Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

3.1 Inleiding

Het brede economische herstel leidt via hogere belastinginkomsten tot verbetering van de overheidsfinanciën. Daarnaast werpen de hervormingen van de afgelopen jaren hun eerste vruchten af. Deze positieve ontwikkelingen komen goed tot uitdrukking in het tekort van de overheid. Dat cijfer verbetert van een tekort van 2,2 procent van het bbp in 2015 tot 1,5 procent van het bbp in 2016. De overheid geeft wel meer uit dan er binnenkomt in de schatkist. De totale uitgaven van het Rijk bedragen volgend jaar 256,4 miljard euro en de inkomsten 247,8 miljard euro.

Het feitelijk tekort van Nederland ligt sinds 2013 onder de Europese grens van – 3 procent van het bbp. Als dit tekort gecorrigeerd wordt voor de economische werkelijkheid – de conjunctuur – resteert een structureel EMU-saldo van – 1,3 procent van het bbp. De voor de conjunctuur gecorrigeerde uitgaven stijgen minder hard dan de potentiële groei.

De EMU-schuld laat een dalende trend zien. De verwachte EMU-schuld in 2016 bedraagt 66,2 procent van het bbp, ten opzichte van 67,2 procent van het bbp dit jaar.

Tabel 3.1.1 Budgettaire kerngegevens (in miljard euro, tenzij anders aangegeven)
 

2015

2016

Inkomsten (belastingen en sociale premies)

240,0

247,8

     

Netto-uitgaven onder het uitgavenkader

248,0

253,5

Rijksbegroting in enge zin

106,6

108,1

Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid

75,9

77,5

Budgettair Kader Zorg

65,5

67,8

Overige netto-uitgaven

4,9

3,0

Gasbaten

– 6,9

– 5,7

Rentelasten

7,9

7,8

Zorgtoeslag

4,0

4,4

Overig

– 0,2

– 3,5

Totale netto-uitgaven

253,0

256,4

     

EMU-saldo centrale overheid

– 13,0

– 8,6

     

EMU-saldo decentrale overheden

– 2,1

– 1,9

     

Feitelijk EMU-saldo

– 15,2

– 10,6

Feitelijk EMU-saldo (in procenten bbp)

– 2,2%

– 1,5%

     

EMU-schuld

458

466

EMU-schuld (in procenten bbp)

67,2%

66,2%

     

Bruto binnenlands product (bbp)

681

704

De overheidsfinanciën zijn in grote mate afhankelijk van macro-economische ontwikkelingen. Zo leidt een hogere inflatie tot meer uitgaven van departementen, maar via bijvoorbeeld de btw ook tot meer inkomsten voor de overheid. De cijfers in de Miljoenennota zijn gebaseerd op de macro-economische ramingen van het Centraal Planbureau (CPB). Tabel 3.1.2 geeft een overzicht van de gebruikte ramingen uit de Macro Economische Verkenning (MEV) 2016.

Tabel 3.1.2 Macro-economische veronderstellingen
 

2015

2016

Bruto binnenlands product (in miljarden euro)

681

704

Economische groei (volumegroei; in procenten bbp)

2,0

2,4

Inflatie (consumentenprijsindex; mutatie per jaar in procenten)

0,4

1,2

Contractloon marktsector (mutatie per jaar in procenten)

1,2

1,4

Werkloze beroepsbevolking (in duizenden personen, internationale definitie)

620

605

Lange rente (niveau in procenten)

0,7

0,9

Eurokoers (dollar per euro)

1,10

1,09

Olieprijs (dollar per vat)

57

60

In dit hoofdstuk staan het budgettair beleid van de overheid en de stand van de overheidsfinanciën centraal. In paragraaf 3.2 leest u over de vooruitzichten voor de overheidsfinanciën in 2016 en de belangrijkste budgettaire keuzes. Vervolgens plaatst het hoofdstuk in paragraaf 3.3 de begroting in het perspectief van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP). Paragraaf 3.4 belicht ten slotte de ontwikkeling van de inkomsten en de uitgaven. Kadertoetsen vindt u in paragraaf 3.5.

Box 3.1.1 Oordeel Onafhankelijk Begrotingstoezicht (OBt)

De Raad van State voorziet de Miljoenennota van een advies sinds 1906, het jaar waarin de eerste Miljoenennota verscheen. De wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet Hof) schrijft sinds eind 2013 voor dat de Afdeling advisering van de Raad van State als het Onafhankelijke Begrotingstoezicht (OBt) beoordeelt of de rijksbegroting voldoet aan de begrotingsafspraken uit het Stabiliteits- en Groeipact (SGP).

Dit jaar komt het oordeel van de Raad van State over de Miljoenennota voor het eerst separaat naar buiten, naast het aloude advies bij de Miljoenennota waarop het kabinet reageert met een nader rapport. Vorig jaar combineerde de Raad van State dit oordeel en het advies nog in één document.67

Het parlement ontvangt op Prinsjesdag het oordeel over de Miljoenennota van de Raad van State inclusief de kabinetsreactie op het oordeel.