Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

3. HET VERDIEPINGSHOOFDSTUK

In paragraaf 3.1. wordt de opbouw van de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten vanaf de stand ontwerpbegroting gemeentefonds 2015 naar de stand van de voorliggende ontwerpbegroting 2016 beschreven. In paragraaf 3.2. wordt een overzicht van de integratie-uitkeringen gegeven en in 3.3 van de decentralisatie-uitkeringen.

3.1. Opbouw verplichtingen, uitgaven en ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting

Verplichtingen

Onderstaande tabel geeft de opbouw aan van de verplichtingen van het gemeentefonds vanaf de stand ontwerpbegroting 2015 naar de stand ontwerpbegroting 2016.

Tabel 3.1.1. Opbouw verplichtingen gemeentefonds (x € 1.000)
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

27.312.721

27.036.042

26.507.998

26.317.719

26.174.831

25.987.855

Mutaties 1e suppletoire begroting 2015

– 399.242

– 469.910

– 356.839

– 384.796

– 375.188

– 128.775

Stand 1e suppletoire begroting 2015

26.913.479

26.566.132

26.151.159

25.932.923

25.799.643

25.859.080

Nieuwe mutaties

311.643

772.599

772.690

770.204

768.204

526.714

Stand ontwerpbegroting 2016

27.225.122

27.338.731

26.923.849

26.703.127

26.567.847

26.385.794

Waarvan verplichtingenbedrag kosten Financiële-verhoudingswet

2.684

1.711

1.961

1.961

1.961

1.961

Waarvan verplichtingenbedrag kosten Waarderingskamer

1.985

2.118

1.985

1.985

1.985

1.985

Waarvan verplichtingenbedrag budget A+O-fonds

6.449

6.610

6.610

6.610

6.610

6.610

Waarvan verplichtingenbedrag bijdrage aan VNG

70.428

59.941

7.299

6.299

6.299

6.299

Waarvan verplichtingenbedrag bijdrage aan KING

7.464

7.464

7.464

7.464

7.464

7.464

Waarvan verplichtingenbedrag algemene uitkering

14.755.118

15.419.045

15.381.887

15.338.514

15.287.106

15.218.106

Waarvan verplichtingenbedrag integratie-uitkeringen overig

1.305.455

1.184.634

1.224.622

1.229.045

1.229.126

1.229.126

Waarvan verplichtingenbedrag decentralisatie-uitkeringen

919.623

822.036

644.816

629.010

629.010

629.010

Waarvan verplichtingenbedrag integratie-uitkering sociaal domein

10.155.916

9.835.172

9.647.205

9.482.239

9.398.286

9.285.233

Uitgaven

Onderstaande tabel geeft de opbouw aan van de uitgaven van het gemeentefonds vanaf de stand ontwerpbegroting 2015 naar de stand ontwerpbegroting 2016.

Tabel 3.1.2. Opbouw uitgaven gemeentefonds (x € 1.000)
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

27.312.721

27.036.042

26.507.998

26.317.719

26.174.831

25.987.855

Mutaties 1e suppletoire begroting 2015:

           

1) Behandeling ADHD en psychische stoornissen (integratie-uitkering sociaal domein)

 

11.700

11.700

11.700

11.700

11.700

2) Volumeruimte jeugd tranche 2016 (integratie-uitkering sociaal domein)

 

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

3) Volumeruimte jeugd tranche 2017 (integratie-uitkering sociaal domein)

   

14.000

14.000

14.000

14.000

4) Technische correctie (integratie-uitkering sociaal domein)

 

– 500

300

900

900

900

5) Doventolk (integratie-uitkering sociaal domein)

 

600

600

600

600

600

6) Groeiruimte 2016 Wmo (integratie-uitkering)

 

23.434

23.434

23.434

23.434

23.434

7) Groeiruimte 2017 Wmo (integratie-uitkering)

   

18.000

18.000

18.000

18.000

8) Extramuralisering plak 2016 Wmo (integratie-uitkering)

 

26.000

26.000

26.000

26.000

26.000

9) Extramuralisering plak 2017 Wmo (integratie-uitkering)

   

