Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 3 Beheer, Onderhoud en Vervanging

Omschrijving van de samenhang met het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van beheer en onderhoud en vervanging verantwoord. Dit betreft het watermanagement, het regulier beheer en onderhoud en vervanging en renovatie. Daarmee wordt een duurzaam watersysteem op orde gehouden, zodat aan de wettelijke normen kan worden voldaan.

Dit artikel is gerelateerd aan het beleidsartikel 11 Integraal waterbeleid van het Jaarverslag van Hoofdstuk XII. De doelstelling van dit artikel is het op orde krijgen en houden van een duurzaam watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten, zodat Nederland droge voeten heeft.

Overzicht van budgettaire gevolgen van uitvoering (bedragen x € 1.000)

3 Beheer, onderhoud en vervanging

       

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2012

2013

2014

2015

2016

2016

2016

 

Verplichtingen

 

189.429

190.093

266.646

187.652

268.257

– 80.605

1

Uitgaven

 

190.180

174.535

156.952

210.854

206.336

4.518

 

3.01 Watermanagement

 

12.484

11.530

7.764

7.047

6.991

56

 

3.01.01 Watermanagement

 

12.484

11.530

7.764

7.047

6.991

56

 

3.02 Beheer en Onderhoud

 

177.696

163.005

149.188

203.807

199.345

4.462

 

3.02.01 Waterveiligheid

 

148.829

133.896

118.938

145.706

144.666

1.040

 

3.02.02 Zoetwatervoorziening

 

23.776

24.694

17.446

20.900

17.416

3.484

 

3.02.03 Vervanging

 

5.091

4.415

12.804

37.201

37.263

– 62

 

3.09 Ontvangsten

               

3.09.01 Ontvangsten

               

Financiële toelichting

  • Ad 1)  Het verplichtingenbudget 2016 is met € 97 miljoen verlaagd omdat het project Renovatie stuwensemble Nederrijn en Lek al in 2015 aan de aannemer is gegund. De aanbestedingsprocedure is voorspoedig doorlopen. Voor het project Stroomlijn heeft, in plaats van in 2015, pas in 2016 de aanbesteding plaatsgevonden waardoor voor dit jaar € 17 miljoen meer aan verplichtingen zijn aangegaan.

3.01 Watermanagement

Motivering

Met Watermanagement streefde IenM naar:

  • •  Het goed voorbereid zijn op crisissituaties door te zorgen voor een robuuste informatievoorziening;
  • •  Het reguleren van de hoeveelheid water in het hoofdwatersysteem onder normale omstandigheden en bij zowel (extreem) hoogwater als laagwater;
  • •  Een duurzaam watersysteem, met zowel een goede chemische als ecologische kwaliteit, dat voorziet in de beschikbaarheid van voldoende water van goede kwaliteit voor de gebruiker.

Producten

Binnen het watermanagement zijn de volgende activiteiten uitgevoerd:

  • •  Monitoring waterstanden, waterkwaliteit en informatievoorziening;
  • •  Crisisbeheersing en -preventie;
  • •  Regulering gebruik door vergunningverlening en handhaving;
  • •  Het nakomen van bestuurlijke afspraken waterverdeling en gebruik (onder andere in waterakkoorden);
  • •  Regulering waterverdeling (operationele modellen actualiseren en toepassen, bediening (stormvloed)keringen, stuwen, gemalen en spuien).

De doelstellingen voor het waterkwantiteitsbeheer van de Rijkswateren zijn:

  • •  Het op orde brengen en houden van de samenhang tussen het regionaal- en het hoofdwatersysteem, zodat zowel wateroverlast als watertekort wordt bestreden;
  • •  Het kunnen beschikken over voldoende water in de Rijkswateren, zodat kan worden voldaan aan de behoeften die voortvloeien uit de gebruiksfuncties.

