wordt op basis van een experimenteerregeling wel conform het nieuwe stelsel gevlogen.

Voor Eindhoven is per 1 januari 2016 aan Eindhoven Airport een vergunning burgermedegebruik verleend voor de periode 2016 tot en met 2019. Voor Lelystad is eind 2016 geconcludeerd dat de planning van openstelling op 1 april 2018 naar verwachting niet gehaald wordt. Dit in verband met de complexe luchtruimsituatie rond Lelystad. De Tweede Kamer is in februari 2017 geïnformeerd over een nieuwe planning voor openstelling van de luchthaven.

Beter benutten

De eerste fase van het Beter Benutten programma heeft geleid tot 19% minder vertraging in de spits op specifieke corridors in de drukste gebieden van het land ten opzichte van een situatie zonder het programma.

In de 12 regio’s van het vervolgprogramma zijn in totaal ruim 160 plannen van aanpak in uitvoering genomen, onderverdeeld in ruim 400 projecten. Deze projecten op het gebied van infrastructurele wegaanpassingen (9%), logistiek (12%), ITS/incidentmanagement (9%), fiets (33%) en OV (17%) worden waar mogelijk in samenhang geïmplementeerd. Daarnaast zijn er ook multimodale maatregelen die bestaan uit diverse, gecombineerde en op elkaar afgestemde deelprojecten binnen een gebiedsaanpak (20%).

Op het gebied van regionaal spoor wordt binnen het programma samengewerkt met meerdere decentrale overheden en vervoerders in Noord en Oost Nederland en in Limburg. Het doel is om bestaande of te verwachten problemen met de capaciteit in de spits of met de punctualiteit op diverse gedecentraliseerde spoorlijnen op te lossen.

Voor de activiteiten op het gebied van ITS en Smart Mobility is uitgegaan van een «Learning by doing» aanpak. Diverse proeven zijn succesvol uitgevoerd en producten opgeleverd.In deze projecten is ook gewerkt aan het ontwikkelen, valideren en toepassen van standaarden ten behoeve van interoperabiliteit (tussen landen en tussen fabrikanten). Reisinformatiediensten, Data Ontsluiting en Coöperatieve-ITS (snellere dataoverdracht voor communicatie in verkeer) worden als onderdelen van het innovatiepartnership Talking Traffic uitgevoerd.

Klimaat

Op 12 december 2015 is in Parijs een nieuw VN-klimaatakkoord afgesloten, het Parijs Akkoord. Doel van het akkoord is klimaatverandering te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius temperatuurstijging, met het streven deze stijging tot anderhalve graad te beperken. Op 4 november 2016 trad het Parijs Akkoord in werking, mede door ratificatie van de EU en enkele lidstaten. Ook in Nederland is het ratificatieproces in volle gang.

De in het klimaatakkoord aangescherpte mondiale ambitie onderstreept het belang om binnen de EU de reeds in gang gezette trajecten voortvarend te behandelen, waaronder: (i) de aanpassing van het emissiehandelssysteem (EU ETS) voor de periode 2021–2030 en (ii) de Europese Commissie heeft in juli 2016 het voorstel voor de Effort Sharing Regulation uitgebracht, waarmee de niet-ETS opgave verdeeld wordt over de lidstaten. Gelijktijdig heeft de Commissie een voorstel uitgebracht over de wijze waarop emissies en opname van broeikasgassen in de landgebruik- en bosbouwsectoren (LULUCF) worden opgenomen in het EU 2030 klimaat- en energieraamwerk.

In december 2016 is de Nationale klimaatadaptatiestrategie 2016 «Aanpassen met ambitie» gepubliceerd, die de effecten van de verwachte klimaatverandering voor Nederland systematisch in beeld brengt voor alle belangrijke economische sectoren. In de strategie worden risico’s benoemd en acties aangekondigd die op korte termijn opgepakt gaan worden, ondermeer op het terrein van het verhogen van het bewustzijn en het stimuleren van het in de praktijk brengen van klimaatadaptatie.

NSL

De Tweede Kamer heeft gekozen bij de verantwoording over 2016 de focus op beleidstoetsing te leggen.1 De effectiviteit en doeltreffendheid van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)2 op de met dit programma beoogde doelstellingen heeft de Kamer benoemd als nader focusonderwerp voor de verantwoordingsstukken voor Infrastructuur en Milieu over 2016.3 Het NSL valt onder beleidsartikel 20 Lucht en Geluid en beleidsartikel 14 Wegen en verkeersveiligheid.
Sinds de start van het NSL op 1 augustus 2009 is de luchtkwaliteit in Nederland aanzienlijk verbeterd en is het aantal mensen dat is blootgesteld aan normoverschrijdingen gedaald. In 2009 was langs bijna 1.100 kilometer weg nog sprake van concentraties boven de grenswaarde. In 2015 was dit nog slechts 9,9 km. Ook voor fijn stof (PM10) is sprake van een daling. Voor 2015 zijn overschrijdingen van de fijn stof (PM10) grenswaarde berekend in 10 gemeenten. In 2014 betrof dit 19 gemeenten. Overigens zijn er jaarlijks schommelingen in de voorspelde concentraties en daarmee in het aantal knelpunten. Die doen zich vooral voor op de locaties met concentraties rond de Europese grenswaarde.4 Zolang er nog overschrijdingen bestaan is het op grond van de Europese richtlijn luchtkwaliteit noodzakelijk om een luchtkwaliteitsplan te hebben dat passende maatregelen bevat om de termijn van overschrijding zo kort mogelijk te gehouden. Het NSL voorziet hierin en is op 7 december 2016 verlengd tot het moment waarop de Omgevingswet inwerking treedt.5
De locaties waar niet wordt voldaan aan de norm voor stikstofdioxide betreffen met name binnenstedelijke ontsluitingswegen. Samen met zeven gemeenten is het Actieplan Luchtkwaliteit opgesteld om de hardnekkige binnenstedelijke knelpunten aan te pakken. Specifiek voor de aanpak van de meerdere, hardnekkige over de stad verspreide knelpunten in Amsterdam en Rotterdam is € 16 miljoen ter beschikking gesteld.6

