Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

10. Horizontale toelichting

In deze bijlage wordt per begroting (of begrotingsfonds dan wel aanvullende post) een toelichting gegeven op het verloop van de uitgaven en niet-belastingontvangsten vanaf 2016 tot en met 2021.

De totalen per begroting zijn exclusief de bedragen die onder de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) vallen; deze uitgaven worden separaat gepresenteerd.

De cijfers van de afzonderlijke begrotingen luiden in miljoenen euro’s in constante prijzen van het jaar 2016. Een uitzondering hierop vormen de premiegefinancierde uitgaven van SZW en VWS, deze luiden in lopende prijzen.

De Koning

I De Koning
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

41,3

41,4

41,4

41,4

41,4

41,5

totaal niet-belastingontvangsten

0,0

     

1

Uitkering leden Koninklijk Huis

      
 

Uitgaven

7,8

8,0

8,0

8,0

8,0

8,1

2

Functionele uitgaven van de Koning

      
 

Uitgaven

27,7

27,7

27,7

27,7

27,7

27,7

 

Ontvangsten

0,0

     

3

Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen

      
 

Uitgaven

5,8

5,7

5,7

5,7

5,7

5,7

 

Ontvangsten

0,0

     

Artikel 1 Uitkering leden Koninklijk Huis

Op dit artikel worden de uitkeringen aan de leden van het Koninklijk Huis verantwoord. De lichte stijging in de uitgaven vanaf 2017 e.v. wordt veroorzaakt door de doorwerking van de stijging van de ambtenarensalarissen volgens de systematiek van de Wet Financieel Statuut van het Koninklijk Huis op de uitkering van de leden van het Koninklijk Huis.

Artikel 2 Functionele uitgaven van de Koning

Op dit artikel staan de functionele uitgaven van de Koning, waaronder de uitgaven aan personeel en materieel en overige specifieke uitgaven zoals de inzet van luchtvaartuigen.

Artikel 3 Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen

Op dit artikel staan de doorbelaste uitgaven van andere begrotingen, zoals de uitgaven in het kader van voorlichting, het Militaire Huis als onderdeel van de Dienst van het Koninklijk Huis en de uitgaven van het Kabinet van de Koning.

Staten-Generaal

IIA Staten-Generaal
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

147,2

144,2

140,7

139,2

139,2

139,5

totaal niet-belastingontvangsten

4,3

4,2

4,2

4,2

4,2

4,2

1

Wetgeving en controle Eerste Kamer

      
 

Uitgaven

13,5

11,9

12,0

12,0

12,0

12,0

 

Ontvangsten

0,2

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

2

Uitgaven tbv van (oud) leden Tweede Kamer en leden EP

      
 

Uitgaven

30,2

31,7

30,6

30,1

30,1

30,1

 

Ontvangsten

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

3

Wetgeving en controle Tweede Kamer

      
 

Uitgaven

103,8

101,0

98,6

97,6

97,6

97,9

 

Ontvangsten

4,0

4,0

4,0

4,0

4,0

4,0

4

Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer

      
 

Uitgaven

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

 

Ontvangsten

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

10

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

– 1,8

– 1,9

– 2,0

– 2,0

– 2,0

– 2,0

Artikel 1 Wetgeving en controle Eerste Kamer

De Eerste Kamer heeft in 2016 een aantal activiteiten in het kader van het Europees voorzitterschap georganiseerd, waaronder een Verenigde Vergadering. Hierdoor zijn er in 2016 hogere uitgaven.

Artikel 2 Uitgaven tbv (oud) leden Tweede Kamer en leden EP

De uitgaven ten behoeve van oud-leden van de Tweede Kamer en het Europees Parlement worden beïnvloed door verkiezingen. In het jaar van de verkiezingen stijgt het beroep op de aanspraken op wachtgeld en dit neemt na verloop van tijd weer af.

Artikel 3 Wetgeving en controle Tweede Kamer

De middelen op dit artikel worden ingezet ten behoeve van de uitvoering van de kerntaken van de Tweede Kamer. Denk bijvoorbeeld aan de financiering van de ambtelijke organisatie voor het ondersteunen van het constitutionele proces van de Tweede Kamer en de financiering van de digitale en fysieke infrastructuur van het parlement. Als gevolg van een aantal activiteiten zoals het EU voorzitterschap zijn de uitgaven in 2016 hoger.

De uitgaven van de Tweede Kamer nemen tot en met 2018 af door de bijdrage aan de taakstelling Rijk, agentschappen en uitvoerende ZBO’s van het kabinet Rutte-Asscher.

Artikel 4 Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer

De middelen op dit artikel worden ingezet ten behoeve van interparlementaire activiteiten.

Artikel 10 Nominaal en Onvoorzien

De inspanningsverplichting van de Staten Generaal voor de taakstelling Rijk, agentschappen en uitvoerende ZBO’s van de kabinetten Rutte- Verhagen en Rutte-Asscher is deels op artikel 10 onvoorzien gezet.

Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs

IIB Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

119,1

115,0

110,2

110,2

110,4

109,7

totaal niet-belastingontvangsten

5,8

5,7

5,7

5,7

5,7

5,7

1

Raad van State

      
 

Uitgaven

60,5

59,3

56,8

56,8

56,9

56,2

 

Ontvangsten

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

2

Algemene Rekenkamer

      
 

Uitgaven

29,3

28,0

27,9

27,9

27,9

28,0

 

Ontvangsten

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

3

De Nationale Ombudsman

      
 

Uitgaven

15,3

15,2

15,2

15,2

15,2

15,2

 

Ontvangsten

2,2

2,2

2,2

2,2

2,2

2,2

4

Kanselarij der Nederlandse Orden

      
 

Uitgaven

6,2

4,7

3,9

3,9

3,9

3,9

 

Ontvangsten

0,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

6

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

      
 

Uitgaven

2,2

2,2

1,8

1,8

1,8

1,8

 

Ontvangsten

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

7

Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

      
 

Uitgaven

3,3

3,2

2,7

2,7

2,7

2,7

 

Ontvangsten

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

8

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

      
 

Uitgaven

2,4

2,4

1,9

1,9

1,9

1,9

 

Ontvangsten

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

10

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

      

Algemeen

De uitgaven voor de Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten nemen tot en met 2018 af door de bijdrage aan de taakstelling Rijk, agentschappen en uitvoerende ZBO’s van de kabinetten Rutte-Verhagen en Rutte-Asscher.

Artikel 1

De uitgaven van de Raad van State zijn in 2016 hoger door investeringskosten voor de introductie van het programma Kwaliteit en Innovatie.

Artikel 4 Kanselarij der Nederlandse Orden

De Kanselarij der Nederlandse Orden maakt gebruik van een verouderd ICT-systeem voor de aanvraag van decoraties. Dit systeem wordt vervangen en leidt tot een oploop van het budget in de jaren 2016 tot en met 2017.

Artikel 6 Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Tegenvallers door de huidige dollarkoers zorgen voor een hogere raming in de jaren 2016 en 2017.

Artikel 7 Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Tegenvallers door de huidige dollarkoers zorgen voor een hogere raming in de jaren 2016 en 2017.

Artikel 8 Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

Tegenvallers door de huidige dollarkoers zorgen voor een hogere raming in de jaren 2016 en 2017.

Algemene Zaken

III Algemene Zaken
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

62,7

63,5

62,1

62,1

62,2

63,9

totaal niet-belastingontvangsten

7,1

6,8

6,7

6,7

6,7

6,7

1

Bevorderen eenheid regeringsbeleid

      
 

Uitgaven

58,7

59,5

58,1

58,1

58,2

59,9

 

Ontvangsten

4,6

4,4

4,4

4,4

4,4

4,4

4

Kabinet van de Koning

      
 

Uitgaven

2,4

2,4

2,4

2,4

2,4

2,4

 

Ontvangsten

2,4

2,4

2,4

2,4

2,4

2,4

5

Cie voor toezicht op de Inlichtingen- en veiligheidsdiensten

      
 

Uitgaven

1,6

1,6

1,6

1,6

1,6

1,6

Artikel 1 Bevorderen eenheid regeringsbeleid

Dit artikel bestaat onder andere uit de bijdrage voor het agentschap Dienst Publiek en Communicatie, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD).

Artikel 4 Kabinet van de Koning (KvK)

Het Kabinet van de Koning (KvK) draagt zorg voor de ambtelijke ondersteuning van de Koning bij de uitoefening van zijn staatsrechtelijke taken en fungeert als schakel tussen Koning en ministers. Het beschikbare budget blijft constant.

Artikel 5 Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD)

Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) is ingesteld bij de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten uit 2002 (WIV 2002). Zij houdt toezicht op de rechtmatigheid van de uitvoering van deze wet en de Wet veiligheidsonderzoeken (Wvo). De Commissie toetst zowel het handelen van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) als de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) aan de juridische kaders die er voor deze diensten bestaan.

Koninkrijksrelaties

IV Koninkrijksrelaties
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

274,0

291,9

272,0

124,0

123,1

123,1

totaal niet-belastingontvangsten

42,8

36,5

36,5

36,5

36,5

36,5

1

Waarborgfunctie

      
 

Uitgaven

72,7

70,9

66,6

61,6

61,6

61,6

 

Ontvangsten

5,4

4,9

4,9

4,9

4,9

4,9

4

Bevorderen sociaal-economische structuur

      
 

Uitgaven

19,1

14,7

13,3

14,6

14,6

14,6

 

Ontvangsten

9,0

3,2

3,2

3,2

3,2

3,2

5

Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

      
 

Uitgaven

149,9

187,0

172,4

28,5

28,5

28,5

 

Ontvangsten

28,4

28,4

28,4

28,4

28,4

28,4

6

Apparaat

      
 

Uitgaven

16,3

18,1

17,5

17,1

16,2

16,2

7

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

16,0

1,3

2,2

2,2

2,2

2,2

Algemeen

De begroting van Koninkrijksrelaties is vanaf 2016 geherstructureerd (zie Kamerstukken II, vergaderjaar 2014–2015, 34 000, nr. 42).

Artikel 1 Waarborgfunctie

Er is besloten tot tijdelijke versterking van de rechtshandhaving in Sint Maarten. In 2016, 2017 en 2018 liggen de budgetten daarom hoger. Daarnaast is er in 2017 en 2018 sprake van vervangingsinvesteringen voor de Kustwacht. De ontvangsten in 2016 liggen hoger door hogere bijdragen van de landen aan de Kustwacht als gevolg van de wisselkoersen.

Artikel 4 Bevorderen sociaal-economische structuur

In 2016 liggen de uitgaven hoger door het amendement Van Laar/Segers en een extra impuls vanuit SZW voor de integrale projecten BES. Daarnaast zijn de ontvangsten in 2016 hoger door onder andere de definitieve afrekening uit de Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen (SONA), de terugontvangst van een deel van de Nederlandse bijdrage aan Fondo Desaroyo Aruba (FDA).

Artikel 5 Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

Uit hoofde van de beleidsmatige verantwoordelijkheid van de Minister van BZK voor de schuldsanering van de voormalige Nederlandse Antillen worden de meerjarige aflossings- en rentereeksen verantwoord op hoofdstuk IV. Vanwege het verloop in het aflossings-en renteschema nemen de uitgaven na 2018 af.

Artikel 6 Apparaat

Door de geplande oprichting van de integriteitskamer Sint Maarten zijn de budgetten in 2017, 2018 en 2019 verhoogd.

Artikel 7 Nominaal en onvoorzien

Deze middelen zijn gereserveerd voor het meerjarig opvangen van valutaschommelingen. Wisselkoerstegenvallers worden vanuit deze reservering gedekt, wisselkoersmeevallers komen ten gunste van deze reservering. De systematiek van deze reservering wordt aan de hand van voorgenoemde principe nader uitgewerkt.

Buitenlandse Zaken

V Buitenlandse Zaken
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

8.299,0

7.541,0

8.514,4

8.408,8

8.562,6

8.813,5

totaal niet-belastingontvangsten

3.414,20

640,9

653,7

666,7

680,1

700,5

43

Europese Samenwerking

      
 

Uitgaven

8.299,0

7.541,0

8.514,4

8.408,8

8.562,6

8.813,5

 

Ontvangsten

3.414,2

640,9

653,7

666,7

680,1

700,5

Relatie begroting van Buitenlandse Zaken en de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS)

De begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken bestaat uit HGIS uitgaven/ontvangsten en niet-HGIS uitgaven/ontvangsten. De HGIS uitgaven en ontvangsten worden toegelicht in de horizontale toelichting van de HGIS. De niet-HGIS uitgaven en ontvangsten worden hieronder toegelicht.

Artikel 3 Europese Samenwerking

De meerjarige ontwikkeling van het artikel Europese samenwerking wordt bepaald door de doorwerking van de jaarlijkse nominale ontwikkeling van de EU-begroting in de Nederlandse afdrachten aan en ontvangsten van de EU.

Veiligheid en Justitie

VI Veiligheid en Justitie
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

13.396,9

12.531,6

11.644,0

11.490,0

11.488,0

11.374,7

totaal niet-belastingontvangsten

2.364,2

2.046,0

1.896,5

1.793,7

1.804,7

1.761,5

31

Nationale Politie

      
 

Uitgaven

5.589,6

5.539,4

5.450,4

5.486,7

5.488,3

5.417,5

 

Ontvangsten

17,9

16,5

0,5

0,5

0,5

0,5

32

Rechtspleging en rechtsbijstand

      
 

Uitgaven

1.614,2

1.469,9

1.418,2

1.395,4

1.387,6

1.386,5

 

Ontvangsten

231,9

291,7

274,9

284,6

294,8

294,8

33

Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

      
 

Uitgaven

726,5

671,9

653,8

649,9

645,5

641,2

 

Ontvangsten

1.491,2

1.305,2

1.337,6

1.390,1

1.391,6

1.349,2

34

Straffen en Beschermen

      
 

Uitgaven

2.904,5

2.575,0

2.519,6

2.533,2

2.527,4

2.526,9

 

Ontvangsten

97,6

99,5

100,3

101,1

101,3

101,3

36

Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

      
 

Uitgaven

252,4

257,9

257,4

256,2

256,2

256,2

37

Vreemdelingen

      
 

Uitgaven

1.830,3

1.627,3

984,7

708,5

708,7

709,1

 

Ontvangsten

330,9

306,4

156,6

   

91

Apparaatsuitgaven kerndepartement

      
 

Uitgaven

426,1

386,2

379,0

370,1

369,0

370,1

 

Ontvangsten

154,7

26,7

26,6

17,4

16,4

15,7

92

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

50,1

0,8

– 22,2

87,0

102,3

64,3

 

Ontvangsten

40,0

     

93

Geheim

      
 

Uitgaven

3,1

3,1

3,1

3,1

3,1

3,1

De totale uitgaven voor Veiligheid & Justitie zijn voor de periode 2016–2018 opgehoogd om o.a. extra inspanning bij politie, OM en rechtspraak en de verhoogde asielinstroom op te kunnen vangen. In de jaren daarna wordt het oorspronkelijk uitgavenniveau vastgehouden. De daling in de ontvangsten wordt onder meer verklaard door tegenvallers op de ontvangsten uit boeten en transacties.

Artikel 31 Nationale Politie

De Nationale Politie groeit in enkele jaren naar het met de vorming van de Nationale Politie beoogde pad. Zowel bij begrotingsbrief van november 2015 als bij Miljoenennota 2016 zijn structureel middelen toegekend om specifieke problematiek op te vangen en extra investeringen te doen.

