Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2016
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

2.3 De belasting- en premieontvangsten in 2016

In tabel 2.3.1 wordt een overzicht gegeven van de ontwikkeling van de geraamde belasting- en premieontvangsten in 2016. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen het directe effect van beleidsmaatregelen op de ontvangsten en de endogene (beleidsarme) ontwikkeling, dat is de ontwikkeling van de ontvangsten die samenhangt met economische ontwikkeling.

Tabel 2.3.1 Raming belasting- en premieontvangsten 2016 op EMU-basis (in miljoenen euro's)
   

Vermoedelijke uitkomsten 2015

Maatregelen

Endogeen

Endogeen in %

2016

Indirecte belastingen

75.056

519

2.792

3,7%

78.367

Invoerrechten

2.916

0

261

9,0%

3.177

Omzetbelasting

44.589

229

1.930

4,3%

46.748

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

1.344

38

6

0,4%

1.388

Accijnzen

11.074

13

195

1,8%

11.283

Overdrachtsbelasting

1.791

41

202

11,3%

2.035

Assurantiebelasting

2.399

– 3

73

3,1%

2.470

Motorrijtuigenbelasting

4.009

– 35

98

2,4%

4.071

Belastingen op een milieugrondslag

4.719

24

6

0,1%

4.750

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

225

27

2

0,9%

254

Belasting op zware motorrijtuigen

141

0

5

3,8%

146

Verhuurderheffing

1.394

185

13

0,9%

1.592

Bankbelasting

453

0

0

0,0%

453

           

Directe belastingen en premies volksverzekeringen

111.411

– 3.345

4.009

3,6%

112.074

Loon- en inkomensheffing

90.866

– 3.073

2.963

3,3%

90.755

Dividendbelasting

3.125

– 315

305

9,7%

3.115

Kansspelbelasting

450

0

18

4,0%

468

Vennootschapsbelasting

15.353

43

672

4,4%

16.068

Successierechten

1.616

0

52

3,2%

1.668

           

Overige belastingontvangsten

224

1

17

7,6%

242

           

Totaal belastingen en premies volksverzekeringen

186.691

– 2.826

6.818

3,7%

190.683

           

Premies werknemersverzekeringen

53.265

2.748

1.130

2,1%

57.142

 

wv zorgpremies

34.739

906

1.026

3,0%

36.670

           

Totaal belasting- en premieontvangsten (EMU-basis)

239.955

– 78

7.948

3,3%

247.825

In 2016 bedragen de totale belasting- en premieontvangsten op EMU-basis naar verwachting 247,8 miljard euro. Ten opzichte van de meest actuele raming voor 2015 is dit een toename van 7,9 miljard euro. Beleidsmaatregelen zorgen per saldo voor 0,1 miljard euro lagere ontvangsten in 2016 ten opzichte van het jaar daarvoor. Dit saldo betreft het effect van zowel maatregelen waartoe het kabinet bij deze Miljoenennota heeft besloten als maatregelen die in eerder wetgeving zijn geregeld. De verwachte endogene groei van de belasting- en premieontvangsten in 2016 bedraagt 7,9 miljard euro (3,3 procent). In de volgende paragrafen wordt hier nader op ingegaan. In de internetbijlage van deze Miljoenennota staat een uitgebreidere toelichting voor de grootste belastingsoorten (www.rijksbegroting.nl).

2.3.1 Endogene ontwikkeling belasting- en premieontvangsten 2016

De endogene ontwikkeling van de ontvangsten wordt toegelicht aan de hand van de relevante economische indicatoren zoals deze geraamd zijn in de Macro Economische Verkenning 2016. Voor 2016 verwacht het Centraal Planbureau (CPB) een waardeontwikkeling van het bbp van 3,3 procent. De endogene groei van de totale belasting- en premieontvangsten bedraagt in 2016 naar verwachting eveneens 3,3 procent. Daarmee gaat de groei van de totale belasting- en premieontvangsten in 2016 gelijk op met de waardegroei van het bbp. Zoals in hoofdstuk 3 van deze Miljoenennota is toegelicht, is de ontwikkeling van de belasting- en premieontvangsten gerelateerd aan de samenstelling van de economische groei. Elke belasting kent zijn eigen grondslag, waarbij de verschillende belastinggrondslagen niet één-op-één en op dezelfde manier gerelateerd zijn aan de ontwikkeling van het totale bbp. De ontwikkeling van de ontvangsten uit de ene belastingsoort kan dus anders uitpakken dan die van de andere belastingsoort.

