Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

6 EN 7. HOGER ONDERWIJS

Algemene doelstelling

Het stelsel van hoger onderwijs en onderzoek zorgt dat studenten en (wetenschappelijk) personeel hun talenten en onderzoekend vermogen maximaal kunnen ontwikkelen. Het leidt hen op voor een positie op de nationale en internationale arbeidsmarkt die optimaal aansluit bij hun talenten.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor een stelsel van hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek dat zodanig functioneert dat het onderwijs aansluit bij de talenten en ambities van individuele studenten en (wetenschappelijk) personeel, en bij de behoefte van de maatschappij.

Financieren: De Minister financiert het stelsel van hoger onderwijs en onderzoek door bekostiging van de onderwijsinstellingen. Mede hierdoor wordt de toegankelijkheid van het hoger onderwijs gewaarborgd.

Stimuleren: De Minister stimuleert specifieke beleidsonderwerpen via de bekostiging, en de inzet van andere instrumenten, zoals prestatieafspraken, bestuurlijke afspraken, voorlichting en wet- en regelgeving.

Regisseren: De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van hoger onderwijs vult de Minister in via een regisserende rol. De normeisen van kwaliteit zijn vastgelegd in wet- en regelgeving. De kwaliteit van de individuele opleidingen in het hoger onderwijs wordt bewaakt met het accreditatiestelsel. Dit is belegd bij de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften en op de recht- en doelmatigheid. Zij ziet ook toe op de kwaliteit van het stelsel van hoger onderwijs, waaronder ook het accreditatiestelsel.

Indicatoren/kengetallen

Tabel 6.1 Indicatoren

Doelstelling/indicator

Basiswaarde

(jaartal)

Tussenwaarde

(jaartal)

Streefwaarde

(jaartal)

Bron1

1

Ambitieus onderwijs dat alle leerlingen en studenten uitdaagt

a)

Alle leerlingen en studenten worden uitgedaagd

       
 

Percentage studenten dat tevreden is over uitdagend onderwijs

2011

2014

 

C

hbo: 59%

hbo: 54%

hoger

wo: 69%

wo: 65%

hoger

b)

Vergroten studiesucces

       
 

Bachelor studiesucces (n+1) van herinschrijvers na het eerste jaar

2011

2014

2
 

hbo: 65,7%

hbo: 60,4%

   

wo: 60,9%

wo: 70,4%

   
 

Uitval in het eerste jaar

2011

2014

T

hbo: 27,9%

hbo: 29,2%

 

wo: 18,8%

wo: 17,2%

 
 

Switchen na het eerste jaar

2011

2014

T

hbo: 9,0%

hbo: 9,2%

 

wo: 9,1%

wo: 8,8%

 

2

Scholen en instellingen werken met goed opgeleide en professionele leraren en schoolleiders die samen zorgen voor een veilig en ambitieus leerklimaat

a)

Vergroten kwaliteit leraren en schoolleiders

2011

2013

2016

 
 

Aandeel hbo-docenten met een afgeronde master- of PhD-opleiding

66,2%

72,2%

80%

 

3

Scholen en instellingen maken resultaten inzichtelijk en worden aangesproken op hun prestaties

 

Studenten-tevredenheid

2011

2014

3
 

hbo: 65,6%

hbo: 69,9%

wo: 80,1%

wo: 81,4%

4

Aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt verbeteren

 

Aandeel afgestudeerden bètatechniek incl. snijvlakopleidingen

2012

2014

2016

 

hbo: 18%

hbo: 18%

hbo: 19%

wo: 21%

wo: 22%

wo: 22%

 

Percentage 25–64 jarigen (mbo/ho) dat deelneemt aan een leeractiviteit (Leven Lang Leren)

16,6% (2010)

17,4% (2013)

20%

(2020)

T

 

Percentage gediplomeerden dat aangaf dat de opleiding voldoende basis was om te starten op de arbeidsmarkt

hbo4: 72% (2013)

hbo: 72% (2014)

hoger

T

wo5: 56% (2011)

wo: 57% (2013)

hoger

Noot 1: T = Toezegging Minister & Staatssecretaris, C= Opgenomen in verband met consistentie.

