Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2016
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

7 Overzicht risicoregelingen van het Rijk

Tabellen 7.1, 7.2 en 7.3 geven een totaaloverzicht van directe en indirecte risicoregelingen van het Rijk. Voor details over onderstaande garantieregelingen en achterborgstellingen wordt verwezen naar begrotingen en jaarverslagen van de betreffende vakdepartementen. In de tabellen is aangegeven op welke begroting en op welk begrotingsartikel de verschillende risicoregelingen zijn opgenomen.

Garanties

Een garantie wordt omschreven als een voorwaardelijke, financiële verplichting van het Rijk aan een derde buiten het Rijk, die tot uitbetaling komt als zich bij de wederpartij een bepaalde omstandigheid (realisatie van een risico) voordoet. Garantieregelingen worden als verplichting opgenomen in de begroting van het betreffende vakdepartement.

Tabel 7.1 bevat de garantieregelingen van het Rijk. Alle regelingen met een uitstaand risico, een risicoplafond of mutaties groter dan 100 miljoen euro zijn uitgesplitst weergegeven. Alle andere regelingen zijn samengevat in de post «Overig». Het overzicht geeft de stand eind augustus 2015 weer. Ontwikkelingen daarna zijn niet in het overzicht opgenomen. Deze worden meegenomen in het Overzicht risicoregelingen bij het Financieel Jaarverslag Rijk 2015.

In het overzicht worden achtereenvolgens de begroting (b), het begrotingsartikel (a) en de omschrijving van de garantie weergegeven. Daarachter staat voor de jaren 2014, 2015 en 2016 het bedrag dat daadwerkelijk als risico is verleend dan wel door de Tweede Kamer is geautoriseerd, genaamd «Uitstaande garanties». Onder de uitstaande garanties vallen ook de garanties die in eerdere jaren zijn verstrekt. In 2015 en 2016 worden garanties verleend en komen garanties te vervallen. Dit is terug te lezen in de kolommen «Geraamd te verlenen» en «Geraamd te vervallen».

Een garantieregeling van het Rijk kent vrijwel altijd een maximum, het zogenaamde plafond. Dit plafond kan een jaarlijks plafond zijn (per jaar mag een maximaal bedrag aan garanties worden verleend) of een totaalplafond (er mogen nooit meer garanties verleend worden dan het plafond). In tabel 7.1 is onderscheid gemaakt tussen beide soorten plafonds. Bij slechts enkele regelingen waarvoor geen plafond is afgesproken, is het totaalplafond gelijk gesteld aan de uitstaande garanties. Bij internationale organisaties is gekozen het garantieplafond gelijk te stellen aan de uitstaande garanties. Hiervan is sprake bij de Europese garanties (EFSF, EFSM en ESM) en de garanties aan een aantal internationale financiële instellingen.

Tabel 7.1 Door het Rijk verleende garanties (in miljoenen euro)

b

a

Omschrijving

Uitstaande garanties 2014

Geraamd te verlenen 2015

Geraamd te vervallen 2015

Uitstaande garanties 2015

Garantieplafond 2015

Geraamd te verlenen 2016

Geraamd te vervallen 2016

Uitstaande garanties 2016

Garantieplafond 2016

Totaal plafond

VIII

7

Bouwleningen academische ziekenhuizen

239,7

 

4,6

235,2

     

235,2

 

235,2

VIII

14

Achterborgovereenkomst NRF

247,9

19,1

8,1

258,8

 

29,0

15,0

272,8

 

380,0

VIII

14

Indemniteitsregeling

351,01

600,0

651,0

300,0

 

600,0

600,0

300,0

 

300,0

IXB

2

WAKO (kernongevallen)

14.023,0

 

4.254,1

9.768,9

     

9.768,9

 

9.768,9

IXB

3

DNB winstafdracht

5.700,0

   

5.700,0

     

5.700,0

 

5.700,0

IXB

3

Garantie en vrijwaring inzake verkoop en financiering van staatsdeelnemingen

952,8

   

952,8

     

952,8

 

952,8

IXB

3

Garantie Propertize

3.600,0

   

3.600,0

     

3.600,0

 

3.600,0

IXB

4

AIIB

730,1

 

730,1

     

730,1

 

730,1

IXB

4

DNB – deelneming in kapitaal IMF

47.503,6

   

47.503,6

     

47.503,6

 

47.503,6

IXB

4

EBRD

589,1

   

589,1

     

589,1

 

589,1

IXB

4

EFSF

49.640,4

   

49.640,4

     

49.640,4

 

49.640,4

IXB

4

EFSM

2.778,0

42,0

 

2.820,0

     

2.820,0

 

2.820,0

IXB

4

EIB

9.895,5

   

9.895,5

     

9.895,5

 

9.895,5

IXB

4

EIB – kredietverlening in ACP en OCT

174,0

   

174,0

     

174,0

 

174,0

IXB

4

ESM

35.445,4

   

35.445,4

     

35.445,4

 

