Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Belastingplan 2017

34552 10 Nota van wijziging

Vergaderjaar 2016-2017

Nr. 10

Ontvangen 7 oktober 2016

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

1

In het in artikel IV, onderdeel H, opgenomen artikel 34d, tweede lid, wordt «heeft voortgebracht en waarvoor aan de belastingplichtige een octrooi of kwekersrecht is verleend» vervangen door: doch na 31 december 2006 heeft voortgebracht waarvoor aan de belastingplichtige een octrooi of kwekersrecht is verleend en waarvan de te verwachten voordelen in belangrijke mate hun oorzaak vinden in het aan de belastingplichtige verleende octrooi of kwekersrecht.

2

Aan artikel IX, onderdeel B, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

5. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

6. In de gevallen waarin het volkenrecht dan wel het internationale gebruik daartoe noopt, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing ten aanzien van bij ministeriële regeling aangewezen internationale organisaties.

3

Na artikel XIII wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL XIIIA

In de Wet uitwerking Autobrief II wordt in artikel XXV, onderdeel B, «met 2 percent» vervangen door: met 2,7 percent.

4

Aan artikel XVI, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel k door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

l. artikel XIIIA toepassing vindt voordat artikel XXV, onderdeel B, van de Wet uitwerking Autobrief II wordt toegepast.

TOELICHTING

I. Algemeen

Deze nota van wijziging bevat een tweetal technische aanpassingen van het overgangsrecht voor de innovatiebox in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb 1969). Verder wordt de voor vrijgestelde lichamen geldende teruggaafregeling in de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB 1965) aangepast. Daarmee wordt zeker gesteld dat ook aangewezen internationale organisaties in aanmerking komen voor een teruggaaf.

In de Wet uitwerking Autobrief II (WUA II) is een generieke verlaging van de tarieven motorrijtuigenbelasting (MRB) per 2017 opgenomen. Het kabinet heeft als onderdeel van het totale pakket aan maatregelen gekozen voor deze generieke verlaging van de MRB-tarieven per 2017 als terugsluis van de opbrengst van diverse maatregelen opgenomen in de WUA II. Het gehele pakket maatregelen in de WUA II is daarmee budgettair neutraal binnen het autodomein. Voor de generieke verlaging van de MRB-tarieven per 1 januari 2017 was een bedrag van € 69 miljoen beschikbaar. Met dit bedrag kunnen de MRB-tarieven niet met 2 procent, zoals in de WUA II is opgenomen, maar met 2,7 procent worden verlaagd. Deze omissie wordt met de onderhavige nota van wijziging rechtgezet.

Uitvoeringskosten Belastingdienst

De voorstellen in deze nota van wijziging zijn – waar nodig – beoordeeld met de uitvoeringstoets nieuwe stijl. Voor alle voorstellen uit deze nota van wijziging geldt dat de Belastingdienst die uitvoerbaar en handhaafbaar acht per de voorgestelde inwerkingtredingsdatum. De gevolgen voor de uitvoering zijn beschreven in de uitvoeringstoetsen die als bijlage zijn bijgevoegd1. Voor de aanpassing van het overgangsrecht voor de innovatiebox en de aanpassing in de dividendbelasting geldt dat de eerder uitgebrachte uitvoeringstoetsen onverkort van kracht zijn.

II. Onderdeelsgewijs

Onderdeel 1

Artikel IV, onderdeel H (artikel 34d van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969)

Het in het voorstel van wet opgenomen artikel 34d, tweede lid, van de Wet Vpb 1969 voorziet erin dat immateriële activa die de belastingplichtige vóór 1 januari 2017 heeft voortgebracht en waarvoor aan de belastingplichtige een octrooi of kwekersrecht is verleend, na 31 december 2016 voor toepassing van de innovatiebox steeds als kwalificerende immateriële activa worden aangemerkt. Deze nota van wijziging regelt dat dergelijke immateriële activa tevens na 31 december 2006 moeten zijn voortgebracht. Dit vloeit voort uit de Wet werken aan winst, waarbij de octrooibox in 2007 is ingevoerd (de voorloper van de innovatiebox). Hierin is geregeld dat immateriële activa voortgebracht vóór 1 januari 2007 niet in aanmerking komen voor toepassing van de octrooibox. Voor de toepassing van het overgangsrecht dat is geregeld in het voorgestelde artikel 34d, tweede lid, van de Wet Vpb 1969 dient genoemde voorwaarde ook van toepassing te blijven voor de innovatiebox.

Voorts regelt deze nota van wijziging dat het octrooi of kwekersrecht, bedoeld in artikel 34d, tweede lid, van de Wet Vpb 1969, in belangrijke mate, dat is voor ten minste 30%, moet gaan bijdragen aan de winst die met de immateriële activa wordt behaald. Ook deze voorwaarde komt overeen met de toepassing van de huidige innovatiebox (verwezen wordt naar artikel 12b, tweede lid, van de Wet Vpb 1969, zoals dat artikel luidde op 31 december 2016).

Onderdeel 2

Artikel IX, onderdeel B (artikel 10 van de Wet op de dividendbelasting 1965)

Artikel 10 van de Wet DB 1965 regelt de teruggaaf van dividendbelasting die is ingehouden op opbrengsten van aandelen, winstbewijzen en bepaalde hybride leningen die worden ontvangen door lichamen die niet zijn onderworpen aan de vennootschapsbelasting (alsmede voor vergelijkbare objectief of subjectief vrijgestelde buitenlandse lichamen). Aan genoemd artikel 10 wordt ingevolge de onderhavige wijziging een lid toegevoegd waarin de mogelijkheid wordt geboden om internationale organisaties aan te wijzen die in de gevallen waarin het volkenrecht dan wel het internationale gebruik daartoe noopt in aanmerking komen voor de genoemde teruggaaf van dividendbelasting. Het gaat om organisaties waar Nederland partij bij is en ten aanzien waarvan Nederland is overeengekomen privileges te verlenen voor directe belastingen. Een fiscaal privilege van deze internationale organisaties is niet hetzelfde als de niet-onderworpenheid van vrijgestelde lichamen. Met de aanpassing van genoemd artikel 10 wordt zeker gesteld dat aangewezen internationale organisaties via een teruggaaf van dividendbelasting in aanmerking komen voor een fiscaal privilege.

Onderdelen 3 en 4

Artikelen XIIIA en XVI (artikel XXV van de Wet uitwerking Autobrief II)

Op grond van artikel XXV, onderdeel B, van de WUA II worden de tarieven voor personenauto’s, genoemd in artikel 23, eerste lid, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting (Wet MRB 1994), met ingang van 1 januari 2017 verlaagd met 2 percent. Met de in dit onderdeel voorgestelde wijziging van artikel XXV, onderdeel B, van de WUA II wordt deze verlaging gesteld op 2,7 percent.

De verlaging geldt onder meer ook voor bestelauto’s van particulieren aangezien artikel 24 van de Wet MRB 1994 artikel 23 van de laatstgenoemde wet van overeenkomstige toepassing verklaart. Deze verlaging wordt ingevolge artikel XXVI van de WUA II berekend nadat de indexatie ingevolge artikel 81a van de Wet MRB 1994 bij het begin van het kalenderjaar 2017 is toegepast.

De Staatssecretaris van Financiën,
E.D. Wiebes

Noot 1: Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer