Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

11. Verticale toelichting

De verticale toelichting bevat een cijfermatig overzicht voor alle begrotingen van budgettaire veranderingen die zich hebben voorgedaan in de uitgaven en niet-belastingontvangsten sinds de Miljoenennota 2016. Dit overzicht sluit aan op de mutaties zoals gepresenteerd in de ontwerpbegrotingen van de departementen.

Per begroting wordt een cijfermatig overzicht gepresenteerd van de voornaamste mutaties, gevolgd door een toelichting hierop. Voor een meer gedetailleerde toelichting op de mutaties wordt verwezen naar de afzonderlijke suppletoire begrotingen.

De Verticale Toelichting onderscheidt drie categorieën mutaties:

  • 1. mee- en tegenvallers;
  • 2. beleidsmatige mutaties;
  • 3. technische mutaties.

Alle overboekingen, desalderingen, statistische correcties en mutaties die niet tot een ijklijn behoren, zijn in de laatste categorie «technische mutaties» geclusterd. Overigens hebben sommige overboekingen en desalderingen wél een beleidsmatig karakter. Dit komt tot uitdrukking in de toelichtingen. Ingeval samenhangende mutaties in meerdere categorieën voorkomen, worden deze eenmaal toegelicht.

De totalen per begroting worden in eerste instantie gepresenteerd exclusief de bedragen die onder de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) vallen. Door middel van een aansluitregel wordt het deel van de begroting dat onder HGIS valt, zichtbaar gemaakt. De veranderingen die optreden binnen het HGIS-deel van de begroting worden gepresenteerd en toegelicht in de verticale toelichting van alle HGIS-uitgaven. De laatste regel geeft per begroting de totaalstand inclusief HGIS.

De ondergrens voor mutaties die apart zichtbaar worden in de tabbellen is afhankelijk van de omvang van de begroting en verschilt voor de verschillende categorieën mutaties. De post diversen bevat de mutaties die onder de ondergrens vallen en wordt in beginsel alleen toegelicht indien zich bijzonderheden voordoen.

Samenvattend overzicht mutaties per MJN 2017 t.o.v. MJN 2016
 

Bedragen in miljoenen euro’s

Mutaties uitgaven 2017

Mutaties ontvangsten 2017

Departementale begrotingen

I

De Koning

0,9

0,0

IIA

Staten Generaal

4,6

– 0,9

IIB

Hoge Colleges van Staat en Kabinetten

9,4

0,0

III

Algemene Zaken

0,7

0,0

IV

Koninkrijksrelaties

– 0,8

0,0

V

Buitenlandse Zaken

– 76,1

42,2

VI

Veiligheid en Justitie

1.419,1

530,5

VII

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

149,9

13,0

VIII

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

1.206,0

– 40,0

IXA

Nationale Schuld

– 2.340,3

772,8

IXB

Financiën

299,5

– 387,0

X

Defensie

262,5

78,3

XII

Infrastructuur en Milieu

– 348,2

6,4

XIII

Economische Zaken

98,0

– 2.724,6

XV

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

1.422,1

37,6

XVI

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

– 572,7

– 2,1

XVII

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

0,0

0,0

XVIII

Wonen en Rijksdienst

681,8

– 20,4

Overig

 

Sociale Zekerheid

– 272,1

3,3

 

Budgettair kader Zorg

– 744,8

– 117,6

 

Gemeentefonds

219,3

0,0

 

Provinciefonds

49,2

0,0

 

Infrastructuurfonds

– 187,5

– 187,5

 

Diergezondheidsfonds

1,9

1,9

 

Accres Gemeentefonds

6,6

0,0

 

Accres Provinciefonds

9,6

0,0

 

BES fonds

0,0

0,0

 

Deltafonds

– 184,2

– 184,2

 

Prijsbijstelling

– 690,6

0,0

 

Arbeidsvoorwaarden

– 801,3

0,0

 

Koppeling Uitkeringen

– 213,6

– 4,0

 

Aanvullende Post Algemeen

– 728,1

0,0

 

Consolidatie

437,0

437,0

 

Homogene Groep Internationale Samenwerking

– 582,4

6,5

De Koning

I DE KONING: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

40,6

40,6

40,5

40,6

40,6

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

0,1

0,2

0,2

0,2

0,2

 
   

0,1

0,2

0,2

0,2

0,2

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

 
   

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

 

Extrapolatie

41,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

0,8

0,9

0,9

0,9

0,9

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

41,3

41,4

41,4

41,4

41,4

41,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

41,3

41,4

41,4

41,4

41,4

41,5

I DE KONING: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Extrapolatie

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Staten-Generaal

IIA STATEN-GENERAAL: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

139,6

139,6

136,2

134,7

134,7

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

2,9

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

2,9

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

4,7

4,6

4,5

4,5

4,5

 
   

4,7

4,6

4,5

4,5

4,5

 

Extrapolatie

139,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

7,6

4,6

4,5

4,5

4,5

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

147,2

144,2

140,7

139,2

139,2

139,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

147,2

144,2

140,7

139,2

139,2

139,5

IIA STATEN-GENERAAL: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

5,2

5,2

5,2

5,2

5,2

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

– 0,9

– 0,9

– 0,9

– 0,9

– 0,9

 
   

– 0,9

– 0,9

– 0,9

– 0,9

– 0,9

 

Extrapolatie

4,2

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

– 0,9

– 0,9

– 0,9

– 0,9

– 0,9

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

4,3

4,2

4,2

4,2

4,2

4,2

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

4,3

4,2

4,2

4,2

4,2

4,2

Diversen (beleidsmatige mutaties- uitgaven)

Onder de post diversen vallen hoofdzakelijk de verschillende activiteiten die de Tweede Kamer in het kader van het Nederlands EU-voorzitterschap in 2016 heeft ondernomen. Daarnaast betreft dit de uitloop van projecten uit 2015.

Diversen (technische mutaties – uitgaven)

Hieronder vallen onder andere de structurele aanpassing voor de kosten van de fractiekostenregeling conform amendement 34 485 IIA en de uitkering van de loon- en prijsbijstelling tranche 2016. Deze tranche bestaat uit een vergoeding voor sociale werkgeverslasten en de contractloonontwikkeling. Daarbovenop ontvangen departementen bij de loonbijstelling incidentele compensatie voor een deel van de kosten voor werkgevers van de herstelopslag van het ABP voor 2016.

Tot slot worden CAO middelen van de Aanvullende Post overgemaakt naar de departementale begrotingen. Overheidswerkgevers en drie centrales van overheidspersoneel hebben een bovensectorale overeenkomst loonruimte publieke sector gesloten. Ter financiering van de afspraak is 400 mln. gereserveerd op de Aanvullende Post.

Diversen (ontvangsten)

Dit betreft hoofdzakelijk de structurele aanpassing van de ontvangstenraming van de Tweede Kamer als gevolg van het amendement 34 485 IIA.

Hoge Colleges van Staat en Kabinetten

IIB OVERIGE HOGE COLLEGES VAN STAAT EN KABINETTEN: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

109,3

105,6

104,6

104,6

104,7

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

6,0

6,7

2,9

2,9

2,9

 
   

6,0

6,7

2,9

2,9

2,9

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

3,8

2,7

2,7

2,7

2,7

 
   

3,8

2,7

2,7

2,7

2,7

 

Extrapolatie

109,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

9,8

9,4

5,6

5,6

5,6

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

119,1

115,0

110,2

110,2

110,4

109,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

119,1

115,0

110,2

110,2

110,4

109,7

IIB OVERIGE HOGE COLLEGES VAN STAAT EN KABINETTEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

5,7

5,7

5,7

5,7

5,7

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

0,1

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

0,1

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Extrapolatie

5,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

0,1

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

5,8

5,7

5,7

5,7

5,7

5,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

5,8

5,7

5,7

5,7

5,7

5,7

Diversen (beleidsmatige mutaties- uitgaven)

De meerjarige bijstelling voor het Hoger Beroep Vreemdelingen leidt tot een verhoging van de uitgavenraming van de Raad van State voor 2016 en verder. Daarnaast zorgen de tegenvallers in het budgettaire beeld van de kabinetten van de Gouverneur door de huidige dollarkoers voor een verhoging van de uitgaven bij de kabinetten voor de jaren 2016 en 2017. Tot slot betreft dit in 2016 investeringskosten bij de Raad van State voor de introductie van het programma Kwaliteit en Innovatie.

Diversen (technische mutaties – uitgaven)

Hieronder valt onder meer de uitkering van de loon- en prijsbijstelling tranche 2016. Deze tranche bestaat uit een vergoeding voor sociale werkgeverslasten en de contractloonontwikkeling. Daarbovenop ontvangen departementen bij de loonbijstelling incidentele compensatie voor een deel van de kosten voor werkgevers van de herstelopslag van het ABP voor 2016.

Tot slot worden CAO middelen van de Aanvullende Post overgemaakt naar de departementale begrotingen. Overheidswerkgevers en drie centrales van overheidspersoneel hebben een bovensectorale overeenkomst loonruimte publieke sector gesloten. Ter financiering van de afspraak is 400 mln. gereserveerd op de Aanvullende Post.

Diversen (technische mutaties – ontvangsten)

Onder deze post valt de bijdrage van de politie voor uitgifte en beheer van de politiemedailles aan de Kanselarij der Nederlandse Orden.

Algemene Zaken

III ALGEMENE ZAKEN: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

63,2

62,7

61,4

61,4

61,4

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

0,9

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

0,9

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

– 1,4

0,7

0,7

0,7

0,7

 
   

– 1,4

0,7

0,7

0,7

0,7

 

Extrapolatie

63,9

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

– 0,4

0,7

0,7

0,7

0,7

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

62,7

63,5

62,1

62,1

62,2

63,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

62,7

63,5

62,1

62,1

62,2

63,9

III ALGEMENE ZAKEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

6,8

6,8

6,7

6,7

6,7

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

0,3

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

0,3

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Extrapolatie

6,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

0,3

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

7,1

6,8

6,7

6,7

6,7

6,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

7,1

6,8

6,7

6,7

6,7

6,7

Diversen (beleidsmatige en technische mutaties – uitgaven en ontvangsten)

Dit betreft bij de uitgaven onder andere een saldo van het bijboeken van de eindejaarsmarge (0,6 mln.) en van de CAO-middelen vanuit de Aanvullende Post (0,4 mln.). Bij de ontvangsten betreft het met name de winstuitkering (0,2 mln.) van het agentschap Dienst Publiek en Communicatie (DPC).

Koninkrijksrelaties

IV KONINKRIJKSRELATIES: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

257,5

292,6

268,4

124,1

123,2

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Wisselkoers

12,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

– 2,8

– 0,4

3,7

0,0

0,0

 
   

9,2

– 0,4

3,7

0,0

0,0

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

7,3

– 0,4

– 0,1

– 0,1

– 0,1

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

      
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

7,3

– 0,4

– 0,1

– 0,1

– 0,1

 

Extrapolatie

123,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

16,5

– 0,8

3,6

– 0,1

– 0,1

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

274,0

291,9

272,0

124,0

123,1

123,1

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

274,0

291,9

272,0

124,0

123,1

123,1

IV KONINKRIJKSRELATIES: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

36,5

36,5

36,5

36,5

36,5

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

6,3

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

6,3

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Extrapolatie

36,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

6,3

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

42,8

36,5

36,5

36,5

36,5

36,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

42,8

36,5

36,5

36,5

36,5

36,5

Wisselkoers

Voor het meerjarig opvangen van valutaschommelingen is in 2016 incidenteel 12 mln. gereserveerd. Deze reservering zal door BZK verder worden aangevuld vanuit de middelen die staan op artikel 7.3 onvoorzien. Wisselkoerstegenvallers worden vanuit deze reservering gedekt, wisselkoersmeevallers komen ten gunste van deze reservering. De systematiek van deze reservering wordt aan de hand van voorgenoemde principes nader uitgewerkt.

Diversen (beleidsmatige mutaties – uitgaven)

In de periode 2016–2018 wordt de rechtshandhaving op Sint Maarten versterkt. Binnen de waarborgfunctie vindt hiervoor deels herprioritering plaats. De vervangingsinvesteringen in het materieel van de Kustwacht in het Caribisch gebied komen pas in 2018 in plaats van 2016 tot betaling. Het hiermee vrijgekomen budget is deels doorgeschoven naar 2018 en wordt daarnaast ingezet in 2016 en 2017 voor het opvangen van wisselkoersschommelingen.

Diverse (technische mutaties – uitgaven)

In 2016 zijn de uitgaven hoger door het amendement Van Laar/Segers voor kinderrechten en een extra impuls vanuit SZW voor de integrale projecten BES. Ook valt hieronder de uitkering van de loon- en prijsbijstelling tranche 2016. Deze tranche bestaat uit een vergoeding voor sociale werkgeverslasten en de contractloonontwikkeling. Daarbovenop ontvangen departementen bij de loonbijstelling incidentele compensatie voor een deel van de kosten voor werkgevers van de herstelopslag van het ABP voor 2016.

Vanaf 2016 is een gedeelte van de apparaatskosten overgeheveld naar de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken (H VII).

Tot slot worden CAO middelen van de Aanvullende Post overgemaakt naar de departementale begrotingen. Overheidswerkgevers en drie centrales van overheidspersoneel hebben een bovensectorale overeenkomst loonruimte publieke sector gesloten. Ter financiering van de afspraak is 400 mln. gereserveerd op de Aanvullende Post.

Diversen (technische mutaties – ontvangsten)

Onder de post diversen vallen onder andere de definitieve afrekening uit de Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen (SONA) en de terugontvangst van een deel van de Nederlandse bijdrage aan Fondo Desaroyo Aruba (FDA).

Buitenlandse Zaken

V BUITENLANDSE ZAKEN: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

7.650,8

7.617,1

7.947,9

8.158,3

8.299,8

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

1. tweede terugbetaling naheffing 2014

– 268,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

2. restitutie bruto nabetaling 2015

– 66,2

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

3. restitutie invoerrechten

– 37,6

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

4. restitutie additionele overige inkomsten

– 69,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

5. teruggave surplus 2015

– 62,3

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

6. voorjaarsraming ec en aanpassing raming invoerrechten

144,0

248,0

247,5

252,9

257,0

 
  

7. omboeken nederlandse korting

1.007,3

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

8. eu begroting 2017

0,0

– 330,4

333,3

– 1,8

0,0

 
  

Diversen

0,7

6,4

– 14,3

– 0,7

5,8

 
   

648,2

– 76,0

566,5

250,4

262,8

 

Extrapolatie

8.813,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

648,2

– 76,1

566,5

250,5

262,9

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

8.299,0

7.541,0

8.514,4

8.408,8

8.562,6

8.813,5

Totaal Internationale samenwerking

1.411,2

1.338,5

1.354,9

1.339,3

1.374,0

1.379,1

Stand Miljoenennota 2017

9.710,2

8.879,5

9.869,3

9.748,1

9.936,6

10.192,6

V BUITENLANDSE ZAKEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

2.402,9

598,7

610,8

623,2

635,9

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

6.voorjaarsraming ec en raming perceptiekostenvergoeding

17,9

42,2

42,8

43,5

44,2

 
  

7. omboeken nederlandse korting

1.007,3

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

– 14,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

1.011,2

42,2

42,8

43,5

44,2

 

Extrapolatie

700,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

1.011,3

42,2

42,8

43,5

44,2

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

3.414,2

640,9

653,7

666,7

680,1

700,5

Totaal Internationale samenwerking

64,9

64,9

64,9

64,9

64,9

64,9

Stand Miljoenennota 2017

3.479,1

705,8

718,6

731,7

745,0

765,4

Algemeen

De omvang van de nationale afdrachten wordt bepaald door de omvang van de Europese begroting. Tegelijkertijd is de omvang van de Nederlandse afdrachten ook relatief ten opzichte van de overige lidstaten. De EU ontvangt namelijk haar inkomsten uit verschillende afdrachten van de lidstaten, zoals invoerrechten, BTW-afdrachten en BNI-afdrachten. Deze EU-inkomsten worden ook wel de «eigen middelen» van de EU genoemd. Nederland ontvangt op de EU-afdrachten een jaarlijkse korting. Deze korting is opgebouwd uit een lager tarief voor BTW-afdrachten en een vaste korting (lumpsum) op de BNI-afdrachten.

Hieronder vindt u verschillende mutaties op de raming van het Nederlandse deel van de EU-afdrachten die in begrotingsjaar 2016 tot nu toe hebben plaatsgevonden.

Achtste aanvullende begroting 2015 (DAB8)

Een deel van de mutaties is het gevolg van de vertraagde aanname van de Draft Amending Budget 8 (DAB8) door het Europees Parlement. Door de vertraagde aanname doen zich de volgende meevallers voor in het jaar 2016 in plaats van in het jaar 2015 die het Nederlandse deel van de afdrachten verlagen:

  • 1. Tweede terugbetaling naheffing 2014: De tweede terugbetaling van de naheffing over 2014 wordt, door de vertraging van de aanname van de DAB8 door het Europees Parlement, in 2016 verwerkt. Gecombineerd met valuta-effecten (samenhangend met de wisselkoers van de Britse Pond) komt de restitutie op 269 mln.
  • 2. Restitutie over bruto nabetaling 2015: Met de nacalculatie zijn in 2015 enkele grondslagen van de BTW en BNI-afdrachten opwaarts bijgesteld. De opwaartse bijstellingen van de grondslagen vloeiden voort uit de bronnenrevisie die in 2014 plaatsvond en uit een nieuwe herziening door het CBS in samenwerking met DNB, waardoor de nationale rekeningen en de betalingsbalans beter op elkaar aansluiten. Dit heeft voor Nederland in 2015 geleid tot een bruto nabetaling. Door de vertraagde aanname van de DAB8 door het Europees Parlement ontvangt Nederland een restitutie over de bruto nabetaling in 2016.
  • 3. Restitutie invoerrechten: Door de vertraagde aanname van DAB8 ontvangt Nederland het Nederlands aandeel in de hoger dan geraamde invoerrechten in 2016.
  • 4. Restitutie additionele overige inkomsten: Door de vertraagde aanname van de DAB8 door het Europees Parlement ontvangt Nederland het Nederlandse aandeel in o.a. de hogere boete-inkomsten van de Europese Commissie in 2016

5. Teruggave surplus 2015

Op 15 april presenteerde de Europese Commissie het surplus over de Europese begroting van 2015. Dit surplus wordt gerestitueerd aan de lidstaten. De Nederlandse afdrachten zijn zodoende in 2016 verlaagd met 62 miljoen euro.

6. Voorjaarsraming 2016 EC en raming invoerrechten

De voorjaarsraming (Spring Forecast) 2016 van de Europese Commissie is verwerkt in de Nederlandse afdrachten. Bij de voorjaarsraming worden geen nieuwe EU-uitgaven geautoriseerd, maar vinden verschuivingen plaats in de financiering door actualisatie van BNI-ramingen, de BTW-grondslag en de invoerrechten. Deze actualisatie wijzigt de omvang van de afdrachten van de lidstaten. Voor Nederland volgt uit de actualisatie van de Europese Commissie bij voorjaarsraming een opwaartse bijstelling van de Nederlandse afdracht voor 2016 en verder. Dit onder andere naar aanleiding van een verhoging van de raming van de invoerrechten, een hogere BTW-grondslag en een hogere BNI-raming.

Hiernaast worden de niet-belastingontvangsten aangepast. Mede naar aanleiding van de voorjaarsraming van de EC is de raming van de invoerrechten en de daaraan gekoppelde perceptiekostenvergoeding in de Nederlandse afdrachten per saldo met structureel 40 mln. verhoogd.

7. Omboeken Nederlandse korting 2016

De Nederlandse korting over de jaarlijkse afdrachten wordt doorgaans verrekend met de maandelijkse betalingen aan de Europese begroting. In de begroting is de korting verrekend met de afzonderlijke componenten (lagere afdrachten) en is zodoende niet als niet-belastingontvangst verwerkt. Omdat de ratificatie van het Eigen Middelenbesluit waarschijnlijk in het najaar van 2016 wordt afgerond, kan de korting over 2016 niet meer worden verrekend met de maandelijkse betalingen. De korting wordt als eenmalige ontvangst aan Nederland gerestitueerd (kasontvangst), conform de ontvangst van de korting over de jaren 2014–2015. In de begroting wordt de korting over 2016 daarom omgeboekt van de uitgavenzijde (artikel 3.1) naar de niet-belastingontvangsten (artikel 3.10). De omvang van de totale afdrachten wijzigt hierdoor niet.

8. EU Begroting 2017

De raming van de Nederlandse afdrachten is gebaseerd op de omvang van het betalingenplafond van het Meerjarig Financieel Kader (MFK). De jaarlijkse EU-begroting laat doorgaans een beperkte marge tot dit plafond, waardoor wijzigingen in de omvang van de EU-begroting of de inzet van de speciale instrumenten niet direct leiden tot wijzigingen in de raming van de Nederlandse afdrachten.

Op 30 juni heeft de EC de EU begroting voor 2017 gepresenteerd. Op 18 juli is een Raadscompromis bereikt voor de onderhandelingen over de begroting voor 2017 dat ruim 9 mld. onder het betalingenplafond voor 2017 ligt. Deze grote marge komt voort uit de vertragingen die zich voordoen bij de uitvoering van de structuur- en cohesiefondsen.

Hoewel de EU begroting voor 2017 nog niet vast staat, geeft de omvang van de marge tot het betalingenplafond aanleiding om, bij uitzondering, af te wijken van het betalingenplafond als uitgangspunt voor de raming van de Nederlandse afdrachten in 2017. Het is namelijk aannemelijk dat de vertragingen bij de implementatie van het Cohesiebeleid – grotendeels verantwoordelijk voor deze marge – gedurende de uitvoering van de begroting niet ingelopen zullen worden.

Voor de raming van de Nederlandse afdrachten voor 2017 wordt voorgesteld om de EU-begroting, met een marge voor o.a. de inzet van speciale instrumenten, als uitgangspunt te nemen. Uitgaande van het Nederlandse BNI aandeel in de afdrachten betekent dit dat de raming van de Nederlandse afdrachten in 2017 verlaagd wordt met ca. 0,3 mld. De Europese Commissie verwacht dat de vertraging bij de structuur- en Cohesiefondsen in 2018 zal worden ingelopen, waardoor de lagere betalingen voor 2017 doorschuiven naar 2018. Voor 2018 wordt derhalve de raming van de Nederlandse afdrachten verhoogd met hetzelfde bedrag (0,3 mld.). De marginale mutatie in 2019 is het gevolg van de doorwerking van deze kasschuif op de korting die het Verenigd Koninkrijk ontvangt en de bijdragen die de overige lidstaten daaraan betalen.

Diversen (uitgaven)

Conform de MFK-verordening wordt het Meerjarig Financieel Kader (MFK) ieder jaar technisch aangepast voor de inzet van enkele speciale instrumenten. Deze technische aanpassing zorgt voor een bijstelling van de Nederlandse afdrachten in de jaren 2017–2020, die cumulatief een verlaging van 2,8 mln. betekent.

Veiligheid en Justitie

VI VEILIGHEID EN JUSTITIE: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

11.411,6

11.111,7

10.679,5

10.711,1

10.732,3

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Asiel: coa

659,7

464,3

238,1

0,0

0,0

 
  

Asiel: dienst terugkeer & vertrek (dt&v)

7,9

15,7

15,7

0,0

0,0

 
  

Asiel: gemeentelijk versnellingsarrangement

39,8

77,2

32,4

0,0

0,0

 
  

Asiel: ind

83,5

55,8

0,0

0,0

0,0

 
  

Asiel: nidos

133,5

112,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Asiel: politie vreemdelingen

48,5

16,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Asiel: rechtspraak (rvdr)

13,9

16,2

0,0

0,0

0,0

 
  

Cao politie

92,4

27,0

27,0

27,0

27,0

 
  

Doorverdelen maatschappelijke prioriteiten venj

0,0

– 333,5

– 328,3

– 332,5

– 332,5

 
  

Extra middelen om

15,0

15,0

15,0

15,0

15,0

 
  

Extra middelen rechtspraak

20,0

25,0

25,0

25,0

25,0

 
  

Herijking huurverlaging rvb

0,0

– 26,0

0,0

– 108,0

– 104,0

 
  

Incidentele meevallers dji

– 40,4

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Intensivering fraudebestrijding

5,0

17,0

20,0

20,0

20,0

 
  

Investering prestaties nationale politie

96,0

252,0

226,0

301,0

276,0

 
  

Inzet prijsbijstelling

0,0

– 18,7

– 17,6

– 18,0

– 18,0

 
  

Kasschuif

– 2,3

– 38,0

– 50,0

44,0

46,0

 
  

Kasschuif aflossing egalisatieschuld rvb

180,3

– 60,8

– 70,0

– 26,1

– 23,3

 
  

Kasschuif maatschappelijke prioriteiten

0,0

– 44,0

– 72,6

39,0

57,7

 
  

Kostprijsontwikkeling dji

0,0

27,0

17,1

13,2

13,0

 
  

Kwaliteitsverbetering rechtspraak

0,0

35,0

35,0

35,0

35,0

 
  

Maatregelen strafrechtketen

0,0

– 1,0

– 30,7

– 51,2

– 57,2

 
  

Oplossen knelpunten

0,0

104,5

114,9

11,5

– 5,2

 
  

Overige problematiek en meevallers

0,4

– 29,3

– 20,0

3,4

8,8

 
  

Reactie commissie wolfsen

– 1,0

66,0

65,0

49,0

39,0

 
  

Samenwerking bedrijfsvoering venj

0,0

– 10,0

– 15,0

– 15,0

– 15,0

 
  

Splitsing Raad van State

0,0

0,7

18,0

12,9

11,3

 
  

Taakstelling strafrechtketen

0,0

30,0

60,0

60,0

60,0

 
  

Diversen

90,4

51,6

23,1

31,7

34,9

 
   

1.442,6

846,7

328,1

136,9

113,5

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Frictiekosten huisvesting masterplan dji

58,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Intensiveringsmiddelen veiligheid (np)

0,0

0,0

77,1

77,1

77,1

 
  

Loonbijstelling

186,9

164,3

159,1

159,6

160,0

 
  

Maatschappelijke prioriteiten venj

0,0

333,5

328,3

332,5

332,5

 
  

Middelen cao-akkoord

70,1

70,1

70,1

70,1

70,1

 
  

Nabetaling coa-afrekening 2015

65,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Teruggave rvb-middelen 2016

130,6

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

32,2

5,3

1,8

2,6

2,7

 
   

542,8

573,2

636,4

641,9

642,4

 

Extrapolatie

11.374,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

1.985,3

1.419,9

964,5

778,9

755,7

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

13.396,9

12.531,6

11.644,0

11.490,0

11.488,0

11.374,7

Totaal Internationale samenwerking

34,3

49,2

32,7

32,7

32,7

32,7

Stand Miljoenennota 2017

13.431,3

12.580,8

11.676,7

11.522,7

11.520,7

11.407,5

VI VEILIGHEID EN JUSTITIE: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

1.517,1

1.515,5

1.534,0

1.552,4

1.565,8

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Boeten en transacties maatregelen

26,5

47,9

46,8

50,5

62,2

 
  

Eu-vergoeding relocatie asielzoekers

27,0

27,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Herijking huurverlaging rvb

40,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Intrekken verhoging griffierechten

– 24,1

– 24,5

– 25,3

– 26,3

– 26,2

 
  

Inzet asielreserve

238,9

334,4

165,7

0,0

0,0

 
  

Meevaller cross border enforcement richtlijn -baten

10,9

12,4

14,0

15,5

17,1

 
  

Opbrengst grote schikkingen

358,0

142,0

151,0

152,0

146,0

 
  

Opbrengst intensivering fraudebestrijding

8,0

26,0

35,0

78,0

80,0

 
  

Oplossen knelpunten

0,0

– 15,0

– 15,0

– 15,0

– 15,0

 
  

Tegenvaller boeten en transacties

– 40,7

– 47,9

– 46,8

– 50,5

– 62,2

 
  

Verhogen afpakraming

0,0

32,0

33,0

29,0

29,0

 
  

Verlaging eigen bijdrage strafproces

– 27,0

– 10,0

– 11,0

– 11,0

– 11,0

 
  

Diversen

4,1

– 10,6

– 1,6

2,3

2,3

 
   

621,6

513,7

345,8

224,5

222,2

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Asielreserve ontrekking coa-afrekening 2015

65,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Teruggave rvb-middelen 2016

130,6

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

29,9

16,8

16,8

16,8

16,8

 
   

225,5

16,8

16,8

16,8

16,8

 

Extrapolatie

1.761,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

847,1

530,5

362,5

241,3

238,9

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

2.364,2

2.046,0

1.896,5

1.793,7

1.804,7

1.761,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

2.364,2

2.046,0

1.896,5

1.793,7

1.804,7

1.761,5

Asiel algemeen

Door de verhoogde asielinstroom is de begroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie zowel in het najaar van 2015 (zie ook de migratiebijlage bij de Najaarsnota 2015) als bij Voorjaarsnota 2016 en Ontwerpbegroting 2017 op verschillende punten aangepast. Deze verticale toelichting maakt de voorgestelde wijzigingen inzichtelijk, uitgesplitst naar organisatieonderdeel.

Asiel: coa

De hogere kosten voor VenJ op het gebied van asiel zijn gebaseerd op een asielinstroom van 58.000 in 2016 en 42.000 in 2017. De kosten onder deze post zijn voor de opvang van asielzoekers.