Artikel 32 Rechtspleging en rechtsbijstand

De uitgaven op dit artikel dalen tot en met 2019 naar aanleiding van maatregelen bij de rechtsbijstand en een daling van de bijdrage aan de rechtspraak in verband met de efficiencytaakstelling uit het regeerakkoord Rutte II.

Artikel 33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

De daling in de uitgaven op dit artikel tussen 2016 en 2018 wordt voornamelijk veroorzaakt door de efficiencytaakstelling uit het regeerakkoord.

Artikel 34 Straffen en beschermen

De uitgaven op dit artikel tonen op termijn een dalende reeks vanwege de doorverdeling van de taakstellingen op personeel en materieel uit o.a. het regeerakkoord en de maatregelen uit het Masterplan DJI. Daarnaast stijgen de geraamde ontvangsten vanaf 2016 door o.a. het kostendekkend maken van de administratiekostenvergoeding CJIB.

Artikel 36 Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

Dit betreft het budget voor contraterrorisme en nationaal veiligheidsbeleid. De uitgaven op dit artikel stijgen in 2017 en dalen daarna licht vanwege de efficiency taakstelling uit het regeerakkoord Rutte II.

Artikel 37 Vreemdelingen

De uitgaven voor vreemdelingen tonen een dalende reeks. Er zijn in het regeerakkoord diverse maatregelen genomen om de toelatingsprocedures te versnellen en fraude tegen te gaan. De uitgaven zijn tot en met 2018 naar boven bijgesteld vanwege de verhoogde asielinstroom in 2015–2017. De extra kosten voor eerstejaars asielopvang van asielzoekers uit DAC-landen worden conform OESO DAC-systematiek toegerekend aan ontwikkelingssamenwerking (ODA). Hierdoor ontvangt VenJ in 2016 tot en met 2018 middelen van de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelsingssamenwerking.

Artikel 91 Apparaatsuitgaven kerndepartement

De apparaatsuitgaven dalen vanwege de efficiencytaakstelling die bij het regeerakkoord Rutte II is opgenomen. De hoge ontvangst in 2016 wordt veroorzaakt door de tariefsverlaging van het Rijksvastgoedbedrijf en de daarbij terugontvangen middelen.

Artikel 92 Nominaal en Onvoorzien

Artikel 92 is een verdeelartikel. Dit niet-beleidsartikel wordt uitsluitend gebruikt voor het parkeren van nog te verdelen loon- en prijsbijstellingen, het tijdelijk parkeren van andere nog te verdelen middelen en nog te verdelen taakstellingen.

Artikel 93 Geheim

De uitgaven op artikel 93 blijven stabiel.

Binnenlandse Zaken

VII Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

902,5

742,1

651,8

672,0

697,2

654,8

totaal niet-belastingontvangsten

204,1

69,9

64,9

64,7

64,7

64,4

61

Openbaar bestuur en democratie

      
 

Uitgaven

39,8

30,6

25,3

25,3

25,4

25,4

 

Ontvangsten

25,7

22,0

22,0

22,0

22,0

22,0

62

Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

      
 

Uitgaven

228,1

212,7

213,4

218,4

227,4

227,4

 

Ontvangsten

12,7

12,7

12,7

12,7

12,7

12,7

66

Dienstverlenende en innovatieve overheid

      
 

Uitgaven

184,9

161,7

88,1

90,1

90,1

90,1

 

Ontvangsten

4,9

5,4

0,5

0,4

0,4

0,4

67

Arbeidszaken overheid

      
 

Uitgaven

33,3

30,3

29,4

27,5

26,8

26,9

 

Ontvangsten

1,3

0,8

0,8

0,8

0,8

0,5

71

Centraal Apparaat

      
 

Uitgaven

415,1

305,5

294,2

292,2

282,1

283,9

 

Ontvangsten

108,5

14,1

13,9

13,8

13,8

13,8

72

Algemeen

      
 

Uitgaven

1,2

1,3

1,3

1,3

1,2

1,2

 

Ontvangsten

 

15,0

15,0

15,0

15,0

15,0

73

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

   

17,1

44,2

 

74

VUT-fonds

      
 

Ontvangsten

51,0

     

Artikel 61 Openbaar bestuur en democratie

De hogere uitgaven in 2016 en 2017 hebben voornamelijk betrekking op de kosten voor het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne in 2016, voor de monitor Sociaal Domein in 2016 en 2017 en voor de activiteiten met betrekking tot de interbestuurlijke relaties in 2016 en 2017. De ontvangsten betreffen de bijdragen van de waterschappen ten behoeve van de Waarderingskamer. Deze zijn in 2016 conform de huidige kostenverdeelsleutel. In opdracht van het bestuurlijk overleg WOZ wordt deze momenteel opnieuw bezien.

Artikel 62 Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

De operationele capaciteit van de AIVD wordt in een oplopende reeks uitgebreid ter versterking van contraterrorisme en om radicalisering tegen te kunnen gaan (Kamerstukken II, vergaderjaar 2014–2015, 29 754, nr. 302).

Artikel 66 Dienstverlenende en innovatieve overheid

Een deel van de gereserveerde middelen voor de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) is tot en met 2017 uitgekeerd aan BZK als opdrachtgever van een groot deel van de GDI-voorzieningen, waaronder eID, DigiD en MijnOverheid. Vanaf 2018 staat een deel van de middelen nog op de Aanvullende Post. De ontvangsten in 2016 en 2017 zijn afrekeningen van opdrachten (o.a. ICTU).

Artikel 67 Arbeidszaken overheid

Het budget neemt af doordat het beroep op de pensioenregelingen van (voormalige) Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen in de komende jaren afneemt.

Artikel 71 Centraal Apparaat

Vanwege de taakstelling Rijk, agentschappen en uitvoerende ZBO’s uit het Regeerakkoord Rutte-Verhagen en Rutte-Asscher nemen de uitgaven aan het Centraal Apparaat de komende jaren af. In 2016 zijn de uitgaven en ontvangsten hoger vanwege de jaarlijkse desalderingen voor de Dienstverleningsafspraken tussen de SSO’s onderling en de inkomsten van overige departementen en derden voor het gebruik van diensten van DocDirect.

Artikel 72 Algemeen

De vanaf 2017 te realiseren ontvangsten voor de GDI worden voorlopig geboekt op de begroting van BZK.

Artikel 73 Nominaal onvoorzien

De incidentele budgettaire effecten als gevolg van het wetsvoorstel Stroomlijnen invordering worden gereserveerd op de begroting. Deze middelen zijn overgeboekt van de begroting van Wonen en Rijksdienst naar de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatie op het artikel voor nominaal en onvoorzien.

Artikel 74 VUT-fonds

De liquiditeitsbehoefte van het VUT-fonds is afhankelijk van het moment dat naar verwachting gebruik wordt gemaakt van de regeling Flexibel Pensioen en Uittreden (FPU). De uitgaven en ontvangsten fluctueren met het verwachte gebruik. In 2016 lost het VUT-fonds haar lening volledig af, wat resulteert in hogere ontvangsten.

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

VIII Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

38.722,9

37.105,8

37.924,8

37.726,0

37.671,7

37.878,5

totaal niet-belastingontvangsten

1.312,5

1.341,6

1.415,7

1.466,0

1.544,6

1.611,5

1

Primair onderwijs

      
 

Uitgaven

10.275,0

10.245,6

10.205,5

10.108,9

10.036,0

9.979,2

 

Ontvangsten

16,7

8,7

17,7

8,7

8,7

8,7

3

Voortgezet onderwijs

      
 

Uitgaven

7.921,7

7.927,9

7.881,0

7.799,7

7.701,8

7.623,0

 

Ontvangsten

10,2

7,4

7,4

7,4

7,4

7,4

4

Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

      
 

Uitgaven

4.137,3

4.217,2

4.317,7

4.290,5

4.275,7

4.248,2

 

Ontvangsten

3,0

3,0

3,0

3,0

3,0

3,0

6

Hoger beroepsonderwijs

      
 

Uitgaven

2.834,6

2.811,5

2.893,5

2.875,1

2.897,1

2.985,9

 

Ontvangsten

1,5

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

7

Wetenschappelijk onderwijs

      
 

Uitgaven

4.282,5

4.262,2

4.290,8

4.296,5

4.336,1

4.423,5

 

Ontvangsten

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

8

Internationaal onderwijsbeleid

      
 

Uitgaven

13,0

10,5

10,3

9,7

9,7

9,7

 

Ontvangsten

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

9

Arbeidsmarkt en personeelsbeleid

      
 

Uitgaven

230,6

179,7

176,8

168,8

165,5

173,4

 

Ontvangsten

6,0

6,0

6,0

6,0

6,0

6,0

11

Studiefinanciering

      
 

Uitgaven

5.834,1

4.537,6

5.303,6

5.384,2

5.446,8

5.527,6

 

Ontvangsten

814,8

865,2

921,4

983,3

1.051,7

1.123,8

12

Tegemoetkoming studiekosten

      
 

Uitgaven

88,9

89,2

88,6

88,2

86,5

84,8

 

Ontvangsten

3,0

3,1

3,1

3,0

3,0

2,9

13

Lesgelden

      
 

Uitgaven

7,2

6,7

6,5

6,4

6,4

6,4

 

Ontvangsten

249,4

246,3

248,2

252,6

255,9

257,8

14

Cultuur

      
 

Uitgaven

792,8

798,0

794,8

794,2

793,4

790,7

 

Ontvangsten

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

15

Media

      
 

Uitgaven

1.019,1

962,7

976,9

973,5

987,6

990,0

 

Ontvangsten

206,5

199,5

206,5

199,5

206,5

199,5

16

Onderzoek en wetenschappen

      
 

Uitgaven

1.024,9

950,3

973,2

925,0

923,4

921,8

 

Ontvangsten

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

25

Emancipatie

      
 

Uitgaven

13,4

14,2

15,2

15,0

15,4

15,4

 

Ontvangsten

0,2

     

91

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

 

– 150,1

– 244,4

– 244,4

– 244,4

– 136,1

95

Apparaatskosten

      
 

Uitgaven

247,9

242,4

234,8

234,6

234,5

234,8

 

Ontvangsten

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

Het OCW-budget blijft de komende jaren redelijk stabiel. De uitgaven bij de onderwijsartikelen volgen in grote mate de ontwikkelingen van leerlingen- en studentenaantallen. Het lagere budget in 2017 wordt met name verklaard door een aantal grote kasschuiven bij de ov-studentenkaart. Daarnaast is per 2017 een structurele lumpsum- en subsidietaakstelling doorgevoerd ter dekking van de ruilvoetproblematiek en om de OCW-begroting sluitend te maken. Deze is naar rato over de artikelen verdeeld. Ten slotte worden er per 2017 enkele structurele ramingsbijstellingen gedaan.

Artikel 1 Primair Onderwijs

Bij het Primair onderwijs (PO) neemt het budget per saldo af. Dit wordt veroorzaakt door demografische ontwikkelingen die leiden tot een lagere instroom van leerlingen en een lagere raming van gewichtenleerlingen waardoor het budget voor de gewichtenregeling en het onderwijs achterstandenbeleid (OAB) neerwaarts wordt bijgesteld. De toevoegingen door middelen uit het Regeerakkoord Rutte II en de Begrotingsafspraken 2014 wegen hier deels tegenop.

Artikel 3 Voortgezet Onderwijs

Ook bij het Voortgezet onderwijs (VO) is per saldo sprake van een licht dalend budget. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door dalende leerlingaantallen. Daartegenover staat de toevoeging van de middelen uit de Begrotingsafspraken 2014.

Artikel 4 Beroepsonderwijs en Volwasseneducatie

Het budget van Beroepsonderwijs en Volwasseneducatie (BVE) stijgt per saldo enigszins. Wijzigingen in de budgetten zijn het gevolg van de toegevoegde middelen uit het Regeerakkoord Rutte II en veranderende studentenaantallen. Daarnaast worden er per 2018 middelen aan de begroting toegevoegd voor een uitgavenregeling op het gebied van Permanent Leren in verband met de afschaffing van de fiscale aftrekpost voor scholingsuitgaven.

Artikel 6 Hoger beroepsonderwijs en Artikel 7 Wetenschappelijk onderwijs

In het Hoger Onderwijs (HO, artikel 6 en 7) is sprake van stijgende budgetten. Dit is enerzijds het gevolg van de toegevoegde middelen uit het Regeerakkoord Rutte II. Anderzijds wordt de regeling stimulering Bèta/techniek en bekostiging van postinitiële masteropleidingen in het hbo beëindigd per 2018 en worden de budgetten naar beneden bijgesteld als gevolg van de lumpsum- en subsidietaakstelling.

Artikel 8 Internationaal onderwijsbeleid

De uitgaven aan Internationaal onderwijsbeleid zijn in 2016 hoger dan in de jaren erna in verband met het Europees voorzitterschap.

Artikel 9 Arbeidsmarkt en personeelsbeleid

Het budget voor Arbeidsmarkt en personeelsbeleid daalt in 2017 per saldo omdat middelen zijn overgeheveld naar de onderwijsartikelen ten behoeve van professionalisering van het onderwijspersoneel. Ook is er sprake van aflopende subsidies van onder andere de «impuls lerarentekorten», de regeling «versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen» en «projecten regionale arbeidsmarktproblematiek».

Artikel 11 Studiefinanciering

Het dalende budget bij Studiefinanciering wordt met name verklaard door dalende uitgaven aan de basisbeurs. Stijgende budgetten aan uitstaande leningen wegen hier deels tegenop. Het lagere budget in 2017 wordt verklaard door een kasschuif bij de ov-studentenkaart uit het jaar 2017 naar 2016 en 2018. De ontvangsten stijgen omdat er de komende jaren meer wordt afgelost. Dit wordt veroorzaakt doordat er meer wordt geleend.

Artikel 12 Tegemoetkoming studiekosten en Artikel 13 Lesgelden

De uitgaven en ontvangsten bij Tegemoetkoming studiekosten en Lesgelden wijzigen nauwelijks en volgen bij Tegemoetkoming studiekosten de leerlingenaantallen in het voortgezet onderwijs en bij Lesgelden de leerlingenaantallen in het mbo.

Artikel 14 Cultuur

Het budget voor Cultuur blijft redelijk stabiel. Dit is enerzijds het gevolg van een aflopende subsidie voor de Koninklijke Bibliotheek en dalende budgetten voor erfgoed vanaf 2017. Anderzijds worden er per 2017 middelen aan de begroting toegevoegd voor een uitgavenregeling op het gebied van monumentenbeleid in verband met de afschaffing van de fiscale aftrekpost voor monumenten.

Artikel 15

Het budget voor Media is per 2017 lager vanwege een korting uit het Regeerakkoord Rutte II. Daartegenover staat een toevoeging van middelen uit de Begrotingsafspraken 2014.

Artikel 16 Onderzoek en Wetenschappen

Het budget Onderzoek en Wetenschappen (OWB) daalt vanwege de maatregelen «schrappen subsidies» en de taakstelling «A1 Rijksoverheid» uit het Regeerakkoord Rutte II.

Artikel 25 Emancipatie

Het licht stijgende budget voor Emancipatie wordt verklaard door decentralisatie-uitkeringen voor vrouwen- en LHBTI- emancipatiebeleid vanaf 2018.

Artikel 91 Nominaal en onvoorzien

Op het artikel Nominaal en onvoorzien is sprake van een structurele ramingsbijstelling van 150 mln. vanaf 2017. Daarnaast is sprake van een incidentele ramingsbijstelling voor de jaren 2018 tot en met 2020 van 94 mln.

