Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 1 Investeren in waterveiligheid

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Het Rijk investeert in waterveiligheid om te voldoen aan de wettelijke normen van de primaire waterkeringen in beheer bij de waterschappen en het Rijk en om een bijdrage te leveren aan het beheer van de rijkswateren. Het artikel waterveiligheid is gerelateerd aan beleidsartikel 11 (Integraal Waterbeleid) op de Begroting hoofdstuk XII.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 1 Investeren in waterveiligheid (in € 1.000)
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Verplichtingen

622.126

809.183

1.014.493

490.696

465.276

451.353

286.266

Uitgaven

821.580

740.302

661.112

598.784

630.689

634.031

524.430

Waarvan juridisch verplicht

             

1.01 Grote projecten waterveiligheid

700.046

582.719

567.349

385.415

308.537

250.317

275.940

1.01.01 Programma HWBP-2 Waterschapsprojecten

298.717

176.081

301.396

266.001

154.565

79.546

87.390

1.01.02 Programma HWBP-2 Rijksprojecten

5.677

7.217

5.900

17.600

58.900

52.800

30.359

1.01.03 Ruimte voor de rivier

373.128

377.509

227.930

78.725

71.983

94.882

67.127

1.01.04 Maaswerken

22.524

21.912

32.123

23.089

23.089

23.089

91.064

               

1.02 Overige aanlegprojecten Waterveiligheid

115.247

149.922

84.808

206.164

321.752

383.314

248.140

1.02.01 Verkenningen en planuitwerkingsprogramma

2.850

11.848

27.916

25.097

35.135

20.077

15.204

1.02.02 Realisatieprogramma

112.397

138.074

56.892

181.067

286.617

363.237

232.936

               

1.03 Studiekosten

6.287

7.661

8.955

7.205

400

400

350

1.03.01 Studie en onderzoekskosten

6.287

7.661

8.955

7.205

400

400

350

1.03.02 Overige studiekosten

0

0

0

0

0

0

0

               

1.04 GIV/PPS

0

0

0

0

0

0

0

Van totale uitgaven

             

– Bijdrage aan agentschap RWS

2.850

4.567

1.104

0

0

0

0

– Restant

818.730

735.735

660.008

598.784

630.689

634.031

524.430

Ontvangsten

151.020

198.959

186.950

185.912

191.775

181.458

169.642

1.09 Ontvangsten investeren in waterveiligheid

151.020

198.959

186.950

185.912

191.775

181.458

169.642

1.09.01 Ontvangsten waterschappen HWBP-2

124.477

170.973

152.320

158.543

114.584

113.045

104.103

1.09.02 Overige ontvangsten HWBP-2

1.056

0

0

0

0

0

0

1.09.03 Ontvangsten waterschappen nHWBP

6.176

9.042

29.000

22.369

57.191

58.413

65.539

1.09.04 Overige ontvangsten nHWBP

0

0

0

0

0

0

0

1.09.05 Overige aanleg ontvangsten

19.311

18.944

5.630

5.000

20.000

10.000

0

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van de nog niet in uitvoering genomen aanlegprojecten, worden de budgetten in 2016 als juridisch verplicht beschouwd op de peildatum 1 januari 2016. Voor de mate van verplichting van het verkenningen- en planuitwerkingsprogramma tot en met 2028 wordt verwezen naar het betreffende projectoverzicht.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten na de begrotingsperiode tot en met 2028 per jaar gepresenteerd op artikelonderdeelniveau. De mutaties zijn in de verdiepingsbijlage bij de begroting op hetzelfde detailniveau tot en met 2028 toegelicht.

Bedragen x € 1.000
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

1 Investeren in waterveiligheid

661.112

598.784

630.689

634.031

524.430

856.719

1.01 Grote projecten waterveiligheid

567.349

385.415

308.537

250.317

275.940

128.509

1.02 Overige aanlegprojecten Waterveiligheid

84.808

206.164

321.752

383.314

248.140

728.210

1.03 Studiekosten

8.955

7.205

400

400

350

0

             

1.09 Ontvangsten investeren in waterveiligheid

186.950

185.912

191.775

181.458

169.642

178.028

(Vervolg) Bedragen x € 1.000

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

1 Investeren in waterveiligheid

657.883

545.206

498.767

416.805

444.865

493.919

403.365

1.01 Grote projecten waterveiligheid

159.800

135.500

138.179

5.842

0

0

0

1.02 Overige aanlegprojecten Waterveiligheid

498.083

409.706

360.588

410.963

444.865

493.919

403.365

1.03 Studiekosten

0

0

0

0

0

0

0

               

1.09 Ontvangsten investeren in waterveiligheid

148.620

148.620

148.620

148.620

148.620

148.620

148.620

1.01 Grote projecten waterveiligheid

Motivering

Deze projecten, die door de Tweede Kamer de status van groot project zijn toegekend, dragen bij aan de waterveiligheid in Nederland.