Asiel: dienst terugkeer & vertrek (dt&v)

Door de verhoogde asielinstroom heeft de Dienst Terugkeer & Vertrek hogere kosten voor het begeleiden van vreemdelingen die niet in Nederland kunnen blijven. Vanwege de doorlooptijd van de asielprocedure vindt een groot deel van de kostenstijging in 2017 en 2018 plaats.

Asiel: gemeentelijk versnellingsarrangement

In de migratiebijlage bij Najaarsnota 2015 (Kamerstuk 34 350, nr. 1) is aangekondigd dat er door het afgesloten bestuursakkoord met medeoverheden in 2016 middelen beschikbaar komen voor gemeenten en woningcorporaties. Het gemeentelijk versnellingsarrangement (GVA) maakt hier onderdeel van uit. Het GVA is inzetbaar door gemeenten als individuele, tijdelijke huisvestingsoplossing als permanente huisvesting niet mogelijk is. Het budget komt via het COA bij gemeenten.

Asiel: ind

In verband met de verhoogde asielinstroom heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst extra kosten voor het behandelen van de asielaanvragen. In deze post is de doelmatigheidstaakstelling van 7 mln. in 2016 verwerkt, waartoe bij Najaarsnota is besloten. De overige variatie in de bedragen wordt veroorzaakt doordat extra personeel in de loop van 2016 is aangenomen en pas in 2017 een vol jaar in dienst is.

Asiel: nidos

Door de verhoogde asielinstroom heeft Nidos extra kosten voor de voogdij en opvang van alleenstaande minderjarige vreemdelingen.

Asiel: politie vreemdelingen

De politie maakt in 2016 en 2017 extra kosten in verband met de verhoogde asielinstroom, zowel voor de eerste identificatie van asielzoekers, als voor de inzet als gevolg van verstoringen van de openbare orde.

Asiel: rechtspraak (rvdr)

De Raad voor de Rechtspraak heeft extra kosten in verband met de verhoogde asielinstroom.

Cao politie

Binnen de reservering uit de begrotingsbrief van 20 november 2015 (Kamerstuk 34 300 VI, nr. 23) is dit jaar 43 mln. beschikbaar ter dekking van de in 2015 afgesloten cao Nationale Politie. De beschikbare middelen voor de Politie-cao in 2015 zijn niet tot uitbetaling gekomen in 2015. Daarom zijn deze middelen (49,4 mln.) door middel van een kasschuif doorgeschoven naar 2016, waardoor het bedrag in 2016 hoger uitvalt dan in de jaren daarna.

Doorverdelen maatschappelijke prioriteiten venj & Maatschappelijke prioriteiten venj

Het kabinet heeft 450 mln. vrijgemaakt voor maatschappelijke prioriteiten op de begroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Een deel van deze middelen staat vooralsnog op de Aanvullende Post. Een aantal grotere posten wordt in deze VT toegelicht, kleinere posten vallen onder diversen.

Extra middelen om

Naar aanleiding van de begrotingsbrief van november 2015 is er in een nota van wijziging structureel 15 mln. beschikbaar gesteld op de begroting van VenJ voor investeringen ict bij het Openbaar Ministerie.

Extra middelen rechtspraak

In de begrotingsbrief van november 2015 is er structureel 25 mln. beschikbaar gesteld op de begroting van VenJ voor de Raad voor de Rechtspraak voor de financiering van het digitaliseringsprogramma KEI.

Herijking huurverlaging rvb

Een herijking van de tarieven die het Rijksvastgoedbedrijf voor het Rijkshuisvestingssysteem leidt tot een meevaller in de huurlasten. Deze meevaller, een verlaging van de toekomstige uitgaven, is als dekking ingezet in de begrotingsbrief van november 2015.

Incidentele meevallers dji

Diverse incidentele meevallers bij DJI, waaronder vrijval binnen het Van Werk Naar Werk-budget leiden tot een incidentele meevaller van 40,4 mln. in 2016.

Intensivering fraudebestrijding

In de begrotingsbrief van november 2015 is er een investering gedaan in de aanpak van witwassen en corruptie. Dit zal naar verwachting leiden tot extra ontvangsten (zie ook Ontvangsten – Opbrengst intensivering fraudebestrijding).

Investering prestaties nationale politie

Dit is een structurele investering waarmee de Nationale Politie de ontwikkeling van haar organisatie en het presterend vermogen kan waarmaken, zoals opgenomen in het inrichtingsplan en de herijkingsnota. Een deel van de middelen komt uit de reservering uit de begrotingsbrief van 20 november 2015. In die brief zijn er intensiveringsmiddelen beschikbaar gesteld t.b.v. de Nationale Politie.

Inzet prijsbijstelling

De prijsbijstelling tranche 2016 wordt vanaf 2017 ingehouden en ingezet ter dekking van de VenJ-problematiek.

Kasschuif

In het kader van de begrotingsbrief van november 2015 is er structureel 250 mln. vrijgemaakt t.b.v. de begroting van VenJ. Hierbij is ook structureel 250 mln. aan dekking aangeleverd. Om de dekkingsvoorstellen in het juiste ritme te brengen, is er een kasschuif nodig. De kasschuif is op de begroting van VenJ ingepast.

Kasschuif aflossing egalisatieschuld rvb

Egalisatie via de balans van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) is volgens de Regeling agentschappen niet toegestaan. De resterende egalisatieschuld voor de VenJ-organisaties moet worden afgelost aan het RVB. Om deze af te lossen wordt (deels) gebruik gemaakt van een meerjarige kasschuif.

Kasschuif maatschappelijke prioriteiten

Dit is een kasschuif binnen de begroting van VenJ om de besteding van de extra middelen uit de Miljoenennota in het juiste ritme te brengen.

Kostprijsontwikkeling dji

Een aantal ontwikkelingen heeft invloed op de bij DJI gehanteerde dagprijzen, zoals de verhoogde doorstroom van arrestanten. Ook is er sprake van een licht stijgende behoefte aan forensische zorg.

Kwaliteitsverbetering rechtspraak

De Raad voor de Rechtspraak heeft financiële ruimte voor een structurele investering in de kwaliteit van de rechtspraak gekregen.

Maatregelen strafrechtketen

Ter invulling van een deel van de taakstelling op de strafrechtketen neemt VenJ maatregelen als het doorbelasten garantstelling faillissementscuratoren (1 mln.), en de modernisering van civiele rechtspleging, onder meer vereenvoudiging hoger beroep en cassatie, verruiming collectieve afdoening en vereenvoudiging bewijs- en beslagrecht (14 mln.) en het beperken van de voorlopige hechtenis (8 mln.).

Oplossen knelpunten (uitgaven en niet-belastingontvangsten)

De middelen voor maatschappelijke prioriteiten worden deels gebruikt om verschillende kleinere knelpunten bij de VenJ-organisaties op te lossen.

Overige problematiek en meevallers

Op de post nominaal en onvoorzien zijn bedragen op- en afgeboekt voor problematiek binnen de VenJ-begroting.

Reactie commissie wolfsen

De maatregelen die genomen worden in het kader van de rechtsbijstand naar aan leiding van het onderzoek door de Commissie Wolfsen leiden tot besparingsverliezen bij de stelselherziening rechtsbijstand.

Samenwerking bedrijfsvoering venj

In de begrotingsbrief van november 2015 is opgenomen dat binnen de apparaatsuitgaven van VenJ structureel 15 mln. zal worden vrijgemaakt. Deze besparing wordt gerealiseerd door een verdergaande samenwerking van de diverse bedrijfsvoeringsdiensten binnen het gehele ministerie.

Splitsing Raad van State

De splitsing van de Raad van State brengt kosten met zich mee voor de organisaties ressorterend onder VenJ.

Taakstelling strafrechtketen

In 2015 is afgesproken dat de strafrechtketen verder wordt geoptimaliseerd. Hiervoor is taakstellend in 2015 en 2016 30 mln. en structureel vanaf 2017 60 mln. ingeboekt op de begroting van VenJ. In de eerste jaren heeft VenJ de besparing die wordt gerealiseerd door de tariefsverlaging van het Rvb ingezet. De taakstelling wordt vanaf 2017 concreet ingevuld, zie ook Uitgaven – maatregelen strafrechtketen.

Diversen (beleidsmatige mutaties)

Deze post is een optelling van verschillende kleinere mutaties, waaronder extra middelen t.b.v. de aanbevelingen van de Commissie Hoekstra (10 mln. structureel) en extra middelen voor innovatie en ontwikkeling voor het NFI (5 mln. structureel) in het kader van de begrotingsbrief van november 2015. Ook extra kosten voor asiel (rechtsbijstand en Vluchtelingenwerk Nederland) vallen onder deze post (respectievelijk ca. 14 mln. en 1 mln.). Bij begrotingsbrief van november 2015 is aangekondigd dat het wetsvoorstel verhoging griffierechten wordt ingetrokken (zie ook Ontvangsten – intrekken verhoging griffierechten). De dekking van het mislopen van de besparing op de uitgaven bedraagt 8 mln. structureel. Daarnaast bestaat deze post uit verschillende kleine mutaties kleiner dan 5 mln.

Frictiekosten huisvesting masterplan dji

Voor de uitvoering van het Masterplan DJI worden er middelen (t.b.v. frictiekosten vastgoed) van de Aanvullende Post overgeheveld naar de begroting van VenJ.

Intensiveringsmiddelen veiligheid (np)

De bij Regeerakkoord gereserveerde middelen ten behoeve van veiligheid zijn vanuit de Aanvullende Post bij Financiën structureel ter beschikking gesteld aan de begroting van VenJ, vanaf 2018. De middelen voor 2017 zijn reeds eerder ter beschikking gesteld.

Loonbijstelling

De loonbijstelling tranche 2016 wordt overgemaakt naar de departementale begrotingen. Deze tranche bestaat uit een vergoeding voor sociale werkgeverslasten en de contractloonontwikkeling. Daarbovenop ontvangen departementen bij de loonbijstelling incidentele compensatie voor een deel van de kosten voor werkgevers van de herstelopslag van het ABP voor 2016.

Middelen cao-akkoord

Overheidswerkgevers en drie centrales van overheidspersoneel hebben een bovensectorale overeenkomst loonruimte publieke sector gesloten. Ter financiering van de afspraak is 400 mln. gereserveerd op de Aanvullende Post. Deze middelen worden naar rato overgemaakt naar de departementale begrotingen.

Nabetaling coa-afrekening 2015

Als gevolg van de verhoogde asielinstroom in 2015 vindt er een nabetaling plaats voor de kosten van het COA in dat jaar.

Teruggave rvb-middelen 2016 (uitgaven en niet-belastingontvangsten)

Een nieuw kostprijsmodel van het rijksvastgoedbedrijf leidt voor de periode 2016–2020 tot lagere tarieven. Voor VenJ betekent dit voor 2016 een extra ontvangst van 130,6 mln. en daarmee verhoging van de uitgavenruimte.

Diversen (technische mutaties)

De post diversen is een optelling van verschillende mee- en tegenvallers, waaronder een desaldering van 15 mln. bij JustID (zie ook Ontvangsten – Diversen (technische mutaties)).

Boeten en transacties maatregelen

Een deel van de tegenvaller bij Boeten & Transacties wordt voor 2016 en verder gedekt door het nemen van maatregelen op het terrein van verkeershandhaving en door de indexering van verkeersboetes op te nemen in de meerjarenraming (zie ook Ontvangsten – tegenvaller boeten en transacties).

Eu-vergoeding relocatie asielzoekers

Nederland ontvangt een Europese vergoeding voor de relocatie van vluchtelingen die gelijk wordt gedeeld tussen de VenJ (2016) en BHOS-begroting (2017). Het BHOS deel wordt voor 2017 overgeheveld naar de begroting van BHOS. In de begrotingsbrief van november 2015 is opgenomen dat het VenJ-deel wordt ingezet ter dekking van de extra middelen voor de IND en Nidos die bij Najaarsnota 2015 zijn toegekend. De inzet van het BHOS-deel wordt toegelicht bij het onderdeel HGIS.

Herijking huurverlaging rvb

Een herijking van de tarieven van het Rijkshuisvestingssysteem leidt tot een meevaller in de huurlasten. Deze meevaller is als dekking ingezet in de begrotingsbrief van november 2015 (zie ook Uitgaven – Herijking huurverlaging rvb).

Intrekken verhoging griffierechten

In de begrotingsbrief van november 2015 is aangekondigd dat het wetsvoorstel aanpassing griffierechten wordt ingetrokken.

Inzet asielreserve

De beschikbare middelen in de asielreserve worden ingezet ten behoeve van de dekking van de kosten voor de hogere asielinstroom (zie ook Uitgaven – Asiel: coa).

Meevaller cross border enforcement richtlijn -baten

De toepassing van de cross-borderrichtlijn maakt het mogelijk eenvoudiger kentekengegevens tussen EU-lidstaten uit te wisselen en daardoor om meer boetes te innen, waardoor de raming voor boeten en transacties kan worden opgehoogd.

Opbrengst grote schikkingen

In de zaak met het telecombedrijf Vimpelcom is er in 2016 een schikking getroffen van 358 mln. Ten opzichte van de raming voor 2016 voor schikkingen groter dan 10 mln., (100 mln.) is 258 mln. meer ontvangen. Dit bedrag komt ten gunste van het generale beeld. In de begrotingsbrief van november 2015 is opgenomen dat (gelet op de ontwikkeling van grote schikkingen in de laatste jaren) voor schikkingen groter dan 10 mln. een aparte post ad. 100 mln. wordt opgenomen op de begroting van VenJ. Omdat de voorspelbaarheid per jaar zeer beperkt is, is besloten dat afwijkingen in de realisatie op dit onderdeel niet ten laste of ten gunste van de begroting van VenJ komen, maar binnen het rijksbrede uitgavenkader worden opgevangen. Bij ontwerp begroting 2017 is voor de periode 2017–2020 de raming voor de opbrengst uit grote schikkingen verhoogd.

Opbrengst intensivering fraudebestrijding

De investering in de aanpak van witwassen en corruptie (zie Uitgaven – Intensivering fraudebestrijding) zal naar verwachting leiden tot extra ontvangsten op de begroting van VenJ oplopend tot 80 mln. in 2020.

Tegenvaller boeten en transacties

Als gevolg van o.a. de verhoging van de maximumsnelheid naar 130 km/u op een aantal snelwegen en het opnemen van gedragseffecten in de verkeersboeteraming, doet zich een structurele tegenvaller voor.

Verhogen afpakraming

De raming van de opbrengst uit afpakken van crimineel vermogen is vanaf 2017 structureel verhoogd met circa 30 mln.

Verlaging eigen bijdrage strafproces

In de begrotingsbrief van november 2015 is aangekondigd dat het wetsvoorstel eigen bijdrage strafproces wordt verzacht. De forfaitaire bedragen worden met 25% verlaagd ten opzichte van het eerdere wetsvoorstel.

Diversen (beleidsmatige mutaties)

Deze post bestaat uit verschillende kleinere mutaties, waaronder het intrekken van de Wet eigen bijdrage detentie (9,7 mln. structureel) in het kader van de begrotingsbrief in november 2015.

Asielreserve onttrekking COA-afrekening 2015

De subsidieafrekening 2015 met het COA wordt betaald uit de asielreserve. Daartoe komt deze eerst als ontvangst op de begroting van VenJ binnen.

Diversen (technische mutaties)

De post diversen is een optelling van verschillende mee- en tegenvallers, waaronder een desaldering van 15 mln. bij JustID (zie ook Uitgaven – Diversen technische mutaties).

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

VII BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

683,1

592,2

584,6

587,5

588,0

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Ejm hxviii

– 102,4

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Referendum oekraïne

31,5

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

13,0

– 2,6

– 11,9

– 10,7

– 14,7

 
   

– 57,9

– 2,6

– 11,9

– 10,7

– 14,7

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Bijdrage gf referendum 6 april

– 30,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Bijdrage sso fmh

47,6

46,0

44,8

44,4

44,3

 
  

Dva ontvangsten

65,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Ejm huurtoeslag 2015

132,5

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Wetsvoorstel stroomlijnen

0,0

0,0

0,0

17,1

44,2

 
  

Diversen

62,2

106,4

34,3

33,7

35,4

 
   

277,3

152,4

79,1

95,2

123,9

 

Extrapolatie

654,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

219,4

149,9

67,2

84,6

109,2

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

902,5

742,1

651,8

672,0

697,2

654,8

Totaal Internationale samenwerking

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

Stand Miljoenennota 2017

902,6

742,2

651,9

672,2

697,4

654,9

VII BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

42,0

57,0

56,9

56,7

56,7

 

Mee- en tegenvallers

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

1,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

1,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Dva ontvangsten

65,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

46,0

13,0

8,0

8,0

7,9

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

      
  

Herfasering vut-fonds

50,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

161,0

13,0

8,0

8,0

7,9

 

Extrapolatie

64,4

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

162,0

13,0

8,0

8,0

7,9

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

204,1

69,9

64,9

64,7

64,7

64,4

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

204,1

69,9

64,9

64,7

64,7

64,4

EJM hxviii en EJM huurtoeslag 2015

De begrotingstechnische verwerking van de eindejaarsmarge van de begroting voor Wonen en Rijksdienst (XVIII) loopt via de begroting van Binnenlandse Zaken (VII). De overschrijding bij de huurtoeslag in 2016 (132,5 mln.) leidt per saldo tot een negatieve eindejaarsmarge voor Wonen en Rijksdienst op de begroting van BZK (132,5 mln.).

Referendum Oekraïne

De totaal geraamde kosten voor het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne bedragen 35 mln. Aan de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) wordt hiervoor een bedrag van 31,5 mln. toegevoegd.

Diversen (beleidsmatige mutaties – uitgaven)

Dit betreft onder meer structurele kosten in verband met het instellen van een Huis voor de Klokkenluiders, kosten voor de Operatie Basisregistratie Personen en inzet van het surplus eigen vermogen van de voormalige onderdelen van het Rijksvastgoedbedrijf.

Bijdrage GF referendum 6 april

Dit betreft een bijdrage aan het Gemeentefonds (GF) voor de organisatie van het referendum over het associatieverdrag met Oekraine van 6 april.

Bijdrage SSO FMH

In het kader van het programma Herinrichting Governance Bedrijfsvoering Rijk worden voorstellen uitgewerkt voor een effectieve aansturing van de SSO’s. Na P-Direkt vorig jaar is FMHaaglanden de tweede SSO waar het centraal opdrachtgeverschap wordt belegd bij het bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Om centraal opdrachtgeverschap mogelijk te maken worden ook de middelen van verschillende begrotingen centraal bij BZK belegd.

DVA ontvangsten (uitgaven en ontvangsten)

De ontvangsten en uitgaven die voortvloeien uit de Dienstverleningsovereenkomsten 2016 (DVA) betreffen de dienstverlening van het kerndepartement aan de baten lastenagentschappen en van de baten-lastenagentschappen onderling.

Wetsvoorstel stroomlijnen

De incidentele budgettaire effecten als gevolg van het wetsvoorstel Stroomlijnen invordering worden gereserveerd op de begroting. Deze middelen zijn overgeboekt van de begroting van Wonen en Rijksdienst naar de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatie op het artikel voor nominaal en onvoorzien.

Diversen (technische mutaties- uitgaven)

Ten behoeve van de Generieke Digitale Infrastructuur zijn vanuit de Aanvullende Post voor 2016 en 2017 de gereserveerde middelen overgeheveld.

Verder valt hieronder onder meer de uitkering van de loon- en prijsbijstelling tranche 2016. Deze tranche bestaat uit een vergoeding voor sociale werkgeverslasten en de contractloonontwikkeling. Daarbovenop ontvangen departementen bij de loonbijstelling incidentele compensatie voor een deel van de kosten voor werkgevers van de herstelopslag van het ABP voor 2016.

Tot slot worden CAO middelen van de Aanvullende Post overgemaakt naar de departementale begrotingen. Overheidswerkgevers en drie centrales van overheidspersoneel hebben een bovensectorale overeenkomst loonruimte publieke sector gesloten. Ter financiering van de afspraak is 400 mln. gereserveerd op de Aanvullende Post.

Diversen (technische mutaties en mee- en tegenvallers- ontvangsten)

Hieronder vallen onder meer de afrekening Logius, centralisatie FMH en de inkomsten van Doc-direct ter dekking van hun personele en materiële uitgaven. Daarnaast verloopt de bijdrage van de agentschappen van BZK voor het centraal opdrachtgeverschap FMH via de ontvangsten. Als laatste is invulling gegeven aan het amendement over de fractiekostenregeling (34 485 IIA Nr.3). Het gaat om een structurele reeks van 2,6 mln. waarvoor in 2016 en 2017 dekking is gevonden en met ingang van 2018 ten laste van het budget «subsidiëring politieke partijen» is geboekt.

Herfasering VUT-fonds

De liquiditeitsbehoefte van het VUT-fonds is afhankelijk van het moment dat naar verwachting gebruik wordt gemaakt van de regeling Flexibel Pensioen en Uittreden (FPU). De uitgaven en ontvangsten fluctueren met het verwachte gebruik. In 2016 lost het VUT-fonds haar lening volledig af, wat resulteert in hogere ontvangsten.

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

VIII ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

36.792,8

35.899,7

35.931,7

35.890,1

35.890,2

 

Mee- en tegenvallers

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Referentieraming 2016

69,9

57,0

70,2

84,7

77,6

 
  

Diversen

– 8,6

– 13,6

– 10,7

5,5

17,6

 
   

61,3

43,4

59,5

90,2

95,2

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Aanschaf rembrandts

80,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Aftrek scholingsuitgaven

0,0

0,0

– 127,2

– 127,2

– 127,2

 
  

Digitale taken rijksarchieven (dtr)

43,6

5,7

5,8

5,8

5,9

 
  

Eindejaarsmarge (inzet)

– 325,9

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Eindejaarsmarge (toevoeging)

325,9

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Herstelopslag abp 2016

36,4

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Instroom asielzoekers

62,0

77,0

35,0

5,5

0,0

 
  

Kasschuif (dtr)

– 43,6

10,2

10,7

11,2

11,6

 
  

Kasschuif ov-kaart

391,1

– 497,1

106,0

0,0

0,0

 
  

Kasschuif studievoorschot

0,0

0,0

0,0

26,7

– 26,7

 
  

Kasschuif verevening actieplan leerkracht

0,0

0,0

0,0

0,0

– 61,3

 
  

Kasschuif wetenschap

0,0

0,0

50,0

0,0

0,0

 
  

Lumpsum- en subsidietaakstelling

– 46,8

– 254,9

– 254,9

– 254,9

– 254,9

 
  

Monumentenaftrek

0,0

– 25,0

– 25,0

– 25,0

– 25,0

 
  

Ramingsbijstelling

0,0

– 150,0

– 150,0

– 150,0

– 150,0

 
  

Ramingsbijstelling 2017–2020

0,0

94,3

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

14,5

15,0

– 20,1

– 14,8

– 18,0

 
   

537,2

– 724,8

– 369,7

– 522,7

– 645,6

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Aftrek scholingsuitgaven

0,0

0,0

218,0

218,0

218,0

 
  

D32 intensivering onderwijs (tranche 2017)

0,0

185,0

185,0

185,0

185,0

 
  

D32 studievoorschot

0,0

0,0

200,0

173,3

262,7

 
  

Loonbijstelling

757,1

716,4

714,8

711,8

710,6

 
  

Monumentenaftrek

0,0

57,0

57,0

57,0

57,0

 
  

Politieke prioriteiten

0,0

67,0

67,0

67,0

67,0

 
  

Politieke prioriteiten: lumpsum- en subsidietaakstelling

0,0

133,0

133,0

133,0

133,0

 
  

Prijsbijstelling

56,4

55,9

55,7

55,5

55,4

 
  

Diversen

41,6

44,8

27,6

20,6

22,7

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

      
  

Autonome raming studiefinanciering nr

436,1

605,5

633,7

635,1

606,3

 
  

Diversen

40,4

22,8

11,5

12,1

14,1

 
   

1.331,6

1.887,4

2.303,3

2.268,4

2.331,8

 

Extrapolatie

37.878,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

1.930,0

1.206,0

1.993,1

1.835,8

1.781,5

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

38.722,9

37.105,8

37.924,8

37.726,0

37.671,7

37.878,5

Totaal Internationale samenwerking

63,0

56,8

56,8

56,8

56,8

56,8

Stand Miljoenennota 2017

38.785,8

37.162,5

37.981,6

37.782,8

37.728,5

37.935,3

VIII ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

1.337,2

1.381,6

1.450,2

1.508,7

1.585,4

 

Mee- en tegenvallers

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Rente studiefinanciering

– 60,6

– 69,8

– 72,7

– 71,0

– 69,1

 
  

Diversen

– 8,8

– 10,3

– 10,1

– 10,3

– 11,0

 
   

– 69,4

– 80,1

– 82,8

– 81,3

– 80,1

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

5,6

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

5,6

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

24,5

22,0

31,0

22,0

22,0

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

      
  

Diversen

14,7

18,0

17,3

16,6

17,4

 
   

39,2

40,0

48,3

38,6

39,4

 

Extrapolatie

1.611,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

– 24,7

– 40,0

– 34,5

– 42,7

– 40,7

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

1.312,5

1.341,6

1.415,7

1.466,0

1.544,6

1.611,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

1.312,5

1.341,6

1.415,7

1.466,0

1.544,6

1.611,5

Referentieraming 2016

In de begroting is de actuele raming van de leerlingen- en studentenaantallen verwerkt. Uit de referentieraming 2016 blijkt dat in het primair onderwijs het aantal leerlingen in de jaren 2016 tot en met 2019 hoger is dan in de referentieraming 2015; echter, op termijn wordt dit lager. In het voortgezet onderwijs en het wetenschappelijk onderwijs zijn de leerlingen- en studentenaantallen hoger, terwijl in het hoger beroepsonderwijs het aantal juist lager is.

Diversen (mee- en tegenvallers)

Dit betreft de actualisering van de raming van de studiefinanciering. Hieruit volgt een structurele tegenvaller, door onder andere meer omzettingen van de prestatiebeurs in een gift in het hoger onderwijs en meer omzettingen van de ov-studentenkaart in een gift.

Aanschaf Rembrandts

Op de cultuurbegroting 2015 was 80 mln. extra beschikbaar gesteld om de portretten van Rembrandt aan te schaffen (gedekt uit hogere dividendontvangsten op artikel 3 van begrotingshoofdstuk 9 en een opwaartse ontvangstenraming en desaldering op het museaal aankoopfonds). Omdat de betaling plaats heeft gevonden in 2016, is deze dekking meegenomen in de eindejaarsmarge 2015.

Aftrek scholingsuitgaven (beleidsmatige en technische mutatie)

In de begeleidende brief bij het Belastingplan 2016 is een aantal onderzoeken ter vereenvoudiging van het belastingstelsel aangekondigd. Onderzoek van het CPB naar de fiscale aftrekpost scholingsuitgaven heeft ertoe geleid dat deze aftrekpost per 1 januari 2018 zal worden afgeschaft en vervangen door een meer gerichte uitgavenregeling op de begroting van OCW. Deze twee mutaties betreffen de toevoeging van budget voor de uitgavenregeling aan de begroting van OCW (218 mln.) en de korting op deze uitgavenregeling ter dekking van de ruilvoetproblematiek en om de begroting van OCW sluitend te maken. De korting bedraagt 127,2 mln. van 2018 tot en met 2022 en per 2023 106 mln.

Digitale Taken Rijksarchieven (DTR)

Er wordt van 2017 tot en met 2020 in totaal 43,6 mln. ingezet ter dekking van de apparaatskosten bij het Nationaal Archief in het kader van het programma Digitale Taken Rijksarchieven (DTR). Dit bedrag wordt gedekt uit de eindejaarsmarge 2015 en met een kasschuif naar de betreffende jaren verschoven. Ter dekking van de programmakosten van de extra digitale taken van het Nationaal Archief wordt er van 2017 tot en met 2020 circa 5,8 mln. gebudgetteerd.

Eindejaarsmarge (toevoeging en inzet)

De eindejaarsmarge 2015 is toegevoegd aan de OCW begroting. Van de eindejaarsmarge wordt 43,6 mln. ingezet voor het DTR programma, 36,4 mln. ter dekking van de ABP herstelopslag in 2016 en 117,9 mln. ter dekking van uitvoeringsproblematiek in 2016. De resterende 128,1 mln. hangt samen met overlopende verplichtingen 2015–2016 (waaronder de aanschaf van de schilderijen van Rembrandt).

Herstelopslag ABP 2016

36,4 mln. van de eindejaarsmarge wordt ingezet ter dekking van de ABP herstelopslag 2016.

Instroom asielzoekers

Door de toename van het aantal minderjarige asielzoekers neemt ook het beroep op de regelingen voor aanvullende bekostiging toe, waar scholen met asielzoekerskinderen een beroep op kunnen doen. Hierdoor zijn er tegenvallers ontstaan.

Kasschuif (DTR)

Dit deel van de eindejaarsmarge 2015 wordt geschoven naar 2017 tot 2020 ter dekking van de apparaatkosten van het programma DTR bij het Nationaal Archief.

Kasschuif OV-kaart

Ter optimalisatie van het kasritme van de staat wordt een deel van de betalingen aan de vervoersbedrijven voor de ov-studentenkaart voor het jaar 2017 verschoven naar de jaren 2016 en 2018.

