Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 3 Beheer, Onderhoud en Vervanging

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van beheer en onderhoud verantwoord. Dit betreft het watermanagement, het regulier beheer en onderhoud en vervanging en renovatie. Doel hierbij is het duurzaam op orde houden van het watersysteem zodat aan de wettelijke normen wordt voldaan.

Dit artikel is gerelateerd aan beleidsartikel 11 Integraal Waterbeleid op de Begroting hoofdstuk XII.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art . 3 Beheer, onderhoud en vervanging (in € 1.000)
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Verplichtingen

190.093

178.891

268.257

133.793

133.929

125.848

89.440

Uitgaven

174.535

165.512

206.336

141.085

148.223

141.485

97.912

Waarvan juridisch verplicht

   

90%

       

3.01 Watermanagement

11.530

7.764

6.991

6.989

6.989

6.989

6.989

3.01.01 Watermanagement

11.530

7.764

6.991

6.989

6.989

6.989

6.989

               

3.02 Beheer, onderhoud en vervanging

163.005

157.748

199.345

134.096

141.234

134.496

90.923

3.02.01 Waterveiligheid

133.896

118.938

144.667

101.778

103.121

96.398

69.707

3.02.02 Zoetwatervoorziening

24.694

17.446

17.416

11.614

17.409

17.416

17.409

3.02.03 Vervanging

4.415

21.364

37.263

20.704

20.704

20.682

3.807

Van totale uitgaven

             

– Bijdrage aan agentschap RWS

170.120

144.148

169.073

120.381

127.519

120.803

94.105

– Restant

4.415

21.364

37.263

20.704

20.704

20.682

3.807

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

3.09 Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

3.09.01 Ontvangsten

             

Budgetflexibiliteit

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten na de begrotingsperiode tot en met 2028 per jaar gepresenteerd op artikelonderdeelniveau. De mutaties zijn in de verdiepingsbijlage bij de begroting op dit zelfde detailniveau tot en met 2028 toegelicht.

Bedragen x € 1.000
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

3 Beheer, onderhoud en vervanging

206.336

141.085

148.223

141.485

97.912

141.124

3.01 Watermanagement

6.991

6.989

6.989

6.989

6.989

6.989

3.02 Beheer, onderhoud en vervanging

199.345

134.096

141.234

134.496

90.923

134.135

             

3.09 Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

(Vervolg) Bedragen x € 1.000
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

3 Beheer, onderhoud en vervanging

241.170

232.302

246.298

299.841

238.335

233.423

230.570

3.01 Watermanagement

6.989

6.989

7.014

7.014

7.014

7.211

6.816

3.02 Beheer, onderhoud en vervanging

234.181

225.313

239.284

292.827

231.321

226.212

223.754

               

3.09 Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

3.01 Watermanagement

Motivering

Met watermanagement streeft IenM naar:

  • •  Het goed voorbereid zijn op crisissituaties door te zorgen voor een robuuste informatievoorziening;
  • •  Het reguleren van de hoeveelheid water in het hoofdwatersysteem onder normale omstandigheden en bij zowel (extreem) hoog- als laagwater (peilbeheer);
  • •  Een duurzaam watersysteem, met zowel een goede chemische als ecologische kwaliteit, dat voorziet in de beschikbaarheid van voldoende water van goede kwaliteit voor de gebruiker.

Producten

Binnen het watermanagement worden de volgende activiteiten uitgevoerd:

  • •  Monitoring en informatievoorziening;
  • •  Crisisbeheersing en -preventie;
  • •  Regulering gebruik door vergunningverlening en handhaving;
  • •  Nakomen van bestuurlijke afspraken waterverdeling en gebruik (onder andere uit waterakkoorden);
  • •  Regulering waterverdeling (operationele modellen en bediening stuwen, spuien).

De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. De verdeling naar onder meer Watermanagement en Beheer en Onderhoud is extracomptabel inzichtelijk gemaakt in bijlage 4 Instandhouding bij deze begroting.

De doelstellingen voor het waterkwantiteitsbeheer van de rijkswateren zijn:

  • •  Het op orde brengen en houden van de samenhang tussen het regionaal- en het hoofdwatersysteem, zodat zowel wateroverlast als watertekort wordt bestreden;
  • •  Het kunnen beschikken over voldoende water in de rijkswateren, zodat kan worden voldaan aan de behoeften die voortvloeien uit de gebruiksfuncties. Om dat te realiseren worden peilbesluiten nageleefd en de waterakkoorden geactualiseerd en nageleefd. Het waterpeil is zoveel mogelijk afgestemd op de gebruiksfuncties.

De monitoring en informatievoorziening gaat over het verkrijgen en beschikbaar stellen van interne- en externe informatie over het watersysteem. Het gaat daarbij om de dagelijkse informatie voor de verschillende gebruikers (informatie over waterstanden voor de scheepvaart, informatie over waterkwaliteit voor drinkwaterbedrijven en informatie over zwemwaterkwaliteit voor provincies en ten behoeve van recreatie) en om berichtgeving bij uitzonderlijke situaties over hoog- en laagwater, naderende stormvloeden, verontreinigingen en ijsvorming.

Meetbare gegevens

Omvang areaal
 

Areaaleenheid

Omvang

   

Beschikbaar bedrag 2016

x € 1.000

   

2014

2015

2016

 

Watermanagement

km2 water

90.310

90.314

90.315

6.991

Toelichting

Eind 2014 was de omvang van het areaal 90.310 km2 (zie het Jaarverslag 2014 van het Deltafonds, pag. 27). In 2015 zal het water oppervlakte toenemen met circa 4,5 km2 als gevolg van de Ruimte voor de Rivier projecten, waarbij waterbergingen worden gerealiseerd. Daarnaast zal het met 0,4 km2 afnemen als gevolg van de overdracht van de Gekanaliseerde Dieze. In 2016 zal de omvang van het areaal 0,5 km2 toenemen als gevolg van Ruimte voor de Rivier projecten en de verruiming van het Wilhelminakanaal Tilburg. Daarmee komt het op een totale toename van circa 4,5 km2 water voor eind 2016.

Indicatoren Beheer en Onderhoud

Indicator

Realisatie 2014

Streefwaarde 2015

Streefwaarde 2015

RWS verstrekt informatie binnen afgesproken termijn en van voldoende kwaliteit bij maatschappelijk vitale processen.

99%

95%

95%

Beschikbaarheid streefpeilen voor Noordzeekanaal/ Amsterdam-Rijnkanaal, IJsselmeer en Haringvliet

100%

90%

90%

De spuiende kunstwerken en stuwen kunnen te allen tijde worden geopend

98%

100%

100%

Toelichting

De indicatoren voor de uitvoering van de RWS-taken op het gebied van watermanagement zijn geënt op het leveren van snelle en betrouwbare informatie en op het handhaven van de afgesproken peilen.

  • •  De eerste indicator betreft de informatievoorziening voor maatschappelijk vitale processen ten tijde van hoogwater, laagwater, ijsgang of calamiteuze lozingen. RWS verstrekt dan informatie binnen afgesproken termijn en van voldoende kwaliteit over ijsberichtgeving, berichtgeving over hoogwater, laagwater, stormvloed en berichten over verontreinigingen.
  • •  De tweede indicator «beschikbaarheid streefpeilen» geeft aan of de streefpeilen van drie belangrijke watersystemen (het IJsselmeer, Amsterdam-Rijnkanaal/Noordzeekanaal en het Haringvliet) op het afgesproken niveau worden gehouden, wat het beleidsdoel is. Stuwen en spuien/gemalen zijn nodig om dit peil te sturen.
  • •  De derde indicator heeft betrekking op altijd werkende spuiende kunstwerken, stuwen en gemalen die een absolute voorwaarde zijn om de water af- en aanvoer goed te kunnen reguleren en een adequaat peilbeheer uit te voeren.

Geschikte indicatoren ten behoeve van de doelstelling van «een duurzaam watersysteem dat voorziet in voldoende water van goede kwaliteit voor de gebruiker» ontbreken momenteel. De komende jaren wordt onderzoek gedaan om in deze lacune te voorzien. Dit is overigens niet alleen van belang voor beheer en onderhoud maar ook voor het Deltaprogramma Zoetwater.

3.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functies voor zowel waterveiligheid als voor de zoetwatervoorziening (inclusief waterkwaliteit) worden vervuld.

Producten

Het beheer en onderhoud omvat waterveiligheid (bescherming tegen overstromen door hoogwater) en de zoetwatervoorziening.

De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. De verdeling naar onder meer Watermanagement en Beheer en Onderhoud is extracomptabel inzichtelijk gemaakt in de bijlage beheer, onderhoud, vervanging en renovatie bij deze begroting.

3.02.01 Waterveiligheid

Binnen waterveiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • 1.  Kustlijnhandhaving (conform de herziene basiskustlijn 2001).
  • 2.  Beheer en onderhoud (BenO) Rijkswaterkeringen en stormvloedkeringen (conform de Waterwet).
  • 3.  Beheer en Onderhoud uiterwaarden.

RWS heeft de wettelijke zorg voor de primaire waterkeringen en de stormvloedkeringen, die in beheer zijn bij het Rijk, en voor de handhaving van de basiskustlijn (het Nationaal Waterplan 2009–2015). De handhaving van de basiskustlijn gaat afslag van strand en duinen tegen (veiligheid) en houdt Nederland (het strand) op zijn plaats. Het zijn voornamelijk de waterschappen die de primaire waterkeringen (dijken en duinen) beheren, ook die langs de Nederlandse kustlijn. Het weergegeven areaal betreft alleen het areaal dat in beheer is bij RWS.

ad 1. Kustlijnhandhaving

Het handhaven van de kustlijn wordt gerealiseerd door het suppleren van zand op het strand of in de vooroever (onder water). Het Nederlandse kustsysteem kent een continu verlies aan zand dat jaarlijks moet worden gecompenseerd. Vanaf 2001 wordt ook zand gesuppleerd om de zandverliezen op dieper water (kustfundament) te compenseren. Daarmee wordt de zandhoeveelheid in het kustfundament op peil gehouden en wordt het effect van de zeespiegelstijging (deels) teniet gedaan. Daarnaast zijn lokale maatregelen zoals onderhoud van dammen en strandhoofden van belang, om structurele kusterosie te bestrijden.

ad 2. Beheer en Onderhoud Rijkswaterkeringen en stormvloedkeringen

• Rijkswaterkeringen

RWS beheert en onderhoudt 238 kilometer primaire waterkeringen. Er wordt vast onderhoud uitgevoerd, bijvoorbeeld het maaien van dijken. Daarnaast wordt variabel onderhoud gepleegd. Dat betekent dat de waterkeringen periodiek worden geïnspecteerd en dat zo nodig tekortkomingen worden verholpen.

Primaire waterkeringen zijn waterkeringen die onder de Waterwet vallen omdat ze bescherming bieden tegen het buitenwater. Het gaat met name om enkele zeedijken op de Waddeneilanden, de Afsluitdijk, de Houtribdijk, de dijk van Marken en dammen in Zeeland en Zuid-Holland. In 2011 is de derde landelijke toetsing van primaire waterkeringen afgerond. Keringen die bij deze inspectie zijn afgekeurd worden meegenomen in het kader van het HWBP. Naast deze primaire waterkeringen beheert en onderhoudt RWS ook 596 kilometer niet-primaire waterkeringen (dijken en duinen) meestal aangeduid als regionale keringen. Deze hoeven geen bescherming te bieden tegen het buitenwater. De normen voor deze regionale keringen in beheer bij het Rijk worden in 2015 door de Minister vastgesteld na afstemming met de provincies.

