Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

12 Toelichting op de belastingontvangsten (internetbijlage)

12.1 Inleiding

Deze internetbijlage behorende bij de Miljoenennota 2017 geeft een toelichting op de raming van de belastingontvangsten voor 2016 en 2017 en gaat vervolgens dieper in op de ontwikkeling van enkele grote belastingsoorten op kas- en transactiebasis. Dit zijn achtereenvolgens de vennootschapsbelasting, de loon- en inkomstenbelasting en de omzetbelasting. In lijn met de Comptabiliteitswet worden de belastingontvangsten op kasbasis gepresenteerd. De raming komt overeen met paragraaf 3.5 en bijlage 2 van de Miljoenennota.

12.2 De belastingramingen voor 2016 en 2017

De volgende twee tabellen geven de opbouw weer van de belastingramingen. Tabel 12.2.1 toont de ontwikkeling van de realisaties in 2015 naar de Vermoedelijke Uitkomsten in 2016. Tabel 12.2.2 toont vervolgens de ontwikkeling van de Vermoedelijke Uitkomsten in 2016 naar de Ontwerpbegroting 2017. De tabellen zijn op kasbasis. Per belastingsoort is hierbij een opsplitsing gemaakt van de verandering van de ontvangsten naar autonome mutatie en endogene mutatie. Autonome mutaties zijn mutaties van de belastingopbrengsten als gevolg van fiscale beleidsmaatregelen of van overige maatregelen. Endogene mutaties zijn mutaties van de belastingopbrengsten als gevolg van de economische ontwikkeling.

Tabel 12.2.1 Raming belastingontvangsten 2016 op kasbasis (in miljoenen euro's)
 

2015

Autonome mutaties

Endogene mutaties

Endogene mutatie in %

2016

Indirecte belastingen

74.895

756

2.162

2,9%

77.813

Invoerrechten

2.943

0

54

1,8%

2.997

Omzetbelasting

44.144

183

1.518

3,4%

45.846

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

1.368

38

148

10,8%

1.554

Accijnzen

11.397

66

29

0,3%

11.493

– Accijns van lichte olie

4.099

6

46

1,1%

4.151

– Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie

3.754

– 1

10

0,3%

3.763

– Tabaksaccijns

2.413

60

– 21

– 0,9%

2.452

– Alcoholaccijns

324

0

– 2

– 0,7%

322

– Bieraccijns

440

0

4

0,8%

444

– Wijnaccijns

367

0

– 7

– 1,8%

361

Belastingen van rechtsverkeer

4.164

38

446

10,7%

4.648

– Overdrachtsbelasting

1.825

41

414

22,7%

2.280

– Assurantiebelasting

2.339

– 3

32

1,4%

2.368

Motorrijtuigenbelasting

3.974

– 35

43

1,1%

3.982

Belastingen op een milieugrondslag

4.727

228

– 34

– 0,7%

4.921

– Afvalstoffenbelasting

78

1

2

2,2%

80

– Energiebelasting

4.183

398

– 28

– 0,7%

4.553

– Waterbelasting

268

0

3

1,0%

271

– Brandstoffenheffingen

198

– 170

– 10

– 5,1%

18

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

207

54

– 12

– 5,8%

249

Belasting op zware motorrijtuigen

148

0

4

2,4%

151

Verhuurderheffing

1.345

185

– 35

– 2,6%

1.495

Bankbelasting

478

0

0

0,0%

478

      

Directe belastingen

71.636

– 647

2.562

3,6%

73.551

Loon- en inkomstenbelasting kas

50.332

– 337

– 158

– 0,3%

49.837

Dividendbelasting

3.115

– 316

243

7,8%

3.043

Kansspelbelasting

468

0

8

1,6%

475

Vennootschapsbelasting

16.107

1

2.406

14,9%

18.514

– Gassector kas

500

0

– 250

– 50,0%

250

– Niet-gassector kas

15.607

1

2.656

17,0%

18.264

Successierechten

1.614

5

64

4,0%

1.682

      