Producten

Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2)

Onder dit programma vallen de verbetermaatregelen die zijn voortgekomen uit de periodieke toetsing volgens de Waterwet. Uit de resultaten van de eerste (2001) en tweede (2006) toetsing op veiligheid van de primaire waterkeringen bleek dat een deel van deze keringen niet voldeed aan de wettelijke norm (Kamerstukken II, 2007–2008, 27 625 en 18 106, nr. 103). Verder bleek uit een toets in 2003 door RWS en de keringbeheerders dat de zeeweringen langs de Noordzeekust op een aantal locaties op een termijn van twintig jaar niet meer aan de geldende veiligheidsnorm zouden voldoen. Deze locaties zijn aangemerkt als Zwakke Schakels. Op negen van deze locaties ligt tevens een opgave tot verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, de zogenaamde Prioritaire Zwakke Schakels Kust. Deze maken ook onderdeel uit van HWBP-2. Vanuit het HWBP-2 worden subsidies verstrekt aan de waterschappen voor de uitvoering van de vereiste verbetermaatregelen en worden de maatregelen aan de rijkskeringen betaald. Het HWBP-2 is onderdeel van het Deltaprogramma met behoud van eigen besturing, organisatie en financiering. Met het afsluiten van het Bestuursakkoord Water (2011) dragen de waterschappen bij aan de financiering van het HWBP-2 en het HWBP. In bijlage 3 is een nadere toelichting op de financieringsafspraken ten aanzien van de Hoogwaterbeschermingsprogramma’s (HWBP-2 en HWBP) opgenomen.

De procedureregeling Grote Projecten is op 22 maart 2011 op het HWBP-2 van toepassing verklaard. Conform de Regeling Grote Projecten ontvangt de Tweede Kamer ieder half jaar een Voortgangsrapportrage: vóór 1 april 2016 Voortgangsrapportage 9 en vóór 1 oktober 2016 Voortgangsrapportage 10.

Het HWBP-2 bestond begin 2015 nog uit 88 versterkingsprojecten, inclusief de Zwakke Schakels. Met de overdracht van het project Marken naar het HWBP is dit aantal op 87 gekomen. Met de afronding van de projecten Kustwerk Katwijk en Zwakke Schakels Noord-Holland begin 2015 zijn de laatste van de Zwakke Schakels langs de Kust afgerond. Met afronding van deze projecten is de Noord- en Zuid-Hollandse Kust voor 50 jaar op sterkte.

Meetbare gegevens

Het HWBP-2 bestaat uit 87 projecten. Dat is één project minder dan in de vorige begroting omdat het project Markermeerdijk Marken, zuid- en westkade is overgeheveld naar het programma HWBP waar het onder de rijksprojecten zal vallen. Binnen dit programma zal de versterking worden opgepakt waarbij de resultaten van de onderzoeken naar meerlaagsveiligheid in de aanpak worden betrokken. Eind 2014 voldeden 63 projecten aan de norm. In de basisrapportage is aangegeven dat de meerderheid van de projecten in 2017 is afgerond en dat enkele projecten een geprognosticeerde einddatum van na 2017 laten zien. Dit beeld is in de 7e voortgangsrapportage (peildatum 31 december 2014) niet gewijzigd. Het lagere taakstellend budget ten opzichte van vorig jaar wordt verklaard door de vrijval van € 150 miljoen, zoals aangegeven in de aanbiedingsbrief van de zesde VGR van het HWBP-2 aan de Tweede Kamer. Hiervan wordt € 100 miljoen toegevoegd aan het HWBP en € 50 miljoen aan de investeringsruimte van het Deltafonds (zie de toelichting in de Verdiepingsbijlage).

Projectoverzicht tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma; realisatie
   

Totaal

       

Budget in € mln.

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

huidig

vorig

Programma HWBP-2

                   

2021

2020

Projecten Nationaal

                       

HWBP-2 Rijksprojecten

199

227

27

2

1

13

55

50

29

22

   

HWBP-2 Waterschapsprojecten

2.807

2.955

1.199

176

301

266

155

80

87

543

   

Overige projectkosten (programmabureau)

45

43

19

5

5

5

4

3

2

2

   

afrondingen

           

– 1

– 1

 

1

   

Programma Realisatie

3.051

 

1.245

183

307

284

213

132

118

568

   

Begroting (DF 1.01.01/02)

     

183

307

284

213

132

118

568

   

Producten

Ruimte voor de Rivier

Met de Planologische Kernbeslissing Ruimte voor de Rivier (PKB) wil het kabinet twee doelstellingen bereiken:

  • 1.  Het op het vereiste niveau brengen van de bescherming van het rivierengebied tegen overstromingen. Dit houdt in dat de veiligheid langs de Rijntakken en het benedenstroomse deel van de bedijkte Maas (vanaf Hedikhuizen) uiterlijk in 2015 in overeenstemming wordt gebracht met de wettelijk vereiste norm.
  • 2.  Een bijdrage leveren aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het rivierengebied, ter versterking van het rivierengebied in economisch, ecologisch en landschappelijk opzicht.