Daarnaast is zorg gedragen voor een adequate informatievoorziening over de reguliere waterkwantiteit en waterkwaliteit. Dit houdt de vergaring en beschikbaarstelling in van interne en externe informatie over het watersysteem. Het gaat daarbij om de dagelijkse informatie voor de verschillende gebruikers (waaronder scheepvaart, drinkwaterbedrijven, zwemwaterkwaliteit/provincies en recreatie) en om berichtgeving bij uitzonderlijke situaties over hoog- en laagwater, naderende stormvloeden, verontreinigingen en ijsvorming.

Meetbare gegevens

Omvang areaal
 

Areaaleenheid

2014

2015

Streefwaarde

2016

Realisatie

2016

Watermanagement

km2 water

90.310

90.310

90.315

90.312

Bron: Rijkswaterstaat, 2016

Toelichting:

Oppervlakte water is in 2016 iets toegenomen door met name de uiterwaardvergravingen en dijkterugleggingen als gevolg van de Ruimte voor de Rivierprojecten. De verruiming van het Wilhelminakanaal Tilburg is uitgesteld naar 2017.

Ten opzichte van de begroting 2016 valt de toename iets lager uit, onder andere doordat een aantal Ruimte voor de Rivier projecten na 2016 afgerond worden.

Indicatoren

Indicatoren

 

2015

Streefwaarde 2016

Realisatie

2016

Watermanagement

RWS verstrekt informatie binnen afgesproken termijn en van voldoende kwaliteit bij maatschappelijk vitale processen.

80%

95%

95%

 

Beschikbaarheid streefpeilen voor Noordzeekanaal/Amsterdam–Rijnkanaal, IJsselmeer en Haringvliet

100%

90%

100%

 

De spuiende kunstwerken en stuwen kunnen te allen tijde worden geopend

98,1%

100%

99,8%

Bron: Rijkswaterstaat, 2016

Toelichting:

De indicatoren voor de uitvoering van de RWS-taken op het gebied van watermanagement zijn geënt op het leveren van snelle en betrouwbare informatie en op het handhaven van de afgesproken peilen.

  • •  De eerste indicator geeft aan of de informatie, die nodig is voor een adequaat watermanagement bij hoogwater, laagwater (droogte) en normale omstandigheden, voldoende snel en goed wordt geleverd. De informatievoorziening voldeed in 2016 aan de norm. De score over geheel 2015 is 95%. De meldingen die niet op tijd waren hadden 1x betrekking op tijdigheid berichtgeving t.b.v. drinkwaterinname en 1x op tijdigheid berichtgeving ijsgang.
  • •  De tweede indicator «beschikbaarheid streefpeilen» geeft aan of de streefpeilen van drie belangrijke watersystemen (het IJsselmeer, Amsterdam-Rijnkanaal/Noordzeekanaal en het Haringvliet) op het afgesproken niveau worden gehouden, conform het beleidsdoel. Stuwen en spuien/gemalen zijn nodig om dit peil te sturen. De streefpeilen zijn gerealiseerd.
  • •  De derde indicator heeft betrekking op altijd werkende spuiende kunstwerken, stuwen en gemalen die een voorwaarde zijn om de water af- en aanvoer goed te kunnen reguleren en een adequaat peilbeheer uit te voeren. De realisatie is iets lager dan de streefwaarde doordat de pompen in het gemaal bij Eefde vanwege einde levensduur tot januari 2016 niet functioneerden. De inzet van noodpompen heeft dit probleem beheerst. In 2015 zijn de pompen geheel gereviseerd. De laatste werkzaamheden zijn in 2016 afgerond.

Verder waren er incidentele problemen met Katse Heule (aantal technische storingen m.b.t. cilinders en aansturing schuiven) Bathse Spuisluis (defecte eindstop) en de Brouwersluis (storing PLC rack).Landelijke bekendheid kreeg de beschadiging van de stuw in de Maas bij Grave door een aanvaring op donderdagavond 29 december 2016. Door de beschadiging stroomde veel water weg uit het gedeelte van de Maas tussen Sambeek en Grave. De scheepvaart op de Maas tussen Sambeek en Grave en op het Maas–Waalkanaal tussen de sluizen Heumen en Weurt was in beide richtingen gestremd. Zo spoedig mogelijk zijn beheermaatregelen genomen om het waterpeil te herstellen.

3.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Het beheer en onderhoud omvat waterveiligheid (bescherming tegen overstromen door hoogwater) en de zoetwatervoorziening. Het is gericht op het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functie voor zowel waterveiligheid als voor de zoetwatervoorziening wordt vervuld.

Uit de gerealiseerde waarden van de verschillende indicatoren blijkt dat in 2016 de conditie van het hoofdwatersysteem van voldoende kwaliteit was om de primaire functie te vervullen.

3.02.01 Waterveiligheid

Binnen waterveiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • 1.  Kustlijnhandhaving (conform de herziene basiskustlijn 2012 en handhaving kustfundament);
  • 2.  Beheer en onderhoud Rijkswaterkeringen en stormvloedkeringen (conform de Waterwet);
  • 3.  Beheer en Onderhoud uiterwaarden.

RWS heeft de wettelijke zorg voor de primaire waterkeringen en de stormvloedkeringen, die in beheer zijn bij het Rijk, en voor de handhaving van de basiskustlijn (nota Kustlijnzorg 1990 en Nationaal Waterplan). De handhaving van de basiskustlijn gaat afslag van strand en duinen tegen (veiligheid) en houdt Nederland (het strand) op zijn plaats (economie). Het zijn voornamelijk de waterschappen die de primaire waterkeringen (dijken en duinen) beheren, ook die langs de Nederlandse kustlijn. Het weergegeven areaal betreft alleen het areaal dat in beheer is bij RWS.

Ad 1. Kustlijnhandhaving

Het handhaven van de kustlijn wordt gerealiseerd door het suppleren van zand op het strand of in de vooroever (onder water). Het Nederlandse kustsysteem kent een continu verlies aan zand dat jaarlijks moet worden gecompenseerd. Vanaf 2001 wordt ook zand gesuppleerd om de zandverliezen op dieper water (kustfundament) te compenseren. Daarmee wordt de zandhoeveelheid in het kustfundament op peil gehouden en wordt het effect van de zeespiegelstijging (deels) tenietgedaan. Daarnaast zijn lokale maatregelen zoals onderhoud van dammen en strandhoofden van belang, om structurele kusterosie te bestrijden.

Ad 2. Beheer en Onderhoud Rijkswaterkeringen en stormvloedkeringen

– Rijkswaterkeringen

RWS beheert en onderhoudt 180 kilometer primaire waterkeringen. Het vast onderhoud aan de keringen bestaat onder andere uit het maaien van dijken. Daarnaast wordt variabel onderhoud gepleegd. Daarbij worden de waterkeringen periodiek geïnspecteerd en tekortkomingen zo nodig verholpen.

Primaire waterkeringen zijn waterkeringen die onder de Waterwet vallen omdat ze bescherming bieden tegen het buitenwater. Het gaat met name om enkele zeedijken op de Waddeneilanden, de Afsluitdijk, de Houtribdijk, de dijk van Marken en dammen in Zeeland en Zuid-Holland. In 2011 is de derde landelijke toetsing van primaire waterkeringen afgerond. Keringen die bij deze inspectie zijn afgekeurd worden meegenomen in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Naast deze primaire waterkeringen beheert en onderhoudt RWS ook 652 kilometer niet-primaire waterkeringen (dijken en duinen) meestal aangeduid als regionale keringen. Deze regionale keringen hoeven geen bescherming te bieden tegen het buitenwater.

