Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

13 Toelichting op de belastinguitgaven, inkomstenbeperkende regelingen en overige fiscale regelingen

13.1 Inleiding

In deze internetbijlage zijn de cijfers over het budgettair belang van fiscale regelingen opgenomen voor de jaren 2011–2015. Deze gegevens worden dit jaar voor het eerst opgenomen in de Miljoenennota, met als doel het inzicht bieden in de ontwikkeling van het budgettair belang van fiscale regelingen in recente jaren. Voorts worden individuele regelingen nader toegelicht. Voor elke belastinguitgave bevat de toelichting een korte beschrijving van de regeling, de doelstelling van de regeling zoals deze is vastgesteld in relevante wetgeving, het beleidsverantwoordelijk departement en informatie over de laatst uitgevoerde en/of geplande beleidsevaluaties.

Met ingang van dit jaar is aan de toelichting van elke individuele regeling toegevoegd wat de ramingsgrond is. In de meeste gevallen zijn cijfers ramingen op basis van vaste rekenregels. De informatiebasis, ook wel ramingsgrond, verschilt van post tot post. In het ene uiterste volgt het budgettaire belang direct uit de aangiften (zoals de afdrachtsverminderingen in de loonbelasting), in het andere uiterste is er geen enkele informatie over het feitelijk gebruik, omdat het gebruik niet hoeft te worden aangegeven (zoals bijvoorbeeld de vrijstelling in box 3 voor voorwerpen van kunst en wetenschap) en ook cijfers van het CBS en andere gegevensbronnen weinig aanknopingspunten bieden voor een benadering van het budgettaire belang. Tussen deze twee uitersten zitten regelingen waarvan het budgettaire belang is berekend op basis van rekenregels, zoals bijvoorbeeld de aftrekposten in de inkomstenbelasting, waar de aftrekpost blijkt uit de belastingaangiften en waarvan het budgettaire belang wordt berekend door de belastingheffing met en zonder de aftrekpost met elkaar te vergelijken. Doordat de rekenregel wordt gehanteerd dat elke aftrekpost de laatste is, zijn de bedragen feitelijk niet optelbaar.1 Daarnaast is het hier vermelde budgettaire belang niet hetzelfde als de opbrengst in het geval dat een regeling wordt afgeschaft, onder andere door gedragseffecten bij belastingplichtigen en budgettaire samenloop tussen regelingen. In de tabel met de cijfers 2011–2015 zijn alleen die regelingen opgenomen, waar informatie aan ten grondslag ligt. De benodigde informatie is vaak beschikbaar tot 2013. Dit geldt met name voor de regelingen in de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting. Over het algemeen zijn de cijfers voor 2014 en 2015 dus niet alleen afhankelijk van rekenregels maar ook aannames over de omvang van de aftrekpost.
Tenzij anders vermeld, hebben bedragen en tarieven in de toelichting betrekking op het belastingjaar 2016. Bij het kopje evaluaties zijn jaartallen opgenomen, deze betreffen het beoogde jaar waarin de evaluatie wordt afgerond. Voor regelingen waarvan het budgettair belang beperkt is, wordt geen evaluatie gepland, overeenkomstig het afwegingskader in de beleidsdoorlichting over de evaluaties van belastinguitgaven.2

13.2 Overzicht 2011–2015

Tabel 13.2.1 Belastinguitgaven in de belastingen op inkomen, winst en vermogen 2011–2015, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € miljoen)1«-» = regeling is in dat jaar niet van toepassing; «0» = budgettair belang van de regeling.
 

2011

2012

2013

2014

2015

Verlaging lastendruk op ondernemingen

     

a) algemeen

     
Zelfstandigenaftrek2

1.760

1.647

1.733

1.494

1.536

Extra zelfstandigenaftrek starters

102

101

106

78

80

Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid

1

2

1

1

1

FOR, niet omgezet in lijfrente

64

54

52

51

51

Meewerkaftrek

8

8

8

8

7

Stakingsaftrek

18

17

16

15

15

Bedrijfsopvolgingsfaciliteit in successiewet

391

355

459

402

402

Landbouwvrijstelling in de inkomstenbelasting

1.773

1.630

1.268

1.293

1.319

      

b) investeringen in het algemeen

     

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

373

366

360

374

406

Aftrek speur- en ontwikkelingswerk

6

8

8

8

8

Research & Development Aftrek (RDA)

135

202

255

238

      

c) investeringen ten behoeve van het milieu

     

VAMIL

22

33

56

25

30

Energie-investeringsaftrek (EIA)

118

96

139

124

107

Milieu-investeringsaftrek (MIA)

46

76

169

58

102

Bosbouwvrijstelling

4

3

4

5

5

Vrijstelling vergoeding bos- en natuurbeheer

8

8

6

7

7

      

Verlaging lastendruk op arbeid

     

a) gericht op werkgevers

     

Afdrachtvermindering zeevaart

103

106

110

113

113

Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk WBSO

915

729

766

780

761

      

b) gericht op werknemers

     

Feestdagenregeling

56

58

50

50

Verlaging fiscale bijtelling IB (zeer) zuinige auto's

209

323

546

653

851

Ouderschapsverlofkorting

104

106

130

130

Levensloopverlofkorting

7

7

83

4

17

Werkbonus

     
      

Verlaging lastendruk op inkomsten uit vermogen

     

Ouderentoeslag forfaitair rendement

109

119

124

129

134

Vrijstelling groen beleggen forfaitair rendement

62

55

54

53

53

Vrijstelling spaarloon- en premiespaarregeling forfaitair rendement

9

10

2

1

1

Vrijstelling rechten op kapitaalsuitkering bij overlijden forfaitair rendement

19

22

23

25

26

Vrijstelling rechten op bepaalde kapitaalsuitkeringen forfaitair rendement

786

837

892

896

925

Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld

360

398

412

509

559

Aftrek kosten monumentenwoning

73

54

54

55

56

Heffingskorting groen beleggen

57

35

34

34

34

Persoonsgebonden aftrekpost durfkapitaal

4

7

4

2

2

      

Overige regelingen

     

Aftrek voor scholingsuitgaven (studiekosten)

212

210

225

233

228

Giftenaftrek

320

311

345

347

350

Noot 2: Met ingang van de Miljoenennota 2017 is de berekeningswijze van de budgettaire derving door de zelfstandigenaftrek en de extra zelfstandigenaftrek voor starters ingrijpend gewijzigd. Deze nieuwe berekeningswijze is toegepast op de cijfers vanaf 2014. Cijfers uit eerdere jaren zijn hier dus niet mee te vergelijken.

Tabel 13.2.2 Belastinguitgaven in de kostprijsverhogende belastingen 2011 – 2015, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € miljoen)1«-» = regeling is in dat jaar niet van toepassing; «0» = budgettair belang van de regeling.
 

2011

2012

2013

2014

2015

Energiebelasting

     

Verlaagd tarief glastuinbouw

80

68

83

81

102

Teruggaaf kerkgebouwen

7

7

7

9

7

Teruggaaf non-profit

25

28

27

22

19

Teruggaaf grootverbruik

8

8

7

3

5

Verlaagd tarief lokaal opgewekte duurzame energie

0

0

0

0

0

      

Omzetbelasting verlaagd tarief

     

Boeken, tijdschriften, week- en dagbladen

408

412

444

432

440

Bibliotheken (verhuur boeken), musea e.d.

142

148

166

168

174

Kermissen, attractieparken, sportwedstrijden en -accommodatie

327

353

405

419

422

Circussen, bioscopen, theaters en concerten

149

188

237

229

234

Sierteelt

206

211

230

227

234

Arbeidsintensieve diensten

433

380

881

1.089

931

Vervoer van personen (w.o. openbaar vervoer)

520

545

615

630

650

Logiesverstrekking (incl. kamperen)

508

489

557

594

658

Voedingsmiddelen horeca

1.394

1.468

1.653

1.674

1.767

      

Omzetbelasting – vrijstellingen

     

Sportclubs

46

45

46

47

43

Post

119

110

106

102

38

Vakbonden, werkgeversorg., politieke partijen, kerken

171

169

176

184

173

Fondswerving

49

48

50

52

49

      

Omzetbelasting – speciale regelingen

     

Kleine ondernemersregeling

110

120

124

130

141

      

Accijnzen

     

Verlaagd tarief kleine brouwerijen

1

1

1

1

2

Vrijstelling communautaire wateren

1.348

1.298

1.169

1.220

1.604

Vrijstelling accijns luchtvaartuigen

1.831

1.794

1.869

2.105

2.233

      

Belastingen op personenauto's en motorrijwielen

     

Teruggaaf ambulance

2

3

1

1

0

Teruggaaf taxi's

70

61

43

42

35

      

Motorrijtuigbelasting

     

Nihiltarief OV-bussen op LPG

0

0

0

0

0

Vrijstelling MRB motorrijtuigen ouder dan 40 jaar inclusief overgangsregeling

158

198

207

77

73

Vrijstelling taxi's

50

52

51

50

49

Vrijstelling reinigingsdiensten

1

1

1

1

1

Vrijstelling wegenbouw

0

0

0

0

0

Vrijstelling ambulances

2

2

2

3

3

Nihiltarief MRB zeer zuinige auto's

108

190

277

28

41

Overige vrijstellingen

2

3

3

3

3

      

Overdrachtsbelasting

     

Vrijstelling overdrachtsbelasting bedrijfsoverdracht in familiesfeer

16

15

13

16

16

Vrijstelling overdrachtsbelasting stedelijke herstructurering

4

0

0

2

3

Vrijstelling landinrichting

1

1

1

1

1

Vrijstelling Bureau Beheer Landbouwgronden

7

11

3

8

4

Vrijstelling cultuurgrond

97

103

110

104

110

Vrijstelling natuurgrond

4

3

2

3

3

Tabel 13.2.3 Inkomstenbeperkende regelingen 2011–2015, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € miljard)
 

2011

2012

2013

2014

2015

Eigen woning

11,3

11,2

11,0

10,1

9,3

Pensioenen (inclusief box 3)

11,7

12,5

13,7

12,8

12,9

Tabel 13.2.4 Overige fiscale regelingen 2011–2015, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € miljoen)1«-» = regeling is in dat jaar niet van toepassing; «0» = budgettair belang van de regeling.
 

2011

2012

2013

2014

2015

Inkomstenbelasting / Loonbelasting / Vennootschapsbelasting

     
30%-regeling2

596

628

651

699

806

Aftrek specifieke zorgkosten

0

0

330

287

290

MKB-winstvrijstelling

1.121

1.155

1.364

1.456

1.469

Innovatiebox

605

743

811

996

1.186

      

Heffingskortingen

     

Algemene heffingskorting

22.391

22.865

22.865

21.782

22.516

Arbeidskorting

10.230

10.005

9.685

11.746

12.982

Inkomensafhankelijke combinatiekorting

1.430

1.709

1.657

1.637

1.670

Jonggehandicaptenkorting

151

160

169

177

177

Alleenstaande ouderenkorting

456

476

498

505

518

Ouderenkorting

1.530

1.628

2.376

2.374

2.417

Niet-verzilverbare kortingen

2.512

2.687

2.651

3.045

3.211

      

Energiebelasting

     

Salderingsregeling

4

18

32

46

58

Belastingvermindering per aansluiting

2.489

2.467

2.379

2.449

2.471

      

Omzetbelasting verlaagd tarief

     

Geneesmiddelen en hulpmiddelen

1.410

1.458

1.602

1.634

1.756

Water

165

156

175

194

192

Voedingsmiddelen niet verstrekt in horeca

5.304

5.890

6.668

7.091

7.334

      

Motorrijtuigbelasting

     

Verschillende kwarttarieven

90

102

106

118

125

Verlaagd tarief bestelauto ondernemer

688

700

713

738

765

Verlaagd tarief bestelauto gehandicapte

12

13

14

14

15

Vrijstelling politie- en defensievoertuigen

9

11

12

13

14

      

Schenk- en erfbelasting

     

Eenmalige vrijstelling t.b.v. eigen woning

29

27

315

778

30

      

Verhuurderheffing

     

Heffingsvermindering

0

30

Noot 2: De daadwerkelijke inkomstenderving door de regeling is minder dan het hier vermelde budgettair belang, aangezien zonder de regeling de werkelijke kosten belastingvrij vergoed kunnen worden.