16.000

16.000

16.000

16.000

10) Volume-indexatie 2017 e.v. Wmo (integratie-uitkering sociaal domein)

   

78.000

78.000

78.000

78.000

11) Extramuralisering plak 2016 Wmo (integratie-uitkering sociaal domein)

 

142.000

142.000

142.000

142.000

142.000

12) Extramuralisering plak 2017 Wmo (integratie-uitkering sociaal domein)

   

86.000

86.000

86.000

86.000

13a) Aanvullend budget na overhedenoverleg 29 mei (integratie-uitkering)

 

10.000

20.000

20.000

20.000

20.000

13b) Aanvullend budget na overhedenoverleg 29 mei (integratie-uitkering sociaal domein)

 

10.000

20.000

20.000

20.000

20.000

14) Correctie i.v.m. realisatie 2014 huishoudelijke verzorging (integratie-uitkering)

 

– 18.000

– 18.000

– 18.000

– 18.000

– 18.000

Overige mutaties 1e suppletoire begroting 2015

– 377.882

– 680.144

– 799.873

– 828.430

– 818.822

– 572.409

Stand 1e suppletoire begroting 2015

26.934.839

26.566.132

26.151.159

25.932.923

25.799.643

25.859.080

Mutaties nog niet eerder opgenomen in een begrotingsstuk:

           

15) LHBT emancipatiebeleid (decentralisatie-uitkering)

30

640

640

     

16) Eigen kracht (decentralisatie-uitkering)

 

330

       

17) Bodemsanering (decentralisatie-uitkering)

 

46.242

46.242

46.242

46.242

46.242

18) No riskpolis Participatiewet (integratie-uitkering sociaal domein)

 

– 8.000

– 12.000

– 17.000

– 21.000

– 23.000

19) E-overheid (algemene uitkering)

 

– 650

– 650

– 650

– 650

– 650

20) Ondersteuning raadsman Loppersum (decentralisatie-uitkering)

223

         

21) Erfgoed en ruimte (decentralisatie-uitkering)

85

         

22) Buurtsportcoaches (decentralisatie-uitkering)

58.141

         

23) Gezond in de stad (decentralisatie-uitkering)

– 59

9.823

9.823

– 23

– 23

– 23

24) School2Care (algemene uitkering)

175

         

25) RSP Zuiderzeelijn (decentralisatie-uitkering)

21.412

         

26) Uitvoeringskosten Wet Taaleis WWB/Participatiewet

 

2.500

5.000

5.000

5.000

5.000

27) Capaciteitsreductie gesloten jeugdzorg (integratie-uitkering sociaal domein)

9.000

         

28) Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (integratie-uitkering sociaal domein)

– 3.000

– 3.000

– 3.000

     

29) Faciliteitenbesluit opvangcentra (decentralisatie-uitkering)

4.725

         

30) Voortijdig schoolverlaters (decentralisatie-uitkering)

 

6.700

       

31a) Bijdrage aan het A en O-fonds

 

161

161

161

161

161

31b) Bijdrage uit de algemene uitkering aan het A en O-fonds

 

– 161

– 161

– 161

– 161

– 161

32a) Terugontvangsten Waarderingskamer 2014 naar algemene uitkering

107

         

32b) Kosten Waarderingskamer

 

133

       

32c) Kosten Waarderingskamer uit de algemene uitkering

 

– 133

       

33) Jeugd (decentralisatie-uitkering)

900

         

34) Informatievoorziening lokale lasten (kosten Financiële-verhoudingswet)

 

– 130

– 130

– 130

– 130

– 130

35) Besluit Risico Zware Ongevallen-inrichtingen (algemene uitkering)

 

– 11.171

– 10.050

– 10.050

– 10.050

– 10.050

36a) Uitvoeringskracht gemeenten (bijdrage VNG)

10.796

52.642

       

36b) Uitvoeringskracht gemeenten (algemene uitkering)

– 6.976

– 10.930

       

36c) Uitvoeringskracht gemeenten (integratie-uitkering sociaal domein)

– 3.820

– 37.332

       

36d) Uitvoeringskracht gemeenten (decentralisatie-uitkering)

 

– 4.380

       

37) Uitvoeringskosten Wet vrijlating lijfrenteopbouw (algemene uitkering)