Artikel 95 Apparaatskosten

De Apparaatskosten nemen af als gevolg van de maatregelen uit de regeerakkoorden Rutte I en II.

Nationale Schuld

IXA Nationale Schuld (Transactiebasis)
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

9.111,7

8.452,7

7.764,3

7.110,8

6.712,5

6.858,6

totaal niet-belastingontvangsten

13.275,1

8.413,5

11.403,2

9.391,1

8.285,4

6.353,0

1

Financiering staatsschuld

      
 

Uitgaven

7.577,9

6.920,0

6.232,1

5.579,1

5.181,1

5.326,1

 

Ontvangsten

5.664,0

1.871,0

2.228,0

2.405,0

2.371,5

2.265,5

2

Kasbeheer

      
 

Uitgaven

1.533,8

1.532,7

1.532,2

1.531,6

1.531,4

1.532,5

 

Ontvangsten

7.611,1

6.542,5

9.175,2

6.986,1

5.913,9

4.087,5

Artikel 1 Financiering Staatsschuld

Dit artikel heeft betrekking op de extern gefinancierde staatsschuld. De uitgaven bestaan uit de rentelasten en aflossingen van vaste en vlottende schuld. De ontvangsten bestaan uit rentebaten en uitgifte van schuld. De hoogte van de aflossingen van de bestaande schuld liggen vast als gevolg van eerder gemaakte keuzes ten aanzien van de schuldfinanciering. De verwachte schulduitgifte is gedaald doordat de financieringsbehoefte van het Rijk is afgenomen.

Artikel 2 Kasbeheer

Op dit artikel staan de geldstromen die betrekking hebben op het schatkistbankieren van aan de schatkist gelieerde instellingen. De uitgaven bestaan enerzijds uit de rentevergoeding over de saldi die in de schatkist worden aangehouden door baten-lastendiensten, RWT’s (Rechtspersoon met een Wettelijke Taak) en sociale fondsen. Anderzijds bestaan de uitgaven uit verstrekte leningen aan baten-lastendiensten en RWT’s en, in sommige jaren, uit een afname van het rekening-couranttegoed van deze instellingen of van de sociale fondsen. De ontvangsten bestaan uit rentebaten en aflossingen op leningen door deelnemers aan het schatkistbankieren, alsmede toenemende rekening-courant saldi. De schommelingen van de ontvangsten op dit artikel worden veroorzaakt door fluctuerende aflossingen van uitgezette leningen in het kader van het geïntegreerd middelenbeheer en met name bij de ramingen van de rekening-courant saldi van de sociale fondsen.

Financiën

IXB Financien
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

9.240,5

6.544,6

6.554,9

6.397,1

6.002,8

5.960,1

totaal niet-belastingontvangsten

7.527,8

2.525,0

2.490,7

2.487,1

2.436,8

2.542,9

1

Belastingen

      
 

Uitgaven

3.393,6

2.922,9

2.750,2

2.645,1

2.587,1

2.573,8

 

Ontvangsten

842,0

879,2

887,9

906,0

893,7

891,7

2

Financiele Markten

      
 

Uitgaven

23,9

21,3

21,5

21,3

21,3

21,3

 

Ontvangsten

50,4

13,9

13,0

11,0

11,0

11,0

3

Financ. act. Publiek-Private sector

      
 

Uitgaven

2.436,2

169,5

369,5

299,5

17,9

14,7

 

Ontvangsten

6.327,4

1.316,6

1.262,7

1.252,7

1.230,0

1.479,9

4

Internationale Fin. Betrekkingen

      
 

Uitgaven

76,1

100,7

75,1

66,1

24,2

10,2

 

Ontvangsten

7,0

3,8

3,8

7,0

12,3

18,1

5

Exportkrediet- en investeringsverzekering

      
 

Uitgaven

88,1

88,1

88,1

88,1

88,1

88,1

 

Ontvangsten

247,0

257,1

269,2

256,2

235,6

88,1

6

BTW-Compensatiefonds

      
 

Uitgaven

2.922,9

2.922,9

2.922,9

2.922,9

2.922,9

2.922,9

7

Beheer materiele activa

      
 

Uitgaven

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

 

Ontvangsten

1,8

1,8

1,8

1,8

1,8

1,8

10

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

56,3

90,7

99,6

126,1

113,5

101,0

21

Centraal Apparaat

      
 

Uitgaven

243,1

228,1

227,6

227,7

227,5

227,7

 

Ontvangsten

52,2

52,6

52,4

52,4

52,4

52,4

Artikel 1 Belastingen

De dalende trend in de uitgaven bij de Belastingdienst is het gevolg van taakstellingen op het apparaat van de Belastingdienst uit de regeerakkoorden Rutte I en II en besparingen in het kader van de Investeringsagenda. De oploop in de ontvangsten is het gevolg van ramingsbijstellingen op de niet-belastingontvangsten. De raming van de Belasting- en Invorderingsrente (BIR) heeft vanwege een verhoogd tarief van de belasting- en invorderingsrente een opwaartse oploop.

Artikel 2 Financiële Markten

De hogere uitgaven in 2016 worden veroorzaakt door incidentele extra kosten voor het CDFD in verband met een piek in het aantal afgenomen examens. Deze piek leidt ook tot hogere ontvangsten in 2016. De overige ontvangsten in 2016 worden verklaard door de schuldconversie van KNM en de opbrengsten uit verbeurde dwangsommen en opgelegde bestuurlijke boetes door de toezichthouders (AFM en DNB) aan onder toezicht staande financiële instellingen uit de financiële sector. Deze opbrengsten komen voor een deel (surplus boven de 2,5 mln.) ten gunste van de Staat (TK 33957–19).

Artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector

De hogere uitgaven en ontvangsten in 2016 worden veroorzaakt door de overdracht van schuldtitels van Propertize en de verkoopopbrengst van de aandelen van Propertize. De Staat neemt de uitstaande staatsgegarandeerde schuld van Propertize met een waarde van 2,35 mld. over. De koper stort via Propertize eenzelfde bedrag bij de Staat, vermeerderd met de opgelopen rente. In 2017, 2018 en 2019 zijn er hogere uitgaven door een kapitaalinjectie aan TenneT. Eind 2015 heeft TenneT de Staat als enig aandeelhouder verzocht om extra kapitaal ter beschikking te stellen om de wettelijk verplichte investeringen in het Nederlandse net te realiseren. Vanaf 2017 zal TenneT 780 mln. ontvangen, verspreid over drie jaren. Deze financiële transactie is niet relevant voor het EMU-saldo en het uitgavenkader. De hogere ontvangst in 2016 wordt verklaard door de verkoop van ASR. De opbrengst van de eerste tranche van de beursgang van ASR is 1.057 mln. De ontvangsten lopen de komende jaren af door een lagere winstafdracht van DNB en minder dividendontvangsten van financiële instellingen.

Artikel 4 Internationale Financiële betrekkingen

Vanwege de voorgenomen deelname als Founding Member aan de nieuwe Aziatische investeringsbank (AIIB) zijn de uitgaven hoger. In 2016 worden twee termijnen betaalt, in de jaren 2017–2019 wordt telkens één termijn betaalt. Daarnaast dalen de winsten van de SMP-leningen, waardoor er ook minder hoeft te worden doorgegeven aan Griekenland. De terugloop in de uitgavenreeks wordt verder verklaard door een vooruitbetaling van de Nederlandse contributiebijdrage aan de Wereldbank voor 2017 (IDA17) die vooruit wordt betaald in 2016 ter optimalisatie van het kasritme van de Staat. De ontvangstenraming kent vanaf 2019 een oploop vanwege verwachte hogere rente-opbrengsten op de leningen aan Griekenland.

Artikel 5 Exportkrediet- en investeringsverzekering

De hoogte van de ontvangsten met betrekking tot de exportkredietverzekering (EKV) worden voornamelijk bepaald door de terugbetaling van Argentinië, naar aanleiding van het schuldenakkoord met de Club van Parijs (Zie ook Kamerbrief 2013–2014, 33 750 IX, nr. 29). In 2020 wordt de laatste terugbetaling verwacht.

Artikel 6 BTW-compensatiefonds

Op dit artikel wordt het BTW-compensatiefonds (BCF) verantwoord. Het BCF wordt uit het gemeente- en provinciefonds gefinancierd. De meerjarige raming is gebaseerd op realisatiecijfers over 2015. De uitgaven aan het BCF zijn stabiel de komende jaren, het gemeente- en provinciefonds fungeren als ventiel bij een onder- of overschrijding. Een onder- of overschrijding komt ten laste of ten gunste van het gemeente- en provinciefonds.

Artikel 7 Beheer materiële activa

De uitgaven en ontvangsten op dit artikel betreffen sinds de overheveling van het RVOB naar het Ministerie van BZK in 2013 alleen nog de programmamiddelen van Domeinen Roerende Zaken. De raming voor de komende jaren is stabiel.

Artikel 10 Nominaal en onvoorzien

Vanaf 2017 zijn op dit artikel de kosten opgenomen voor het werkbedrijf «Switch» van de Belastingdienst. Het budget voor «Switch» neemt toe tot en met 2019 en daalt in de jaren hierna tot nihil. De schuldconversie van de Koninklijke Nederlandse Munt is gedekt met onbestemde middelen op nominaal en onvoorzien. Verder staan er middelen gereserveerd voor mogelijke tegenvallers op de ontvangsten van de BIR. Op basis van de realisaties is te zien dat met name bij VPB een flink gedragseffect optreedt. Het gevolg hiervan is dat belastingplichtigen eerder aan hun verplichtingen voldoen en er dus minder ontvangsten in het kader van de BIR worden gerealiseerd.

Artikel 21 Centraal Apparaat

De dalende trend in de uitgaven op dit artikel wordt voornamelijk veroorzaakt door taakstellingen op het apparaat van het Ministerie van Financiën.

Defensie

X Defensie
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

8.062,5

8.347,0

8.470,5

8.550,4

8.527,1

8.387,3

totaal niet-belastingontvangsten

267,1

366,7

372,8

299,4

261,0

262,0

1

Opdracht Inzet

      
 

Uitgaven

3,3

3,1

3,1

3,1

3,1

3,1

2

Taakuitvoering Zeestrijdkrachten

      
 

Uitgaven

728,3

721,5

716,7

727,6

733,9

736,9

 

Ontvangsten

15,6

16,2

16,2

16,2

16,2

16,2

3

Taakuitvoering Landstrijdkrachten

      
 

Uitgaven

1.214,3

1.251,3

1.263,7

1.273,9

1.288,1

1.299,9

 

Ontvangsten

19,5

11,5

11,5

11,5

11,5

11,5

4

Taakuitvoering Luchtstrijdkrachten

      
 

Uitgaven

672,9

681,7

695,3

688,4

692,8

695,4

 

Ontvangsten

13,2

12,3

12,3

12,3

12,3

12,3

5

Taakuitvoering Koninklijke Marechaussee

      
 

Uitgaven

352,6

338,8

335,2

337,0

336,9

337,3

 

Ontvangsten

4,4

4,6

4,6

4,6

4,6

4,6

6

Investeringen Krijgsmacht

      
 

Uitgaven

1.372,8

1.640,5

1.792,5

1.956,7

1.846,2

1.681,3

 

Ontvangsten

77,9

161,8

173,6

116,7

77,0

69,2

7

Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Org

      
 

Uitgaven

781,9

830,3

832,4

834,8

863,1

869,8

 

Ontvangsten

42,9

43,4

43,4

43,4

43,4

43,4

8

Ondersteuning krijgsmacht door Cdo Dienstencentra

      
 

Uitgaven

1.151,8

1.145,5

1.120,2

1.101,8

1.114,0

1.102,5

 

Ontvangsten

58,3

75,9

73,8

69,7

69,5

69,5

9

Algemeen

      
 

Uitgaven

106,9

95,7

96,6

96,3

96,0

96,5

10

Centraal apparaat

      
 

Uitgaven

1.621,7

1.580,7

1.542,0

1.498,9

1.491,0

1.507,9

 

Ontvangsten

35,2

41,1

37,4

25,0

26,5

35,3

11

Geheime uitgaven

      
 

Uitgaven

5,4

5,4

5,4

5,4

5,4

5,4

12

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

50,6

52,4

67,4

26,6

56,8

51,3

91

Centraal apparaat

      
 

Uitgaven

      

Het meerjarige verloop van de totale uitgaven wordt verklaard door de doorwerking van de maatregelen uit de nota In het belang van Nederland, het Regeerakkoord, de extra middelen die zijn toegevoegd bij verschillende begrotingsonderhandelingen, maatregelen ter versterking van de veiligheidsketen en het pakket ter versterking van de basisgereedheid van de krijgsmacht

Het meerjarige verloop van de totale niet-belastingontvangsten wordt verklaard door de uitfasering van de verkoopopbrengsten als gevolg van de maatregelen die Defensie in de voorgaande jaren heeft genomen aangevuld met het afstoten van overtollig materieel en onroerend goed.

Hieronder worden per artikel de belangrijkste ontwikkelingen besproken. In de begroting zelf is een uitputtende opsomming van de effecten van de maatregelen op alle artikelen opgenomen.

Artikel 1 Opdracht Inzet

Op dit artikel wordt de inzet van de krijgsmacht begroot. Dit betreft de bijdragen van Defensie aan crisisbeheersingsoperaties, contributies aan door de leden gemeenschappelijk gefinancierde (common funded) Navo- en EU-operaties, inzet voor nationale en koninkrijkstaken en overige inzet. De hogere uitgavenruimte op dit artikel in 2017 volgt uit de doorwerking van hogere ontvangsten in verband met Navo-missies.

Artikel 2 Taakuitvoering Zeestrijdkrachten

Op dit artikel lopen de uitgaven eerst terug en daarna op. Het teruglopen wordt verklaard door de maatregelen uit de nota In het belang van Nederland. Het kabinet heeft in verschillende stappen middelen toegevoegd aan de Defensiebegroting. De uitgaven lopen daarom weer op.

Artikel 3 Taakuitvoering Landstrijdkrachten

Dit artikel laat een wisselend verloop van de uitgaven zien. Dit wordt enerzijds verklaard door de maatregelen uit de nota In het belang van Nederland. Anderzijds doordat dit kabinet in verschillende stappen middelen heeft toegevoegd aan de Defensiebegroting.

Artikel 4 Taakuitvoering Luchtstrijdkrachten

Dit artikel laat een wisselend verloop van de uitgaven zien. Dit wordt enerzijds verklaard door de maatregelen uit de nota In het belang van Nederland. Anderzijds doordat dit kabinet in verschillende stappen middelen heeft toegevoegd aan de Defensiebegroting.

Artikel 5 Taakuitvoering Koninklijke Marechaussee

Het verloop op dit artikel hangt samen met de versterkende maatregelen in de veiligheidsketen die in 2015 zijn ingezet en die een structureel verhoogde inzet van de Koninklijke Marechaussee vragen.

Artikel 6 Investeringen Krijgsmacht

Het verloop van dit artikel wordt verklaard doordat maatregelen uit de nota In het belang van Nederland structureel hun beslag krijgen. Daarnaast zorgen achtereenvolgens de extra middelen uit de begrotingsonderhandelingen 2014 en 2015 voor een oploop. Herijkingen van de investeringsplannen zorgen daarnaast voor een verschuiving van het budget naar latere jaren.

Artikel 7 Defensie Materieel Organisatie

Het verloop van de uitgaven op dit artikel hangt samen met de herschikking tussen exploitatie en instandhouding van wapensysteem gerelateerde budgetten naar aanleiding van materieel verwervingsprojecten.

Artikel 8 Commando Dienstencentra

Het verloop op dit artikel hangt samen met de eerder getroffen maatregelen op het personeelslogistieke domein.

Artikel 9 Algemeen

De uitgaven op dit artikel betreffen het exploitatiedeel van de bijdragen aan de NAVO, verschillende subsidies en overige (departementsbrede) uitgaven. De piek in 2016 wordt veroorzaakt door de uitgaven ten behoeve van het EU voorzitterschap.

Artikel 10 Centraal Apparaat

Dit artikel toont de apparaatskosten van de bestuursstaf en de MIVD en de defensiebrede pensioenen, uitkeringen en wachtgelden. De fluctuatie in de budgetten wordt met name veroorzaakt door fluctuatie in de ramingen van pensioenen, uitkeringen en wachtgelden.

Artikel 12 Nominaal en Onvoorzien

De stand op dit artikel betreft het restsaldo van de nog niet uitgedeelde meerjarige loon- en prijsbijstelling.

Infrastructuur en Milieu

XII Infrastructuur en Milieu
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

8.003,4

7.971,4

8.320,4

8.429,0

8.571,6

8.776,9

totaal niet-belastingontvangsten

246,0

244,3

240,7

240,7

240,7

240,7

11

Integraal waterbeleid

      
 

Uitgaven

37,0

44,9

30,2

30,4

30,4

30,7

 

Ontvangsten

 

3,0

    

13

Ruimtelijke Ontwikkeling

      
 

Uitgaven

118,3

102,3

98,9

90,6

98,3

186,5

 

Ontvangsten

9,0

3,8

3,8

3,8

3,8

3,8

14

Wegen en verkeersveiligheid

      
 

Uitgaven

35,7

34,4

28,4

27,5

27,7

29,2

 

Ontvangsten

6,8

6,8

6,8

6,8

6,8

6,8

15

OV-keten

      
 

Uitgaven

5,6

     
 

Ontvangsten

6,2

     

16

Openbaar vervoer en spoor

      
 

Uitgaven

26,7

32,9

12,2

13,1

13,6

14,1

17

Luchtvaart

      
 

Uitgaven

27,0

12,7

11,9

11,8

9,7

7,3

 

Ontvangsten

10,3

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

18

Scheepvaart en havens

      
 

Uitgaven

25,3

26,7

16,2

13,1

10,2

3,7

19

Klimaat

      
 

Uitgaven

65,4

54,9

52,6

50,2

49,1

49,0

 

Ontvangsten

189,6

224,0

224,0

224,0

224,0

224,0

20

Lucht en geluid

      
 

Uitgaven

30,1

30,4

43,5

31,5

31,5

31,5

21

Duurzaamheid

      
 

Uitgaven

20,8

20,9

20,7

18,2

18,7

19,0

 

Ontvangsten

2,2

     

22

Omgevingsveiligheid en milieurisico's

      
 

Uitgaven

36,0

33,8

51,1

55,4

62,7

63,2

 

Ontvangsten

2,1

0,7

0,2

0,2

0,2

0,2

23

Meteorologie, seismologie en aardobservatie

      
 

Uitgaven

34,0

40,9

43,9

47,9

37,4

37,4

24

Handhaving en toezicht

      
 

Uitgaven

119,0

109,6

106,8

106,8

106,8

106,8

25

Bijdrage BDU

      
 

Uitgaven

893,9

888,3

866,8

866,8

865,3

854,7

26

Bijdrage investeringsfondsen

      
 

Uitgaven

6.085,4

6.168,3

6.598,0

6.732,3

6.880,4

7.013,5

97

Algemeen departement

      
 

Uitgaven

103,8

50,5

50,8

50,2

49,9

49,8

 

Ontvangsten

2,0

2,2

2,0

2,0

2,0

2,0

98

Apparaatsuitgaven Kerndepartement

      
 

Uitgaven

339,2

319,9

288,4

283,3

279,5

279,9

 

Ontvangsten

17,9

3,5

3,5

3,5

3,5

3,5

99

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

0,1

0,0

0,1

0,0

0,6

0,5

Artikel 11 Integraal waterbeleid

De toename van de uitgaven in 2017 komt doordat het project versterking icoonwaarde Afsluitdijk in dat jaar zal worden uitgevoerd. Er zijn ontvangsten in 2017, omdat het Ministerie van OCW en het Deltafonds een financiële bijdrage leveren aan dit project. De structureel lagere stand vanaf 2018 t.o.v. 2016 is onder andere het gevolg van een lagere bijdrage aan RWS voor opdrachten rond algemeen waterbeleid en het aflopen van de bijdrage van IenM aan medeoverheden voor het Synergieprogramma Kaderrichtlijn Water.

Artikel 13 Ruimtelijke Ontwikkeling

De terugloop aan middelen in de jaren 2016 tot en met 2020 wordt grotendeels veroorzaakt door meerjarige budgetoverboekingen naar BZK voor uitkeringen aan Gemeenten en Provincies in het kader van het Bodemconvenant 2016–2020, alsmede door een kasschuif tussen 2016 en latere jaren voor het Meerjarenprogramma Bodem. Deze schuif stemt budgetten en planning beter op elkaar af. Omdat het Bodemconvenant afloopt in 2020, wordt het budget vanaf 2021 weer teruggeboekt naar de begroting van IenM. Dit verklaart de hogere stand in 2021 op dit artikel.

Artikel 14 Wegen en verkeersveiligheid

De daling na 2017 is het gevolg van het aflopen van projecten binnen het programma Beter Benutten.

Artikel 15 OV-keten

De reeks is na begrotingsjaar 2016 overgeboekt naar artikel 16, omdat artikel 15 vanaf begrotingsjaar 2017 wordt samengevoegd met artikel 16 Spoor tot het nieuwe artikel 16 Openbaar vervoer en spoor.

Artikel 16 Openbaar vervoer en spoor

Het budget stijgt in 2017 als gevolg van de artikelsamenvoeging met artikel 15 OV-keten. Vanaf 2018 daalt per saldo de omvang van dit artikel, doordat de subsidieregelingen Bodemsanering NS en Beheersing GSM-R interferentie stoppen in respectievelijk 2017 en 2018. GSM-R is een radiosysteem dat wordt gebruikt in treinen. De subsidieregeling is een tegemoetkoming in de kosten die spoorvervoerders moeten maken voor de aanpassing of vervanging van aanwezige GSM-R-treinradio’s.

Artikel 17 Luchtvaart

De daling van de uitgaven op dit artikel na 2016 is het gevolg van het aflopen van de bijdrage aan RWS voor de uitvoering van de masterplannen luchthavens Caribisch Nederland. De daling van de ontvangsten vanaf 2017 is het gevolg van het stopzetten van de GIS-heffing voor luchtvaartmaatschappijen. Het Geluidsisolatieprogramma Schiphol (GIS 3) loopt de komende jaren af en de hieraan gekoppelde heffing wordt stopgezet.

Artikel 18 Scheepvaart en havens

De hogere budgetten in 2016 en 2017 zijn het gevolg van de extra middelen die in deze jaren beschikbaar zijn gemaakt voor activiteiten en subsidies in het kader van het meerjarenprogramma van de Topsector Logistiek. Dit meerjarenprogramma loopt af in 2020. Dit verklaart de daling van de budgetten in 2021.

Artikel 19 Klimaat

Het hogere budget in 2016 en 2017 is het gevolg van herschikking van budgetten binnen de begroting voor het bereiken van de doelstellingen uit het Energieakkoord en het uitvoeren van extra maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan. Daarnaast is er sprake van extra inzet voor de programma’s Partnership for Market Readiness (PMR) en Carbon Pricing Leadership Coalition (CPLC).

Artikel 20 Lucht en geluid

De piek in 2018 wordt veroorzaakt doordat de financiële afwikkeling en nabetaling in het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit in dat jaar is voorzien.

Artikel 21 Duurzaamheid

De daling na 2018 is het gevolg van een beperkte afname van het opdrachtenbudget voor duurzame productketens.

Artikel 22 Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s

De verhoging vanaf 2017 is het gevolg van extra uitgaven in het kader van de Impuls omgevingsveiligheid (IOV) en van aanvullend budget voor de financiering van het in te stellen verbod op asbestdaken.

Artikel 23 Meteorologie, seismologie en aardobservatie

De daling van de budgetten vanaf 2020 is het gevolg van de lagere contributie van het KNMI aan EUMETSAT, het Europese programma voor aardobservatie.

Artikel 24 Handhaving en toezicht

De uitgaven zijn in 2016 hoger dan daarna. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door een bijdrage van IenM aan de Inspectie voor Leefomgeving en Transport voor met name ICT.

Artikel 25 Bijdrage BDU

De budgetten van de Brede Doeluitkering zijn in de jaren 2016 en 2017 hoger dan daarna. Dit komt door overboekingen uit het Infrastructuurfonds voor het programma Beter Benutten in 2016 en voor de realisatie van een fietsenstalling bij Amsterdam CS in 2017.

Artikel 26 Bijdrage investeringsfondsen

De ontwikkeling van dit artikel wordt toegelicht in de horizontale toelichting van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds.

Artikel 97 Algemeen departement

Op het artikel 97 worden diverse IenM-brede programma uitgaven verantwoord. Dit betreft onder andere de uitgaven van IenM voor het onderhoud, exploitatie en aanschaf van het regeringsvliegtuig. In de brief (Kamerstukken II, 2015–2016, 33 400, nr. 79) van 8 juli 2016 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de aanschaf van een vervangend Regeringsvliegtuig. De kosten daarvan liggen naar verwachting in de range van 50 à 90 mln. Ter dekking hiervan heeft het kabinet als eerste stap 40 mln. toegevoegd aan de begroting van IenM. Dit verklaart de hogere begrotingsstand in 2016 t.o.v. de andere jaren op dit artikel.

Artikel 98 Apparaatsuitgaven kerndepartement

De uitgaven aan apparaat nemen af als gevolg van verschillende taakstellingen (Rutte I, Rutte II en de inkooptaakstelling uit de Begrotingsafspraken 2014).

Economische Zaken

XIII Economische Zaken
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

5.183,6

4.894,1

5.058,0

5.630,1

6.290,8

6.198,8

totaal niet-belastingontvangsten

3.512,4

3.770,9

4.044,9

4.690,2

5.259,5

5.161,7

1

Goed functionerende economie en markten

      
 

Uitgaven

 

183,1

176,0

174,9

174,6

174,4

 

Ontvangsten

 

30,9

30,9

30,9

30,9

30,9

2

Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

      
 

Uitgaven

 

812,2

787,2

784,2

786,0

780,3

 

Ontvangsten

 

114,3

111,0

112,9

110,8

111,6

3

Toekomstfonds

      
 

Uitgaven

 

145,1

178,9

157,7

164,9

173,4

 

Ontvangsten

 

36,4

40,6

42,6

47,6

56,6

4

Een doelmatige en duurzame energievoorziening

      
 

Uitgaven

 

1.900,7

2.176,4

2.790,7

3.466,1

3.381,7

 

Ontvangsten

 

3.426,7

3.718,2

4.379,2

4.952,2

4.846,5

5

Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen

      
 

Uitgaven

 

77,6

22,4

21,6

19,9

14,9

6

Een concurr., duurz.en veilige agro-, viss.- en voedeselket.

      
 

Uitgaven

 

514,8

496,3

481,8

475,5

476,2

 

Ontvangsten

 

57,4

49,8

47,6

47,4

47,4

7

Groen onderwijs van hoge kwaliteit

      
 

Uitgaven

 

803,2

783,1

770,6

760,2

755,3

 

Ontvangsten

 

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

8

Natuur en biodiversiteit

      
 

Uitgaven

 

124,5

115,1

119,8

120,0

120,0

 

Ontvangsten

 

69,3

56,4

39,1

32,7

30,8

11

Goed functionerende economie en markten

      
 

Uitgaven

191,5

     
 

Ontvangsten

115,3

     

12

Een sterk innovatievermogen

      
 

Uitgaven

524,8

     
 

Ontvangsten

50,8

     

13

Een excellent ondernemingsklimaat

      
 

Uitgaven

274,9

     
 

Ontvangsten

61,9

     

14

Een doelmatige en duurzame energievoorziening

      
 

Uitgaven

1.872,7

     
 

Ontvangsten

2.942,6

     

15

Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen

      
 

Uitgaven

116,6

     

16

Een concurr., duurz.en veilige agro-, viss.- en voedeselket.

      
 

Uitgaven

545,1

     
 

Ontvangsten

57,6

     

17

Groen onderwijs van hoge kwaliteit

      
 

Uitgaven

812,9

     
 

Ontvangsten

0,1

     

18

Natuur, regio en ruimte

      
 

Uitgaven

189,0

     
 

Ontvangsten

120,8

     

19

Toekomstfonds

      
 

Uitgaven

250,8

     
 

Ontvangsten

129,3

     

40

Apparaat

      
 

Uitgaven

405,3

332,8

322,7

328,8

323,5

322,6

 

Ontvangsten

34,1

35,8

37,8

37,8

37,8

37,8

41

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

      

De begroting van EZ heeft met ingang van 2017 een nieuwe artikelindeling:

Was (Begroting 2016)

Wordt (Begroting 2017)

11. Goed functionerende economie en markten

1. Goed functionerende economie en markten

12. Een sterk innovatievermogen /

13. Een excellent ondernemingsklimaat/

18. Regiodeel

2. Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

19. Toekomstfonds

3. Toekomstfonds

14. Een doelmatige en duurzame energievoorziening

4. Een doelmatige en duurzame energievoorziening

15. Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen (vanaf 1e suppletoire begroting 2016)

5. Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen

16. Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens

6. Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens

17. Groen onderwijs van hoge kwaliteit

7. Groen onderwijs van hoge kwaliteit

18. Natuur (exclusief Regio)

8. Natuur en biodiversiteit

40. Apparaat

40. Apparaat

41. Nominaal en Onvoorzien

41. Nominaal en Onvoorzien

Artikel 1 Goed functionerende economie en markten

De uitgaven op dit artikel hebben met name betrekking op de financiering van het CBS, Agentschap Telecom en bijdragen in het kader van de Metrologiewet. Het dalende verloop van de uitgaven wordt veroorzaakt door invulling van de taakstelling op de Rijksoverheid (inclusief ZBO’s) op voornoemde organisaties. De ontvangsten op artikel 1 vloeien voornamelijk voort uit boetes die door de Autoriteit Consument en Markt en Agentschap Telecom worden geïnd en ontvangsten uit hoofde van uitgifte van radio- en mobiele communicatiefrequenties. De opbrengsten van de verlenging van de 2.100 MHz vergunning à 70,9 mln. veroorzaken de hoge inkomsten in 2016.

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

De uitgaven op dit artikel zijn met name bedoeld voor bijdragen aan (inter)nationale organisaties, bijdragen aan TNO en de KVK en subsidies voor innovatie en regionale ontwikkeling. De dalende uitgavenreeks wordt met name verklaard doordat de uitfinanciering van beëindigde subsidies/regelingen afloopt en de mede daarmee verband houdende afnemende bijdrage aan RVO.nl als gevolg van de krimp in het opdrachtenpakket. De ontvangsten zijn met name afkomstig vanuit de garantie BMKB en Garantie Ondernemersfinanciering, de Rijksoctrooiwet en de luchtvaartkredietregeling.