Kasschuif studievoorschot

De Strategische Agenda hoger onderwijs en onderzoek 2015–2025 «De waarde(n) van weten» schetst hoe de middelen die vrijkomen door de invoering van het studievoorschot worden besteed. Om over de jaren heen de vrijgekomen middelen in overeenstemming te brengen met deze investeringsreeks, is een kasschuif van 2020 naar 2019 nodig.

Kasschuif verevening Actieplan LeerKracht

Deze kasschuif tussen 2020 en 2021 is nodig om de maatregelen uit het Actieplan LeerKracht van Nederland en de dekking ervan met elkaar in evenwicht te brengen.

Kasschuif wetenschap

De middelen voor een intensivering in onderzoek staan op de Aanvullende Post in het jaar 2021 en worden bij de begroting 2017 toegevoegd aan de OCW begroting. Via een kasschuif naar 2018 worden deze middelen naar het juiste jaar gebracht, conform het Regeerakkoord Rutte II.

Lumpsum- en subsidietaakstelling

De lumpsumbekostiging en subsidies worden gekort ter dekking van de ruilvoetproblematiek en om de begroting van OCW sluitend te maken.

Monumentenaftrek (beleidsmatige en technische mutatie)

De fiscale regeling monumentenaftrek wordt per 2017 beëindigd en omgezet in een meer gerichte uitgavenregeling op de begroting van OCW. Deze twee mutaties betreffen de toevoeging van budget voor de uitgavenregeling aan de begroting van OCW (57 mln.) en de korting op deze uitgavenregeling ter dekking van de ruilvoetproblematiek en om de begroting van OCW sluitend te maken (25 mln.).

Politieke prioriteiten

Het kabinet stelt 200 mln. beschikbaar voor politieke prioriteiten op het gebied van OCW. Dit deel van het budget wordt besteed aan een aantal doelen, namelijk aanvullende bekostiging voor asielzoekerskinderen in hun tweede jaar in het primair onderwijs (15 mln.), het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (5 mln.), een compensatie van schoolkosten van minderjarige mbo’ers uit gezinnen met lage inkomens (10 mln.), het bevorderen van kansengelijkheid in het onderwijs (25 mln.), het toezicht van de Inspectie van het Onderwijs (2 mln.) en cultuur (10 mln.).

Politieke prioriteiten: lumpsum- en subsidietaakstelling

Het grootste deel van de 200 mln. voor politieke prioriteiten (133 mln.) wordt gebruikt om de lumpsum- en subsidietaakstelling te verzachten.

Ramingsbijstelling

Een structurele ramingsbijstelling van 150 mln. wordt ingezet ter dekking van de ruilvoetproblematiek en om de begroting van OCW sluitend te maken. Deze bijstelling wordt bij de Voorjaarsnota 2017 doorverdeeld over de beleidsartikelen, nadat rekening is gehouden met de budgettaire mutatie op basis van de referentie- en studiefinancieringsraming 2017.

Ramingsbijstelling 2017–2020

In de begroting 2016 is een incidentele bijstelling ingeboekt van 94,3 mln. voor de jaren 2017 tot en met 2020. Voor 2017 is deze nu doorverdeeld over de verschillende beleidsartikelen.

Diversen (beleidsmatige mutaties)

Deze post bestaat onder andere uit overlopende verplichtingen van 2015 naar verdere jaren. Voorbeelden hiervan zijn het project Leven Lang Leren, de onderwijshuisvesting in Caribisch Nederland en de problematiek rondom het ROC Leiden. Ook bevat deze post de intensivering in de cultuursector van 10 mln. in 2016 als gevolg van het amendement 34 300 VIII, nr. 118. Daarnaast bevat deze post de OCW-middelen uit het uitwerkingsakkoord met de VNG als gevolg van de asielproblematiek ter hoogte van 11 mln. in 2016 en 2017, en de dekking van de uitgaven in het kader van het programma vernieuwing studiefinanciering (PVS) bij DUO. De meerjarige tegenvaller bestaat voornamelijk uit een structurele neerwaartse bijstelling van 10 mln. op de gewichtenregeling per 2017 door intensievere controle en een structurele neerwaartse bijstelling van 10 mln. op het monumentenbudget per 2018.

D32 intensivering onderwijs (tranche 2017)

Dit betreft de laatste tranche van 185 mln. van de investeringsreeks voor onderwijs en onderzoek uit het Nationaal Onderwijsakkoord (NOA). Deze middelen zijn overgemaakt van de Aanvullende Post naar de OCW begroting.

D32 studievoorschot

De investeringsmiddelen die vrijkomen door de invoering van het studievoorschot worden vanuit de Aanvullende Post toegevoegd aan de OCW begroting.

Loonbijstelling

De loonbijstelling tranche 2016 van 480 mln. is overgemaakt naar de OCW begroting. Dit bestaat uit een vergoeding voor sociale werkgeverslasten en de contractloonontwikkeling. Daarbovenop ontvangen departementen incidentele compensatie voor een deel van de kosten voor werkgevers van de herstelopslag van het ABP voor 2016 (voor OCW 36,6 mln.). Verder hebben overheidswerkgevers en drie centrales van overheidspersoneel een bovensectorale overeenkomst loonruimte publieke sector gesloten. Ter financiering van de afspraak is 400 mln. gereserveerd op de Aanvullende Post. Deze middelen zijn overgemaakt naar de departementale begrotingen. OCW ontvangt hier 232 mln. van.

Prijsbijstelling

Dit betreft de toevoeging van het kaderrelevante deel van de prijsbijstelling tranche 2016.

Diversen (technische, kaderrelevante mutaties)

Deze post is het saldo van een aantal desalderingen, overboekingen, een deel van de lumpsum- en subsidietaakstelling en de teruggave van overschotten bij het Rijksvastgoedbedrijf en FM Haaglanden.

Autonome raming studiefinanciering (niet-kaderrelevant)

De niet-kaderrelevante raming studiefinanciering laat een tegenvaller zien. Dit komt doordat meer studenten zijn gaan lenen. Daarnaast gaat ook het gemiddeld geleende bedrag per student langzaam omhoog.

Diversen (technische, niet-kaderrelevante mutaties)

Dit betreft de budgettaire verwerking van het niet-kaderrelevante deel van de prijsbijstelling tranche 2016 en het niet kaderrelevante deel van referentieraming 2016. Het laatste wordt in 2016 grotendeels veroorzaakt door de hogere uitgaven aan rentedragende leningen. Vanaf 2018 neemt het aantal hbo-studenten af, wat leidt tot een lager niet-kaderrelevant deel van de referentieraming.

Rente studiefinanciering

De raming voor studiefinanciering 2016 laat lagere renteontvangsten zien vanwege de lagere rentestand.

Diversen (beleidsmatige mutaties niet-belastingontvangsten)

Er worden meer ontvangsten verwacht op het artikel voortgezet onderwijs, welke worden ingezet ter dekking van de lumpsum- en subsidietaakstelling in 2016. De ontvangstenraming van de afrekening van subsidies aan o.a. CITO, SLO en ITS wordt voor 2016, op basis van de realisaties over de afgelopen jaren, naar boven bijgesteld.

Diversen (technische, kaderrelevantie mutaties niet-belastingontvangsten)

Dit betreft grotendeels desalderingen, zoals een terugstorting van 15 mln. aan het Participatiefonds als gevolg van onterechte declaraties van wachtgelden en ook is de raming van de reclameopbrengsten van de STER met 9 mln. opwaarts bijgesteld.

Diversen (technische, niet-kaderrelevante mutaties)

De raming voor ontvangsten op de hoofdsom van de studieleningen is opwaarts bijgesteld, onder andere door extra inzet van DUO op de invordering van schulden.

Nationale Schuld (Transactiebasis)

IXA NATIONALE SCHULD (TRANSACTIEBASIS): UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

9.150,4

10.793,0

11.754,5

12.424,0

13.045,8

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

– 2,1

0,1

0,1

0,1

0,1

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

      
  

Rentelasten

0,3

0,0

– 217,5

– 333,1

– 460,6

 
  

Rentelasten kasbeheer

– 18,0

– 290,5

– 181,8

– 173,2

– 148,8

 
  

Rentelasten vaste schuld

– 390,0

– 1.294,0

– 2.787,0

– 4.003,0

– 4.923,0

 
  

Rentelasten vlottende schuld

21,0

– 1.106,0

– 1.154,0

– 1.154,0

– 1.151,0

 
  

Verstrekte leningen

350,0

350,0

350,0

350,0

350,0

 
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

– 38,8

– 2.340,4

– 3.990,2

– 5.313,2

– 6.333,3

 

Extrapolatie

6.858,6

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

– 38,8

– 2.340,3

– 3.990,2

– 5.313,2

– 6.333,3

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

9.111,7

8.452,7

7.764,3

7.110,8

6.712,5

6.858,6

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

9.111,7

8.452,7

7.764,3

7.110,8

6.712,5

6.858,6

IXA NATIONALE SCHULD (TRANSACTIEBASIS): NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

7.068,1

7.640,7

7.808,0

7.839,0

6.907,1

 
 

Technische mutaties

      
  

Niet tot een ijklijn behorend

      
  

Aflossingen leningen

816,6

246,7

236,1

235,8

252,0

 
  

Aflossingen leningen rwt

56,2

57,3

82,2

104,6

359,4

 
  

Beeindiging rentederivaten

4.253,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Mutatie in rekening courant sociale fondsen

1.258,3

614,1

3.291,3

899,4

– 187,9

 
  

Rente derivaten lang

– 518,0

– 718,0

– 417,0

11,0

361,0

 
  

Rentebaten kasbeheer

89,5

247,5

64,7

41,9

388,9

 
  

Rentebaten vlottende schuld

249,0

331,0

344,0

264,0

211,0

 
  

Diversen

2,4

– 5,8

– 6,2

– 4,7

– 6,1

 
   

6.207,0

772,8

3.595,1

1.552,0

1.378,3

 

Extrapolatie

6.353,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

6.207,0

772,8

3.595,2

1.552,1

1.378,3

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

13.275,1

8.413,5

11.403,2

9.391,1

8.285,4

6.353,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

13.275,1

8.413,5

11.403,2

9.391,1

8.285,4

6.353,0

Rentelasten kasbeheer

De raming van de aan deelnemers aan schatkistbankieren te betalen rente is bijgewerkt met de actuele rentetarieven en veranderingen in de middelen die de deelnemers bij de schatkist aanhouden.

Rentelasten vaste schuld

De raming van de rentelasten vaste schuld is flink naar beneden bijgesteld ten opzichte van Miljoenennota 2016. Dit wordt voor het grootste deel veroorzaakt door de neerwaarts aangepaste rentetarieven in de MEV-raming en de middellangetermijnverkenning (MLT) van het CPB. Daarnaast is de verwachte financieringsbehoefte gedaald.

Rentelasten vlottende schuld

De raming van de rentelasten vlottende schuld is naar beneden bijgesteld vanwege de neerwaarts aangepaste rentetarieven in de MEV-raming en de middellangetermijnverkenning (MLT) van het CPB en doordat de verwachte financieringsbehoefte is gedaald.

Verstrekte leningen

Gewijzigde inzichten in het leengedrag van agentschappen en RWT’s (Rechtspersonen met een wettelijke taak) leiden tot een aanpassing van de voorziene uitgaven.

Aflossingen leningen en aflossingen leningen rwt’s

Gewijzigde inzichten in het leengedrag van Baten- en Lastendiensten en RWT’s leiden tot een aanpassing van de voorziene uitgaven. Naar verwachting wordt er in 2016 en latere jaren meer afgelost op de leningen die in het kader van schatkistbankieren zijn verstrekt.

Beëindiging rentederivaten

Er is sprake geweest van het voortijdige beëindiging van een aantal rentederivaten. Bij het beëindigen van een rentederivaat wordt de actuele marktwaarde van het derivaat verrekend tussen beide partijen. In dit geval was de marktwaarde voor de Staat positief en is er dus sprake van eenmalige ontvangsten. Daar staat tegenover dat na de beëindiging er geen rente meer wordt betaald of ontvangen (zie rente derivaten lang).

Mutatie in rekening courant sociale fondsen

De inleg van sociale fondsen is gewijzigd als gevolg van mutaties in de premieontvangsten en de premiegefinancierde uitgaven.

Rente derivaten lang

Als gevolg van de voortijdige beëindiging van derivaten dalen de rentebaten uit derivaten. Doordat op de nu beëindigde derivaten netto rente werd ontvangen daalt de raming van de ontvangen rente uit derivaten. Daarnaast is de raming bijgewerkt met de neerwaarts aangepaste rentetarieven uit de MEV-raming en de middellangetermijnverkenning (MLT) van het CPB.

Rentebaten kasbeheer

De raming van de te ontvangen rente van deelnemers aan schatkistbankieren te ontvangen rente is bijgewerkt met de actuele rentetarieven en veranderingen in de vorderingen (vanuit leningen en roodstand op de rekening-courant) op de deelnemers.

Rentebaten vlottende schuld

Vanwege de neerwaarts aangepaste rente en daarmee een negatief geworden rente op kortlopende leningen is een deel van de rente vlottende schuld niet langer als een negatieve uitgave geboekt, maar als een positieve ontvangst.

Financiën

IXB FINANCIEN: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

6.547,2

6.245,1

6.090,9

5.996,2

5.893,0

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Belasting- en invorderingsrente

– 76,3

– 55,3

– 60,4

– 42,6

– 54,6

 
  

Bijstelling bcf

58,6

65,1

69,5

70,3

70,3

 
  

Reservering bir

55,6

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Tekort spoor ii

15,5

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

51,9

– 0,8

– 9,1

– 14,6

– 15,0

 
   

105,3

9,0

0,0

13,1

0,7

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Investeringsagenda

166,7

46,1

40,4

37,0

36,3

 
  

Loonbijstelling

46,5

41,5

39,7

38,6

37,7

 
  

Diversen

64,6

51,4

37,3

35,8

35,1

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

      
  

Kapitaalinjectie tennet

0,0

150,0

350,0

280,0

0,0

 
  

Overdracht schuldtitels propertize

2.379,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Uitkering winst griekenland

– 85,3

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

16,4

1,4

– 3,6

– 3,6

0,0

 
   

2.587,9

290,4

463,8

387,8

109,1

 

Extrapolatie

5.960,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

2.693,3

299,5

463,9

401,0

109,8

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

9.240,5

6.544,6

6.554,9

6.397,1

6.002,8

5.960,1

Totaal Internationale samenwerking

522,8

23,4

275,7

275,7

254,6

193,0

Stand Miljoenennota 2017

9.763,3

6.568,0

6.830,6

6.672,8

6.257,4

6.153,2

IXB FINANCIEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

3.104,5

2.912,0

2.837,9

2.706,8

2.614,6

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Belasting- en invorderingsrente

– 76,3

– 55,3

– 60,4

– 42,6

– 54,6

 
  

Boetes en dwangsommen dnb

21,5

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Dividenden en afdrachten staatsdeelnemingen

310,0

110,0

45,0

105,0

95,0

 
  

Premie exportkredietverzekeringen

0,0

38,8

28,8

26,4

28,0

 
  

Winstafdracht dnb

– 160,0

– 217,0

– 170,0

– 150,0

– 119,0

 
  

Diversen

5,4

10,3

10,7

7,1

5,5

 
   

100,6

– 113,2

– 145,9

– 54,1

– 45,1

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

– 10,3

– 24,6

– 24,6

– 24,6

– 24,4

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

      
  

Dividend financiele instellingen

378,5

– 37,4

– 37,4

– 37,4

– 37,4

 
  

Overdracht schuldtitels propertize

2.379,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Renteontvangsten griekenland

– 16,0

– 82,5

– 82,5

– 79,3

– 76,1

 
  

Verkoop aandelen propertize

843,8

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Verkoop eerste tranche asr

1.057,1

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Winstafdracht dnb

– 331,0

– 123,0

– 52,0

– 21,0

7,0

 
  

Diversen

21,5

– 6,3

– 4,8

– 3,3

– 1,8

 
   

4.322,6

– 273,8

– 201,3

– 165,6

– 132,7

 

Extrapolatie

2.542,9

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

4.423,3

– 387,0

– 347,2

– 219,7

– 177,8

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

7.527,8

2.525,0

2.490,7

2.487,1

2.436,8

2.542,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

7.527,8

2.525,0

2.490,7

2.487,1

2.436,8

2.542,9

Belasting- en invorderingsrente en reservering BIR (beleidsmatige mutaties, uitgaven en ontvangsten)

De Belasting- en invorderingsrente (BIR) wordt bij zowel de uitgaven als de ontvangsten naar beneden bijgesteld op basis van de realisaties over het jaar 2015. Deze bijstelling is het gevolg van het feit dat bij de invoering van de belastingrente en de introductie van de ondergrenzen het gedragseffect in de raming niet was meegenomen. Op basis van de realisaties is te zien dat met name bij VPB een flink gedragseffect optreedt. Het gevolg hiervan is dat belastingplichtigen eerder aan hun verplichtingen voldoen en er dus minder ontvangsten in het kader van de BIR binnenkomen. Daarom wordt voor mogelijk lagere ontvangsten een reservering getroffen van per saldo 56 mln.

Bijstelling bcf

De raming van het fonds is aangepast op basis van de jaarbeschikking over 2015, (geraamde) voorschotten en voorgenomen beleidsmutaties. De raming van het BTW-compensatiefonds is opwaarts bijgesteld. Een onder- of overschrijding komt ten laste of ten gunste van het gemeente- en provinciefonds.

Tekort spoor II

Een deel van de voorgenomen besparingen door vereenvoudiging van fiscale wetgeving uit het regeerakkoord (het zogenaamde spoor II traject) is niet gerealiseerd. Door het inzetten van onder andere de eindejaarsmarge wordt de taakstelling voor 2016 ingelost.

Investeringsagenda

Vanuit de Aanvullende Post zijn na beoordeling door het Investment Committee middelen vrijgegeven voor verschillende ICT-projecten, de uitstroomregeling (switch) en het aannemen van nieuw personeel in het kader van de Investeringsagenda (TK 31066–236).

Loonbijstelling

De loonbijstelling tranche 2016 wordt overgemaakt naar de departementale begrotingen. Deze tranche bestaat uit een vergoeding voor sociale werkgeverslasten en de contractloonontwikkeling. Daarbovenop ontvangen departementen bij de loonbijstelling incidentele compensatie voor een deel van de kosten voor werkgevers van de herstelopslag van het ABP voor 2016.

Kapitaalinjectie TenneT

Eind 2015 heeft TenneT de staat als enig aandeelhouder verzocht om extra kapitaal ter beschikking te stellen om de wettelijk verplichte investeringen in het Nederlandse net te realiseren. Op basis van een second opinion uitgevoerd door een extern deskundige is geconcludeerd dat de investeringsagenda in Nederland inderdaad tot een kapitaalbehoefte leidt. Vanaf 2017 zal TenneT 780 mln. ontvangen, verspreid over drie tranches. De kapitaalinjectie wordt betiteld als een financiële transactie. De kapitaalinjectie is niet relevant voor het EMU-saldo en het uitgavenkader.

Overdracht schuldtitels Propertize (uitgaven en ontvangsten)

De staat neemt de uitstaande staatsgegarandeerde schuld van Propertize met een waarde van 2,35 mld. over. De koper stort via Propertize eenzelfde bedrag bij de staat, vermeerderd met de opgelopen rente. De staatsgarantie op de financiering van Propertize komt daarmee te vervallen. De schuldtitels worden vervolgens in beheer gegeven bij het Agentschap (begroting IXA), waardoor er een uitgave wordt geboekt die even hoog is als de ontvangst.

Uitkering winst Griekenland

Op 24 mei 2016 is de Eurogroep een pakket schuldmaatregelen voor Griekenland overeengekomen. Een van de afspraken is dat vanaf begrotingsjaar 2017 de toekomstige SMP- en ANFA-winsten, conform de afspraak uit het tweede leningenprogramma, weer kunnen worden doorgegeven aan Griekenland. Dit betekent dat de SMP- en ANFA-winsten uit 2016 niet uitgekeerd zullen worden aan Griekenland.

Boetes en dwangsommen DNB

Dit betreft opbrengsten uit verbeurde dwangsommen en opgelegde bestuurlijke boetes door de toezichthouders (AFM en DNB) aan onder toezicht staande financiële instellingen uit de financiële sector. Deze opbrengsten komen voor een deel (surplus boven de 2,5 mln.) ten gunste van de Staat (TK 33957–19).

Dividenden en afdrachten staatsdeelnemingen

De raming van de reguliere staatsdeelnemingen is per saldo naar boven bijgesteld op basis van de laatste inzichten over de winstprognoses. Meerjarige meevallers doen zich voor bij o.a. TenneT, Schiphol en Holland Casino.

Premie exportkredietverzekeringen

De raming van de premieontvangsten is geactualiseerd voor de jaren 2017 t/m 2020, vanwege hogere premieontvangsten op de exportkredietverzekeringen is de raming naar boven bijgesteld.

Winstafdracht DNB (rijksbegroting enge zin, niet tot een ijklijn behorend, beleidsmatige mutaties en technische mutaties – ontvangsten)

Over boekjaar 2015 heeft DNB een voorziening, zogenaamde general risk provision van jaarlijks 500 mln. getroffen, voor de risico’s van kwantitatieve verruiming. Het vormen van een voorziening gaat ten laste van de winstafdracht aan de Staat.

Dividend Financiële instellingen

De onder beheer van NLFI staande financiële deelnemingen ABN AMRO, ASR, SNS Bank en Propertize hebben allemaal de jaarcijfers gepresenteerd. Als gevolg van deze cijfers is de raming van de dividenden van de financiële instellingen naar boven bijgesteld.

Renteontvangsten Griekenland

Vanwege een neerwaarts aangepaste rentevoet in de CPB-raming worden de geraamde renteontvangsten van Griekenland naar beneden bijgesteld.

Verkoop aandelen Propertize

De Nederlandse Staat heeft 28 juni j.l. een koopovereenkomst getekend met Lone Star Funds voor de verkoop van Propertize. Lone Star neemt, met haar consortium partner J.P. Morgan, Propertize over voor 895,3 mln., inclusief een voorwaardelijk bedrag van 22,5 mln. en rentebetaling van 29 mln.

Verkoop eerste tranche ASR

De opbrengst van de eerste tranche van de beursgang van ASR is 1.057 mln. De staat heeft 36,3% van de aandelen in ASR verkocht.

Diversen (uitgaven en ontvangsten: beleidsmatige en technische mutaties)

Dit betreft een som van mutaties van onder andere extra kosten voor de Belastingdienst vanwege uitvoeringskosten voor fiscale wet- en regelgeving en kosten voor de generieke digitale infrastructuur (GDI) en hogere ontvangsten door meer examenafnames van het Centrale Examenbank (CDFD).

Defensie

X DEFENSIE: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

7.852,4

8.084,5

8.102,2

8.117,9

8.063,5

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Biv trekkingsrechten def

51,5

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Ejm exploitatie

50,1

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Ejm investeringen

79,4

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Financiering brigade speciale beveiligingsopdr (bsb)

20,8

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Geoefendheid

0,0

46,3

46,5

49,2

49,9

 
  

Intensivering basisgereedheid

– 89,6

– 123,1

– 176,2

– 226,2

– 272,7

 
  

Intensivering basisgereedheid doorverdeling

89,6

123,1

176,2

226,2

272,7

 
  

Intensivering begroting defensie

0,0

– 300,0

– 300,0

– 300,0

– 300,0

 
  

Intensivering grensbewaking kmar

25,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Kasschuif herijking dip

– 200,0

– 150,0

0,0

67,0

217,0

 
  

Kasschuif sbk

– 28,0

– 3,0

3,0

4,0

10,0

 
  

Materiele gereedheid

0,0

75,9

72,6

68,8

69,0

 
  

Personele gereedheid

0,0

45,9

51,0

51,6

52,3

 
  

Reservering valutaschommelingen

40,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Risico bijdrage aan dubbele beheerslasten it

0,0

21,0

19,0

17,0

15,0

 
  

Diversen

– 14,9

1,1

– 4,2

4,9

6,2

 
   

23,9

– 262,8

– 112,1

– 37,5

119,4

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Doorwerking verkoopopbrengsten business case personendienst auto's

0,0

22,6

37,0

20,5

20,5

 
  

Doorwerking verkoopopbrengsten roerend goed

0,0

8,9

– 35,1

– 19,0

– 119,2

 
  

Intensivering begroting defensie

0,0

300,0

300,0

300,0

300,0

 
  

Loonbijstelling tranche 2016

88,9

78,1

77,8

78,5

79,0

 
  

Uitkeren cao middelen

39,4

39,4

39,4

39,4

39,4

 
  

Diversen

23,7

48,3

44,4

52,1

33,7

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

      
  

Diversen

34,2

28,0

16,9

– 1,5

– 9,1

 
   

186,2

525,3

480,4

470,0

344,3

 

Extrapolatie

8.387,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

210,1

262,5

368,3

432,5

463,7

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

8.062,5

8.347,0

8.470,5

8.550,4

8.527,1

8.387,3

Totaal Internationale samenwerking

304,1

339,2

329,2

329,2

329,2

328,9

Stand Miljoenennota 2017

8.366,6

8.686,2

8.799,7

8.879,7

8.856,4

8.716,2

X DEFENSIE: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

241,8

288,4

339,9

266,4

336,7

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Bijstellen verkoopopbrengsten dienstpersonen auto's

0,0

22,6

37,0

20,5

20,5

 
  

Bijstellen verkoopopbrengsten roerend goed

0,0

8,9

– 35,1

– 19,0

– 119,2

 
  

Diversen

5,1

23,4

10,3

18,3

7,6

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

      
  

Diversen

20,1

23,4

20,7

13,1

15,4

 
   

25,2

78,3

32,9

32,9

– 75,7

 

Extrapolatie

11,6

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

25,3

78,3

32,9

33,0

– 75,7

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

267,1

366,7

372,8

299,4

261,0

11,6

Totaal Internationale samenwerking

16,8

33,8

6,7

6,7

6,7

6,7

Stand Miljoenennota 2017

283,9

400,5

379,5

306,1

267,7

18,3

Biv trekkingsrechten def

Dit betreft de financiering van activiteiten die de inzet in bijvoorbeeld vredesmissies of fragiele staten in 2015 hebben ondersteund. Het gaat om zogeheten enablers zoals transportvliegtuigen en aan missies verbonden (na)zorgkosten voor uitgezonden defensiepersoneel.

Ejm exploitatie

Het exploitatiebudget wordt in 2016 opgehoogd met 50,1 mln. Dit is de overloop naar 2016 van de uitgaven die in 2015 niet tot betaling zijn gekomen en binnen de eindejaarsmarge (ejm) vallen. Deze middelen zijn meegenomen naar 2016.

Ejm investeringen

Het investeringsbudget wordt in 2016 opgehoogd met 79,4 mln. Dit is de overloop naar 2016 van de uitgaven die in 2015 niet tot betaling zijn gekomen. Voor het investeringsartikel geldt een 100% eindejaarsmarge.

Financiering brigade speciale beveiligingsopdr (bsb)

De inzet van de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) wordt vanuit het BIV gefinancierd ter hoogte van 20,7 mln. Defensie verzorgt op verzoek van Buitenlandse Zaken de beveiliging van diplomaten en ambassades in gebieden waar dat noodzakelijk is.

Geoefendheid

De generieke geoefendheid wordt verder op peil gebracht, ook met betrekking tot grootschalig optreden op hogere geweldsniveaus. Om dit mogelijk te maken wordt er geïnvesteerd in onder meer brandstof, oefenmunitie, operationele IT en verbindingsmiddelen. Door meer capaciteit aan te wenden voor initiële opleidingen, functieopleidingen en de opleiding «Veiligheid & Vakmanschap», kunnen organieke eenheden worden ontlast.

Intensivering basisgereedheid (doorverdeling)

Deze reeks betreft de doorverdeling naar de defensieonderdelen van het extra budget dat bij de begroting van 2016 aan de defensiebegroting was toegevoegd. Dit budget wordt ingezet om de basisgereedheid van de krijgsmacht in de komende jaren stapsgewijs te verbeteren door de personele en materiële gereedheid alsmede de geoefendheid te verhogen. Ook wordt geïnvesteerd in de ondersteuning en de bedrijfsvoering, onder meer in verwerving en IT. Een deel van het extra budget wordt gebruikt voor bijdragen aan de Very High Readiness Joint Taskforce (VJTF) en de verdere verdieping van internationale samenwerking.

Intensivering begroting Defensie

Het kabinet heeft voor de begroting van 2017 structureel 300 mln. beschikbaar gesteld voor Defensie, waarvan 197 mln. voor extra materiële en personele basisgereedheid en de geoefendheid van de krijgsmacht. 103 mln. wordt ingezet om Defensie te ontzien bij het dekken van de ruilvoettegenvaller. Deze reeks betreft de doorverdeling naar de defensieonderdelen.

Intensivering grensbewaking KMar

Het kabinet zet naar aanleiding van de groei van de migratiestromen eenmalig extra geld in. Dit wordt besteed aan de inzet van de Koninklijke Marechaussee (KMar) voor bewaking van de Nederlandse grenzen.

Kasschuif herijking dip

De ramingen voor de investeringsprojecten worden periodiek herijkt, passend bij de laatste ontwikkelingen en behoeftes. Een kasschuif is nodig om het aangepaste verloop van de uitgaven mogelijk te maken.

Kasschuif sbk

De ramingen van pensioenen en uitgaven aan het Sociaal Beleidskader (SBK) zijn aangepast. Een kasschuif is nodig om het aangepaste verloop van de uitgaven mogelijk te maken.