Overige belastingontvangsten

208

1

0

0,0%

209

Totaal belastingen op kasbasis

146.739

110

4.724

3,2%

151.574

Tabel 12.2.2 Raming belastingontvangsten 2017 op kasbasis (in miljoenen euro's)
 

2016

Autonome mutaties

Endogene mutaties

Endogene mutatie in %

2017

Indirecte belastingen

77.813

208

2.262

2,9%

80.283

Invoerrechten

2.997

0

169

5,6%

3.166

Omzetbelasting

45.846

5

1.562

3,4%

47.413

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

1.554

7

67

4,3%

1.628

Accijnzen

11.493

43

47

0,4%

11.582

– Accijns van lichte olie

4.151

1

13

0,3%

4.165

– Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie

3.763

– 1

18

0,5%

3.780

– Tabaksaccijns

2.452

44

1

0,1%

2.497

– Alcoholaccijns

322

0

0

0,1%

322

– Bieraccijns

444

0

5

1,1%

449

– Wijnaccijns

361

0

9

2,6%

370

Belastingen van rechtsverkeer

4.648

34

376

8,1%

5.057

– Overdrachtsbelasting

2.280

34

325

14,3%

2.639

– Assurantiebelasting

2.368

0

50

2,1%

2.418

Motorrijtuigenbelasting

3.982

– 37

58

1,5%

4.003

Belastingen op een milieugrondslag

4.921

– 29

– 37

– 0,7%

4.856

– Afvalstoffenbelasting

80

6

2

2,0%

88

– Energiebelasting

4.553

– 17

– 41

– 0,9%

4.495

– Waterbelasting

271

0

2

0,8%

273

– Brandstoffenheffingen

18

– 19

1

3,9%

0

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

249

6

5

2,0%

260

Belasting op zware motorrijtuigen

151

0

4

2,3%

155

Verhuurderheffing

1.495

180

11

0,0%

1.686

Bankbelasting

478

0

0

0,0%

478

      

Directe belastingen

73.551

1.410

4.526

6,2%

79.487

Loon- en inkomstenbelasting kas

49.837

1.357

4.354

8,7%

55.548

Dividendbelasting

3.043

5

176

5,8%

3.224

Kansspelbelasting

475

0

12

2,5%

487

Vennootschapsbelasting

18.514

53

– 92

– 0,5%

18.475

– Gassector kas

250

0

50

20,0%

300

– Niet-gassector kas

18.264

53

– 142

– 0,8%

18.175

Successierechten

1.682

– 5

75

4,5%

1.752

      

Overige belastingontvangsten

209

0

0

0,0%

209

Totaal belastingen

151.574

1.619

6.787

4,5%

159.979

12.3 Nadere toelichting

De raming voor de totale belastingontvangsten in 2016 komt 4,8 miljard euro hoger uit dan de realisatie van de totale belastingontvangsten in 2015 (zie tabel 12.2.1). Deze stijging is het saldo van de autonome mutatie van 0,1 miljard euro en de endogene ontwikkeling van 4,7 miljard euro. Voor 2017 geldt een toename van de totale belastingontvangsten op kasbasis met 8,4 miljard euro ten opzichte van 2016. Dit is het totaal van een autonome mutatie van 1,6 miljard euro en een endogene ontwikkeling van 6,8 miljard euro (zie tabel 12.2.2). De hierna volgende paragrafen geven een nadere toelichting op deze autonome en endogene mutaties.

12.3.1 Autonome mutaties

De belastingontvangsten in 2016 nemen met 0,1 miljard euro toe als gevolg van fiscale en overige maatregelen. In tabel 12.3.1 staat aangegeven welke wijzigingen sinds de Miljoenennota 2016 hebben plaatsgevonden.