Via de NSL-monitoring wordt de ontwikkeling van de luchtkwaliteit in de steden gevolgd. Amsterdam gebruikt de middelen als co-financiering voor de aanschaf van uitstootvrije OV-bussen die gaan rijden op de routes met luchtkwaliteitsknelpunten. Rotterdam zet de rijksmiddelen in als co-financiering voor het doorzetten van sloopregeling voor personen- en bestelauto’s, het verschonen van het eigen wagenpark en het plaatsen van e-laadpalen.

Aantal km rijrichting waarbij jaargemiddelde concentratie NO2 > 40,5 ug/m3
De evaluatie van het NSL start in 2018 en de geplande afronding is in 2019.7 Voor Prinsjesdag 2017 ontvangt de Tweede Kamer een toelichting op de onderzoeksopzet voor de evaluatie van het NL.

Circulaire Economie (Van Afval Naar Grondstof)

Om de transitie naar een circulaire economie vorm te geven is op 14 september 2016 het Rijksbrede programma Circulaire Economie: «Nederland Circulair in 2050»8 naar de Kamer verzonden. Het VANG-programma (doelen en acties) is in dit Rijksbrede programma CE geïncorporeerd waarmee dit programma is afgesloten.

De Atlas Natuurlijk Kapitaal is in 2016 op twee fronten doorontwikkeld. Enerzijds is ingezet op inhoudelijke verbetering. Zo zijn er kaarten ontwikkeld met een hogere resolutie, zodat ze ook op lokale schaal goed bruikbaar zijn. Ook zijn diverse nieuwe kaarten toegevoegd, en zijn alle bestaande kaarten geëvalueerd op actualiteit, bruikbaarheid en relevantie.

Anderzijds is er ingezet op gebruiksvriendelijkheid. Hiertoe is er o.a. een nieuwe kaartviewer ontwikkeld, waardoor het voor gebruikers makkelijker is om kaarten te raadplegen.

Het programma CIRCO is begin 2015 gestart als onderdeel van het programma Nederland Circulair! (voormalige RACE coalitie). Eind 2016 hebben 90 bedrijven geparticipeerd in de CIRCO Business Tracks en hebben 120 creatieve professionals deelgenomen aan de Circular Design Classes.

In het programma Nederland Circulair! is onder meer gewerkt aan transitie ketenprogramma’s. In drie ketens (ondergrondse infrastructuur, installaties in gebouwen en in de zorg) wordt met meer dan 50 bedrijven en organisaties gewerkt aan 15 pilotprojecten.

Het Landelijk AfvalbeheersPlan (LAP) is één van de instrumenten van het programma CE. In LAP3 zijn inzichten hoe er hoogwaardiger recyclet kan worden meegenomen.

Het programma Ruimte in Regels ondersteunt ondernemers door concrete belemmeringen weg te nemen en structurele belemmeringen op te sporen en aan te pakken. Tot nu toe zijn er al meer dan tachtig belemmeringen weggenomen waardoor bedrijven makkelijker circulair kunnen ondernemen. Zo kan het karton van drankverpakkingen nu makkelijker worden hergebruikt en is het aantrekkelijker gemaakt om oude scheepsmotoren op te knappen in plaats van te slopen. In de periode tot 2020 streeft het kabinet ernaar om minimaal nog eens tachtig belemmeringen weg te nemen.

Leefomgeving

Stelselherziening Omgevingsrecht

De Omgevingswet is op 22 maart 2016 vastgesteld door de Eerste Kamer. Verder is begin 2016 benut om de resultaten uit de preconsultatie van de vier Algemene Maatregelen van Bestuur en de botsproeven te verwerken. Op 19 december heeft in de Tweede Kamer de voorhang van de vier AMvB’s plaatsgevonden. De hier gedane toezeggingen en aangenomen moties worden in de AMvB’s verwerkt die in 2017 voor toetsing aan de Raad van State zal worden aangeboden, na de voorhang in de Eerste Kamer. Naast de AMvB’s is gewerkt aan de Invoeringswet van de Omgevingswet. Verder wordt gewerkt aan een aantal aanvullingswetten: grondeigendom, bodem, geluid, en natuur. Deze wetten zullen bij inwerkingtreding van de Omgevingswet aan de Omgevingswet toe worden gevoegd In 2016 zijn de 11e, 12e, 13e en 14e tranches AMvB van de Crisis- en herstelwet in werking getreden. In juni 2016 is een belangrijke mijlpaal gehaald, namelijk de ondertekening door de bestuurlijke koepels IPO, VNG, UvW en het Rijk waarin afspraken zijn vastgelegd over de gezamenlijke financiering van de implementatie van de Omgevingswet.

NOVI

Ter voorbereiding van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is in 2016 door de betrokken departementen, in samenspraak met gemeenten, waterschappen, provincies, maatschappelijke organisaties en burgers verder gewerkt aan het in kaart brengen van toekomstige trends en ontwikkelingen en daaruit voortkomende opgaven in de fysieke leefomgeving. Daarmee worden de opgaven voor de NOVI geagendeerd in de startnota die begin 2017 aan de Kamer is toegezonden.

Veiligheid

In het kader van de vernieuwing van het biotechnologiebeleid is op 12 december 2016 de reactie op de Trendanalyse Biotechnologie naar de Tweede Kamer gezonden (Kamerstukken II 2016–2017 27 428, nr. 335), waarin nader wordt ingegaan op de actuele nationale en internationale ontwikkelingen op het gebied van de veiligheid van de biotechnologie.

In 2016 is de programma-aanpak sanering asbestdaken gestart (Kamerstukken II, 25 834, nr. 116), waar een subsidieregeling bijgedragen heeft aan het vroegtijdig aanjagen van de saneringen (Kamerstukken II 2015–2016 25 834, nr. 115). Op Europees niveau is in 2016 werk gemaakt van het komen tot criteria voor hormoonverstorende stoffen (Kamerstukken II 2015–2016 34 510 nrs. 2 en 3), hetgeen naar verwachting in 2017 tot conclusie zal komen.

De toegezegde voortgangsrapportage «Bewust Omgaan met Veiligheid: Rode Draden» heeft vertraging opgelopen en zal samen met de toegezegde handreiking voor het omgaan met nieuwe en onzekere risico’s in het voorjaar 2017 in plaats van eind 2016 aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Voorts heeft in 2016 de toegezegde alternatieve invulling van het groepsrisico een plek gekregen in de concept AMvB’s van de Omgevingswet. Door te werken met aandachtsgebieden voor brand, explosie en/of gifwolk, wordt omgevingsveiligheid nu vanaf het begin van het ruimtelijke proces in de belangenafweging betrokken.

Gezondheid

Met inzet van het RIVM zijn workshops georganiseerd om het signaleren van nieuwe risico’s te verbeteren en om de signalen operationeel te duiden. In 2017 wordt daarover de eindrapportage verwacht. Het advies van de Gezondheidsraad met betrekking tot een afwegingskader «gezondheid in het omgevingsbeleid» is in 2016 gereed gekomen. Een reactie daarop zal in 2017 volgen (Kamerstukken II 2014–2015 28 663, nrs. 63 en 66).

Slimme en gezonde stad

In 2016 heeft IenM in het kader van Agenda Stad meegewerkt aan de totstandkoming en uitvoering van diverse city deals en zijn tevens een drietal living labs gerealiseerd op de terreinen slimme en gezonde stad, circulaire stad en klimaatadaptatie.

In het kader van Slimme en Gezonde Stad is een netwerk gevormd met de steden Groningen, Eindhoven, Rotterdam, Nijmegen, Utrecht, Schiedam en Maastricht en zijn afspraken gemaakt over gezamenlijke acties die deels in 2016 in gang zijn gezet en ook in 2017 en 2018 doorlopen. Een overzicht van de intentieovereenkomsten en de projecten is te vinden op de website van de community https://www.slimmeengezondestad.nl

In Utrecht is een living lab gestart waarbij de gebiedsontwikkeling rondom het station van Utrecht centraal staat. Samen met de gemeente Utrecht, de provincie Utrecht en andere stakeholders is een fysieke ruimte in het station ingericht waar samengewerkt wordt aan plan- en ideevorming. Een van de concrete resultaten die in 2016 is gerealiseerd is een drietal ontwerpende onderzoeken langs verschillende beleidslijnen (klimaatbestendige en klimaatrobuuste stad, circulaire economie en duurzame en schone mobiliteit).

In 2016 is het bestuursakkoord zero-emissie bussen afgesloten met de decentrale overheden. In elf steden zijn living labs gestart op basis van de green deal zero emissie staddistributie.

Al deze initiatieven geven een extra impuls aan verduurzaming van het transport in de steden.

Bodem en ondergrond

De aanvullingswet bodem voor de Omgevingswet is voor de zomer in consultatie gegaan en in december naar de Raad van State gestuurd voor advies. Het wetsvoorstel zal medio 2017 aan de Tweede Kamer worden aangeboden. De voorbereidingen voor het aanvullingsbesluit bodem zijn gestart.

De aanpassing van het besluit financiële bepalingen bodemsanering («bedrijvenregeling») is in 2016 in consultatie gegaan en ter advisering voorgelegd aan de Raad van State. De resultaten zijn inmiddels verwerkt en het besluit zal 1 juli 2017 in werking treden. De twee Bodemconvenanten – één met IPO, VNG en UVw en de ander met VNO-NCW/MKB-NL – zijn begin 2016 in uitvoering gegaan. De convenanten kennen twee belangrijke lijnen; de afronding van de aanpak van de meest vervuilde locaties en de vormgeving van de beheerfase. Deze ontwikkeling sluit aan bij de komst van de Omgevingswet en de Structuurvisie Ondergrond. De activiteiten van de Stichting Bodemsanering NS zijn eind 2016 beëindigd. De meeste locaties zijn aangepakt, voor enkele resterende gevallen zijn overeenkomsten gesloten tussen IenM, NS en ProRail.

