Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

2. DE BELEIDSAGENDA KONINKRIJKSRELATIES

Inleiding

Het Koninkrijk is per 10 oktober 2010 staatkundig opnieuw ingericht: vier autonome landen die een aantal taken gemeenschappelijk uitvoeren. Het Koninkrijk vervult een waarborgfunctie (artikel 43 van het Statuut): als de landen (Curaçao, Sint Maarten en Aruba) niet zelfstandig kunnen voldoen aan de verantwoordelijkheid voor rechtszekerheid, deugdelijk bestuur en de bescherming van de fundamentele rechten en vrijheden van hun inwoners, komt de verantwoordelijkheid van het Koninkrijk in beeld. Het Statuut geeft het Koninkrijk de instrumenten om aan die verantwoordelijkheid invulling te geven.

Gewijzigde verhoudingen

Zakelijk en direct

Mede als gevolg van de staatkundige hervorming zijn de verhoudingen binnen het Koninkrijk zakelijker en directer geworden.

Zakelijk omdat niet meer de ongelijke donorrelatie bestaat die voorheen de onderlinge relaties tussen Nederland en de landen kenmerkte, en de onderlinge verhouding derhalve thans gekenmerkt wordt door meer gelijkwaardigheid en vooral de mogelijkheid om vanuit eigen kracht en behoefte met anderen binnen het Koninkrijk samen te werken. Zakelijk ook omdat de relaties worden geleid door de waarden en afspraken neergelegd in het Statuut en de consensusrijkswetten op het gebied van financieel toezicht en rechtshandhaving. Aan die afspraken zullen de landen elkaar houden, in het belang van de bevolkingen van de landen.

Direct omdat door het wegvallen van de bestuurslaag van de Nederlandse Antillen Nederland rechtstreekse relaties met ieder der landen onderhoudt, en bereid is tot samenwerking met alle landen met het oog op hun voorspoedige ontwikkeling. Zo zet Nederland in op samenwerking met betrekking tot rechtshandhaving, economische ontwikkeling, gezondheidszorg, milieubescherming en kinderrechten.

Ook de verhoudingen van Nederland met Bonaire, St. Eustatius en Saba, hoewel van een andere aard dan die tussen de vier landen van het Koninkrijk kenmerkt zich ook meer en meer door directere relaties; geen eiland is hetzelfde, de problematiek is vaak specifiek en de behoefte aan maatwerk in de relaties groeit.

Gelet op de omvang van de landen, hun absorptiecapaciteit en de geografische ligging ligt het voor de hand dat de landen binnen het Koninkrijk hun krachten bundelen. Daarvoor bestaan aansprekende aanleidingen. Criminaliteit, met name grensoverschrijdende en ondermijnende criminaliteit, is op alle landen een probleem waarvan de omvang en impact zodanig is dat deze niet anders dan door nauwe samenwerking bestreden kan worden. Waar economische groei op de landen soms stagneert en armoede nog steeds een groot probleem is in het Caribisch deel van het Koninkrijk, is bevordering van werkgelegenheid noodzakelijk. Dat kan door opheffing van onnodige handelsbarrières, het scheppen van een gunstig investerings- en vestigingsklimaat en het benutten van de bijzondere eigenschappen waarover ieder der landen beschikt. De Caribische landen liggen in een regio met grote kansen, zodat de inspanningen erop gericht moeten worden die te benutten.

De inwoners van de landen maken voorts aanspraak op een acceptabel niveau van gezondheidszorg, waarvoor de inbedding binnen het Koninkrijk eveneens kansen biedt. Een schoon milieu is niet slechts belangrijk voor behoud van de natuur en voor het welzijn van de bevolking, maar is ook verbonden met en randvoorwaardelijk voor onder andere het toerisme, een belangrijke motor van economisch ontwikkeling. Tijdens de Koninkrijksconferentie van 2014 is afgesproken dat de landen gezamenlijk de rechten van het kind tot prioriteit aanwijzen. De Tweede Kamer heeft bevorderd dat daarvoor de komende jaren fors kan worden geïnvesteerd. Vanuit gemeenschappelijke belangen zal Nederland de komende jaren op al deze terreinen samenwerking en synergie blijven zoeken.