13.3 Toelichting individuele regelingen

Verlaging lastendruk op ondernemingen

a) Algemeen

Regeling:

Zelfstandigenaftrek

Beschrijving:

De zelfstandigenaftrek is een ondernemersaftrek in de inkomstenbelasting van 7.280 euro voor ondernemers die voldoen aan het urencriterium en die aan het begin van het kalenderjaar de pensioengerechtige leeftijd nog niet hebben bereikt. Na de pensioengerechtigde leeftijd wordt de zelfstandigenaftrek gehalveerd.

Doelstelling:

Het stimuleren van ondernemerschap.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

Ondernemen makkelijker én leuker? Evaluatie zelfstandigenaftrek en enkele andere fiscale instrumenten gericht op ondernemerschap, EIM, 2005, Kamerstukken II 2005/2006, 29 949, nr. 56. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2016.

Ramingsgrond:

Omvang aftrekpost integrale aangiftecijfers inkomstenbelasting t/m 2013. Bijbehorende budgettair belang is berekend met MIMOSI-model van CPB, op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

  

Regeling:

Extra zelfstandigenaftrek starters

Beschrijving:

Startende ondernemers die in één of meer van de vijf voorgaande jaren geen ondernemer waren en bij wie in die periode niet meer dan tweemaal de zelfstandigenaftrek is toegepast, hebben recht op een extra zelfstandigenaftrek van 2.123 euro.

Doelstelling:

Het stimuleren van ondernemerschap en het bevorderen van de bereidheid om startersrisico te lopen.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

Ondernemen makkelijker én leuker? Evaluatie zelfstandigenaftrek en enkele andere fiscale instrumenten gericht op ondernemerschap, EIM, 2005, Kamerstukken II 2005/2006, 29 949, nr. 56. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2016.

Ramingsgrond:

Omvang aftrekpost integrale aangiftecijfers inkomstenbelasting t/m 2013. Bijbehorende budgettair belang is berekend met MIMOSI-model van CPB, op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

  

Regeling:

Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid

Beschrijving:

De startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid wordt geboden in de startfase van de onderneming ingeval niet aan het normale urencriterium van 1.225 uur wordt voldaan, maar wel aan een verlaagd urencriterium van 800 uur. De aftrekpost bedraagt 12.000 euro voor het eerste jaar, 8.000 euro voor het tweede jaar en 4.000 euro voor het derde jaar. De aftrek kan niet hoger zijn dan de genoten winst.

Doelstelling:

Stimuleren van het starten van een onderneming vanuit een uitkering inzake arbeidsongeschiktheid.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

Ondernemen makkelijker én leuker? Evaluatie zelfstandigenaftrek en enkele andere fiscale instrumenten gericht op ondernemerschap, EIM, 2005, Kamerstukken II 2005/2006, 29 949, nr. 56. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2016.

Ramingsgrond:

Omvang aftrekpost integrale aangiftecijfers inkomstenbelasting t/m 2013. Bijbehorende budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

  

Regeling:

Fiscale oudedagsreserve (FOR), niet omgezet in lijfrente

Beschrijving:

De fiscale oudedagsreserve is een voorziening die ondernemers die nog niet de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt kunnen gebruiken om maximaal 9,8 procent, met een maximum van 8.774 euro, van de winst opzij te zetten om een oudedagsvoorziening op te bouwen. Bij staking van de onderneming kan deze fiscale oudedagsreserve belastingvrij worden omgezet in een lijfrente. Voor zover dat niet gebeurt, omdat geen behoefte bestaat aan een dergelijke oudedagsvoorziening, heeft de regeling het karakter van een belastinguitgave.

Doelstelling:

Opheffen van ongelijkheid in de behandeling tussen mensen in loondienst en zelfstandigen op het gebied van de oudedagsvoorziening.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

Ondernemen makkelijker én leuker? Evaluatie zelfstandigenaftrek en enkele andere fiscale instrumenten gericht op ondernemerschap, EIM, 2005, Kamerstukken II 2005/2006, 29 949, nr. 56. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2016.

Ramingsgrond:

Omvang aftrekpost integrale aangiftecijfers inkomstenbelasting t/m 2013. Bijbehorende budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

  

Regeling:

Meewerkaftrek

Beschrijving:

Indien de partner van een ondernemer meewerkt in diens onderneming zonder hiervoor een vergoeding te ontvangen, heeft de ondernemer die voldoet aan het urencriterium recht op de meewerkaftrek. De aftrek is afhankelijk van het aantal door de partner gewerkte uren in de onderneming en bedraagt tussen de 1,25 procent van de winst (indien ten minste 525 uur wordt meegewerkt) en maximaal 4 procent van de winst (indien ten minste 1.750 uur wordt meegewerkt).

Doelstelling:

Fiscaal faciliteren van arbeid in de onderneming van de partner zonder de verplichting tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

Ondernemen makkelijker én leuker? Evaluatie zelfstandigenaftrek en enkele andere fiscale instrumenten gericht op ondernemerschap, EIM, 2005, Kamerstukken II 2005/2006, 29 949, nr. 56. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2016.

Ramingsgrond:

Omvang aftrekpost integrale aangiftecijfers inkomstenbelasting t/m 2013. Bijbehorende budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

  

Regeling:

Stakingsaftrek

Beschrijving:

Bij de staking van een onderneming of een deel ervan is van de behaalde stakingswinst maximaal 3.630 euro vrijgesteld van belastingheffing. Op de in een kalenderjaar berekende stakingsaftrek wordt de in het verleden genoten stakingsaftrek in mindering gebracht.

Doelstelling:

De stakingsaftrek beoogt een verzachting van belastingheffing te geven over de stakingswinst. De stakingsaftrek is de voortzetting – zij het op een lager niveau – van de stakingsvrijstelling van de Wet IB 1964.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

Evaluatie fiscale regelingen gericht op bedrijfsoverdracht, SEO, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 32 637, nr. 158. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Omvang aftrekpost integrale aangiftecijfers inkomstenbelasting t/m 2013. Bijbehorende budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

  

Regeling:

Doorschuiving stakingswinst

Beschrijving:

Op verzoek is doorschuiving van stakingswinst zonder belastingheffing mogelijk in het kader van overdracht van (een deel van) de onderneming. Hiervan is sprake in geval van overlijden, echtscheiding, overdracht van de onderneming aan alle medeondernemers die gedurende drie jaar een gezamenlijke onderneming drijven, of in geval van inbreng van de onderneming in een naamloze vennootschap of besloten vennootschap. De belastingplichtige voor wiens rekening de onderneming zal worden voortgezet, is verplicht de oude boekwaarden van de overgedragen vermogensbestanddelen over te nemen.

Doelstelling:

Ondersteunen van de continuïteit van de onderneming, in het kader van liquiditeitsproblemen die kunnen ontstaan als gevolg van de fiscale claim die rust op een bedrijfsoverdracht.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

Evaluatie fiscale regelingen gericht op bedrijfsoverdracht, SEO, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 32 637, nr. 158. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Raming zonder gegevensbron, gebaseerd op rekenveronderstellingen.

  

Regeling:

Bedrijfsopvolgingsfaciliteit in successiewet

Beschrijving:

Voor een geërfde of geschonken onderneming geldt een voorwaardelijke vrijstelling voor het ondernemingsvermogen. Indien de geërfde of geschonken onderneming voor een periode van 5 jaar wordt voortgezet, wordt de voorwaardelijke vrijstelling definitief. De vrijstelling bedraagt 100 procent van de going-concern waarde van de onderneming tot een bedrag van € 1.060.298. Voor het meerdere geldt een vrijstelling van 83 procent.

Doelstelling:

Bevorderen continuïteit van de onderneming.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

Evaluatie fiscale regelingen gericht op bedrijfsoverdracht, SEO, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 32 637, nr. 158. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m 2013. Raming is gebaseerd op gemiddelde van jaren 2011 t/m 2013.

  

Regeling:

Doorschuiving inkomen uit aanmerkelijk belang

Beschrijving:

Op verzoek is onder voorwaarden doorschuiving van inkomen uit aanmerkelijk belang zonder belastingheffing mogelijk in het kader van de overdracht van (een deel van) de onderneming. Als verkrijgingprijs van de verworven aandelen door de overnemer geldt de verkrijgingsprijs van de vervreemde aandelen door de overdrager.

Doelstelling:

Het waarborgen van de continuïteit van de onderneming in geval van staking en overdracht onder bijzondere omstandigheden.

Ministerie:

FIN

Evaluatie:

Evaluatie fiscale regelingen gericht op bedrijfsoverdracht, SEO, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 32 637, nr. 158. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Raming zonder gegevensbron, gebaseerd op rekenveronderstellingen.

  

Regeling:

Landbouwvrijstelling in de inkomstenbelasting

Beschrijving:

Op grond van deze regeling worden voordelen uit een landbouwbedrijf die verband houden met de waardeverandering van de grond, niet tot de fiscale winst (inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting) gerekend. De regeling is niet van toepassing als de waardeverandering optreedt in het kader van de bedrijfsuitoefening. Een waardestijging van de grond die de gebruikelijke waarde binnen een landbouwbedrijf te boven gaat is belast.

Doelstelling:

Instandhouden van de fiscale behandeling van grond ten behoeve van voordelen uit een landbouwbedrijf.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

IBO Agro-, visserij- en voedselketens, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 30 991, nr. 25. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Omvang aftrekpost integrale aangiftecijfers inkomstenbelasting t/m 2013. Bijbehorende budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

b) Investeringen in het algemeen

Regeling:

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

Beschrijving:

De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek vormt, als onderdeel van de investeringsaftrek, een extra aftrek over een gedeelte van het investeringsvolume. De hoogte van de aftrek is afhankelijk van de hoogte van de investering. De aftrek bedraagt maximaal 15.687 euro.

Doelstelling:

Bevorderen van investeringen van relatief geringe omvang, die in het algemeen gedaan zullen worden in het midden- en kleinbedrijf.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

Ondernemen makkelijker én leuker? Evaluatie zelfstandigenaftrek en enkele andere fiscale instrumenten gericht op ondernemerschap, EIM, 2005, Kamerstukken II 2005/2006, 29 949, nr. 56. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2016.

Ramingsgrond:

Omvang aftrekpost integrale aangiftecijfers inkomsten- en vennootschapsbelasting t/m 2013. Bijbehorende budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is. Geraamde endogene groei vanaf 2014 is gelijk aan groei investeringen overige vaste activa volgens CPB.

  

Regeling:

Willekeurige afschrijving starters

Beschrijving:

Startende ondernemers kunnen op basis van deze regeling willekeurig afschrijven op bedrijfsmiddelen die zijn aangeschaft in een kalenderjaar waarover voor hen de extra zelfstandigenaftrek starters van toepassing was.

Doelstelling:

Het stimuleren van ondernemerschap.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

Ondernemen makkelijker én leuker? Evaluatie zelfstandigenaftrek en enkele andere fiscale instrumenten gericht op ondernemerschap, EIM, 2005, Kamerstukken II 2005/2006, 29 949, nr. 56. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2016.

Ramingsgrond:

Raming zonder gegevensbron, de budgettaire kosten zijn gebaseerd op een veronderstelling van het aantal gebruikers en hun investeringen.

  

Regeling:

Willekeurige afschrijving zeeschepen

Beschrijving:

Deze regeling biedt de mogelijkheid om vervroegd af te schrijven op zeeschepen. De regeling kan uitsluitend worden toegepast indien niet wordt gekozen voor de forfaitaire winstbepaling en bedraagt per jaar maximaal 20 procent van de af te schrijven aanschaffings- en voortbrengingskosten.

Doelstelling:

Het stimuleren van ondernemerschap.

Ministerie:

I&M

Evaluatie:

Evaluatie van de fiscale maatregelen in het zeescheepvaartbeleid, Panteia, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 31 409, nr. 67. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Raming zonder gegevensbron; op grond van evaluatie uit 2010 wordt geschat dat voor 10% van de investeringen in zeeschepen gebruik wordt gemaakt van de faciliteit. Gebruik is op nul gezet in jaren dat de crisismaatregel Tijdelijk Willekeurige Afschrijving (TWA) bestond.

  

Regeling:

Keuzeregime winst uit zeescheepvaart (tonnagebelasting)

Beschrijving:

Op verzoek van de belastingplichtige wordt, in afwijking van het algemeen systeem van winstbepaling, de winst uit zeescheepvaart op basis van deze regeling forfaitair bepaald. Uitgangspunt hierbij vormt de tonnage van de schepen waarmee die winst wordt behaald. Als voor een schip voor de tonnageregeling wordt gekozen, geldt dit voor een periode van 10 jaar.

Doelstelling:

Bevorderen en stimuleren van de zeescheepvaart in Nederland.

Ministerie:

I&M

Evaluatie:

Evaluatie van de fiscale maatregelen in het zeescheepvaartbeleid, Panteia, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 31 409, nr. 67. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Raming zonder gegevensbron; de raming is een conjunctuurvrije, gemiddelde schatting die gemaakt is ten behoeve van de laatste evaluatie.

  

Regeling:

Aftrek speur- en ontwikkelingswerk

Beschrijving:

Ondernemers die voldoen aan het urencriterium en in het kalenderjaar tenminste 500 uur hebben besteed aan werk dat bij een zogenoemde S&O-verklaring kwalificeert als speur- en ontwikkelingswerk, hebben in 2016 recht op een aftrek van 12.484 euro. Voor starters wordt deze aftrek onder voorwaarden verhoogd met 6.245 euro.

Doelstelling:

Bevorderen van technologische vernieuwingen.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

Evaluatie WBSO 2006–2010, EIM, 2012, Kamerstukken II 2011/2012, 32 637 nr. 32. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2018.

Ramingsgrond:

Omvang aftrekpost integrale aangiftecijfers inkomstenbelasting t/m 2013. Bijbehorende budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

c) Investeringen ten behoeve van het milieu

Regeling:

VAMIL

Beschrijving:

Op basis van de vervroegde afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) mag willekeurig worden afgeschreven op door de Minister van I&M aangewezen milieu-investeringen (Milieulijst). Voor investeringen vanaf 2011 is de willekeurige afschrijving beperkt tot 75 procent. Deze regeling leidt voor de belastingplichtige tot een liquiditeits- en rentevoordeel.

Doelstelling:

Stimuleren van investeringen ter bescherming van het milieu.

Ministerie:

I&M

Evaluatie:

Evaluatie MIA en VAMIL 2005 – 2010, Ecorys (2013) en Van Heekeren & Firma (2012) Kamerstukken II 2013/2014, 33 752, nr. 5. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2017, als onderdeel van de beleidsdoorlichting van begrotingsartikel 21 I&M; duurzaamheid.

Ramingsgrond:

Investeringsbedragen volgens RVO t/m 2015. Cijfer 2016 en 2017 is budget.

  

Regeling:

Energie-investeringsaftrek (EIA)

Beschrijving:

Op grond van de EIA wordt een extra aftrek op de fiscale winst verleend voor door de Minister van EZ aangewezen investeringen in nieuwe energiebesparende bedrijfsmiddelen en maatregelen. De energie-investeringsaftrek is in 2016 verhoogd van 41,5 naar 58 procent.

Doelstelling:

Stimuleren van investeringen ten behoeve van een doelmatig energiegebruik.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

Evaluatie Energie Investeringsaftrek 2006 – 2011, Ecorys, 2012, Kamerstukken II 2013/2014, 33 752, nr. 5. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2018.

Ramingsgrond:

Investeringsbedragen volgens RVO t/m 2015. Cijfer 2016 en 2017 is budget.

  

Regeling:

Milieu-investeringsaftrek (MIA)

Beschrijving:

De milieu-investeringsaftrek is een extra aftrek op de fiscale winst voor milieu-investeringen die bij ministeriële regeling worden aangewezen. Er zijn drie verschillende categorieën op de Milieulijst, waarbij respectievelijk 36 procent, 27 procent en 13,5 procent aftrek wordt verleend.

Doelstelling:

Stimuleren van investeringen ter bescherming van het milieu.

Ministerie:

I&M

Evaluatie:

Evaluatie MIA en VAMIL 2005 – 2010, Ecorys (2013) en Van Heekeren & Firma (2012) Kamerstukken II 2013/2014, 33 752, nr. 5. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2017, als onderdeel van de beleidsdoorlichting van begrotingsartikel 21 I&M; duurzaamheid.

Ramingsgrond:

Investeringsbedragen volgens RVO t/m 2015. Cijfer 2016 en 2017 is budget.

  

Regeling:

Bosbouwvrijstelling

Beschrijving:

Deze regeling houdt in dat voor- en nadelen uit bosbouwbedrijf niet tot de winst worden gerekend. Het staat de belastingplichtige vrij te opteren voor het buiten toepassing laten van de vrijstelling. Dit laatste is aantrekkelijk in jaren waarin de activiteiten verliesgevend zijn. Toepassing van de facultatieve regeling blijft, indien gebruik wordt gemaakt van de optie, gelden voor een periode van tenminste 10 jaar.

Doelstelling:

Ontwikkeling en instandhouding van bos en natuur.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

Belastinguitgaven door fiscale faciliteiten voor natuurbeleid, LEI, 2005, Kamerstukken II 2006/2007, 30 800 XIV, nr. 74. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2016.

Ramingsgrond:

Inkomensschattingen LEI en cijfers Belastingdienst t/m 2013.

  

Regeling:

Vrijstelling vergoeding bos- en natuurbeheer

Beschrijving:

Deze regeling voorziet in een (gedeeltelijke) vrijstelling voor aangewezen subsidieregelingen ten behoeve van de ontwikkeling en instandhouding van bos en natuur.

Doelstelling:

Ontwikkeling en instandhouding van bos en natuur.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

Belastinguitgaven door fiscale faciliteiten voor natuurbeleid, LEI, 2005, Kamerstukken II 2006/2007, 30 800 XIV, nr. 74. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2016.

Ramingsgrond:

Subsidiebedragen provincies over 2014–2017.

Verlaging lastendruk op arbeid

a) gericht op werkgevers

Regeling:

Afdrachtvermindering zeevaart

Beschrijving:

Deze vermindering mag worden toegepast op het loon van zeevarenden die werken op een Nederlands schip. De vermindering bedraagt 40 procent van het loon voor zeevarenden die in Nederland of in een ander EU- of EER-land wonen. Voor overige zeevarenden die onderworpen zijn aan de loonbelasting is het percentage vastgesteld op 10 procent.

Doelstelling:

Ondersteunen van de sector met de daaraan verbonden werkgelegenheid en het instandhouden van een vloot onder Nederlandse vlag.

Ministerie:

I&M

Evaluatie:

Evaluatie van de fiscale maatregelen in het zeescheepvaartbeleid, Panteia, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 31 409, nr. 67. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst uit loonbelastingaangiften van alle inhoudingsplichtigen t/m 2015.

  

Regeling:

Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk WBSO

Beschrijving:

De afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk is van toepassing op werknemers die direct betrokken zijn bij speur- en ontwikkelingswerk. De afdrachtvermindering bedraagt 32 procent van het S&O-loon van die werknemers (40 procent voor starters). Voor zover het S&O-loon meer bedraagt dan 350.000 euro, bedraagt de vermindering 16 procent van het loon.

Doelstelling:

Bevordering van speur- en ontwikkelingswerk in het bedrijfsleven.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

Evaluatie WBSO 2006–2010, EIM, 2012, Kamerstukken II 2011/2012, 32 637 nr. 32. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2018.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst uit loonbelastingaangiften van alle inhoudingsplichtigen t/m 2015. Cijfer 2016 en 2017 is budget.

  

Regeling:

Verlaagd gebruikelijk loon voor dga’s van startups

Beschrijving:

Voor dga’s van inhoudingsplichtigen die als starter zijn aangemerkt voor de S&O-afdrachtvermindering kan het gebruikelijk loon op het wettelijk minimumloon worden vastgesteld.

Doelstelling:

Het stimuleren van innovatieve startups.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

Deze regeling is voorzien van een horizonbepaling op grond waarvan de regeling vervalt per 1 januari 2022. De evaluatie is voorzien in 2021.

Ramingsgrond:

Deze belastinguitgave zal niet als zodanig te monitoren zijn, aangezien hij niet op het aangiftebiljet wordt ingevuld.

b) gericht op werknemers

Regeling:

Verlaging fiscale bijtelling IB (zeer) zuinige auto’s

Beschrijving:

Indien door de werkgever een auto ter beschikking wordt gesteld, geldt er een fiscale bijtelling. De bijtelling wordt forfaitair bepaald en bedraagt in beginsel 25 procent van de catalogusprijs. Bij auto’s met lagere uitstoot dan bepaalde grenzen is de bijtelling lager. Zowel de uitstootgrenzen als het forfaitare bijtellingspercentage kan jaarlijks wisselen.

Doelstelling:

Bevorderen van het gebruik van milieuvriendelijke auto’s.

Ministerie:

I&M

Evaluatie:

Evaluatie autogerelateerde belastingen 2008–2013 en vooruitblik automarktontwikkelingen tot 2020, Policy Research Corporation, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 32 800, nr. 24. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

De raming is gebaseerd op de volgende bronnen: data over nieuwverkopen van de RDW, de publicatie «Mobiliteit in Cijfers Auto’s 2015/16» van de Stichting BOVAG-RAI, de publicatie «Autoleasemarkt in cijfers 2015 van de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen, en cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

  

Regeling:

Levensloopverlofkorting

Beschrijving:

Om de aantrekkelijkheid van de levensloopregeling als alternatief voor het spaarloon te vergroten, konden werknemers per gespaard jaar een tegemoetkoming in de vorm van een levensloopverlofkorting van maximaal 201 euro per gespaard jaar ontvangen. De levensloopregeling is per 1 januari 2012 afgeschaft voor nieuwe gevallen. Voor deelnemers aan de levensloopregeling die op 31 december 2011 een aanspraak ingevolge levensloopregeling hebben opgebouwd waarvan de waarde in het economische verkeer minimaal 3.000 euro bedroeg, geldt een overgangsregeling. Deze deelnemers kunnen tot 31 december 2021 doorgaan met het sparen overeenkomstig de op 31 december 2011 geldende voorwaarden. Een uitzondering geldt voor de levensloopverlofkorting. Sinds 1 januari 2012 wordt bij inleg in de levensloopregeling geen levensloopverlofkorting meer opgebouwd. De op 31 december 2011 opgebouwde rechten op de levensloopverlofkorting vervallen niet en worden verzilverd bij de opname van het levenslooptegoed.