4.000

7.000

9.000

11.000

13.000

14.000

38) Regionaal Coördinatiepunt Fraudebestrijding (algemene uitkering)

4.155

         

39) Jeugdwerkloosheid (decentralisatie-uitkering)

3.500

3.500

       

40) Pleegzorgvergoeding (integratie-uitkering sociaal domein)

224

224

224

224

224

224

41) AWBZ invoering NHC (integratie-uitkering sociaal domein)

 

11.000

20.000

28.000

28.000

28.000

42) Bed, bad, brood (decentralisatie-uitkering)

10.300

         

43) Accres (algemene uitkering)

60.161

707.591

707.591

707.591

707.591

467.101

44) Plafond BTW-compensatiefonds (algemene uitkering)

137.564

         

Totaal nieuwe mutaties

311.643

772.599

772.690

770.204

768.204

526.714

Stand ontwerpbegroting 2016

27.246.482

27.338.731

26.923.849

26.703.127

26.567.847

26.385.794

Waarvan uitgavenbedrag kosten Financiële-verhoudingswet

2.684

1.711

1.961

1.961

1.961

1.961

Waarvan uitgavenbedrag kosten Waarderingskamer

1.985

2.118

1.985

1.985

1.985

1.985

Waarvan uitgavenbedrag budget A+O-fonds

6.449

6.610

6.610

6.610

6.610

6.610

Waarvan uitgavenbedrag bijdrage aan VNG

70.428

59.941

7.299

6.299

6.299

6.299

Waarvan uitgavenbedrag bijdrage aan KING

7.464

7.464

7.464

7.464

7.464

7.464

Waarvan uitgavenbedrag algemene uitkering

14.776.309

15.419.045

15.381.887

15.338.514

15.287.106

15.218.106

Waarvan uitgavenbedrag integratie-uitkeringen overig

1.305.457

1.184.634

1.224.622

1.229.045

1.229.126

1.229.126

Waarvan uitgavenbedrag decentralisatie-uitkeringen

919.790

822.036

644.816

629.010

629.010

629.010

Waarvan uitgavenbedrag integratie-uitkering sociaal domein

10.155.916

9.835.172

9.647.205

9.482.239

9.398.286

9.285.233

Toelichting op de nieuwe mutaties

Onderstaand worden de mutaties toegelicht voor zover nog niet eerder toegelicht in een begrotingsstuk. De «Overige mutaties 1e suppletoire begroting 2015» zijn toegelicht in de 1e suppletoire begroting 2015 (Tweede Kamer, 2014–2015, 34 210 B, nrs. 1 en 2).

1) Behandeling ADHD en psychische stoornissen (integratie-uitkering sociaal domein)

Vanaf 2016 contracteren gemeenten zelf partijen voor de ADHD-zorg. Ten onrechte was hiermee geen rekening gehouden in het budget voor gemeenten. Het gaat om een bedrag van € 11,7 miljoen dat wordt toegevoegd aan de integratie-uitkering sociaal domein.

2 en 3) Volumeruimte jeugd tranche 2016 en 2017 (integratie-uitkering sociaal domein)

Dit betreft de toedeling van de volumegroei 2016 en 2017 aan het jeugddomein van de integratie-uitkering sociaal domein.

4) Technische correctie (integratie-uitkering sociaal domein)

Dit betreft een technische correctie van de raming van de eigen bijdragen.

5) Doventolk (integratie-uitkering sociaal domein)

Met de VNG is afgesproken dat het voorziene tekort op het budget voor de uitvoering van de nieuwe regeling doventolk 2015 eenmalig wordt gecompenseerd. Conform afspraak wordt het budget voor latere jaren geïndexeerd op basis van de realisatie 2014.

6 en 7) Groeiruimte Wmo 2016 en 2017 (integratie-uitkering)

Dit betreft het uitdelen van de groeiruimte 2016 en 2017 aan de Wmo huishoudelijke verzorging.

8 en 9) Extramuralisering Wmo plak 2016 en 2017 (integratie-uitkering)

Dit betreft het uitdelen van de extramuraliseringsmiddelen 2016 en 2017 aan de Wmo huishoudelijke verzorging.