Bij de kansen die samenwerking binnen het Koninkrijk biedt, speelt ook de bijzondere verantwoordelijkheid die Nederland heeft jegens Bonaire, St. Eustatius en Saba. De openbare lichamen zijn in hoge mate met de landen verbonden op terreinen als transport, economie, personenverkeer en gezondheidszorg. Nederland heeft dus ook in dat opzicht een belang bij sterke onderlinge banden binnen het Koninkrijk en ontwikkeling van de landen.

Deze zakelijke en directe relaties hebben overigens ook tot gevolg dat problemen die zich op de landen voordoen, zoals op het terrein van de integriteit, criminaliteit, goed bestuur en op sociaal-maatschappelijk terrein meer dan voorheen zichtbaar zijn binnen het Koninkrijk en Nederland daarop. Niet alleen zijn effecten van deze problemen soms zichtbaar in Europees Nederland en op de openbare lichamen; ook in internationaal verband wordt het Koninkrijk op die problemen aangesproken.

Actieve betrokkenheid Rijksministerraad (RMR)

De meer directe verhoudingen binnen het Koninkrijk hebben tot gevolg dat de afgelopen periode de Rijksministerraad enkele malen tot het inzicht is gekomen dat vanuit het Koninkrijk signalerend, vervolgens waarschuwend en tot slot handelend moest worden opgetreden. Dat optreden houdt verband met de betekenis van het Koninkrijk als verbindend element en waarvan de deelnemers aanspraken maar ook verplichtingen hebben.

De landen, Aruba reeds in een eerder stadium, hebben bewust gekozen voor meer autonomie en derhalve een grotere verantwoordelijkheid voor bijvoorbeeld het voorzieningenniveau voor de eigen bevolkingen. Ook dit heeft te maken met de gewijzigde staatkundige verhoudingen. De voorheen bestaande «buffer» van de Nederlandse Antillen is opgeheven. Problemen bijvoorbeeld met integriteit op St. Maarten of zoals in 2012 met de financiën van Curaçao worden niet meer eerst op het niveau van de Nederlandse Antillen besproken en opgelost maar komen snel op de agenda van de Rijksministerraad aan de orde.

Deze situatie heeft de afgelopen jaren tot discussie geleid. Dat is tot op zekere hoogte onvermijdelijk. Het Statuut bevat de waarden en normen die de landen binnen het Koninkrijk verbinden. Daaraan hebben alle landen zich gecommitteerd en daarbij hoort dat ze elkaar daarop aanspreken. Juist de verbondenheid aan het Koninkrijk verschaft de landen waarborgen op het gebied van goed bestuur, rechtszekerheid en mensenrechten. Dat resulteert onder andere in wetgeving die een klimaat schept waarbinnen bedrijven willen investeren, in de beschikbaarheid van expertise die op de landen in het Caribisch deel van het Koninkrijk niet voorradig is, in mogelijkheden tot het volgen van onderwijs bij elkaars onderwijsinstellingen en in de toegang tot een internationaal netwerk zodat de landen relaties binnen en buiten de regio kunnen aanknopen. De andere kant van de medaille is dat de verplichtingen jegens het Statuut worden nageleefd. Actieve betrokkenheid van de Rijksministerraad daarbij, laat staan bestuurlijke interventies, zijn uiteraard geen doel op zichzelf; de landen zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor hun keuzes op de diverse beleidsterreinen.

Geschillenregeling

Artikel 12a van het Statuut van het Koninkrijk schrijft voor dat er een Geschillenregeling moet komen. Tijdens de Koninkrijksconferentie van 16 juni 2015 is afgesproken dat nader bestuurlijk overleg wordt gevoerd gericht op de totstandkoming van een rijkswet binnen een jaar na de datum van dat overleg. De voorstellen van het Interparlementair Koninkrijksoverleg (IPKO) van mei 2015 worden daar bij betrokken.

Caribisch Nederland

Ontwikkeling BES / meerjarenplannen

Vijf jaar na de staatkundige ontmanteling van het land Nederlandse Antillen is de staatkundige positie van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES) geëvalueerd. Ook is gekeken naar de toereikendheid van de Vrije uitkering in het BES-fonds.

Het jaar 2016 staat in het teken van de uitkomsten van de evaluatie uitwerking nieuwe staatkundige structuur Caribisch Nederland van de Commissie Spies. In 2016 bespreken de bestuurscolleges van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de bevindingen van de Commissie Spies. Het eindrapport voorzien van een kabinetsstandpunt wordt daarna aan de Tweede Kamer gestuurd. Bij de resultaten van deze evaluatie worden ook de uitkomsten van het onderzoek naar de toereikendheid van de Vrije uitkering van het BES-fonds betrokken.

Naast de uitwerking van de aanbevelingen en resultaten van het rapport van de Commissie Spies, geven in 2016 de openbare lichamen Bonaire en Saba, samen met de rijksoverheid, uitvoering aan het Meerjarenprogramma. Voor het openbaar lichaam Sint Eustatius geldt vanaf juni 2015 een toezichtstraject (bestuurlijk en financieel) onder voorzitterschap van de rijksvertegenwoordiger.

Kinderrechten

Tijdens de Koninkrijksconferentie van april 2014 is door de vier landen een Taskforce Kinderrechten ingesteld. Deze Taskforce heeft in november 2014 het «Plan van aanpak kinderrechten» opgesteld voor de verbetering van de kinderrechten.

De vier landen voeren de acties, voortvloeiend uit de vijf speerpunten van het actieplan Kinderrechten uit. Het gaat om het centraal stellen van het gezin, het bepalen en bespreekbaar maken van de rol van ouders in de opvoeding, het creëren van zinvolle vrijetijdsbesteding en sluitende dagarrangementen (Safety net) voor kinderen, randvoorwaarden voor het borgen van de kinderrechten en het voorkomen van geweld tegen kinderen.

Tijdens de Koninkrijksconferentie 2015 is het actieplan vastgesteld. Gezamenlijk wordt een Safety net conferentie (over de zinvolle vrijetijdsbesteding en sluitende dagarrangementen voor kinderen) georganiseerd. En wordt een «Commissie van wijzen» ingesteld die, in dialoog met de samenleving, een visie ontwikkelt over de rol van ouders in de opvoeding en dit breed in de samenlevingen van de landen bespreekbaar maakt.

Sociaaleconomische ontwikkeling

Voor de sociaaleconomische ontwikkeling (verbeteren van de leefbaarheid, de re-integratie naar duurzaam betaald werk en het bevorderen van de maatschappelijke participatie) van Caribisch Nederland ontvangen de openbare lichamen op basis van het tijdelijk Besluit bijzondere uitkeringen integrale projecten BES middelen van de Ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Bestuurlijke ontwikkeling

Het programma Bestuurlijke ontwikkeling richt zich de komende jaren op het verhogen van de kwaliteit en slagkracht van het openbaar bestuur op de zes eilanden in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Door voortdurend te ontwikkelen kan het bestuur anticiperen op de veranderende omgeving en blijven voldoen aan de hoge eisen die de moderne samenleving stelt. Plannen en initiatieven van Caribisch Nederland kunnen rekenen op ondersteuning en expertise vanuit Nederland.

Landen (Aruba, Curaçao en Sint Maarten)

Financieel toezicht

De economische crisis is niet aan het Koninkrijk voorbijgegaan. De verantwoordelijkheid voor gezonde overheidsfinanciën ligt bij de autonome landen zelf. Het College financieel toezicht (Cft) vervult daarbij een toezichthoudende rol, voortvloeiend uit de rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten en de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Het is van belang dat alle landen van het Koninkrijk streven naar financiële soliditeit en de daarmee samenhangende kredietwaardigheid. De landen zijn zelf verantwoordelijk voor duurzaam houdbare overheidsfinanciën.

De overheidsfinanciën van Curaçao zijn het afgelopen jaar wederom verbeterd. Curaçao heeft ingrijpende maatregelen en ombuigingen doorgevoerd om de overheidsfinanciën weer op orde te krijgen. Het College financieel toezicht (Cft) geeft aan te vertrouwen dat Curaçao deze positieve lijn op de overheidsfinanciën vasthoudt. Door het positieve advies van het Cft op de begroting 2015 kan Curaçao leningen blijven aangaan om investeringen te financieren. De uitdagingen die voor Curaçao nog bestaan zijn onder andere het implementeren van de geplande bezuinigingsmaatregelen, het verder op orde brengen van het financieel beheer en het mitigeren van de risico’s van noodlijdende overheidsbedrijven.

Sint Maarten heeft grotere uitdagingen bij de overheidsfinanciën. Het Cft heeft de Rijksministerraad in juli 2015 geadviseerd Sint Maarten een aanwijzing te geven voor de steeds oplopende betalingsachterstanden. Dit vraagt van Sint Maarten structurele maatregelen bij de Sociale Zekerheid en het Pensioenstelsel, om deze sociale voorzieningen ook in de toekomst betaalbaar te houden. Ook moet Sint Maarten in de periode 2015–2018 ruim ANG 50 miljoen aan tekorten uit voorgaande jaren compenseren.

Beide landen tonen vooruitgang in de tijdigheid van op te leveren financiële producten. Verdere groei in de kwaliteit van het financieel beheer blijft nodig. Uit controles van de accountants blijken nog (te) veel onrechtmatigheden en onzekerheden over de bestedingen. In 2015 is de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten geëvalueerd. In oktober 2015 besluit de Rijksministerraad over de toekomst van het financieel toezicht.

De overheidsfinanciën van Aruba zijn de afgelopen jaren sterk verslechterd. Dit is onder meer het gevolg van slecht financieel beheer, beleidsmatige keuzes, het wegvallen van inkomsten uit de olieraffinaderij Valero en het stimuleringsbeleid om de gevolgen van de economische crisis op Aruba te beperken. Dit leidde tot jaarlijks terugkerende tekorten en een sterk stijgende staatsschuld. Op 2 mei 2015 hebben de regeringen van Nederland en Aruba een akkoord bereikt over onafhankelijk financieel toezicht. Dit dient te borgen dat eerder gemaakte afspraken en de ingezette meerjarenramingen worden gehaald. Deze inspanningen moeten leiden tot een duurzaam begrotingsevenwicht voor Aruba. Indien de belangen van het Koninkrijk hierom vragen, zal het Kabinet in de Rijksministerraad (RMR) streven naar aanvullende maatregelen.

Economische samenwerking

Één van de belangrijkste pijlers voor de ontwikkeling van de landen in het Koninkrijk is de economie. Economische groei is noodzakelijk voor de sociale en maatschappelijke ontwikkeling van de landen en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Een belangrijke meerwaarde van het Koninkrijk ligt in de mogelijkheden tot economische samenwerking.

Het internationaal profileren van de Caribische landen van het Koninkrijk als deel van het Koninkrijk en meer samenwerking tussen de landen is van grote waarde voor bevordering van de handel. Bij het Nederlandse bedrijfsleven bestaat interesse om bij handel met Latijns Amerika gebruik te maken van de netwerken, juridische en financiële dienstverlening en de kennis van taal en cultuur op de Caribische delen van het Koninkrijk. Daarnaast kan de economie van de eilanden worden versterkt, door dienstverlening van de douane, betere transportfaciliteiten en betere vestigingsvoorwaarden zoals vergunningen. Een dagelijkse snelle ferryverbinding tussen Bonaire, Curaçao en Aruba kan een belangrijke impuls geven aan de economische en maatschappelijke ontwikkeling van de eilanden. Hier wordt een haalbaarheidsstudie naar uitgevoerd.

Integriteit Sint Maarten

Naar aanleiding van de integriteitonderzoeken uit 2014 is in mei 2015 overeenstemming bereikt over de gezamenlijke aanpak van de integriteit en rechtshandhaving op Sint Maarten. De overeenstemming dient geborgd te worden in een Landsverordening Integriteitkamer van Sint Maarten en regelt de instelling van een onafhankelijke Integriteitkamer, die zelfstandige bevoegdheden krijgt voor het geven van advies en het doen van aanbevelingen. De Integriteitkamer mag onderzoek instellen naar mogelijke integriteitschendingen en kan waar nodig hiervan aangifte doen. De Integriteitkamer brengt verslag uit aan zowel de regering en Staten van Sint Maarten, als aan de Rijksministerraad. De aanpak van de integriteitproblematiek is onlosmakelijk verbonden met de versterking van de rechtshandhaving op Sint Maarten. Integriteit is een belangrijke voorwaarde voor een goede en effectieve rechtshandhaving. Indien de belangen van het Koninkrijk hierom vragen, zal het Kabinet in de Rijksministerraad (RMR) streven naar aanvullende maatregelen.