Materiële gereedheid

Door het verhogen van de materiële gereedheid kan de krijgsmacht voldoen aan de aangescherpte eisen die de Navo aan de bondgenootschappelijke strijdkrachten stelt.

Personele gereedheid

De balans tussen personeelsbudget en het formatieplan wordt hersteld, waardoor de vulling van eenheden kan worden verbeterd.

Reservering valutaschommelingen

Het kabinet heeft in 2016 eenmalig 40 mln. vrijgemaakt om een reservering voor valutaschommelingen bij Defensie-investeringen aan te leggen. Hierdoor ontstaat er meer stabiliteit in de planningsprocessen.

Risico bijdrage aan dubbele beheerslasten it

De voorziening is bedoeld voor de extra kosten gedurende de transitieperiode naar de nieuwe IT, zoals dubbele beheerlasten, transitie- en migratiekosten.

Diversen (beleidsmatige mutaties)

Dit zijn diverse kleine mutaties waaronder interdepartementale overboekingen voor onder andere de kustwacht en noodsleephulp.

Doorwerking verkoopopbrengsten business case personendienstauto's (uitgaven & niet-belastingontvangsten)

Defensie heeft besloten om het wagenpark voor niet-operationele dienstauto’s in een sneller tempo te gaan vervangen. Door dit besluit nemen zowel de verkoopopbrengsten als de investeringsuitgaven toe en nemen de exploitatie-uitgaven af. Met deze mutaties is de doorwerking hiervan aan de uitgavenkant te zien.

Doorwerking verkoopopbrengsten roerend goed (uitgaven & niet-belastingontvangsten)

Het uitgavenkader wordt aangepast vanwege bijgestelde ontvangsten. De wijzigingen in de ontvangsten betreffen de neerwaartse bijstelling van de verkoopopbrengsten van groot materieel onder meer door het overdragen van de Leopard 2 tank aan Duitsland (– 18 mln.), daarnaast is de raming van de pantserhouwitser2000 op basis van actuele marktinformatie neerwaarts bijgesteld met 16 mln.

Intensivering begroting Defensie

Zie toelichting bij beleidsmatige mutaties.

Loonbijstelling tranche 2016 & uitkeren cao middelen

Ter dekking van het bovensectoraal akkoord en de ontwikkeling sociale lasten en pensioenlasten zijn de loonbijstelling tranche 2016 en de additionele middelen voor het bovensectoraal akkoord uitgekeerd aan de defensieonderdelen.

Diversen (technische mutaties)

Dit zijn diverse kleine mutaties waaronder de prijsbijstelling en de bijdrage voor de oprichting van de motoren onderhoudsfaciliteit f-135.

Diversen (niet-belastingontvangsten)

Dit zijn diverse kleine mutaties waaronder de ontvangsten van de stichting ziektekosten verzekering krijgsmacht als bijdrage voor de infrastructurele aanpassingen van het Centraal Militair hospitaal.

Infrastructuur en Milieu

XII INFRASTRUCTUUR EN MILIEU: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

8.155,7

8.319,6

8.332,2

8.371,6

8.343,3

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Dbfm-conversie zeetoegang ijmond

– 7,1

0,0

95,7

0,0

0,0

 
  

Dbfm-conversie zeetoegang ijmond versnellingskosten

– 35,6

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Huisvesting

– 16,0

16,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Kasschuif deltafonds

0,0

– 150,0

0,0

0,0

150,0

 
  

Kasschuif infrastructuurfonds

0,0

– 100,0

0,0

0,0

100,0

 
  

Ramingsbijstelling ienm

0,0

– 106,0

– 106,0

– 106,0

– 106,0

 
  

Regeringsvliegtuig

40,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Toekenning eindejaarsmarge 2015

27,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

– 3,5

– 5,8

– 1,9

0,0

0,0

 
   

5,5

– 345,8

– 12,2

– 106,0

144,0

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Dbfm-conversie derde kolk beatrixsluis

– 3,6

– 37,1

– 43,1

– 42,4

1,9

 
  

Dbfm-conversie zeetoegang ijmond

2,7

2,9

2,8

163,3

35,8

 
  

Loon- en prijsbijstelling ienm

47,1

45,9

44,7

44,6

44,6

 
  

Overboeking naar pf voor beter benutten

– 58,4

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Overboeking naar pf voor regiospecifiek pakket zuiderzeelijn

– 118,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

– 26,8

– 14,1

– 4,0

– 2,1

2,1

 
   

– 157,7

– 2,4

0,4

163,4

84,4

 

Extrapolatie

8.776,9

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

– 152,4

– 348,2

– 11,8

57,4

228,3

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

8.003,4

7.971,4

8.320,4

8.429,0

8.571,6

8.776,9

Totaal Internationale samenwerking

26,8

23,0

20,5

20,5

20,5

21,3

Stand Miljoenennota 2017

8.030,2

7.994,4

8.341,0

8.449,5

8.592,2

8.798,3

XIII INFRASTRUCTUUR EN MILIEU: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

212,5

237,9

237,5

370,5

307,5

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

26,5

6,4

3,2

3,2

3,2

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

      
  

Ets-veilingsopbrengsten

0,0

0,0

0,0

– 133,0

– 70,0

 
  

Diversen

7,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

33,5

6,4

3,2

– 129,8

– 66,8

 

Extrapolatie

240,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

33,5

6,4

3,2

– 129,8

– 66,8

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

246,0

244,3

240,7

240,7

240,7

240,7

Totaal Internationale samenwerking

5,9

2,5

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

251,9

246,8

240,7

240,7

240,7

240,7

DBFM-conversie Zeetoegang IJmond (Beleidsmatige en Technische mutaties)

DBFM staat voor Design, Build, Finance en Maintain. DBFM is een type contract waarbij IenM het ontwerp, de bouw, de financiering en het meerjarig onderhoud van een infraproject uitbesteed aan één aannemersconsortium. In ruil hiervoor ontvangt het consortium een periodieke beschikbaarheidsvergoeding van IenM. In 2015 is de DBFM-aanbesteding van het project Zeetoegang IJmond afgerond. De nieuwe, grotere zeesluis zal ruimte bieden aan grotere zeeschepen. Om de beschikbaarheidsvergoedingen te kunnen betalen, zet IenM de aanleg- en onderhoudsbudgetten voor dit project in de begroting om in een reeks met beschikbaarheidsvergoedingen.

Huisvesting

De geplande verhuizing van het ministerie naar het nieuwe pand is verschoven van 2016 naar 2017. Het verhuisbudget van 16 mln. verschuift mee van 2016 naar 2017.

Kasschuif Deltafonds & Kasschuif Infrastructuurfonds

Ten behoeve van het generale beeld schuift IenM in totaal 250 mln. van 2017 naar 2020. Deze schuif bestaat uit een kasschuif van 150 mln. op het Deltafonds en van 100 mln. op het Infrastructuurfonds.

Regeringsvliegtuig

Het Kabinet is voornemens om het huidige regeringsvliegtuig te vervangen. In de brief (Kamerstukken II, 2015–2016, 33 400, nr. 79) van 8 juli 2016 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de aanschaf van een vervangend regeringsvliegtuig. De kosten daarvan liggen naar verwachting in de range 50 à 90 mln. Ter dekking hiervan heeft het kabinet als eerste stap 40 mln. toegevoegd aan de begroting voor 2016 van IenM.

Toekenning eindejaarsmarge 2015

Bij Eerste suppletoire begroting is de eindejaarsmarge toegevoegd aan de begroting van IenM. Een deel hiervan wordt ingezet voor de subsidieregeling Beheersing GSM-R interferentie. GSM-R is een radiosysteem dat wordt gebruikt in treinen. De toegevoegde middelen zijn subsidiemiddelen waarvan in 2015 geen gebruik is gemaakt, maar die naar verwachting dit jaar wel zullen worden uitgekeerd. Daarom zijn de subsidiemiddelen toegevoegd aan de begroting voor 2016.

Ramingsbijstelling IenM

Ter dekking van de ruilvoetproblematiek wordt vanaf 2017 jaarlijks 106 mln. gekort op de budgetten van IenM. Hiervan wordt 12 mln. toegerekend aan de begroting van IenM, 81 mln. aan het Infrastructuurfonds en 13 mln. aan het Deltafonds. Op de fondsen wordt de ramingbijstelling opgevangen binnen de investeringsruimte tot en met 2028.

DBFM-conversie Derde Kolk Beatrixsluis

In 2016 is de DBFM-aanbesteding van het project Derde Kolk Beatrixsluis afgerond. De derde sluiskolk zal eraan bijdragen dat het scheepvaartverkeer de Prinses Beatrixsluis ook in de toekomst vlot en veilig kan passeren. Conform afgesproken systematiek worden de aanleg- en onderhoudsbudgetten voor dit project op de begroting omgezet in een DBFM-reeks, zodat IenM de beschikbaarheidsvergoedingen kan uitkeren aan het aannemersconsortium.

Loon- en prijsbijstelling IenM

De loon- en prijsbijstelling tranche 2016 is toegevoegd aan de begrotingen van IenM.

Overboeking naar PF voor Beter Benutten

Diverse provincies ontvangen een bijdrage van IenM voor projecten binnen het programma Beter Benutten. De middelen zijn afkomstig van het Infrastructuurfonds en zijn via de begroting van IenM overgeboekt naar het Provinciefonds.

Overboeking naar PF voor Regiospecifiek pakket Zuiderzeelijn

De provincies Friesland, Groningen, Drenthe en Flevoland ontvangen van IenM resp. 77 mln., 37 mln., 3 mln. en 3 mln. voor OV-projecten binnen het Regiospecifiek pakket Zuiderzeelijn (RSP). De middelen zijn afkomstig van het Infrastructuurfonds en zijn via de begroting van IenM overgeboekt naar het Provinciefonds.

DBFM-conversie Zeetoegang IJmond versnellingskosten (Technische mutaties Niet tot een ijklijn behorend)

In 2015 is de DBFM-aanbesteding van het project Zeetoegang IJmond afgerond. Oorspronkelijk stond dit project gepland in de periode 2025 tot en met 2027. Met de verschillende decentrale overheden is in 2009 een convenant gesloten om dit project te versnellen. De kosten die gepaard gaan met de versnelde aanleg worden afgedragen aan het Ministerie van Financiën.

Diversen (Technische mutaties Niet-belastingontvangsten)

Deze post bestaat met name uit 11,3 mln. aan ontvangsten van agentschappen (met name RWS en ILT) voor centraal betaalde uitgaven voor ICT en facilitaire dienstverlening. De interne verrekening hiervan vindt door middel van facturering plaats.

ETS-veilingopbrengsten

De raming van de veilingopbrengsten van het Emission Trading System (ETS) ging ervan uit dat de niet geveilde emissierechten uit de jaren 2014 tot en met 2016 in latere jaren alsnog geveild konden worden. De Europese Raad en het Europees Parlement hebben echter besloten van deze mogelijkheid af te zien. Dit leidt tot een verlaging van de ontvangstenraming in de jaren 2019 en 2020. De opbrengsten voor ETS lopen via de begroting van IenM maar tellen mee in het inkomstenkader van het Rijk.

Economische Zaken

XIII ECONOMISCHE ZAKEN: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

4.856,6

4.796,1

4.954,3

5.504,7

6.180,2

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Eindejaarsmarge 2015

46,6

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Ets

0,2

– 22,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Fundamenteel en toegepast onderzoek

54,6

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Innovatiekrediet

18,6

– 0,7

– 0,7

– 0,6

– 0,6

 
  

Kasschuif fundamenteel en toegepast onderzoek

– 51,0

0,0

22,5

18,5

5,5

 
  

Landbouw btw

0,0

0,0

– 15,0

– 15,0

– 15,0

 
  

Nvwa

18,5

30,5

24,5

18,7

18,7

 
  

Regionale ontwikkelingsmaatschappijen

42,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Sde

0,0

– 35,0

– 25,0

0,0

0,0

 
  

Seed

15,7

– 0,2

– 0,2

– 0,1

– 0,1

 
  

Verduurzamingsopgave groningen

18,5

6,0

5,8

5,7

4,0

 
  

Diversen

– 11,7

– 28,7

– 22,6

– 23,1

– 28,3

 
   

152,0

– 50,1

– 10,7

4,1

– 15,8

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Loonbijstelling (incl. compensatie herstelpremie)

37,9

33,8

32,7

32,6

32,3

 
  

Diversen

19,0

45,6

68,0

75,8

81,1

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

      
  

Meerjarenprogramma nationaal coördinator groningen

98,9

68,6

13,6

12,9

12,9

 
  

Diversen

19,1

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

174,9

148,0

114,3

121,3

126,3

 

Extrapolatie

6.198,8

     

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

327,0

98,0

103,7

125,4

110,5

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

5.183,6

4.894,1

5.058,0

5.630,1

6.290,8

6.198,8

Totaal Internationale samenwerking

52,8

49,5

48,4

47,1

47,1

47,1

Stand Miljoenennota 2017

5.236,4

4.943,6

5.106,4

5.677,2

6.337,9

6.245,9

XIII ECONOMISCHE ZAKEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
    

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

6.783,5

6.495,5

6.976,9

7.774,0

8.296,2

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
   

Regionale ontwikkelingsmaatschappijen

20,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

22,3

19,0

10,0

4,7

4,7

 
   

42,3

19,0

10,0

4,7

4,7

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

9,3

7,4

15,7

22,6

24,1

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

      
  

Bijstelling aardgasbaten

– 3.450,0

– 2.750,0

– 2.950,0

– 3.100,0

– 3.050,0

 
  

Regionale ontwikkelingsmaatschappijen

74,0

3,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Verlenging umts-vergunningen

70,9

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

– 17,6

– 4,1

– 7,7

– 11,2

– 15,4

 
   

– 3.313,4

– 2.743,7

– 2.942,0

– 3.088,6

– 3.041,3

 

Extrapolatie

5.161,7

     

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

– 3.271,1

– 2.724,6

– 2.932,1

– 3.083,9

– 3.036,6

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

3.512,4

3.770,9

4.044,9

4.690,2

5.259,5

5.161,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

3.512,4

3.770,9

4.044,9

4.690,2

5.259,5

5.161,7

Eindejaarsmarge 2015

Dit betreft de reguliere eindejaarsmarge van EZ.

ETS

De ETS regeling is een regeling om de energie intensieve bedrijven te ontzien. Door de introductie van het Europese Emissiehandelssysteem (ETS) wordt de CO2-prijs door de elektriciteitsproducenten aan de elektriciteitsgrootgebruikers doorberekend. De ETS regeling voorziet in compensatie hiervan. De CO2-prijs is lager dan eerder geraamd, daardoor hoeven bedrijven minder gecompenseerd te worden en zijn er lagere uitgaven in 2016 en 2017. Tegelijkertijd worden de niet bestede middelen aan ETS in 2015 toegevoegd aan de begroting 2016, waardoor er in 2016 per saldo een stijging plaatsvindt.

Fundamenteel en toegepast onderzoek

De niet bestede middelen in 2015 worden toegevoegd aan de begroting 2016. De regeling die voor Smart Industry wordt uitgewerkt wordt gefinancierd vanuit het Toekomstfonds. Daarom worden de middelen van het amendement Smart Industry (5 mln.) overgeheveld van artikel 12 naar artikel 19 (omdat het mutaties in 2016 betreffen wordt hier nog de oude artikelindeling gebruikt).

Innovatiekrediet

Er wordt een ramingsbijstelling toegepast, omdat er jaarlijks minder aan innovatiekrediet wordt verstrekt dan geraamd. De niet bestede middelen van 2015 worden toegevoegd aan de begroting 2016.

Kasschuif fundamenteel en toegepast onderzoek

De kasmiddelen voor fundamenteel en toegepast onderzoek (Toekomstfonds) worden in het verwachte kasritme verspreid over de jaren 2018 t/m 2021.

Landbouw BTW (beleidsmatige mutaties en diversen – technische mutaties)

Per 1 januari 2018 wordt de BTW-landbouwregeling afgeschaft. Zoals uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Agro-, visserij-, en voedselketens (TK, 30 991 nr. 25) blijkt draagt deze regeling in mindere mate bij aan de beleidsdoelen van artikel 6, te weten concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens. De landbouwregeling is een fiscale regeling uit het inkomstenkader. De mutaties vallen onder de beleidsmatige mutaties (reeks van 15 mln.) en technische mutaties (onder diversen). Het budgettaire effect op de begroting van EZ is per saldo nul.

NVWA

Het budget voor de NVWA wordt bijgesteld om het opdrachtenpakket in stand te houden, knelpunten in de bedrijfsvoering op te lossen en de in het Plan van Aanpak uitgewerkte veranderingen te realiseren.

Regionale ontwikkelingsmaatschappijen (uitgaven en ontvangsten, beleidsmatige en technische mutaties)

In 2016 verkoopt EZ een deel van het aandelenpakket in de NOM aan de Noordelijke provincies. De geschatte verkoopopbrengst bedraagt 45 mln., waarbij een deel van de ontvangst (3 mln.) wordt getemporiseerd naar 2017. Dit laatste bedrag is wel afhankelijk van de winst die de NOM realiseert op de deelnemingenportefeuille. De opbrengst komt ten gunste van het generale beeld. Daarnaast wordt naar verwachting 20 mln. aan dividend ontvangen van de NOM. De verkoopopbrengst van 32 mln. in het kader van de aandelenverkoop LIOF zal in 2016 in plaats van 2015 worden gerealiseerd. Deze opbrengst is samen met 10 mln. dividendontvangsten NOM (gerealiseerd in 2015) beschikbaar voor herinvesteringen in andere Regionale ontwikkelingsmaatschappijen.

SDE

De uitgavenraming aan de SDE subsidies wordt in het juiste kasritme gezet in verband met het later uitbetalen van duurzame energie subsidies.

Seed

De niet bestede middelen in 2015 worden toegevoegd aan de begroting 2016.

Verduurzamingsopgave Groningen

Voor het verduurzamen van 10.000 te versterken woningen in Groningen trekt EZ in de periode 2016 t/m 2020 40 mln. uit.

Diversen (beleidsmatige mutaties RBG eng uitgaven)

Dit betreft diverse mutaties waaronder het stoppen van de voeding van de interne begrotingsreserve Apurement, omdat de reserve naar huidige inzichten toereikend is.

Loonbijstelling (incl. compensatie herstelpremie)

De loonbijstelling tranche 2016 wordt overgemaakt naar de departementale begrotingen. Deze tranche bestaat uit een vergoeding voor sociale werkgeverslasten en de contractloonontwikkeling. Daarbovenop ontvangen departementen bij de loonbijstelling incidentele compensatie voor een deel van de kosten voor werkgevers van de herstelopslag van het ABP voor 2016.

Diversen (technische mutaties RBG eng uitgaven)

Dit betreft diverse mutaties waaronder 14,2 mln. aan middelen voor het CAO akkoord: overheidswerkgevers en drie centrales van overheidspersoneel hebben een bovensectorale overeenkomst loonruimte publieke sector gesloten. Ter financiering van de afspraak is 400 mln. gereserveerd op de Aanvullende Post. Deze middelen worden overgemaakt naar de departementale begrotingen. Er wordt 23 mln. toegevoegd aan het Toekomstfonds (onderdeel MKB-financiering) voor startups/mkb/groeibedrijven, ten laste van de beschikbare 50 mln. aan fiscale middelen voor start-ups. Vanaf 2018 is er structureel 13 mln. beschikbaar voor Ruimtevaart. Hiermee kan Nederland op lange termijn blijven investeren in ESA-programma’s.

Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen

Eenmalig wordt 244 mln. in de jaren 2016 tot en met 2024 uit de gasbaten ingezet. Dit geld zal in aanvulling op de 1,2 mld. uit het bestuurlijk akkoord worden ingezet voor Groningen samenhangend met aardbevingen.

Diversen (technische mutaties niet tot een ijklijn behorend uitgaven)

Dit betreft onder andere een mutatie waarbij de beschikbare kasmiddelen voor de rentedragende lening aan ECN met 20 mln. worden verhoogd. De totale hoofdsom van maximaal 82 mln. blijft ongewijzigd.

Diversen (beleidsmatige mutaties RBG eng ontvangsten)

Dit betreft diverse mutaties waaronder 7,8 mln. aan ontvangsten als gevolg van verkoop van BBL-grond (Bureau Beheer Landbouwgronden).

Diversen (technische mutaties RBG eng ontvangsten)

Dit betreft onder andere de garantstelling aardwarmte waarvoor meer provisies worden verwacht dan nu geraamd.

Bijstelling aardgasbaten

De aardgasbaten zijn naar beneden bijgesteld door macro-economische ontwikkelingen en volumebeperking.

Verlenging UMTS-vergunningen

De opbrengsten van de verlenging van de 2.100 MHz vergunning bedragen 70,9 mln. in 2016.

Diversen (technische mutaties niet tot een ijklijn behorend ontvangsten)

Dit betreft onder andere een restitutie aan Veronica van 15,8 mln. ter uitvoering van een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb).

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

XV SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

31.766,7

32.179,4

32.726,3

33.414,4

33.843,0

 

Mee- en tegenvallers

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

1,1

0,0

0,0

0,0

0,0

 
 

Sociale zekerheid

      
  

Aio

– 13,1

– 30,1

– 34,8

– 35,4

– 34,3

 
  

Bijstand

14,0

35,5

205,5

208,8

167,4

 
  

Kinderopvangtoeslag

22,7

– 24,8

9,7

14,0

22,3

 
  

Kindgebonden budget

38,4

12,9

3,7

– 4,1

– 14,0

 
  

Leningen inburgering

49,6

90,2

110,0

95,4

60,7

 
  

Overbruggingsregeling

– 16,9

– 12,8

– 8,3

– 6,8

– 7,8

 
  

Uitvoeringskosten reparatie dagloonbesluit ww

0,0

18,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Voorinburgering

14,2

16,3

11,0

– 0,4

– 0,6

 
  

Ww

0,0

113,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

30,8

– 13,0

– 25,3

– 27,0

– 24,5

 
   

140,8

205,2

271,5

244,5

169,2

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Kasschuiven rbg-eng

– 55,9

– 32,6

48,3

40,7

2,3

 
  

Diversen

– 1,6

6,0

1,5

1,2

1,2

 
 

Sociale zekerheid

      
  

Herschikking uitvoeringskosten uwv

– 40,3

– 37,9

– 36,8

– 36,3

– 36,1

 
  

Herziening wml

0,0

19,0

30,0

24,0

24,0

 
  

Intensivering kinderopvangtoeslag

14,8

– 21,1

1,9

22,6

29,6

 
  

Kaseffect ww

– 23,4

– 23,4

– 23,4

– 23,4

– 23,4

 
  

Kasschuiven sza

90,3

– 123,6

– 10,9

37,3

4,2

 
  

Kraamverlof dekking

0,0

– 40,0

– 29,0

– 59,9

– 59,8

 
  

Maatschappelijke begeleiding

51,3

57,7

42,5

10,4

9,6

 
  

Nominale ontwikkeling

177,8

180,5

182,9

185,0

186,4

 
  

Ouderenwerkloosheid

0,0

34,0

34,0

0,0

0,0

 
  

Participatiebudget

68,0

68,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Re-integratie wajong

– 35,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Stroomlijning belastingplan

0,0

0,0

0,0

10,9

23,1

 
  

Verdeling doorstart naar werk

– 19,8

– 27,0

– 1,3

0,0

0,0

 
  

Voorfinanciering bijstand

85,0

90,0

– 10,6

– 21,9

– 21,9

 
  

Diversen

26,3

– 3,9

– 33,7

– 10,6

– 23,0

 
   

337,5

145,7

195,4

180,0

116,2

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Doorstart naar werk

– 31,3

– 55,5

– 33,3

0,0

0,0

 
  

Verdeling doorstart naar werk

9,9

26,3

30,8

0,0

0,0

 
  

Diversen

11,8

45,0

38,7

7,7

7,4

 
 

Sociale zekerheid

      
  

Doorstart naar werk

31,3

55,5

33,3

0,0

0,0

 
  

Gf stopzetten dec.uitk wet oke

0,0

0,0

35,0

35,0

35,0

 
  

Intensivering akw

100,0

103,7

103,7

103,7

103,7

 
  

Intensivering kinderopvangtoeslag

0,0

200,0

200,0

200,0

200,0

 
  

Intensivering wkb

0,0

130,0

130,0

130,0

130,0

 
  

Kansrijk opgroeien

0,0

100,0

100,0

100,0

100,0

 
  

Participatiebudget uitwerkingsakkoord

– 136,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Verdeling doorstart naar werk

– 9,9

– 26,3

– 30,8

0,0

0,0

 
  

Voorschoolse voorziening peuters

– 10,0

– 20,0

– 30,0

– 40,0

– 50,0

 
  

Diversen

– 13,4

– 66,6

– 49,7

– 36,3

– 40,6

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

      
  

Bikk aow

14,5

– 45,0

– 151,3

– 255,5

– 359,5

 
  

Lkv

0,0

0,0

0,0

145,0

100,0

 
  

Rijksbijdrage kraamverlof

0,0

0,0

0,0

57,0

57,0

 
  

Rijksbijdrage vermogenstekort ouderdomsfonds

– 359,5

651,0

693,1

403,4

274,9

 
  

Diversen

4,0

– 27,0

– 26,2

– 25,5

– 25,3

 
   

– 388,6

1.071,1

1.043,3

824,5

532,6

 

Extrapolatie

34.728,6

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

89,8

1.422,1

1.510,3

1.248,9

817,7

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

31.856,4

33.601,5

34.236,5

34.663,3

34.660,7

34.728,6

Totaal Internationale samenwerking

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

Stand Miljoenennota 2017

31.856,9

33.601,9

34.237,0

34.663,8

34.661,2

34.729,0

XV SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

1.724,0

1.730,7

1.720,2

1.745,0

1.740,6

 

Mee- en tegenvallers

      
 

Sociale zekerheid

      
  

Akw

21,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Kinderopvangtoeslag

62,6

2,7

2,6

– 3,3

2,1

 
  

Kindgebonden budget

32,6

42,6

44,3

35,4

31,4

 
  

Ontvangsten sociale werkvoorziening en participatiebudget

20,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

22,1

1,5

5,3

3,9

6,1

 
   

159,0

46,8

52,2

36,0

39,6

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

– 0,8

– 0,7

0,2

0,1

– 0,3

 
 

Sociale zekerheid

      
  

Intensivering kinderopvangtoeslag

0,0

3,1

11,5

18,8

24,0

 
  

Stroomlijning invordering

0,0

0,0

0,0

10,9

23,1

 
  

Diversen

4,3

– 12,1

– 12,1

– 12,1

– 12,1

 
   

3,5

– 9,7

– 0,4

17,7

34,7

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

– 3,1

– 0,6

9,1

– 3,1

– 3,4

 
 

Sociale zekerheid

      
  

Diversen

1,6

1,1

1,1

1,1

1,1

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

      
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

– 1,5

0,5

10,2

– 2,0

– 2,3

 

Extrapolatie

1.792,2

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

160,9

37,6

62,0

51,6

71,9

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

1.884,9

1.768,3

1.782,2

1.796,5

1.812,5

1.792,2

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

1.884,9

1.768,3

1.782,2

1.796,5

1.812,5

1.792,2

AIO

De bijstelling wordt voornamelijk veroorzaakt doordat het aantal niet-westerse allochtonen dat de AOW-leeftijd bereikt lager uitvalt dan waar bij het opstellen van de vorige begroting rekening mee werd gehouden.

Bijstand

De raming van uitgaven aan de bijstand wordt per saldo opwaarts opgesteld. Deze totale bijstelling wordt met name veroorzaakt door lagere uitgaven als gevolg van een lagere werkloosheid en hogere uitgaven als gevolg van de verwerking van realisatiecijfers (volume en prijs) en verhoogde asielinstroom.

Kinderopvangtoeslag (uitgaven en inkomsten)

Deze bijstellingen worden vooral verklaard door kaseffecten en slechts in zeer beperkte mate door volumeontwikkeling. Vanwege hoger dan verwachte nabetalingen en ontvangsten kinderopvangtoeslag over oude toeslagjaren zijn de uitgaven en inkomsten licht naar boven bijgesteld.

Kindgebonden budget (uitgaven en inkomsten)

De bijstelling wordt voornamelijk veroorzaakt door ontwikkelingen op het gebied van asielmigratie, aantal eenouderhuishoudens en aantal kinderen.

Leningen inburgering

De raming voor de leningen voor inburgering wordt naar boven bijgesteld als gevolg van de hogere asielinstroom en een hoger gemiddeld leenbedrag.

Overbruggingsregeling

Op basis van nieuwe uitvoeringsinformatie van de SVB wordt de uitgavenraming neerwaarts bijgesteld.

Uitvoeringskosten tegemoetkoming dagloonbesluit ww

Gereserveerde uitvoeringskosten ten behoeve van de eenmalige tegemoetkoming in het kader van de Overgangsregeling aanpassing Dagloonbesluit. De werkelijke kosten worden op basis van de uitvoeringstoets vastgesteld.

Voorinburgering

In het Uitwerkingsakkoord met gemeenten is overeengekomen dat het budget voor voorinburgering wordt verhoogd van 1.400 naar 2.000 euro per vergunninghouder. Daarnaast is er sprake van een hoger volume.