Doelstelling:

Vergroten van de aantrekkelijkheid van de levensloopregeling naast de spaarloonregeling.

Ministerie:

SZW

Evaluatie:

Geen evaluatie beoogd, omdat de regeling is afgeschaft.

Ramingsgrond:

Omvang korting integrale aangiftecijfers inkomstenbelasting t/m 2013.

  

Regeling:

Werkbonus

Beschrijving:

In 2013 is de gewijzigde werkbonus ingevoerd. Deze is van toepassing voor werkenden die bij aanvang van het kalenderjaar een leeftijd hebben van minimaal 60 en maximaal 63 jaar. Per 1 januari 2015 is de werkbonus in lijn met de begrotingsafspraken 2014 voor nieuwe gevallen afgeschaft doordat de leeftijdgrens van 60 jaar vanaf 1 januari 2015 jaarlijks met 1 jaar wordt verhoogd. Per 1 januari 2018 komt dan niemand meer in aanmerking voor de werkbonus en vervalt deze. De bedragen in inkomensgrenzen worden ook niet meer aangepast aan inflatie en wettelijk minimumloon.

Doelstelling:

Bevorderen en stimuleren van arbeidsparticipatie van ouderen.

Ministerie:

SZW

Evaluatie:

Geen evaluatie beoogd, omdat de regeling wordt afgeschaft.

Ramingsgrond:

Gebaseerd op aangiftecijfers. Aantal werkenden in de betreffende leeftijdscategorie naar inkomen maal bedrag.

Verlaging lastendruk op inkomsten uit vermogen

Regeling:

Vrijstelling bos- en natuurterreinen forfaitair rendement

Beschrijving:

Deze regeling bewerkstelligt dat voor de forfaitaire rendementsheffing de volgende bezittingen van de grondslag worden uitgezonderd: bossen, bepaalde natuurterreinen en de volgens de Natuurschoonwet als zodanig aangewezen landgoederen. Gebouwde eigendommen vallen niet onder de vrijstelling.

Doelstelling:

Ontwikkeling en instandhouding van bos en natuur.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

Fiscale faciliteiten en knelpunten bij natuurontwikkeling door particulieren, LEI, 2005, Kamerstukken II 2006/2007, 30 800 XIV, nr. 74. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2016.

Ramingsgrond:

Raming zonder gegevensbron. Laatst bekende bron cijfers uit het rapport «Belastinguitgaven door fiscale faciliteiten voor natuurbeleid» (LEI, 2005). Bij gebrek aan data is de trend uit het verleden doorgetrokken.

  

Regeling:

Vrijstelling voorwerpen van kunst en wetenschap forfaitair rendement

Beschrijving:

Voorwerpen van kunst en wetenschap vallen niet in de grondslag van de forfaitaire rendementsheffing, tenzij deze hoofdzakelijk als belegging dienen.

Doelstelling:

Voorkomen dat de heffing over dergelijke voorwerpen een negatieve invloed hebben op het koopgedrag van particulieren. Voorwerpen van kunst en wetenschap die hoofdzakelijk ter belegging worden aangehouden, zijn uitgezonderd van de vrijstelling om een ongerechtvaardigde bevoordeling ten opzichte van andere beleggingen te voorkomen.

Ministerie:

OCW

Evaluatie:

De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2018.

Ramingsgrond:

Raming zonder gegevensbron. Raming op basis van een veronderstelling voor de grondslag.

  

Regeling:

Vrijstelling groen beleggen forfaitair rendement

Beschrijving:

Op grond van deze regeling is 57.213 euro aan groene beleggingen vrijgesteld van de forfaitaire rendementsheffing van box 3. Beleggers met een fiscale partner hebben een twee keer zo hoge vrijstelling.

Doelstelling:

Stimuleren van investeringen en beleggingen in groene (milieuvriendelijke) projecten.

Ministerie:

I&M

Evaluatie:

Evaluatie MIA, Vamil en Groen Beleggen 2000–2004, 2007, Kamerstukken II 2007/2008, 30 535, nr. 11. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2017, als onderdeel van de beleidsdoorlichting van begrotingsartikel 21 I&M; duurzaamheid.

Ramingsgrond:

Cijfers over de heffingskorting groen beleggen aangifte inkomstenbelasting Belastingdienst t/m 2013.

  

Regeling:

Vrijstelling rechten op kapitaalsuitkering bij overlijden forfaitair rendement

Beschrijving:

Rechten op prestaties uit levensverzekering in verband met het overlijden van de belastingplichtige worden tot een bedrag van maximaal 6.956 euro vrijgesteld van de rendementsgrondslag. De prestaties kunnen de vorm hebben van een kapitaalsuitkering of een uitkering in natura (het verzorgen van de uitvaart van de verzekeringnemer).

Doelstelling:

Sociaal beleid en doelmatigheid.

Ministerie:

FIN

Evaluatie:

Evaluatierapport Vrijstelling rechten op kapitaalsuitkeringen bij overlijden in box 3, 2005, Kamerstukken II 2005/2006, 30 375, nr. 2, bijlage 11. Geen evaluatie beoogd, vanwege het beperkte budgettaire belang van de regeling.

Ramingsgrond:

Gegevens van DNB over overlijdensverzekeringen.

  

Regeling:

Vrijstelling rechten op bepaalde kapitaalsuitkeringen forfaitair rendement

Beschrijving:

In het overgangsrecht van de Wet IB 2001 zijn vrijstellingen voor bepaalde kapitaalverzekeringen, spaarrekeningen en beleggingsrechten opgenomen. Onder voorwaarden geldt er een box 1 vrijstelling voor het voordeel (de uitgekeerde rente of het rendement op de premie/inleg) uit een kapitaalverzekering eigen woning (KEW), spaarrekening eigen woning (SEW) en beleggingsrecht eigen woning (BEW) waardoor deze niet in box 3 vallen. Per 1 april 2013 is de faciliteit vervallen. De bestaande contracten worden gerespecteerd, maar het kapitaal dan wel de inleg kunnen niet meer worden verhoogd.

Tevens gelden er vrijstellingen voor andersoortige kapitaalverzekeringen waarvan de inkomsten vrijgesteld waren onder de Wet IB 1964.

Doelstelling:

Eerbiedigen van bestaande rechten op bepaalde vrijstellingen kapitaalsuitkeringen.

Ministerie:

FIN

Evaluatie:

Geen evaluatie beoogd, want de regeling is afgeschaft.

Ramingsgrond:

Gegevens van DNB en het Verbond van Verzekeraars over levensverzekeringen.

  

Regeling:

Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld

Beschrijving:

Aan eigenwoningbezitters zonder eigenwoningschuld of met een lage eigenwoningschuld wordt een aftrek toegekend ter hoogte van het verschil tussen het eigenwoningforfait en de daarop drukkende aftrekbare kosten. Hierdoor hoeven eigenwoningbezitters met geen of een lage eigenwoningschuld per saldo geen belasting te betalen over het eigenwoningforfait.

Doelstelling:

Bevordering aflossing eigenwoningschuld en lastenverlichting eigenaar-bewoners met geen of een lage eigenwoningschuld.

Ministerie:

FIN

Evaluatie:

Zoals aangegeven in Kamerstuk 33 930 IX, nr.1, p.48 is er voorlopig geen sprake van een evaluatie voor deze regeling.

Ramingsgrond:

Cijfers aangifte inkomstenbelasting Belastingdienst t/m 2013. Bijbehorende budgettair belang berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste post is.

  

Regeling:

Gedeeltelijke vrijstelling van inkomsten uit kamerverhuur

Beschrijving:

Inkomsten uit verhuur van woonruimte die onderdeel is van het hoofdverblijf van de verhuurder en geen zelfstandige woning vormt, zijn vrijgesteld tot een bedrag van 5.069 euro per jaar. Het vrijgestelde bedrag wordt jaarlijks naar gelang de huurontwikkeling geïndexeerd.

Doelstelling:

Vergroten van het particuliere kameraanbod, met name voor studenten.

Ministerie:

BZK

Evaluatie:

De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2016.

Ramingsgrond:

Raming zonder gegevensbron. Laatst gebruikte bron betreft cijfers VROM uit 2006 over aantal kamers, geïndexeerd met de groei van het inkomen in box 1 volgens MIMOSI t/m 2015.

  

Regeling:

Aftrek kosten monumentenwoning

Beschrijving:

In de Wet IB 2001 is ten aanzien van de persoonsgebonden aftrek een bijzondere regeling voor monumentenwoningen opgenomen. Indien het een eigen woning of een bezitting betreft die in de grondslag van de forfaitaire rendementsheffing wordt betrokken, zijn 80 procent van de onderhoudskosten (min ontvangen subsidies) aftrekbaar. Als onderdeel van Belastingplan 2017 wordt voorgesteld de regeling met een budgettair belang van in totaal € 57 miljoen per jaar per 2017 om te zetten in een uitgavenregeling op de OCW-begroting met een beperkter budgettair belang van maximaal € 32 miljoen (inclusief uitvoeringskosten).

Doelstelling:

Behoud van het culturele erfgoed.

Ministerie:

OCW

Evaluatie:

Evaluatie fiscale regelingen monumentenzorg, PricewaterhouseCoopers Advisory N.V., 2009. Kamerstukken II 2009/2010, 32 156, nr. 2. Geen evaluatie beoogd, omdat de regeling wordt afgeschaft.

Ramingsgrond:

Cijfers aangifte inkomstenbelasting Belastingdienst t/m 2013. Bijbehorende budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

  

Regeling:

Heffingskorting groen beleggen

Beschrijving:

De heffingskorting voor groene beleggingen sluit aan op de vrijstelling groen beleggen. De korting bedraagt 0,7 procent van het bedrag dat is vrijgesteld van de forfaitaire rendementsheffing.

Doelstelling:

Stimuleren van investeringen en beleggingen in groene (milieuvriendelijke) projecten.

Ministerie:

I&M

Evaluatie:

Evaluatie MIA, Vamil en Groen Beleggen 2000–2004, 2007, Kamerstukken II 2007/2008, 30 535, nr. 11. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2017, als onderdeel van de beleidsdoorlichting van begrotingsartikel 21 I&M; duurzaamheid.

Ramingsgrond:

Cijfers over de heffingskorting groen beleggen aangifte inkomstenbelasting Belastingdienst t/m 2013.

  

Regeling:

Persoonsgebonden aftrekpost durfkapitaal

Beschrijving:

Deze persoonsgebonden aftrekpost biedt de mogelijkheid om geleden verliezen op beleggingen in durfkapitaal in aftrek te brengen op respectievelijk het inkomen uit werk en woning, het inkomen uit sparen en beleggen en het inkomen uit het aanmerkelijk belang (in die volgorde). Deze faciliteit is per 1 januari 2011 vervallen met inachtneming van een overgangsbepaling.