• Stormvloedkeringen

Om ons land tegen de zee te beveiligen is een aantal stormvloedkeringen aangelegd, die bij hoogwater gesloten kunnen worden. Deze stormvloedkeringen zijn ook primaire waterkeringen die vallen onder de Waterwet. Het Rijk heeft sinds 2014 vijf stormvloedkeringen in beheer: de Oosterscheldekering, de Maeslantkering, de Hartelkering, de Hollandse IJsselkering en de Ramspolkering.

Het onderhoud aan de keringen betreft voornamelijk het conserveren van de schuiven en de overige constructiedelen, het onderhoud aan werktuigbouwkundige en elektronische onderdelen en het onderhoud aan het besturingssysteem. Naast deze onderhoudsactiviteiten vindt de bediening van deze objecten plaats en worden periodiek inspecties uitgevoerd.

ad 3. Beheer en Onderhoud uiterwaarden

Het Rijk beheert 3.816 hectare aan uiterwaarden. Het beheer en onderhoud is gericht op het op orde houden van de vegetatie in de uiterwaarden teneinde hoogwater effectief te kunnen afvoeren. Dit betreft een reguliere beheer en onderhoud taak die losstaat van de inhaalslag Stroomlijn die verantwoord wordt op artikelonderdeel 3.02.03 Vervanging. In 2014 is de zogenoemde vegetatielegger gereed gekomen die normerend is voor het onderhoud van de vegetatie in de uiterwaarden om onnodige stuwing door vegetatie te voorkomen.

3.02.02 Zoetwatervoorziening

Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn om het hoofdwatersysteem zodanig te onderhouden dat de beoogde functies voor waterverdeling volgens de vigerende regelgeving en waterakkoorden kunnen worden vervuld. De beoogde functies voor waterverdeling zijn opgenomen in het Beheersplan voor de Rijkswateren (BPRW). Dit betreft ondermeer het beheer en onderhoud voor:

  • • 

    Waterverdeling en peilbeheer;

    Stuwende en spuiende kunstwerken;

  • •  Natuurvriendelijke oevers, implementatie Kaderrichtlijn Water (KRW), implementatie Waterwet en Natura 2000.

Onder zoetwatervoorziening valt ook de uitwerking van respectievelijk «Anders omgaan met water; Waterbeleid voor de 21e eeuw (WB21) en de maatregelen in het kader van Natura-2000. Natura-2000 streeft naar het beschermen van gezonde watersystemen die een duurzaam gebruik mogelijk maken. Uitgaven voor de KRW worden verantwoord op artikel 7 Waterkwaliteit.

Binnen het Deltaprogramma Zoetwater wordt de waterverdeling over de functies onder de loep genomen via de uitwerking van het instrument voorzieningenniveau. Hierbij worden de functies en de activiteiten ten behoeve van deze functies in kaart gebracht en bekeken of er optimalisaties mogelijk zijn. Waar relevant zullen resultaten hiervan hun doorwerking krijgen in volgende begrotingen. Het generen van indicatoren om het voorzieningenniveau voor de gebruiksfuncties inzichtelijk te maken is onderdeel van het plan van aanpak voor uitwerking van het voorzieningenniveau.

Meetbare gegevens

Beheer en Onderhoud

In onderstaande figuur is een verdeling gegeven van de beheer- en onderhoudskosten voor kunstwerken, dijken, dammen, duinen, stormvloedkeringen, kustfundament en oevers. Deze percentages zijn gebaseerd op een meerjarig gemiddelde.