De procedureregeling Grote Projecten is op 15 mei 2001 op het programma Ruimte voor de Rivier van toepassing verklaard. Conform de Regeling Grote Projecten ontvangt de Tweede Kamer ieder halfjaar een voortgangsrapportrage: vóór 1 april 2016 voortgangsrapportage 27 en vóór 1 oktober 2016 voortgangsrapportage 28. De PKB Ruimte voor de Rivier is in 2006 door de beide Kamers vastgesteld. Uitgangspunt voor de PKB zijn de waterveiligheidsnormen die voorschrijven dat het Nederlandse rivierensysteem een piek in de waterafvoer, die statistisch eens per 1250 jaar kan voorkomen, veilig kan verwerken. Dit is de maatgevende afvoer. Deze norm is in 2001 voor de Rijn vastgesteld op 16.000m3/s bij Lobith. De Maas benedenstrooms van Hedikhuizen moet uiterlijk in 2015 een maatgevende afvoer van 3.800m3/s bij Borgharen veilig kunnen verwerken. Voor de IJssel wordt de maatgevende afvoer gesteld op verwerking van een gezamenlijke toestroom van 250m3/s vanuit de zijrivieren.

De PKB bevat een besluit over het uiterlijk eind 2015 uit te voeren basispakket van 39 maatregelen en de plaats waar deze getroffen worden. De PKB geeft bovendien een doorkijk naar de langetermijnopgave voor waterveiligheid. Om flexibiliteit in te bouwen is gekozen voor een programmatische aanpak.

Meetbare gegevens

Naar huidige inzichten is de stand per 31 december 2016 als volgt:

  • •  5 van de 39 maatregelen zijn geschrapt. Voor het bereiken van de waterveiligheidsdoelstelling bleken ze niet nodig;
  • •  Voor 100%van het realisatiebudget is de projectbeslissing genomen. Alle maatregelen zijn in uitvoering dan wel uitgevoerd;
  • •  De waterveiligheidsdoelstelling van het programma Ruimte voor de Rivier is voor circa 14 van de 39 projecten reeds in 2015 gehaald, de overige projecten zijn naar verwachting in 2016 gereed. Na 2016 resteert het project IJsseldelta.

Het hogere taakstellend budget ten opzichte van vorig jaar wordt verklaard door het toevoegen van de prijsbijstelling 2015.

Ruimte voor de Rivier is onderdeel van het Deltaprogramma met behoud van eigen besturing, organisatie en financiering.

Projectoverzicht Ruimte voor de rivier; realisatie
   

Totaal

       

Budget in € mln.

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

huidig

vorig

Project RvdR

                       

Projecten Nationaal

                       

Projectbudget Ruimte voor de rivier

2.386

2.382

1.468

378

228

79

72

95

67

0

2019

2015

Programma Realisatie

2.386

 

1.468

378

228

79

72

95

67

0

   

Begroting (DF 1.01.03)

     

378

228

79

72

95

67

     

Producten

Maaswerken

Op dit onderdeel worden de uitgaven van de deelprogramma’s Zandmaas en Grensmaas van het programma Maaswerken verantwoord. Maaswerken is voortgekomen uit het Deltaplan Grote Rivieren dat na de twee hoogwaters in de Rijn en de Maas in december 1993 en januari 1995 tot stand kwam. Belangrijkste doelstelling is het verbeteren van de bescherming van inwoners van Limburg en Noord-Brabant tegen hoogwater van de Maas.

Sinds 2003 valt Maaswerken met de deelprogramma’s Grensmaas en Zandmaas onder de procedureregeling Grote Projecten en ontvangt de Tweede Kamer ieder halfjaar een voortgangsrapportage: vóór 1 april 2016 voortgangsrapportage 29 en vóór 1 oktober 2016 voortgangsrapportage 30.

Voor de Zandmaas ligt de focus in 2015 op de realisatie van de hoogwaterdoelstelling met het afronden van de zomerbedverdieping en de peilopzet in stuwpand Sambeek, de aanleg van de hoogwatergeulen in Well-Aijen en Lomm en de aanpassing van kaden rond het retentiegebied Lateraalkanaal-West. Voor de Grensmaas ligt de nadruk op de verdere realisatie van de zogeheten «11 locaties» (rivierverruiming door grindwinning).

Naast de werken in de Zandmaas en de Grensmaas zijn nog aanvullende maatregelen nodig om in alle dijkringen langs de Maas het wettelijke beschermingsniveau te bereiken (overstromingskans kleiner dan 1/250e per jaar). Het prioritaire deel van dit werk dient in 2020 gereed te zijn. De rest van de werkzaamheden loopt via het HWBP mee. Planuitwerking en realisatie van deze «prioritaire sluitstukkaden» gebeurt door de twee Limburgse waterschappen en er is hiervoor vanuit het budget van Maaswerken € 75 miljoen beschikbaar gesteld. De aanpak voor de Grensmaas en de afspraken over de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum zijn vastgelegd in de Bestuursovereenkomst Waterveiligheid Maas van 10 november 2011. De overige afgekeurde dijkringen langs de Maas worden op basis van urgentie geprogrammeerd in het HWBP.

Meetbare gegevens

Indicator

Zandmaas

Grensmaas

Hoogwaterbeschermingsprogramma

70% in 2008 / 100% in 2015

100% in 2017

Natuurontwikkeling

427 ha (plus 60 ha compensatie)

1.208 ha

Grind

ten minste 35 mln ton

Grensmaas en Zandmaas, natuurontwikkeling

De aanpassing van de scope Grensmaas en Zandmaas is bij brief van 5 maart 2013 aan de Tweede Kamer gemeld (Kamerstukken II, 2012–2013, 18 106, nr. 216).

De deelprogramma’s Grensmaas en Zandmaas (fase I) dragen primair bij aan de hoogwaterveiligheidsdoelstelling. Daarnaast wordt met deze projecten natuur gerealiseerd die ten goede komt aan de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

In het kader van de herijking van de Ecologische Hoofdstructuur door Rutte I is bij het Zandmaasproject besloten 129 ha natuur niet te realiseren door de nevengeulen Belfeld en Sambeek uit de scope te halen. Deze nevengeulen leveren geen bijdrage aan de hoogwaterveiligheidsdoelstelling. Er resteert een opgave van 427 ha (plus 60 ha compensatie). Hiervan wordt 117 ha gefinancierd door het Ministerie van EZ.

In de Grensmaas blijft de scope nagenoeg gelijk. Alleen de verwerving van natuurgronden bij de locatie Roosteren (44 ha) komt te vervallen. Deze locatie valt buiten de uitvoeringsovereenkomst met het Consortium Grensmaas. De totale oppervlakte natuurontwikkeling in de Grensmaas wordt daarmee 1.208 ha. Het Ministerie van EZ neemt hiervan thans 728 ha voor haar rekening (TK 18 106, nr. 230, 20 april 2015).

Projectoverzicht Maaswerken; realisatie
   

Totaal

       

Budget in € mln.

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

huidig

vorig

Project Maaswerken

                       

Projecten Limburg

                   

Grensmaas

150

150

69

2

2

3

3

3

69

0

2017/2024

2017/2024

Zandmaas

407

407

274

20

30

20

20

20

23

0

2017/2020

2017/2020

Programma Realisatie

557

 

343

22

32

23

23

23

91

0

   

Begroting (DF 1.01.04)

     

22

32

23

23

23

91

0

   

Toelichting

  • •  Grensmaas: het bereiken van de hoogwaterdoelstelling wordt voorzien in 2017. De grindwinning loopt door tot eind 2023. Naar verwachting wordt het project in 2024 afgerond.
  • •  Zandmaas: het bereiken van de hoogwaterdoelstellingen wordt voorzien in 2015. De feitelijke oplevering wordt voorzien in de periode tot 2017 en de prioritaire sluitstukkaden in de periode tot 2020.

De kengetallen hieronder geven informatie over de stand van zaken van maatregelen ter verbetering van de waterveiligheid onder het tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2), en de programma’s Ruimte voor de Rivier en Maaswerken (stand 31 december 2014). Het geeft een meerjarig inzicht in de voortgang van de maatregelen van de betreffende programma’s. De beleidsinspanningen van de Minister van IenM die onder Begroting hoofdstuk XII (artikel 11) vallen richten zich op de regie op deze programma’s. In deze begroting wordt nader ingegaan op de uitvoering van deze projecten.

1.02 Overige aanlegprojecten

Motivering

Naast de grote projecten op het gebied van waterveiligheid zijn hieronder de overige aanlegprojecten beschreven.

Producten

Verkenningen- en planuitwerkingsprogramma

Het verkenningen- en planuitwerkingsprogramma dient om een probleem of een initiatief met maatschappelijke meerwaarde op het gebied van Waterbeheer te verkennen en daarna, indien nodig, uit alternatieven de beste oplossing voor het probleem te zoeken en voor te bereiden voor de uitvoering.

Op dit artikelonderdeel worden diverse projecten en programma’s verantwoord die zich in de MIRT-verkenningen- en planuitwerkingsfase bevinden.

Projectoverzicht Verkenningen- en planuitwerkingsprogramma

Bedrag in € mln

Budget

 

Planning

 

Projectomschrijving

Huidig

vorig

PB of TB

Openstelling

Verplicht

       

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

       

Afsluitdijk: Versterking incl. Inbouw pompen t.b.v. waterafvoer

0

828

2015

2022

EPK Planuitw. en verkenningen Waterveiligheid (mn Afsluitdijk)

6

6

   

Ambitie Afsluitdijk

18

18

   

Gebonden

       

Projecten Limburg

       

Ooijen-Wanssum

123

123

2016

 

Projecten Oost-Nederland

       

IJsseldelta fase 2

121

121

na 2020

na 2020

Projecten Noord-Nederland

       

Legger Vlieland en Terschelling

3

3

2015

2016

Projecten Zuidwest-Nederland

       

Zandhonger Oosterschelde (Roggenplaat)

6

 

2016

2018

Bestemd

15

23

   

Projecten Nationaal

       

reservering areaalgroei

       

Overige projecten in voorbereiding

       

Projecten Zuidwestelijke delta

       

Rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak Zoommeer

       

Totaal programma planuitwerking en verkenning

291

     

Begroting DF 01.02.01

291

     

legenda

PB = Projectbesluit

TB = Tracébesluit

De belangrijkste mutaties zijn:

  • •  Afsluitdijk: met het opstellen van het Rijksinpassingsplan en de besluitvorming daarover wordt de planuitwerking van het project Afsluitdijk afgerond en komt het project in de (voorbereiding) realisatiefase. Dit betekent dat vanaf deze begroting de middelenvoor het project Afsluitdijk zijn opgenomen in het realisatieprogramma.
  • •  Ooijen-Wanssum: de planuitwerking is voorspoedig verlopen en het ontwerp Provinciaal Inpassingsplan (PIP) is in juni 2015 ter inzage gelegd. De projectbeslissing is voorzien begin 2016. Naar verwachting zal de realisatie medio 2016 van start gaan.
  • •  Voor de aanpak van de zandhonger van de Oosterschelde is in 2007 een MIRT-verkenning gestart, inclusief praktijkproeven. Hieruit komt naar voren dat het suppleren van zand op intergetijdengebieden (platen, slikken, schorren) de meest effectieve maatregel is. De aanpak van de Roggenplaat is het meest urgent. Het Rijk (EZ en IenM) heeft samen met Provincie Zeeland, Natuurmonumenten en Nationaal Park Oosterschelde een financieringsvoorstel uitgewerkt voor de aanpak van Roggenplaat, bestaande uit een bijdrage van € 5 miljoen door regio en Natuurmonumenten, € 1 miljoen door EZ en € 6,3 miljoen door IenM. In de bijdrage van de regio is een nog te verkrijgen Europese subsidie van € 3,5 miljoen meegeteld. Het risico hiervan komt voor rekening van de regio. In het Bestuurlijk Overleg MIRT Zeeland van 13 november 2014 is ingestemd met het financieringsvoorstel. De zandsuppleties op de Roggenplaat zijn voorzien in 2017–2018. De aanpak van andere intergetijdengebieden is minder urgent (vanaf 2025). Deze locaties worden ondergebracht in het bredere MIRT-onderzoek Integrale veiligheid Oosterschelde, dat op grond van het Deltaprogramma in 2015 is gestart.

budgetflexibiliteit

Onderstaand is de budgetflexibiliteit voor de periode 2015–2028 weergegeven voor aanleg onderzoek, planuitwerkingen en verkenningen door inzicht te verstrekken in de opbouw van de MIRT-budgetten tot en met 2028.

Planuitwerking/verk. Waterveiligheid (Periode 2015–2028)

Realisatieprogramma

Dit programma levert een bijdrage aan het voldoen aan de wettelijke normen van de primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk en bij de waterschappen én levert een bijdrage aan het beheer van de rijkswateren.

Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP)

Het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) is een alliantie tussen de waterschappen en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Het programma is opgericht voor het aanpakken van de «nieuwe» waterveiligheidsopgave, dat wil zeggen de opgave die voortvloeit uit de Derde Landelijke Rapportage Toetsing primaire waterkeringen (LRT3) in 2011, en de daaropvolgende toetsrondes. Het programma heeft als doel in 2050 alle waterkeringen in Nederland op orde te hebben. Circa 90%van de primaire waterkeringen is in beheer bij de waterschappen. De rest is vrijwel volledig in beheer bij het Rijk. Door de samenwerking wordt de beschikbare kennis en deskundigheid van de verschillende waterbeheerders optimaal benut.

De huidige HWBP opgave komt voort uit de LRT3 (2011) en de verlengde derde toetsing (LRT3+, 2013). Concreet betekent dit dat het HWBP per 2015 een veiligheidsopgave heeft van 748 kilometer aan primaire waterkeringen en 275 kunstwerken, verdeeld over 186 projecten. Bij nieuwe toetsrondes worden de nieuwe opgaven toegevoegd aan het programma.

Het HWBP kent een voortrollend karakter, waarbij jaarlijks een actualisatie van het progamma plaatsvindt en er een nieuw jaar aan de programmering wordt toegevoegd. Met deze werkwijze ontstaat een adaptief programma dat flexibel in kan spelen op nieuwe ontwikkelingen. De prioritering van de jaarlijks uit te brengen programmering is gebaseerd op urgentie. De programmering 2016–2021 wordt gelijktijdig met deze begroting op Prinsjesdag als onderdeel van het Deltaprogramma 2016 (paragraaf 3.3) gepresenteerd.

In 2014 is de financieringsregeling HWBP vastgesteld en is de uitvoering gestart. Eind 2016 zijn naar verwachting 40 projecten in de verkenningsfase, 5 projecten in de planuitwerkingsfase en 5 projecten in realisatie. Daarnaast lopen er 5 projectoverstijgende verkenningen.

Het HWBP is onderdeel van het Deltaprogramma met behoud van eigen besturing, organisatie en financiering.

Herstel steenbekleding

Het herstel van de steenbekledingen in Zeeland is in 2015 gereed. In totaal is dan langs de Wester- en Oosterschelde 321 kilometer aan steenbekledingen vervangen. In 2016 vindt de financiële afwikkeling plaats

Rivierverruiming, niet zijnde Ruimte voor de Rivier

Langs de Maas, de Rijn, de Waal en de Lek worden rivierverruimingsprojecten uitgevoerd om een grotere waterafvoer te kunnen opvangen, de zogeheten NURG (Nadere Uitwerking Rivieren Gebied) projecten. Het NURG-programma wordt samen met het Ministerie van Economische Zaken (EZ) uitgevoerd en draagt naast veiligheid ook bij aan de ruimtelijke kwaliteit van het rivierengebied door de aanleg van nieuwe natuur. Een aantal NURG-projecten is ook van belang voor het realiseren van de waterveiligheidsdoelstellingen van de PKB Ruimte voor de Rivier. De verwachting is dat de realisatie eind 2015 grotendeels is afgerond. Op dit moment loopt nog een beperkt aantal projecten, waaronder de projecten Afferdense en Deestse Waarden (2018) en Heesselt (2017).