Noot 2: Hier geen landelijk streefdoel omdat er prestatieafspraken per instelling zijn gemaakt. Zie verder de brief van 21 april 2015 over de voortgang van de prestatieafspraken.

Noot 3: Hier geen landelijk streefdoel omdat niet met alle instellingen over deze indicator prestatieafspraken zijn gemaakt en bovendien deze afspraken per instelling zijn gemaakt.

Noot 4: Bron: Vereniging Hogescholen, factsheet «Feiten en cijfers: HBO-Monitor 2014». De indicator betreft de antwoord categorieën «voldoende/goede aansluiting op de arbeidsmarkt». De HBO-Monitor wordt jaarlijks uitgevoerd.

Noot 5: Bron: VSNU, factsheets WO-Monitor 2011 en 2013. De indicator betreft de antwoord categorieën «in sterke/zeer sterke mate». De WO-Monitor wordt eenmaal in de twee jaar uitgevoerd.

Tabel 6.2 Kengetallen

(aantallen x 1.000)

2014/15

2015/16

2016/17

2017/18

2018/19

2019/20

2020/21

1.

Ingeschreven studenten (exclusief groen onderwijs)

             
 

Hbo voltijd bachelor

385,5

387,5

392,5

397,7

401,3

404,6

407,4

 

Hbo voltijd master

3,3

3,4

3,4

3,4

3,4

3,5

3,5

 

Hbo deeltijd bachelor

38,1

34,9

32,5

30,7

29,1

27,6

26,1

 

Hbo deeltijd master

8,6

8,5

8,4

8,4

8,3

8,1

7,9

   

Totaal hbo

435,4

434,3

436,8

440,2

442,1

443,8

444,9

                   
 

Wo voltijd bachelor

153,0

149,4

148,1

147,9

148,8

150,9

153,3

 

Wo voltijd master

85,9

84,7

85,2

86,0

86,5

86,6

87,0

 

Wo deeltijd bachelor

2,0

1,7

1,5

1,4

1,3

1,3

1,2

 

Wo deeltijd master

3,7

3,3

3,1

2,9

2,7

2,6

2,5

   

Totaal wo

244,6

239,1

237,9

238,2

239,4

241,3

244,0

Bron: Referentieraming 2015

2.

Gediplomeerden (exclusief groen onderwijs)

             
 

Hbo voltijd bachelor

52,3

52,4

52,8

52,8

52,8

53,3

53,8

 

Hbo voltijd master

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

 

Hbo deeltijd bachelor

6,9

6,4

6,0

5,7

5,5

5,3

5,1

 

Hbo deeltijd master

2,3

2,3

2,3

2,3

2,3

2,2

2,2

   

Totaal hbo

62,6

62,3

62,3

61,9

61,7

62,0

62,3

                   
 

Wo voltijd bachelor

30,3

30,5

30,6

29,9

29,6

29,7

30,1

 

Wo voltijd master

35,3

35,0

35,0

35,1

35,2

35,3

35,3

 

Wo deeltijd bachelor

0,3

0,3

0,3

0,2

0,2

0,2

0,2

 

Wo deeltijd master

1,1

1,0

0,9

0,9

0,9

0,8

0,8

   

Totaal wo

66,9

66,8

66,8

66,1

65,9

66,0

66,4

Bron: Referentieraming 2015

             

(bedragen x € 1.000)

 

2016

2017

2018

2019

   

3.

Onderwijsuitgaven per student1
             
 

Hbo

 

6,7

6,7

6,6

6,6

   
 

Wo

 

6,7

6,7

6,7

6,6

   

(bedragen x € 1)

 

2015/16

         

4.

Wettelijk collegegeld (hbo en wo voltijd)

 

1.951

         

Noot 1: De onderwijsuitgaven per student zijn berekend in nominale prijzen zonder de collegegeldontvangsten, en aantal studenten conform de Referentieraming 2015 (overeenkomstig tabel 6.2, onder 1; omgerekend naar kalenderjaren).