Waterveiligheid

Omvang Areaal

Eenheid

Omvang 2014

Omvang 2015

Omvang 2016

Budget 2016 x € 1 mln

Kustlijn

km

293

293

293

70

Stormvloedkeringen

aantal

5

5

5

51

Dammen, dijken en duinen, uiterwaarden w.o.:

         

– Dijken, dammen en duinen, primaire waterkeringen

         

– Niet-primaire waterkeringen/duinen

km

596

596

594

 

– uiterwaarden in beheer Rijk

ha

3.816

3.816

3.813

 

Totaal

144

Toelichting

  • •  In deze begroting is het aantal kilometers voor dammen, dijken, duinen en uiterwaarden weergegeven zoals bepaald bij het opstellen van de leggergegevens. Het areaal is in 2015 met 11 km afgenomen, onder andere door de overdracht van de Omringkade Marken en de primaire kering bij Perkpolder. In 2016 zijn geen veranderingen voorzien.
  • •  De lengte van niet-primaire waterkeringen neemt toe. De werkelijke realisatie in 2014 ligt op 596 kilometer als gevolg van een nieuwe inventarisatie in verband met het Legger-project. Dit aantal neemt in 2015 en 2016 af met in totaal 2 kilometer door overdrachten in het kader van het Bestuursakkoord Water, zoals de overdracht van keringen bij Borgharen en Geulle aan de Maas. Daarmee komt de totale lengte eind 2016 uit op 594 kilometer.
  • •  Het Rijk beheert 3.813 hectare aan uiterwaarden eind 2016. De omvang in 2014 ligt op 3.816 hectare uiterwaarden. Het aantal hectare zal tot eind 2016 met 3 hectare afnemen als gevolg van Ruimte voor de Rivier projecten waarbij uiterwaarden plaatsmaken voor extra waterbergingen.
Indicatoren BenO Waterveiligheid

Indicator

Realisatie 2014

Streefwaarde 2015

Streefwaarde 2016

De basiskustlijn is voldoende op zijn plaats gebleven (minstens 90% van de meetlocaties ligt zeewaarts van de afgesproken kustlijn).

92%

90%

90%

De vijf stormvloedkeringen zijn steeds beschikbaar om hoogwater te keren en voldoen aan de veiligheidsnormen uit de Waterwet. Indicator is het percentage van de stormvloedkeringen dat voldoet aan de afgesproken faalkanseis.

40%

100%

100%

Toelichting

  • •  De eerste indicator geeft aan of de basiskustlijn niet verder landinwaarts is verschoven dan in 1990 is afgesproken (en in 2001 is herijkt). Kleine verschuivingen zijn normaal en toegestaan, en worden door middel van het programma voor kustsuppletie gecorrigeerd. De mogelijke kleine verschuivingen komen tot uitdrukking in de streefwaarde dat 90% van de basiskustlijn op zijn plaats blijft.
  • •  De tweede indicator is erop gericht dat de vijf stormvloedkeringen te allen tijde (in het stormseizoen) voldoen aan de afgesproken eis voor de faalkans (faalkanseis). Deze eisen gaan over de kans dat de kering bij een sluitvraag niet gesloten kan worden. De kansen worden uitgedrukt in aantal sluitvragen: bij hoeveel sluitvragen mag een kering één keer falen.
Faalkans van de vijf stormvloedkeringen in beheer bij Rijkswaterstaat

Stormvloedkeringen

faalkans /overschrijdingskans

Streefwaarde 2015

Streefwaarde 2016

Maeslantkering

faalkans bij sluiten

1:100

1:100

Hartelkering

faalkans bij sluiten

1:19

1:19

Hollandsche IJsselkering

faalkans bij sluiten

1:47

1:47

Oosterscheldekering

overschrijdingskans in jaar (van de maatgevende hoogwaterstand in het achterliggende watersysteem)

1:4000

1:4000

Ramspolkering

faalkans bij sluiten

zie toelichting

zie toelichting

De faalkanseisen voor de stormvloedkeringen worden op basis van de normering van de achterliggende waterkeringen vastgesteld. Bepalend daarvoor zijn de beschermingsniveaus van de achterliggende dijkringen, ook wel aangeduid als het «achterland». De stormvloedkeringen moeten voldoen aan de strengste veiligheidsnorm van het bijbehorende achterland zoals vastgelegd in de Waterwet en getoetst aan de hydraulische randvoorwaarden. Deze waterhuishoudkundige samenhang resulteert uiteindelijk in verschillende faalkanseisen per kering.