Afsluitdijk

Het project Afsluitdijk omvat opgaven op het gebied van waterveiligheid en waterafvoer. Het betreft de versterking van het dijklichaam volgens het principe van de overslagbestendige dijk, met behoud van de groene (vegetatie) uitstraling, het versterken van de schut- en spuicomplexen en het aanbrengen van pompen in het spuicomplex Den Oever. In het Rijksinpassingsplan is de oplossingsruimte voor de maatregelen die noodzakelijk zijn voor de waterveiligheid en de waterafvoer begrensd. Ook worden in het Rijksinpassingsplan diverse regionale ambities (planologisch) mogelijk gemaakt, zoals de vismigratierivier, de opschaling van de Blue Energy centrale op Breezanddijk en de plaatsing van stromingsturbines in de spuicomplexen. Voor de ambities heeft het Rijk een budget van € 20 miljoen beschikbaar gesteld op basis van co-financiering met de Regio. In 2016 vindt de aanbesteding van het project Afsluitdijk plaats. Start realisatie is voorzien in 2017 en oplevering in 2022.

Overige onderzoeken en kleine projecten

Onderdeel van overige onderzoeken en kleine projecten is de Flakkeese Spuisluis. In het najaar van 2013 zijn afspraken gemaakt over het Tidal Test Centre (TTC): een centrum waar innovatieve turbines kunnen worden getest voor het opwekken van duurzame energie uit de getijdenbeweging. De regio en private partijen financieren de bouw van het TTC en het Rijk stelt de Flakkeese Spuisluis in de Grevelingendam in werking. Met de inwerkingstelling van deze sluis komt beperkt getij terug in het meest oostelijke deel van de Grevelingen en verbetert de waterkwaliteit. Daarnaast biedt het een proeflocatie voor het TTC. In 2016 zal naar verwachting worden gestart met de werkzaamheden.

Projectoverzicht; Realisatieprogramma
   

Totaal

       

Budget in € mln.

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

huidig

vorig

Projecten Waterveiligheid

                       

Projecten Nationaal

                       

Programma HWBP

                   

2020

2020

HWBP Rijksprojecten

554

573

0

2

4

14

6

0

0

528

   

HWBP Waterschapsprojecten

3.269

3.138

53

50

68

53

47

162

152

2.684

   

HWBP Overige projectkosten (programmabureau)

71

57

8

4

5

5

5

5

5

36

   

                       

Deltafaciliteit Deltares

26

26

23

3

0

         

2013

2013

Maatregelen i.r.t. rivierverruiming

189

191

130

7

16

14

17

4

0

0

2018

2015

Overige onderzoeken en kleine projecten

1.164

1.171

1.127

14

12

6

3

1

1

1

 

afrondingen

       

1

– 1

1

1

1

– 2

 

Projecten zuidwestelijke delta

                   

Dijkversterking en Herstel steenbekleding Oosterschelde en Westerschelde

814

854

723

50

12

26

3

     

2015

2015

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

                       

Afsluitdijk

831

   

1

3

78

227

230

101

191

2022

 

Programma Realisatie

6.917

6.010

2.064

131

121

195

308

402

259

3.438

   

Begroting (DF 1.02.02)

     

138

57

181

287

363

233

3.595

   

Overprogrammering (-)

     

7

– 64

– 14

– 21

– 39

– 26

157

   

In lijn met de werkwijze op het Infrastructuurfonds wordt vanaf de 1e suppletoire wet 2015 op het Deltafonds de over- en onderprogrammering op een centrale plek op het fonds verantwoord, namelijk het realisatiedeel van artikelonderdeel 1.02 overige aanlegprojecten Waterveiligheid. De reeks «overprogrammering» in deze tabel geeft derhalve inzicht in de over- en onderprogrammering van het Deltafonds als geheel.

1.03 Studiekosten

Motivering

Dit betreft enerzijds studie- en onderzoekskosten voor het Deltaprogramma (MIRT-onderzoeken) en daarnaast de overige studiekosten op het gebied van waterveiligheid.

Producten

Studie- en onderzoekskosten Deltaprogramma

Hieronder vallen studie- en onderzoekskosten voor het Deltaprogramma (MIRT-onderzoeken). Het Deltaprogramma (DP) is een programma van maatregelen, voorzieningen, onderzoeken en ambities gericht op de korte, middellange en lange termijn waterveiligheid en zoetwatervoorziening van Nederland. Voor een nadere toelichting over deze onderzoeken wordt verwezen naar het DP2016.

Op dit onderdeel worden vooral de onderzoeken voor waterveiligheid verantwoord.