10) Volume-indexatie Wmo 2017 e.v. (integratie-uitkering sociaal domein)

Deze mutatie betreft het uitdelen van de volumegroei 2017 aan de «nieuwe Wmo» (de Wmo 2015).

11 en 12) Extramuralisering Wmo plak 2016 en 2017 (integratie-uitkering sociaal domein)

Hierbij handelt het om de extramuraliseringsmiddelen 2016 en 2017 voor de «nieuwe Wmo» (de Wmo 2015).

13a en 13b) Aanvullend budget n.a.v. overhedenoverleg 29 mei 2015 (integratie-uitkering en integratie-uitkering sociaal domein)

Op grond van het overhedenoverleg van 29 mei 2015 wordt voor de Wmo € 20 miljoen aanvullend toegevoegd vanaf 2016 oplopend naar € 40 miljoen structureel vanaf 2017.

14) Correctie i.v.m. realisatie 2014 huishoudelijke verzorging (integratie-uitkering)

In februari 2015 zijn de realisatiecijfers 2014 AWBZ binnengekomen voor zowel de zorg in natura als het pgb. Per saldo komen de uitgaven voor de Wmo 2015 lager uit. In 2015 vindt geen herverdeling plaats met gemeenten. Deze mutatie betreft de structurele bijstelling in het kader van de realisatie 2014 vanaf 2016 voor de integratie-uitkering Wmo/huishoudelijke verzorging.

15) LHBT emancipatiebeleid (decentralisatie-uitkering)

Via de decentralisatie-uitkering LHBT (Lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen en transgenders) worden middelen verstrekt aan gemeenten die zich inzetten voor de doelstelling de «veiligheid, weerbaarheid en sociale acceptatie van lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen en transgenders verder te bevorderen in Nederland en waar mogelijk ook internationaal».

16) Eigen kracht (decentralisatie-uitkering)

Het programma Eigen Kracht heeft betrekking op het activeren van vrouwen met een afstand tot de arbeidsmarkt richting werk.

17) Bodemsanering (decentralisatie-uitkering)

Het bodembeleid voor de periode 2016 tot en met 2020 is opgenomen in het convenant «Bodem en Ondergrond» van 17 maart 2015. Het convenant is ondertekend door het Rijk, het IPO, de VNG en de Unie van Waterschappen. Met de ondertekening van het Convenant wordt ook de definitieve stap gezet naar de verdere decentralisatie van de middelen. Met de middelen vanuit het gemeentefonds kunnen de gemeenten de beleidsafspraken uit het convenant uitvoeren. Tevens vindt de uitfinanciering van oude afspraken plaats. Het betreft de rijksbijdrage aan het Rotterdamse gasfabrieksprogramma en de afkoop van de rijksbijdragen aan het Amsterdamse gasfabriekenprogramma en de Volgermeerpolder.

18) No riskpolis (integratie-uitkering sociaal domein)

Dit betreft een uitname uit de integratie-uitkering sociaal domein als gevolg van het wetsvoorstel Harmonisering instrumenten Participatiewet (no riskpolis).

19) E-overheid (algemene uitkering)

Hierbij handelt het om een uitname in verband met het nieuw handelsregister en de basisregistratie Kadaster.

20) Ondersteuning raadsman Loppersum (decentralisatie-uitkering)

De gemeente Loppersum ontvangt in 2015 € 223 duizend in verband met de ondersteuning van een onafhankelijk raadsman, aangesteld door de Minister van Economische Zaken als aanspreekpunt voor schadeafhandeling met betrekking tot de gaswinning in de provincie Groningen.

21) Erfgoed en ruimte (decentralisatie-uitkering)

Deze middelen zijn toegekend door het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap uit hoofde van de beleidsnota Visie Erfgoed en Ruimte (Kiezen voor Karakter).

22) Buurtsportcoaches (decentralisatie-uitkering)

De achtergrond van de buurtsportcoaches is heel verschillend. Om meer verbinding tussen deze professionals te realiseren en kennisdeling tot stand te brengen, faciliteert het Rijk ondersteuning op de genoemde gebieden. Het Rijk draagt hiertoe € 58,141 miljoen bij.

23) Gezond in de stad (decentralisatie-uitkering)

Gemeenten met kwetsbare wijken krijgen via de decentralisatie-uitkering Gezond in de stad extra ruimte om de gezondheid te verbeteren van mensen in een lage sociaaleconomische positie.

24) School2Care (algemene uitkering)

Dit betreft een bijdrage van het Ministerie van OCW aan de gemeente Amsterdam inzake een project van deze gemeente in het voortgezet speciaal onderwijs.

25) RSP Zuiderzeelijn (decentralisatie-uitkering)

In 2015 wordt aan het gemeentefonds € 21,412 miljoen toegevoegd ten gunste van de gemeente Assen in verband met het Regio Specifiek Pakket (RSP) Zuiderzeelijn.

26) Uitvoeringskosten Wet Taaleis WWB/Participatiewet (algemene uitkering)

Het wetsvoorstel taaleis Participatiewet introduceert de inspanningsverplichting tot beheersing van de Nederlandse taal. Gemeenten controleren of door bijstandsgerechtigden aan de inspanningsverplichting wordt voldaan. Hiertoe worden middelen aan het gemeentefonds toegevoegd.

27) Capaciteitsreductie gesloten jeugdzorg (integratie-uitkering sociaal domein)

Dit betreft de correctie van een onterechte uitname bij de 1e suppletoire begroting 2015.

28) Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (integratie-uitkering sociaal domein)

Gemeenten hebben het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) gevraagd om namens de gemeenten de jeugdhulp voor de bewoners van het COA te regelen. In bestuurlijk overleg tussen de VNG en het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ) is afgesproken dat de financiële middelen (fixed € 3 miljoen per jaar) betreffende deze jeugdhulp voor de jaren 2015, 2016 en 2017 vanuit het gemeentefonds worden overgeheveld naar de begroting van VenJ. VenJ zorgt ervoor dat de middelen bij beschikking aan het COA worden toegekend.

29) Faciliteitenbesluit opvangcentra (decentralisatie-uitkering)

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie stelt ieder jaar, op basis van het faciliteitenbesluit opvangcentra, middelen beschikbaar aan gemeenten die opvang bieden aan asielzoekers die nog niet hoeven te worden ingeschreven in de Basisregistratie Personen.

30) Voortijdig schoolverlaters (decentralisatie-uitkering)

Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verstrekt jaarlijks middelen voor de uitvoering van de maatregelen uit het regionaal programma voor de bestrijding van voortijdig schoolverlaten aan de G4 gemeenten.

31a en b) Bijdrage aan het A en O-fonds

De bijdrage aan het A en O-fonds voor het jaar 2016 en verder is vastgesteld op een bedrag van € 6,610 miljoen. Ten opzichte van 2015 betekent dit een verhoging van € 161.000. Deze verhoging wordt uit de algemene uitkering van het gemeentefonds gehaald en toegevoegd aan het onderdeel «Bijdrage aan het A en O-fonds».

32a, b en c) Waarderingskamer

De Waarderingskamer heeft de jaarrekening over 2014 uiteindelijk € 224.000 lager vastgesteld. Vanuit het gemeentefonds wordt voorzien in een gedeeltelijke financiering van de apparaatsuitgaven van de Waarderingskamer. Volgens bestaande afspraken komt € 107.000 ten goede aan de algemene uitkering van het gemeentefonds.

Het voorlopige aandeel van de gemeenten in de kosten van de Waarderingskamer in 2016 bedraagt € 1.444.000. De voorlopige beheerbijdrage van de gemeenten in de Landelijke voorziening WOZ in 2016 bedraagt € 673.650. In totaal is de voorlopige bijdrage van de gemeenten in 2015 derhalve € 2.117.650. Dat is een verhoging van € 133.350. Dit bedrag wordt vanuit de algemene uitkering overgeboekt naar de Waarderingskamer.

33) Jeugd (decentralisatie-uitkering)

Het Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport stelt in 2015 € 900.000 beschikbaar aan de gemeente Rotterdam voor de doorontwikkeling van een methodiek om kwetsbare jongeren te integreren. Dit bedrag wordt verstrekt middels een decentralisatie-uitkering in het gemeentefonds.