Rechtshandhaving

De rechtshandhaving in het Caribisch deel van het Koninkrijk wordt versterkt. Dit betreft onder andere de aanpak van de financieel-economische en ondermijnende criminaliteit op Sint Maarten. Onderzoek naar de (illegale) geldstromen tussen onder- en bovenwereld op Curaçao en Sint Maarten, tussen deze landen en met landen buiten het Koninkrijk, maakt hier onderdeel van uit (Motie Van Raak/Bosman, Kamerstukken II 2014–2015, 31 568, nr. 156). De rechtshandhaving wordt versterkt door gezamenlijke extra inzet van het Recherche Samenwerkingsteam (RST), het Openbaar Ministerie en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Plannen van aanpak Curaçao en Sint Maarten

In de AMvRB Samenwerkingsregeling waarborging plannen van aanpak landstaken Curaçao en Sint Maarten is vastgelegd dat voor de landstaken die Curaçao en Sint Maarten ten tijde van de staatkundige hervorming op 10 oktober 2010 nog niet naar behoren konden uitvoeren, een plan van aanpak is vastgesteld. De landen hebben tot uiterlijk 10 oktober 2016 om deze plannen uit te voeren.

Voor de plannen van aanpak hebben de landen de nodige stappen gezet. Zowel kwantitatief, kwalitatief als financieel moeten vorderingen worden gemaakt om de uiteindelijke afronding van de plannen van aanpak in 2016 te bestendigen. Hier wordt door de landen op ingezet.

Curaçao werkt aan de plannen van aanpak voor het Korps Politie Curaçao en de gevangenis Sentro di Detenshon i Korekshon Korsou (SDKK). Sint Maarten werkt aan de plannen van aanpak voor het Korps Politie Sint Maarten, de gevangenis Point Blanche en de Landsrecherche.

Belangrijkste beleidsmatige mutaties t.o.v. vorig jaar (ontvangsten, uitgaven en niet-belastingontvangsten)

Opbouw uitgaven (x € 1.000)
 

art. nr.

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

 

258.908

241.544

276.375

258.496

114.247

 

Amendement van Laar en Segers

4

3.000

         
               

Mutaties 1e suppletoire begroting

 

131.041

7.777

8.164

1.914

1.858

958

               

Nieuwe mutaties:

             

RCN/Centraal

6

 

8.369

8.369

8.369

8.369

8.369

               

Overige mutaties

 

– 380

– 224

– 285

– 375

– 375

113.871

Stand ontwerpbegroting 2016

 

392.569

257.466

292.623

268.404

124.099

123.198

Opbouw ontvangsten (x € 1.000)
 

art. nr.

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

 

36.475

36.475

36.475

36.475

36.475

 

Amendement van Laar en Segers

4

3.000

         
               

Mutaties 1e suppletoire begroting

 

9.100

         
               

Nieuwe mutaties:

             
               

Overige mutaties

 

0

0

0

0

0

36.475

Stand ontwerpbegroting 2016

 

48.575

36.475

36.475

36.475

36.475

36.475

Toelichting

Aan de Caribisch Nederland-tafel (CN-tafel) van 10 december 2014 is besloten de governance van Rijksdienst Caribisch Nederland/Centraal te hervormen en de budgetten hiervoor, op dit moment geraamd op de begrotingen van de afnemers, vanaf 2016 over te hevelen naar begrotingshoofdstuk Koninkrijksrelaties (IV).

Planning beleidsdoorlichtingen

Artikel

Naam artikel

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Geheel artikel-onderdeel?

1

Waarborgfunctie

     

     

ja

4

Bevorderen autonomie Koninkrijksrelaties

                 

4.1

Aruba, Curaçao en Sint Maarten

   

     

 
nee12

4.2

Caribisch Nederland

   

     

 

ja

5

Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

   

     

 

ja

Noot 1: De opzet en vraagstelling van de voorgenomen beleidsdoorlichting voor 2016 (zie motie Harbers c.s.) wordt gelijktijdig met deze begroting naar de Tweede Kamer gestuurd.