Tabel 12.3.1 Effecten autonome maatregelen op belastingontvangsten in 2016 op kasbasis in mln euro
 

Kas 2016

Totaal maatregelen, zoals gemeld in Miljoenennota 2016 (internetbijlage)

– 185

Mutatie vanwege nabetalingen

0

Mutatie vanwege beleid

295

Totaal maatregelen

110

Beleidsmatige wijzigingen vloeien voort uit het Regeerakkoord 2012–2017 en de maatregelen die het kabinet sindsdien heeft genomen. Daarnaast hebben er autonome mutaties plaatsgevonden als gevolg van nabetalingen tussen het Rijk en de sociale fondsen. Deze nabetalingen vinden plaats, omdat via de inkomensheffing en de loonheffing de belastingen en premies volksverzekeringen geïntegreerd worden geheven. De verdeling van deze ontvangsten tussen het Rijk en de sociale fondsen gebeurt op basis van voorlopige verdeelsleutels. Wanneer de Belastingdienst de gegevens over de feitelijke inkomens van mensen binnen heeft, kan nauwkeurig worden bepaald welk deel van de heffingen naar het Rijk had gemoeten en welk deel naar de sociale fondsen. Bij de loonheffing gebeurt dit na twee jaar, omdat dan het grootste deel van de aanslagen en aangiften is afgehandeld. Bij de inkomensheffing gebeurt dit om dezelfde reden pas na vier jaar. Hierdoor vinden er in de jaren nadat een transactiejaar is afgesloten nog nabetalingen plaats tussen het Rijk en de sociale fondsen. Tabel 12.3.1 laat zien dat dit in 2016 dit tot geen mutatie in de belastingontvangsten voor het Rijk heeft geleid ten opzichte van wat in Miljoenennota 2016 aan nabetalingen werd verwacht. Omdat het hier onderlinge nabetalingen betreft tussen premieontvangsten (volksverzekeringen) en de ontvangsten uit de loon- en inkomstenbelasting, zijn eventuele verschuivingen sowieso niet relevant voor het EMU-saldo of het lastenbeeld.

Voor 2017 bedraagt de geraamde autonome mutatie van de belastingontvangsten van per saldo 1,6 miljard euro (tabel 12.2.2). Deze mutatie betreft voor 0,7 miljard euro aan verwachte onderlinge nabetalingen tussen premieontvangsten (volksverzekeringen) en ontvangsten uit de loon- en inkomstenbelasting. Deze verschuivingen zijn hierboven vermeld niet relevant voor het EMU-saldo. Het echte – dat wil zeggen voor het EMU-saldo relevante – beleidsmatige deel van de autonome mutatie bij de belastingontvangsten (exclusief premieontvangsten) betreft de mutatie van 0,9 miljard euro. Een toelichting op de beleidsmatige mutatie van de totale belasting- en premieontvangsten is te vinden in bijlage 2 van de Miljoenennota 2016.

12.3.2 Endogene mutaties

De belastingontvangsten (exclusief premies volksverzekeringen) nemen in 2017 met 6,8 miljard euro toe als gevolg van de endogene ontwikkeling. Dit betekent een groei van 4,5 procent. Bijlage 2 van de Miljoenennota bevat een toelichting van de endogene ontwikkeling voor het totaal van de belasting- en premieontvangsten. Dat zijn de totale belastingen inclusief premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en premies zorgverzekeringen. Deze paragraaf geeft voor enkele specifieke belastingsoorten een nadere toelichting op de endogene ontwikkeling. De aandacht gaat hierbij uit naar de vennootschapsbelasting, de loon- en inkomstenheffing (de som van het belastingdeel en het premiedeel van de loon- en inkomensheffing) en de omzetbelasting, die bij elkaar meer dan 80 procent van de totale belastingontvangsten inclusief premies volksverzekeringen vormen.

12.3.2.1 Vennootschapsbelasting

Bij de vennootschapsbelasting wordt onderscheid gemaakt tussen een deel dat afkomstig is van bedrijven uit de gassector en een deel dat afkomstig is van bedrijven uit de niet-gassector. Voor de vennootschapsbelasting afkomstig uit de gassector wordt een aparte raming opgesteld op basis van de winstontwikkeling in die sector, die in belangrijke mate afhangt van de beursprijs van TTF-gas, de olieprijs en de ontwikkeling van de dollarkoers. Voor een toelichting op de aardgasbatenraming, inclusief de vpb-afdracht uit de gassector, wordt verwezen naar de begroting van Economische zaken, (Begroting XIII). Deze internetbijlage bespreekt alleen de ontwikkeling van de vpb-opbrengst in de niet-gassector.