– Stormvloedkeringen

Om ons land tegen de zee te beveiligen is een aantal stormvloedkeringen aangelegd, die bij hoogwater gesloten kunnen worden. Deze stormvloedkeringen zijn ook primaire waterkeringen (welke vallen onder de Waterwet). Het Rijk heeft vijf stormvloedkeringen in beheer: de Oosterscheldekering, de Maeslantkering, de Hartelkering, de Hollandse IJsselkering en de Ramspolkering. Het onderhoud aan de keringen betreft voornamelijk het conserveren van de schuiven en de overige constructiedelen, het onderhoud aan werktuigbouwkundige en elektronische onderdelen en het onderhoud aan het besturingssysteem. Naast deze onderhoudsactiviteiten vindt de bediening van deze objecten plaats en worden periodiek inspecties en proefsluitingen uitgevoerd.

Ad 3. Beheer en Onderhoud uiterwaarden

Het Rijk beheert 5.684 hectare aan uiterwaarden. Het beheer en onderhoud is gericht op het op orde houden van de vegetatie in de uiterwaarden teneinde hoogwater effectief te kunnen afvoeren. Dit betreft een reguliere Beheer en Onderhoud taak die losstaat van de inhaalslag Programma Stroomlijn die verantwoord wordt onder onderdeel 3.02.03 Vervanging. Sinds het begin van de vorige eeuw stroomde er in juni niet zoveel water Nederland binnen als in 2016, zowel voor de Rijn als de Maas. De genomen maatregelen blijken effectief: het heeft niet geleid tot grote hoogwaterproblemen.

Uitgesteld en achterstallig onderhoud Hoofdwatersysteem

De in de bijlage instandhouding bij de ontwerpbegroting 2017 van het Deltafonds (34 550 J, nr. 2) geschetste aanpak voor het in stand houden van de infrastructuur leidt er toe dat de planning van onderhoudswerkzaamheden flexibel van aard is. Met uitstel en vervroegen van onderhoud wordt beoogd om efficiënter en met minder hinder te werken. Door het combineren van werkzaamheden wordt de beschikbaarheid hoger en is het in de meeste gevallen goedkoper doordat de kosten hiervan voor een deel worden vermeden.

Het bepalen van de omvang van het uitgesteld onderhoud is geoperationaliseerd door te kijken welke onderhoudsmaatregelen per 1 januari 2017 een geadviseerd onderhoudsmoment hadden in 2016 of eerder.

De omvang van het uitgesteld onderhoud beloopt voor het hoofdwatersysteem: € 37 miljoen per 1 januari 2017. Hierbij zijn de kosten voor de kustlijnzorg buiten beschouwing gelaten. Dit is gedaan omdat de opdrachtnemer de vrijheid heeft de suppleties uit te voeren binnen de door het contract bepaalde periode, met een beperkte mogelijkheid tot uitloop.

Er is sprake van uitgesteld onderhoud, omdat er in veel gevallen mogelijkheden zijn om werkzaamheden te combineren met andere onderhouds- en aanlegmaatregelen, waardoor een deel later wordt uitgevoerd. De keuze tot uitstel van onderhoud wordt gebaseerd op informatie uit risicogestuurde inspecties waarmee de werkelijke staat van objecten wordt bijgehouden. Uitgangpunt is dat de assets blijven voldoen aan geldende veiligheidsnormen en/of prestatieafspraken

De komende jaren wordt de omvang van het uitgesteld onderhoud jaarlijks gemonitord. Na een aantal jaren kan dan worden bezien of er een norm uit af te leiden valt hoeveel uitgesteld onderhoud acceptabel is. Dit past in de lijn die is uitgedragen in de bestuurlijke reactie op het rapport van de Algemene Rekenkamer over de Instandhouding van het Hoofdwatersysteem dat eerst ervaring wordt opgedaan en dat inzichtelijke informatie werkende weg zal worden aangescherpt.