Overige indicatoren en kengetallen voor het stelsel hoger onderwijs zijn opgenomen in het Onderwijsverslag 2013–2014 en in Trends in Beeld.

Beleidswijzigingen

De wijzigingen in het kader van de doorontwikkeling van het accreditatiestelsel en de prestatieafspraken worden beschreven in de beleidsagenda. Aanvullend hierop wordt hieronder nog op een aantal specifieke beleidswijzigingen ingegaan.

Strategische agenda

In juli 2015 is de Strategische Agenda Hoger Onderwijs 2015–2025 «De waarde(n) van weten» uitgekomen. Deze strategische agenda geeft de koers aan voor het hoger onderwijs voor de komende 10 jaar en staat in het teken van het leveren van een zichtbare impuls in de kwaliteit van het hoger onderwijs en het onderwijsgerelateerd onderzoek met de middelen die voortkomen uit het studievoorschot. Voor de drie thema’s (1) onderwijs van wereldformaat, (2) toegankelijkheid, talentonwikkeling en diversiteit, en (3) verbinding met de samenleving, staan beleidslijnen voor de komende jaren beschreven. In de strategische agenda wordt een aantal bestedingsrichtingen voorgesteld voor de middelen die vanaf 2018 vrijkomen dankzij de invoering van het studievoorschot. Er wordt ingezet op kleinschalig en intensief onderwijs, talentprogramma’s, onderwijs-gerelateerd onderzoek, en studiefaciliteiten en digitalisering. Daarnaast wordt er een aantal landelijke prioriteiten gestimuleerd: onderwijsbeurzenprogramma, onderzoek naar het hoger onderwijs, voorzetting van de regeling Open en Online Onderwijs en experimenteren met regelvrije zones voor onderwijsinnovatie. En er wordt ingezet op het verbeteren van de samenwerking in de regio ten behoeve van een betere doorstroom in het onderwijs en aansluiting op de arbeidsmarkt. Vooruitlopend daarop is voor de jaren 2015 t/m 2017 afgesproken met de universiteiten en hogescholen dat zij zelf jaarlijks een voorinvestering doen van € 200 miljoen. In 2016 wordt er een start gemaakt met de uitwerking van de strategische agenda.

Flexibel hoger onderwijs voor volwassenen

Op grond van het innovatieartikel in de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW) wordt aan instellingen in het hoger onderwijs experimenteerruimte geboden, gericht op versterking van de flexibiliteit en vraaggerichtheid van het deeltijd hoger onderwijs. Dit gebeurt in een experiment vraagfinanciering en in pilots flexibilisering. Instellingen kunnen zich tot medio oktober 2015 aanmelden voor het experiment met vraagfinanciering en de pilots gericht op flexibilisering. De eerste lichting studenten gaat van start in 2016. In 2016 is voor het experiment en de pilots tezamen € 21,4 miljoen beschikbaar aan additionele middelen.

Internationalisering

Het nieuwe Holland Scholarship is een van de instrumenten om meer Nederlandse studenten naar het buitenland en meer internationale topstudenten naar Nederland te krijgen. Vanaf het collegejaar 2015/2016 zijn er jaarlijks 768 beurzen beschikbaar voor Nederlandse studenten om een deel van hun studie, die ze aan een Nederlandse hogeschool of universiteit volgen, in het buitenland te volgen. Daarnaast zijn er ook 768 beurzen beschikbaar voor internationale studenten die een volledige studie in Nederland willen volgen. Het scholarshipprogramma is een belangrijk instrument in het proces van internationalisering, waarin het verwerven van kennis, vaardigheden en beroepscompetenties, alsook de persoonlijke ontwikkeling en «Bildung» van studenten centraal staan. Het programma draagt eveneens bij aan de profilering van het Nederlandse hoger onderwijs in de wereld. Het programma wordt de komende jaren doorontwikkeld en wil in de toekomst ook andere partijen (zoals het bedrijfsleven) betrekken.