Artikel 3 Toekomstfonds

De uitgaven van het Toekomstfonds zijn in 2016 hoger dan in de daaropvolgende jaren doordat ondermeer het geld dat niet in 2015 is uitgegeven aan fundamenteel en toegepast onderzoek en de regionale ontwikkelingsmaatschappijen is doorgeschoven naar 2016 (i.v.m. 100% eindejaarsmarge op het Toekomstfonds blijven in enig jaar niet bestede middelen ook in een volgend jaar beschikbaar). De kasmiddelen voor fundamenteel en toegepast onderzoek worden in het verwachte kasritme verspreid over de jaren 2018 t/m 2021. De ontvangsten zijn in 2016 hoger door de verkoop van een deel van de aandelen in regionale ontwikkelingsmaatschappijen en daarnaast door dividendontvangsten.

Artikel 4 Een doelmatige en duurzame energievoorziening

De uitgaven op dit artikel stijgen door de oplopende uitgaven aan de SDE+-regeling (Stimulering Duurzame Energieproductie+). Deze uitgaven stijgen doordat in het Energieakkoord voor duurzame energie is afgesproken dat Nederland in 2020 een aandeel van 14% hernieuwbare energieproductie heeft (en in 2023 16%). De totale ontvangsten op artikel 14 worden voornamelijk bepaald door de aardgasbaten en de ODE (Opslag Duurzame Energie). De aardgasbaten zijn gemiddeld 2,5 mld. De ODE – waarmee de uitgaven aan de SDE+ worden gefinancierd – stijgt van 0,5 mld. in 2016 naar 2,3 mld. in 2020 in verband met toenemende uitgaven aan de SDE+ zoals vastgelegd in het Energieakkoord.

Artikel 5 Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen

Voor de aanpak van de aardbevingsproblematiek als gevolg van de gaswinning in de provincie Groningen is een meerjarenprogramma opgezet dat tot doel heeft te voorzien in een duurzame versterking van de leefbaarheid en het economisch perspectief in de provincie Groningen. Voor dit doel wordt in totaal 244,2 mln. uit de gasbaten beschikbaar gesteld voor uitvoering van het meerjarenprogramma in de jaren 2016 tot en met 2024. Dit geld zal in aanvulling op de 1,2 mld. uit het bestuurlijk akkoord worden ingezet voor Groningen samenhangend met aardbevingen.

Artikel 6 Een concurrerende, duurzame en veilige agro-, visserij en voedselketen

De uitgaven op dit artikel dalen onder andere door een kasschuif naar voren van de Investeringsregeling Milieuvriendelijke maatregelen en het aflopen van de regeling fijnstofmaatregelen en de investeringsregeling Duurzame stallen. Verder daalt de bijdrage aan RVO.nl. Doordat de onttrekkingen uit de begrotingsreserves afnemen (er wordt minder geld uit de reserve gehaald en toegevoegd aan de begroting van artikel 6) dalen de ontvangsten.

Artikel 7 Groen onderwijs van hoge kwaliteit

Het budget van dit artikel is bestemd voor onderwijs en de toepassing van kennis in het groene domein. De oorzaken van de daling in de uitgaven zijn het gevolg van dalende subsidies en wijzigingen in het aantal leerlingen.

Artikel 8 Natuur en biodiversiteit

Op dit artikel staan de uitgaven voor natuur en beleid op het gebied van biodiversiteit. De uitgaven gaan met name naar Staatsbosbeheer, RVO.nl en rente en aflossingen voor bestaande leningen. De ontvangsten zijn voor een groot deel afkomstig van de landinrichtingsrente. Door de afnemende verkoop van gronden dalen de totale ontvangsten.

Artikel 40 Apparaat

De daling van de uitgaven op dit artikel zijn met name het gevolg van de taakstellingen op personeel en materieel.

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

XV Sociale Zaken en Werkgelegenheid
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

31.856,4

33.601,5

34.236,5

34.663,3

34.660,7

34.728,6

totaal niet-belastingontvangsten

1.884,9

1.768,3

1.782,2

1.796,5

1.812,5

1.792,2

1

Arbeidsmarkt

      
 

Uitgaven

22,8

16,0

20,8

20,3

20,5

20,5

 

Ontvangsten

24,0

24,0

24,0

24,0

24,0

24,0

2

Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet

      
 

Uitgaven

6.708,7

6.802,1

6.980,6

7.068,2

7.113,1

7.179,7

 

Ontvangsten

36,9

2,6

2,6

2,6

  

3

Arbeidsongeschiktheid

      
 

Uitgaven

0,8

0,8

0,8

0,8

0,9

0,9

4

Jonggehandicapten

      
 

Uitgaven

3.254,2

3.239,8

3.213,5

3.259,3

3.292,8

3.328,0

5

Werkloosheid

      
 

Uitgaven

56,3

190,3

66,1

68,2

90,2

112,9

6

Ziekte en zwangerschap

      
 

Uitgaven

7,3

7,4

7,5

7,6

7,8

8,0

 

Ontvangsten

0,4

     

7

Kinderopvang

      
 

Uitgaven

2.441,2

2.598,0

2.710,9

2.750,5

2.778,1

2.802,6

 

Ontvangsten

1.495,0

1.426,5

1.424,8

1.417,9

1.429,0

1.431,6

8

Oudedagsvoorziening

      
 

Uitgaven

24,3

24,9

23,9

25,0

25,0

26,0

 

Ontvangsten

2,1

     

9

Nabestaanden

      
 

Uitgaven

1,2

1,3

1,3

1,3

1,4

1,4

10

Tegemoetkoming ouders

      
 

Uitgaven

5.471,0

5.560,6

5.533,1

5.505,6

5.475,9

5.452,6

 

Ontvangsten

294,2

285,8

288,3

290,2

298,4

273,0

11

Uitvoeringskosten

      
 

Uitgaven

436,1

434,5

388,3

350,7

335,8

336,5

 

Ontvangsten

16,3

     

12

Rijksbijdragen

      
 

Uitgaven

12.806,3

13.957,9

14.027,1

13.904,8

13.888,2

13.877,6

13

Integratie en maatschappelijke samenhang

      
 

Uitgaven

280,6

323,4

307,5

240,9

205,9

176,1

 

Ontvangsten

0,8

0,6

0,2

   

96

Apparaat

      
 

Uitgaven

270,0

277,9

279,4

295,7

293,7

295,4

 

Ontvangsten

15,2

28,8

42,3

61,8

61,1

63,6

98

Algemeen

      
 

Uitgaven

39,9

37,7

31,7

37,7

34,3

32,7

99

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

35,8

128,9

643,8

1.126,6

1.097,1

1.077,7

Artikel 2 Bijstand, Participatiewet, Toeslagenwet

De uitgaven op artikel 2 lopen op, met name als gevolg van een oplopend macrobudget participatiewet. Deze oploop hangt samen met de invoering van een aantal wetswijzigingen vanaf 2015 (zoals de Participatiewet) en het extra beroep op de bijstand als gevolg van de verhoogde asielinstroom. Daarnaast nemen ook de uitgaven voor de inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) de komende jaren toe. Dit wordt verklaard door de verhoging van de AOW-leeftijd, waardoor mensen langer in de IOAW zitten. Daarnaast volgt de IOAW-instroom met vertraging de conjunctuur. Het grootste deel van de IOAW-instroom is immers eerst 3 jaar WW-gerechtigd geweest. De TW-uitgaven hangen samen met de volumeontwikkelingen in de moederwetten. De TW-uitgaven nemen de komende jaren af, omdat alle moederwetten behalve de WIA naar verwachting meerjarig een dalend verloop vertonen.

Artikel 4 Jonggehandicapten

Vanaf 2015 is de Wajong alleen nog toegankelijk voor personen die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. Hierdoor is de instroom sterk gedaald en sinds 2015 kleiner dan de uitstroom. Dit zet zich naar verwachting door in 2017, waardoor het volume van 2016 op 2017 daalt. Desondanks stijgen de verwachte uitgaven, doordat de gemiddelde uitkering sterker stijgt dan de daling in volume. De nieuwe instroom heeft duurzaam geen arbeidsmogelijkheden en zal daarom een volledige uitkering ontvangen, terwijl van de personen die uitstromen een deel slechts een gedeeltelijke uitkering heeft, omdat zij wel werken. De gemiddelde leeftijd van de Wajongers neemt toe, waardoor het percentage Wajongers dat een uitkering krijgt gebaseerd op het minimumjeugdloon afneemt. Het aantal mensen dat op grond van de studieregeling nog een uitkering van 25% van het wettelijk minimumloon ontvangt neemt af.

Artikel 7 Kinderopvang

In 2017 is de kinderopvangtoeslag structureel met 200 mln. verhoogd. Daarnaast leidt de wet harmonisatie peuterspeelzaalwerk en kinderopvang per 2018 tot extra uitgaven. Door deze wet zijn gemeenten niet meer verantwoordelijk voor de financiering van het huidige peuterspeelzaalwerk voor kinderen met recht op kinderopvangtoeslag. De ouders van deze kinderen kunnen vanaf 2018 kinderopvangtoeslag aanvragen.

Artikel 10 Tegemoetkoming ouders

De veruit grootste posten van artikel 10 zijn de Algemene Kinderbijslag Wet (AKW) en de Wet Kindgebonden budget (WKB). Het kabinet heeft het budget voor de WKB structureel met 130 mln. verhoogd per 2017. Het budgettaire beslag van beide regelingen kent een licht dalend verloop vanaf 2017 door afname van het aantal kinderen onder de 18 jaar.

Artikel 12 Rijksbijdragen

De grootste post Rijksbijdragen betreft de rijksbijdrage aan het Ouderdomsfonds. Deze stijgt in 2017. Dit komt voornamelijk door een stijging van de uitkeringslasten. Daarnaast stijgt de inkomensondersteuning AOW. De premie-inkomsten dalen. Daardoor stijgt de rijksbijdrage ook in latere jaren. De uitkeringslasten blijven in latere jaren nagenoeg gelijk.

Artikel 96 Apparaat

De uitgaven en ontvangsten nemen jaarlijks toe door opname van de Rijksschoonmaakorganisatie RSO in de begroting van SZW.

Premiegefinancierde Sociale Zekerheid

SOCIALE VERZEKERINGEN
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

56.609,7

57.040,6

58.506,0

58.706,5

59.511,0

60.633,1

totaal niet-belastingontvangsten

377,0

365,5

371,6

378,4

386,4

395,7

3

Arbeidsongeschiktheid

      
 

Uitgaven

9.285,0

9.474,9

9.699,8

9.965,6

10.290,3

10.646,7

5

Werkloosheid

      
 

Uitgaven

5.759,8

5.498,9

5.287,3

5.086,2

4.871,3

4.723,0

 

Ontvangsten

377,0

365,5

371,6

378,4

386,4

395,7

6

Ziekte en zwangerschap

      
 

Uitgaven

2.616,6

2.632,8

3.395,6

2.958,6

2.970,3

2.997,7

8

Oudedagsvoorziening

      
 

Uitgaven

36.994,7

37.477,2

38.158,9

38.793,7

39.453,6

40.317,7

9

Nabestaanden

      
 

Uitgaven

422,8

410,3

391,1

379,8

376,2

372,6

11

Uitvoeringskosten

      
 

Uitgaven

1.530,8

1.546,5

1.573,3

1.522,5

1.549,2

1.575,4

Artikel 3 Arbeidsongeschiktheid

Er zijn twee regelingen voor arbeidsongeschikte werknemers: de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). De WIA vervangt sinds 2006 de WAO. De komende jaren stijgen de uitkeringslasten WIA. Dit is het gevolg van het feit dat de WIA een relatief nieuwe regeling is die nog niet het structurele niveau heeft bereikt.

In de WAO is er alleen nog instroom door de herleving van uitkeringen. Er worden dan ook nauwelijks nog nieuwe WAO-uitkeringen toegekend. Tegelijkertijd worden er in 2017 21.000 uitkeringen beëindigd. Hierdoor dalen de uitkeringslasten WAO. In latere jaren gaat de daling van de uitkeringslasten minder snel dan in 2016. De totale uitgaven aan arbeidsongeschiktheid (WAO/WIA/WAZ) laten in de periode 2016–2021 een stijging zien. Deze wordt voornamelijk veroorzaakt door de geleidelijke verhoging van de AOW-leeftijd waardoor de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen langer doorlopen.

Artikel 5 Werkloosheid

Het herstel van de arbeidsmarkt zet in 2016 en 2017 naar verwachting verder door. De ramingen van het CPB geven voor 2016 een dalende werkloosheid aan, terwijl deze in 2017 ongeveer stabiel lijkt te blijven. Dit leidt tot een daling van de WW-uitgaven voor de komende jaren. Onder meer de aanpassing van het besluit passende arbeid, de invoering van inkomensverrekening en de duurverkorting hebben daarbij in de komende jaren naar verwachting al een licht neerwaarts effect op de uitkeringslasten.

Artikel 6 Ziekte en Zwangerschap

De uitkeringslasten Ziektewet (ZW) nemen de komende jaren af. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een daling van het aantal zieke werklozen.

Vanaf 2018 nemen de uitkeringslaten ZW toe. Dit komt omdat de transitievergoeding dat jaar voor het eerst budgettair beslag kent.

De transitievergoeding is onderdeel van het arbeidsmarktpakket, waartoe in april 2016 is besloten. De overheid compenseert werkgevers voor de kosten van de transitievergoeding van langdurig arbeidsongeschikten. Omdat er sprake is van terugwerkende kracht is het bedrag voor de transitievergoeding in 2018 aanzienlijk hoger dan in latere jaren.

De uitkeringslasten voor de Wet arbeid & zorg (WAZO) laten een lichte stijging zien. De stijging hangt samen met de CBS-prognose dat het aantal geboorten de komende jaren enigszins toeneemt. Vanaf 2019 wordt uit deze middelen bovendien de uitbreiding van het kraamverlof met 3 dagen gefinancierd.

Artikel 8 Oudedagsvoorziening

Als gevolg van de stijgende levensverwachting en de vergrijzing neemt het AOW-volume de komende jaren toe. Door de stapsgewijze verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd sinds 2013 – en de versnelling van deze verhoging vanaf 2016 – wordt de toename afgevlakt. De uitkeringslasten AOW stijgen tot 2019 als gevolg van de toename van het volume. In 2019 dalen de uitkeringslasten van de AOW als gevolg van de ingeboekte besparing door de kostendelersnorm in de AOW. Het totale budget voor oudedagsvoorziening blijft wel stijgen als gevolg van de stijging op de inkomensondersteuning AOW (IOAOW) en de geraamde loon- en prijsbijstelling (nominaal). Als gevolg van de stijgende levensverwachting en de vergrijzing van de bevolking stijgt het aantal mensen dat recht heeft op de IOAOW jaarlijks. Door de stapsgewijze verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd wordt deze stijging evenwel afgevlakt.

Artikel 9 Nabestaanden

De uitkeringslasten in de Algemene Nabestaandenwet (ANW) dalen omdat de instroom van nieuwe nabestaanden in de Anw kleiner is dan de uitstroom van personen die recht hebben op de Anw en de voorganger van de huidige Anw, de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW). AWW-gerechtigden stromen de komende jaren voornamelijk uit vanwege het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Artikel 11 Uitvoeringskosten

De uitvoeringskosten van het UWV en de SVB wijzigen gedurende de jaren als gevolg van beleidswijzigingen en van volumeontwikkelingen in de onderscheiden wetten.