34) Informatievoorziening lokale lasten (kosten Financiële-verhoudingswet)

Met ingang van 2016 wordt € 130 duizend overgeheveld van het gemeentefonds naar de BZK-begroting. Deze technische mutatie is nodig om de informatievoorziening aan burgers over lokale lasten met ingang van 2016 zowel conform bestuurlijke afspraak als conform Europese en BZK-voorschriften te kunnen laten verlopen. De mutatie is afgestemd met de VNG.

35) Besluit Risico Zware Ongevallen (algemene uitkering)

Per 1 januari 2016 dragen de gemeenten het bevoegde gezag voor alle BRZO-inrichtingen (Besluit Risico Zware Ongevallen) en RIE-4-installaties (Richtlijn Industriële Emissies-categorie 4) over aan provincies. Om provincies in staat te stellen de hiermee samenhangende taken te financieren wordt een bedrag overgeheveld van het gemeentefonds naar het provinciefonds.

36a, b, c en d) Uitvoeringskracht gemeenten (bijdrage aan de VNG)

Dit betreft (aanvullende) financiering van een aantal specialistische en/of landelijk georganiseerde taken, die uit oogpunt van efficiëntie en effectiviteit centraal door of in opdracht van de VNG worden ondersteund dan wel uitgevoerd.

37) Uitvoeringskosten Wet vrijlating lijfrenteopbouw en inkomsten uit arbeid en bevordering vrijwillige voortzetting pensioenopbouw (algemene uitkering)

Met deze wet wordt in het kader van de Participatiewet geregeld dat lijfrenten binnen zekere grenzen niet als vermogen worden aangemerkt. Dit zal tot gevolg hebben dat de bijstandspopulatie toeneemt. Gemeenten worden voor de daaruit voortvloeiende uitvoeringskosten gecompenseerd via het gemeentefonds.

38) Regionaal Coördinatiepunt Fraudebestrijding (algemene uitkering)

Het Ministerie van SZW draagt in 2015 € 4 miljoen bij aan de bekostiging van de Regionale Coördinatiepunten Fraudebestrijding (RCF). Daarnaast draagt SZW in 2015 voor € 155 duizend bij aan de uitvoering van het programma ROAG. Deze € 4,155 miljoen wordt gerealloceerd naar de VNG (zie mutatie 36).

39) Jeugdwerkloosheid (decentralisatie-uitkering)

Ter bestrijding van de jeugdwerkloosheid stelt de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, voor de uitvoering in 2015 en 2016, een bedrag van 2 maal € 3,5 miljoen beschikbaar aan de centrumgemeenten van de 35 arbeidsmarktregio’s die vóór 30 juni 2015 een plan van aanpak hebben ingediend.

40) Pleegzorgvergoeding (integratie-uitkering sociaal domein)

De kindregelingen zijn sinds 1 januari 2015 vereenvoudigd. Hiermee is o.a. de TOG-regeling komen te vervallen. Voor een kleine groep pleegouders pakt dit nadelig uit. De regeling pleegzorg wordt aangepast, opdat deze groep pleegouders nu ook aanspraak kunnen maken op de toeslag van de pleegzorgvergoeding.

41) AWBZ invoering NHC (integratie-uitkering sociaal domein)

In de AWBZ is een traject voor de invoering van een normatieve huisvestingscomponent (NHC) t.b.v. de bekostiging van kapitaallasten gaande. Ook voor AWBZ-zorg die naar de Jeugdwet is overgegaan blijft dit invoeringstraject gelden. Gemeenten gaan hierdoor jaarlijks een hoger aandeel NHC betalen. In 2018 is de NHC 100% en daarmee is het invoeringstraject ten einde.

42) Voorziening voor bed, bad en brood (decentralisatie-uitkering)

Het kabinet heeft besloten dat uitgeprocedeerde asielzoekers in Nederland tijdelijk recht krijgen op de voorziening voor bed, bad en brood. Hiervoor is voor de periode tot de totstandkoming van het bestuursakkoord eind 2015 € 10,3 miljoen beschikbaar gesteld.

43) Accres (algemene uitkering)

Het gemeentefonds en het provinciefonds ontwikkelen zich evenredig met de netto gecorrigeerde rijksuitgaven (NGRU). Nemen de NGRU van jaar op jaar toe, dan neemt ook de algemene uitkering van de fondsen toe. Bij een afname van de NGRU geldt het omgekeerde. De groei of krimp van de fondsen als gevolg van deze normeringssystematiek wordt accres genoemd. Het accres van tranche 2015 bedraagt € 140,4 miljoen negatief. Dat is een positieve bijstelling van € 60,2 miljoen ten opzichte van de 1e suppletoire begroting 2015 van het gemeentefonds. Het accres van tranche 2016 bedraagt € 707,6 miljoen.

44) Plafond BTW-compensatiefonds (algemene uitkering)

De ontwikkeling van het BTW-compensatiefonds en het bijbehorende plafond leiden conform het Financieel Akkoord Rijk/VNG/IPO met ingang van 2015 tot een toename of afname van de algemene uitkering van de fondsen. Voor 2015 is sprake van ruimte onder het plafond, met als gevolg een toevoeging aan de algemene uitkering van € 137,6 miljoen.

3.2. Integratie-uitkeringen overig

Als een toevoeging aan de algemene uitkering van het gemeentefonds in één keer bezwaarlijk is vanwege de omvang van de herverdeeleffecten wordt normaliter gesproken een integratie-uitkering toegepast. De integratie-uitkering voorziet dan in een geleidelijke overgang van specifieke uitkering of eigen inkomsten naar de algemene uitkering.

In tabel 3.2.1 is een overzicht opgenomen van de integratie-uitkeringen met uitzondering van de integratie-uitkering sociaal domein. Deze is apart zichtbaar in tabel 2.2.2 Budgettaire gevolgen van beleid.

Tabel 3.2.1. Overzicht integratie-uitkeringen gemeentefonds (x € 1.000)
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Ontwerpbegroting 2015:

           

Correctie waterschapswegen (knelpunten verdeelproblematiek)

3.298

3.374

3.451

3.531

3.612

3.612

Wmo

1.257.471

1.095.612

1.092.288

1.092.288

1.092.288

1.092.288

WUW-middelen

2.672

2.361

1.599

0

0

0

VTH-taken

40.758

40.758

40.758

46.700

46.700

46.700

Stand ontwerpbegroting 2015

1.304.199

1.142.105

1.138.096

1.142.519

1.142.600

1.142.600

1e suppletoire begroting 2015:

           

Wijziging betalingsverloop integratie-uitkeringen 2014

2

         

Wmo

1.256

42.529

86.526

86.526

86.526

86.526

Stand 1e suppletoire begroting 2015

1.305.457

1.184.634

1.224.622

1.229.045

1.229.126

1.229.126

Nog niet eerder opgenomen in een begroting:

           

Stand ontwerpbegroting 2016

1.305.457

1.184.634

1.224.622

1.229.045

1.229.126

1.229.126

3.3. Decentralisatie-uitkeringen

De verdeling van de decentralisatie-uitkering volgt evenmin als de integratie-uitkering de regels van de verdeling van de algemene uitkering van het gemeentefonds. Anders dan bij de integratie-uitkering, waar de termijn van overheveling naar de algemene uitkering van tevoren vaststaat, ontbreekt bij de decentralisatie-uitkering een dergelijke termijn. Dat maakt de uitkering geschikt voor de overheveling van specifieke uitkeringen, ook als die termijn nog niet bekend is. Ook maakt het de uitkering geschikt voor middelen die slechts tijdelijk beschikbaar zijn. In tabel 3.3.1. is een overzicht opgenomen van de decentralisatie-uitkeringen.