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

Tabel 6.3 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6 Hoger beroepsonderwijs (bedragen x € 1.000)
     

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Verplichtingen

2.961.392

2.855.915

2.848.076

2.817.116

2.821.507

2.806.786

2.838.628

Waarvan garantieverplichtingen

26.789

17.383

         

Totale uitgaven

2.732.897

2.796.444

2.823.794

2.839.039

2.815.174

2.821.817

2.838.628

Waarvan juridisch verplicht (%)

   

99,99%

       
               

Bekostiging

2.688.138

2.741.946

2.770.700

2.788.403

2.763.995

2.770.541

2.786.556

Hoofdbekostiging

2.518.043

2.565.126

2.585.882

2.595.693

2.563.409

2.562.168

2.573.003

 

Onderwijsdeel hbo

2.445.854

2.490.042

2.496.001

2.510.315

2.483.963

2.482.716

2.494.951

 

Deel ontwerp en ontwikkeling

69.201

69.531

69.202

69.149

69.149

69.155

69.155

 

Bekostiging flexibel hoger onderwijs voor volwassenen (Leven Lang Leren)

 

4.069

19.195

14.745

10.297

10.297

8.897

 

Bekostiging experimenten open bestel

2.537

           
 

Bekostiging postinitiële masteropleidingen hbo

451

1.484

1.484

1.484

     

Prestatiebox

170.095

176.820

184.818

192.710

200.586

208.373

213.553

 

Onderwijskwaliteit en studiesucces, en profilering

170.095

176.820

184.818

192.710

200.586

208.373

213.553

               

Subsidies

752

3.619

3.044

2.153

146

146

146

 

Regeling stimulering Bèta/techniek

 

2.758

2.524

1.851

     
 

Overig

752

861

520

302

146

146

146

                   

Opdrachten

242

265

0

0

0

0

0

 

Uitbesteding1

242

265

         
               

Bijdragen aan agentschappen

17.851

17.520

15.195

12.260

11.796

11.793

11.789

 

Dienst Uitvoering Onderwijs

17.851

17.520

15.195

12.260

11.796

11.793

11.789

               

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

23.616

30.894

34.855

36.223

39.237

39.337

40.137

 

NWO: Praktijkgericht onderzoek hbo

23.616

28.510

28.510

27.510

27.510

27.510

27.510

 

NWO: Promotiebeurs voor leraren

 

2.384

2.869

5.504

8.638

8.738

9.538

 

Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)2
   

3.476

3.209

3.089

3.089

3.089

                   

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

2.298

2.200

0

0

0

0

0

 

Stichting Studiekeuze 1233

2.298

2.200

         

Ontvangsten

2.615

1.213

1.213

1.213

1.213

1.213

1.213

Noot 1: Vanaf 2016 opgenomen onder opdrachten artikel 7 wo (zie tabel 6.4)

Noot 2: Tot 2016 opgenomen onder bijdragen aan ZBO's/RWT's artikel 7 wo (zie tabel 6.4)

Noot 3: Vanaf 2016 opgenomen onder bijdragen aan (inter)nationale organisaties artikel 7 wo (zie tabel 6.4)

Tabel 6.4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7 Wetenschappelijk onderwijs (bedragen x € 1.000)
     

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Verplichtingen

4.293.686

4.198.381

4.142.227

4.106.165

4.106.380

4.094.582

4.121.930

Waarvan garantieverplichtingen

             

Totale uitgaven

4.152.113

4.186.589

4.160.209

4.140.781

4.106.366

4.105.994

4.123.050

Waarvan juridisch verplicht (%)

   

99,96%

       
                   

Bekostiging

4.115.685

4.154.933

4.131.818

4.114.661

4.080.045

4.079.756

4.096.812

Hoofdbekostiging

3.986.790

4.020.150

3.990.020

3.965.872

3.924.274

3.917.115

3.929.598

 

Onderwijsdeel wo

1.641.970

1.663.473

1.636.333

1.614.750

1.571.994

1.563.249

1.574.187

 

Onderzoeksdeel wo

1.730.563

1.738.779

1.733.463

1.730.499

1.730.580

1.730.678

1.730.678

 

Deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek

614.257

617.567

618.019

618.968

620.597

622.085

623.630

 

Bekostiging flexibel hoger onderwijs voor volwassenen (Leven Lang Leren)