In het najaar is de Ontwerp Structuurvisie Ondergrond afgerond en naar de Tweede Kamer verzonden. De Structuurvisie Ondergrond biedt na vaststelling het ruimtelijk afwegingskader voor activiteiten in de ondergrond die van nationaal belang zijn, zoals mijnbouwactiviteiten en de drinkwatervoorziening. In de Ontwerp Structuurvisie is ook de besluitvorming en het vervolgtraject omtrent schaliegas opgenomen. Ook is in 2016 het Kennis- en innovatieprogramma Bodem en Ondergrond (KIBO) formeel van start gegaan. In het kader van het KIBO – dat een looptijd kent van 5 jaar (2016–2020) – is gestart met de uitvoering van vijf business cases: WaterNexus, BIDON, WKO-plus, Monitoring Nazorg Stortplaatsen en Lumbricus.

Waterkwaliteit

In 2016 is met de Delta-aanpak waterkwaliteit en Zoetwater een extra beleidsimpuls waterkwaliteit vorm gegeven. Met de op 16 november ondertekende intentieverklaring hebben overheden, maatschappelijke organisaties en kennisinstituten de gezamenlijke ambitie voor schoon water onderschreven. De prioriteiten zijn daarbij nutriënten en mest, gewasbeschermingsmiddelen en medicijnresten in water. De intentieverklaring bevat een actietabel met ruim 120 acties die de komende jaren uitgevoerd worden. De intentieverklaring is stap 1 op weg naar stap 2: een nieuw Bestuursakkoord Water (BAW).

Met de waterschappen is de hotspot analyse gestart om te bepalen welke rioolwaterzuiveringsinstallaties een extra zuiveringstrap nodig hebben. Het RIVM bevestigde de noodzaak voor maatregelen vanwege effecten op het waterleven en voor de drinkwaterbereiding. Ook is onderzoek ingezet naar innovatieve zuivering. Tenslotte is gewerkt aan het oplossen van de impasse tussen sommige gemeenten en apothekers over de inzameling van overtollige medicijnen.

In 2016 is het inzicht vergroot in de regionale en nationale opgaven en mogelijke maatregelen voor nutriënten en mest. Daarbij is nadrukkelijk de verbinding gelegd met de evaluatie van de mestwetgeving en het 6e Actieprogramma Nitraatrichtlijn onder aansturing van het Ministerie van EZ. Op het gebied van gewasbescherming is in 2016 veel aandacht besteed aan de (collectieve) zuivering van afvalwater bij de glastuinbouw.

Waterveiligheid

De herziening van de Waterwet, waarin het nieuwe waterveiligheidsbeleid wordt verankerd is in werking getreden per 1 januari 2017 nadat zowel de Tweede als Eerste Kamer de herziening met algemene stemmen heeft aangenomen. Hiermee is er een wettelijke basis om te starten met de eerste beoordelingsronde van de primaire waterkeringen in Nederland volgens het nieuwe beleid. Ten behoeve van deze beoordelingsronde is ook een nieuwe ministeriële regeling voor het Wettelijk Beoordelingsinstrumentarium opgesteld. Deze is tegelijk met de herziening van de Waterwet in werking getreden. Met dit instrumentarium kunnen de keringbeheerders de keringen beoordelen. Dit instrumentarium zal de aankomende twee jaar nog verbeterd worden. Het draaiboek voor de eerste beoordeling is opgeleverd in samenwerking tussen de waterschappen en IenM. Vooruitlopend op de herziening van de Waterwet is in het Hoogwaterbeschermingsprogramma al geanticipeerd hierop. In het programma 2017–2023 zijn projecten die naar alle waarschijnlijkheid het meest urgent moeten worden aangepakt al opgenomen in préverkenningen. Verstrekking van subsidies voor versterkingsprojecten van de waterschappen vindt vanaf 1 januari 2017 plaats op basis van de Regeling subsidies hoogwaterbescherming 2014 die in 2016 ook is gewijzigd. Om te leren werken met het nieuwe waterveiligheidsbeleid en het nieuwe beoordelingsinstrumentarium vindt er een groot opleidingsprogramma plaats dat goed wordt gefrequenteerd.

Waterveiligheid voor rivieren

Het aangekondigde onderzoek met Nordrhein Westfalen naar de waterveiligheid van rivieren en mogelijke maatregelen in de grensoverschrijdende dijkringen is van start gegaan. Dit is een veelomvattend onderzoek waarvan resultaten worden verwacht in 2018.

Ruimte voor de Rivier

Bij het uitvoeringsprogramma Ruimte voor de Rivier zijn in 2016 een zestal projecten opgeleverd ten behoeve de dubbeldoelstelling uit de PKB, namelijk verbetering van de waterveiligheid en het creëren van ruimtelijke kwaliteit. In 2017 zijn alle projecten afgerond.