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

XVI Volksgezondheid, Welzijn en Sport
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

14.624,7

14.366,2

14.421,0

14.601,9

15.063,4

15.334,3

totaal niet-belastingontvangsten

195,8

89,5

94,5

92,9

92,8

92,8

1

Volksgezondheid

      
 

Uitgaven

604,9

653,1

643,6

656,7

651,0

650,7

 

Ontvangsten

7,4

7,4

7,4

10,9

10,9

10,9

2

Curatieve zorg

      
 

Uitgaven

4.228,8

3.816,8

3.418,5

3.103,1

3.173,4

3.222,7

 

Ontvangsten

61,0

61,0

61,0

61,0

61,0

61,0

3

Langdurige zorg en ondersteuning

      
 

Uitgaven

3.734,0

3.768,1

3.756,7

3.799,4

3.854,2

3.918,4

 

Ontvangsten

3,4

3,4

3,4

3,4

3,4

3,4

4

Zorgbreed beleid

      
 

Uitgaven

939,8

915,4

910,8

913,7

904,4

897,7

 

Ontvangsten

4,9

4,9

4,9

4,9

4,9

4,9

5

Jeugd

      
 

Uitgaven

202,9

115,5

61,9

70,8

72,5

55,9

 

Ontvangsten

82,5

4,5

4,5

4,5

4,5

4,5

6

Sport en bewegen

      
 

Uitgaven

66,5

126,7

128,5

128,0

128,6

128,5

 

Ontvangsten

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

7

Oorlogsgetroffenen en Herinneringen Tweede Wereldoorlog

      
 

Uitgaven

311,4

273,5

257,9

242,2

227,9

214,0

 

Ontvangsten

5,0

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

8

Tegemoetkoming specifieke kosten

      
 

Uitgaven

4.261,9

4.448,1

4.993,0

5.437,6

5.801,0

5.996,4

9

Algemeen

      
 

Uitgaven

21,8

24,3

28,5

31,6

36,6

36,6

 

Ontvangsten

0,3

     

10

Apparaatsuitgaven

      
 

Uitgaven

301,7

258,0

251,4

249,7

244,9

244,6

 

Ontvangsten

25,6

6,7

11,7

6,6

6,5

6,5

11

Nominaal en Onvoorzien

      
 

Uitgaven

– 48,9

– 33,4

– 29,7

– 31,1

– 31,1

– 31,1

 

Ontvangsten

5,0

     

Artikel 1 Volksgezondheid

De uitgaven voor gezondheidsbescherming, ziektepreventie en gezondheidsbevordering op het artikel Volksgezondheid lopen licht op tussen 2016 en 2017. Deze oploop wordt grotendeels veroorzaakt door meer opdrachten voor vaccinonderzoek (vanaf 2017), bekostiging van de Niet invasieve prenatale test (NIPT) en bekostiging van het project «Lokaal verbinden» (vanaf 2018).

Artikel 2 Curatieve zorg

De afloop op dit artikel in de jaren 2016 t/m 2018 wordt verklaard door de afloop in de rijksbijdrage aan het zorgverzekeringsfonds die voor 4 jaar is afgesproken om het effect van de overhevelingen naar de Zvw in het kader van de hervorming langdurige zorg op de premie te dempen. Daarnaast zijn de (resterende) schadevergoeding aan het Erasmus MC (85 mln. in 2016 en 81 mln. in 2017) en het programma ICT in ziekenhuizen (35 mln. per jaar van 2017 t/m 2019) verwerkt in de standen.

Artikel 3 Maatschappelijke Ondersteuning en Langdurige Zorg

Dit artikel neemt aan de uitgavenkant toe door een stijging van de bijdrage in kosten van kortingen (BIKK) in de Wlz. De hoogte van deze rijksbijdrage hangt o.a. samen met de ontwikkeling van verschillende tarieven in de inkomstenbelasting die leiden tot wijzigingen in de ontvangsten in het Wlz-fonds, waar deze rijksbijdrage voor compenseert. Per 2017 zijn de uitvoeringskosten van de SVB voor pgb’s binnen de Wlz overgeheveld van begrotingsartikel 3 naar het budget beheerskosten in het Budgettair Kader Zorg.

Artikel 4 Zorgbreed Beleid

De uitgaven op het artikel Zorgbreed beleid kennen een stabiel verloop.

Artikel 5 Jeugd

Het artikel Jeugd laat een afname zien van de uitgaven. In de jaren 2015, 2016 en 2017 is het budget hoger dan in latere jaren doordat er tijdelijk extra middelen beschikbaar zijn voor transitiekosten van de decentralisatie. De extra ontvangsten in 2016 betreft egalisatiereserves van provincies nu deze sinds 1 januari 2015 niet meer verantwoordelijk zijn voor de provinciale jeugdzorg.

Artikel 6 Sport en Bewegen

Het verschil tussen 2016 en latere jaren op dit artikel is grotendeels te verklaren door de jaarlijkse storting in het Gemeentefonds voor buurtsportcoaches van ca. 47 mln. Deze storting vindt plaats lopende het begrotingsjaar.

Artikel 7 Oorlogsgetroffenen en Herinneringen Tweede Wereldoorlog

Door afname van het aantal verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WOII vertonen de uitgaven aan pensioenen en uitkeringen op dit artikel een dalende trend.

Artikel 8 Tegemoetkoming Specifieke Zorgkosten

De toename van de uitgaven op dit artikel geeft met name de ontwikkeling van de zorgtoeslag weer. De toename is met name het gevolg van de ontwikkeling van de zorgpremie.

Artikel 9 Algemeen

Op artikel 9 vinden geen bijzonderheden plaats.

Artikel 10 Apparaatsuitgaven

De uitgaven op dit artikel hebben vanaf 2017 een stabieler verloop. De piek in de uitgaven en ontvangsten in 2016 wordt met name veroorzaakt door overhevelingen en desalderingen ten behoeve van de projectdirectie Anthonie van Leeuwenhoekterrein.

Artikel 11 Nominaal en Onvoorzien

Het verloop op dit artikel wordt grotendeels verklaard door de taakstellende onderuitputting op de VWS-begroting. De taakstellende onderuitputting is vanaf 2016 structureel verhoogd. De taakstellende onderuitputting wordt bezien in de uitvoering ofwel in de loop van het jaar concreet ingevuld met onderuitputting waarvan bij aanvang van het jaar nog niet bekend is waar deze precies optreedt.

Premiegefinancierde zorg

PREMIEGEFINANCIERD BUDGETTAIR KADER ZORG
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

64.798,9

66.480,2

69.456,0

72.388,9

75.925,2

79.918,0

totaal niet-belastingontvangsten

5.020,9

5.002,4

5.183,7

5.379,9

5.580,3

5.819,3

11

Zorgverzekeringswet

      
 

Uitgaven

44.975,5

46.456,2

48.407,2

50.390,3

52.672,6

55.198,6

 

Ontvangsten

3.194,8

3.187,1

3.350,0

3.509,2

3.665,1

3.859,6

12

Wet langdurige zorg

      
 

Uitgaven

19.823,4

20.024,0

21.048,9

21.998,6

23.252,6

24.719,4

 

Ontvangsten

1.826,1

1.815,3

1.833,7

1.870,6

1.915,1

1.959,6

Artikel 11 Zorgverzekeringswet

De uitgaven onder de Zorgverzekeringswet tonen tot en met 2017 een gematigde stijging. Deze stijging wordt aan de volumekant met name veroorzaakt door factoren zoals demografie, technologische ontwikkeling in combinatie met open pakketinstroom en epidemiologie. Deze stijging is tot en met 2017 minder hoog dan eerder is geraamd. Dit komt onder andere door het dempende effect van de gesloten hoofdlijnakkoorden die doorlopen tot en met 2017. Ook het succesvolle preferentiebeleid bij de geneesmiddelen heeft de groei van de zorguitgaven doen afnemen. De extrapolatiejaren 2018 t/m 2021 presenteren de uitgavengroei conform de nieuwe MLT. De nieuwe MLT gaat uit van een hoger groeitempo dan de tot nu toe gerealiseerde groei in de huidige kabinetsperiode.

Artikel 12 Wet langdurige zorg

De beperkte oploop tussen 2016 en 2017 in de uitgaven voor de Wet langdurige zorg (Wlz) wordt met name verklaard door de doorwerking van de overhevelingen en ingeboekte besparingen in het kader van de hervorming van de langdurige zorg (HLZ). De besparingen die zijn gehaald worden onder andere gedempt doordat er tegenvallers zijn bij de PGB’s en doordat het extramuraliseringstempo minder hoog is dan gedacht. Daarnaast is de taakstelling op de Wlz vanaf 2017 teruggedraaid, waardoor de uitgaven in 2017 stijgen ten opzichte van 2016 in plaats van dalen zoals in de begroting 2016 was gepresenteerd. Voor 2018 en verder geldt net zoals in artikel 11 dat de uitgavengroei aansluit bij het geraamde groeitempo in de nieuwe MLT.

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

XVII Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

      

totaal niet-belastingontvangsten

16,4

18,1

15,7

13,4

13,1

9,8

45

Versterkte kaders voor ontwikkeling

      
 

Ontvangsten

16,4

18,1

15,7

13,4

13,1

9,8

Relatie begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS)

De begroting van het ministerie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking bestaat enkel uit HGIS uitgaven, maar uit HGIS en niet-HGIS ontvangsten. De HGIS uitgaven en ontvangsten worden toegelicht in de horizontale toelichting van de HGIS. De niet-HGIS ontvangsten worden hieronder toegelicht.

Artikel 5 Versterkte kaders voor ontwikkeling

De fluctuaties in de ontvangsten betreffen rente-inkomsten en restituties uit leningen van de Nederlandse Investeringsbank voor Ontwikkelingslanden (NIO). Deze NIO leningen zijn in het verleden aangegaan en lopen tot uiterlijk 2038. Tot die tijd worden de ontvangsten uit rente en restituties verantwoord op de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Wonen en Rijksdienst

XVIII Wonen & Rijksdienst
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

4.247,6

4.312,2

4.586,1

4.679,5

4.660,8

4.851,3

totaal niet-belastingontvangsten

848,9

563,8

563,8

577,8

593,9

547,7

11

Woningmarkt

      
 

Uitgaven

3.867,8

4.104,0

4.193,2

4.310,8

4.494,1

4.683,4

 

Ontvangsten

476,3

425,0

425,0

439,1

455,2

409,0

12

Woonomgeving en bouw

      
 

Uitgaven

189,6

64,5

247,4

220,6

18,3

19,0

 

Ontvangsten

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

13

Kwaliteit Rijksdienst

      
 

Uitgaven

23,5

18,2

16,1

16,8

13,4

13,5

 

Ontvangsten

9,3

     

16

Uitvoering rijksvastgoedbeleid

      
 

Uitgaven

166,7

125,5

129,3

131,3

135,0

135,4

 

Ontvangsten

363,2

138,7

138,7

138,6

138,6

138,6

Artikel 11 Woningmarkt

Het budget huurtoeslag neemt toe, met name vanwege extra instroom van huurtoeslag aanvragers, boveninflatoire huurverhogingen die leiden tot hogere huurtoeslaguitgaven en doordat de huurtoeslag in nominale prijzen wordt gepresenteerd. Voor de noodzakelijke structurele ombuiging heeft het kabinet dekking buiten de huurtoeslag gevonden. De uitgaven voor de huurtoeslag worden vanaf 2017 tevens structureel met 150 mln. verhoogd als onderdeel van het koopkrachtpakket, gericht op een evenwichtig koopkrachtbeeld.

Artikel 12 Woonomgeving en bouw

Dit artikel toont incidenteel hogere uitgaven in 2016, 2018 en 2019. In het Woonakkoord is overeengekomen om het Fonds Energiebesparing Huursector te vormen. De niet bestede middelen uit 2015 zijn meegenomen naar 2016. Conform afspraken binnen het Energieakkoord voor duurzame groei is in de jaren 2018 en 2019 totaal 400 mln. beschikbaar voor de stimulering van energiebesparende projecten binnen de huursector.

Artikel 13 Kwaliteit Rijksdienst

De middelen voor het verbeteren van de kwaliteit van de Rijksdienst worden besteed aan arbeidsmarktprojecten via het A&O-fonds, het realiseren van in-, door- en uitstroom van rijksambtenaren, en projecten om samenwerking op het gebied van ICT, professioneel en verantwoord inkopen en rijksbrede arbeidsmarktcommunicatie te stimuleren. De daling in de periode 2018–2021 wordt vooral veroorzaakt doordat het budget voor arbeidsmarktcommunicatie is verlaagd. De ontvangsten in 2016 hebben vooral betrekking op het terugstorten van het surplus door FMH.

Artikel 16 Uitvoering rijksvastgoedbeleid

De hogere ontvangsten in 2016 betreft het surplus Eigen Vermogen van de voormalige Rijksgebouwendienst (RGD). De hogere uitgaven in 2016 betreft enerzijds het afkopen van de egalisatievordering bij de HoCoSta’s en anderzijds het uitboeken van de plan- en beheerkosten vanaf 2017.

Gemeentefonds

B Gemeentefonds
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

28.150,2

27.143,2

26.967,3

26.843,4

26.687,8

26.627,7

totaal niet-belastingontvangsten

      

2

Apparaat

      
 

Uitgaven

83,8

91,9

24,7

24,7

24,7

24,7

3

Programma

      
 

Uitgaven

18.050,9

17.544,1

17.489,1

17.449,4

17.401,6

17.302,9

4

Integratie-uitkering sociaal Domein

      
 

Uitgaven

10.015,5

9.507,2

9.453,6

9.369,3

9.261,5

9.300,1

Artikel 2 Apparaat

Dit artikel heeft voornamelijk betrekking op bijdragen aan de VNG en het daaraan gelieerde Kwaliteitsinstituut van Nederlandse Gemeenten (KING). In 2016 en 2017 zijn ter versterking van de uitvoeringskracht van gemeenten onder andere extra middelen toegekend voor de uitvoering door de VNG van specialistische en/of landelijk georganiseerde taken in het sociaal domein.

Artikel 3 Programma

De daling in de programma uitgaven wordt verklaard door de bezuinigingen op het GF naar aanleiding van regeerakkoord Rutte II en het financieel akkoord uit januari 2013. De daling van 2016 naar 2017 is daarnaast het gevolg van diverse decentralisatie-uitkeringen die tijdelijk van aard zijn en/of waarvoor alleen voor 2016 middelen naar het gemeentefonds zijn overgeheveld.

Artikel 4 Integratie uitkering sociaal domein

De daling in dit budget hangt voornamelijk samen met de bezuinigingen met betrekking tot de sociale werkvoorziening uit het Regeerakkoord. Dit betreft onder meer beperken van de toegang tot de Wajong voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten en het stop zetten van de instroom in de Wsw in combinatie met nieuwe voorzieningen voor beschut werken.

Provinciefonds

C Provinciefonds
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

2.411,0

2.199,6

2.032,6

2.025,2

2.018,7

1.944,1

totaal niet-belastingontvangsten

      

1

Provinciefonds

      
 

Uitgaven

2.411,0

2.199,6

2.032,6

2.025,2

2.018,7

1.944,1

Artikel 1 Provinciefonds

De daling in de uitgaven is het gevolg van diverse decentralisatie-uitkeringen die tijdelijk van aard zijn en/of waarvoor alleen voor 2016 en/of 2017 middelen naar het provinciefonds zijn overgeheveld.