Voor een nader inzicht in de ontwikkeling van de kasontvangsten volgt een korte toelichting op het proces van aanslagoplegging. De heffing van de vennootschapsbelasting vindt in eerste instantie plaats via voorlopige aanslagen. In januari wordt een inschatting gemaakt van de winst voor dat jaar op basis van winsten uit de afgelopen twee jaren, eventueel gecorrigeerd voor verwachtingen betreffende de winsten van dat jaar zelf. Op basis hiervan worden voorlopige aanslagen verstuurd. Vervolgens geven bedrijven in juli of augustus van datzelfde jaar T een eerste voorlopige inschatting van de winstontwikkeling. Op basis van deze voorlopige schatting kan een bijstelling van de voorlopige aanslag plaatsvinden. In juli / augustus van het daaropvolgende jaar (T+1) vindt vervolgens de voorlopige aangifte plaats en dit kan wederom leiden tot een nadere voorlopige aanslag. Afhankelijk van de omvang van het bedrijf en de aard van de aangifte vindt in een van de daaropvolgende jaren de definitieve vaststelling van de winst plaats. Meestal wordt circa driekwart van de uiteindelijke aanslagopleggingen reeds in het eerste jaar via voorlopige aanslagen ontvangen, maar dit percentage fluctueert wel.

Voor het opstellen van de begroting zijn de kasontvangsten van de vennootschapsbelasting relevant. Daarom is het van belang hoe het verloop van aanslagoplegging zich vertaalt in kasontvangsten. Tabel 12.3.1 toont de ontwikkeling van de totale kasopbrengst per jaar met een opsplitsing naar transactiejaar. Hieruit blijkt duidelijk dat het grootste deel van de opbrengst in een bepaald jaar voortkomt uit de voorlopige aanslagen over dat jaar zelf. Deze opbrengst stijgt nog door bijstellingen in de voorlopige aanslagen over voorgaande jaren, maar als gevolg van verliesverrekening is de bijdrage van jaar T-3 en ouder over het algemeen negatief.

Tabel 12.3.1 Opbrengst en ontwikkeling van de vennootschapsbelasting (exclusief gas) op kasbasis naar transactiejaar (in miljoenen euro's)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Jaar T

10.146

9.597

10.220

11.578

13.401

14.544

Jaar T-1

1.097

2.002

2.671

3.837

4.839

3.869

Jaar T-2

576

323

821

445

624

382

Jaar T-3

– 243

– 295

– 154

– 152

– 120

– 143

Jaar T-4 en ouder

– 1.372

– 929

– 447

– 101

– 479

– 475

Totaal kasopbrengst VPB niet-gas

10.204

10.697

13.111

15.607

18.264

18.175

Per saldo is de verwachte endogene mutatie van 2015 naar 2016 2,7 miljard euro bij de niet gassector. Beleidsmaatregelen hebben in 2016 per saldo vrijwel geen effect op de ontvangsten. De totale mutatie in 2016 komt daarom uit op 2,7 miljard euro. In 2017 bedraagt de endogene afname van de vpb-ontvangsten bij de niet-gassector naar verwachting -0,1 miljard euro. Beleidsmaatregelen met betrekking tot de vpb zoals die in het Belastingplan 2017, andere fiscale wetgeving en eerdere belastingplannen zijn opgenomen leiden per saldo tot 53 miljoen euro hogere ontvangsten in 2017. Per saldo bedraagt de totale toename in de vpb-ontvangsten van de niet-gassector in 2017 afgerond -0,1 miljard euro.