Toelichting

  • •  De Maeslantkering, Hartelkering, Hollandse IJsselkering en Ramspolkering kennen afspraken over faalkanseisen. De Maeslantkering mag bijvoorbeeld bij honderd sluitvragen één keer falen.
  • •  Bij de Maeslantkering is in 2014 duidelijk geworden dat de betrouwbaarheid van de besturingssoftware, die in 2013 is vervangen, niet kwantitatief kan worden aangetoond. Aanpassingen van de software zijn naar verwachting pas in 2017 operationeel. Dit leidt er toe dat de actuele faalkans niet kwantitatief kan worden vastgesteld. In verband met eventuele storingen van het besturingssysteem zijn extra beheermaatregelen genomen om bij falen in te kunnen grijpen. Tevens is het onderhoud op voldoende niveau. Het oordeel van RWS is dat de Maeslantkering veilig is. Om deze reden blijft de streefwaarde in de begroting gehandhaafd.
  • •  Het Waterschap Groot Salland heeft in 2014 de Ramspolkering overgedragen aan RWS. RWS voert het Beheer en Onderhoud op dezelfde wijze uit als eerder het Waterschap en daarmee blijft de achterliggende dijkring voldoen aan de gestelde norm. RWS brengt de beoordelingssystematiek voor de faalkansprestatie in lijn met de uniforme RWS standaarden en de eis vanuit WTI 2017. Dientengevolge kan RWS nu geen streefwaarde aangeven voor de faalkans van de Ramspolkering.
  • •  Voor de Oosterscheldekering geldt het wettelijk beschermingsniveau van 1: 4.000 voor de dijkring (overschrijdingskans; dit is de kans dat bij falen van de Oosterscheldekering de toetspeilen in het Oosterschelde-bekken worden overschreden). De kans wordt uitgedrukt in jaren (1: 4.000 jaar). De methodiek van faalkansberekening is bij de Oosterscheldekering afwijkend van de andere stormvloedkeringen vanwege de constructie met 62 schuiven.

Jaarlijkse hoeveelheden zandsuppleties en percentages raaien waarin de basiskustlijn is overschreden.

Toelichting

Het aantal raaien waarin de basiskustlijn wordt overschreden mag maximaal 15% zijn; het streven is om het aantal overschrijdingen onder 10% te houden. De geel/blauwe balken in bovenstaande figuur geven de over de afgelopen jaren gerealiseerde suppleties weer.

Suppleren voor kustlijnzorg

Om de basiskustlijn en het kustfundament te kunnen handhaven, wordt jaarlijks gemiddeld 12 miljoen m3 zand gesuppleerd. Hiertoe wordt een suppletieprogramma opgesteld en meerjarige contracten afgesloten, waarbij voor een deel van de suppleties een jaarlijkse bijstelling mogelijk is. Inhoud en omvang van dit programma kan jaarlijks variëren naargelang specifieke behoefte en budgettaire mogelijkheden. Bij de aanbesteding van de suppletieprogramma’s hebben de aannemers de vrijheid om de suppletiewerkzaamheden over meerdere jaren te spreiden. Om te bereiken dat voor het beschikbare budget de maximale hoeveelheid zand wordt gesuppleerd is vanaf 2012 een nieuwe marktbenadering gekozen met contracten voor een periode van vier jaar.

Realisatie en prognose kustsuppleties
 

Realisatie in mln m3

Prognose in mln m3

Prognose in mln m3

 

2012–2014

2012–2015 (incl. uitloop 2016)

2016–2019 (incl. uitloop 2020)

Handhaven basiskustlijn en kustfundament

20,5

48

48

Toelichting

Het suppletievolume over de periode 2012–2015 zal 48 miljoen m3 bedragen (vierjarige contractperiode met gemiddeld 12 miljoen m3 per jaar met één jaar uitloop); uitloop van een deel van de suppleties in 2016 is vanwege de gekozen contractvorm toegestaan. Ook voor de periode 2016–2019 (met uitloop naar 2020) zullen naar verwachting suppletiecontracten voor totaal 48 miljoen m3 zand worden afgesloten.