Voor het bepalen van de omvang van het achterstallig onderhoud is van de uitgestelde onderhoudsmaatregelen beoordeeld of de assets niet meer voldoen aan de geldende veiligheidsnormen en/of prestatieafspraken. Bij het hoofdwatersysteem is geen sprake van achterstallig onderhoud.

Het uitgestelde onderhoud loopt mee in de programmering van de noodzakelijke werkzaamheden in de opeenvolgende service level agreements.

3.02.02 Zoetwatervoorziening

Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn om het hoofdwatersysteem zodanig te onderhouden dat de beoogde functies voor waterverdeling volgens de vigerende regelgeving en waterakkoorden kunnen worden vervuld. Dit betreft onder meer het beheer en onderhoud voor:

  • •  Waterverdeling en peilbeheer;
  • •  Stuwende en spuiende kunstwerken;
  • •  Natuurvriendelijke oevers, implementatie Kader Richtlijn Water (KRW), implementatie Waterwet en Natura 2000.

Onder zoetwatervoorziening valt ook de uitwerking van respectievelijk Waterbeheer 21e Eeuw (WB21) en de implementatie van de KRW, alsmede de maatregelen in het kader van Natura 2000. Zowel de KRW als Natura 2000 streven naar het beschermen van gezonde watersystemen die een duurzaam gebruik mogelijk maken. Voor de KRW zijn stroomgebiedbeheerplannen in uitvoering, die bepalen welke maatregelen op het terrein van beheer en onderhoud genomen worden om aan de KRW te blijven voldoen.

Meetbare gegevens

Areaal

Eenheid

2014

2015

Begrote omvang 2016

Omvang gerealiseerd

2016

Budget 2016

x € 1 mln.

Gerealiseerd begrotingsbedrag

2016 x € 1 mln.

 

Kustlijn

km

293

293

293

293

70,0

65,5

 

Stormvloedkeringen

aantal

5

5

5

5

51,0

58,2

 

Dammen, dijken en duinen, uiterwaarden w.o.:

         

23,7

22,0

 

– Dijken, dammen en duinen, primaire waterkeringen

km

238

236

227

180

   

1

– Niet primaire waterkeringen/duinen

km

596

595

594

652

   

2

– uiterwaarden in beheer Rijk

ha

3.816

3.772

3.813

5.684

   

3

Totaal

         

144,7

145,7

 

Bron: Rijkswaterstaat, 2016

Toelichting:

  • Ad 1)  Het aantal kilometers voor dammen, dijken, duinen en uiterwaarden is weergegeven zoals bepaald bij het opstellen van de leggergegevens. Het areaal van dijken, dammen en duinen, primaire waterkeringen is in 2016 afgenomen. Dit wordt met name veroorzaakt door een afwaardering van een aantal primaire waterkeringen naar niet-primaire waterkeringen, zoals de Westelijke dijk Amsterdam-Rijnkanaal. Deze veranderingen waren onvoorzien in de begroting 2016.
  • Ad 2)  De lengte van de niet-primaire waterkeringen en duinen is in 2016 toegenomen. Dit wordt met name veroorzaakt door een afwaardering van een aantal primaire waterkeringen naar niet-primaire waterkeringen, zoals de afwaardering van de Westelijke dijk Amsterdam-Rijnkanaal. Deze veranderingen waren onvoorzien in de begroting 2016.
  • Ad 3)  Het uiterwaarden areaal is dit jaar feitelijk nauwelijks gewijzigd maar wel geïnventariseerd met verbeterde uniforme definities en geeft daardoor nauwkeuriger de fysieke oppervlakte weer. De weergegeven toename is zodoende alleen administratief. De verbeterde omvang omvat tevens de afname als gevolg van een aantal Ruimte voor de Rivier projecten waarbij de uitwaarden plaatsmaken voor extra waterbergingen. Desondanks is er dus sprake van een administratieve stijging.
Indicatoren Beheer en Onderhoud Waterveiligheid
 

Indicator

Eenheid

2015

Streefwaarde 2016

Realisatie 2016

BenO Waterveiligheid

De basiskustlijn is voldoende op zijn plaats gebleven (minstens 90% van de meetlocaties ligt zeewaarts van de afgesproken kustlijn).