De endogene groei van de inkomsten uit de indirecte belastingen in 2016 bedraagt 3,7 procent. Deze ontwikkeling wordt voor een groot deel bepaald door de btw-ontvangsten, verreweg de grootste post bij de indirecte belastingen. De btw-ontvangsten worden vooral bepaald door de consumptieve bestedingen, de investeringen in woningen en de overheidsinvesteringen. De waardeontwikkeling van de particuliere consumptie is in 2016 met 3,2 procent bijna gelijk aan de totale economische groei. Binnen de particuliere consumptie neemt het aandeel van duurzame goederen toe, wat leidt tot hogere ontvangsten omdat deze goederen belast worden tegen het algemene btw-tarief. De investeringen in woningen groeien met 7,3 procent, terwijl de overheidsinvesteringen toenemen met 0,5 procent. Daarmee komt de ontwikkeling van de btw-ontvangsten naar verwachting uit op 4,3 procent in 2016.

De endogene ontwikkeling van de ontvangsten uit de bpm is zeer beperkt in 2016. De bpm-ontvangsten hangen af van het aantal autoverkopen en het aandeel van kleinere en/of zuinige auto’s daarin. De verwachting is dat het aantal verkopen in 2016 wat afneemt als gevolg van anticipatieaankopen eind 2015 op de aanpassingen in de autobelastingen per 1 januari 2016. Naar verwachting zal het gemiddelde bpm-bedrag van de nieuwverkopen in 2016 hoger liggen dan in 2015. Per saldo mitigeren deze effecten elkaar. De ontvangsten uit de motorrijtuigenbelasting – waarvoor het gewicht van de in Nederland geregistreerde auto’s de grondslag vormt – nemen naar verwachting met 2,4 procent toe in 2016. De ontvangsten uit de overdrachtsbelasting nemen in 2016 naar verwachting met 11,3 procent toe. Deze stijging volgt uit een verwachte forse toename van het aantal verkopen van bestaande woningen in 2016 met 10,0 procent ten opzichte van 2015, in combinatie met een prijsstijging van 3,1 procent. De totale WOZ-waarde van sociale huurwoningen vormt de grondslag van de verhuurderheffing. Voor 2016 nemen de ontvangsten uit de verhuurderheffing naar verwachting met 0,9 procent toe. Een groei van zowel het volume als de prijs van ingevoerde goederen zorgen voor een toename van de ontvangsten uit invoerrechten met 9 procent. Tot slot nemen de ontvangsten uit de accijnzen in 2016 met 1,8 procent toe. Deze ontwikkeling wordt geheel beïnvloed door de ontwikkeling van de ontvangsten uit de tabaksaccijns en betreft daarnaast de toename op EMU-basis; de 1-maands verschoven kasontvangsten. Op kasbasis wordt in 2016 een beperkte daling van de accijnsontvangsten verwacht. Deze ontwikkeling hangt samen met het grillige patroon van de kasontvangsten uit de tabaksaccijns in de eerste maanden van 2015, waarschijnlijk als gevolg van anticipatiegedrag vanwege de verhoging van de tabaksaccijns per 1 januari 2015.

De endogene ontwikkeling van de directe belastingen bedraagt 3,6 procent in 2016. De qua omvang belangrijkste directe belastingsoort betreft de loon- en inkomensheffing.2 Onderliggend zijn vooral macro-economische indicatoren als de loonontwikkeling, de werkgelegenheid en de ontwikkeling van winsten van zelfstandigen van belang voor deze ontwikkeling. De grondslag van de loon- en inkomensheffing wordt daarnaast onder meer beïnvloed door de omvang van de hypotheekrenteaftrek en pensioenpremies.

De ontvangsten uit de loon- en inkomensheffing groeien in 2016 met 3,3 procent. Deze ontvangsten nemen daarmee sterker toe dan in 2015 dankzij zowel een sterkere groei van de werkgelegenheid (2,2 procent) als een sterkere loonstijging (1,0 procent) in 2016. Ook groeien de ontvangsten uit de loon- en inkomensheffing in 2016 door een lagere hypotheekrenteaftrek en een toenemende winsten van IB-ondernemers (dat zijn ondernemers die belastingplichtig zijn voor de inkomstenbelasting). De vpb-ontvangsten komen 4,4 procent hoger uit door een verdere verbetering van de winstgevendheid van bedrijven in 2016. In relatie met de hogere winsten nemen de ontvangsten uit de dividendbelasting met 9,7 procent toe.

2.3.2 Het effect van beleidsmaatregelen op de belasting- en premieontvangsten

In 2016 is het saldo van beleidsmaatregelen op de belasting- en premieontvangsten – 0,1 miljard euro. In tabel 2.3.1 wordt het effect van de beleidsmaatregelen (oftewel de autonome mutatie) op de ontvangsten in 2016 per belastingsoort getoond. Dit is zowel beleid van vorige kabinetten met in 2016 nog een op- of neerwaarts effect op de inkomsten ten opzichte van 2015, als (nieuw) beleid van het huidige kabinet.

Bij de indirecte belastingen is de beleidsmatige mutatie per saldo 0,5 miljard euro. Dit betreft het saldo van een groot aantal maatregelen. Zo zorgen verschillende maatregelen, waaronder het aflopen van het tijdelijk verlaagde btw tarief op onderhoud aan woningen, voor 0,2 miljard euro hogere btw ontvangsten. Een hoger tarief van de verhuurderheffing in 2016 (wordt 0,491% en was in 2015 0,449%) zorgt voor hogere ontvangsten uit de verhuurderheffing. Bij de bpm zorgt het verhogen van de tarieven voor hogere ontvangsten. Daar staan lagere ontvangsten uit de motorrijtuigenbelasting tegenover door een vrijstelling en halve vrijstelling voor volledig elektrische auto’s respectievelijk plug-in hybride auto’s.

Als gevolg van beleidsmaatregelen nemen de ontvangsten uit de directe belastingen met 3,3 miljard euro af in 2016. Het betreft een saldo van vele maatregelen, voor een groot deel binnen de loon- en inkomensheffing. De beleidsmatige mutatie bij de loon- en inkomensheffing komt uit op – 3,1 miljard euro. Ook deze mutatie bestaat uit een groot aantal maatregelen waaronder de lastenverlichtende maatregelen op arbeid waartoe het kabinet dit jaar heeft besloten (het zogenoemde 5 miljard-pakket). Dat pakket zorgt voor lagere lasten op arbeid door een hogere arbeidskorting (– 2,6 miljard euro), lagere tarieven voor de tweede en derde schijf (– 2,6 miljard euro), het verlengen van de derde schijf (– 0,8 miljard euro), een verhoging van de inkomensafhankelijke combinatiekorting (– 0,3 miljard euro), deels gefinancierd door een sterkere afbouw van de algemene heffingskorting (+ 2,1 miljard euro). Andere maatregelen met een groot budgettair effect in 2016 betreffen eerder in wetgeving vastgelegde wijzigingen in de hoogte en structuur van de heffingskortingen en de fiscale ruimte van de pensioenopbouw. Het gaat om het verhogen van de algemene heffingskorting en de arbeidskorting in combinatie met de afbouw van deze kortingen. Dit zorgt per saldo voor lagere ontvangsten (– 0,5 miljard euro) in 2016. Daar tegenover staan maatregelen uit het Regeerakkoord als het beperken van de fiscale aftrekbaarheid van pensioenpremies en het aftoppen van het inkomen op 100.000 euro waarover fiscaal gefaciliteerd pensioen kan worden opgebouwd (beide inperkingen van het Witteveenkader) met in totaal 1,0 miljard euro hogere ontvangsten in 2016 als gevolg. Verder is nog sprake van diverse andere maatregelen bij de loon- en inkomensheffing. Deze zijn beperkter in omvang dan bovengenoemde maatregelen. Zo leidt het samenvoegen van de S&O afdrachtvermindering en de Research & Developmentaftrek binnen de loonheffing (– 0,1 miljard euro) in combinatie met een intensivering van de nieuwe regeling (– 0,2 miljard euro) bijvoorbeeld per saldo tot 0,3 miljard euro lagere ontvangsten. Datzelfde geldt per saldo voor de mutaties bij de ouderenkorting (– 0,2 miljard euro). Het afschaffen van de ouderentoeslag in box 3 per 2016 zorgt juist weer voor 0,1 miljard euro hogere ontvangsten bij de loon- en inkomstenheffing in 2016 ten opzichte van 2015.