Zoetwatervoorziening

Areaal Zoetwatervoorziening

Eenheid

Omvang 2016

Omvang 2016 in € 1 mln

Binnenwateren en daarin gelegen kunstwerken (spui- en uitwateringskolken, stuwen en gemalen)

km2

3.052

Aantal kunstwerken

stuks

121

Totaal

17.416

Toelichting

  • •  Het areaal binnenwateren omvat alle door RWS beheerde wateren (onder meer rivieren, kanalen en IJsselmeer) maar is exclusief Noordzee, water in Caribisch Nederland, Waddenzee en Westerschelde. Het aantal km2 binnenwateren neemt met 4 km2 toe ten opzichte van de werkelijke realisatie in 2014 van 3.047 km2 (zie het Jaarverslag 2014 van het Deltafonds, pag. 41) door met name de de uiterwaardvergravingen en dijkterugleggingen als gevolg van de Ruimte voor de Rivierprojecten en de verruiming van het Wilhelminakanaal Tilburg.
  • • 

    Het aantal kunstwerken is toegenomen met twee ten opzichte van de Jaarverantwoording 2014. Dit betreft de opening van de nieuwe Flakkeesse Spuisluis in 2016 en het gemaal Zedemuden dat pas rond 2016 zal worden overgedragen.

    De spui- en uitwateringskolken, stuwen en gemalen zijn middelen om het streefpeil en de waterverdeling in Nederland te kunnen realiseren. De beschikbaarheid van streefpeilen is een indicator bij watermanagement, het onderhoud aan de spui- en uitwateringskolken, stuwen en gemalen draagt hier aan bij.

3.02.03 Vervanging

Motivering

Het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functie voor zowel waterveiligheid als zoetwatervoorziening vervuld kan worden.

Producten

De waterveiligheid en beschikbaarheid moet in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Door de intensieve aanleg in de eerste helft en met name ook vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw valt te verwachten dat deze problematiek geleidelijk zal toenemen. De projecten zijn opgenomen in het MIRT Overzicht4.

Vervangingen en renovaties van kunstwerken worden ondergebracht binnen het programma Vervanging en Renovatie. De scope van het programma omvat alle kunstwerken waar zich binnen de duur van het programma een levensduurproblematiek voordoet met mogelijke ernstige gevolgen voor de veiligheid en beschikbaarheid. De projecten in het programma verlengen de levensduur van de kunstwerken zodat de veiligheid en de beschikbaarheid van de bestaande infrastructuur in stand wordt gehouden.

Meetbare gegevens

Het budget dat op dit artikelonderdeel in de huidige begrotingsperiode is opgenomen, is bestemd voor de werkzaamheden ten behoeve van de stuwen Nederrijn / Lek, Inhaalslag Stroomlijn en RINK-maatregelen in het IJsselmeergebied.

Water

Project

Gereed

 

Nederrijn /Lek

Renovatie stuwensemble in Nederrijn en Lek

2021

 

Diversen

Stroomlijn

2016

 

IJsselmeergebied

RINK-maatregelen IJsselmeergebied

2018

1

Toelichting

  • 1.  Levensduurverlengend onderhoud aan stuwen in het IJsselmeergebied worden gecombineerd uitgevoerd met de opgave op het Hoofdvaarwegennet op dit gebied. De onderzoeks- en inspectieaanpak RINK (Risico Inventarisatie Natte Kunstwerken) inventariseert de fysieke toestand en restlevensduur van de kunstwerken. Op basis van de RINK-onderzoeken worden maatregelen genomen op objecten in het IJsselmeergebied.

Noot 4: Zie voor het programma Vervanging en Renovatie Hoofdwatersysteem: http://mirt2016.mirtoverzicht.nl/mirtgebieden/project_en_programmabladen/612.aspx