Doelstelling:

Stimuleren van investeringen in bedrijven van startende ondernemers en het bevorderen van de ondernemingszin.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

Evaluatie van de durfkapitaalregeling, Bureau Bartels B.V., 2005, Kamerstukken 2005/2006, 30 300 XIII, nr. 57. Geen evaluatie beoogd, omdat de regeling is afgeschaft.

Ramingsgrond:

Cijfers aangifte inkomstenbelasting Belastingdienst t/m 2013.

Overige regelingen

Regeling:

Aftrek voor scholingsuitgaven (studiekosten)

Beschrijving:

Uitgaven boven 250 euro ter zake van een opleiding of studie voor een beroep kunnen onder voorwaarden worden afgetrokken van het belastbaar inkomen. Het bedrag dat mag worden afgetrokken is maximaal 15.000 euro. Als onderdeel van Belastingplan 2017 wordt voorgesteld om de huidige fiscale aftrek van scholingsuitgaven per 1 januari 2018 om te vormen tot een gerichte uitgavenregeling in de vorm van scholingsvouchers voor lager- en middelbaar opgeleiden.

Doelstelling:

Vergroten van de Nederlandse kennisinfrastructuur.

Ministerie:

OCW

Evaluatie:

Gebruik en effectiviteit van de aftrek scholingsuitgaven, SEO en Scholar (UvA), 2005, Kamerstukken II 2005/2006, 30 012, nr. 6. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2016.

Ramingsgrond:

Cijfers aangifte inkomstenbelasting Belastingdienst t/m 2013. Bijbehorende budgettair belang berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

  

Regeling:

Giftenaftrek

Beschrijving:

Giften aan onder andere algemeen nut beogende instellingen (ANBI) zijn aftrekbaar. Periodieke giften geschieden op basis van een bij notariële of onderhandse akte vastgelegde verplichting om gedurende ten minste 5 jaren schenkingen te doen. Voor overige giften geldt dat 1 tot 10 procent van het drempelinkomen mag worden afgetrokken. Middels «de Geefwet» is de giftenaftrek uitgebreid op specifieke punten, waaronder een multiplier voor culturele ANBI’s.

Doelstelling:

Bevorderen van schenkingen aan bepaalde instellingen.

Ministerie:

FIN

Evaluatie:

Evaluatie giftenaftrek 1996–2006, Ministerie van Financiën, 2009, Kamerstukken II 2009/2010, 32 123 IXB, nr. 9. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2016.

Ramingsgrond:

Cijfers aangifte inkomstenbelasting Belastingdienst t/m 2013. Bijbehorende budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

  

Regeling:

Faciliteiten successiewet algemeen nut beogende instellingen

Beschrijving:

Algemeen nut beogende instellingen zijn per 2006 geheel vrijgesteld van schenk- en erfbelasting. Voor sociaal belang behartigende instellingen is de vrijstelling ingegaan per 2010.

Doelstelling:

Bevorderen van schenken en nalaten aan algemeen nut beogende instellingen en sociaal belang behartigende instellingen.

Ministerie:

FIN

Evaluatie:

De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2019.

Ramingsgrond:

Raming zonder gegevensbron. Laatste cijfers Belastingdienst uit 2005 toen het nog niet volledig was vrijgesteld, trend is doorgetrokken.

Kostprijsverhogende belastingen

Energiebelasting

Regeling:

Verlaagd tarief glastuinbouw

Beschrijving:

Voor verbruik van aardgas in de glastuinbouw geldt in de eerste twee schijven een verlaagd tarief van de energiebelasting.

Doelstelling:

Het voorkomen van een onbedoelde lastenverzwaring voor de relatief kleinschalige energie-intensieve glastuinbouwsector bij de invoering van de energiebelasting, zoals deze met de degressieve tariefstructuur werd bereikt voor de andere energie-intensieve sectoren.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

IBO Agro-, visserij- en voedselketens, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 30 991, nr. 25. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2016.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m 2015.

  

Regeling:

Teruggaaf kerkgebouwen

Beschrijving:

Teruggaaf van de helft van de betaalde energiebelasting bestaat voor gebouwen die ten dienste staan van de openbare eredienst of het houden van openbare bezinningsbijeenkomsten van levensbeschouwelijke aard.

Doelstelling:

Bieden van compensatie aan de beheerders van dergelijke gebouwen, aangezien kerken e.d. weinig betaald personeel hebben en geen vennootschapsbelasting betalen waardoor enig voordeel in de vorm van een terugsluis deze doelgroep niet bereikt.

Ministerie:

I&M

Evaluatie:

Evaluatie van de teruggaafregeling energiebelasting voor kerken en non-profit organisaties, 2005, Kamerstukken II 2005/2006, 30 375, nr. 2, bijlage 12. Deze regeling is tevens geëvalueerd in de Brede heroverwegingen 1. Energie en Klimaat, 2010. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2017.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m 2015.

  

Regeling:

Teruggaaf non-profit

Beschrijving:

Teruggaaf van de helft van de betaalde energiebelasting bestaat voor non-profitinstellingen.

Doelstelling:

Bieden van compensatie aan dergelijke instellingen, aangezien deze over weinig betaald personeel beschikken en geen vennootschapsbelasting betalen waardoor enig voordeel in de vorm van een terugsluis de doelgroep niet bereikt.

Ministerie:

I&M

Evaluatie:

Evaluatie van de teruggaafregeling energiebelasting voor kerken en non-profit organisaties, 2005, Kamerstukken II 2005/2006, 30 375, nr. 2, bijlage 12. Deze regeling is tevens geëvalueerd in de Brede heroverwegingen 1. Energie en Klimaat, 2010. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2017.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m 2015.

  

Regeling:

Teruggaaf grootverbruik

Beschrijving:

Teruggaaf van energiebelasting voor het elektriciteitsgebruik boven de 10 miljoen kWh bestaat voor energie-intensieve bedrijven die deelnemen aan een convenant ter verbetering van de energie-efficiëntie.

Doelstelling:

Primair maakt de regeling deel uit van de beleidsarme implementatie van de Richtlijn Energiebelastingen per 2004. Secundair wordt deelname aan een convenant ter verbetering van de energie-efficiëntie bevorderd.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

De voorloper van deze regeling, de vrijstelling teruggaaf grootverbruik in de energiebelasting, is geëvalueerd in de Heroverwegingsgroep Energie en Klimaat, 2010. Geen evaluatie beoogd, vanwege het beperkte budgettaire belang van de regeling.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m 2015.

  

Regeling:

Verlaagd tarief lokaal opgewekte duurzame energie

Beschrijving:

Voor verbruik van lokaal duurzaam opgewekte energie geldt een vrijstelling in de eerste schijf in de energiebelasting op elektriciteit. Het betreft elektriciteit die afkomstig is van een coöperatie of een vereniging van eigenaars van particuliere kleinverbruikers of kleine ondernemers, die aan deze verbruikers is geleverd en in hun nabijheid is opgewekt.

Doelstelling:

Het stimuleren van lokale duurzame opwekking van elektriciteit door particuliere kleinverbruikers.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2017.

Ramingsgrond:

Het aantal aangewezen projecten voor toepassing van deze maatregel.

Omzetbelasting verlaagd tarief

Regelingen

Boeken, tijdschriften, week- en dagbladen

Bibliotheken (verhuur boeken), musea e.d.

Kermissen, attractieparken, sportwedstrijden en -accommodatie

Circussen, bioscopen, theaters en concerten

Beschrijving:

In plaats van het algemene btw-tarief van 21 procent geldt voor leveringen van deze goederen of diensten het verlaagde btw-tarief van 6 procent.

Doelstelling:

Bevorderen van cultuur, kennisvermeerdering, recreatie en sport c.q. ondersteuning van de desbetreffende sectoren.

Ministerie:

OCW

Evaluatie:

De evaluatie van btw-regelingen op het gebied van cultuur, 2008, Kamerstukken II 2008/2009, 31 700 VIII, nr. 147. Evaluatie van de verhoging van het btw-tarief op podiumkunsten, 2014, Kamerstukken I 2013/2014, 33 752 M. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2018.

Ramingsgrond:

Bestedingscijfers CBS t/m 2015.

  

Regeling

Sierteelt

Beschrijving:

In plaats van het algemene btw-tarief van 21 procent geldt voor leveringen van deze goederen het verlaagde btw-tarief van 6 procent.

Doelstelling:

Stimuleren van binnenlandse vraag naar sierteeltproducten c.q. ondersteunen van de desbetreffende sector.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

IBO Agro-, visserij- en voedselketens, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 30 991, nr. 25. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Bestedingscijfers CBS t/m 2015.

  

Regeling:

Arbeidsintensieve diensten

Beschrijving:

In plaats van het algemene btw-tarief van 21 procent geldt voor bepaalde arbeidsintensieve diensten het verlaagde btw-tarief van 6 procent.

Het gaat om de diensten van kappers, fietsenmakers, schoenmakers, kleermakers en schoonmakers van woningen. Het verlaagde btw-tarief geldt tevens voor het schilderen, stukadoren, isoleren en behangen van woningen ouder dan twee jaar.

Doelstelling:

Bevorderen van werkgelegenheid in de desbetreffende sectoren, aanpakken problemen op de woningmarkt en bestrijding van het zwarte circuit.

Ministerie:

SZW

Evaluatie:

Monitor effecten btw-verlaging arbeidsintensieve diensten, 2002, Research voor Beleid. Contra-expertise effecten btw-verlaging arbeidsintensieve diensten, CPB, 2003, Kamerstukken II 2002/2003, 28 600 IXB, nr. 24. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2019, als onderdeel van de beleidsdoorlichting van begrotingsartikel 1 SZW; arbeidsmarkt.

Ramingsgrond:

Bestedingscijfers CBS t/m 2013.

  

Regeling:

Vervoer van personen (w.o. openbaar vervoer)

Beschrijving:

In plaats van het algemene btw-tarief van 21 procent geldt voor deze diensten het verlaagde btw-tarief van 6 procent.

Doelstelling:

Stimuleren en ondersteunen van het openbaar vervoer.

Ministerie:

I&M

Evaluatie:

De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2017, als onderdeel van de beleidsdoorlichting van begrotingsartikel 16 I&M; spoor.

Ramingsgrond:

Bestedingscijfers CBS t/m 2013.

  

Regeling:

Logiesverstrekking (incl. kamperen)

Beschrijving:

In plaats van het algemene btw-tarief van 21 procent geldt voor deze diensten het verlaagde btw-tarief van 6 procent.

Doelstelling:

Stimuleren van (internationaal) toerisme c.q. ondersteunen van de desbetreffende sector.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

Deze evaluatie wordt als afgerond beschouwd door de beleidsvisie die is uiteengezet in de Fiscale Agenda.

Ramingsgrond:

Bestedingscijfers CBS t/m 2013.

  

Regeling:

Voedingsmiddelen horeca

Beschrijving:

In plaats van het algemene btw-tarief van 21 procent geldt voor de levering van voedingsmiddelen voor gebruik ter plaatse het verlaagde btw-tarief van 6 procent.

Doelstelling:

Ondersteunen van de desbetreffende sector en voorkomen van administratieve moeilijkheden.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

Deze evaluatie wordt als afgerond beschouwd door de beleidsvisie die is uiteengezet in de Fiscale Agenda.

