Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Samenvatting

Beter dan verwacht, maar niet goed genoeg

Het gaat met de Nederlandse economie beter dan verwacht, maar niet goed genoeg. De groei geeft reden voor optimisme, maar Nederland heeft nog steeds een te hoge werkloosheid die te langzaam daalt en te weinig ruimte om te groeien. Het kabinet verlaagt daarom structureel de lasten op arbeid, brengt de koopkracht in balans en gaat door met de ingezette hervormingen.

Dit jaar groeit de Nederlandse economie met 2,0 procent; in 2016 met 2,4 procent. Daarmee is het bruto binnenlands product (bbp) weer terug op het niveau van voor de crisis. Naast de export en de investeringen groeien de consumentenbestedingen dit jaar. Nederlanders hebben er vertrouwen in en geven weer geld uit. Dat is ook zichtbaar op de huizenmarkt, die aan een inhaalslag is begonnen.

Het economisch herstel heeft daarnaast een positief effect op de overheidsfinanciën. De belastinginkomsten gaan omhoog en het tekort neemt af. De hervormingen en besparingen die het kabinet heeft doorgevoerd, hebben hier ook aan bijgedragen. Dit jaar is het tekort 2,2 procent van het bbp. Volgend jaar 1,5 procent.

De afgelopen jaren heeft het kabinet veel noodzakelijke maatregelen genomen om de overheidsfinanciën op orde te brengen en de economie te versterken. Hierdoor staat Nederland er nu veel beter voor. De maatregelen hebben echter veel offers gevraagd van de mensen die ermee te maken kregen. Nu de economie verbetert, wil het kabinet dat Nederlanders dit ook merken. Daarom verlaagt het kabinet de lasten op arbeid met vijf miljard euro. Dat is goed voor werkenden en het wordt voor werkgevers goedkoper mensen aan te nemen. Daarnaast repareert het kabinet de koopkracht met specifieke maatregelen, zodat alle groepen kunnen profiteren van de verbeterende economie.

Daarnaast verbetert het verlichten van de lasten op arbeid, die in Nederland relatief hoog zijn, het functioneren van de arbeidsmarkt en krijgt de Nederlandse economie de ruimte om meer te groeien dan het gemiddelde van anderhalf procent dat het CPB voor de komende jaren heeft voorspeld.

Het kabinet houdt uiteraard rekening met risico’s. De crisis in Griekenland en de afkoeling van de Chinese economie toonden dit jaar al dat omstandigheden plotsklaps kunnen veranderen. We zullen ook buffers moeten opbouwen voor slechtere tijden. Uit de Schokproef Overheidsfinanciën bleek vorig jaar dat het terugdringen van de staatsschuld verstandig is. De overheid kan zo ook in de toekomst tijdens slechte tijden zo nodig klappen opvangen. De verwachte daling van de EMU-schuld in 2016 tot 66,2 procent van het bbp is daarom een eerste stap.

Het kabinet heeft de afgelopen jaren veel hervormingen doorgevoerd. Deze waren gericht op het versterken van de economie en het behoud van de welvaartsstaat. Voor een groot deel zijn de hervormingsplannen door de Eerste en Tweede Kamer beoordeeld en tot wetten gemaakt. Regels voor werken, wonen en leren zijn aan de eisen van onze tijd aangepast. De wildgroei aan regels voor bouwen in de openbare ruimte is gesnoeid. De langdurige zorg is herzien om goede zorg in de toekomst mogelijk te houden. Het toezicht op de financiële sector is verscherpt en het kabinet heeft een akkoord gesloten het energiebeleid duurzamer te maken en de Nederlandse economie tegelijkertijd te versterken. En we hebben de eerste stappen gezet naar gemoderniseerde pensioenen. Maar hervormen is meer dan wetgeving. We zitten nu in de cruciale fase van de uitvoering. Om de beoogde resultaten op de lange termijn te boeken, moet ook de werkwijze worden aangepast. De instanties die het werk uitvoeren moeten omschakelen naar nieuwe taken. Daarnaast moeten mensen de kans krijgen zich aan te passen aan de nieuwe regels.

Tegelijkertijd mag het denken over het Nederland van de toekomst niet stilstaan. We moeten alert blijven zodat de Nederlandse economie in de toekomst ook de ruimte krijgt om te groeien. Ook de houdbaarheid van onze voorzieningen verdient blijvende aandacht. Dit voorkomt dat opnieuw achterstallig onderhoud ontstaat, wat in de toekomst tot pijnlijke ingrepen kan leiden. Zo blijft het kabinet zich inzetten voor duurzame groei, eerlijk delen en gezonde overheidsfinanciën.