Tabel 3.3.1. Overzicht decentralisatie-uitkeringen overig gemeentefonds (x € 1.000)
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Ontwerpbegroting 2015:

           

Bedrijventerreinen

0

522

       

Beeldende kunst en vormgeving

13.500

13.500

       

Bestaand Rotterdams gebied

2.527

         

Centra voor Jeugd en Gezin

383.137

383.137

383.137

383.137

383.137

383.137

Gezond in de stad

10.023

10.023

10.023

5.023

5.023

5.023

Groeiopgave Almere

7.000

7.000

7.000

7.000

7.000

7.000

Jeugd

21.780

21.780

21.780

21.780

21.780

21.780

Kwaliteitssprong Zuid

1.400

         

LHBT emancipatiebeleid

250

250

       

Maatschappelijke opvang

385.057

385.057

385.057

385.057

385.057

385.057

Nationale gebiedsontwikkelingen (Nota Ruimte en BIRK)

11.887

         

Spoorse doorsnijdingen

3.356

         

Sterke regio's

2.000

1.100

       

Veiligheidshuizen

7.700

7.700

7.700

7.700

7.700

7.700

Versterking peuterspeelzaalwerk

35.000

35.000

35.000

35.000

35.000

35.000

Vrouwenopvang

115.381

121.231

121.231

121.231

121.231

121.231

Vsv-programmagelden RMC-regio's G4

6.700

         

Wmo

115.000

75.000

       

Stand ontwerpbegroting 2015

1.121.698

1.061.300

970.928

965.928

965.928

965.928

1e suppletoire begroting 2015:

           

Wijziging betalingsverloop decentralisatie-uitkeringen 2014

167

         

Centra voor jeugd en gezin

– 383.137

– 383.137

– 383.137

– 383.137

– 383.137

– 383.137

Gezond in de stad

9.882

         

Implementatie Participatiewet

17.500

14.000

       

Eigen kracht

368

368

       

We can young

205

205

       

Vrouwenopvang

1.200

         

LHBT emancipatiebeleid

160

320

320

     

Bodemsanering

38.736

         

Voortijdig schoolverlaters

65

         

Verankering programma verbetering GGZ

125

125

       

Wmo

13.564

66.000

       

Stand 1e suppletoire begroting 2015

820.533

759.181

588.111

582.791

582.791

582.791

Nog niet eerder opgenomen in een begroting:

           

LHBT emancipatiebeleid

30

640

640

     

Eigen kracht

 

330

       

Bodemsanering

 

46.242

46.242

46.242

46.242

46.242

Ondersteuning raadsman Loppersum

223

         

Erfgoed en ruimte

85

         

Buurtsportcoaches

58.141

         

Gezond in de stad

– 59

9.823

9.823

– 23

– 23

– 23

RSP Zuiderzeelijn

21.412

         

Faciliteitenbesluit opvangcentra

4.725

         

Voortijdig schoolverlaters

 

6.700

       

Jeugd

900

         

Vrouwenopvang

 

– 4.380

       

Jeugdwerkloosheid

3.500

3.500

       

Bed, bad, brood

10.300

         

Stand ontwerpbegroting 2016

919.790

822.036

644.816

629.010

629.010

629.010

In artikel 13, lid 5, van de Financiële-verhoudingswet wordt bepaald dat jaarlijks, in overleg met de ministers die het aangaat, wordt bezien of een decentralisatie-uitkering kan worden gewijzigd in een integratie-uitkering of een algemene uitkering. In de volgende alinea wordt hiervan verslag gedaan.

In tabel 3.3.1. is te zien dat de meeste bij ontwerpbegroting 2015 en 1e suppletoire begroting 2015 opgenomen decentralisatie-uitkeringen niet structureel zijn. Van omzetting naar integratie-uitkering of algemene uitkering is voor die decentralisatie-uitkeringen dan ook geen sprake. Voor de decentralisatie-uitkeringen «Gezond in de stad», «Jeugd», «Maatschappelijke opvang», «Veiligheidshuizen», «Versterking peuterspeelzaalwerk» en «Vrouwenopvang» geldt dat deze niet aan alle gemeenten worden uitgekeerd en/of nu nog niet kunnen worden verdeeld via de maatstaven van de algemene uitkering. Deze decentralisatie-uitkeringen kunnen dan ook nu niet worden omgezet in een algemene uitkering of integratie-uitkering. In de 1e suppletoire begroting 2015 is de decentralisatie-uitkering «Centra voor Jeugd en gezin» wel overgeheveld naar de algemene uitkering.

Van de nog niet eerder in een begroting opgenomen decentralisatie-uitkeringen wordt bij ontwerpbegroting 2017 bezien of ze kunnen worden omgezet naar integratie-uitkering of algemene uitkering.