WW

Starters, herintreders, flexwerkers en werknemers die twee jaar ziek zijn geweest en aansluitend een beroep doen op de WW kunnen met de Overgangsregeling aanpassing Dagloonbesluit in aanmerking komen voor een eenmalige tegemoetkoming vanaf 1 april 2017. De overgangsregeling gaat gepaard met 113 mln. aan uitkeringslasten. Tegenover deze uitkeringslasten en de bijbehorende uitvoeringskosten staat een besparing op de premiegefinancierde uitkeringslasten WW.

Kasschuiven RBG-eng

Er wordt een aantal kasschuiven gedaan. De grootste betreft een kasschuif ten behoeve van het kasritme van de sectorplannen. Een deel van het budget voor de sectorplannen wordt – vanwege een gewijzigde liquiditeitsbehoefte – van 2016 en 2017 doorgeschoven naar 2018 en 2019.

Herschikking uitvoeringskosten UWV

Jaarlijks wordt het bekostigingsmodel van het UWV herijkt, waardoor er een schuif plaats vindt tussen de begrotingsgefinancierde en de premiegefinancierde uitvoeringskosten.

Herziening WML

Als gevolg van de herziening van het minimumjeugdloon stijgt de hoogte van de Wajong-uitkering voor jongeren onder de 23. De uitkeringslasten Wajong nemen daardoor toe. Daarnaast treedt een beperkte stijging van de werkloosheid op, wat leidt tot iets hogere uitgaven aan de WW en de bijstand.

Intensivering Kinderopvangtoeslag (beleidsmatig & technisch)

In het belastingplan 2016 is 200 mln. aan aanvullende middelen beschikbaar gekomen voor de kinderopvangtoeslag. De intensivering van 200 mln. is een saldo van de hogere uitgaven en ontvangsten. Als gevolg van kaseffecten en een ingroeipad (ouders passen niet direct hun gedrag aan) is het bedrag jaarlijks niet precies gelijk aan 200 mln.

Kaseffect WW

Als gevolg van de inkomstenverrekening krijgen WW-gerechtigden pas na afloop van de maand hun WW-uitkering uitbetaald. Door de verschuiving van lasten naar latere jaren treden er incidentele besparingen op.

Kasschuiven SZA

Als gevolg van een wijziging in de fasering van uitgaven binnen het kader SZA worden diverse kasschuiven gedaan. De grootste betreft een kasschuif op de re-integratie Wajong.

Kraamverlof dekking

De gereserveerde middelen voor het kraamverlof voor partners worden ingezet.

Maatschappelijke begeleiding

In het Bestuursakkoord Verhoogde Asielinstroom met gemeenten is overeengekomen dat het budget voor maatschappelijke begeleiding wordt verhoogd van 1.000 naar 2.370 euro per vergunninghouder. Daarnaast is er sprake van een hoger volume.

Nominale ontwikkeling

De toegekende loon- en prijsindexatie is verdeeld over de artikelen. Hiermee worden de begrotingsgefinancierde uitkeringen op het prijspeil van 2016 gebracht.

Ouderenwerkloosheid

In het kader van het actieplan «Perspectief voor vijftigplussers» zijn middelen vrijgemaakt voor de aanpak van ouderenwerkloosheid. Kern van de aanpak is om vijftigplussers te ondersteunen bij het vinden van nieuw werk, werknemers wendbaarder te maken en werkgevers minder terughoudend te laten zijn bij het aannemen van nieuw personeel.

Participatiebudget (beleidsmatig & technisch)

In het uitwerkingsakkoord Verhoogde Asielinstroom is afgesproken dat het Rijk aan gemeenten additionele middelen voor het participatiebudget beschikbaar stelt, zodat gemeenten maximaal kunnen inzetten op de integratie en participatie van vergunninghouders. Dit budget wordt via BZK aan de gemeenten beschikbaar gesteld.

Re-integratie Wajong

In 2015 zijn er minder re-integratietrajecten Wajong gestart. Hierdoor is in 2016 en 2017 minder budget nodig.

Stroomlijning belastingplan (uitgaven & ontvangsten)

De incidentele budgettaire effecten als gevolg van het wetsvoorstel Stroomlijnen invordering worden gereserveerd op de begroting.

Verdeling doorstart naar werk (beleidsmatig en technisch)

Vanuit het budget voor sectorplannen wordt geld ingezet voor de ondersteuning van transitie naar nieuw werk.

Er vindt een overboeking van het kader RBG-eng naar het kader SZA plaats en een verdeling van het budget naar verschillende artikelen op SZA.

Voorfinanciering bijstand

In het Bestuursakkoord Verhoogde Asielinstroom is een inter-temporele tegemoetkoming in 2016 en 2017 afgesproken, bedoeld om de feitelijke additionele kosten die gemeenten maken vanwege de verhoogde asielinstroom te dekken. De verrekening van de inter-temporele tegemoetkoming met de gemeentelijke budgetten Participatiewetuitkeringen vindt plaatst vanaf 2018.

Doorstart naar werk (RBG-eng & SZA)

Vanuit het budget voor sectorplannen wordt geld ingezet voor de ondersteuning van transitie naar nieuw werk.

GF stopzetten uit Dec. Uit Wet Oke

De wet harmonisatie peuterspeelzaalwerk en kinderopvang leidt per 2018 tot extra uitgaven aan kinderopvangtoeslag. Kinderen van werkende ouders vallen altijd onder het bereik van de kinderopvangtoeslag. Deze wijziging leidt tot minder uitgaven voor gemeenten. De decentralisatie-uitkering Wet Oké wordt daarom vanaf 2018 stop gezet. De middelen zijn vanuit het gemeentefonds overgeboekt naar SZW.

Intensivering AKW

Naar aanleiding van het belastingplan 2016 wordt er in 2016 100 mln. geïntensiveerd op de AKW. Daarnaast is er een extra tegemoetkoming van 3,7 mln. voor alleenstaande of alleenverdienende ouders van een thuiswonend gehandicapt kind. Deze heeft – omdat achteraf wordt betaald- voor het eerst in 2017 een kaseffect.

Intensivering WKB

Het kabinet verhoogt het kindgebonden budget voor het 1e en 2e kind met 100 euro.

Kansrijk opgroeien

Om ervoor te zorgen dat ook kinderen die opgroeien in een gezin met een laag inkomen kansrijk kunnen opgroeien, stelt het Rijk structureel 100 mln. beschikbaar voor benodigdheden in natura voor kinderen (0 tot 18 jaar), waardoor ze mee kunnen doen en die ze nu missen door armoede.

Voorschoolse voorziening peuters

Op dit moment gaan niet alle peuters naar een voorschoolse voorziening. Met gemeenten zijn bestuurlijke afspraken gemaakt om alle peuters te bereiken. Dit betreft de overboeking naar het Gemeentefonds om dit te realiseren.

Diversen (technisch)

Dit betreft onder andere verschillende overboekingen vanuit het kader SZA naar andere departementen.

BIKK AOW

Op basis van de Macro Economische Verkenning van het CPB is de raming voor de bijdrage in de kosten van de heffingskortingen (BIKK) aan het ouderdomsfonds neerwaarts bijgesteld. De bijstelling ontstaat doordat in 2016 de heffingskortingen licht stijgen en deze vanaf 2017 weer licht dalen. De bijdrage in de kosten volgt de ontwikkeling van de heffingskortingen.

LKV

Als gevolg van de herziening van het minimumjeugdloon stijgen de loonkosten voor jongere werknemers. Om werkgevers tegemoet te komen in deze hogere loonkosten wordt een compensatieregeling binnen het loonkostenvoordeel (LKV) ingericht. Deze wordt gedekt uit een verhoging van de Aof-premie.

Rijksbijdrage vermogenstekort ouderdomsfonds

Op basis van de Macro Economische Verkenning van het CPB is de raming voor de rijksbijdrage aan het vermogenstekort van het ouderdomsfonds opwaarts bijgesteld. Dit komt door een daling van premie-inkomsten en stijging van uitkeringslasten.

Rijksbijdrage Kraamverlof

Om uitvoeringstechnische redenen wordt het kraamverlof voor partners met enige vertraging per 1-1-2019 ingevoerd.

AKW (ontvangsten)

Begrotingsgefinancierde regelingen worden gedurende het jaar aan uitvoeringsinstanties bevoorschot en achteraf exact afgerekend. De afrekening AKW 2015 leidt in 2016 tot een terugbetaling.

Ontvangsten sociale werkvoorziening en participatiebudget

Deze ontvangsten betreffen de terugontvangsten van de sociale werkvoorziening (WSW) en het Participatiebudget in verband met onderrealisatie bij de WSW en terugvordering bij het Participatiebudget.

Intensivering Kinderopvangtoeslag

In het belastingplan 2016 is 200 mln. aan aanvullende middelen beschikbaar gekomen voor de kinderopvangtoeslag. De intensivering van 200 mln. is een saldo van de hogere uitgaven en ontvangsten. Dit betreft de ontvangsten.

Kader SZA

SOCIALE ZEKERHEID: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016

78.482,2

79.177,5

79.691,1

80.448,6

81.130,7

 

Mee- en tegenvallers

      
 

Sociale zekerheid

      
  

Aio

– 13,1

– 30,1

– 34,8

– 35,4

– 34,3

 
  

Anw

– 17,4

– 21,4

– 28,7

– 34,2

– 40,5

 
  

Aow

205,7

272,8

367,9

365,7

364,2

 
  

Bijstand

14,0

35,5

205,5

208,8

167,4

 
  

Iva

– 45,0

– 34,6

– 28,4

– 33,1

– 36,6

 
  

Kindgebonden budget

38,4

12,9

3,7

– 4,1

– 14,0

 
  

Leningen inburgering

49,6

90,2

110,0

95,4

60,7

 
  

Nominale ontwikkeling

– 44,1

381,7

763,6

1.131,3

1.635,1

 
  

Wazo

– 36,4

– 43,7

– 35,6

– 26,1

– 19,9

 
  

Ww

– 934,3

– 1.018,9

– 1.214,9

– 1.201,7

– 1.133,2

 
  

Diversen

47,6

– 35,2

– 19,9

– 49,3

– 41,3

 
   

– 735,0

– 390,8

88,4

417,3

907,6

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Sociale zekerheid

      
  

Business case dienstverlening ww

0,0

32,0

60,0

58,6

57,1

 
  

Business case ww dienstverlening besparing

0,0

0,0

– 60,0

– 58,6

– 57,1

 
  

Herziening wml

0,0

19,0

30,0

24,0

24,0

 
  

Ict-projectportfolio

0,0

10,0

11,0

18,0

30,0

 
  

Integraal plan herbeoordelingen

10,0

37,0

25,0

0,0

0,0

 
  

Intensivering kinderopvangtoeslag

14,8

– 21,1

1,9

22,6

29,6

 
  

Kaseffect ww

– 106,4

– 55,4

– 25,4

– 23,4

– 23,4

 
  

Kasschuiven sza

17,0

– 85,6

9,4

38,8

17,9

 
  

Kraamverlof

0,0

0,0

1,0

59,9

59,8

 
  

Kraamverlof dekking

0,0

– 40,0

– 29,0

– 59,9

– 59,8

 
  

Maatschappelijke begeleiding

51,3

57,7

42,5

10,4

9,6

 
  

Ouderenwerkloosheid

0,0

34,0

34,0

0,0

0,0

 
  

Participatiebudget

68,0

68,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Re-integratie wajong

– 35,0

– 15,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Reservering uitvoeringskosten

23,3

– 57,0

– 37,6

– 18,6

– 29,7

 
  

Uitstel kostendelersnorm

0,0

0,0

156,7

11,0

0,0

 
  

Voorfinanciering bijstand

85,0

90,0

– 10,6

– 21,9

– 21,9

 
  

Ziektewet

– 10,8

– 45,9

– 77,5

– 96,7

– 117,0

 
  

Diversen

22,8

16,9

– 20,5

– 6,2

2,5

 
   

140,0

44,6

110,9

– 42,0

– 78,4

 

Technische mutaties

      
 

Sociale zekerheid

      
  

Brutering

31,8

– 397,7

– 515,6

– 412,0

– 419,7

 
  

Doorstart naar werk

31,3

55,5

33,3

0,0

0,0

 
  

Intensivering akw

100,0

103,7

103,7

103,7

103,7

 
  

Intensivering kinderopvangtoeslag

0,0

200,0

200,0

200,0

200,0

 
  

Intensivering wkb

0,0

130,0

130,0

130,0

130,0

 
  

Kansrijk opgroeien

0,0

100,0

100,0

100,0

100,0

 
  

Participatiebudget uitwerkingsakkoord

– 136,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Transitievergoeding

0,0

0,0

787,0

223,0

188,0

 
  

Voorschoolse voorziening peuters

– 10,0

– 20,0

– 30,0

– 40,0

– 50,0

 
  

Diversen

– 27,0

– 97,4

– 53,7

– 8,8

– 7,9

 
   

– 9,9

74,1

754,7

295,9

244,1

 

Extrapolatie

83.778,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

– 605,1

– 272,1

953,8

671,2

1.073,0

 

Stand Miljoenennota 2017

77.877,1

78.905,4

80.645,0

81.119,7

82.203,7

 
SOCIALE ZEKERHEID: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016

1.003,8

1.009,3

1.004,8

1.006,8

1.014,3

 

Mee- en tegenvallers

      
 

Sociale zekerheid

      
  

Kinderopvangtoeslag

62,6

2,7

2,6

– 3,3

2,1

 
  

Kindgebonden budget

32,6

42,6

44,3

35,4

31,4

 
  

Ww

– 14,9

– 33,1

– 33,1

– 33,1

– 33,1

 
  

Diversen

62,8

– 0,9

0,1

– 2,5

0,1

 
   

143,1

11,3

13,9

– 3,5

0,5

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Sociale zekerheid

      
  

Diversen

3,1

– 9,0

– 0,5

17,6

35,0

 
   

3,1

– 9,0

– 0,5

17,6

35,0

 

Technische mutaties

      
 

Sociale zekerheid

      
  

Diversen

1,6

1,1

1,1

1,1

1,1

 
   

1,6

1,1

1,1

1,1

1,1

 

Extrapolatie

1.041,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

147,7

3,3

14,4

15,1

36,6

 

Stand Miljoenennota 2017

1.151,5

1.012,6

1.019,1

1.021,9

1.050,9

 

AIO

De bijstelling wordt voornamelijk veroorzaakt doordat het aantal niet-westerse allochtonen dat de AOW-leeftijd bereikt lager uitvalt dan waar bij het opstellen van de vorige begroting rekening mee werd gehouden.

ANW

De raming van de ANW wordt naar beneden bijgesteld op basis van nieuwe uitvoeringsinformatie van de SVB. Dit komt voornamelijk door een lager aantal ANW-gerechtigden.

AOW

De ramingsbijstelling heeft voornamelijk te maken met hogere uitgaven aan de partnertoeslag in de AOW i.v.m. het effect van de verhoging van de AOW-leeftijd op de partnertoeslag. Daarnaast is nieuwe uitvoeringsinformatie van de SVB in de ramingen verwerkt.

Bijstand

De raming van uitgaven aan de bijstand wordt per saldo opwaarts opgesteld. Deze totale bijstelling wordt met name veroorzaakt door lagere uitgaven als gevolg van een lagere werkloosheid en hogere uitgaven als gevolg van de verwerking van realisatiecijfers (volume en prijs) en verhoogde asielinstroom.

IVA

De IVA-uitgaven zijn naar beneden bijgesteld, voornamelijk door een lagere gemiddelde jaaruitkering.

Kindgebonden budget (uitgaven en inkomsten)

De bijstelling wordt voornamelijk veroorzaakt door ontwikkelingen op het gebied van asielmigratie, aantal eenouderhuishoudens en aantal kinderen.

Leningen inburgering

De raming voor de leningen voor inburgering wordt naar boven bijgesteld als gevolg van de hogere asielinstroom en een hoger gemiddeld leenbedrag.

Nominale ontwikkeling

Deze mutatie betreft een aanpassing in de geraamde nominale ontwikkeling binnen het SZA-kader als gevolg van CPB-ramingen van loon- en prijsontwikkeling en als gevolg van mutaties in uitgavenramingen binnen de Sociale Zekerheid.

WAZO

De raming van de WAZO-uitgaven wordt naar beneden bijgesteld. Het totaal aantal geboortes ligt lager dan eerder geraamd.

WW

De raming van de WW-uitgaven wordt neerwaarts bijgesteld. Deze bijstelling wordt voornamelijk veroorzaakt omdat de werkloosheid lager is dan eerder werd verwacht. Daarnaast zijn de realisatiecijfers van het UWV verwerkt.

Diversen (mee- en tegenvallers)

De post diversen bestaat uit meerdere mutaties. De grootste betreffen nieuwe ramingen in de toeslagenwet, WAO en ZW.

Business case Dienstverlening (incl. besparing)

Het UWV stapt over op een aanpak met meer gerichte, persoonlijke dienstverlening aan WW-gerechtigden. Hiervoor wordt structureel extra uitvoeringsbudget toegekend. Deze aanpak leidt tot een inverdieneffect op uitkeringslasten.

Herziening WML

Als gevolg van de herziening van het minimumjeugdloon stijgt de hoogte van de Wajong-uitkering voor jongeren onder de 23. De uitkeringslasten Wajong nemen daardoor toe. Daarnaast treedt een beperkte stijging van de werkloosheid op, wat leidt tot iets hogere uitgaven aan de WW en de bijstand.

ICT-projectportfolio

Er zijn middelen vrijgemaakt voor de Veranderagenda SVB en de projectportfolio van het UWV. Daarnaast zijn meerjarig middelen vrijgemaakt voor de dienstverlening aan mensen in de Wajong2010.

Integraal plan herbeoordelingen

Dit betreffen additionele middelen in het kader van het «integraal plan herbeoordelingen» om de achterstanden bij de sociaal-medische herbeoordelingen weg te werken.

Intensivering Kinderopvangtoeslag (beleidsmatig & technisch)

In het belastingplan is 200 mln. aan aanvullende middelen beschikbaar gekomen voor de kinderopvangtoeslag. De intensivering van 200 mln. is een saldo van de hogere uitgaven en ontvangsten. Als gevolg van kaseffecten en een ingroeipad (ouders passen niet direct hun gedrag aan) is het bedrag jaarlijks niet precies gelijk aan 200 mln.

Kaseffect WW

Als gevolg van de inkomstenverrekening krijgen WW-gerechtigden pas na afloop van de maand hun WW-uitkering uitbetaald. Door de verschuiving van lasten naar latere jaren treden er incidentele besparingen op. Een deel van deze besparing is eerder over meerdere jaren plat geslagen.

Kasschuiven SZA

Als gevolg van een wijziging in de fasering van uitgaven binnen het kader SZA worden diverse kasschuiven gedaan. De grootste betreft een kasschuif op de re-integratie Wajong.

Kraamverlof

Om uitvoeringstechnische redenen wordt het kraamverlof voor partners met enige vertraging per 1-1-2019 ingevoerd.

Maatschappelijke begeleiding

In het Bestuursakkoord Verhoogde Asielinstroom met gemeenten is overeengekomen dat het budget voor maatschappelijke begeleiding wordt verhoogd van 1.000 naar 2.370 euro per vergunninghouder. Daarnaast is er sprake van een hoger volume.

Ouderenwerkloosheid

In het kader van het actieplan «Perspectief voor vijftigplussers» zijn middelen vrijgemaakt voor de aanpak van ouderenwerkloosheid. Kern van de aanpak is om vijftigplussers te ondersteunen bij het vinden van nieuw werk, werknemers wendbaarder te maken en werkgevers minder terughoudend te laten zijn bij het aannemen van nieuw personeel.

Participatiebudget (beleidsmatig & technisch)

In het uitwerkingsakkoord Verhoogde Asielinstroom is afgesproken dat het Rijk aan gemeenten additionele middelen voor het participatiebudget beschikbaar stelt, zodat gemeenten maximaal kunnen inzetten op de integratie en participatie van vergunninghouders. Dit budget wordt via BZK aan de gemeenten beschikbaar gesteld.

Re-integratie Wajong

In 2015 zijn er minder re-integratietrajecten Wajong gestart. Hierdoor is in 2016 en 2017 minder budget nodig.

Reservering uitvoeringskosten

Dit betreft de inzet van vrijgevallen reserveringen ter dekking van uitvoeringskosten voor onder andere het integrale plan herbeoordelingen, ICT bij UWV & SVB en dienstverlening aan Wajong2010.

Uitstel kostendelersnorm

De invoering van de kostendelersnorm AOW is met een jaar uitgesteld. Dit leidt tot een besparingsverlies op de AOW.

Voorfinanciering bijstand

In het Bestuursakkoord Verhoogde Asielinstroom is een intertemporele tegemoetkoming in 2016 en 2017 afgesproken, bedoeld om de feitelijke additionele kosten die gemeenten maken vanwege de verhoogde asielinstroom te dekken. De verrekening van de inter-temporele tegemoetkoming met de gemeentelijke budgetten Participatiewetuitkeringen vindt plaatst vanaf 2018.

Ziektewet

Het aantal zieke werklozen is in de raming afhankelijk gemaakt van de ontwikkeling van het aantal WW-gerechtigden. Dit leidt tot een neerwaartse bijstelling van het ZW-volume.

Brutering

Diverse uitkeringen zijn netto gekoppeld aan het netto minimumloon, maar kennen een ander bruto-netto traject dan het minimumloon. Wijzigingen in het bruto-netto traject van het minimumloon leiden tot aanpassing van het netto minimumloon. De uitkeringen die netto zijn gekoppeld aan het netto minimumloon, worden evenredig aangepast maar door het andere bruto-netto traject kan de bruto uitkering een afwijkende ontwikkeling vertonen ten opzichte van het bruto minimumloon. Het effect hiervan op de uitkeringslasten wordt het bruteringseffect genoemd. Het uitgavenkader SZA is voor dit effect gecorrigeerd.

Doorstart naar werk

Vanuit het budget voor sectorplannen wordt geld ingezet voor de ondersteuning van transitie naar nieuw werk.

Intensivering AKW

Naar aanleiding van het belastingplan wordt er in 2016 100 mln. geïntensiveerd op de AKW. Daarnaast is er een extra tegemoetkoming van 3,7 mln. voor alleenstaande of alleenverdienende ouders van een thuiswonend gehandicapt kind. Deze heeft – omdat achteraf wordt betaald- voor het eerst in 2017 een kaseffect.

Intensivering WKB

Het kabinet verhoogt het kindgebonden budget voor het 1e en 2e kind met 100 euro.

Kansrijk opgroeien

Om ervoor te zorgen dat ook kinderen die opgroeien in een gezin met een laag inkomen kansrijk kunnen opgroeien, stelt het Rijk structureel 100 mln. beschikbaar voor benodigdheden in natura voor kinderen (0 tot 18 jaar), waardoor ze mee kunnen doen en die ze nu missen door armoede.

Transitievergoeding

Als onderdeel van het arbeidsmarktpakket, waartoe in april 2016 is besloten, zijn wijzigingen aangebracht op het gebied van de transitievergoeding voor langdurig arbeidsongeschikten. Hiermee compenseert de overheid werkgevers voor de kosten van de transitievergoeding van langdurig arbeidsongeschikten. Omdat er sprake is van terugwerkende kracht is het bedrag in 2018 aanzienlijk hoger dan in latere jaren. De uitvoeringskosten van deze regeling zijn onderdeel van de weergegeven budgetten.

Voorschoolse voorziening peuters

Dit betreft een overboeking van SZW naar het gemeentefonds voor het bereiken van peuters die nu nog niet naar een voorschoolse voorziening gaan.

Diversen (technisch)

Dit betreft onder andere verschillende overboekingen naar andere departementen vanuit het kader SZA.

Kinderopvangtoeslag (ontvangsten)

De verwachte inkomsten kinderopvangtoeslag, met name 2016, zijn naar boven bijgesteld. Dit komt met name doordat er over toeslagjaar 2013 meer is terug gevorderd.

WW (ontvangsten)

Overheidswerkgevers zijn eigenrisicodrager voor de WW-uitkeringen, waardoor WW-uitkeringen van (ex)-overheidspersoneel ten laste komen van het Uitvoeringsfonds voor de Overheid (Ufo). Deze inkomsten betreffen het verhaal op het Ufo. Naar aanleiding van de Januarinota van het UWV zijn deze inkomsten neerwaarts bijgesteld.

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

XVI VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

14.551,4

14.938,9

15.075,2

15.281,5

15.769,0

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Backpay

20,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Doorschuiven middelen subsidie transitie jeugd

73,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Taakstellende onderuitputting

– 33,0

– 36,1

– 33,0

– 33,0

– 33,0

 
  

Uitvoeringskosten wanbetalers

– 20,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

44,4

– 0,9

8,4

0,9

– 3,6

 
 

Zorg

      
  

Correctie integrale tarieven

0,0

0,0

0,0

0,0

– 25,0

 
  

Herstelpremie umc's

11,2

15,8

0,0

0,0

0,0

 
  

Nipt

0,0

26,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Overheveling resterende middelen integrale tarieven

– 18,8

– 50,0

– 25,0

– 16,0

10,0

 
  

Programma ict in ziekenhuizen

0,0

35,0

35,0

35,0

0,0

 
  

Sectorale pensioenregeling voor umc's

17,0

17,0

17,0

17,0

17,0

 
  

Diversen

15,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

108,8

6,8

2,4

3,9

– 34,6

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Buurtsportcoaches

– 47,1

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Loonbijstelling

31,6

29,9

29,1

29,2

29,1

 
  

Pgb trekkingsrechten

47,6

35,1

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

30,0

61,7

72,3

79,8

69,6

 
 

Zorg

      
  

Schadeloosstelling erasmus mc

85,0

81,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

– 26,8

– 28,0

– 12,0

– 12,2

– 12,2

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

      
  

Bikk wlz

14,6

– 85,7

– 263,1

– 436,8

– 610,3

 
  

Maatregelen zorgtoeslag

0,0

352,0

352,0

352,0

352,0

 
  

Rijksbijdrage 18-

0,0

– 216,2

– 260,9

– 292,5

– 286,0

 
  

Stroomlijnen invordering belastingdienst

0,0

0,0

0,0

– 25,0

– 47,5

 
  

Zorgtoeslag

– 170,4

– 809,3

– 573,9

– 377,9

– 165,7

 
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

– 35,5

– 579,5

– 656,5

– 683,4

– 671,0

 

Extrapolatie

15.334,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

73,3

– 572,7

– 654,1

– 679,6

– 705,6

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

14.624,7

14.366,2

14.421,0

14.601,9

15.063,4

15.334,3

Totaal Internationale samenwerking

5,1

5,0

5,0

5,0

5,0

5,0

Stand Miljoenennota 2017

14.629,8

14.371,2

14.426,0

14.606,9

15.068,4

15.339,3

XVI VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

174,7

91,7

96,7

91,7

91,7

 
 

Beleidsmatige mutaties

      
  

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

12,2

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

12,2

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

8,9

– 2,1

– 2,2

1,3

1,2

 
   

8,9

– 2,1

– 2,2

1,3

1,2

 

Extrapolatie

92,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

21,1

– 2,1

– 2,2

1,3

1,2

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

195,8

89,5

94,5

92,9

92,8

92,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

195,8

89,5

94,5

92,9

92,8

92,8

Backpay

Eind 2015 is besloten om een financiële regeling te treffen voor de backpay. De backpay heeft in 2015 niet tot uitgaven geleid. De betalingen vinden plaats in 2016.

Doorschuiven middelen subsidie transitie jeugd

In de jeugdzorg zijn subsidies op grond van de subsidieregeling bijzondere transitiekosten Jeugd in 2015 lager uitgevallen dan geraamd. Er zijn minder instellingen in de financiële problemen gekomen dan eerder verwacht. De niet-bestede middelen in 2015 zijn via een kasschuif doorgeschoven naar en beschikbaar gehouden voor 2016.

Taakstellende onderuitputting

De taakstellende onderuitputting is vanaf 2016 verhoogd. De taakstellende onderuitputting wordt bezien in de uitvoering ofwel in de loop van het jaar concreet ingevuld met onderuitputting waarvan bij aanvang van het jaar nog niet bekend is waar deze precies optreedt.

Uitvoeringskosten wanbetalers

Met het oog op de invoering van de Wet verbetering wanbetalersmaatregelen is in 2015 de raming van zowel uitgaven als ontvangsten voor de wanbetalersregeling structureel verhoogd. De wet is per 1 juli 2016 in werking getreden. Voor 2016 volgt een incidentele meevaller bij de uitgaven van 20 mln.

Diversen (Beleidsmatige mutaties – Rijksbegroting in enge zin)

Deze post betreft onder andere middelen voor de kwaliteitsagenda gehandicaptenzorg, een kasschuif bij de regeling huisvestingslasten jeugdzorgplus, diverse kleine knelpunten op het apparaatsbudget en een knelpunt bij uitvoeringskosten van het CAK.

Correctie integrale tarieven

Bij de extrapolatie 2020 (bij ontwerpbegroting 2016) zijn abusievelijk de gereserveerde middelen voor de overgang naar integrale tarieven in het jaar 2020 gedeeltelijk buiten beschouwing gebleven. Deze omissie wordt nu hersteld.

Herstelpremie UMC’s

VWS compenseert de UMC’s voor hogere pensioenlasten van het ABP.

NIPT

De Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT) is een screening tijdens de zwangerschap. Omdat eventuele opname in het basispakket afhankelijk is van de advisering van het Zorginstituut kan de NIPT als eerste test niet eerder dan per 2018 opgenomen worden in het basispakket. In 2017 zal de bekostiging lopen via een subsidieregeling ten laste van het begrotingsgefinancierd BKZ.