%

93%

90%

92%

 

De 5 stormvloedkeringen zijn steeds beschikbaar om hoogwater te keren en voldoen aan de veiligheidsnormen uit de Waterwet. Indicator is het percentage van de stormvloedkeringen dat voldoet aan de afgesproken faalkanseis.

%

60%

100%

60%

Bron: Rijkswaterstaat, 2016

Toelichting:

De eerste indicator geeft aan of de basiskustlijn niet verder landinwaarts is verschoven dan in 1990 is afgesproken (en in 2001 is herijkt). Kleine verschuivingen zijn normaal en toegestaan, en worden door middel van het kustsuppletieprogramma gecorrigeerd. De mogelijke kleine verschuivingen komen tot uitdrukking in de streefwaarde dat 90 procent van de basiskustlijn op zijn plaats blijft.

De tweede indicator is erop gericht dat de stormvloedkeringen in het stormseizoen voldoen aan de afgesproken faalkanseisen. Voor twee van de vijf stormvloedkeringen (Maeslantkering en de Ramspolkering) kan niet kwantitatief worden aangetoond dat ze aan de faalkanseis voldoen. De berekeningsmethode van een faalkans is complex en vooral een technische exercitie. Bij de Maeslantkering is sprake van een softwareprobleem in het besturingssysteem. Het streven is om zomer 2017 de nieuwe besturingssoftware op de Maeslantkering te installeren. De planning voor de levering van het nieuwe besturingssysteem voor aanvang stormseizoen is ambitieus. Wanneer dit niet lukt zal de implementatie in de zomer van 2018 plaatsvinden omdat vervanging in het stormseizoen niet mogelijk is. In geval van eventuele storingen van het besturingssysteem kan bij falen ingegrepen worden door het operationeel team. Voor de Ramspolkering is in 2016 de faalkanseis 1:286. Inmiddels is vastgelegd in bijlage III van de Waterwet dat deze faalkanseis per 1-1-2017 bijgesteld is naar 1:100 (kans op niet sluiten).

Faalkans van de vijf stormvloedkeringen in beheer bij Rijkswaterstaat

Stormvloedkeringen:

Faalkans / Overschrijdingskans

Streefwaarde 2016

Realisatie 2016

Maeslantkering

Faalkans bij sluiten

1:100

Niet kwantitatief aantoonbaar

Hartelkering

Faalkans bij sluiten

1:19

1:19

Hollandse IJsselkering

Faalkans bij sluiten

1:47

1:95

Oosterscheldekering

Overschrijdingskans in jaar

1:4000

1:10.000

Ramspolkering

Faalkans bij sluiten

1:2861

Niet kwantitatief aantoonbaar

Noot 1: Per 1-1-2017 is de faalkanseis 1:100

Bron: Rijkswaterstaat, 2016

Toelichting:

De faalkanseisen voor de stormvloedkeringen worden op basis van de normering van de achterliggende waterkeringen vastgesteld. Bepalend daarvoor zijn de beschermingsniveaus van de achterliggende dijkringen, ook wel aangeduid als het «achterland». De stormvloedkeringen moeten voldoen aan de strengste veiligheidsnorm van het bijbehorende achterland zoals vastgelegd in de Waterwet en getoetst aan de hydraulische randvoorwaarden. Deze waterhuishoudkundige samenhang resulteert uiteindelijk in verschillende faalkanseisen per kering.