 

331

2.205

1.655

1.103

1.103

1.103

                   

Prestatiebox

128.895

134.783

141.798

148.789

155.771

162.641

167.214

 

Onderwijskwaliteit en studiesucces, en profilering

128.895

134.783

141.798

148.789

155.771

162.641

167.214

                   

Subsidies

10.067

4.973

2.930

2.822

3.023

3.140

3.140

 

Subsidieregeling Sirius programma

5.443

2.407

         
 

Subsidieregeling Libertas Noodfonds

605

265

         
 

3TU’s samenwerking

1.500

           
 

Open en online onderwijs

 

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

 

Overig

2.519

1.301

1.930

1.822

2.023

2.140

2.140

                   

Opdrachten

1.240

1.300

1.667

1.667

1.667

1.467

1.467

 

Uitbesteding1

1.240

1.300

1.667

1.667

1.667

1.467

1.467

                   

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

3.769

3.836

0

0

0

0

0

 

Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)2

3.769

3.836

         
                   

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

21.352

21.547

23.794

21.631

21.631

21.631

21.631

 

Organisaties conform tabel 6.53

21.352

21.547

23.794

21.631

21.631

21.631

21.631

Ontvangsten

10.426

16

16

16

16

16

16

Noot 1: Vanaf 2016 inclusief opdrachten artikel 6 hbo (zie tabel 6.3)

Noot 2: Vanaf 2016 opgenomen onder bijdragen aan ZBO's/RWT's artikel 6 hbo (zie tabel 6.3)

Noot 3: Vanaf 2016 inclusief bijdragen aan (inter)nationale organisaties artikel 6 hbo (zie tabel 6.3)

Budgetflexibiliteit artikel 6

Van het totale budget voor artikel 6 is voor 2016 99,99 procent juridisch verplicht.

Bekostiging: Het beschikbare budget voor 2016 is 100 procent juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op de bekostiging van hogescholen voor onderwijs, onderzoek en prestatiebekostiging. Hieraan ten grondslag liggen de WHW, het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 en de Regeling financiën hoger onderwijs. Het moment van juridisch verplichten vindt plaats voorafgaand aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft. Aan de bekostiging van postinitiële masteropleidingen hbo en die voor flexibel hoger onderwijs voor volwassenen liggen afzonderlijke regelingen ten grondslag.

Subsidies: Het beschikbare budget voor 2016 is voor 91 procent juridisch verplicht. Dit deel betreft met name de verplichtingen die voortvloeien uit de Regeling stimulering Bèta/techniek.

Bijdrage aan agentschappen: Het budget voor 2016 is 100 procent juridisch verplicht. Op basis van managementafspraken tussen bestuursdepartement en DUO zijn afspraken vastgelegd voor het komende jaar.

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s: Het budget voor 2016 is 100 procent juridisch verplicht. Het betreft de bijdrage aan NWO voor praktijkgericht onderzoek hbo en de promotiebeurs voor leraren en de bijdrage aan de NVAO. De middelen worden in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar verplicht.

Budgetflexibiliteit artikel 7

Van het totale budget voor artikel 7 is voor 2016 99,96 procent juridisch verplicht.

Bekostiging: Het beschikbare budget voor 2016 is 100 procent juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op de bekostiging van universiteiten en academische ziekenhuizen voor onderwijs, onderzoek en prestatiebekostiging. Hieraan ten grondslag liggen de WHW, het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 en de Regeling financiën hoger onderwijs. Het moment van juridisch verplichten vindt plaats voorafgaand aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft. Aan de bekostiging van flexibel hoger onderwijs voor volwassenen ligt een afzonderlijke regeling ten grondslag.

Subsidies: Van het beschikbare budget is in 2016 94 procent juridisch verplicht. Dit deel betreft de financiering van de verplichtingen die voortvloeien uit de Subsidieregeling Open en online onderwijs, de afstudeerregeling en het Instellingsbesluit Reviewcommissie hoger onderwijs en onderzoek.