Overheveling resterende middelen integrale tarieven

De resterende middelen voor de overgang naar integrale tarieven op het begrotingsgefinancierd BKZ worden overgeheveld naar het premiegefinancierd BKZ.

Programma ICT in ziekenhuizen

Om de agenda van ziekenhuizen op gebied van ICT te faciliteren wordt gedurende drie jaar een jaarlijkse bijdrage van 35 mln. beschikbaar gesteld.

Sectorale pensioenregeling UMC’s

Dit betreft een reservering van middelen ten behoeve van het creëren van een level playing field op het gebied van pensioenen door middel van sectoralisatie van UMC’s binnen het ABP.

Diversen (Beleidsmatige mutaties – Zorg)

Deze post bestaat onder andere uit kosten voor de subsidieregeling integrale tarieven en hogere zorguitgaven Caribisch Nederland in verband met de dollarkoers.

Buurtsportcoaches

De brede impuls combinatiefunctie is een onderdeel van het programma «Sport en bewegen in de buurt». In 2016 hebben 373 gemeenten een aanvraag ingediend voor de brede impuls combinatiefuncties. Het Rijk draagt hieraan bij. De middelen worden toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering buurtsportcoaches.

Loonbijstelling

De loonbijstelling tranche 2016 wordt overgemaakt naar de departementale begrotingen. Deze tranche bestaat uit een vergoeding voor sociale werkgeverslasten en de contractloonontwikkeling. Daarbovenop ontvangen departementen bij de loonbijstelling incidentele compensatie voor een deel van de kosten voor werkgevers van de herstelopslag van het ABP voor 2016.

Pgb trekkingsrechten

Vanuit het BKZ en vanuit gemeentes worden budgetten overgeboekt voor de uitvoeringskosten van de trekkingsrechten pgb.

Diversen – Technische mutaties – Rijksbegroting in enge zin

Deze post omvat verschillende overboekingen vanuit het BKZ waaronder middelen voor de uitvoering van «Waardigheid en trots», ter bevordering van zorgnetwerken om antibioticaresistentie te beheersen en voor verbeteracties voor mensen met verward gedrag.

Schadeloosstelling Erasmus MC

In een bindend advies is de schadevergoeding die VWS aan Erasmus MC moet betalen vanwege het niet nakomen van twee toezeggingen uit 2009 vastgesteld op 235,9 mln. (stand ultimo 2014, exclusief rente). VWS heeft in 2015 en 2016 een bedrag van 85 mln. betaald en het restant volgt in 2017. De middelen zijn naar Hoofdstuk XVI overgeboekt, maar blijven behoren tot het BKZ (begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven).

Diversen (Technische mutaties – Zorg)

Deze post bevat onder meer twee overboekingen naar OCW in het kader van herstelpremie UMC’s en sectorale pensioenregeling UMC’s en ook loon- en prijsbijstelling voor het begrotingsgefinancierde deel van het BKZ.

BIKK Wlz

Dit is de bijstelling Bijdrage in Kosten van Kortingen (BIKK) naar aanleiding van de actuele ramingen van het Centraal Planbureau. De meerjarige reeks is gebaseerd op de middellangetermijnverkenning van het CPB.

Maatregelen zorgtoeslag

In het kader van het koopkrachtpakket 2017 is de zorgtoeslag vanaf 2017 structureel verhoogd.

Rijksbijdrage 18-

Dit is de bijstelling van de Rijksbijdrage 18- naar aanleiding van de actuele ramingen van het Centraal Planbureau. De meerjarige reeks is gebaseerd op de middellangetermijnverkenning van het CPB.

Stroomlijnen invordering Belastingdienst

De incidentele budgettaire effecten voor de zorgtoeslag als gevolg van het wetsvoorstel Stroomlijnen invordering zijn verwerkt.

Zorgtoeslag

Dit is de bijstelling van de uitgavenraming zorgtoeslag naar aanleiding van de actuele ramingen van het Centraal Planbureau. De meerjarige reeks is gebaseerd op de middellangetermijnverkenning van het CPB.

Diversen (Niet-belastingontvangsten – Beleidsmatige mutaties – Rijksbegroting in enge zin)

Dit betreft een verhoging van de ontvangsten (en uitgaven) in verband met de tijdelijke projectdirectie ALT.

Budgettair Kader Zorg

ZORG: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016

72.883,9

74.290,9

77.509,4

80.801,7

84.628,8

 

Mee- en tegenvallers

      
 

Zorg

      
  

Nominale ontwikkeling

– 288,5

– 252,8

– 260,3

– 268,5

– 278,7

 
  

Ramingsbijstelling mlt 2018–2021

0,0

0,0

– 311,4

– 587,4

– 774,9

 
  

Wijkverpleging

37,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Ziekenvervoer

– 36,9

– 11,9

– 11,9

– 11,9

– 11,9

 
  

Zorg in natura

17,0

32,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

– 27,3

13,9

13,9

13,9

13,9

 
   

– 298,0

– 218,8

– 569,7

– 853,9

– 1051,6

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Zorg

      
  

Beschikbaarheidsbijdrage opleidingen msz

0,0

– 9,0

– 26,0

– 26,0

– 26,0

 
  

Besluitvorming overschrijdingen msz 2012 en 2013

– 70,0

– 29,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Correctie integrale tarieven

0,0

0,0

0,0

0,0

25,0

 
  

Kasschuif msz-kader

– 68,8

0,0

25,0

34,0

10,0

 
  

Migratie

27,1

81,0

95,4

95,4

95,4

 
  

Nipt

0,0

26,0

26,0

26,0

26,0

 
  

Nominaal en onverdeeld wlz

– 14,2

– 380,2

– 273,2

– 273,2

– 273,2

 
  

Nominaal en onverdeeld zvw

– 471,9

– 732,7

– 755,5

– 808,9

– 879,9

 
  

Nominale bijstellingen

109,9

71,0

46,5

17,9

– 49,3

 
  

Pgb

0,0

122,0

193,0

193,0

193,0

 
  

Programma ict in ziekenhuizen

0,0

35,0

35,0

35,0

0,0

 
  

Schadeloosstelling erasmus mc

81,0

– 6,5

– 87,5

– 68,0

0,0

 
  

Stringent pakketbeheer

0,0

0,0

– 25,0

– 25,0

– 25,0

 
  

Substitutie zin

0,0

– 96,0

– 139,0

– 139,0

– 139,0

 
  

Verwarde personen

1,5

26,0

35,0

38,0

34,5

 
  

Diversen

62,8

64,2

37,6

47,0

33,4

 
   

– 342,6

– 828,2

– 812,7

– 853,8

– 975,1

 

Technische mutaties

      
 

Zorg

      
  

Schrappen taakstelling wlz

0,0

400,0

400,0

400,0

400,0

 
  

Diversen

– 93,3

– 97,9

– 91,8

– 95,8

– 84,2

 
   

– 93,3

302,1

308,2

304,2

315,8

 

Extrapolatie

86 966,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

– 733,8

– 744,8

– 1074,1

– 1403,4

– 1710,9

 

Stand Miljoenennota 2017

72.150,1

73.546,2

76.435,3

79.398,3

82.917,9

 
ZORG: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016

5.042,8

5.120,0

5.245,0

5.436,9

5.585,0

 

Mee- en tegenvallers

      
 

Zorg

      
  

Eigen bijdrage wlz

– 21,9

– 19,6

– 21,9

– 51,6

– 33,8

 
  

Eigen risico zvw

0,0

– 98,0

– 75,0

– 75,0

– 75,0

 
  

Ramingsbijstelling mlt 2018–2021

0,0

0,0

35,6

69,6

104,1

 
   

– 21,9

– 117,6

– 61,3

– 57,0

– 4,7

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Zorg

      
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Extrapolatie

5.819,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

– 21,9

– 117,6

– 61,3

– 57,0

– 4,7

 

Stand Miljoenennota 2017

5.020,9

5.002,4

5.183,7

5.379,9

5.580,3

 

Nominale ontwikkeling

De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van de meest recente macro-economische ramingen van het CPB.

Ramingsbijstelling MLT 2018–2021

Deze bijstelling van de totale zorguitgaven betreft de technische verwerking van de middellangetermijnverkenning 2018–2021 van het CPB.

Wijkverpleging

Op basis van de voorlopige realisatiecijfers van het Zorginstituut Nederland (ZiNl) wordt de raming van de uitgaven aan wijkverpleging in 2016 met ca 38 mln. verhoogd. Er wordt een hogere patiënteninstroom verwacht als gevolg van demografische ontwikkelingen en extramuralisering.

Ziekenvervoer

De uitgaven voor overig ziekenvervoer laten op basis van de voorlopige realisatiecijfers een meevaller zien. De meevaller wordt niet geheel structureel doorgetrokken in verband met de herijking van het referentiekader in 2017.

Zorg in natura

Dit betreffen extra Wlz-uitgaven in 2016 en 2017 vanwege het niet extramuraliseren van VG3. Er is geen doorwerking in 2018 en latere jaren omdat het Wmo-kader vanaf 2018 hierop zal worden aangepast.

Diversen (mee- en tegenvallers)

Dit betreft het saldo van diverse mee- en tegenvallers waaronder meevallers bij de geriatrische revalidatiezorg (– 36 mln.) en de grensoverschrijdende zorg (– 22 mln.) en tegenvallers bij de sector overig curatief (40 mln.) en geneesmiddelen (25 mln.).

Beschikbaarheidsbijdrage opleidingen MSZ

Het Capaciteitsorgaan heeft een voorstel gedaan voor de opleidingsplaatsen 2017–2019 voor de medische vervolgopleidingen. Het aantal geraamde benodigde opleidingsplaatsen is lager dan voorheen, zodat de uitgavenraming neerwaarts bijgesteld kan worden.

Besluitvorming overschrijdingen MSZ 2012 en 2013

Naar aanleiding van bestuurlijk overleg met partijen van het bestuurlijk Hoofdlijnenakkoord MSZ is besloten dat in verband met de geconstateerde overschrijdingen in 2012 en 2013 resp. 70 mln. in mindering zal worden gebracht op het beschikbare macrokader in 2016 en 29 mln. in 2017.

Correctie integrale tarieven

Bij de extrapolatie 2020 (bij ontwerpbegroting 2016) zijn abusievelijk de gereserveerde middelen voor de overgang naar integrale tarieven in het jaar 2020 gedeeltelijk buiten beschouwing gebleven. Deze omissie wordt nu hersteld.

Kasschuif MSZ-kader

De niet benodigde middelen voor de overgang naar integrale tarieven blijven voor de sector MSZ beschikbaar. Via een kasschuif worden ze in het gewenste kasritme gebracht.

Migratie

De verhoogde instroom van asielzoekers leidt tot hogere zorguitgaven. Er worden extra uitgaven verwacht bij de curatieve zorg (o.a. MSZ, huisartsenzorg en ggz) en het gemeentelijk domein (preventie).

NIPT

De Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT) is een screening tijdens de zwangerschap. Omdat eventuele opname in het basispakket afhankelijk is van de advisering van het Zorginstituut kan de NIPT als eerste test niet eerder dan per 2018 opgenomen worden in het basispakket. In 2017 zal de bekostiging derhalve lopen via een subsidieregeling ten laste van het begrotingsgefinancierd BKZ.

Nominaal en onverdeeld Wlz

Een deel van de gereserveerde groeiruimte op nominaal en onvoorzien is ingezet ter dekking van problematiek binnen de Wlz. Deze bestaat voornamelijk uit enkele (technische) ramingsbijstellingen, zoals de ruilvoetproblematiek (circa 170 mln.), grondslagverlegging van het loon- en prijsmodel en bijstelling van de opbrengst van de eigen bijdragen. Daarnaast is er een incidentele ramingsbijstelling van het Wlz-kader in 2017.

Nominaal en onverdeeld Zvw

Dit betreft ruimte met name als gevolg van het verschil tussen de oorspronkelijk beschikbaar gestelde middelen voor de curatieve zorg (groeiruimte) en de in de verschillende zorgakkoorden gemaakte afspraken over de toegestane groei in die sectoren.

Daarnaast vindt er een ramingsbijstelling plaats bij de groeiruimte bij de overige sectoren, omdat de uitgaven minder hard groeien dan eerder geraamd. Voorts is na verwerking van de gemaakte afspraken over de afwikkeling van de schadevergoeding aan Erasmus MC sprake van vrijval van gereserveerde middelen op de garantieregeling kapitaallasten.

Nominale bijstellingen

Dit betreft enkele technische aanpassingen en correcties van het loon- prijsmodel, waaronder het grondslageffect door het invoeren van de nieuwe begrotingsstanden, vermindering van het aantal indicatoren voor de vaststelling van de loon- en prijsbijstelling en het vervroegen van het moment waarop de loon- en prijsbijstelling Zvw wordt vastgesteld. Dit leidt eerst tot een per saldo tegenvaller, maar structureel tot een meevaller.

PGB

Cliënten met een Wlz-indicatie hebben keuzevrijheid qua leveringsvorm: zorg in natura of een persoonsgebonden budget (pgb). Het aantal cliënten met een voorkeur voor een pgb is hoger dan oorspronkelijk geraamd. Dit leidt tot hogere pgb-uitgaven. Daar staat tegenover dat het gebruik van zorg in natura minder snel groeit dan oorspronkelijk geraamd. De hogere toestroom pgb kan hierdoor gedeeltelijk worden gedekt door overheveling van middelen vanuit het kader voor zorg in natura naar het pgb-kader.

Programma ICT in ziekenhuizen

Om de agenda van ziekenhuizen op gebied van ICT te faciliteren wordt gedurende drie jaar een jaarlijkse bijdrage van 35 mln. beschikbaar gesteld.

Schadeloosstelling Erasmus MC

In een bindend advies is de schadevergoeding die VWS aan Erasmus MC moet betalen vanwege het niet nakomen van twee toezeggingen uit 2009 vastgesteld op 235,9 mln. (stand ultimo 2014, excl. rente). VWS heeft in 2015 en 2016 een bedrag van 85 mln. betaald en het restant volgt in 2017. Voor de betaling in 2016 is via een kasschuif 81 mln. toegevoegd aan de 4 mln. die voor 2016 was gereserveerd.

Stringent pakketbeheer

De RA taakstelling stringent pakketbeheer (75 mln. in 2016 en 225 mln. vanaf 2017) is ingevuld binnen de sectoren msz, ggz en hulpmiddelen. Vanaf 2018 wordt 25 mln. ingezet voor de dekking van pakketuitbreiding binnen het BKZ.

Substitutie ZiN

Cliënten met een Wlz-indicatie hebben keuzevrijheid qua leveringsvorm: zorg in natura (Zin) of een persoonsgebonden budget (pgb). Het aantal cliënten met een voorkeur voor pgb is hoger dan oorspronkelijk geraamd. Daar staat tegenover dat het gebruik van zorg in natura minder snel groeit dan oorspronkelijk geraamd. De hogere toestroom pgb kan hierdoor gedeeltelijk worden gedekt door overheveling van middelen vanuit het kader voor zorg in natura naar het pgb-kader.

Verwarde personen

Dit betreffen middelen voor verbeteracties voor mensen met verward gedrag. De middelen zijn voor een deel bestemd voor gemeenten en ketenpartners. Eén van de acties is een regeling voor onverzekerden. Een deel van de middelen is bestemd voor pilots/projecten in het land.

Diversen (beleidsmatige mutaties)

Dit betreft het saldo van diverse mutaties waaronder extra middelen ter bevordering van zorgnetwerken om antibioticaresistentie te beheersen, geraamde kosten van plastische chirurgie in het basispakket, lagere uitgaven voor gebitsprothesen, een reservering van middelen ten behoeve van het creëren van een level playing field op het gebied van pensioenen door middel van sectoralisatie van UMC’s binnen het ABP en compensatie voor de UMC’s voor hogere pensioenlasten van het ABP.

Schrappen taakstelling Wlz

Het kabinet heeft extra middelen vrijgemaakt voor de langdurige zorg vanaf 2017. Hierdoor is het mogelijk om de taakstelling op de Wlz van 500 mln. vanaf 2017 structureel terug te draaien. Het schrappen van de bezuiniging van 500 mln. wordt voor 400 mln. gedekt vanuit de middelen ten behoeve van maatschappelijke prioriteiten en voor 100 mln. gedekt door meevallers binnen de Wlz.

Diversen (technisch zorg)

Dit betreft het saldo van diverse ijklijnmutaties en overboekingen naar andere begrotingshoofdstukken.

Eigen bijdrage Wlz

Het lagere dan geraamde aantal cliënten in de intramurale ouderenzorg zorgt voor een tegenvaller bij de opbrengsten Wlz van circa 1%.

Eigen risico Zvw

De raming van de Zvw-uitgaven is structureel neerwaarts bijgesteld. Dit leidt ook tot een structureel lagere opbrengst van het eigen risico.

Ramingsbijstelling MLT 2018–2021

Deze bijstelling van de ontvangsten betreft de technische verwerking van de middellangetermijnverkenning 2018–2021 van het CPB.

Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking

XVII BUITENLANDSE HANDEL & ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Extrapolatie

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

2.834,8

2.246,1

2.064,5

2.052,1

2.059,1

2.323,0

Stand Miljoenennota 2017

2.834,8

2.246,1

2.064,5

2.052,1

2.059,1

2.323,0

XVII BUITENLANDSE HANDEL & ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

16,4

18,1

15,7

13,4

13,1

 

Technische mutaties

      
 

Niet tot een ijklijn behorend

      
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Extrapolatie

9,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

16,4

18,1

15,7

13,4

13,1

9,8

Totaal Internationale samenwerking

241,3

82,1

63,1

63,0

62,9

62,8

Stand Miljoenennota 2017

257,8

100,2

78,8

76,3

75,9

72,5

De begroting voor Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking bestaat uit HGIS uitgaven en ontvangsten, en niet-HGIS ontvangsten. De HGIS uitgaven en ontvangsten worden in de VT HGIS toegelicht. Er hebben zich geen mutaties voorgedaan op de niet-HGIS ontvangsten op de begroting van Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking.

Wonen & Rijksdienst

XVIII WONEN & RIJKSDIENST: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

3.760,4

3.630,3

4.009,7

4.208,6

4.201,6

 

Mee- en tegenvallers

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Huurtoeslag: raming 2016–2021

230,0

485,5

401,7

350,3

348,9

 
  

Huurtoeslag:realisatie 2015

132,5

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

362,5

485,5

401,7

350,3

348,9

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Fonds energiebesparing huursector rfeii

72,8

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Huisvestingvoorziening

23,0

27,8

7,8

– 20,3

– 20,3

 
  

Huurtoeslag 2016–2021 dekking

0,0

– 418,5

– 418,5

– 418,5

– 418,5

 
  

Kasschuif rfe iii

35,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Overige kosten energieakkoord

– 15,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Teruggave surplus eigen vermogen rgd – venj

– 50,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

– 25,8

– 4,9

8,7

1,9

– 5,0

 
   

40,0

– 395,6

– 402,0

– 436,9

– 443,8

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Energiebesparing eigenaar-bewoners

45,0

35,0

20,0

0,0

0,0

 
  

Huurtoeslag: dekking tekort 2017

0,0

418,0

418,0

418,0

418,0

 
  

Huurtoeslag: ejm 2015

– 132,5

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Huurtoeslag: koopkracht

0,0

150,0

150,0

150,0

150,0

 
  

Surplus eigen vermogen rgd

135,1

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Teruggave surplus eigen vermogen rgd

– 54,3

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

91,4

– 11,1

– 11,3

– 10,6

– 14,0

 
   

84,7

591,9

576,7

557,4

554,0

 

Extrapolatie

4.851,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

487,2

681,8

576,4

470,8

459,2

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

4.247,6

4.312,2

4.586,1

4.679,5

4.660,8

4.851,3

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

4.247,6

4.312,2

4.586,1

4.679,5

4.660,8

4.851,3

XVIII WONEN & RIJKSDIENST: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

629,1

584,2

563,1

555,2

549,8

 

Mee- en tegenvallers

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

– 10,0

– 2,0

8,0

9,0

2,0

 
   

– 10,0

– 2,0

8,0

9,0

2,0

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Kasschuif restitutie

22,7

– 16,1

– 5,3

– 1,3

0,0

 
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

22,7

– 16,1

– 5,3

– 1,3

0,0

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Surplus eigen vermogen rgd

135,1

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Wetsvoorstel stroomlijnen

0,0

0,0

0,0

17,1

44,2

 
  

Diversen

72,1

– 2,3

– 2,0

– 2,2

– 2,2

 
   

207,2

– 2,3

– 2,0

14,9

42,0

 

Extrapolatie

547,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

219,8

– 20,4

0,7

22,6

44,0

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

848,9

563,8

563,8

577,8

593,9

547,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

848,9

563,8

563,8

577,8

593,9

547,7

Huurtoeslag (2015 realisatie en ejm, raming en dekking 2016–2021)

Bij de huurtoeslag is er sprake van tegenvallers, onder meer door de instroom van vergunninghouders, een lager niet-gebruik en een aanpassing van het heffingsvrije vermogen. Daarnaast resteert een nog niet gedekt tekort vanuit de begroting van eerdere jaren. Voor deze meerjarige tekorten is door het kabinet dekking buiten de huurtoeslag gevonden. De uitgaven voor de huurtoeslag worden vanaf 2017 tevens structureel met 150 mln. verhoogd als onderdeel van het koopkrachtpakket, gericht op een evenwichtig koopkrachtbeeld.

Fonds Energiebesparing Huursector (FEH) (Rfe ii)

Eind 2014 is het Fonds Energiebesparing Huursector (FEH) opengesteld voor woningcorporaties en voor overige verhuurders. Omdat het aantal aanvragen achter bleef bij de verwachtingen, zijn de niet bestede middelen meegenomen naar 2016.

Huisvestingvoorziening

Het Rijk en de gemeenten hebben afgelopen najaar afgesproken om een huisvestingsvoorziening voor 14.000 vergunninghouders te realiseren, bovenop de bestaande woningvoorraad. Voor deze huisvestingsvoorziening is een subsidieregeling ingesteld. Deze subsidieregeling wordt gefinancierd vanuit een besparing op de huurtoeslag die ontstaat doordat vergunninghouders in deze huisvestingsvoorziening geen recht op huurtoeslag hebben.

Kasschuif rfe iii en overige kosten energieakkoord

Niet bestede middelen uit het fonds energiebesparing (RFE III) worden ingezet ter dekking van uitvoeringsproblematiek bij het energielabel (15 mln.). Daarnaast is in het kader van de uitvoering van de motie De Vries c.s. (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300 XVIII, nr. 18) een plan uitgewerkt om 20 mln. in te zetten voor het Fonds duurzaam funderingsherstel.

Surplus eigen vermogen rgd, teruggave surplus eigen vermogen rgd en teruggave VenJ (uitgaven en ontvangsten)

Het surplus aan eigen vermogen (EV) bij de voormalige Rijksgebouwendienst (Rgd) wordt afgeroomd. Deze middelen worden teruggegeven aan departementen, waarvan 50 mln. door VenJ reeds eerder is benut in de begrotingsbrief van november 2015.

Energiebesparing eigenaar-bewoners

In het kader van het Belastingplan 2016 heeft het kabinet 100 mln. vrijgemaakt voor o.a. een subsidieregeling om huiseigenaren (eigenaar-bewoners) te stimuleren energiebesparende maatregelen te nemen. Deze middelen zijn in 2016 t/m 2018 aan de begroting toegevoegd.

Diversen (uitgaven en ontvangsten)

Onder de post diversen valt in 2016 onder andere de eindejaarsmarge van het Nationaal Energiebespaarfonds, de achtervangvergoeding NHG (jaarlijks ontvangt het Rijk voor de achterborgstelling NHG een risicovergoeding), saneringsbijdrage aan De Woningstichting Geertruidenberg (WSG), surplus eigen vermogen FMH en de egalisatievorderingen van het Rijksvastgoedbedrijf aan de Hoge Colleges van Staat. Meerjarig is er sprake van het uitboeken van de verkoopkosten naar de betreffende departementen.

Wetsvoorstel stroomlijnen

De incidentele budgettaire effecten als gevolg van het wetsvoorstel Stroomlijnen invordering worden overgeboekt naar de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zodat deze gereserveerd worden op de begroting op het artikel voor nominaal onvoorzien.

Gemeentefonds

B GEMEENTEFONDS: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

27.338,7

26.923,8

26.703,1

26.567,8

26.385,8

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Wijziging betalingsverloop

41,6

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
 

Sociale zekerheid

      
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
 

Zorg

      
  

Herverdeeleffecten hlz

0,0

– 226,1

– 185,6

– 184,4

– 177,2

 
  

Diversen

14,9

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

56,5

– 226,1

– 185,6

– 184,4

– 177,2

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Accres tranche 2015

99,1

49,6

49,6

49,6

49,6

 
  

Accres tranche 2017

0,0

188,5

188,5

188,5

188,5

 
  

Afrekening bcf

191,6

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Buurtsportcoaches

58,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Du peuterspeelzaalwerk

0,0

0,0

– 35,0

– 35,0

– 35,0

 
  

Referendum associatieverdrag

30,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Reintegratie asielakkoord

136,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Uitvoeringskosten svb

0,0

– 35,1

0,0

0,0

0,0

 
  

Voorschoolse voorziening peuters

10,0

20,0

30,0

40,0

50,0

 
  

Diversen

49,6

28,7

25,7

27,3

28,2

 
 

Sociale zekerheid

      
  

Loonbijstelling tranche 2016

46,4

43,5

41,1

39,5

37,8

 
  

Diversen

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

 
 

Zorg

      
  

Hh wlz-clienten

0,0

– 30,0

– 30,0

– 30,0

– 30,0

 
  

Loon- en prijsbijstelling tranche 2016

107,5

105,8

105,5

105,6

105,4

 
  

Middelen kalsbeek

0,0

41,7

41,7

41,7

52,1

 
  

Diversen

26,6

32,6

32,6

32,6

32,6

 
   

755,0

445,5

449,9

460,0

479,4

 

Extrapolatie

26.627,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

811,5

219,3

264,2

275,5

302,0

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

28.150,2

27.143,2

26.967,3

26.843,4

26.687,8

26.627,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

28.150,2

27.143,2

26.967,3

26.843,4

26.687,8

26.627,7

B GEMEENTEFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Extrapolatie

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Wijziging betalingsverloop

In 2015 is een gedeelte van het gemeentefonds niet uitbetaald aan gemeenten. Dit is veroorzaakt doordat de verdeelmaatstaven niet allemaal in 2015 definitief konden worden vastgesteld, waardoor niet kon worden overgegaan tot betaling aan gemeenten. Het resterende bedrag wordt in 2016 uitbetaald. Hiertoe wordt de begroting van het gemeentefonds voor 2016 verhoogd.

Herverdeeleffecten HLZ

In het BO van 24 augustus 2016 zijn de VNG en het Rijk overeengekomen om een aantal correcties door te voeren ten aanzien van de overheveling van budgetten in het kader van de hervorming van de langdurige zorg.

Diversen (Beleidsmatige mutaties Zorg)

Dit betreft de compensatie van centrumgemeenten voor de gevolgen van het nieuwe verdeelmodel voor beschermd wonen en de compensatie van gemeenten voor het mislopen van de eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp, woningaanpassing en hulpmiddelen aan Wlz-cliënten die thuis wonen.

Accres

Dit betreft het aanpassen van de reeksen op basis van de uitkomsten van de normeringssystematiek in 2015 tot en met 2017. 2016 valt onder het kopje diversen.

Afrekening bcf

Het plafond van het Btw-compensatiefonds (BCF) is per 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds. Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond, komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds. De toevoeging of uitname wordt over het gemeentefonds en provinciefonds verdeeld conform de aandelen van de gezamenlijke gemeenten in het BCF in het gerealiseerde jaar. Bij Miljoenennota 2017 is het aandeel van gemeenten van 189,8 mln. in de geraamde ruimte onder het plafond voor 2016 toegevoegd aan het gemeentefonds. Samen met de definitieve afrekening over 2015 uit het voorjaar komt de post «afrekening bcf» voor 2017 uit op 191,6 mln.

Buurtsportcoaches

De brede impuls combinatiefunctionaris is een onderdeel van het programma «Sport en bewegen in de buurt». In 2016 doen 373 gemeenten mee aan de brede impuls. Het Rijk draagt hieraan bij. De middelen worden toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering buurtsportcoaches.

Decentralisatrie uitkering (Du) peuterspeelzaalwerk

Vanwege het onderbrengen van peuterspeelzalen onder de toeslagregeling, neemt het Rijk uitgaven over van gemeenten. Dit gaat gepaard met het stopzetten van de decentralisatie-uitkering in het kader van de Wet Oke in 2018. De middelen zijn vanuit het gemeentefonds overgeboekt naar SZW.

Referendum associatieverdrag

Dit betreft de middelen die beschikbaar zijn gesteld aan gemeenten voor hun kosten voor het organiseren en uitvoeren van het referendum over de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne op 6 april 2016.

Reintegratie asielakkoord

In het uitwerkingsakkoord Verhoogde asielinstroom is overeengekomen dat gemeenten middelen ontvangen vanwege de extra kosten voor vergunninghouders op de gebieden werk en integratie, onderwijs en zorg. Deze specifieke middelen moeten er voor zorgen dat gemeenten maximaal kunnen inzetten op de integratie en participatie van vergunninghouders. Deze extra middelen geven gemeenten ook de ruimte om de ondersteuning van de bestaande uitkeringsgerechtigden volop overeind te houden. Deze middelen zijn beschikbaar gesteld vanuit het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Uitvoeringskosten Sociale Verzekeringsbank (SVB)

Dit betreft de gemeentelijke bijdrage aan de uitvoeringskosten van de SVB voor 2016 voor de uitvoering van het trekkingsrecht voor de Wmo 2015 en de Jeugdwet.