Beleidsmaatregelen zorgen voor een relatief zeer geringe toename van de ontvangsten bij de vennootschapsbelasting in 2016. Deze toename (43 miljoen euro) betreft het saldo van diverse maatregelen waaronder het effect van de liquiditeitsverruimende maatregelen voor bedrijven die in het verleden zijn genomen (– 0,3 miljard euro), het samenvoegen van de Research & Development Aftrek met de S&O afdrachtvermindering in de loonheffing (0,1 miljard euro) en de invoering van de vpb-plicht voor overheidsbedrijven (0,1 miljard euro). Bij de dividendbelasting is sprake van 0,3 miljard euro lagere ontvangsten. Dat betreft het kaseffect van de tijdelijke verlaging van het tarief van box 2 van de inkomstenbelasting in 2014.3

Beleid met betrekking tot de premies werknemersverzekeringen leidt per saldo tot 2,7 miljard euro hogere ontvangsten in 2016. Daarvan betreft 0,9 miljard euro het effect van hogere zorgpremies die voor 2016 worden voorzien. Deze stijging is fors lager dan waar eerder van uit werd gegaan. Hogere arbeidsongeschiktheidspremies compenseren de gevolgen voor de schatkist van deze lagere dan eerder geraamde zorgpremies. Deze hogere premies leiden in 2016 tot 1,5 miljard hogere ontvangsten. Ten slotte leiden hogere werkloosheidspremies tot 0,4 miljard hogere ontvangsten in 2016.

Tabel 2.3.2 Budgettair effect van belasting- en premiemaatregelen 2016 (in miljoenen euro's)
 

Belastingen en premies kas

Belastingen en premies op transactiebasis

Totaal lasten

Zorgpremies

906

906

906

Zorgtoeslag

0

0

– 241

Sectorfondspremies

1.842

1.842

1.842

5 miljardpakket lagere lasten op arbeid

– 3.766

– 4.249

– 4.249

Innovatiebeleid

– 134

– 92

– 269

Maatregelen btw

229

181

176

Liquiditeitsverruiming

– 348

– 437

0

Pensioengerelateerde maatregelen

1.111

1.056

104

Inkomensbeleid

5

163

163

Verhuurderheffing

185

185

185

Overig

– 107

129

55

OPL

0

0

– 87

Afschaffen PBO's

0

0

– 7

SDE+

0

0

60

Totaal

– 78

– 317

– 1.364

Tabel 2.3.2 geeft een overzicht van het budgettaire beslag van beleidsmaatregelen op zowel kas- als transactiebasis en tevens het effect daarvan op de lastenontwikkeling zoals relevant voor het inkomstenkader in 2016. Het verschil tussen het totale effect van het beleid op de ontvangsten en de lastenontwikkeling wordt veroorzaakt doordat sommige maatregelen wel gevolgen hebben voor de inkomsten maar niet relevant zijn voor de lastenontwikkeling. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de budgetsystematiek van de S&O afdrachtvermindering waarbij over- en onderschrijdingen tot een budgetaanpassing twee jaar later leiden. Ook liquiditeitsverruimende maatregelen voor bedrijven die in het verleden genomen zijn leiden tot lagere ontvangsten in 2016 ten opzichte van 2015, terwijl dit geen effect heeft op de lastenontwikkeling in 2016. Daar staat tegenover dat de zorgtoeslag vanwege de directe koppeling met de nominale premie wel relevant is voor de lastenontwikkeling, terwijl dit geen belasting- en premieontvangsten betreft. Hetzelfde geldt voor de SDE+ en de lasten voor de lokale overheden (OPL). Deze zijn wel relevant voor de lastenontwikkeling, maar niet voor de belasting- en premieontvangsten. Daarnaast zijn er ook verschillen tussen het transactiemoment van belasting- en premieontvangsten en het moment waarop de betreffende belasting of premie daadwerkelijk in kas wordt ontvangen.