Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

2.1 Inleiding

Nederland staat er veel beter voor dan enkele jaren geleden. De financiële crisis heeft grote schade toegebracht aan zowel de Nederlandse economie als de overheidsfinanciën. Het CPB schat de permanente schade aan het Nederlandse bbp op 3 tot 8 procent.42 Tegelijkertijd kwam het houdbaarheidssaldo in 2010 uit op – 4,5 procent bbp43, wat betekende dat de Nederlandse welvaartsstaat in zijn toenmalige vorm niet houdbaar was op de lange termijn. Dit was overigens niet alleen het gevolg van de crisis maar ook van achterstallig onderhoud. Ook voor 2007 was het houdbaarheidssaldo al negatief.44 Hoofdstuk 1 heeft laten zien dat Nederland – mede door een uitgebreide hervormingsagenda – zich eindelijk heeft ontworsteld aan de crisis: de groei is terug en de overheidsfinanciën zijn weer houdbaar gemaakt.

Het kabinet werkt verder aan de zorgvuldige uitvoering van ingezette hervormingen. Hervormen is meer dan wetgeving. De uitvoering is essentieel om twee redenen. Ten eerste om de gewenste langetermijneffecten daadwerkelijk te realiseren. Systemen moeten worden aangepast en uitvoerders moeten goed op hun nieuwe taak berekend zijn. Ten tweede om mensen de kans te geven in te spelen op de veranderingen. Hervormingen kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor de mensen die ermee te maken krijgen. Een goed voorbeeld is de hervorming van de langdurige zorg – waaronder de Jeugdwet, de Wmo en de Wlz. De uitvoering hiervan is op 1 januari 2015 gestart. Voor mensen die van deze regelingen gebruik maken, kan de overgang naar nieuw beleid een behoorlijke aanpassing vergen: zij moeten zich tot een ander loket richten – bijvoorbeeld de gemeente in plaats van het zorgkantoor – en krijgen op een andere manier zorg dan zij gewend waren. Deze transitie vereist voortdurende aandacht en zorgvuldigheid, zowel van het kabinet als van zorgaanbieders en uitvoerders. Onder andere door speciale voorzieningen voor de overgang en regelmatig toezien op de implementatie begeleidt het kabinet de overgang naar het nieuwe beleid zo goed mogelijk.

Het kabinet neemt geen genoegen met de vooruitgang die is geboekt. De economische ontwikkelingen op korte termijn geven alle reden tot optimisme. Met deze begroting ondersteunt het kabinet het verdere herstel van de arbeidsmarkt en de structurele groei met een gerichte verlaging van de lasten op arbeid. Ook voor de lange termijn blijft voortdurende aandacht nodig. Zo is de berekening van het houdbaarheidssaldo met veel onzekerheid omgeven, bijvoorbeeld vanwege de rentestand en de ontwikkeling van de zorgkosten. Ook kan Nederland minder dan in het verleden rekenen op economische groei. Dit is onvermijdelijk: de groei van de afgelopen decennia was deels gebaseerd op onverantwoorde kredietverlening en daarnaast drukt de vergrijzing de economische groei. Eerlijk delen is hierbij een randvoorwaarde. Alleen als iedereen kan profiteren van de welvaart, blijft het draagvlak voor de Nederlandse verzorgingsstaat behouden. De drie speerpunten uit het regeerakkoord – gezonde overheidsfinanciën, een sterke economie en eerlijk delen – blijven daarom onverminderd van belang.

Daarom blijft het kabinet werken aan het Nederland van morgen. Tal van factoren zorgen ervoor dat de economie continu in beweging is. Bijvoorbeeld technologische vooruitgang, maar ook internationale ontwikkelingen. Het is de taak van de overheid om ervoor te zorgen dat burgers en bedrijven kunnen profiteren van de kansen die deze ontwikkelingen bieden. Instituties moeten daarom kunnen meebewegen met de steeds veranderende omgeving. Hiervoor is voortdurende analyse en flexibiliteit nodig. Interdepartementale beleidsonderzoeken (IBO’s) zijn hier een effectief middel voor. Bijlage 6 biedt hier een overzicht van. Hoofdstuk 2 van deze Miljoenennota draagt bij door onderwerpen te analyseren die naar de mening van het kabinet aandacht verdienen in de komende jaren. De onderwerpen sluiten aan bij de pijlers van het regeerakkoord: houdbare stelsels, versterking van de economie en eerlijk delen. Op sommige onderwerpen – zoals de woningmarkt – geeft hoofdstuk 2 een aanzet tot verder nadenken, zonder concrete aanbevelingen te doen. Op andere thema’s – zoals pensioenen – zal het kabinet de ingezette lijn in de komende tijd verder uitwerken en concretiseren. Onder de noemer houdbare stelsels gaat paragraaf 2.2 in op de maatschappelijke houdbaarheid van het Nederlandse pensioenstelsel. Versterking van de economie komt aan de orde in de daaropvolgende paragrafen. Paragraaf 2.3 benadrukt het belang van de vrije huursector, die tussen de gesubsidieerde koop- en sociale huurmarkt in de verdringing is gekomen. Paragraaf 2.4 gaat in op de mogelijkheden om concurrentie in de bankensector te bevorderen, met als doel deze beter dienstbaar te maken aan de economie. Paragraaf 2.5 behandelt het Nederlandse fiscale vestigingsklimaat, met bijzondere aandacht voor de stappen die in internationaal verband en in Nederland worden gezet om belastingontwijking door multinationale ondernemingen tegen te gaan. Het hoofdstuk sluit af met de pijler evenwichtige verdeling van lasten. Paragraaf 2.6 gaat over het creëren van gelijke kansen, zodat alle Nederlanders de mogelijkheid hebben om volop mee te doen in de maatschappij.