  • •  Doorontwikkeling Deltamodel tot Nationaal Watermodel: dit is een geïntegreerde set van modellen om het waterhuishoudkundig systeem van Nederland door te rekenen, die is ontwikkeld voor het Deltaprogramma. Het Deltamodel is gebruikt om de effecten van maatregelen op het gebied van waterveiligheid en zoetwatervoorziening te berekenen. In 2016 blijft het Deltamodel in gebruik voor het beantwoorden van vragen die richting de uitvoering van het Deltaprogramma spelen. De doorontwikkeling van het model heeft als doel de waterhuishoudkundige basis ervan ook in andere rekentoepassingen te gebruiken om zo de onderlinge vergelijkbaarheid en de betrouwbaarheid van die toepassingen te garanderen. Daarnaast wordt het model gebruikt bij het toetsingsinstrumentarium voor waterveiligheid en genereert het model de waterhuishoudkundige basis voor waterkwaliteitsmodellen.
  • •  MIRT-Onderzoek Optimale lange termijn veiligheidsstrategie voor de Oosterschelde: Dit betreft een MIRT-onderzoek naar het (innovatief) versterken en beheren van dijken, samen met het structureel aanpakken van de zandhonger en een aangepast beheer van de Oosterscheldekering. Deze drie «knoppen» (kering, dijken en zand) koppelen de borging van de waterveiligheid aan het optimaal gebruik van de ruimte, natuur en economie.
  • •  Systeemstudie IJsselmeergebied: Dit betreft een studie naar de samenhang tussen waterafvoer, peilbeheer en de benodigde sterkte van de dijken in het gebied. De voorkeursstrategie bij de deltabeslissing IJsselmeergebied is mede gebaseerd op een optimalisatie van de samenhang tussen de infrastructuur van waterkeringen (Houtribdijk, Ramspolkering en Afsluitdijk) en het beheer van de watersystemen van het IJsselmeer, Markermeer, randmeren, Amsterdam-Rijnkanaal, Eem en IJssel-Vechtdelta. Doel van de studie is het inzichtelijk maken van het gehele, complexe watersysteem van het IJsselmeergebied ten behoeve van huidige en toekomstige vraagstukken rondom waterveiligheid en zoetwatervoorziening. Tijdshorizon is 2050 en verder, mede met het oog op keuzes die dan zullen spelen bij de vervanging van spuicomplexen in de Afsluitdijk.
  • •  MIRT-onderzoeken naar de waterveiligheid in de Rijn-Maasdelta: voor de verwachte stijging van de zeespiegel, toenemende extreme rivierafvoeren en sociaaleconomische veranderingen zijn langetermijnstrategieën ontwikkeld voor waterveiligheid en zoetwatervoorziening. Daarbij worden de strategieën en maatregelen voor waterveiligheid en sociaaleconomische ontwikkeling in synergie met elkaar en met oog voor ruimtelijke kwaliteit ontwikkeld. Komende jaren wordt met maatregelen en nadere beleidsuitwerking vervolg gegeven aan de gemaakte beleidskeuzes voor dit gebied. Hierbij valt te denken aan onderzoek naar de Adaptatiestrategie waterveiligheid buitendijks, Meerlaagsveiligheid Dordrecht en de gebiedsgerichte uitwerking van de Alblasserwaard
  • •  Stimuleringsprogramma Ruimtelijke Adaptatie: In de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie hebben Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen afgesproken waterveiligheid en klimaatbestendigheid integraal mee te gaan wegen bij ruimtelijke ontwikkelingen. De ambitie daarbij is dat in 2020 klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten een integraal onderdeel van hun beleid en handelen is, zodat Nederland in 2050 ook daadwerkelijk klimaatbestendig is ingericht. Dat vereist een verandering in denken en doen: klimaatbestendig en waterrobuust inrichten moet in Nederland een vanzelfsprekend onderdeel bij ruimtelijke (her)ontwikkelingen worden. Van 2015 t/m 2017 zijn vanuit het Deltafonds middelen beschikbaar gesteld voor het Stimuleringsprogramma Ruimtelijke Adaptatie om deze transitie te ondersteunen met diverse activiteiten en producten (o.a. het ondersteunen van projecten, communicatieactiviteiten en de ontwikkeling van een kennisportaal over ruimtelijke adaptatie).
  • •  Toetsing Regionale keringen in beheer van het Rijk: op basis van de Waterwet stelt de Minister in 2015 veiligheidsnormen vast voor regionale waterkeringen die in beheer zijn bij het Rijk. In 2016 en 2017 wordt voor het eerst getoetst of deze regionale keringen aan de gestelde normen voldoen. Dit is een jaar later, omdat het opstellen van de hydraulische randvoorwaarden voor de toetsing iets meer tijd heeft gevraagd dan voorzien. Deze taak is nog niet in het takenpakket van Rijkswaterstaat, de beheerder, opgenomen. De middelen zijn in deze begroting toegevoegd vanuit de investeringsruimte.
  • •  MIRT-onderzoek Rivierverruiming: In 2016 wordt het MIRT-onderzoek naar rivierverruiming van 2015 voortgezet. Doel is om samen met de regionale partijen te komen tot een totaalvoorstel met een concrete vertaling van de voorkeursstrategie, zoals voorgesteld in het DP2015, inclusief financiële consequenties. Daarvoor is het onder andere nodig om de effecten van rivierverruiming op overstromingskansen en de nieuwe normering beter te kennen en een betere inschatting te hebben van de financiële haalbaarheid. Daarbij zijn potentiële besparingen op versterking van belang evenals concrete meekoppelkansen.
  • •  Nieuwe normering: De huidige veiligheidsnormen voor waterkeringen zijn ontwikkeld op grond van de analyses van de eerste Deltacommissie. Deze veiligheidsnormen zijn uitgedrukt als een overschrijdingskans van een hoogst te keren waterstand. Deze normen dateren uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Sindsdien zijn de omstandigheden in Nederland zeer sterk veranderd. Er wonen meer mensen achter de dijk en er is veel meer economisch waarde die beschermd dient te worden tegen overstromingen. Op grond van de analyses van de tweede Deltacommissie is een groot aantal aanbevelingen gedaan voor het verbeteren van onze waterveiligheid. In het Deltaprogramma 2015 is in de zogeheten deltabeslissing waterveiligheid het voorstel opgenomen om op grond van de eerder aangegeven overwegingen over te stappen naar een normering gebaseerd op een risicobenadering, uitgedrukt in een overstromingskans. Het kabinet heeft vooruitlopend op de beoogde wettelijke regeling, via een tussentijdse wijziging, deze deltabeslissing verankerd in het Nationaal Waterplan 2009–2015 (december 2014). Alles is er op gericht om de nieuwe normering in 2017 wettelijk te verankeren in de Waterwet.