Infrastructuurfonds

A Infrastructuurfonds
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

5.787,1

5.878,3

6.240,4

6.262,8

6.356,6

6.234,0

totaal niet-belastingontvangsten

5.579,5

5.878,3

6.240,4

6.262,8

6.356,6

6.234,0

12

Hoofdwegennet

      
 

Uitgaven

2.294,2

2.355,0

2.491,8

2.570,3

2.644,4

2.665,5

 

Ontvangsten

72,3

126,2

81,4

79,5

105,5

86,2

13

Spoorwegen

      
 

Uitgaven

2.260,9

2.228,9

2.141,1

2.098,3

2.158,1

2.257,2

 

Ontvangsten

301,5

185,3

314,3

200,6

195,7

200,7

14

Regionaal, lokale infra

      
 

Uitgaven

150,8

216,3

332,2

184,4

146,5

110,4

 

Ontvangsten

      

15

Hoofdvaarwegennet

      
 

Uitgaven

986,5

872,6

1.030,4

1.125,9

958,3

839,4

 

Ontvangsten

99,0

93,7

120,6

127,9

100,2

59,5

17

Megaprojecten Verkeer en Vervoer

      
 

Uitgaven

130,2

181,2

203,5

274,4

343,7

361,6

 

Ontvangsten

41,4

22,7

28,6

60,8

67,6

64,4

18

Overige uitgaven en ontvangsten

      
 

Uitgaven

– 35,5

24,3

41,3

9,5

105,6

 
 

Ontvangsten

      

19

Bijdrage andere begrotingen Rijk

      
 

Ontvangsten

5.065,2

5.450,5

5.695,5

5.793,9

5.887,6

5.823,2

Artikel 12 Hoofdwegennet

De uitgaven binnen dit artikel kennen een stijgend verloop. Dit verloop hangt samen met de planning van de uitgaven van de diverse aanlegprojecten (zowel realisatie als verkenningen en planuitwerkingen) in de komende jaren. De uitgaven zijn tijdelijk hoger in de jaren 2018–2021, met name omdat in deze jaren er veel middelen worden voorzien voor een aantal aanlegprojecten: A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere, A12/A15 Ressen-Oudbroeken, A27/A12 Ring Utrecht, A16 Rotterdam, A24 Blankenburgtunnel, A28 Knooppunt Hoevelaken en A4/A44 Rijnlandroute.

Artikel 13 Spoorwegen

De uitgaven op artikel 13 zijn bestemd voor de aanleg en het beheer en de vervanging van de spoorwegen. De uitgaven binnen dit artikel kennen een relatief glad verloop. De beperkte fluctuaties zijn het gevolg van het optimaliseren van het kasritme en het aanpassen van de budgetten aan de beschikbare capaciteit voor spoorwerkzaamheden.

Artikel 14 Regionaal, lokale infra

De uitgaven op artikel 14 hangen samen met grote projecten die regionale overheden aanleggen. De fluctuatie binnen het artikel is groot door de planning van deze grote regionale projecten. Zo worden er in 2017–2019 hoge uitgaven verwacht voor onder andere HOV-NET Zuid-Holland Noord. Rotterdamse Baan en Utrecht, Tram naar de Uithof. Daarnaast wordt het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP-ZZL) uit dit artikel gefinancierd en ook daarvoor ligt een aanzienlijk deel van de uitgaven in 2017–2019.

Artikel 15 Hoofdvaarwegennet

De toename in de uitgaven en ontvangsten in de jaren 2018–2020 wordt enerzijds veroorzaakt door de realisatie van het project Nieuwe Sluis Terneuzen en door de ontvangsten van derden voor dit project. Anderzijds wordt de stijging veroorzaakt door de aanleg van het DBFM-project Zeetoegang IJmond in diezelfde periode.

Artikel 17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer

De uitgaven op dit artikel lopen op doordat de uitgaven voor de megaprojecten ERTMS en ZuidasDok sterk oplopen richting 2021 in verband met de programmering van deze projecten. De geraamde ontvangsten betreffen voornamelijk de bijdragen van medeoverheden aan het project ZuidasDok.

Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten

De uitgavenstand in 2016 is het gevolg van een kasschuif van 2016 naar 2017 ten behoeve van het generale beeld waartoe in 2015 is besloten. De budgetten in de jaren vanaf 2017 bestaan voornamelijk uit reserveringen voor de implementatie van de Omgevingswet. De hoge stand in 2020 is het gevolg van een kasschuif van 2017 naar 2020 ten behoeve van het generale beeld. De ontvangst in 2016 betreft het voordelig saldo over 2015 dat bij Voorjaarsnota 2016 is toegevoegd aan de begroting van het Infrastructuurfonds.

Artikel 19 Bijdrage andere begrotingen Rijk

Op de ontvangstenzijde van dit artikel komt de voeding binnen vanuit de begroting van Infrastructuur en Milieu (HXII).

Diergezondheidsfonds

F Diergezondheidsfonds
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

44,0

32,6

32,6

32,6

32,6

32,6

totaal niet-belastingontvangsten

30,6

32,6

32,6

32,6

32,6

32,6

1

Bewaking en bestrijding van dierziekten

      
 

Uitgaven

44,0

32,6

32,6

32,6

32,6

32,6

 

Ontvangsten

30,6

32,6

32,6

32,6

32,6

32,6

Op de begroting van het Diergezondheidsfonds (DGF) worden meerjarig de reguliere uitgaven voor bewaking en bestrijding van dierziekten opgenomen. Dekking vindt plaats door bijdragen van de sector via een heffing, de EU en het Rijk. Tevens is het eindsaldo 2015 van 13,4 mln. in 2016 toegevoegd bij de uitgaven en ontvangsten.

Accres Gemeentefonds

ACCRES GEMEENTEFONDS
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

 

212,9

700,6

1.167,9

1.670,5

2.069,4

totaal niet-belastingontvangsten

      

1

Accres gemeentefonds

      
 

Uitgaven

  

420,4

820,5

1.250,2

1.591,0

2

Reservering BCF

      
 

Uitgaven

 

212,9

280,2

347,4

420,4

478,4

Artikel 1 Accres gemeentefonds

Het accres van het gemeentefonds wordt berekend door de mutatie van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven (NGRU) als groeivoet te nemen over de grondslag, gevormd door gemeentefonds. De stijging van accressen wordt veroorzaakt door een stijging van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven. Bijlage 9 van de Miljoenennota geeft de onderbouwing van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven, en daarmee van de jaarlijkse accresontwikkeling, weer.

Artikel 2 Reservering Btw compensatiefonds (BCF)

Het plafond van het BCF is per 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze volgen uit de normeringsystematiek voor het gemeentefonds. Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds en het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond, komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds en het provinciefonds. De toevoeging of onttrekking wordt over het gemeentefonds en het provinciefonds verdeeld conform de aandelen van de gezamenlijke gemeenten en provincies in het BCF in het gerealiseerde jaar.

Accres Provinciefonds

ACCRES PROVINCIEFONDS
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

 

29,8

97,1

157,7

222,8

274,5

totaal niet-belastingontvangsten

      

1

Accres provinciefonds

      
 

Uitgaven

  

57,0

107,3

161,3

204,2

2

Reservering BCF

      
 

Uitgaven

 

29,8

40,1

50,3

61,5

70,3

Artikel 1 Accres provinciefonds

Het accres het provinciefonds wordt berekend door de mutatie van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven (NGRU) als groeivoet te nemen over de grondslag, gevormd door het provinciefonds. De stijging van accressen wordt veroorzaakt door een stijging van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven. Bijlage 9 van de Miljoenennota geeft de onderbouwing van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven, en daarmee van de jaarlijkse accresontwikkeling, weer.

Artikel 2 Reservering Btw compensatiefonds (BCF)

Het plafond van het BCF is per 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze volgen uit de normeringsystematiek voor het provinciefonds. Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds en het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond, komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds en het provinciefonds. De toevoeging of onttrekking wordt over het gemeentefonds en het provinciefonds verdeeld conform de aandelen van de gezamenlijke gemeenten en provincies in het BCF in het gerealiseerde jaar.

BES-fonds

H BES-fonds
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

33,4

32,6

32,7

32,8

32,8

32,8

totaal niet-belastingontvangsten

      

1

BES-fonds

      
 

Uitgaven

33,4

32,6

32,7

32,8

32,8

32,8

Artikel 1 BES-fonds

Via het BES-fonds krijgen de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Caribisch Nederland) middelen toebedeelt om hun publieke taken naar behoren uit te voeren. In 2016 is de vrije uitkering incidenteel opgehoogd ter bevordering van de economische ontwikkeling van de BES.

Deltafonds

J Deltafonds
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

1.285,1

904,7

1.098,1

1.088,8

1.170,3

1.343,7

totaal niet-belastingontvangsten

1.225,7

904,7

1.098,1

1.088,8

1.170,3

1.343,7

1

Investeren in waterveiligheid

      
 

Uitgaven

705,8

536,7

572,1

559,6

505,0

846,1

 

Ontvangsten

198,6

186,8

192,6

150,4

177,4

153,4

2

Investeren in zoetwatervoorziening

      
 

Uitgaven

39,9

39,0

41,5

33,6

35,5

32,4

 

Ontvangsten

6,7

 

3,0

   

3

Beheer, Onderhoud en vervanging

      
 

Uitgaven

213,6

169,5

163,9

159,9

112,4

129,5

5

Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven

      
 

Uitgaven

296,4

133,4

285,7

281,5

428,8

273,4

6

Bijdrage ten laste van begroting Hoofdstuk XII

      
 

Ontvangsten

1.020,2

717,9

902,5

938,4

992,9

1.190,3

7

Investeren in Waterkwaliteit

      
 

Uitgaven

29,5

26,1

34,9

54,2

88,5

62,2

 

Ontvangsten

0,2

     

Artikel 1 Investeren in waterveiligheid

De jaarlijkse uitgaven op het artikel investeren in waterveiligheid variëren. Het verloop hangt samen met de planning van de uitgaven van de diverse aanlegprojecten (zowel realisatie als verkenningen en planuitwerkingen) in de komende jaren. Op dit artikel worden met name de projecten binnen het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP), Ruimte voor de Rivier, Maaswerken en de Afsluitdijk gefinancierd. De piek in 2021 wordt met name verklaard door uitgaven aan het HWBP.

Artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening

Het lagere budget vanaf 2019 wordt met name verklaard doordat het project Besluit Beheer Haringvlietsluizen in 2018 wordt opgeleverd.

Artikel 3 Beheer onderhoud en vervanging

De budgetten voor beheer, onderhoud en vervanging tonen een dalende trend. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de afname van de bijdrage aan RWS binnen het domein van waterveiligheid.

Artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven

Op dit artikel worden de apparaatskosten van RWS en de Deltacommissaris geraamd alsmede de investeringsruimte, de overige netwerkgebonden uitgaven van RWS en programma-uitgaven van de Deltacommissaris die niet direct aan de afzonderlijke projecten uit dit Deltafonds zijn toe te wijzen. De lage stand in 2017 en de hoge stand in 2020 worden veroorzaakt door een kasschuif van 2017 naar 2020 ten behoeve van het generale beeld. De ontvangst in 2016 betreft het voordelig saldo over 2015 dat bij Voorjaarsnota 2016 is toegevoegd aan de begroting van het Deltafonds.

Artikel 6 Bijdragen ten laste van begroting Hoofdstuk XII

Dit artikel betreft de voeding van het Deltafonds vanuit de begroting van Infrastructuur en Milieu (HXII).

Artikel 7 Investeren in Waterkwaliteit

Op dit artikel worden maatregelen op het gebied van waterkwaliteit ten behoeve van de Kaderrichtlijn Water (KRW) verantwoord. De oploop van het budget tot en met 2020 wordt veroorzaakt door de realisatie van de 2e en 3e tranche KRW. De piek in 2020 wordt met name verklaard door het budget voor de Verruiming vaargeul Westerschelde.

Prijsbijstelling

PRIJSBIJSTELLING
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

 

190,7

644,5

1.151,3

1.710,7

2.359,9

totaal niet-belastingontvangsten

      

1

Rijksbegroting in enge zin

      
 

Uitgaven

 

180,5

609,9

1.080,2

1.588,5

2.180,3

2

SZA

      
 

Uitgaven

 

2,2

5,3

9,3

13,7

18,9

3

ZORG

      
 

Uitgaven

 

0,8

1,9

3,3

5,1

8,3

4

Niet-relevant

      
 

Uitgaven

 

7,2

27,4

58,6

103,4

152,5

Op de aanvullende post Prijsbijstelling worden de middelen gereserveerd die worden gebruikt om de prijsgevoelige uitgaven op de diverse begrotingen te compenseren voor de prijsontwikkeling. Deze compensatie wordt jaarlijks van deze aanvullende post overgeboekt naar de departementale begrotingen. De oploop in de cijfers ontstaat doordat voor elk jaar een tranche wordt gereserveerd om de begrotingsuitgaven (zoals deze op de afzonderlijke begrotingen zijn opgenomen) van constante naar lopende prijzen te brengen.

Arbeidsvoorwaarden

Arbeidsvoorwaarden
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

 

925,0

1.984,3

2.954,7

4.096,6

5.288,8

totaal niet-belastingontvangsten

      

1

arbeidsvoorwaardenruimte ijklijn RB-eng

      
 

Uitgaven

 

869,6

1.863,3

2.797,5

3.892,2

5.018,5

2

arbeidsvoorwaardenruimte ijklijn SZ

      
 

Uitgaven

 

48,7

106,3

141,2

183,3

240,4

3

arbeidsvoorwaardenruimte ijklijn Z

      
 

Uitgaven

 

5,3

12,5

17,9

25,0

36,6

4

indexering rijksbijdragen

      
 

Uitgaven

 

1,3

2,2

– 1,9

– 3,9

– 6,7

Op de aanvullende post Arbeidsvoorwaarden worden de middelen gereserveerd die nodig zijn om de loongevoelige uitgaven op de Rijksbegroting, Sociale Zekerheid en Zorg op het uitgavenpeil van het desbetreffende jaar te brengen. De oploop in de cijfers ontstaat doordat jaarlijks een structurele reservering wordt opgenomen teneinde de begrotingsuitgaven (zoals deze op de afzonderlijke begrotingen zijn opgenomen) van constante naar lopende prijzen te brengen. Bij de niet-kaderrelevante uitgaven (nr.4) is de afloop vanaf 2019 te verklaren door de gekozen financieringsconstructie van het vroegpensioen (UKW) voor militairen. De min wordt veroorzaakt door een lening die Defensie vanaf dat jaar gaat terugbetalen. De lening is ingezet om de tijdelijke extra UKW lasten te financieren.