Water internationaal

Begin 2016 is de Internationale Water Ambitie (IWA) 2016–2021) ondertekend door ministers Ploumen, Kamp en Schultz van Haegen en naar de Tweede Kamer gestuurd. Het Interdepartementaal Water Cluster is nu operationeel. Ook is in 2016 het nieuwe Programma Partners voor Water 2016–2021 van start gegaan als het financiële uitvoeringsinstrument van de IWA. Het Dutch Disaster Risk Reduction Team is in 2016 succesvol ingezet en de positieve (externe) evaluatie heeft ertoe geleid dat het programma verlengd wordt in 2017. Medio 2016 is de Delta Coalitie officieel van start gegaan; een samenwerking van 12 landen op terrein van delta’s. Daarnaast heeft Nederland bijgedragen aan de vormgeving van de Sustainable Development Goals die in 2016 zijn vastgesteld (met extra accent op water). Tot slot is meegewerkt aan het «High Level Panel on Water» waarbij Nederland specifieke invulling geeft aan het deel «Valuing Water». Bilaterale en multilaterale relaties zijn aangehaald in de vorm van uitgaande missies van de Minister naar Vietnam, Washington, Iran, China en Indonesië.

Terugblik beleidsdoorlichtingen 2014–2016 (in het kader van het focusonderwerp)

Artikel 11 Integraal waterbeleid (beleidsdoorlichting Waterkwaliteit)

Geconstateerd is dat een groot aantal beleidsterreinen van belang is om de gewenste waterkwaliteit te realiseren. Om die reden is de samenwerking tussen de betrokken partijen geïntensiveerd. Aanpalende departementen zijn betrokken in de Stuurgroep Water en er is een overkoepelend programma ingesteld. Dit is in 2015 begonnen als Werkprogramma Schoon Water (Kamerstukken II 2015–2016 31 710, nr. 44) en overgegaan in de Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoet water (Kamerstukken II 2015–2016 27 625, nr. 352). In dat kader hebben in 2016 vele partijen, overheden en maatschappelijke organisaties, een gezamenlijke Intentieverklaring (bijlage bij Kamerstukken II 2016–2017 27 625, nr. 379) ondertekend. Om de voortgang van maatregelen in het hoofdwatersysteem beter te bepalen zijn aanvullende indicatoren opgesteld. Hiermee is bijvoorbeeld inzichtelijk welk deel van de vismigratie-knelpunten is opgelost en wat er nog moet gebeuren. Enkele indicatoren zijn nog in ontwikkeling door het beter op elkaar laten aansluiten van verschillende informatiesystemen binnen RWS. Uiteindelijk komt hiermee ook zicht op de mate waarin oevers van meren en rivieren natuurlijker zijn of nog worden ingericht.

Artikel 12 Waterkwaliteit

Belangrijke conclusie uit de beleidsdoorlichting Waterkwaliteit is dat de voortgang van beleid heel goed wordt gemonitord, maar dat in veel mindere mate geëvalueerd wordt op doelmatigheid en doeltreffendheid. De Minister heeft toegezegd doeltreffendheid en doelmatigheid bij evaluaties de benodigde aandacht zal krijgen en er is in 2016 onderzocht op welke wijze doelmatigheid kan worden onderzocht in ex post evaluaties voor de grote projecten waterveiligheid (RvR, HWBP en Maaswerken). Dit heeft geresulteerd in een eerste methode voor ex post evaluatie doelmatigheid voor waterveiligheid. Deze methode zal in 2017 worden toegepast op een aantal pilotevaluaties en kan op basis daarvan nog worden aangepast.

Artikel 13 Ruimtelijke ontwikkeling

In de beleidsreactie zijn een zevental aanbevelingen gedaan. Deze aanbevelingen zijn in de beleidsreactie vertaald in twee verbeterlijnen.

  • Het vormgeven van gezamenlijke evaluaties met andere overheden, waarbij expliciet aandacht wordt gegeven aan de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het beleid.

    Met de invoering van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte heeft het rijk een onderscheid gemaakt tussen nationale en decentrale bevoegdheden wat betreft het ruimtelijk beleid. Inmiddels zijn de evaluaties van de SVIR en van het bodembeleid uitgevoerd. Bij de evaluaties is uitgegaan van een integrale beschouwing van het onderwerp en zijn zoveel mogelijk andere overheden en actoren betrokken in de uitvoering. De evaluatie van de SVIR richt zich hierbij op de sturingskracht, de evaluaties van het bodembeleid gaan in op de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het beleid. De resultaten van de evaluaties van het bodembeleid zijn verwerkt in het Convenant Bodem en Ondergrond 2016 – 2020 (stcrt.2015, 14854) en het wijzigingsvoorstel voor het Besluit financiële bepalingen bodemsanering (Kamerstukken II 2015–2016 30 015, nr. 52).

  • Het verbeteren van de structuur van artikel 13.

    De Minister heeft aangegeven de structuur van het beleidsartikel, conform de aanbeveling van het de beleidsdoorlichting, aan te passen. De structuur van artikel 13 is in de begroting 2017 in overeenstemming met deze toezegging aangepast, waarbij er een expliciet onderscheid gemaakt is in onderwerpen die betrekking hebben op de systeemverantwoordelijkheid van het rijk en onderwerpen waar het rijk een resultaatsverantwoordelijkheid kent.

Artikel 16 Spoor (beleidsdoorlichting Regionaal Openbaar Vervoer)

Steeds meer vindt de uitvoering van zowel regionaal OV-beleid als nationaal OV-beleid plaats door middel van samenwerking in de gehele OV-keten. Het Rijk stimuleert en faciliteert deze samenwerking. Zo vinden er tweemaal per jaar landelijke en regionale OV en Spoortafels plaats waarop de afstemming tussen de verschillende onderdelen van de OV-keten worden besproken. Dit heeft er o.a. toe geleid dat in 2016 de OV-partijen (overheden, vervoerders, infrastructuurbeheerder) onder regie van IenM onder de noemer Toekomstbeeld OV gezamenlijk een visie ontwikkeld hebben op de toekomst van het OV richting 2040. Het gezamenlijk ontwikkelen van dit beeld heeft sterk bijgedragen aan de samenwerking binnen de OV-sector en de bereidheid om de komende tijd nog meer gezamenlijk op te trekken.

De overheveling van de BDU naar het Provinciefonds heeft inmiddels plaatsgevonden. Dit past in de decentralisatieontwikkeling, zoals die de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden. Aanvankelijk stond de BDU nog als decentralisatie uitkering geboekt in het provinciefonds. Als gevolg van de toekomstige wijziging van de Financiële verhoudingswet zal de decentralisatie-uitkering verkeer en vervoer (voorheen BDU) geheel in het fonds worden versleuteld. Voor de twee vervoerregio’s Amsterdam en MRDH geschiedt het overhevelen van de BDU voorlopig nog door IenM. Steeds meer worden data m.b.t. het gebruik van het OV beschikbaar gesteld. Dat heeft er toe geleid dat in 2016 in het Mobiliteitsbeeld van het KiM weer de vervoerprestaties in het regionaal Openbaar Vervoer getoond konden worden. Daarnaast is op OV en Spoortafels afgesproken dat er een dashboard wordt ontwikkeld, waarin o.a. de ketenprestaties op het gebied van de deur-tot-deurreis zijn opgenomen. De prestaties van de bus, tram en metro maken daar onderdeel vanuit. Specifiek per landsdeel wordt o.a. voor een 10-tal representatieve vitale aansluitingen tussen trein-bus-tram-metro de prestaties gemeten. Tot slot kan in dit verband nog genoemd worden dat vanaf 2017 ook de klanttevredenheid NS onderdeel uitmaakt van de OV-klantenbarometer van KpVV, om zodoende een uniform beeld te verkrijgen van het gehele OV.

Artikel 18 Scheepvaart en Havens

Deze doorlichting is op 5 december 2016 aan de Kamer verstrekt (Kamerstukken II 2016–2017, 32 861, nr. 22). Het is nog te vroeg om op de stand van zaken rond de aanbevelingen in te gaan.

Vastgesteld is dat het merendeel van de beleidsinstrumenten doeltreffend is ingezet. Niettemin is het wenselijk dat het inzicht in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleidsinstrumentarium, inclusief de inzet van het Infrastructuurfonds, verder wordt vergroot. In de beleidsdoorlichting is voorts geconcludeerd dat bekendheid met en sturing op de wijze waarop Rijkswaterstaat omgaat met de middelen uit het Infrastructuurfonds bij IenM verbeterd kan worden.

Toegezegd is tevens dat zal worden nagegaan hoe de inrichting van het beleidsproces verder versterkt kan worden en of het wenselijk is om het huidige aantal indicatoren en kengetallen uit de begroting uit te breiden c.q. aan te scherpen.

In het kader van beheer en onderhoud (Service Level Agreement) wordt verder met Rijkswaterstaat gewerkt aan versterking van prestatiesturing. De afspraken zullen in de Ontwerpbegroting van 2018 worden meegenomen.

De aanbeveling uit de beleidsdoorlichting om de sector te betrekken bij het bepalen van de inzet van instrumenten en middelen wordt overgenomen. De begin 2015 uitgebrachte «Nederlandse Maritieme Strategie 2015 – 2025 is een geslaagd voorbeeld van cocreatie van het Rijk en de maritieme sector op dit vlak.

Artikel 20 Lucht en Geluid (beleidsdoorlichting Geluid)

Voor wat betreft de aanbeveling «eind- en tussendoelen te stellen voor de resterende sanering op basis van de resterende saneringsopgave en nader inzicht in de kosten» worden in het kader van uitwerking van regelgeving voor geluid onder de Omgevingswet de uitgangspunten voor de geluidsanering herijkt. In dat verband wordt thans onderzoek verricht naar de omvang van de saneringsoperatie en de daarmee gepaard gaande kosten, om onderbouwd nieuwe (tussen)doelen voor de sanering vast te kunnen stellen. Het streven is er op gericht om nog voor de zomer duidelijkheid te hebben over de vormgeving en planning van de toekomstige saneringsoperatie, zodat de uitgangspunten daarvan in het Aanvullingsbesluit geluid (aanvulling op het concept Besluit kwaliteit leefomgeving)vastgelegd kunnen worden. De tweede aanbeveling was om nader onderzoek te doen naar de effecten van interventies (saneringsmaatregelen) op de geluidhinder en/of andere gezondheidseffecten. Dit onderwerp maakt nu deel uit van de werkzaamheden van het Expertise Centrum Geluid (ECG) van het RIVM. Als gevolg van de budgettaire noodzaak tot prioritering van werkzaamheden van het RIVM kan in 2017 geen nadere uitwerking hieraan gegeven worden. Dit komt echter in latere jaren terug in het ECG-werkprogramma.

Artikel 21 Duurzaamheid

Zoals in de aanbiedingsbrief van de IenM beleidsdoorlichtingen staat beschreven streeft de Minister ernaar om in overleg met de decentrale overheden en private partijen een gezamenlijk evaluatieprogramma op te stellen waarin expliciet aandacht wordt gegeven aan de doeltreffendheid en doelmatigheid van de ingezette financiële instrumenten. Bijvoorbeeld de Monitor Duurzaam Nederland bevat een groot aantal prestatie-indicatoren over de doelen van het duurzaamheidbeleid op artikel 21 en Rijkswaterstaat rapporteert jaarlijks over afvalproductie en -verwerking in de publicatie «Nederlands afval in cijfers». Met het Ministerie van EZ, RIVM, TenderNed en de koepels van decentrale overheden wordt gewerkt aan de benchmark en monitor voor Maatschappelijk Verantwoord Inkopen. Voor het rijksbrede programma Circulaire Economie wordt een monitor en nulmeting ontwikkeld door IenM samen met EZ, PBL, TNO en de Universiteit van Utrecht. Zo wordt ook voor nieuw beleid verkend welke aanvullende prestatie-indicatoren zinvol zijn.

In EU-verband wordt gewerkt aan indicatoren voor circulaire economie bijvoorbeeld t.a.v. grondstofafhankelijkheid, milieuvoetafdruk en ontkoppeling van milieubelasting en economische ontwikkeling.

De Monitor Duurzaam Nederland besteedt al (sinds de eerste editie in 2009) aandacht aan onze ecologische voetafdruk, de effecten «elders en later» van productie en consumptie in Nederland. De vierde editie zal in het voorjaar van 2017 verschijnen. Inmiddels heeft het CBS eind 2016 de eerste rapportage uitgebracht over de «Sustainable Development Goals».

Vanaf 2018 is -voorzien in een jaarlijkse Monitor Brede Welvaart waaraan CBS en planbureaus samenwerken en die op een internationaal vergelijkbare wijze (vergelijkbaar met de Better Life Index van de OESO) inzicht geeft in economische ontwikkelingen gerelateerd aan duurzaamheid, gezondheid en sociale aspecten. Samen met het CBS wordt gewerkt aan het verbreden van de Monitor Materiaalstromen. De huidige monitor wordt uitgebreid met nieuwe thema’s, bijvoorbeeld: reparatie en hergebruik van producten, dematerialisatie van goederen en diensten en recycling, substitutie en verduurzaming van grondstoffen.

Artikel 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s (beleidsdoorlichting besluit externe veiligheid inrichtingen)

In de Nota «Bewust omgaan met veiligheid: rode draden» van juli 2014 is ingegaan op de samenhang van ingezette instrumenten inzake het IenM veiligheidsbeleid en op de beleidsindicatoren. Eind 2014 is de Tweede Kamer geïnformeerd over het uitvoeringsprogramma modernisering omgevingsveiligheid, waarvan het Besluit en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Bevi en Revi) onderdeel uitmaken. De beleidsvernieuwing van het uitvoeringsprogramma hebben inmiddels een plaats gekregen in het kader van de Omgevingswet. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt bezien in hoeverre de ambities, die worden verwoord in de omgevingsvisies en -programma’s van Rijk, provincies en gemeenten, ook worden gehaald.

Vanaf 2012 zijn de Bevi-saneringssituaties onderzocht. Het aantal geregistreerde saneringssituaties is tot een viertal teruggebracht. Via www.risicokaart.nl worden de belangrijkste risicobronnen, waaronder het vervoer van gevaarlijke stoffen via het basisnet, transparant gemaakt. Borging van kennis en ervaring bij de zes Omgevingsdiensten die zich hebben gespecialiseerd op de complexe bedrijven is onderdeel van het Programma Impuls Omgevingsveiligheid 2015–2018. Daarmee zal naar verwachting binnen de programmaperiode een stabiele beheerssituatie vorm krijgen.

Realisatie beleidsdoorlichtingen

In onderstaande tabel is de realisatie van de beleidsdoorlichtingen opgenomen.

Artikel

Naam artikel(onderdeel)

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Wanneer gepland? (jaartal)

Geheel artikel? Vindplaats

Behandeling in Tweede Kamer

Vindplaats

11

Integraal waterbeleid

       

X

     

2014

Ja

4

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-442254

12

Waterkwaliteit

 

X

     

X

   

2015

Ja

4

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32861-1.html

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32861-16.html

13

Ruimtelijke ontwikkeling

       

X

     

2014

Ja

4

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-442256

14

Wegen en verkeersveiligheid: leefomgeving

X

             

2017

 

1

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32861-3.html

15

OV-keten

       

X

     

2014

Ja

4

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-442259

16

Spoor: railveiligheid

X

             

2018

 

1

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29893-106.html

17

Luchtvaart

               

2017

     

18

Scheepvaart en havens: zeehavens

   

X

     

X

 

2016

Ja

6

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32861-2.html

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32861-22.html

19

Klimaat: sloopregeling, vrachtautozonering

X

             

2018

 

4

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31305-188.html

20

Lucht en Geluid: verzuringsbeleid

X

               

Nee

4

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28663-54.html

 

:geluid

           

X

 

2015

Nee

1

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32861-17.html

 

:lucht

               

2019

     

21

Duurzaamheid

       

X

     

2014

Ja

2

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-442260

22

Omgevingsveiligheid en Milieurisico's: besluit externe veiligheid inrichtingen

               

2011

2018

Nee

4

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32861-4.html

23

Meteorologie, Seismologie en aardobservatie

             

2019

     

24

Handhaving en toezicht

               

2019

     

Voor het meest recente overzicht van de programmering van beleidsdoorlichtingen, klik op deze link: http://www.rijksbegroting.nl/2017/voorbereiding/begroting,kst225647_4.html. Voor de realisatie van andere onderzoeken zie de bijlage «afgerond evaluatie- en overig onderzoek» (bijlage 2).