Voorschoolse voorziening peuters

Dit betreft een overboeking van SZW naar het gemeentefonds voor de uitvoering van de bestuurlijke afspraken tussen Rijk en gemeenten over een aanbod voor alle peuters. Via de afspraken zetten gemeenten zich actief in om een aanbod te realiseren voor de groep peuters zonder recht op kinderopvangtoeslag die nu niet naar een voorschoolse voorziening gaat.

Diversen (Technische mutaties Rijksbegroting in enge zin)

Dit betreft diverse mutaties, waaronder mutaties voor verschillende gemeenten vanuit de ministeries van IenM, EZ, VenJ, SZW en OCW voor de onderwerpen RSP Zuiderzeelijn, Nota Ruimte, Versterking veiligheidsketen, Faciliteitenbesluit opvangcentra, Actieplan Luchtkwaliteit, Kenniscentrum handhaving en naleving (VNG) en Leeuwarden Culturele Hoofdstad.

Loon- en prijsbijstelling tranche 2016 (Sociale zekerheid en Zorg)

Dit betreft het uitkeren van de loon- en prijsbijstelling aan de integratie-uitkering sociaal domein. De integratie-uitkering sociaal domein loopt niet mee in de reguliere normeringssystematiek van het gemeentefonds. Deze tranche bestaat uit een vergoeding voor sociale werkgeverslasten en de contractloonontwikkeling. Daarbovenop ontvangen departementen bij de loonbijstelling incidentele compensatie voor een deel van de kosten voor werkgevers van de herstelopslag van het ABP voor 2016.

Diversen (Technische mutaties Sociale zekerheid)

Het aantal beschut werkplekken op grond van de Participatiewet dat gemeenten sinds 1 januari 2015 hebben georganiseerd blijft sterk achter bij de verwachtingen. De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de Tweede Kamer met haar brief van 24 juni 2016 gemeld (Kamerstukken 34 352, nr.19) dat gemeenten een financiële stimulans (een «bonus») ontvangen per gerealiseerde werkplek. Het doel van de bonus is om gemeenten te stimuleren daadwerkelijk beschut werkplekken te realiseren en in stand te houden.

Huishoudelijk hulp (Hh) Wlz-clienten

De middelen zijn bestemd voor de overheveling van huishoudelijke hulp voor Wlz-cliënten met een modulair pakket thuis (mpt) van de Wmo naar de Wlz vanaf 2017. De Informatievoorziening Sociaal Domein (ISD) – als onderdeel van de VNG – is gevraagd om deze uitbreiding per 1 januari 2017 mogelijk te maken. In het bestuurlijk overleg tussen VWS en de VNG van 25 april 2016 is de uitname van 30 mln. per 1 januari 2017 akkoord bevonden, mits de uitbreiding van het Wlz-register ook per 1 januari 2017 kan plaatsvinden.

Middelen Kalsbeek

Het in het Regeerakkoord afgesproken budget voor de verbetering van de arbeidsmarktpositie van specifieke groepen medewerkers wordt vanaf 2017 structureel toegevoegd aan de integratie-uitkering Wmo. Gemeenten hebben hierdoor meer financiële slagkracht bij het realiseren van de beoogde vernieuwing van maatschappelijke ondersteuning, zoals thuisondersteuning. De middelen zijn onderdeel van het afsprakenpakket van 4 december 2015 tussen de VNG, de FNV, het CNV en het Ministerie van VWS

Diversen (Technische mutaties Zorg)

Dit betreft de overheveling van middelen van de begroting van het Ministerie van VWS. Vanaf 2016 worden middelen overgeheveld voor de afschaffing van de ouderbijdrage jeugdzorg. Gemeenten worden gecompenseerd voor gederfde inkomsten door verhoging van het macrobudget Jeugd. Aanvullend worden vanaf 2017 middelen overgeheveld voor de orthocommunicatieve behandeling van patiënten met het autisme spectrum syndroom (ASS). De behandeling bleek onvoldoende effectief en daarom wordt de bestaande Wlz-subsidieregeling stop gezet. Jongeren met ASS krijgen vanaf 2017 een behandeling die onder de Jeugdwet valt. Daartoe wordt het macrobudget Jeugdhulp verhoogd.

Provinciefonds

C PROVINCIEFONDS: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

2.160,3

2.150,4

1.994,6

1.988,7

1.982,3

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

– 0,1

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

– 0,1

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Accres tranche 2017

0,0

27,2

27,2

27,2

27,2

 
  

Afrekening bcf

27,9

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Beter benutten

58,4

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Programma impuls omgevingsveiligheid 2017

0,0

14,3

0,0

0,0

0,0

 
  

Rsp zuiderzeelijn

118,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

45,8

7,7

10,8

9,3

9,2

 
   

250,8

49,2

38,0

36,5

36,4

 

Extrapolatie

1.944,1

     

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

250,7

49,2

38,0

36,5

36,4

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

2.411,0

2.199,6

2.032,6

2.025,2

2.018,7

1.944,1

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

2.411,0

2.199,6

2.032,6

2.025,2

2.018,7

1.944,1

C PROVINCIEFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Extrapolatie

0,0

     

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Accres tranche 2017

Dit betreft het aanpassen van de reeksen op basis van de uitkomsten van de normeringssystematiek in 2017.

Afrekening bcf

Het plafond van het Btw-compensatiefonds (BCF) is per 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze volgen uit de normeringssystematiek voor het provinciefonds. Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond, komt het verschil ten gunste van het provinciefonds. De toevoeging of uitname wordt over het gemeentefonds en provinciefonds verdeeld conform de aandelen van de gezamenlijke gemeenten in het BCF in het gerealiseerde jaar. Bij Miljoenennota 2017 is het aandeel van provincies van 28,6 mln. in de geraamde ruimte onder het plafond voor 2016 toegevoegd aan het provinciefonds. Samen met de definitieve afrekening over 2015 uit het voorjaar komt de post «afrekening bcf» voor 2017 uit op 27,9 mln.

Beter benutten

Dit betreft een bijdrage van IenM aan provincies voor het programma Beter Benutten van mobiliteit.

Programma impuls omgevingsveiligheid

In het kader van de uitvoering van het Programma impuls omgevingsveiligheid wordt budget gedecentraliseerd naar het provinciefonds voor de periode 2015–2018. Eerder is het budget overgeboekt voor de jaren 2015 en 2016. Met deze mutatie wordt budget overgeboekt voor de uitvoering van de tussen partijen afgesproken programmering voor het jaar 2017.

RSP Zuiderzeelijn

In het kader van het Ruimtelijk Economisch Programma (REP) als onderdeel van het regiospecifiek pakket (RSP) Zuiderzeelijn worden middelen via een decentralisatie-uitkering beschikbaar gesteld aan de provincies Friesland, Groningen, Drenthe en Flevoland.

Diversen (beleidsmatige en technische mutaties – uitgaven)

Dit betreft diverse mutaties, waaronder mutaties voor verschillende provincies vanuit het Ministerie van IenM voor de onderwerpen bodemsanering, energieprojecten op de afsluitdijk, hydrologische maatregelen, het Deltaplan zoetwater en de aansluiting van Lelystad Airport.

Infrastructuurfonds

A INFRASTRUCTUURFONDS: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

5.784,0

6.065,8

5.962,1

6.061,7

6.225,8

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Inpassingovereenkomst a13/a16 rotterdam

0,0

– 28,4

0,0

0,0

0,0

 
  

Ontvangstenschuiven binnen hoofdwegennet

– 52,7

18,5

30,0

1,2

– 59,2

 
  

Ontvangstenschuiven binnen spoorwegen

– 129,9

– 4,9

121,2

– 6,2

– 6,4

 
  

Saldo 2015

266,6

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

– 5,0

– 13,5

0,9

7,4

0,3

 
   

79,0

– 28,3

152,1

2,4

– 65,3

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Bijdrage aan pf voor beter benutten

– 58,4

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Bijdrage aan pf voor regiospecifiek pakket zuiderzeelijn

– 118,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Dbfm-conversie derde kolk beatrixsluis

– 3,6

– 37,1

– 43,1

– 42,4

1,9

 
  

Dbfm-conversie zeetoegang ijmond

– 4,4

2,9

98,5

170,8

76,6

 
  

Dbfm-conversie zeetoegang ijmond versnellingskosten

– 35,6

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Kasschuif infrastructuurfonds

0,0

– 100,0

0,0

0,0

100,0

 
  

Ramingsbijstelling infrastructuurfonds

0,0

– 81,0

– 81,0

– 81,0

– 81,0

 
  

Uitvoeringsbesluit nieuwe sluis terneuzen

67,3

89,3

120,0

120,5

59,5

 
  

Vaststelling bov-subsidie 2015

115,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

– 37,3

– 33,4

31,9

30,8

39,2

 
   

– 75,7

– 159,3

126,3

198,7

196,2

 
  

Stand miljoenennota

      
   

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Extrapolatie

6.234,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

3,2

– 187,5

278,3

201,1

130,8

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

5.787,1

5.878,3

6.240,4

6.262,8

6.356,6

6.234,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

5.787,1

5.878,3

6.240,4

6.262,8

6.356,6

6.234,0

A INFRASTRUCTUURFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

5.784,0

6.065,8

5.962,1

6.061,7

6.225,8

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Inpassingovereenkomst a13/a16 rotterdam

0,0

– 28,4

0,0

0,0

0,0

 
  

Ontvangstenschuiven binnen hoofdwegennet

– 52,7

18,5

30,0

1,2

– 59,2

 
  

Ontvangstenschuiven binnen spoorwegen

– 129,9

– 4,9

121,2

– 6,2

– 6,4

 
  

Saldo 2015

59,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

– 5,0

– 13,5

0,9

7,4

0,3

 
   

– 128,6

– 28,3

152,1

2,4

– 65,3

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Bijdrage aan pf voor beter benutten

– 58,4

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Bijdrage aan pf voor regiospecifiek pakket zuiderzeelijn

– 118,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Dbfm-conversie derde kolk beatrixsluis

– 3,6

– 37,1

– 43,1

– 42,4

1,9

 
  

Dbfm-conversie zeetoegang ijmond

– 4,4

2,9

98,5

170,8

76,6

 
  

Dbfm-conversie zeetoegang ijmond versnellingskosten

– 35,6

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Kasschuif infrastructuurfonds

0,0

– 100,0

0,0

0,0

100,0

 
  

Ramingsbijstelling infrastructuurfonds

0,0

– 81,0

– 81,0

– 81,0

– 81,0

 
  

Uitvoeringsbesluit nieuwe sluis terneuzen

67,3

89,3

120,0

120,5

59,5

 
  

Vaststelling bov-subsidie 2015

115,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

– 37,3

– 33,4

31,9

30,8

39,2

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

      
  

Saldo 2015

207,6

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

131,9

– 159,3

126,3

198,7

196,2

 
  

Stand miljoenennota

      
   

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Extrapolatie

6.234,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

3,2

– 187,5

278,3

201,1

130,8

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

5.787,1

5.878,3

6.240,4

6.262,8

6.356,6

6.234,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

5.787,1

5.878,3

6.240,4

6.262,8

6.356,6

6.234,0

Inpassingovereenkomst A13/A16 Rotterdam

In het najaar van 2015 is de inpassingovereenkomst van het project A13/A16 Rotterdam getekend. Dit project beoogd de A13 vanaf Rotterdam The Hague Airport rechtstreeks te verbinden met de A16 ter hoogte van het Terbregseplein. In de inpassingovereenkomst is afgesproken dat de regiobijdrage aan IenM wordt verlaagd met 7,6 mln. Daarnaast wordt 28,4 mln. in 2021 in plaats van in 2017 ontvangen.

Ontvangstenschuiven binnen hoofdwegennet & spoorwegen

Diverse bijdragen van derden aan infraprojecten zijn in de tijd verschoven, waardoor verschillende ontvangstenramingen zijn bijgesteld. De uitgavenramingen worden aangepast aan de nieuwe ontvangstenramingen, om zo binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen. Voor het artikel spoor gaat het voornamelijk om de regiobijdrage van 127 mln. voor de aanleg van het verdiepte spoor bij Vught. Deze bijdrage wordt niet in 2016 maar in 2018 ontvangen.

Saldo 2015

Het voordelig saldo over 2015 is in 2016 toegevoegd aan de begroting van het Infrastructuurfonds. Het saldo 2015 bedraagt -266,6 mln. op de uitgaven en -59 mln. op de ontvangsten, waardoor het netto saldo (uitgaven minus ontvangsten) uitkomt op -207,6 mln. Het voordelig saldo was grotendeels het gevolg van onderuitputting op het begrotingsartikel spoorwegen. Het saldo is daarom vrijwel geheel toegevoegd aan dit begrotingsartikel.

Bijdrage aan PF voor Beter Benutten

Diverse provincies ontvangen een bijdrage van IenM voor projecten binnen het programma Beter Benutten. De middelen zijn afkomstig van het Infrastructuurfonds en zijn via de begroting van IenM overgeboekt naar het Provinciefonds.

Bijdrage aan PF voor Regiospecifiek pakket Zuiderzeelijn

De provincies Friesland, Groningen, Drenthe en Flevoland ontvangen van IenM resp. 77 mln., 37 mln., 3 mln. en 3 mln. voor concrete bereikbaarheidsprojecten binnen het Regiospecifiek pakket Zuiderzeelijn (RSP). De middelen zijn afkomstig van het Infrastructuurfonds en zijn via de begroting van IenM overgeboekt naar het Provinciefonds.

DBFM-conversie Derde Kolk Beatrixsluis

DBFM staat voor Design, Build, Finance en Maintain. DBFM is een type contract waarbij IenM het ontwerp, de bouw, de financiering en het meerjarig onderhoud van een infraproject uitbesteed aan één aannemersconsortium. In ruil hiervoor ontvangt het consortium een periodieke beschikbaarheidsvergoeding van IenM. In 2016 is de DBFM-aanbesteding van het project Derde Kolk Beatrixsluis afgerond. De derde sluiskolk zal eraan bijdragen dat het scheepvaartverkeer de Prinses Beatrixsluis ook in de toekomst vlot en veilig kan passeren. Conform reguliere systematiek worden de aanleg- en onderhoudsbudgetten voor dit project op de begroting omgezet in een DBFM-reeks, zodat IenM de beschikbaarheidsvergoedingen kan uitkeren aan het aannemersconsortium.

DBFM-conversie Zeetoegang IJmond

In 2015 is de DBFM-aanbesteding van het project Zeetoegang IJmond afgerond. De nieuwe, grotere zeesluis zal ruimte bieden aan grotere zeeschepen. Conform afgesproken systematiek worden de aanleg- en onderhoudsbudgetten voor dit project op de begroting omgezet in een DBFM-reeks, zodat IenM de beschikbaarheidsvergoedingen kan uitkeren aan het aannemersconsortium.

Kasschuif Infrastructuurfonds

Ten behoeve van het generale beeld schuift IenM in totaal 250 mln. van 2017 naar 2020. Deze kasschuif bestaat voor 100 mln. uit een kasschuif op het Infrastructuurfonds. De kasschuif loopt via het begrotingsartikel Overige uitgaven en ontvangsten van het fonds. De meerjarige programmering is niet aangepast als gevolg van deze kasschuif.

Ramingbijstelling Infrastructuurfonds

Ter dekking van de ruilvoetproblematiek wordt vanaf 2017 jaarlijks 106 mln. gekort op de budgetten van IenM. Hiervan wordt 81 mln. toegerekend aan het Infrastructuurfonds. Deze bijstelling is volgens de gebruikelijke verdeelsleutel verdeeld over de modaliteiten hoofdwegen, spoor en hoofdvaarwegen.

Uitvoeringsbesluit nieuwe sluis Terneuzen

In 2015 is het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaamse gewest voor de aanleg van de Nieuwe Sluis Terneuzen getekend en begin dit jaar is het uitvoeringsbesluit genomen. In het kader hiervan worden diverse bijdragen ontvangen: een bijdrage van Vlaanderen (495 mln.), een CEF-subsidie van de EU (48 mln.) en bijdragen van de Provincie Zeeland, de gemeente Terneuzen en Zeeland Seaports (gezamenlijk 10 mln.)

Vaststelling BOV-subsidie 2015

BOV staat voor beheer, onderhoud en vervanging. Jaarlijks ontvangt Prorail een BOV-subsidie van IenM om het spoor te onderhouden. In 2016 zal ProRail 115 mln. terugstorten aan IenM ter compensatie van niet-bestede subsidiemiddelen in 2015. Een deel van de niet-bestede middelen heeft betrekking op doorgeschoven activiteiten en wordt toegevoegd aan het budget voor BOV in 2016 (76,3 mln.). Het andere deel heeft betrekking op vervallen activiteiten en het afromen van de egalisatiereserve van ProRail en wordt toegevoegd aan de investeringsruimte voor spoor (38,7 mln.).

Diversen (Technische mutaties)

Deze post bestaat voornamelijk uit een overboeking van 24,1 mln. in 2016 naar de Brede Doeluitkering op de begroting van IenM voor projecten binnen het programma Beter Benutten, en een overboeking van 16,0 mln. in 2017 naar de begroting van IenM voor het aanpakken van enkele resterende normoverschrijdingen van de luchtkwaliteit in Amsterdam en Rotterdam.

DBFM-conversie Zeetoegang IJmond versnellingskosten (Technische mutaties- Niet tot een ijklijn behorend)

In 2015 is de DBFM-aanbesteding van het project Zeetoegang IJmond afgerond. Oorspronkelijk stond dit project gepland in de periode 2025 tot en met 2027. Met de verschillende decentrale overheden is een convenant gesloten om dit project versneld te realiseren. De kosten die gepaard gaan met het naar voren halen van de aanlegbudgetten worden afgedragen aan het Ministerie van Financiën.

Diergezondheidsfonds

F DIERGEZONDHEIDSFONDS: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

30,6

30,6

30,6

30,6

30,6

 

Technische mutaties

      
 

Niet tot een ijklijn behorend

      
  

Toevoeging eindsaldo 2015

13,4

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

0,0

1,9

1,9

1,9

1,9

 
   

13,4

1,9

1,9

1,9

1,9

 

Extrapolatie

32,6

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

13,4

1,9

1,9

1,9

1,9

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

44,0

32,6

32,6

32,6

32,6

32,6

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

44,0

32,6

32,6

32,6

32,6

32,6

F DIERGEZONDHEIDSFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

30,6

30,6

30,6

30,6

30,6

 

Technische mutaties

      
 

Niet tot een ijklijn behorend

      
  

Toevoeging eindsaldo 2015

13,4

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

0,0

1,9

1,9

1,9

1,9

 
   

13,4

1,9

1,9

1,9

1,9

 

Extrapolatie

32,6

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

13,4

1,9

1,9

1,9

1,9

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

44,0

32,6

32,6

32,6

32,6

32,6

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

44,0

32,6

32,6

32,6

32,6

32,6

Toevoeging eindsaldo 2015

Het eindsaldo van 2015 wordt toegevoegd aan de begroting 2016.

Diversen (uitgaven en ontvangsten)

Dit betreft de bijgestelde raming voor de kosten en ontvangsten van de bewaking en bestrijding van dierziekten (uitvoeringskosten voor de inning van heffingen van respectievelijk 0,6 mln., 0,5 mln. en 0,8 mln.).

Accres Gemeentefonds

ACCRES GEMEENTEFONDS: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

246,7

206,3

476,0

807,0

1187,8

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Accres tranche 2015

99,1

49,6

49,6

49,6

49,6

 
  

Accres tranche 2016

– 28,8

– 28,8

– 28,8

– 28,8

– 28,8

 
  

Accres tranche 2017

0,0

221,7

221,7

221,7

221,7

 
  

Accres tranche 2018

0,0

0,0

190,3

190,3

190,3

 
  

Accres tranche 2019

0,0

0,0

0,0

118,0

118,0

 
  

Accres tranche 2020

0,0

0,0

0,0

0,0

105,2

 
  

Bijstelling bcf

– 47,0

– 20,1

7,6

26,0

42,8

 
  

Diversen

– 6,2

– 6,5

– 6,6

– 6,7

– 6,8

 
   

17,1

215,9

433,8

570,1

692,0

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Accres tranche 2017

0,0

– 188,5

– 188,5

– 188,5

– 188,5

 
  

Afrekening bcf

– 193,5

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

– 70,3

– 20,7

– 20,7

– 20,7

– 20,7

 
   

– 263,8

– 209,2

– 209,2

– 209,2

– 209,2

 

Extrapolatie

2069,4

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

– 246,7

6,6

224,6

360,9

482,7

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

0,0

212,9

700,6

1167,9

1670,5

2069,4

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

0,0

212,9

700,6

1167,9

1670,5

2069,4

ACCRES GEMEENTEFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Extrapolatie

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Accres tranches 2015–2020

Het accres kent jaarlijks twee bijstellingsmomenten, Voorjaarsnota en Miljoenennota, en één vaststellingsmoment, bij het Financieel Jaarverslag Rijk. Het definitieve accrespercentage over 2015 is -0,54 procent op basis van de stand van het FJR 2015. Op basis van dit vastgestelde accrespercentage heeft de afrekening dit voorjaar plaats gevonden. De accressen voor de jaren 2016 e.v. zijn aangepast aan de uitkomsten van de normeringsystematiek. De geraamde accressen voor 2016 en 2017 zijn overgeboekt naar het gemeentefonds.

Btw compensatiefonds (BCF)

Het plafond van het BCF is per 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze volgen uit de normeringsystematiek voor het gemeentefonds. Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds en het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond, komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds en het provinciefonds. De toevoeging of onttrekking wordt over het gemeentefonds en het provinciefonds verdeeld conform de aandelen van de gezamenlijke gemeenten en provincies in het BCF in het gerealiseerde jaar.

Accres Provinciefonds

ACCRES PROVINCIEFONDS: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

26,0

20,3

56,4

98,1

146,1

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Accres tranche 2017

0,0

31,6

31,6

31,6

31,6

 
  

Accres tranche 2018

0,0

0,0

26,1

26,1

26,1

 
  

Diversen

7,0

8,4

13,4

32,3

49,5

 
   

7,0

40,0

71,1

90,0

107,2

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

– 33,0

– 30,4

– 30,4

– 30,4

– 30,4

 
   

– 33,0

– 30,4

– 30,4

– 30,4

– 30,4

 

Extrapolatie

274,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

– 26,0

9,6

40,7

59,6

76,7

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

0,0

29,8

97,1

157,7

222,8

274,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

0,0

29,8

97,1

157,7

222,8

274,5

ACCRES PROVINCIEFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Extrapolatie

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Accres tranches 2015–2020

Het accres kent jaarlijks twee bijstellingsmomenten, Voorjaarsnota en Miljoenennota, en één vaststellingsmoment, bij het Financieel Jaarverslag Rijk. Het definitieve accrespercentage over 2015 is – 0,54 procent op basis van de stand van het FJR 2015. Op basis van dit vastgestelde accrespercentage heeft de afrekening dit voorjaar plaats gevonden. De accressen voor de jaren 2016 e.v. zijn aangepast aan de uitkomsten van de normeringssystematiek. De geraamde accressen voor 2016 en 2017 zijn overgeboekt naar het provinciefonds.

Btw compensatiefonds (BCF)

Het plafond van het BCF is per 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze volgen uit de normeringsystematiek voor het provinciefonds. Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds en het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond, komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds en het provinciefonds. De toevoeging of onttrekking wordt over het gemeentefonds en het provinciefonds verdeeld conform de aandelen van de gezamenlijke gemeenten en provincies in het BCF in het gerealiseerde jaar.

BES-fonds

H BES-FONDS: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

33,4

32,7

32,7

32,8

32,8

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Extrapolatie

32,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

33,4

32,7

32,7

32,8

32,8

32,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

33,4

32,7

32,7

32,8

32,8

32,8

H BES-FONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Extrapolatie

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Deltafonds

J DELTAFONDS: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

1.211,5

1.088,8

1.119,9

1.135,8

1.027,9

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Ontvangstenschuiven

– 0,1

0,1

0,0

0,0

25,4

 
  

Saldo 2015

55,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

55,6

0,1

0,0

0,0

25,4

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Kasschuif deltafonds

0,0

– 150,0

0,0

0,0

150,0

 
  

Vrijval hwbp-2

0,0

0,0

0,0

– 31,8

0,0

 
  

Diversen

18,0

– 34,3

– 21,8

– 15,1

– 33,1

 
   

18,0

– 184,3

– 21,8

– 46,9

116,9

 
         
  

Stand miljoenennota

      
   

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Extrapolatie

1.343,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

73,6

– 184,2

– 21,8

– 46,9

142,4

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

1.285,1

904,7

1.098,1

1.088,8

1.170,3

1.343,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

1.285,1

904,7

1.098,1

1.088,8

1.170,3

1.343,7

J DELTAFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

1.211,5

1.088,8

1.119,9

1.135,8

1.027,9

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Ontvangstenschuiven

– 0,1

0,1

0,0

0,0

25,4

 
  

Diversen

– 3,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

– 3,8

0,1

0,0

0,0

25,4

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Kasschuif deltafonds

0,0

– 150,0

0,0

0,0

150,0

 
  

Vrijval hwbp-2

0,0

0,0

0,0

– 31,8

0,0

 
  

Diversen

18,0

– 34,3

– 21,8

– 15,1

– 33,1

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

      
  

Saldo 2015

59,4

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

77,4

– 184,3

– 21,8

– 46,9

116,9

 
         
  

Stand miljoenennota

      
   

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Extrapolatie

1.343,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

73,6

– 184,2

– 21,8

– 46,9

142,4

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

1.285,1

904,7

1.098,1

1.088,8

1.170,3

1.343,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

1.285,1

904,7

1.098,1

1.088,8

1.170,3

1.343,7

Ontvangstenschuiven

Diverse bijdragen van derden zijn in de tijd verschoven, waardoor de ontvangstenraming is bijgesteld. De uitgavenraming wordt aangepast aan de nieuwe ontvangstenraming, om zo binnen het Deltafonds tot een sluitende programmering te komen. Het betreft hier met name de bijdrage van de provincie Overijssel ten behoeve van het project IJsseldelta van 25,4 mln. die niet in 2021 maar in 2020 wordt ontvangen.

Saldo 2015

Het voordelig saldo over 2015 is in 2016 toegevoegd aan de begroting van het Deltafonds. In 2015 is er 55,7 mln. minder uitgegeven en 3,7 mln. meer ontvangen dan begroot, waardoor het netto saldo (uitgaven en ontvangsten) uitkomt op 59,4 mln. Het voordelig saldo werd met name veroorzaakt door onderuitputting binnen het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2) en binnen het programma Kaderrichtlijn Water. Het saldo is bij voorjaar 2016 toegevoegd aan de begroting, met name aan bovengenoemde twee programma’s.

Kasschuif Deltafonds

Ten behoeve van het generale beeld schuift IenM 250 mln. van 2017 naar 2020. Dit bestaat voor 150 mln. uit een kasschuif op het Deltafonds. De kasschuif loopt via de investeringsruimte van het artikel Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven van het fonds. De meerjarige programmering is niet aangepast als gevolg van deze kasschuif.

Vrijval hwbp-2

Het tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2) kent een vrijval van middelen. Zoals afgesproken met de waterschappen komt deze vrijval ten goede van het budget voor het nieuwe HWBP om het investeringsniveau van dit nieuwe programma stapsgewijs te verhogen. De projecten binnen het nieuwe HWBP kennen een projectgebonden aandeel dat buiten het Deltafonds door de Waterschappen zelf wordt gefinancierd. Een deel van de vrijval binnen HWBP-2 wordt daarom teruggestort aan de waterschappen ter financiering van dit projectgebonden aandeel buiten het Deltafonds.

Diversen (Beleidsmatige mutaties)

Deze post bestaat voornamelijk uit de ramingbijstelling ter dekking van de ruilvoetproblematiek. Deze bijstelling bedraagt structureel circa 13 mln. vanaf 2017. Daarnaast bestaat deze post uit een bijdrage van cumulatief 37 mln. van het DF aan het IF voor de implementatie van de Omgevingswet. De middelen voor de implementatie worden begroot op artikel 18 van het IF.