Ramingsgrond:

Bestedingscijfers CBS t/m 2013.

Omzetbelasting – vrijstellingen

Regeling

Sportclubs

Beschrijving:

Vrijgesteld zijn de diensten van niet-winstbeogende organisaties die zich de beoefening van sport of de bevordering daarvan ten doel stellen. Het gaat met name om contributie- en lesgelden. Deze vrijstelling is binnen de Europese Unie verplicht.

Doelstelling:

Stimuleren c.q. ondersteunen van sportclubs en verminderen van administratieve lasten.

Ministerie:

VWS

Evaluatie:

Niet van toepassing, regeling is verplicht door de Europese Commissie in de btw-richtlijn. Het is derhalve niet doelmatig om te evalueren.

Ramingsgrond:

Bestedingscijfers CBS t/m 2013.

  

Regeling:

Post

Beschrijving:

Vrijgesteld zijn diensten met betrekking tot de levering van brieven tot een bepaald gewicht, bedoeld in artikel 16 van de Postwet 2009. De vrijstelling geldt alleen voor een verlener van de universele postdienst. Binnen de Europese Unie is een vrijstelling voor openbare postdiensten verplicht.

Doelstelling:

Voorkomen van administratieve lasten.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

Niet van toepassing, regeling is verplicht door de Europese Commissie in de btw-richtlijn. Het is derhalve niet doelmatig om te evalueren.

Ramingsgrond:

Bestedingscijfers CBS t/m 2013.

  

Regeling:

Vakbonden, werkgeversorg., politieke partijen, kerken

Beschrijving:

Vrijgesteld zijn de diensten en daarmee nauw samenhangende leveringen door werkgevers- en werknemersorganisaties, alsmede door organisaties van politieke, godsdienstige, vaderlandslievende, levensbeschouwelijke of liefdadige aard aan hun leden tegen een statutair vastgestelde contributie. Deze vrijstelling is binnen de Europese Unie verplicht.

Doelstelling:

Stimuleren of ondersteunen van bedoelde organisaties en instellingen en het verminderen van administratieve lasten.

Ministerie:

FIN

Evaluatie:

Niet van toepassing, regeling is verplicht door Europese Commissie in de btw-richtlijn. Het is derhalve niet doelmatig om te evalueren.

Ramingsgrond:

Bestedingscijfers CBS t/m 2013.

  

Regeling:

Fondswerving

Beschrijving:

Deze regeling voorziet in een vrijstelling voor bijkomstige activiteiten van reeds vrijgestelde organisaties. Het gaat met name om activiteiten die zij ontplooien ter verwerving van de benodigde middelen voor hun vrijgestelde doelstelling. Om te waarborgen dat deze prestaties geen ernstige verstoring van concurrentieverhoudingen veroorzaken, is de vrijstelling beperkt tot omzetgrenzen van 68.067 euro per jaar voor leveringen en 22.689 euro per jaar voor diensten (50.000 euro voor sportorganisaties).

Doelstelling:

Stimuleren of ondersteunen van bedoelde organisaties en instellingen en het verminderen van administratieve lasten.

Ministerie:

FIN

Evaluatie:

Niet van toepassing, regeling is verplicht door de Europese Commissie in de btw-richtlijn. Het is derhalve niet doelmatig om te evalueren.

Ramingsgrond:

Bestedingscijfers CBS t/m 2013.

Omzetbelasting – Speciale regelingen

Regeling:

Kleine ondernemersregeling

Beschrijving:

Als de jaarlijks af te dragen btw lager is dan 1.883 euro, kan de ondernemer een belastingvermindering van maximaal 1.345 euro krijgen. De ondernemers die door de vermindering in het geheel geen belasting verschuldigd zijn, kunnen op verzoek van hun administratieve verplichtingen worden ontheven.

Doelstelling:

Stimuleren en ondersteunen van kleine ondernemers en het verminderen van administratieve lasten.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

Ramingsgrond:

Cijfers BTW-aangifte van de Belastingdienst.

  

Regeling:

Landbouwregeling

Beschrijving:

Landbouwers die gebruik maken van de landbouwregeling worden buiten de algemene btw-heffing gehouden. Er mag geen btw in rekening worden gebracht op landbouwprestaties indien wordt geopteerd voor toepassing van de landbouwregeling. Het recht op vooraftrek van btw vervalt daarmee ook. De zakelijke afnemers van deze landbouwers hebben recht op aftrek van een forfaitair btw-bedrag ter compensatie van de in de verkoopprijs verdisconteerde niet aftrekbare btw. De landbouwregeling is facultatief; de keuze om de regeling wel of niet toe te passen geldt telkens voor 5 jaar. Per 1 januari 2018 wordt de BTW-landbouwregeling afgeschaft.

Doelstelling:

Deze regeling heeft een historische achtergrond. Het verminderen van administratieve lasten.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

IBO Agro-, visserij- en voedselketens, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 30 991, nr. 25. Geen evaluatie beoogd, omdat de regeling wordt afgeschaft.

Ramingsgrond:

Raming zonder gegevensbron, raming gebaseerd op realisatie uit 2005 en gemiddelde jaarlijkse afname gebruik van de regeling sindsdien volgens LEI.

Accijnzen

Regeling:

Verlaagd tarief kleine brouwerijen

Beschrijving:

Bier, afkomstig van kleine brouwerijen die per kalenderjaar niet meer dan 200.000 hectoliter vervaardigen, hebben recht op een vermindering van 7,5 procent op het reguliere accijnstarief.

Doelstelling:

Tot 1992 was het doel om effectief hogere accijnsdruk voor kleine brouwerijen te voorkomen. In de met ingang van 1992 geldende heffingsystematiek is zonder een kortingsregeling sprake van een gelijke accijnsdruk voor grote en kleine brouwerijen. Om de overgang van de oude naar de huidige structuur zo soepel mogelijk te laten verlopen, is destijds besloten de regeling in te voeren.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

Evaluatierapport Belastinguitgaven op het terrein van de accijnzen, Ministerie van Financiën, 2008, Kamerstukken II 2007/2008, 31 200 IXB, nr. 18. Geen evaluatie beoogd, vanwege het beperkte budgettaire belang van de regeling.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m 2015.

  

Regeling:

Vrijstelling communautaire wateren

Beschrijving:

Op grond van artikel 14, eerste lid, onderdeel c, Richtlijn 2003/96/EG alsmede internationale afspraken (Akte van Mannheim), wordt voor leveringen van motorbrandstof aan de commerciële scheepvaart een vrijstelling van accijns verleend. Accijns is alleen verschuldigd voor zover het verbruik van een accijnsgoed in Nederland plaatsvindt. De budgettaire derving ten gevolge van de vrijstelling communautaire wateren bestaat daarom uit de accijns over de motorbrandstof die wordt gebruikt voor het varen op Nederlandse wateren.

De levering van motorbrandstof voor de internationale zeescheepvaart valt ook onder de vrijstelling. Omdat deze motorbrandstof niet in Nederland wordt verbruikt, is geen accijns verschuldigd. Indien wel accijns is betaald, kan op verzoek teruggaaf hiervan worden verleend.

Doelstelling:

Voorkomen van verstoring van de internationale concurrentieverhoudingen veroorzaakt door accijnzen op brandstof voor vaartuigen.

Ministerie:

I&M

Evaluatie:

Evaluatierapport Belastinguitgaven op het terrein van de accijnzen, Ministerie van Financiën, 2008, Kamerstukken II 2007/2008, 31 200 IXB, nr. 18. Geen evaluatie beoogd, regeling komt voort uit internationale verdragen. Het is derhalve niet doelmatig om te evalueren.

Ramingsgrond:

Verbruikscijfers brandstoffen CBS t/m 2015.

  

Regeling:

Vrijstelling accijns luchtvaartuigen

Beschrijving:

Vrijgesteld zijn minerale oliën die worden gebruikt voor de aandrijving van luchtvaartuigen, niet zijnde plezierluchtvaartuigen. De vrijstelling is vanaf 1 januari 1993 gegrond op artikel 8, eerste lid, onderdeel b, Richtlijn 92/81/EEG (de zogenoemde structuurrichtlijn minerale oliën) en sinds 1 januari 2004 op artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van Richtlijn 2003/96/EG (de richtlijn belasting op energieproducten). Het gaat om een verplichte vrijstelling. Op grond van internationale verdragen is het commerciële luchtverkeer vrijgesteld. Binnenlandse vluchten kunnen wel worden belast, hetgeen in Nederland in de periode van 1 januari 2005 tot 1 januari 2012 ook gebeurde.

Doelstelling:

Voorkomen van verstoring van de internationale concurrentieverhoudingen veroorzaakt door accijnzen op brandstof voor luchtvaartuigen.

Ministerie:

I&M

Evaluatie:

Evaluatierapport Belastinguitgaven op het terrein van de accijnzen, Ministerie van Financiën, 2008, Kamerstukken II 2007/2008, 31 200 IXB, nr. 18. Geen evaluatie beoogd, regeling komt voort uit internationale verdragen. Het is derhalve niet doelmatig om te evalueren.

Ramingsgrond:

Verbruikscijfers oliën CBS t/m 2015.

Belasting op personenauto’s en motorrijwielen (BPM)

Regeling:

Teruggaaf ambulance

Beschrijving:

Houders van personenauto’s, motorrijwielen en bestelauto’s die zijn ingericht voor vervoer van zieken en gewonden in het kader van de uitoefening van de ambulancetaak, krijgen de betaalde BPM terug. De motorrijtuigen dienen als zodanig herkenbaar te zijn.

Doelstelling:

Dienen van het algemeen belang.

Ministerie:

VWS

Evaluatie:

Evaluatierapport Het dienen van het algemene nut in de MRB en BPM, 2006, Kamerstukken II 2005/2006, 30 300 IXB, nr. 32. Geen evaluatie beoogd, vanwege het beperkte budgettaire belang van de regeling.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m 2015.

  

Regeling:

Teruggaaf taxi’s

Beschrijving:

Houders van personenauto’s die geheel of nagenoeg geheel worden gebruikt voor taxivervoer of openbaar vervoer en waarvoor een taxi- of openbaar vervoervergunning is afgegeven, krijgen de betaalde BPM terug.

Doelstelling:

Stimuleren openbaar vervoer.

Ministerie:

I&M

Evaluatie:

Evaluatierapport Openbaar vervoer en taxivervoer in de MRB en BPM, 2006, Kamerstukken II 2005/2006, 30 300 IXB, nr. 32. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2017.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m 2015.

Motorrijtuigenbelasting (MRB)

Regeling:

Nihiltarief OV-bussen op LPG

Beschrijving:

Voor autobussen die hoofdzakelijk worden gebruikt voor het openbaar vervoer en op LPG rijden, geldt een nihiltarief in de MRB.

Doelstelling:

Bevorderen milieuvriendelijke vervoerswijzen.

Ministerie:

I&M

Evaluatie:

Evaluatierapport Openbaar vervoer en taxivervoer in de MRB en BPM, 2006, Kamerstukken II 2005/2006, 30 300 IXB, nr. 32. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m eerste helft 2016.