Noot 2: De onder artikelonderdeel 4.1 geraamde pensioentoelagen (€ 5,0 mln.) worden niet in de beleidsdoorlichting meegenomen.

Voor een overzicht van de gerealiseerde beleidsdoorlichtingen en evaluaties wordt verwezen naar de meest recente jaarverslagen en/of de site van het Ministerie van Financiën: http://www.rijksbegroting.nl/beleidsevalutaties.

Voor de meerjaren planning van de beleidsdoorlichtingen en evaluaties wordt verwezen naar de bijlage bij deze begroting: «Evaluatie- en overig onderzoek». Voor de gerealiseerde beleidsdoorlichtingen en overige evaluaties zijn hyperlinks opgenomen die meteen verwijzen naar de betreffende documenten.

Overzicht van Risicoregelingen

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2014

Geraamd te verlenen 2015

Geraamd te vervallen 2015

Uitstaande garanties

2015

Geraamd te verlenen 2016

Geraamd te vervallen 2016

Uitstaande garanties 2016

Garantie-plafond 2016

Totaal plafond

2. Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners (t/m 2015)

Leningen aan het Land Aruba

5.112

0

1.734

3.378

0

3.378

0

0

0

Voorschotten 9e Europees Ontwikkelings Fonds (EOF)

43.600

0

43.600

0

0

0

0

0

0

Voorschotten 9e Europees Ontwikkelings Fonds (EOF) vanaf juli 2015

0

4.226

0

4.226

0

4.226

0

0

0

Voorschotten 10e Europees Ontwikkelings Fonds (EOF)

21.000

0

21.000

0

0

0

0

0

0

5. Schuldsanering/

lopende inschrijving/

Leningen aan het Land Aruba

0

0

0

0

3.378

1.454

1.924

0

0

leningen (vanaf 2016)

Voorschotten 9e Europees Ontwikkelings Fonds (EOF)

0

0

0

0

4.226

0

4.226

0

20.200

 

Totaal

69.712

4.226

66.334

7.604

7.604

9.058

6.150

0

20.200

Leningen aan het Land Aruba:

Deze post heeft betrekking op een door Nederland verstrekte garantstelling van leningen aan het Land Aruba vallende onder Staatsgarantie. De leningen zijn gedurende de periode 1990 – 1997 uitgegeven door de Nederlandse Investeringsbank voor Ontwikkelingslanden (NIO). Vanwege de toenmalige financiële situatie van Aruba is door Nederland een garantstelling gegeven. Het garantieplafond is gekoppeld aan de hoogte van de uitstaande lening en wordt per aflossing van Aruba verlaagd met datzelfde bedrag. Het betreft hier een leningenportefeuille met diverse looptijden. De langst lopende lening eindigt in 2020. Aruba heeft tot op heden nog geen aflossing gemist. Voor deze garantie is geen begrotingsreserve aanwezig en wordt geen premie afgedragen als vergoeding voor de afgegeven garantie.

9e en 10e Europees Ontwikkelings Fonds (EOF):

De garantstellingen zijn op verzoek van de Europese Commissie in het kader van het Europees Ontwikkelings Fonds (EOF) verstrekt door Nederland. De Europese Commissie verlangt van de lidstaten, bij projecten niet vallend binnen de Europese grenzen, een garantstelling voor individuele Landen en gebieden overzee (LGO’s). De uitvoering van de projecten vindt plaats op Curaçao, Sint Maarten en Caribisch Nederland.

De garantstelling voor het 9e EOF (2008 – 2013) loopt door totdat deze subsidies geheel afgewikkeld zijn. Op basis van tussentijdse afrekeningen wordt de garantstelling in 2016 bijgesteld. Voor deze garantie is geen begrotingsreserve aanwezig en wordt geen premie afgedragen als vergoeding voor de afgegeven garantie.

De garantstelling voor het 10e EOF is in 2015 volledig vervallen.

Voor de jaren t/m 2016 zijn er geen uitgaven en ontvangsten op garanties geraamd, omdat er geen indicaties zijn dat Aruba niet aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen en de EC op dit moment geen beroep op de garantiestelling heeft gedaan.

Overzicht verstrekte leningen (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande lening

Looptijd lening

5. Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

Begrotingssteun Aruba

7.260

25 jaar

Lening Ontwikkelingsbank van de Nederlandse Antillen (OBNA)

1.340

Maatregel Tussenbalans

8.687

30 jaar

Water- en Energiebedrijf Aruba

6.674

30 jaar

Leningen lopende inschrijving Curaçao

915.544

30 jaar

Leningen lopende inschrijving Sint Maarten

205.540

30 jaar

Begrotingssteun Aruba

In 1985 tot 1988 is aan Aruba een begrotingssteun verleend in de vorm van een lening van € 45,4 mln. met een jaarlijkse rente van 2,5%. Vanaf eind 1994 vindt aflossing plaats in 25 jaarlijkse termijnen van € 1,8 mln. Eind 2018 zal de laatste aflossing plaatsvinden.

Lening OBNA

Dit betreft een lening aan de Ontwikkelingsbank van de Nederlandse Antillen (OBNA) ten behoeve van aanvullende liquiditeiten steun.

Maatregel Tussenbalans

In het kader van de maatregel Tussenbalans zijn met ingang van 1991 begrotingsleningen verstrekt aan Aruba ter financiering van projecten, waarvan een bepaald rendement verwacht mag worden. De leningen hebben een looptijd van 30 jaar, waarvan de eerste acht jaar vrij van aflossing zijn. Het jaarlijkse rentepercentage is 2,5%. In 2025 zullen de laatste aflossingen plaatsvinden.

Water- en Energiebedrijf Aruba (akte 263-JZ/1995)

Het betreft een begrotingslening ten behoeve van het Water- en Energiebedrijf NV gevestigd te Aruba. De lening is verstrekt voor het aldaar verrichten van een groot aantal investeringen voor de renovatie en uitbreiding van het Water- en Energiebedrijf. Deze leningsovereenkomst is opgesteld in Arubaanse valuta ad AFL 28 mln. (€ 10,9 mln.). Inmiddels is er op deze lening een bedrag van € 4,0 mln. afgelost. De lening heeft een looptijd tot 30 juni 2026 waarvan de eerste acht jaar vrij van aflossing zijn. Het jaarlijkse rentepercentage is 2,5%.

Leningen lopende inschrijving Curaçao

Op 15 oktober 2010 heeft de Nederlandse Staat vijf leningen verstrekt aan het land Curaçao. De maximale looptijd van de langstlopende lening is 30 jaar. Op 16 september 2013 heeft de Nederlandse Staat een lening van ANG 60 mln. verstrekt aan het land Curaçao. Deze lening heeft een looptijd van 30 jaar. Op 2 juni 2014 heeft de Nederlandse Staat een lening van ANG 250 mln. verstrekt aan het land Curaçao. Deze lening heeft een looptijd van 30 jaar. Op 20 januari 2015 heeft de Nederlandse staat een lening van ANG 267 mln. verstrekt aan het land Curaçao. Deze lening heeft eveneens een looptijd van 30 jaar.

Het Ministerie van Financiën voert het beheer over deze leningen, de belasting vindt evenwel plaats op hoofdstuk Koninkrijksrelaties (IV).

Leningen lopende inschrijving Sint Maarten

Op 21 oktober 2010 heeft de Nederlandse Staat een vijftal leningen verstrekt aan het land Sint Maarten. De maximale looptijd van de langstlopende lening is 30 jaar. Op 12 oktober 2012 heeft de Nederlandse Staat een volgende lening verstrekt. De maximale looptijd van deze lening is 5 jaar. Op 2 juni 2014 heeft de Nederlandse Staat drie leningen aan Sint Maarten verstrekt voor een bedrag van ANG 150 mln. Aan Sint Maarten is op 21 november 2014 eveneens een lening verstrekt van ANG 30,2 mln. De maximale looptijd van deze leningen is 30 jaar.

Het Ministerie van Financiën voert het beheer over deze leningen, de belasting vindt evenwel plaats op hoofdstuk Koninkrijksrelaties (IV).