Koppeling uitkeringen

Koppeling Uitkeringen
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

 

193,9

383,1

572,9

804,6

1.093,7

totaal niet-belastingontvangsten

 

1,9

2,0

3,1

4,8

8,6

2

Bijstand, Prticipatiewet en Toeslagenwet

      
 

Uitgaven

 

76,3

143,3

201,9

268,8

360,2

3

Arbeidsongeschiktheid

      
 

Uitgaven

 

0,0

0,0

0,0

0,1

0,1

4

Jonggehandicapten

      
 

Uitgaven

 

55,8

101,7

150,2

203,1

265,0

5

Werkloosheid

      
 

Uitgaven

 

1,0

1,6

3,3

5,8

9,4

6

Ziekte en zwangerschap

      
 

Uitgaven

 

0,2

0,3

0,4

0,5

0,6

7

Kinderopvang

      
 

Uitgaven

 

36,6

83,0

119,6

166,9

225,2

8

Oudedagsvoorziening

      
 

Uitgaven

 

0,4

0,8

1,3

1,7

2,2

9

Nabestaanden

      
 

Uitgaven

 

0,0

0,0

0,1

0,1

0,1

10

Tegemoetkoming ouders

      
 

Uitgaven

 

23,5

52,4

96,1

157,7

230,8

 

Ontvangsten

 

1,9

2,0

3,1

4,8

8,6

Op de aanvullende post Koppeling Uitkeringen worden de uitgaven voor de indexering van de begrotingsgefinancierde sociale-zekerheidsuitgaven geraamd. De mutaties in uitgaven op de artikelen komen met name tot stand door aanpassingen van de WKA (Wet koppeling met afwijkingsmogelijkheden)-index, door wijzigingen in prijsontwikkeling en door grondslageffecten bij de uitkeringen en programma-uitgaven. Aanpassing van de WKA-index en prijsontwikkeling vinden plaats op basis van CPB-cijfers. De uitgaven betreffen jaarlijkse tranches voor de komende vijf jaar, dit verklaart de oploop op de verschillende artikelen.

Aanvullende Post

Algemeen
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

– 2.266,5

145,9

396,8

355,1

335,5

335,5

totaal niet-belastingontvangsten

      

4

Eindejaarsmarge

      
 

Uitgaven

– 2.334,6

– 209,6

– 3,8

   

55

Diversen

      
 

Uitgaven

68,1

355,5

400,6

355,1

335,5

335,5

Op de aanvullende post Algemeen staan middelen waarvan op het moment van reservering de definitieve aanwending nog niet kan worden aangegeven. Daarnaast staat op de aanvullende post de in=uit-taakstelling op artikel 4 eindejaarsmarge.

Artikel 4 Eindejaarsmarge

Departementen kunnen onbestede middelen in 2015 met behulp van de eindejaarsmarge doorschuiven naar 2016. HGIS middelen kunnen worden doorgeschoven naar de drie opvolgende jaren. Als tegenhanger van de uitgekeerde eindejaarsmarges is de in=uit taakstelling op de aanvullende post ingeboekt, onder de veronderstelling dat departementen ieder jaar een soortgelijk bedrag doorschuiven met behulp van de eindejaarsmarge. Op basis van verwachte onderuitputting voor 2016 die hoger is dan de maximale eindejaarsmarges (1% van het gecorrigeerde begrotingstotaal) is de in=uit taakstelling opgehoogd. De in=uit taakstelling voor 2016 is reeds voor 125 mln. ingevuld en zal gedurende de uitvoering van het begrotingsjaar worden ingevuld met onderuitputting.

Artikel 55 Diversen

De stand op artikel 55 wordt hoofdzakelijk gevormd door reserveringen voor de Investeringsagenda van de Belastingdienst, de Generieke Digitale Infrastructuur van de Rijksoverheid en intensiveringen bij V&J.

Homogene Groep Internationale Samenwerking

HOMOGENE GROEP INTERNATIONALE SAMENWERKING
 

2016

2017

2018

2019

2019

2020

Totaal uitgaven

5.255,7

4.131,4

4.188,4

4.159,1

4.179,7

4.387,7

Totaal niet-belastingontvangsten

328,9

183,3

134,7

134,6

134,5

134,4

       

5. Buitenlandse Zaken

      

Uitgaven

1.411,2

1.338,5

1.354,9

1.339,3

1.374,0

1.379,1

Ontvangsten

64,9

64,9

64,9

64,9

64,9

64,9

       

Artikel 41: Internationale rechtsorde en eerbiediging mensenrechten

      

Uitgaven

114,0

110,2

108,9

108,9

109,0

109,0

       

Artikel 42: Veiligheid en stabiliteit

      

Uitgaven

301,8

250,6

246,7

246,1

245,1

245,1

Ontvangsten

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

       

Artikel 43: Europese Samenwerking

      

Uitgaven

224,0

215,7

207,2

207,2

207,2

207,2

Ontvangsten

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

       

Artikel 44: Consulaire belangenbehartiging

      

Uitgaven

50,4

48,5

48,8

48,2

48,2

48,2

Ontvangsten

42,1

42,1

42,1

42,1

42,1

42,1

       

Artikel 46: Nominaal en onvoorzien

      

Uitgaven

– 9,5

34,2

85,4

84,1

121,4

126,2

       

Artikel 47: Apparaat

      

Uitgaven

730,5

679,2

658,0

644,9

643,2

643,5

Ontvangsten

21,4

21,4

21,4

21,4

21,4

21,4

       

6. Veiligheid en Justitie

      

Uitgaven

34,3

49,2

32,7

32,7

32,7

32,7

       

7. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

      

Uitgaven

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

       

8. Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

      

Uitgaven

63,0

56,8

56,8

56,8

56,8

56,8

       

9B. Financien

      

Uitgaven

522,8

23,4

275,7

275,7

254,6

193,0

       

10. Defensie

      

Uitgaven

304,1

339,2

329,2

329,2

329,2

328,9

Ontvangsten

16,8

33,8

6,7

6,7

6,7

6,7

       

12. Infrastructuur en Milieu

      

Uitgaven

26,8

23,0

20,5

20,5

20,5

21,3

Ontvangsten

5,9

2,5

    
       

13. Economische Zaken

      

Uitgaven

52,8

49,5

48,4

47,1

47,1

47,1

       

15. Sociale Zaken en Werkgelegenheid

      

Uitgaven

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

       

16. Volksgezondheid, Welzijn en Sport

      

Uitgaven

5,1

5,0

5,0

5,0

5,0

5,0

       

17. Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking

      

Uitgaven

2.834,8

2.246,1

2.064,5

2.052,1

2.059,1

2.323,0

Ontvangsten

241,3

82,1

63,1

63,0

62,9

62,8

       

Artikel 41: Duurzame handel en investeringen

      

Uitgaven

514,3

497,0

493,6

435,5

403,5

483,5

Ontvangsten

93,0

23,1

4,1

4,0

3,9

3,8

       

Artikel 42: Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water

      

Uitgaven

642,8

660,1

668,3

667,0

667,0

673,5

       

Artikel 43: Sociale vooruitgang

      

Uitgaven

854,3

727,5

725,0

723,9

723,9

713,9

       

Artikel 44: Vrede en veiligheid voor ontwikkeling

      

Uitgaven

894,1

469,1

396,8

400,3

400,3

400,3

       

Artikel 45: Versterkte kaders voor ontwikkeling

      

Uitgaven

– 70,6

– 107,6

– 219,2

– 174,6

– 135,5

51,9

Ontvangsten

148,3

59,0

59,0

59,0

59,0

59,0

De Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) is een budgettaire overzichtsconstructie, waarin de uitgaven aan internationale samenwerking van de verschillende departementen worden gebundeld. Het uitgavenniveau van de HGIS wordt aangepast voor macro-economische ontwikkelingen.

Het merendeel van de HGIS-uitgaven wordt verantwoord via de begroting van Buitenlandse Zaken en de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Daarom wordt het verloop van de HGIS-uitgaven van deze twee begrotingen per artikel toegelicht. Voor de overige begrotingen wordt de toelichting per departement gepresenteerd.

5. Buitenlandse Zaken

Artikel 2 Veiligheid en stabiliteit

Het budget voor bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband is in het jaar 2016 hoger dan overige jaren, hoofdzakelijk vanwege de jaarlijkse overheveling vanuit het Budget Internationale Veiligheid (BIV) van de begroting van het Ministerie van Defensie die bij Voorjaarsnota wordt verwerkt.

Artikel 3 Europese samenwerking

Nederland heeft in 2016 voor de 12e keer het voorzitterschap van de Europese Unie verzorgd, waardoor artikel 43 hogere uitgaven voor het jaar 2016 laat zien. Hogere uitgaven in 2017 worden verklaard door een wijziging in de liquiditeitsbehoefte op de totale begroting van het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) waarbij middelen van 2016 naar 2017 zijn geschoven. Het Nederlandse aandeel verschuift daarmee evenredig.

Artikel 6 Nominaal en onvoorzien

Het budget op dit artikel loopt de komende jaren op. De budgettaire ruimte betreft met name een HGIS-reservering voor de loon- en prijsindexatie en voor overige onvoorziene uitgaven. Ook worden prijscorrecties voor het non-ODA deel van de HGIS op dit artikel verwerkt.

Artikel 7 Apparaat

Dit artikel laat een daling in de uitgaven zien. Dit is het gevolg van de regeerakkoordmaatregelen A1 (Rijksoverheid incl. ZBO’s) en H89 (Reductie postennetwerk).

6. Veiligheid en Justitie

De daling in de uitgaven tot aan 2018 betreffen afnemende bijdragen in de huisvestingskosten van Eurojust en Europol. Waarbij in 2017 eenmalig hogere uitgaven zichtbaar zijn als gevolg een kasschuif van huisvestingsmiddelen voor Eurojust van 2016 naar 2017.

7. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

De HGIS middelen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties betreffen enkele attachés.

8. Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Zoals beschreven in de Kamerbrief Wat de Wereld Verdient, een Nieuwe Agenda voor Hulp en Handel van 5 april 2013 (TK 33 625 nr. 1) wordt de ODA bijdrage aan kennisinstellingen op de begroting van OCW structureel verlaagd. Dit is het gevolg van de regeerakkoordmaatregel H85 (Ontwikkelingshulp).

9B. Financiën

Een deel van de contributiebijdragen aan de Wereldbank zijn eerder gedaan dan vooraf gepland, waardoor schommelingen in de HGIS uitgaven van het Ministerie van Financiën ontstaan.

10. Defensie

De crisisbeheersingsoperaties in Afghanistan (Resolute Support), Irak (ISIS coalitie) en Mali (MINUSMA) leiden tot verhoogde uitgaven in de jaren 2016 en 2017. Dit wordt gefinancierd binnen het Budget Internationale Veiligheid (BIV). De hogere ontvangsten in 2016 en 2017 worden verklaard doordat in deze jaren teruggaven worden verwacht vanuit de Verenigde Naties voor kosten die worden gemaakt voor de MINUSMA-missie in Mali.

12. Infrastructuur en Milieu

De hogere HGIS uitgaven van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu in 2016 en 2017 hangen samen met de start van het nieuwe programma Water Internationaal in 2016 als opvolger van het programma HGIS Partners voor Water. De ontvangsten in 2016 en 2017 worden verklaard door afloop van het COR-reductieprogramma Clean Development Mechanism (CDM) waardoor middelen op dit fonds vrijvallen.

13. Economische Zaken

De hogere HGIS uitgaven in de jaren 2016 en 2017 komen voort uit de inzet van de eindejaarsmarge HGIS 2015. Deze middelen zijn toegevoegd aan de begroting van Economische Zaken ten behoeve van de attachénetwerken van EZ: Innovatie attaché netwerk (IA), Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) en het Landbouwradennetwerk (LAN).

15. Sociale Zaken en Werkgelegenheid

De HGIS middelen van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid betreffen enkele attachés.

16. Volksgezondheid, Welzijn en Sport

De HGIS middelen van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport betreffen enkele attachés.

17. Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Artikel 1 Duurzame handel en investeringen

De fluctuaties in uitgaven op dit artikel komen voort uit de aanpassing van het kasritme van het Dutch Good Growth Fund (DGGF). Met het DGGF wordt beoogd het speerpunt voor een versterkte private sector en een verbeterd investeringsklimaat in ontwikkelingslanden te realiseren. De hogere ontvangst in 2016 betreft de vrijval van de begrotingsreserves van de instrumenten Faciliteit Opkomende Markten (FOM) en Finance for International Business (FIB), die worden stopgezet en afgebouwd ten gunste van het nieuwe fonds voor handelsbevordering DTIF.

Artikel 2 Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water

Dit artikel toont stijgende uitgaven. Zoals omschreven in de Kamerbrief Wat de Wereld Verdient, een Nieuwe Agenda voor Hulp en Handel van 5 april 2013 (TK 33 625 nr. 1) neemt het budget op het speerpunt van duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water de komende jaren toe.

Artikel 3 Sociale vooruitgang

Dit artikel laat dalende uitgaven zien. Dit is het gevolg van beleidskeuzes zoals omschreven in de Kamerbrief Wat de Wereld Verdient, een Nieuwe Agenda voor Hulp en Handel van 5 april 2013 (TK 33 625 nr. 1). Binnen dit artikel stijgen de uitgaven op het speerpunt seksuele en reproductieve gezondheid en rechten en een halt aan de verspreiding van HIV/Aids. Hier staat tegenover dat de uitgaven die niet tot de speerpunten behoren dalen. Het gaat om uitgaven met betrekking tot het maatschappelijk middenveld en onderwijs- en onderzoeksactiviteiten.

Artikel 4 Vrede en veiligheid voor ontwikkeling

Het budget op dit artikel is in het jaar 2016 hoger dan in overige jaren hoofdzakelijk vanwege extra middelen voor opvang in de regio Syrië, de Nederlandse bijdrage aan de faciliteit voor vluchtelingen in Turkije (Turkey Refugee Facility) en een overheveling vanuit het Budget Internationale Veiligheid (BIV) van de begroting van het Ministerie van Defensie.

Artikel 5 Versterkte kaders voor ontwikkeling

Dit betreft onder andere het parkeer- en verdeelartikel van de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Op dit artikel worden aanpassingen als gevolg van de BNI-ontwikkeling opgenomen. Op dit moment is er sprake van een zogenoemde BNI-minreeks. De hogere ontvangst in 2016 hangt samen met een extra ontvangst in verband met de beëindiging van een lening aan de International Finance Corporation (IFC) voor een post-financiële crisis activiteit.

Consolidatie

Consolidatie
  

2016

2017

2018

2019

2020

2021

totaal uitgaven

– 6.085,4

– 6.168,3

– 6.598,0

– 6.732,3

– 6.880,4

– 7.013,5

totaal niet-belastingontvangsten

– 6.085,4

– 6.168,3

– 6.598,0

– 6.732,3

– 6.880,4

– 7.013,5

1

Nog niet toegerekend

      
 

Uitgaven

– 6.085,4

– 6.168,3

– 6.598,0

– 6.732,3

– 6.880,4

– 7.013,5

 

Ontvangsten

– 6.085,4

– 6.168,3

– 6.598,0

– 6.732,3

– 6.880,4

– 7.013,5

De post Consolidatie wordt gebruikt voor het corrigeren van de Rijksbegroting voor dubbeltellingen die ontstaan door het bruto-boeken van bijdragen. Het bruto-boeken houdt in dat zowel het departement dat bijdraagt, als het departement dat ontvangt de uitgaven op zijn begroting opneemt. Het ontvangende departement raamt daarnaast de te ontvangen bijdragen ook aan de ontvangstenkant van de begroting. Hierdoor wordt het rekenkundig niveau van de totale rijksuitgaven en de rijksontvangsten hoger dan het feitelijk niveau. Op de post Consolidatie wordt hiervoor gecorrigeerd. De hoogte van de post wordt in belangrijke mate bepaald door de bijdragen van de begroting van Infrastructuur & Milieu aan het Infrastructuurfonds.