  

Regeling

Vrijstelling MRB motorrijtuigen ouder dan 40 jaar inclusief overgangsregeling

Beschrijving:

Motorrijtuigen van 40 jaar en ouder zijn vrijgesteld van MRB. Voor benzineauto’s, motoren, vrachtauto’s en autobussen die op 31 december 2013 onder de toen geldende vrijstelling vielen (vóór 1 januari 1988 in gebruik genomen) en nog niet 40 jaar oud zijn geldt een overgangsregeling. Voor deze motorrijtuigen geldt een kwarttarief met een maximum MRB van 120 euro per jaar onder de voorwaarde dat gedurende de maanden december tot en met februari geen gebruik wordt gemaakt van de openbare weg. De regeling hangt samen met het ingevoerde houderschapsstelsel.

Doelstelling:

Verlagen van lasten voor eigenaren van klassieke motorrijtuigen en daarmee het behouden van cultureel rijdend erfgoed.

Ministerie:

FIN

Evaluatie:

Kamerbrief: «Budgettaire opbrengst van de oldtimermaatregel», Kamerstukken II 2014/2015, 34 002, nr. 100. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2019.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m eerste helft 2016.

  

Regeling

Vrijstelling taxi’s

Beschrijving:

Voor personenauto’s die geheel of nagenoeg geheel worden gebruikt voor taxivervoer of openbaar vervoer en waarvoor een taxi- of openbaar vervoervergunning is afgegeven, wordt vrijstelling van motorrijtuigenbelasting verleend.

Doelstelling:

Bevorderen van openbaar vervoer.

Ministerie:

I&M

Evaluatie:

Evaluatierapport Openbaar vervoer en taxivervoer in de MRB en BPM, 2006, Kamerstukken II 2005/2006, 30 300 IXB, nr. 32. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2017.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m eerste helft 2016.

  

Regeling

Vrijstelling reinigingsdiensten

Beschrijving:

Voor motorrijtuigen die uitsluitend worden gebruikt als vuilniswagens, kolkenzuigers en straatveegwagens, wordt vrijstelling van motorrijtuigenbelasting verleend.

Doelstelling:

Dienen van het algemeen belang.

Ministerie:

FIN

Evaluatie:

Evaluatierapport Het dienen van het algemene nut in de MRB en BPM, 2006, Kamerstukken II 2005/2006, 30 300 IXB, nr. 32. Geen evaluatie beoogd, vanwege het beperkte budgettaire belang van de regeling.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m eerste helft 2016.

  

Regeling

Vrijstelling wegenbouw

Beschrijving:

Voor motorrijtuigen die uitsluitend worden gebruikt voor de aanleg en onderhoud van wegen, wordt vrijstelling van motorrijtuigenbelasting verleend.

Doelstelling:

Dienen van het algemeen belang.

Ministerie:

I&M

Evaluatie:

Evaluatierapport Het dienen van het algemene nut in de MRB en BPM, 2006, Kamerstukken II 2005/2006, 30 300 IXB, nr. 32. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2017.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m eerste helft 2016.

  

Regeling

Vrijstelling ambulances

Beschrijving:

Voor ambulances en voor andere motorrijtuigen die zijn ingericht voor vervoer van zieken en gewonden in het kader van de uitoefening van de ambulancetaak, wordt vrijstelling van motorrijtuigenbelasting verleend.

Doelstelling:

Dienen van het algemeen belang.

Ministerie:

VWS

Evaluatie:

Evaluatierapport Het dienen van het algemene nut in de MRB en BPM, 2006, Kamerstukken II 2005/2006, 30 300 IXB, nr. 32. Geen evaluatie beoogd, vanwege het beperkte budgettaire belang van de regeling.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m eerste helft 2016.

  

Regeling

Nihiltarief MRB zeer zuinige auto’s

Beschrijving:

Per 1 januari 2014 geldt er voor auto´s met een CO2-uitstoot die niet hoger is dan 50 gr/km een nihiltarief. Per 1 januari 2016 geldt deze vrijstelling alleen voor volledig elektrische auto’s. Voor auto’s met een CO2-uitstoot die niet hoger is dan 50 gr/km geldt per 1 januari 2016 een halftarief.

Doelstelling:

Bevorderen van het gebruik van milieuvriendelijke motorrijtuigen.

Ministerie:

I&M

Evaluatie:

Evaluatie autogerelateerde belastingen 2008–2013 en vooruitblik automarktontwikkelingen tot 2020, Policy Research Corporation, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 32 800, nr. 24. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m 2016.

  

Regeling

Overige vrijstellingen

Beschrijving:

Diverse vrijstellingen van motorrijtuigenbelasting, onder meer voor lijkwagens en dierenambulances.

Doelstelling:

Dienen van het algemeen belang of vanwege gering gebruik van de weg.

Ministerie:

FIN

Evaluatie:

Evaluatierapport Het dienen van het algemene nut in de MRB en BPM, 2006, Kamerstukken II 2005/2006, 30 300 IXB, nr. 32. Het beperkte en ondergeschikte gebruik van de weg in de MRB, 2007, Kamerstukken II 2006/2007, 30 800 IXB, nr. 17. Geen evaluatie beoogd, vanwege het beperkte budgettaire belang van de regeling.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m eerste helft 2016.

Belasting op zware motorrijtuigen (eurovignet)

Regeling:

Teruggaaf internationaal gecombineerd vervoer

Beschrijving:

Vrachtauto’s met een toegestane maximum massa van 12 ton of meer die het grootste deel van de route per trein afleggen, kunnen op verzoek (een deel van) het betaalde eurovignetbedrag terugkrijgen. De teruggaaf is gebaseerd op een Europese richtlijn (Richtlijn 93/89/EEG).

Doelstelling:

Stimuleren van het goederenvervoer per spoor.

Ministerie:

I&M

Evaluatie:

Niet van toepassing, regeling vloeit voort uit Europese regelgeving.

Ramingsgrond:

Het aantal teruggaven is vrijwel nihil volgens eerdere analyse.

Overdrachtsbelasting

Regeling:

Vrijstelling overdrachtsbelasting bedrijfsoverdracht in familiesfeer

Beschrijving:

Vrijgesteld van overdrachtsbelasting is de verkrijging door een familielid van goederen die behoren tot en dienstbaar zijn aan (de continuering) van een onderneming. De regeling vindt slechts toepassing indien de overdragende ondernemer een ouder of grootouder betreft en de onderneming in zijn geheel (al dan niet in fasen) wordt voortgezet door het verkrijgende familielid.

Doelstelling:

Stimuleren van overdracht onderneming aan de volgende generatie.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

Evaluatie fiscale regelingen gericht op bedrijfsoverdracht, SEO, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 32 637, nr. 158. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m 2013.

  

Regeling:

Vrijstelling overdrachtsbelasting stedelijke herstructurering

Beschrijving:

De vrijstelling stedelijke herstructurering bestaat uit drie regelingen, te weten: de per 1 januari 2003 ingevoerde vrijstelling die het mogelijk maakt voor wijkontwikkelingsmaatschappijen huizen te verkrijgen zonder overdrachtsbelasting; de per 1 januari 2005 ingevoerde vrijstelling die het voor woningcorporaties mogelijk maakt om ter financiering van stedelijke herstructurering huizen zonder overdrachtsbelasting over te dragen aan een landelijk werkende toegelaten instelling en de per 1 januari 2006 ingevoerde vrijstelling die ertoe strekt de verkrijging van onroerende zaken van wijkontwikkelingsmaatschappijen door de deelnemers in een dergelijke maatschappij in bepaalde situaties vrij te stellen van overdrachtsbelasting.

Doelstelling:

Stimulering van stedelijke herstructurering.

Ministerie:

BZK

Evaluatie:

De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2016.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m 2013.

  

Regeling:

Vrijstelling landinrichting

Beschrijving:

Vrijgesteld zijn verkrijgingen krachtens de Ruilverkavelingwet 1954, de Wet inrichting landelijk gebied en enkele andere vergelijkbare wetten.

Doelstelling:

Versterken van de economische structuur van de land- en tuinbouwsector.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

De evaluatie van de regelingen voor de landbouw, LEI, 2008, Kamerstukken II 2008/2009, 31 727, nr. 1. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2016.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m 2013.

  

Regeling:

Vrijstelling Bureau Beheer Landbouwgronden

Beschrijving:

Vrijgesteld zijn verkrijgingen door het Bureau Beheer Landbouwgronden.

Doelstelling:

Versterken van de economische structuur van de land- en tuinbouwsector.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

De evaluatie van de regelingen voor de landbouw, LEI, 2008, Kamerstukken II 2008/2009, 31 727, nr. 1. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2016.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m 2013.

  

Regeling:

Vrijstelling cultuurgrond

Beschrijving:

Vrijgesteld is de verkrijging van cultuurgrond – daaronder begrepen de rechten van erfpacht of beklemming daarop – die ten behoeve van de landbouw bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd. Voorwaarde is dat de exploitatie van de cultuurgrond voor een aaneensluitende periode van tien jaar wordt voortgezet.

Doelstelling:

Versterken van de economische structuur van de land- en tuinbouwsector.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

IBO Agro-, visserij- en voedselketens, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 30 991, nr. 25. De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m 2013.

  

Regeling:

Vrijstelling natuurgrond

Beschrijving:

Vrijgesteld is de verkrijging van natuurgrond, daaronder begrepen de rechten van erfpacht of beklemming daarop. Per 11 juli 2008 is de vrijstelling ook van toepassing op de verkrijging van landbouwgrond, die geschikt is gemaakt voor ontwikkeling tot natuurterrein.

Doelstelling:

Bevorderen en behoud van natuurschoon.

Ministerie:

EZ

Evaluatie:

De afronding van de volgende evaluatie is beoogd in 2016.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m 2013.

Inkomstenbeperkende regelingen

Hieronder worden de inkomstenbeperkende regelingen toegelicht. Hierin wordt geen verantwoordelijk departement, doelstelling en evaluatieplanning genoemd.

Regeling:

Eigen woning

Beschrijving:

De post eigen woning bestaat uit het saldo van de derving door de hypotheekrenteaftrek en de inkomsten via het eigenwoningforfait. Deze worden in box 1 behandeld. Over eigenwoningschuld betaalde rente is aftrekbaar van het inkomen (hypotheekrenteaftrek). Vanaf 2013 is een aantal beperkende maatregelen doorgevoerd: het marginale aftrektarief (in de vierde schijf) wordt jaarlijks met 0,5%-punt gereduceerd en nieuwe hypotheekleningen dienen in dertig jaar volledig en minimaal annuïtair afgelost te worden om in aanmerking te komen voor renteaftrek (tenzij deze onder het overgangsrecht vallen). Hiertegenover staat het eigenwoningforfait. Huishoudens met een eigen woning dienen afhankelijk van de hoogte van de WOZ-waarde een percentage van de WOZ-waarde bij het belastbaar inkomen op te tellen.

Ramingsgrond:

Omvang aftrekpost integrale aangiftecijfers inkomstenbelasting t/m 2013. Bijbehorende budgettair belang berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

Regeling:

Pensioenen

Beschrijving:

Volgens de omkeerregel wordt het werkgeversdeel van de pensioenpremie niet tot het loon gerekend en wordt het werknemersdeel van de pensioenpremie in mindering gebracht bij het bepalen van het fiscale loon. Verder valt het opgebouwde pensioenvermogen niet in box 3. De pensioenuitkeringen worden vervolgens in de belastingheffing betrokken. Het getoonde budgettaire beslag is het saldo in het betreffende jaar van de hiervoor genoemde omkeerregel.

Ramingsgrond:

Cijfers van het CBS (pensioenvermogen tot 2014) en uitkomsten uit MIMOSI (pensioenpremies en pensioenuitkeringen en ontwikkeling pensioenvermogen na 2014).