Opdrachten: Van het beschikbare budget is voor 2016 3 procent juridisch verplicht op grond van in 2015 of eerder gesloten overeenkomsten. Het resterende deel van het budget is beleidsmatig verplicht om de beleidsprioriteiten van het kabinet verder te ondersteunen.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties: Het budget voor 2016 is 100 procent juridisch verplicht. Dit betreft de bijdragen aan United Nations University (UNU), Europees Universitair Instituut Florence (EUI), Stichting EP-NUFFIC, Stichting Handicap en Studie, Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF, Interstedelijk Studentenoverleg (ISO), Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) en Stichting Studiekeuze 123. De middelen worden in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar verplicht.

Tabel 6.5 Middelen organisaties1In deze tabel zijn de organisaties vermeld en de bedragen waarop de bijdragen ten hoogste kunnen worden vastgesteld. Voor zover geen andere juridische grondslag van toepassing is, vormt deze begrotingsvermelding de wettelijke grondslag als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht voor de subsidieverlening aan deze subsidieontvangers. (bedragen x € 1.000)
 

2016

2017

2018

2019

2020

United Nations University (UNU)

894

894

894

894

894

Europees Universitair Instituut Florence (EUI)

1.586

1.582

1.637

1.637

1.637

Stichting EP-NUFFIC

15.823

13.669

13.669

13.669

13.669

Stichting Handicap en Studie

466

466

466

466

466

Stichting voor Vluchteling Studenten UAF

2.299

2.299

2.299

2.299

2.299

Interstedelijk Studentenoverleg (ISO)

293

288

233

233

233

Landelijke Studenten Vakbond (LSVb)

233

233

233

233

233

Stichting Studiekeuze123 (SKI123)

2.200

2.200

2.200

2.200

2.200

Totaal

23.794

21.631

21.631

21.631

21.631

Toelichting op de financiële instrumenten

Bekostiging

De bekostiging van het hoger onderwijs en onderzoek bestaat uit de hoofdbekostiging en de middelen voor onderwijskwaliteit en studiesucces, en profilering (prestatiebox). De postinitiële masteropleidingen hbo, en het experiment vraagfinanciering en de pilots flexibilisering in het kader van flexibel hoger onderwijs voor volwassenen worden afzonderlijk bekostigd.

Hoofdbekostiging

Universiteiten (wo) en hogescholen (hbo) ontvangen bekostiging voor onderwijs en onderzoek. De rijksbijdrage wordt jaarlijks aan de universiteiten en hogescholen toegekend als een lumpsum. De rijksbijdrage is gebaseerd op de WHW. In het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 en de Regeling financiën hoger onderwijs zijn de bepalingen, bedragen en percentages opgenomen op basis waarvan de rijksbijdrage wordt berekend.

Onderwijsdeel (hbo en wo)

Universiteiten en hogescholen ontvangen een rijksbijdrage vanwege onderwijs. De rijksbijdrage is gebaseerd op de nominale studieduur van de opleiding en het volgen en succesvol afronden van één bachelor- en één masteropleiding. Het onderwijsdeel bestaat uit:

  • a.  een studentgebonden deel: gebaseerd op het aantal ingeschreven bekostigde studenten en graden (diploma’s), er zijn drie bekostigingsniveaus (laag, hoog en top),
  • b.  een onderwijsopslag in bedragen: bedragen op basis van afspraken voor kwaliteit, kwetsbare opleidingen en bijzondere voorzieningen, en
  • c.  een onderwijsopslag als percentage.

Deel ontwerp en ontwikkeling (hbo) en Onderzoeksdeel (wo)

Hogescholen ontvangen een rijksbijdrage vanwege ontwerp en ontwikkeling (praktijkgericht onderzoek). Universiteiten ontvangen een rijksbijdrage vanwege het verrichten van wetenschappelijk onderzoek. Het onderzoeksdeel wo is gebaseerd op:

  • a.  een studentgebonden deel: gebaseerd op het aantal bekostigde graden,
  • b.  een deel promoties: gebaseerd op het aantal promoties leidend tot een proefschrift en het aantal ontwerpcertificaten,
  • c.  een voorziening onderzoek in bedragen: bedragen op basis van afspraken over onder andere sectorplannen en zwaartekracht, en
  • d.  een voorziening onderzoek in percentages.