Een parallel proces is de aanpassing van het toets- en ontwerpinstrumentarium. Hiermee kan de vierde ronde toetsen op veiligheid in 2017 starten op basis van het nieuwe waterveiligheidsbeleid en kan tussentijds al met de nieuwste inzichten ontworpen worden. Om dit mogelijk te maken wordt extra ingezet op diverse sporen, zoals een impuls aan grondonderzoek. Daarmee wordt aanvullende bodeminformatie gegenereerd om beter gesteld te staan voor de vierde ronde toetsen op veiligheid. Daarnaast wordt gewerkt aan de stroomlijning van de informatievoorziening voor het gehele toetsproces, inclusief de rapportage over de resultaten van de uitgevoerde toetsing.

Aangezien sprake is van een geheel vernieuwde wijze van normering dient extra inzet te worden geleverd ten behoeve van opleidingen en trainingen op het gebied van risicobenadering en het omgaan met overstromingskansen. Dit geldt zowel voor de wettelijke toetsing op veiligheid als bij het ontwerpen van noodzakelijke verbetermaatregelen in het HWBP.

Daarnaast wordt in 2016 de eerste stap gezet in de doorontwikkeling van het wettelijke toetsinstrumentarium voor de vijfde ronde toetsen op veiligheid, die in 2023 zal starten.

1.04 GIV3/PPS

Motivering

Bij infrastructuurprojecten waarbij sprake is van publiek-private samenwerking (PPS) bestaat de betaling uit een geïntegreerd bedrag voor aanleg, onderhoud én financiering gedurende een langdurige periode. De meest toegepaste vorm is DBFM (Design, Build, Financeand Maintain) waarbij de overheid pas na oplevering betaalt voor een dienst (beschikbaarheid) in plaats van mijlpalen voor een product tijdens de bouwfase. Deze contractvorm garandeert een efficiënte en effectieve beschikbaarheid van de noodzakelijke capaciteit om, rekening houdend met de aspecten veiligheid en leefomgeving, een betrouwbaar systeem te realiseren.

In de brief van 14 juni 2011 (Kamerstukken II, 2010–2011, 32 500 A, nr. 83; Prioritering Investeringen Mobiliteit en Water) is een lijst van in totaal 32 potentiële DBFM-projecten opgenomen. Aangezien op dit moment nog geen geïntegreerd project bij het hoofdwatersysteem in uitvoering is, worden er op dit artikel (nog) geen uitgaven verantwoord. RWS is gestart met de voorbereiding van de realisatie van het project Afsluitdijk, gericht op start van de aanbesteding begin 2016.

1.09 Ontvangsten

Ontvangsten waterschapsprojecten

Conform de Spoedwet dragen de waterschappen vanaf 2011 € 81 miljoen per jaar bij aan het HWBP. Deze bijdrage van de waterschappen is conform het regeerakkoord Rutte I en het Bestuursakkoord Water aangevuld tot € 131 miljoen in 2014 en tot € 181 miljoen structureel vanaf 2015.

De middelen van de waterschappen worden eerst ingezet voor de waterschapsprojecten van het HWBP-2 en vervolgens voor de waterschapsprojecten van het HWBP. Het in 2013 door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen wetsvoorstel Wijziging van de Waterwet (doelmatigheid en bekostiging hoogwaterbescherming) (Kamerstukken II, 2012–2013, 33 465) is per 1 januari 2014 in werking getreden. De wet regelt dat het Rijk en de waterschappen jaarlijks elk de helft van de bijdrage aan het HWBP gaan betalen.

In bijlage 3 is een nadere toelichting op de financieringsafspraken voor het HWBP opgenomen.

Noot 3: Geïntegreerde contractvormen