12.3.2.2 Loon- en inkomensheffing

De loonheffing is een voorheffing van de inkomensheffing. In de eerste instantie dragen particulieren maandelijks loonbelasting af op basis van hun inkomen uit arbeid. Na het verstrijken van het kalenderjaar moet vervolgens voor 1 april van het volgende jaar belastingaangifte worden gedaan. Op basis hiervan wordt bepaald hoeveel belasting in totaal verschuldigd is (met inachtneming van andere bronnen van inkomen, belastingkortingen en aftrekposten). Wanneer dit bedrag hoger is dan de reeds betaalde loonheffing, moet men het resterende bedrag aan inkomensheffing voldoen. Wanneer de verschuldigde belasting lager is, krijgt men geld terug van de Belastingdienst. Hierdoor zijn per saldo de opbrengsten van de inkomensheffing negatief. In onderstaande analyse wordt gekeken naar de ontwikkeling van de loon- en inkomensheffing. Dit betreft naast de belasting tevens de ontvangsten premies volksverzekeringen welke geïntegreerd worden geheven. Voor analysedoeleinden zijn de ontvangsten op heffingsniveau beter bruikbaar, omdat deze eenvoudiger kunnen worden waargenomen. De premieontvangsten worden echter niet in deze internetbijlage verantwoord.

Loonheffing

De raming van de loonheffing vindt net als bij de vennootschapsbelasting op transactiebasis plaats. Het ontvangstpatroon van de transactieopbrengst in de kas is bij de loonheffing echter veel stabieler dan bij de vpb. Daarnaast geldt dat de transactieopbrengst ook aanzienlijk sneller wordt ontvangen en binnen drie maanden na afloop van het jaar bijna volledig gerealiseerd is. Hierdoor treden minder grote verschillen op tussen de ontwikkeling van de transactieopbrengst en de kasopbrengst dan bij de vpb.

Tabel 12.3.2 Ontwikkeling loonheffing op transactiebasis (in miljoenen euro's)
  

2015

2016

2017

Opbrengst op transactiebasis

95.172

94.440

98.897

     

Mutatie

 

– 732

4.457

 

waarvan endogeen

 

2.434

2.098

 

waarvan autonoom

 

– 3.167

2.359

     

Endogene groei in procenten

 

2,6%

2,2%

In tabel 12.3.2 is de (geraamde) endogene ontwikkeling van de loonheffing in 2016 en 2017 te zien. De verwachte endogene ontwikkeling bedraagt in 2016 2,4 miljard euro. In 2017 wordt een endogene groei van 2,1 miljard euro verwacht. De ontwikkeling van de loonheffing is afhankelijk van de ontwikkeling van de totale belastbare loonsom. De ontwikkeling van de totale belastbare loonsom wordt bepaald door de groei van het arbeidsvolume, de stijging van de contractlonen, de hoogte van verschillende premies en de ontwikkeling van uitkeringen en pensioenen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van enkele gegevens uit de Macro Economische Verkenning 2017 van het CPB.

Tabel 12.3.3 Relevante economische indicatoren voor de loonheffing
 

2016

2017

Arbeidsvolume in arbeidsjaren

1,3%

0,7%

Contractloonstijging

1,8%

1,6%

Incidentele loonstijging

0,4%

0,3%

Tabelcorrectiefactor

0,5%

0,3%

Arbeidsinkomensquote marktsector

0,79

0,79

Uit de economische indicatoren kan de ontwikkeling van de loonheffing worden verklaard. In 2016 neemt de werkgelegenheid toe met 1,3 procent. De contractloonstijging komt uit op van 1,8 procent en ook de incidentele loonontwikkeling zorgt met 0,4 procent voor een plus. Dat leidt gezamenlijk tot een endogene ontwikkeling van de loonheffing in 2016 van 2,4 miljard. In 2017 neemt de werkgelegenheid met 0,7 procent toe. De loonontwikkeling valt met een contractloonontwikkeling en een incidentele loonstijging van respectievelijk 1,6 procent en 0,3 procent positief uit. Per saldo leidt dit in 2017 tot een endogene ontwikkeling van de loonheffing van 2,1 miljard euro.

Inkomensheffing

De ontvangsten uit de inkomensheffing zijn het saldo van de belastingontvangsten van particulieren en zelfstandige ondernemers. Voor de particulieren geldt de loonheffing als voorheffing. Bij de inkomensheffing voor particulieren hebben de ontvangsten dan ook betrekking op bijtel- en aftrekposten en heffingskortingen die niet via de loonheffing zijn verrekend. Bij de zelfstandigen wordt de ontwikkeling daarnaast ook bepaald door de winstontwikkeling.