Toelichting: De beleidsdoorlichting van het complete beleidsartikel 14 is geprogrammeerd voor 2017. Klik op deze link naar het plan van aanpak https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32861-19.html. De beleidsdoorlichtingen van de complete beleidsartikelen 16 en 17 zijn geprogrammeerd voor 2018 en 2017. Klik op deze link naar het plan van aanpak luchtvaart https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32861-18.html. De beleidsdoorlichting van het complete beleidsartikel 19 is geprogrammeerd voor 2018. De beleidsdoorlichting van het resterende deel van beleidsartikel 22 Externe veiligheid en risico’s is geprogrammeerd voor 2018. De beleidsdoorlichting van het artikel 23 Meteorologie, seismologie en aardobservatie en het artikel 24 Handhaving en toezicht is geprogrammeerd voor 2019. De beleidsdoorlichting luchtkwaliteit (artikel 20) is geprogrammeerd voor 2019. Het concept plan van aanpak van deze beleidsdoorlichting is een bijlage bij dit jaarverslag in het kader van het door de Commissie Infrastructuur en Milieu voorgedragen focusonderwerp Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit.

Overzicht garanties en achterborgstellingen

In het overzicht van risicoregelingen worden garanties en/of achterborgstellingen opgenomen die een departement verstrekt aan derden buiten de sector Overheid. Het ministerie van IenM heeft één dergelijke garantieregeling, te weten het Borgstellingkrediet Bodemsanering MKB. Het betreft de mogelijkheid voor een ondernemer in het midden- en kleinbedrijf, met onvoldoende middelen of te weinig zekerheden voor krediet bij een bank, om een borgstelling voor een gedeelte van het benodigde budget voor bodemsanering.

Een garantie is een voorwaardelijke financiële verplichting van de overheid aan een derde buiten de overheid, die pas tot uitbetaling komt als zich bij de wederpartij een bepaalde omstandigheid (realisatie van een risico) voordoet.

Invulling aangescherpte garantiekader

Het Borgstellingkrediet Bodemsanering MKB is in 2016 beëindigd. In de kabinetsreactie op het rapport van de Commissie Risicoregelingen is het garantiekader aangescherpt (Kamerstukken II 2013–2014 33 750, nr. 13). Eén van de doelen is het afbouwen van niet-gebruikte plafonds en het stopzetten van slapende regelingen. Het verplichtingenplafond van het Borgstellingkrediet Bodemsanering MKB is in lijn met de kabinetsreactie bij eerste suppletoire begroting 2014 verlaagd van € 65,3 miljoen naar € 15 miljoen. Overeenkomstig de aankondiging in de Begroting 2016 heeft er in 2016 een evaluatie plaatsgevonden naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van de regeling bijzondere financiering Borgstellingkrediet Bodemsanering MKB. De conclusie van de evaluatie, uitgevoerd door EY, is dat hoewel de regeling bodemsaneringsborgstellingskrediet complementair is aan andere regelingen op het gebied van bodemsaneringen, de relevantie van de regeling gering is. In het MKB is beperkt behoefte aan een borgstellingskrediet voor bodemsanering. Wijzigingen in het bodembeleid en de komst van subsidieregelingen in 2006 (waaronder de bedrijvenregeling en cofinanciering), hebben ertoe geleid dat de relevantie van de regeling is afgenomen. Het Borgstellingkrediet Bodemsanering MKB is mede naar aanleiding van deze evaluatie in 2016 beëindigd.

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2015

Verleend 2016

Vervallen 2016

Uitstaande garanties 2016

Garantieplafond

Totaal plafond

Totaalstand risicovoorziening

Artikel 13

MKB Krediet

436

0

39

397

0

0

0

 

Totaal

436

0

39

397

0

0

0

Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitgaven 2015

Ontvangsten 2015

Saldo 2015

Uitgaven 2016

Inkomsten 2016

Saldo 2016

Totaalstand mutatie volume risicovoorziening t en t-1

Artikel 13

MKB Krediet

0

0

0

0

0

0

 
 

Totaal

0

0

0

0

0

0

 

Noot 1: Kamerstukken II 2015–2016 31 865 nr. 80

Noot 2: Kamerstukken II 2008–2009 30 175 nr. 58

Noot 3: Agendapunt 7 Besluitenlijst van de procedurevergadering van 15 juni 2016 van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu

Noot 4: Verwijzing monitoring 2016 + aanbiedingsbrief

Noot 5: Stcrnt 2016, nr. 66050

Noot 6: Kamerstukken II 2015–2016, 30 175 nr. 223

Noot 7: Kamerstukken II 2016–2017 34 550 XII, nr. 2

Noot 8: Kamerstukken II 2016–2017 32 852, nr. 33.