Prijsbijstelling

PRIJSBIJSTELLING: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

436,8

881,3

1337,4

1804,6

2272,3

 

Mee- en tegenvallers

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Nominale ontwikkeling

– 262,5

– 444,9

– 416,2

– 352,8

– 246,6

 
 

Sociale zekerheid

      
  

Diversen

– 3,4

– 6,3

– 8,3

– 9,3

– 9,9

 
 

Zorg

      
  

Diversen

– 0,1

– 0,5

– 0,4

– 0,2

– 0,5

 

Beleidsmatige mutaties

– 266,0

– 451,7

– 424,9

– 362,3

– 257,0

 
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Tranche 2017 venj begroting

0,0

– 35,0

– 32,8

– 33,4

– 33,5

 
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
 

Sociale zekerheid

      
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
 

Zorg

      
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

0,0

– 35,0

– 32,8

– 33,4

– 33,5

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Uitkeren tranche 2016

– 139,1

– 137,7

– 136,0

– 135,7

– 134,6

 
 

Sociale zekerheid

      
  

Diversen

– 2,0

– 2,0

– 1,9

– 1,9

– 1,9

 
 

Zorg

      
  

Diversen

– 0,6

– 0,7

– 0,7

– 0,7

– 0,7

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

      
  

Nominale ontwikkeling

– 10,5

– 44,6

– 77,4

– 100,2

– 114,6

 
  

Diversen

– 18,5

– 18,9

– 19,1

– 19,0

– 19,3

 
   

– 170,7

– 203,9

– 235,1

– 257,5

– 271,1

 

Extrapolatie

2359,9

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

– 436,8

– 690,6

– 692,9

– 653,2

– 561,6

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

0,0

190,7

644,5

1151,3

1710,7

2359,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

0,0

190,7

644,5

1151,3

1710,7

2359,9

PRIJSBIJSTELLING: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Extrapolatie

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nominale ontwikkeling

De prijsbijstelling wordt berekend door de grondslag (de prijsgevoelige gedeelten van de departementale begrotingen) te vermenigvuldigen met de betreffende prijsontwikkeling. De prijsontwikkeling wordt geactualiseerd op basis van de ramingen van het CPB; dit is de nominale ontwikkeling. De prijsbijstelling tranches 2016 en 2017 zijn neerwaarts bijgesteld als gevolg van de lagere prijsontwikkeling. De tranches voor 2018 en verder zijn aangepast met de gevolgen van de middellange termijn raming van het CPB.

Tranche 2017 venj begroting

De prijsbijstelling tranche 2017 bestemd voor de begroting van Veiligheid en Justitie wordt ingezet voor het dekken van problematiek op deze begroting.

Uitkeren tranche 2016

De prijsbijstelling tranche 2016 is uitgekeerd aan de departementen.

Diversen

Bij de mee- en tegenvallers bevat de post diversen de nominale ontwikkeling van de prijsbijstelling voor de uitgavenkaders Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid en het Budgettair Kader Zorg. Bij de technische mutaties bevat de post diversen het uitkeren van de prijsbijstelling tranche 2016 aan deze twee uitgavenkaders. Vanwege de kleine omvang van de betreffende mutaties vallen deze onder de post «diversen».

Arbeidsvoorwaarden

ARBEIDSVOORWAARDEN: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

1.094,7

1.726,4

2.280,9

2.837,6

3.454,2

 

Mee- en tegenvallers

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Nominale ontwikkeling

– 100,8

140,3

591,7

983,1

1.480,1

 
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
 

Sociale zekerheid

      
  

Nominale ontwikkeling

– 3,9

18,3

54,9

69,7

93,2

 
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
 

Zorg

      
  

Diversen

0,4

2,9

7,3

9,8

12,4

 
   

– 104,3

161,5

653,9

1.062,6

1.585,7

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Compensatie herstelopslag abp

62,1

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
 

Sociale zekerheid

      
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
 

Zorg

      
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

62,1

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Loonbijstelling tranche 2016

– 993,2

– 907,1

– 898,1

– 895,0

– 893,9

 
 

Sociale zekerheid

      
  

Loonbijstelling tranche 2016

– 53,0

– 49,4

– 46,8

– 44,8

– 42,9

 
 

Zorg

      
  

Diversen

– 4,9

– 5,4

– 5,4

– 5,5

– 5,6

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

      
  

Diversen

– 1,4

– 0,9

– 0,1

– 0,2

– 0,9

 
   

– 1.052,5

– 962,8

– 950,4

– 945,5

– 943,3

 

Extrapolatie

5.288,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

– 1.094,7

– 801,3

– 296,5

117,1

642,4

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

0,0

925,0

1.984,3

2.954,7

4.096,6

5.288,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

0,0

925,0

1.984,3

2.954,7

4.096,6

5.288,8

ARBEIDSVOORWAARDEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Extrapolatie

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nominale ontwikkeling

Ten opzichte van de vorige Miljoenennota wordt de loonontwikkeling voor 2016 nu lager geraamd en voor 2017 en verder hoger. Deze ontwikkeling volgt uit de macro-bijstellingen, waaronder de middellange termijn raming van het CPB.

Compensatie herstelopslag ABP

Het ABP heeft besloten tot een herstelopslag van 1% per 1 april 2016. De daarbij horende stijging van de werkgeverslasten wordt voor een deel van de kosten in 2016 vergoed door een eenmalige verhoging van de loonbijstelling.

Loonbijstelling tranche 2016

De loonbijstelling tranche 2016 wordt overgemaakt naar de departementale begrotingen. Deze tranche bestaat uit een vergoeding voor sociale werkgeverslasten en de contractloonontwikkeling.

Koppeling Uitkeringen

KOPPELING UITKERINGEN: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

199,0

407,5

573,5

736,5

900,2

 

Mee- en tegenvallers

      
 

Sociale zekerheid

      
  

Nominale ontwikkeling

– 20,1

– 9,7

0,5

22,3

85,2

 
  

Diversen

0,1

3,2

6,1

3,1

– 1,0

 
   

– 20,0

– 6,5

6,6

25,4

84,2

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Sociale zekerheid

      
  

Nominale ontwikkeling

– 177,8

– 182,2

– 184,2

– 186,8

– 188,9

 
  

Diversen

0,6

– 1,9

– 0,4

– 2,7

– 6,0

 
   

– 177,2

– 184,1

– 184,6

– 189,5

– 194,9

 

Technische mutaties

      
 

Sociale zekerheid

      
  

Brutering

– 2,4

– 31,3

– 26,8

– 19,9

– 11,1

 
  

Diversen

0,7

8,3

14,4

20,4

26,3

 
   

– 1,7

– 23,0

– 12,4

0,5

15,2

 

Extrapolatie

1093,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

– 199,0

– 213,6

– 190,4

– 163,6

– 95,5

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

0,0

193,9

383,1

572,9

804,6

1093,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

0,0

193,9

383,1

572,9

804,6

1093,7

KOPPELING UITKERINGEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

1,2

5,9

10,6

15,5

20,4

 

Mee- en tegenvallers

      
 

Sociale zekerheid

      
  

Nominale ontwikkeling

0,0

– 4,0

– 8,7

– 12,4

– 15,6

 
   

0,0

– 4,0

– 8,7

– 12,4

– 15,6

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Sociale zekerheid

      
  

Diversen

– 1,2

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

– 1,2

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Extrapolatie

8,6

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

– 1,2

– 4,0

– 8,7

– 12,4

– 15,6

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

0,0

1,9

2,0

3,1

4,8

8,6

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

0,0

1,9

2,0

3,1

4,8

8,6

Nominale ontwikkeling (mee- en tegenvallers)

De mutatie betreft een aanpassing in de geraamde nominale ontwikkeling binnen het SZA-kader als gevolg van CPB-ramingen van loon- en prijsontwikkeling en als gevolg van mutaties in uitgavenramingen binnen de Sociale Zekerheid.

Nominale ontwikkeling (beleidsmatige mutaties)

Dit is een overboeking naar de begroting van SZW om de begrotingsgefinancierde uitkeringen op prijspeil 2016 te brengen.

Aanvullende Post Algemeen

ALGEMEEN: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

1.011,1

874,0

1.284,6

1.213,6

1.293,0

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

In=uit taakstelling

– 2.508,9

– 22,9

– 3,8

0,0

0,0

 
  

Invullen in=uit taakstelling

175,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Kasschuif belastingdienst

38,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Vrijval reservering eu afdrachten

– 360,0

– 105,0

– 105,0

– 105,0

– 105,0

 
  

Diversen

7,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 
 

Sociale zekerheid

      
  

Diversen

– 0,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 
 

Zorg

      
  

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
   

– 2.648,9

– 127,9

– 108,8

– 105,0

– 105,0

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Intensiveringen v&j

0,0

116,5

121,7

117,5

117,5

 
  

Uitkeren b13 intensivering veiligheid

0,0

0,0

– 77,1

– 77,1

– 77,1

 
  

Uitkeren d32 onderwijs en onderzoek

0,0

– 188,6

– 392,3

– 365,1

– 455,5

 
  

Uitkeren middelen cao

– 400,0

– 400,0

– 400,0

– 400,0

– 400,0

 
  

Uitkeren middelen gdi

– 18,9

– 103,3

0,0

0,0

0,0

 
  

Uitkeren middelen investeringsagenda belastingdienst

– 166,7

– 46,1

– 40,4

– 37,0

– 36,3

 
  

Uitkeren middelen vastgoed dji

– 58,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Diversen

15,0

62,5

50,2

49,3

50,2

 
 

Zorg

      
  

Middelen kalsbeek

0,0

– 41,7

– 41,7

– 41,7

– 52,1

 
  

Diversen

0,0

0,6

0,6

0,6

0,7

 
   

– 628,6

– 600,1

– 779,0

– 753,5

– 852,6

 

Extrapolatie

335,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

– 3.277,6

– 728,1

– 887,8

– 858,5

– 957,5

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

– 2.266,5

145,9

396,8

355,1

335,5

335,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

– 2.266,5

145,9

396,8

355,1

335,5

335,5

ALGEMEEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Extrapolatie

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

In=uit taakstelling & invullen in=uit taakstelling

Departementen kunnen onbestede middelen in 2015 met behulp van de eindejaarsmarge doorschuiven naar 2016. HGIS middelen kunnen worden doorgeschoven naar de drie opvolgende jaren. Als tegenhanger van de uitgekeerde eindejaarsmarges is de in=uit taakstelling op de aanvullende post ingeboekt, onder de veronderstelling dat departementen ieder jaar een soortgelijk bedrag doorschuiven met behulp van de eindejaarsmarge. Op basis van verwachte onderuitputting voor 2016 die hoger is dan de maximale eindejaarsmarges (1% van het gecorrigeerde begrotingstotaal) is de in=uit taakstelling opgehoogd. De in=uit taakstelling 2016 is voor 175 mln. reeds ingevuld en zal gedurende de uitvoering van het begrotingsjaar verder worden ingevuld met onderuitputting.

Kasschuif belastingdienst

Op de Aanvullende Post staan de middelen voor de Belastingdienst in kader van de investeringsagenda. Er heeft een kasschuif plaatsgevonden vanuit de onderbenutte middelen voor de Investeringsagenda uit 2015 naar 2016. De investeringen in de eerste noodzakelijke randvoorwaarden voor de uitvoering van de investeringsagenda waren voorzien voor 2015 en 2016. Onder meer vanwege de verplichting en wens te voldoen aan regels met betrekking tot aanbesteding, worden de uitgaven op een later moment gedaan dan in de oorspronkelijke planning, waardoor de middelen niet in 2015 tot besteding zijn gekomen.

Vrijval reservering EU-afdrachten

Op de Aanvullende Post waren nog drie reserveringen aangehouden voor de EU afdrachten, deze vallen alle drie vrij. Het betreft 105 mln. structureel voor de verwachte effecten in de jaren 2016 en verder n.a.v. de actualisatie van de raming bij Spring Forecast van de Europese Commissie. Met het verwerken van de effecten van de Spring Forecast in de EU-afdrachten wordt de reservering ingezet. Daarnaast valt een reservering van 105 mln. in 2016 vrij omdat er op basis van de nieuwe cijfers van het CBS voor Nederland wordt geen bruto nacalculatie wordt verwacht. Voor de invoering van ESA2010 waarvoor 150 mln. in 2016 was gereserveerd, worden evenmin budgettaire effecten verwacht. Er resteren geen reserveringen meer op de Aanvullende Post voor de EU-afdrachten.

Intensiveringen V&J

Het kabinet heeft 450 mln. vrijgemaakt voor maatschappelijke prioriteiten op de begroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Een deel van deze middelen staat vooralsnog op de aanvullende post.

Uitkeren B13 intensivering veiligheid

De middelen van de Regeerakkoordreeks B13: intensivering Veiligheid worden volledig overgeheveld vanuit de Aanvullende Post naar de begroting van V&J.

Uitkeren D32 onderwijs en onderzoek

De middelen van de Regeerakkoordreeks D32: intensivering Onderwijs en Onderzoek worden volledig overgeheveld vanuit de Aanvullende Post naar de begroting van OCW.

Uitkeren middelen cao

Overheidswerkgevers en drie centrales van overheidspersoneel hebben een bovensectorale overeenkomst loonruimte publieke sector gesloten. Ter financiering van de afspraak is 400 mln. gereserveerd op de Aanvullende Post. Deze middelen worden overgemaakt naar de departementale begrotingen.

Uitkeren middelen gdi

Vanuit de Aanvullende Post zijn, ten behoeve van de Generieke Digitale Overheid en elektronische Identificatie Dienst de gereserveerde middelen overgeheveld naar de betrokken begrotingen.

Uitkeren middelen investeringsagenda belastingdienst

Vanuit de Aanvullende Post zijn na beoordeling door het Investment Committee middelen vrijgegeven voor Switch en het aannemen van nieuw personeel in het kader van de Investeringsagenda (TK 31066–236).

Uitkeren middelen vastgoed dji

Voor de uitvoering van het Masterplan DJI zijn er middelen (t.b.v. frictiekosten vastgoed) van de Aanvullende Post overgeheveld naar de begroting van VenJ.

Diversen (technische mutaties – Rijksbegroting in enge zin)

Voor de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) wordt 20 mln. gereserveerd op de aanvullende post. Daarnaast heeft het kabinet de ambitie internationaal ondernemen sterk te bevorderen en in te spelen op de groeiende behoefte vanuit het bedrijfsleven en de kenniswereld aan internationale handels- en innovatiebevorderende diensten van de overheid. Daarom heeft het kabinet besloten om vanaf 2017 10 mln. structureel extra vrij te maken voor inspanningen die de concurrentiepositie van Nederland in het buitenland ten goede komen, zoals een betere follow up van economische missies en het effectiever maken van het internationale topsectorenbeleid. In afwachting van de nieuwe acties zijn de middelen geraamd op de aanvullende post. Tenslotte bevat deze diversen post nog enkele mutaties, zoals het indexeren van middelen op de aanvullende post met behulp van loon- en prijsbijstelling en een reservering van 10 mln. voor topsport.

Middelen Kalsbeek

Dit betreft de overheveling van de middelen van de Aanvullende Post naar het Gemeentefonds in verband met een pakket maatregelen gericht op een nieuw perspectief voor cliënten en medewerkers in het sociaal domein.

Consolidatie

CONSOLIDATIE: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

– 6.375,2

– 6.605,3

– 6.625,5

– 6.685,0

– 6.666,6

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Consolidatie

289,8

437,0

27,5

– 47,3

– 213,9

 
   

289,8

437,0

27,5

– 47,3

– 213,9

 

Extrapolatie

– 7.013,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

289,8

437,0

27,5

– 47,3

– 213,9

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

– 6.085,4

– 6.168,3

– 6.598,0

– 6.732,3

– 6.880,4

– 7.013,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

– 6.085,4

– 6.168,3

– 6.598,0

– 6.732,3

– 6.880,4

– 7.013,5

CONSOLIDATIE: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016 (excl. IS)

– 6.375,2

– 6.605,3

– 6.625,5

– 6.685,0

– 6.666,6

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Consolidatie

289,8

437,0

27,5

– 47,3

– 213,9

 
   

289,8

437,0

27,5

– 47,3

– 213,9

 

Extrapolatie

– 7.013,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

289,8

437,0

27,5

– 47,3

– 213,9

 

Stand Miljoenennota 2017 (subtotaal)

– 6.085,4

– 6.168,3

– 6.598,0

– 6.732,3

– 6.880,4

– 7.013,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Miljoenennota 2017

– 6.085,4

– 6.168,3

– 6.598,0

– 6.732,3

– 6.880,4

– 7.013,5

De post Consolidatie wordt gebruikt voor het corrigeren van de Rijksbegroting voor dubbeltellingen die ontstaan door het bruto-boeken van bijdragen. Het bruto-boeken houdt in dat zowel het departement dat bijdraagt, als het departement dat ontvangt de uitgaven op zijn begroting opneemt. Het ontvangende departement raamt daarnaast de te ontvangen bijdragen ook aan de ontvangstenkant van de begroting. Hierdoor wordt het rekenkundig niveau van de totale rijksuitgaven en de rijksontvangsten hoger dan het feitelijk niveau. Op de post Consolidatie wordt hiervoor gecorrigeerd. De hoogte van de post wordt in belangrijke mate bepaald door de bijdragen van de begroting van Infrastructuur & Milieu aan het Infrastructuurfonds.

Homogene Groep Internationale Samenwerking

HOMOGENE GROEP INTERNATIONALE SAMENWERKING: UITGAVEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016

4.926,0

4.713,7

4.528,1

4.537,2

4.612,6

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Asiel 2015 en 2016

– 33,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Asielinstroom 2016: oda (bni-bijstelling)

– 86,7

– 140,1

– 136,0

– 136,0

– 136,1

 
  

Asielinstroom 2016: stimuleren doorstroming

– 20,0

– 20,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Asielinstroom 2017

0,0

180,3

88,1

0,0

0,0

 
  

Bijdrage ruilvoet hgis

0,0

– 64,9

– 64,9

– 64,9

– 64,9

 
  

Biv trekkingsrecht

60,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Biv trekkingsrecht bz/bhos

– 60,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Biv trekkingsrechten def

– 51,5

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Bni bijstelling

– 169,5

– 165,1

– 167,7

– 156,8

– 132,6

 
  

Bni ruimte (inzet)

23,5

10,4

2,7

– 1,0

– 77,7

 
  

Dekking asielinstroom 2017

0,0

– 27,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Dggf

– 30,5

– 209,7

113,5

55,5

27,5

 
  

Eindejaarsmarge hgis

85,7

22,9

3,8

0,0

0,0

 
  

Eu vergoeding relocatie

0,0

27,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Financiering brigade speciale beveiligingsopdr. (bsb)

– 20,8

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Humanitaire hulp

0,1

15,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Kasschuif begrotingsreserve fom/fib

– 55,3

13,7

13,0

11,6

9,5

 
  

Kasschuif wereldbank

235,6

– 235,6

0,0

0,0

0,0

 
  

Noodhulpfonds kasschuif

50,0

– 50,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Noodhulpfonds overschrijding

0,0

– 42,6

0,0

0,0

0,0

 
  

Oda toerekening asiel 2015 en 2016

33,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Oda toerekening asielinstroom 2017

0,0

– 180,3

– 88,1

0,0

0,0

 
  

Opvang in de regio syrie

191,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Opvang in de regio (turkey refugee fund)

93,9

0,0

0,0

0,0

0,0

 
  

Overig armoedebeleid

87,9

219,8

– 84,9

– 13,8

14,2

 
  

Private sector en investeringsklimaat

– 48,5

– 58,9

– 42,4

– 40,7

– 40,7

 
  

Rechtstaatontwikkeling, wederopbouw, vrede

– 28,5

8,2

– 1,8

– 8,3

– 8,3

 
  

Temporisering bni-bijstelling

0,0

88,2

10,5

– 31,5

– 31,5

 
  

Diversen

8,4

20,3

12,7

6,2

6,1

 
   

264,8

– 588,4

– 341,5

– 379,7

– 434,5

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Begrotingsreserve fom/fib

69,1

1,9

1,8

1,7

1,6

 
  

Diversen

– 4,1

4,1

0,0

0,0

0,0

 
   

65,0

6,0

1,8

1,7

1,6

 
         

Extrapolatie

4.387,9

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

329,7

– 582,4

– 339,7

– 378,1

– 432,9

 

Stand Miljoenennota 2017

5.255,7

4.131,4

4.188,4

4.159,1

4.179,7

4.387,9

HOMOGENE GROEP INTERNATIONALE SAMENWERKING: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2016

263,4

176,8

132,4

132,4

132,4

 

Beleidsmatige mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Diversen

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

 
   

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

 

Technische mutaties

      
 

Rijksbegroting in enge zin

      
  

Begrotingsreserve fom/fib

69,1

1,9

1,8

1,7

1,6

 
  

Diversen

– 4,1

4,1

0,0

0,0

0,0

 
   

65,0

6,0

1,8

1,7

1,6

 
         

Extrapolatie

134,4

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2016

65,5

6,5

2,3

2,2

2,1

 

Stand Miljoenennota 2017

328,9

183,3

134,7

134,6

134,5

134,4

Asiel 2015 en 2016

De asielkosten 2015 bij het Centraal Opvang Asielzoekers (COA) die conform de OESO DAC-systematiek aan ODA worden toegerekend zijn hoger uitgekomen dan geraamd. Daarentegen zijn de kosten voor asielinstroom 2016 ten opzichte van de migratiebijlage bij de Najaarsnota 2015 neerwaarts bijgesteld vanwege nieuwe maatregelen in de asielketen. Dit leidt tot een per saldo verlaging van de ODA-toerekening. Daarom vindt een verrekening plaats met VenJ.

Asielinstroom 2016: ODA (BNI-bijstelling)

In de migratiebijlage bij Najaarsnota 2015 is gemeld dat de raming voor asielinstroom 2016 t.o.v. de ontwerpbegroting is bijgesteld naar 58.000. Dit leidt tot meerkosten voor eerstejaarsopvang van asielzoekers bij het COA die conform de OESO DAC-systematiek aan ODA worden toegerekend. Deze middelen worden overgeheveld naar de begroting van Veiligheid en Justitie. Ruimte binnen het ODA-budget als gevolg van hogere economische groei (BNI-bijstelling) uit de jaren 2016–2020 wordt ingezet als dekking. Hierdoor worden lopende programma’s ontzien.

Asielinstroom 2016: stimuleren doorstroom

In de migratiebijlage bij Najaarsnota 2015 is het bestuursakkoord met medeoverheden gemeld waarbij de reservering op de BHOS-begroting wordt ingezet om doorstroom te stimuleren.

Asielinstroom 2017

De instroom van het aantal asielzoekers voor 2017 wordt bijgesteld naar 42.000. Dit leidt tot meerkosten voor eerstejaarsopvang van asielzoekers die conform de OESO DAC-systematiek aan ODA worden toegerekend. Deze middelen worden overgeheveld naar de begroting van Veiligheid en Justitie. De dekking is intertemporeel gevonden door het aanwenden van BNI-ruimte in de jaren 2019–2021 en het inzetten van meevallers.

Bijdrage ruilvoet HGIS

De HGIS bijdrage aan de dekking van de ruilvoetproblematiek wordt voor het ODA-deel (49 mln.) ingevuld op de begroting van BHOS waarbij juridische verplichtingen worden ontzien. Het non-ODA deel (16 mln.) wordt ingevuld op de desbetreffende begrotingen van de HGIS-departementen.

BIV trekkingrecht

Het betreft de overheveling van middelen uit het Budget Internationale Veiligheid (BIV) naar de begrotingen van Defensie, Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor het financieren van uitgaven van deze departementen gerelateerd aan de internationale veiligheid.

BNI bijstelling en inzet

Naar aanleiding van de CEP raming van het CPB is het ODA budget bij Voorjaarnota neerwaarts bijgesteld en het non-ODA budget opwaarts bijgesteld. De bij CEP resterende BNI-ruimte in de jaren 2019–2021 is ingezet voor de verhoogde kosten voor eerstejaarsopvang van asielzoekers, versterkte bijdrage voor opvang in de regio toegezegd bij de Syrië-conferentie (25 mln.) en ter dekking van de per saldo negatieve BNI-ruimte in de jaren 2016–2018. Daarnaast is het HGIS budget bijgesteld naar aanleiding van de MEV en MLT raming van het CPB, vanaf 2021 is dit zowel voor het ODA als non-ODA budget per saldo een opwaartse bijstelling.

Dekking asielinstroom 2017

Nederland ontvangt een Europese vergoeding voor de relocatie van vluchtelingen (27 mln.). Daarnaast valt de bijdrage van Nederland voor de International Development Association (IDA) van de Wereldbank in 2021 lager uit (62 mln.). Deze meevallers worden intertemporeel ingezet om een deel van de eerstejaarsopvangkosten asielzoekers te dekken.

DGGF

Het Dutch Good Growth Fund (DGGF) heeft als doel het bevorderen van handel en investeringen van het MKB in ontwikkelingslanden en Nederlandse bedrijven die in ontwikkelingslanden willen investeren. Over de jaren 2014–2017 is 700 mln. beschikbaar om het fonds te voeden, waarna het DGGF moet revolveren. Het kasritme van het DGGF wordt aangepast zodat dit beter aansluit bij de liquiditeitsbehoefte.

Eindejaarsmarge HGIS

Aan de HGIS is de eindejaarsmarge toegevoegd die is doorverdeeld naar de HGIS-departementen. De HGIS eindejaarsmarge kan over maximaal drie jaar aangewend worden.

EU-vergoeding relocatie

Nederland ontvangt een Europese vergoeding voor de relocatie van vluchtelingen die wordt gedeeld door VenJ en BHOS. Bij Najaarsnota 2015 is de helft hiervan ingezet op de begroting van VenJ. Nu wordt de andere helft van de meevaller ingezet ter dekking van de eerstejaarsopvangkosten voor asielzoekers.

Financiering brigade speciale beveiligingsopdrachten (BSB)

Defensie voert in opdracht van Buitenlandse Zaken de beveiliging van een aantal hoog-risico posten uit.

Humanitaire hulp

Deze mutatie betreft hoofdzakelijk de verhoging van de bijdragen aan UNICEF en UNHCR zoals ook bedoeld met het amendement Ten Broeke en Servaes (TK 34 300 nr.17).

Kasschuif begrotingsreserves FOM/FIB (uitgaven en ontvangsten; beleidsmatige en technische mutaties)

De Faciliteit Opkomende Markten (FOM) en Finance for International Business (FIB) worden stopgezet en afgebouwd. De middelen uit de beschikbare begrotingsreserves van FOM en FIB die in 2016 en daarna vrijvallen worden ingezet voor een nieuw fonds voor handelsbevordering, het Dutch Trade and Investment Fond (DTIF). De kasschuif brengt de vrijkomende middelen in lijn met het gewenste kasritme voor het DTIF.

Kasschuif Wereldbank

Ter optimalisatie van het kasritme van de Staat wordt een deel van de Nederlandse contributiebijdrage aan de Wereldbank voor 2017 vooruitbetaald in 2016.

Noodhulpfonds

Vanwege de humanitaire crises, de huidige migratiestromen en de recente geweldsuitbarstingen heeft in 2015 overschrijding (42,6 mln.) plaatsgevonden op het Noodhulpfonds die gecompenseerd wordt uit de beschikbare middelen voor 2017. Ook in 2016 wordt een groter beroep verwacht. Om die reden wordt 50 mln. van het budget in 2017 in 2016 ingezet door middel van een kasschuif.

ODA toerekening asiel 2015 en 2016

Per saldo wordt de ODA-toerekening voor asielkosten 2015 en 2016 verlaagd. Daarom vindt een verrekening plaats met VenJ. Zie ook de toelichting bij de post «asiel 2015 en 2016».

ODA toerekening asielinstroom 2017

Er worden middelen overgeleveld naar de begroting van Veiligheid en Justitie in verband met de aan ODA toegerekende meerkosten voor eerstejaarsopvang van asielzoekers 2017. Zie ook de toelichting bij de post «asielinstroom 2017».

Opvang in de regio Syrië

Zoals aangegeven in de artikel 100-brief (TK 27 925 nr. 570) is tijdens de Syrië-conferentie van 4 februari jl. in Londen door Nederland een bijdrage van 25 mln. voor opvang in de regio Syrië toegezegd. Dit wordt gedekt uit BNI-ruimte in het 2020. In aanvulling daarop heeft het Kabinet in de Kamerbrief van 2 mei jl. (TK 19 637 nr.182) aangegeven 166 mln. extra beschikbaar te stellen voor opvang in de regio Syrië.

Opvang in de regio (Turkey Refugee Fund)

Zoals gemeld in de kamerbrief van 11 januari jl. (TK 21 501 nr. 1074) is op 25 november 2015 in Europees verband besloten om een «Turkey Refugee Facility» op te richten. De faciliteit heeft een omvang van 3 mld. cumulatief over de jaren 2016 en 2017. Het Nederlandse aandeel hierin bedraagt circa 94 mln. en wordt in het fonds gestort.

Overig armoedebeleid

De omvang van ODA is gekoppeld aan de omvang van de economie (het BNI). Deze mutatie is hoofdzakelijk het resultaat van de invulling van de zogenaamde BNI-bijstelling op het ODA-budget. De negatieve BNI ontwikkeling tijdens de recessie heeft een negatieve uitwerking voor de budgetten van de BHOS-begroting.

Private sector en investeringsklimaat

De budgetten voor diverse programma’s worden verlaagd, waaronder het programma infrastructuurontwikkeling en versterking privaat ondernemerschap.

Rechtstaatontwikkeling, wederopbouw, vrede

Door de onzekere politieke situatie in Zuid Soedan en Jemen zijn de gedelegeerde budgetten voor deze landen op het gebied van veiligheid en rechtsorde verlaagd.

Temporisering BNI-bijstelling

Het effect van de BNI-bijstelling naar aanleiding van de MEV raming van het CPB wordt gedeeltelijk getemporiseerd.

Diversen (beleidsmatige mutaties)

Deze mutatie betreft o.a. hogere uitgaven op gebied van voedselzekerheid en verbeterd waterbeheer. Daarnaast worden de middelen voor internationaal klimaatbeleid verhoogd vanwege versterkte centrale inzet op hernieuwbare energie.

Diversen (technische mutaties)

Dit betreft het saldo van verschillende desalderingen waaronder ontvangsten van de VN voor de deelname aan de missie in Mali.

Diversen (technische mutaties)

Dit betreft het saldo van verschillende desalderingen waaronder ontvangsten van de VN voor de Nederlandse deelname aan de missie in Mali.