35.445,4

IXB

4

Kredieten EU-betalingsbalanssteun

2.315,0

35,0

 

2.350,0

     

2.350,0

 

2.350,0

IXB

4

Wereldbank

3.888,1

   

3.888,1

 

181,8

 

4.070,0

 

4.070,0

IXB

5

Exportkredietverzekering

13.373,7

10.000,0

10.000,0

13.373,7

10.000,0

10.000,0

10.000,0

13.373,7

10.000,0

 

IXB

5

MIGA – herverzekeren

150,0

150,0

 

150,0

150,0

150,0

 

150,0

 

IXB

5

Regeling Investeringen

175,0

453,8

453,8

175,0

453,8

453,8

453,8

175,0

453,8

 

XIII

13

BMKB

1.911,4

425,0

622,5

1.713,9

530,3

765,0

326,0

2.152,9

765,0

 

XIII

13

GO

644,3

200,0

97,3

747,0

250,0

400,0

257,0

890,0

400,0

 

XIII

13

Groeifaciliteit

95,0

115,0

5,8

204,2

114,3

85,0

7,3

281,9

85,0

 

XIII

13

MKB financiering

 

400,0

 

400,0

     

400,0

 

400,0

XIII

13

Scheepsnieuwbouw garantieregeling

10,9

104,0

114,9

400,0

400,0

4,0

510,9

400,0

 

XIII

14

Aardwarmte

49,3

31,3

7,2

73,4

31,3

93,1

27,6

138,8

93,1

 

XIII

16

Garantie voor investeringen & werkkapitaal landbouwondernemingen (GL en GMI)

343,6

35,0

70,0

308,6

120,0

55,0

60,0

303,6

120,0

 

XIII

18

Garantie voor natuurgebieden en landschappen

415,1

 

15,5

399,7

   

15,6

384,1

 

399,7

XVI

2,3

Instellingen voor de gezondheidszorg

480,0

 

51,8

428,2

   

52,0

376,2

 

376,2

XVI

3

Voorzieningen tbv instellingen gehandicapten

120,5

 

13,6

106,9

   

9,8

97,2

 

97,2

XVII

41

Garantie DGGF

2,6

55,0

 

57,6

 

75,0

 

132,6

 

132,6

XVII

41

Garantie DRIVE

       

55,0

     

55,0

XVII

41

Garantie FOM

68,6

   

68,6

     

68,6

 

154,2

XVII

45

Garanties IS-NIO

223,6

 

21,8

201,9

   

17,8

184,1

 

184,1

XVII

45

Garanties IS-Raad van Europa

176,7

   

176,7

     

176,7

 

176,7

XVII

45

Garanties Regionale Ontwikkelingsbanken

1.815,0

5,6

37,2

1.783,4

     

1.783,4

 

1.783,4

Overig

178,3

10,4

71,5

117,3

0,9

6,2

5,4

118,1

   

       

     

   

Totaal

197.427,4

   

194.302,9

     

195.595,5

   

Totaal als percentage bbp

29,8

   

28,5

     

27,8

   

Noot 1: Dit bedrag bestaat uit het uitstaand risico ultimo 2014 van € 192 miljoen en het totaal van garanties die vier maanden of korter voorafgaand aan ultimo 2014 zijn vervallen, en waarover op grond van de regeling nog schade gemeld kan worden (het zogenoemde viermaandsrisico).

Tabel 7.2 bevat de uitgaven en ontvangsten behorende bij de door de staat verstrekte garanties in 2015 en 2016. Alleen garanties waarop daadwerkelijk uitgaven en ontvangsten zijn gedaan worden hier weergegeven. De in de tabel getoonde uitgaven betreffen de schade-uitkeringen op afgegeven garanties. De in de tabel getoonde ontvangsten betreffen zowel ontvangen premies, provisies en dergelijke als op derden verhaalde (schade-)uitkeringen.

Tabel 7.2 Uitgaven en ontvangsten op de door het Rijk verstrekte garanties (in duizenden euro)

b

a

omschrijving

Uitgaven

2015

Ontvangsten

2015

Saldo

2015

Uitgaven

2016

Ontvangsten

2016

Saldo

2016

VI

34

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

1.300

0

– 1.300

1.300

0

– 1.300

IXB

1

Garantie procesrisico’s

245

0

– 245

245

0

– 245

IXB

2

Terrorismeschades (NHT)

0

1.075

1.075

0

1.075

1.075

IXB

2

WAKO (kernongevallen)

0

609

609

0

609

609

IXB

3

Garantie en vrijwaring inzake verkoop en financiering van staatsdeelnemingen

4.800

5.716

916

4.800

4.800

0

IXB

3

Garantie Propertize

0

9.300

9.300

0

7.800

7.800

IXB

4

EIB – kredietverlening in ACP en OCT

0

4.687

4.687

0

0

0

IXB

5

Exportkredietverzekering

74.900

178.000

103.100

74.900

233.202

158.302

IXB

5

Regeling Investeringen

500

1.250

750

500

1.250

750

XIII

13

BMKB

71.000

25.000

– 46.000

42.594

29.000

– 13.594

XIII

13

GO

11.842

13.000

1.158

11.842

13.000

1.158

XIII

13

Groeifaciliteit

8.616

8.000

– 616

9.365

8.000

– 1.365

XIII

13

Scheepsnieuwbouw garantieregeling

3.679

4.000

321

3.679

4.000

321

XIII

16

Garantie voor investeringen & werkkapitaal landbouwondernemingen (GL en GMI)