  • •  De Maeslantkering, Hartelkering, Hollandse IJsselkering en Ramspolkering kennen afspraken over faalkanseisen (de kans dat de kering bij een sluitvraag niet gesloten kan worden). De kansen worden uitgedrukt in aantal sluitvragen: bij honderd sluitvragen mag de Maeslantkering één keer falen.
  • •  Voor de Oosterscheldekering geldt het wettelijk beschermingsniveau van 1: 4.000 voor de dijkring (overschrijdingskans; dit is de kans dat bij falen van de Oosterscheldekering de toetspeilen in het Oosterschelde-bekken worden overschreden). De kans wordt uitgedrukt in jaren (1: 4.000 jaar).

Jaarlijkse hoeveelheden zandsuppleties en percentages raaien waarin de Basiskustlijn (BKL) is overschreden.

Bron: Rijkswaterstaat, 2016

Toelichting:

Het aantal raaien waarin de BKL overschreden wordt, mag maximaal vijftien procent zijn; het streven is om het aantal BKL-overschrijdingen rond de tien procent te houden. Jaarlijks voert RWS kustlijnmetingen uit langs 1.465 denkbeeldige lijnen loodrecht op de kust op min of meer even grote afstand van elkaar. Deze lijnen worden raaien genoemd. In 2016 was de overschrijding van de basiskustlijn (8%) ruimschoots onder de afgesproken norm (10%).

Suppleren voor kustlijnzorg

Om de BKL en het kustfundament te kunnen handhaven wordt jaarlijks gemiddeld 12 miljoen m3 zand gesuppleerd. Om een zo gunstig mogelijke prijs voor de suppleties te bedingen, is een nieuwe marktstrategie met contracten voor een periode van vier jaar gekozen met meer ruimte voor de aannemer om de suppleties in de tijd te spreiden. In 2016 is 8,49 miljoen m3 zand gesuppleerd.

Het meerjaren suppletieprogramma 2012–2015 kent een uitvoeringsperiode van 2011–2016. Dit wordt veroorzaakt door de gekozen marktstrategie waarbij de aannemer meer vrijheid heeft in de periode waarin hij de suppleties moet realiseren. Dit heeft een gunstig effect op de uitvoeringskosten. De prognose dat de afgesproken suppleties met een omvang van 48 miljoen m3 zand in de periode 2012–2015 (met uitloop naar 2016 vanwege een tweejarige uitvoeringstermijn) volledig zullen worden uitgevoerd zijn door een bezwaar op de gunningen van de suppleties voor 2016 niet geheel gerealiseerd. Hierdoor wordt 8,6 miljoen m3 van het programma 2012–2015 in 2017 gerealiseerd.

Realisatie en prognose kustsuppleties
 

Realisatie

in mln. m3

Realisatie

in mln. m3

Realisatie

in mln. m3

Realisatie

in mln. m3

Realisatie in mln. m3

Prognose

in mln. m3

Jaar

2012

2013

2014

2015

2016

2012–2017

Hand haven basiskustlijn en kustfundament

8,1

10,6

3,98

10,75

8,49

48,0

Bron: Rijkswaterstaat, 2016

Toelichting:

Het suppletievolume van het meerjarenprogramma 2012–2015 omvat 48 miljoen m3 en wordt overeenkomstig de contracten uitgevoerd. In 2016 is 8,49 miljoen m3gerealiseerd. Door de bezwaren op de gunningen voor de suppleties voor 2016 is de uitloop naar 2017 6,08 M3 suppleties.

Areaal Zoetwatervoorziening
 

Eenheid

Omvang

begroot 2016

Omvang gerealiseerd

2016

Totaal budget 2016

x € 1 mln.

Gerealiseerd budget 2016

x € 1 mln.

 

Binnenwateren

km2

3.052

3.050

   

1

Kunstwerken (spui-, uitwaterings-kolken, stuwen en gemalen)

stuks

121

122

   

2

Budget

mln. euro

   

17,4

20,9

 

Bron: Rijkswaterstaat, 2016

Toelichting:

  • Ad 1) 

    Het areaal binnenwateren omvat alle door RWS beheerde wateren (onder meer rivieren, kanalen en IJsselmeer) maar is exclusief Noordzee, water in Caribisch Nederland, Waddenzee, Eems–Dollard en Westerschelde.