Overige fiscale regelingen

Hieronder worden de overige fiscale regelingen toegelicht.

Regeling:

MKB-winstvrijstelling

Beschrijving:

De MKB-winstvrijstelling is een vrijstelling van een deel van de belastbare winst voor ondernemers in de inkomstenbelasting. Sinds 2014 bedraagt de MKB-winstvrijstelling 14 procent van de winst nadat de winst is verminderd met de ondernemersaftrek.

Doelstelling:

Stimuleren van ondernemerschap.

Ramingsgrond:

Omvang aftrekpost integrale aangiftecijfers inkomstenbelasting t/m 2013. Bijbehorende budgettair belang berekend met MIMOSI op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

Regeling:

Innovatiebox

Beschrijving:

Op verzoek en onder voorwaarden worden winsten uit zelf-ontwikkelde immateriële activa belast tegen een effectief tarief van 5 procent vennootschapsbelasting. Er kan gekozen worden voor toepassing van de forfaitaire regeling. Hierbij wordt 25% van de winst aangemerkt als winsten uit immateriële activa met een maximum van € 25.000.

Doelstelling:

Stimuleren, aantrekken en behouden van speur- en ontwikkelingswerk en bevorderen vestigingsklimaat.

Ramingsgrond:

Cijfers aangifte vennootschapsbelasting Belastingdienst t/m 2013 definitief.

Regeling:

Vermindering verhuurderheffing

Beschrijving:

Deze regeling is beschikbaar voor belastingplichtigen in het kader van de verhuurderheffing, die onder andere investeren in huurwoningen met een huurprijs onder de liberalisatiegrens. Het bedrag aan heffingsvermindering dat genoemd is in de investeringsverklaring van RVO, wordt van de verhuurderheffing afgetrokken. Het budget is 280 miljoen euro over de jaren 2014 tot en met 2017.

Doelstelling:

Stimuleren van investeringen in goedkope huurwoningen.

Ramingsgrond:

Gegevens investeringsverklaringen RVO t/m mei 2016.

Regeling:

30%-regeling

Beschrijving:

De werkgever mag onder voorwaarden een forfaitair bedrag van 30 procent van het loon, inclusief vergoeding, belastingvrij verstrekken aan ingekomen en uitgezonden werknemers.

Doelstelling:

De 30%-regeling dient ter compensatie van extra kosten van ingekomen en uitgezonden werknemers. Verder heeft de regeling als doel:

(a) het aantrekken van werknemers met een specifieke deskundigheid die in Nederland niet of schaars voorhanden is;

(b) het vestigingsklimaat in Nederland aantrekkelijker maken;

(c) verminderen van administratieve lasten.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m 2015. De daadwerkelijke inkomstenderving door de regeling is minder dan het hiermee berekende budgettair belang, aangezien zonder de regeling de werkelijke kosten belastingvrij vergoed kunnen worden.

Regeling:

Eenmalige vrijstellingen eigen woning

Beschrijving:

Voor schenkingen van ouders aan kinderen tussen de 18 en 40 jaar ten behoeve van de eigen woning geldt een eenmalige vrijstelling. De vrijstelling bedraagt 53.016 euro in 2016. Vanaf 2017 wordt dit bedrag verhoogd tot 100.000 euro en hoeft de schenking niet enkel van de ouders te komen om onder de vrijstelling te vallen.

Doelstelling:

Verminderen van de eigenwoningschuld van Nederlandse huishoudens.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m juli 2016.

Regeling:

Aftrek specifieke zorgkosten

Beschrijving:

Bepaalde zorgkosten mogen worden afgetrokken. Hiervoor komt in aanmerking het deel van de kosten dat uitkomt boven het drempelbedrag en waarvoor geen vergoeding is gekregen van bijvoorbeeld de (aanvullende) zorgverzekering of de bijzondere bijstand. Het drempelinkomen bepaalt de eventuele verhoging specifieke zorgkosten en het drempelbedrag waarmee de aftrek wordt berekend. Kosten mogen alleen afgetrokken worden in het jaar waarin de kosten zijn betaald.

Doelstelling:

Tegemoetkoming van chronisch zieken en gehandicapten.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m 2014.

Regeling:

Salderingsregeling

Beschrijving:

De salderingsregeling in de energiebelasting geldt voor kleinverbruikers die zonnepanelen hebben. Per kalenderjaar wordt de verbruikte elektriciteit weggestreept tegen de teruggeleverde elektriciteit. Voor salderen is de bovengrens het eigen jaarlijkse verbruik. Voor de geproduceerde elektriciteit boven het eigen verbruik ontvangt de kleinverbruiker van zijn energieleverancier een terugleververgoeding.

Doelstelling:

Stimuleren van energieopwekking middels zonnepanelen.

Ramingsgrond:

Cijfers ECN over elektriciteitsproductie uit zon-PV in huishoudens.

Regeling:

Belastingvermindering per aansluiting

Beschrijving:

Per elektriciteitsaansluiting geldt een belastingvermindering. Deze is 310,81 euro (exclusief btw). De vermindering geldt alleen voor onroerende zaken met verblijfsfunctie (zoals een huis of kantoor).

Doelstelling:

Ondersteunen van de basisbehoefte aan energie.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m 2015.

Regeling:

BTW laag Geneesmiddelen en hulpmiddelen

Beschrijving:

In plaats van het algemene btw-tarief van 21 procent geldt voor leveringen van deze goederen het verlaagde btw-tarief van 6 procent. Dit geldt voor geneesmiddelen in farmaceutische vorm die zijn geregistreerd of voldoen aan de definitie uit de Geneesmiddelenwet, hulpmiddelen, voorbehoedsmiddelen, infusievloeistoffen en voor geneeskundige doeleinden bestemde inhalatiegassen.

Doelstelling:

Ondersteunen van de basisbehoefte aan zorg.

Ramingsgrond:

Bestedingscijfers CBS t/m 2013 definitief.

Regeling:

BTW laag Water

Beschrijving:

In plaats van het algemene btw-tarief van 21 procent geldt voor bepaalde leveringen en diensten met betrekking tot water het verlaagde btw-tarief van 6 procent.

Doelstelling:

Ondersteunen van de basisbehoefte aan water.

Ramingsgrond:

Bestedingscijfers CBS t/m 2013 definitief.

Regeling:

BTW laag Voedingsmiddelen (niet verstrekt in horeca)

Beschrijving:

In plaats van het algemene btw-tarief van 21 procent geldt voor de levering van voedingsmiddelen die voldoen aan de eisen van de Warenwetgeving, inclusief niet-alcolhoudende dranken, het verlaagde btw-tarief van 6 procent.

Doelstelling:

Ondersteunen van de basisbehoefte aan voeding.

Ramingsgrond:

Bestedingscijfers CBS t/m 2013 definitief.

Regeling:

MRB kwarttarieven

Beschrijving:

Kampeerauto’s, voertuigen voor particulier paardenvervoer, kermis- en circusvoertuigen, rijdende werktuigen en rijdende werkplaatsen betalen een kwart van het reguliere MRB-tarief. Het overgrote deel hiervan betreft kampeerauto’s.

Doelstelling:

Deze voertuigen betalen een kwarttarief omdat zij gering gebruik maken van de weg.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m juli 2016.

Regeling:

MRB verlaagde tarieven; bestelauto ondernemers

Beschrijving:

Voor ondernemers die een bestelauto meer dan bijkomstig (meer dan 10% van het totale gebruik van de bestelauto) in hun onderneming gebruiken, biedt de wet een mogelijkheid van teruggaaf van BPM en een verlaagd tarief in de MRB.

Doelstelling:

Stimuleren van ondernemerschap.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m juni 2016.

Regeling:

MRB verlaagde tarieven; bestelauto gehandicapten

Beschrijving:

Een verlaagd MRB-tarief is van toepassing op een bestelauto die wordt gebruikt voor het vervoer van een gehandicapte persoon in de cabine van het voertuig en voor het gelijktijdig vervoeren van een niet-opvouwbare rolstoel van die persoon.

Doelstelling:

Tegemoetkoming voor gehandicapten.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m juni 2016.

Regeling:

MRB Vrijstelling politie- en defensievoertuigen

Beschrijving:

Voertuigen die uitsluitend worden gebruikt voor defensie of door de politie zijn vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting.

Doelstelling:

Dienen van het algemeen belang.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m half 2016.

Regeling:

Algemene heffingskorting

Beschrijving:

De algemene heffingskorting is een heffingskorting op de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Iedereen heeft recht op de korting. De hoogte van de algemene heffingskorting is vanaf 2014 inkomensafhankelijk; de korting wordt verminderd met een percentage van het belastbaar inkomen uit werk en woning. De korting bedraagt maximaal 2.242 euro.

Doelstelling:

Inkomensondersteuning

Ramingsgrond:

MIMOSI.

Regeling:

Arbeidskorting

Beschrijving:

De arbeidskorting is een heffingskorting voor werkenden. De hoogte hangt af van de hoogte van het arbeidsinkomen. De korting bedraagt maximaal 3.103 euro.

Doelstelling:

Stimuleren van arbeidsparticipatie.

Ramingsgrond:

MIMOSI.

Regeling:

Inkomensafhankelijke Combinatiekorting

Beschrijving:

De inkomensafhankelijke combinatiekorting is een heffingskorting voor ouders met een belastbaar inkomen boven een bepaalde drempel. Een ouder komt in aanmerking als deze een werkende alleenstaande is of de minstverdienende van twee werkende partners, en als deze in een jaar tenminste zes maanden een kind jonger dan 12 jaar oud op zijn woonadres heeft staan ingeschreven. De korting bedraagt maximaal 2.769 euro.

Doelstelling:

Stimuleren van arbeidsparticipatie van ouders met jonge kinderen.

Ramingsgrond:

MIMOSI.

Regeling:

Jonggehandicaptenkorting

Beschrijving:

De jonggehandicaptenkorting is een heffingskorting voor belastingplichtigen die recht hebben op een uitkering volgens de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong-uitkering) of op ondersteuning bij het vinden van werk volgens de wet Wajong. De korting vervalt als de belastingplichtige ouderenkorting krijgt. De korting bedraagt 719 euro.

Doelstelling:

Inkomensondersteuning jonggehandicapten.

Ramingsgrond:

MIMOSI.

Regeling:

Alleenstaande ouderenkorting

Beschrijving:

De alleenstaande ouderenkorting is een heffingskorting voor belastingplichtigen die een AOW-uitkering krijgen voor een alleenstaande. De korting bedraagt 436 euro.

Doelstelling:

Inkomensondersteuning alleenstaande ouderen.

Ramingsgrond:

MIMOSI.

Regeling:

Ouderenkorting

Beschrijving:

De ouderenkorting is een heffingskorting voor belastingplichtigen die op 31 december van het jaar van aangifte de AOW-leeftijd hebben. De korting bedraagt 1.187 euro voor inkomens tot en met 35.949 euro en 70 euro voor inkomens boven die drempel.

Doelstelling:

Inkomensondersteuning ouderen.

Ramingsgrond:

MIMOSI.

Noot 1: Als voor twee regelingen afzonderlijk het verschil in belastingheffing wordt berekend met en zonder deze aftrekposten, is het berekende budgettaire belang kleiner dan als voor de twee samen het budgettaire belang wordt berekend, omdat dan een groter deel van deze aftrekposten in een hogere schijf terecht komt.

Noot 2: Kamerstukken II 2009/2010, 31 935, nr. 6.