In de Wetenschapsvisie 2025: keuzes voor de toekomst zijn een tweetal maatregelen aangekondigd ten aanzien van het onderzoeksdeel wo;

  • •  de invloed van de promotieparameter wordt gemaximeerd op 20 procent en;
  • •  het werken met driejarige gemiddelden.

Beide maatregelen zullen worden uitgewerkt via het Uitvoeringsbesluit WHW en zullen inwerkingtreden vanaf het bekostigingsjaar 2017.

Deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek (wo)

De bekostiging van het onderwijs en onderzoek bij de acht academische ziekenhuizen loopt via de universiteiten. Hier kunnen studenten geneeskunde onderwijs volgen en praktijkervaring opdoen. De rijksbijdrage bestaat uit een deel dat is gebaseerd op het aantal ingeschreven studenten en graden, een procentueel deel en een bedrag vanwege rente en afschrijving (voor huisvesting).

Bekostiging flexibel hoger onderwijs voor volwassenen (hbo en wo)

De middelen worden ingezet voor de bekostiging van het experiment vraagfinanciering en pilots flexibilisering. Doel van het experiment vraagfinanciering is om kennis op te doen over de effecten van vraagfinanciering in de vorm van vouchers, in combinatie met meer mogelijkheden voor flexibiliteit op de vraaggerichtheid van het aanbod deeltijd hoger onderwijs, de deelname van volwassenen daaraan en de aantallen gediplomeerden. Doel van de pilots flexibilisering is te onderzoeken of verruiming van bestaande kaders bijdraagt aan de totstandkoming van een onderwijsaanbod dat flexibeler is en beter aansluit op de kenmerken en behoeften van volwassenen, met behoud van de kwaliteit van het onderwijs. Instellingen kunnen zich tot medio oktober 2015 aanmelden voor het experiment met vraagfinanciering en de pilots gericht op flexibilisering. De eerste lichting studenten gaat van start in 2016. De evaluatie van zowel de pilots als het experiment vindt in 2021 plaats; het experiment vraagfinanciering kent daarnaast een tussenevaluatie eind 2018.

Bekostiging postinitiële masteropleidingen hbo

De middelen zijn beschikbaar voor de afwikkeling van de tijdelijke financiering van (eerder goedgekeurde) arbeidsmarktrelevante hbo-masters in prioritaire gebieden.

Prestatiebox: Onderwijskwaliteit en studiesucces en profilering (hbo en wo)

Voor de periode 2013 tot en met 2016 ontvangen hogescholen en universiteiten prestatiebekostiging op basis van individuele prestatieafspraken. Deze prestatieafspraken gaan over versterking van onderwijskwaliteit en studiesucces, profilering en valorisatie. In het Besluit Experiment prestatiebekostiging hoger onderwijs is bepaald hoe de omvang van de prestatiebekostiging per instelling wordt vastgesteld. Bij het niet behalen van de overeengekomen prestaties op zeven indicatoren voor onderwijskwaliteit en studiesucces in 2015, kan de instelling in de periode 2017–2020 (deels) gekort worden op het budget voor onderwijskwaliteit en studiesucces. In 2016 wordt bepaald of de instellingen de voor 2015 afgesproken prestaties hebben gerealiseerd.

Subsidies

Subsidieregeling stimulering Bèta/techniek (hbo)

Hiermee wordt de ontwikkeling van drie Centres of Expertise (CoE’s) hbo gefinancierd, naast de zeventien CoE’s waarvan de ontwikkeling gefinancierd wordt uit de middelen voor profilering. De CoE’s, die met cofinanciering van bedrijven en instellingen tot stand komen, zijn gericht op toponderwijs, toponderzoek en innovaties. Uitgangspunt hierbij is 25 procent financiering uit het werkveld, 25 procent van onderwijsinstellingen en 50 procent profileringsbekostiging. De middelen worden via het Platform Bèta Techniek beschikbaar gesteld aan de CoE’s.