De raming van de ontvangsten van de inkomensheffing is opgesteld op basis van de autonome maatregelen, de geraamde endogene ontwikkeling en de kasrealisaties tot en met juli.

Tabel 12.3.4 Ontwikkeling inkomensheffing op transactiebasis (in miljoenen euro's)
  

2015

2016

2017

Inkomensheffing op transactiebasis

– 3.111

– 2.126

– 1.039

     

mutatie

 

985

1.087

 

waarvan endogeen

 

1.298

551

 

waarvan autonoom

 

– 313

536

De endogene ontwikkeling van de ontvangsten inkomensheffing is in zowel 2016 als 2017 positief, met een groei van respectievelijk 1,3 en 0,6 miljard euro. Onderliggend is er sprake van een negatieve ontwikkeling van de hypotheekrenteaftrek. Dit heeft met vertraging een positief effect op de ontvangsten uit de inkomensheffing tot gevolg. Tegelijkertijd trekken de winsten van zelfstandigen, die belastingplichtig zijn voor de inkomstenbelasting weer aan in beide jaren.

12.3.2.3 Omzetbelasting

De omzetbelasting is de grootste belastingsoort en verantwoordelijk voor circa 30 procent van de totale belastingontvangsten. De endogene groei van de omzetbelasting wordt vooral bepaald door de waardeontwikkeling van de bestedingen waarop btw rust, te weten de particuliere consumptie, de overheidsinvesteringen en de investeringen in woningen. De ramingen van het CPB voor deze bestedingscategorieën zijn samengevat in onderstaande tabel.

Tabel 12.3.5 Raming van de procentuele ontwikkeling van bestedingen in 2016 en 2017
 

2016

2017

Particuliere consumptie, waardemutatie

1,6%

2,5%

Investeringen in woningen, waardemutatie

11,5%

7,4%

Overheidsinvesteringen, waardemutatie

– 2,6%

0,5%

Bij de particuliere consumptie speelt ook de samenstelling van de consumptie een rol, omdat er verschillende bestedingscategorieën zijn waarvoor een verschillend btw-tarief geldt. Bij laagconjunctuur is het bijvoorbeeld geen ongebruikelijk verschijnsel dat er een verschuiving plaatsvindt van consumptie waarvoor een hoger tarief geldt («luxe goederen») naar consumptie waarvoor een laag btw-tarief geldt. Hierdoor neemt het gemiddelde btw-tarief over de totale particuliere consumptie af en daarmee de btw-ontvangsten.

De ontwikkeling van de btw-ontvangsten op transactiebasis bedraagt naar verwachting 1,5 miljard in 2016. Ook in 2017 wordt een positieve ontwikkeling van 1,8 miljard verwacht.

Tabel 12.3.6 Raming van de omzetbelasting op transactiebasis (in miljoenen euro's)
  

2015

2016

2017

Omzetbelasting op transactiebasis

44.470

46.292

47.753

     

mutatie

 

1.461

1.822

 

waarvan endogeen

 

1.470

1.691

 

waarvan autonoom

 

– 9

131

     

Endogene mutatie in procenten

 

3,1%

3,8%

De ontwikkeling van de btw-ontvangsten wordt voor een groot deel bepaald door de waardeontwikkeling van de particuliere consumptie. Deze is in 2016 positief: 1,6 procent. De investeringen in woningen vallen met een mutatie van 11,5 procent flink positief uit. Daar staat een kleine min tegenover door overheidsinvesteringen die met 2,6 procent afnemen. Op basis van de ontwikkeling van deze relevante macro-economische indicatoren wordt per saldo een positieve endogene ontwikkeling (1,5 miljard euro) van de btw-ontvangsten op transactiebasis in 2016 verwacht. In 2017 nemen de particuliere consumptie en de investeringen in woningen toe met respectievelijk 2,5 en 7,4 procent. De overheidsinvesteringen ontwikkelen zich met 0,5 procent in 2017 gematigd positief. Per saldo leidt dit tot een positieve endogene ontwikkeling (1,7 miljard) van de btw-ontvangsten op transactiebasis.