19.555

2.000

– 17.555

16.546

1.800

– 14.746

XV

2

Startende ondernemers

272

0

– 272

150

0

– 150

XVII

41

Garantie DRIVE

12.500

0

– 12.500

0

0

0

XVII

41

Garantie FOM

0

5.000

5.000

0

10.000

10.000

XVII

45

Garanties IS-NIO

212

3.000

2.788

193

3.000

2.807

Achterborgstellingen

Naast het risico uit garantieregelingen staat het Rijk ook indirect bloot aan risico’s uit achterborgstellingen. In die gevallen wordt de daadwerkelijke garantieverplichting niet afgegeven door het Rijk maar door een daarvoor aangewezen tussenpersoon, bijvoorbeeld een stichting. Het Rijk wordt pas aangesproken zodra de tussenpersoon niet aan haar verplichtingen kan voldoen. In de begroting van het betreffende vakdepartement worden achterborgstellingen niet als verplichting opgenomen (zolang er geen schade ontstaat of is ontstaan). De achterborgstellingen zijn opgenomen in tabel 7.3.

Het risico uit de achterborgstellingen (in tabel 7.3) is niet een-op-een te vergelijken met het risico uit de garantieregelingen (in tabel 7.1). Bij achterborgstellingen worden de risico’s soms gedeeld met gemeenten. Zo worden de verplichtingen die het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) voor 1 januari 2011 is aangegaan voor 50 procent gedekt door gemeenten en voor 50 procent door de Rijksoverheid. Verplichtingen aangegaan na deze datum worden volledig door de Rijksoverheid gedekt. Bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) wordt de gehele positie met gemeenten gedeeld.

Per achterborgstelling gelden verschillende regelingen om eventuele schade te dekken. Wanneer een woningcorporatie financieel in de problemen komt, kan eerst saneringssteun worden verleend. Sinds de inwerkingtreding van de herzieningswet per 1 juli 2015 is sanering gemandateerd aan het WSW, waarbij het WSW kan putten uit het saneringsfonds die wordt aangehouden als een begrotingsreserve op de begroting voor Wonen en Rijksdienst. Het eigen vermogen van het WSW is daarna de eerste buffer om aan te spreken om aanspraken op de borgstelling op te vangen. Indien dit niet voldoende is, worden de obligo’s van de deelnemende woningcorporaties aangesproken. Een obligo is een voorwaardelijke verplichting van de deelnemer om aan het fonds een bepaald bedrag over te maken. Pas daarna wordt een beroep gedaan op de achterborg van de Rijksoverheid. Zo heeft de sanering van Vestia niet geleid tot een aanspraak op de achterborgstelling. De Stichting Waarborgfonds Zorg (WFZ) kent een soortgelijke regeling. Ook hier wordt eerst het bufferkapitaal aangesproken om schade te dekken. Daarna moeten de zorginstellingen met een door het WFZ geborgde lening een percentage (maximaal 3 procent van de uitstaande garanties van de deelnemende zorginstelling) van het leningenbedrag afdragen (obligo). Mocht dit onvoldoende zijn om de verplichtingen van het WFZ na te komen, dan kan het WFZ een beroep doen op de Rijksoverheid. Bij het WEW geldt geen obligoverplichting. Hier dienen huizen als onderpand, waardoor de schade zich beperkt tot eventuele restschulden na gedwongen verkoop. Het WEW teert bij verlies direct in op het bufferkapitaal.

Tabel 7.3 Achterborgstellingen van het Rijk (in miljoenen euro)
 

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

Totaal Achterborgstellingen

177.658

192.740

220.163

231.179

250.396

258.878

269.232

waarvan:

             

Stichting Waarborgfonds Zorg (WFZ)

7.703

8.061

8.441

8.672

8.915

8.922

8.571

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

71.700

75.800

85.300

86.300

87.400

86.200

85.100

Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW)

98.255

108.879

126.422

136.207

154.081

163.756

175.561

               

Bufferkapitaal

1.157

1.277

1.336

1.456

1.512

1.501

1.540

waarvan:

             

Stichting Waarborgfonds Zorg (WFZ)

176

191

211

230

245

235

247

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

452

476

482

497

481

487

485

Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW)

529

610

643

729

786

779

808

               

Obligo

2.991

3.160

3.453

3.460

3.568

3.468

3.457

waarvan:

             

Stichting Waarborgfonds Zorg (WFZ)

231

242

253

260

268

268

257

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

2.760

2.918

3.200

3.200

3.300

3.200

3.200