Open en online hoger onderwijs (hbo en wo)

De stimuleringsregeling Open en online hoger onderwijs is bedoeld om (zoals aangekondigd in de visiebrief) instellingen, passend bij hun profiel, te laten experimenteren met verschillende vormen van open en online onderwijs. Dit draagt bij aan de onderwijskwaliteit, de toegankelijkheid van onderwijs(materiaal) voor bijvoorbeeld de doelgroep Leven Lang Leren, het studiesucces van studenten, internationalisering en de (internationale) reputatie van Nederlandse instellingen. SURF adviseert de Minister over de projectaanvragen en ondersteunt de instellingen tijdens de uitvoering van de projecten. In 2015 is de eerste tranche met elf projecten van start gegaan onder begeleiding van SURF. Deze instellingen hebben maximaal € 100.000 aangevraagd en matchen dit zelf met ten minste hetzelfde bedrag. Daarnaast voert SURF een Kennisagenda uit, gericht op het opdoen, ontwikkelen en delen van kennis over open en online onderwijs in de Nederlandse context. De resultaten van de projecten van de instellingen zijn hiervoor belangrijke input.

Overig (hbo en wo)

Bij dit financiële instrument zijn afzonderlijk voor de sectoren hbo en wo overige toekenningen opgenomen die gelijk dan wel kleiner zijn dan € 1 miljoen. Het gaat hier om middelen die deels juridisch en deels bestuurlijk verplicht zijn bijvoorbeeld op basis van de afstudeerregeling en het Instellingsbesluit Reviewcommissie hoger onderwijs en onderzoek, alsmede om toekenningen die gedurende de uitvoeringsjaren op ad hoc basis worden toegekend.

Opdrachten

Uitbesteding (hbo en wo)

Voor de beleidsontwikkeling worden opdrachten verstrekt voor het uitvoeren van diensten. Het gaat hierbij met name om opdrachten voor beleidsgericht onderzoek.

Bijdrage aan agentschappen

Dienst Uitvoering Onderwijs

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatievoorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor deze begrotingsartikelen.

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

NWO

Praktijkgericht onderzoek hbo: Van hogescholen wordt verwacht dat zij een centrale rol in de Nederlandse en internationale kennisinfrastructuur vervullen. Voor praktijkgericht onderzoek hebben hogescholen direct toegang tot de competitieve onderzoekgeldstroom voor het hbo bij het NWO; het RAAK-programma (voormalige Regeling bevordering kennisfunctie hogescholen). Vanaf 2014 wordt vanuit het Regeerakkoord Rutte II extra geïnvesteerd in het praktijkgericht onderzoek:

  • •  in 2014 is de eerste tranche van € 3 miljoen structureel beschikbaar gekomen,
  • •  in 2015 de tweede tranche van € 7 miljoen structureel,
  • •  en vanaf 2018 is er nog een oploop gereserveerd van structureel € 3 miljoen die nog beschikbaar moet komen.

Promotiebeurs voor leraren: Leraren in het po, vo, mbo en hbo worden in staat gesteld om onderzoek te verrichten dat uitmondt in een proefschrift. Jaarlijks kan via NWO aan circa 60 leraren een nieuwe beurs worden verstrekt.

Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)

De NVAO is als onafhankelijke, binationale accreditatieorganisatie opgericht door de Nederlandse en Vlaamse overheid en geeft een deskundig en objectief oordeel over de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen. In deze begroting is de bijdrage opgenomen die de Nederlandse overheid rechtstreeks aan de NVAO vergoedt voor de uitvoering van haar taken.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Organisaties conform tabel 6.5

Het betreft hier de (structurele) bekostiging van organisaties die beleidsmatig prioritaire taken uitvoeren, ofwel activiteiten uitvoeren die betrekking hebben op de belangenbehartiging van studenten, ofwel taken uitvoeren die voortkomen uit verdragsrechtelijke verplichtingen.

Ontvangsten

Bij de ontvangsten is een raming opgenomen voor terugvorderingen bij instellingen en andere subsidieontvangers, bijvoorbeeld als gevolg van eindafrekeningen op in eerdere jaren toegekende subsidies.

Artikel