    Oppervlakte binnenwateren is iets lager de begroting 2016, onder andere doordat een aantal Ruimte voor de Rivier projecten na 2016 afgerond worden. De verruiming van het Wilhelminakanaal Tilburg is uitgesteld naar 2017.

    Ten opzichte van de realisatie 2015 (3.048 km2) is de oppervlakte binnenwateren in 2016 iets toegenomen door met name de uiterwaardvergravingen en dijkterugleggingen als gevolg van de Ruimte voor de Rivierprojecten.

  • Ad 2) 

    De spui- en uitwateringskolken, stuwen en gemalen zijn middelen om het streefpeil en de waterverdeling in Nederland te kunnen realiseren. De beschikbaarheid van streefpeilen is een indicator bij watermanagement, het onderhoud aan de spui- en uitwateringskolken, stuwen en gemalen draagt hier aan bij.

    Dit aantal kunstwerken is één hoger dan verwacht bij de begroting 2016. In 2015 zijn er gemalen bijgekomen, als gevolg van het Ruimte voor de Rivieren project de Noordwaard. Deze waren in de begroting 2016 onvoorzien. De opening van de nieuwe Flakkeese Spuisluis vindt daarentegen pas in 2017 plaats.

3.02.03 Vervanging

Het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functie voor zowel waterveiligheid als zoetwatervoorziening vervuld kan worden.

Onder de categorie Vervanging vallen uitgaven ten behoeve van werkzaamheden die betrekking hebben op renovatie- en vervangingsinvesteringen.

Het budget dat op dit artikelonderdeel is opgenomen, is bestemd voor de werkzaamheden ten behoeve van de stuwen Nederrijn en Lek, het programma Stroomlijn en vegetatiebeheer uiterwaarden. Begroeiing langs de rivier heeft op sommige plekken een negatief effect op de maatregelen die worden genomen voor de waterveiligheid. Het programma Stroomlijn is een inhaalslag van het vegetatiebeheer in de uiterwaarden en brengt voor het gehele Nederlandse rivierengebied in kaart waar de vegetatie moet worden aangepast en zorgt ervoor dat de vegetatie in de uiterwaarden waar nodig en mogelijk verwijderd wordt. Uitvoering van het programma gebeurt in samenwerking met de eigenaren van de gebieden en in afstemming met de lopende waterveiligheidsprogramma’s.

Vervanging Waterprojecten

Water

Project

Gereed Begroting 2016

Gereed

Jaarverslag

2016

Nederrijn/Lek

Renovatie stuwensemble in Nederrijn en Lek

2021

2021

Diversen

Programma Stroomlijn

2016

2017

IJsselmeergebied

RINK-maatregelen IJsselmeergebied

2018

2018

Bron: Rijkswaterstaat, 2016

Toelichting Stroomlijn:

In de uiterwaarden rond Kampen en Varik – Heesselt is de uitvoering van de inhaalslag Stroomlijn als gevolg van de in de 2de Kamer aangenomen motie Jacobi (Kamerstukken 2015–2016 27 625 nr. 355) tijdelijk on hold gezet, waarna met de omgeving en betrokken natuurorganisaties nog een keer gesproken is over de voorgenomen werkzaamheden. De uitkomst van deze gesprekken is, zoals gemeld aan de 2de Kamer (Kamerstukken 2016–2017 31 710 nr. 64) in oktober 2016, dat het proces rond de inhaalslag Stroomlijn transparant en ordentelijk is doorlopen en dat er binnen de scope van de inhaalslag Stroomlijn geen alternatieven zijn. De werkzaamheden zijn weer opgepakt, maar vallen over de jaargrens van 2016 heen. De inhaalslag Stroomlijn wordt daardoor in 2017 opgeleverd.