Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Bijlage 10: Risicoregelingen van het Rijk 2017

Tabellen 10.1, 10.2 en 10.3 geven een totaaloverzicht van risicoregelingen van het Rijk. Voor details over onderstaande garantieregelingen en achterborgstellingen wordt verwezen naar begrotingen en jaarverslagen van de betreffende vakdepartementen. In de tabellen is aangegeven op welke begroting en op welk begrotingsartikel de verschillende risicoregelingen zijn opgenomen.

Garanties

Een garantie wordt omschreven als een voorwaardelijke, financiële verplichting van het Rijk aan een partij buiten het Rijk, die pas tot uitbetaling komt als zich bij de wederpartij een bepaalde omstandigheid (realisatie van een risico) voordoet.

Tabel 10.1 bevat de garantieregelingen van het Rijk. Alle regelingen met een uitstaand risico groter dan 100 miljoen euro zijn, met het oog op de leesbaarheid, uitgesplitst weergegeven. De resterende regelingen zijn samengevat in de post «Overig». Het overzicht bevat alle garanties met de stand ultimo 2017. Ontwikkelingen daarna zijn niet in het overzicht opgenomen omdat die buiten de reikwijdte van het jaarverslag 2017 vallen. Deze worden meegenomen in het overzicht van risicoregelingen van het Rijk bij de Miljoenennota 2019.

In het overzicht worden achtereenvolgens de begroting, het begrotingsartikel en de omschrijving van de garantie weergegeven. Daarachter staat voor de jaren 2016 en 2017 het bedrag dat daadwerkelijk als risico is verleend dan wel door de Tweede Kamer is geautoriseerd, genaamd de «uitstaande garanties». Onder de uitstaande garanties vallen ook de garanties die in eerdere jaren zijn verstrekt. In 2017 zijn er garanties verleend, maar zijn er ook garanties komen te vervallen. Dit is terug te lezen in de kolommen «verleende garanties» en «vervallen garanties».

Een garantieregeling van het Rijk kent vrijwel altijd een maximum, het zogenoemde plafond. Dit plafond kan een jaarlijks plafond zijn (per jaar mag een maximaal bedrag aan garanties worden verleend) of een totaalplafond (er mogen nooit meer garanties verleend worden dan het plafond). In tabel 10.1 is onderscheid gemaakt tussen beide soorten plafonds. Bij internationale organisaties is gekozen het garantieplafond gelijk te stellen aan de uitstaande garanties. Hiervan is sprake bij de Europese garanties (EFSF, EFSM en ESM) en de garanties van een aantal internationale financiële instellingen zoals het IMF en de Wereldbank.

Tabel 10.1 Door het Rijk verleende garanties (in miljoenen euro)

b

a

Omschrijving

Uitstaande garanties

Verleende garanties

Vervallen garanties

Uitstaande garanties

Garantie-plafond

Totaal plafond

     

2016

2017

2017

2017

2017

2017

VIII

7

Bouwleningen academische ziekenhuizen

189,3

 

12,7

176,6

 

176,6

VIII

14

Achterborgovereenkomst NRF

307,8

95,7

62,0

341,6

 

380,0

VIII

14

Indemniteitsregeling

257,4

434,5

407,6

284,3

 

300,0

IXB

2

Deposito Garantiestelsel (DGS) BES-eilanden

 

135,0

 

135,0

135,0

 

IXB

2

Single Resolution Fund (SRF)

4.163,5

   

4.163,5

 

4.163,5

IXB

2

WAKO (kernongevallen)

9.768,9

   

9.768,9

 

9.768,9

IXB

3

De Nederlandsche Bank (DNB) winstafdracht

5.700,0

   

5.700,0

 

5.700,0

IXB

3

Financieringsmaatschappij voor ontwikkelingslanden (FMO)

5.779,0

 

286,0

5.493,0

 

5.493,0

IXB

3

Garantie en vrijwaring inzake verkoop en financiering van staatsdeelnemingen

398,5

 

58,0

340,5

 

340,5

IXB

4

Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB)

782,7

 

94,8

687,9

 

687,9

IXB

4

DNB – deelneming in kapitaal IMF

31.198,1

13.610,0

2.159,0

42.649,1

 

42.649,1

IXB

4

European Bank for Reconstruction and Development (EBRD)

589,1

   

589,1

 

589,1

IXB

4

European Financial Stabilisation Mechanism (EFSM)

2.820,0

   

2.820,0

 

2.820,0

IXB

4

European Financial Stability Facility (EFSF)

34.154,2

   

34.154,2

 

34.154,2

IXB

4

European Investment Bank (EIB)

9.895,5

   

9.895,5

 

9.895,5

IXB

4

European Stability Mechanism (ESM)

35.445,4

   

35.445,4

 

35.445,4

IXB

4

Kredieten EU-betalingsbalanssteun

2.350,0

   

2.350,0

 

2.350,0

IXB

4

Wereldbank

4.922,8

 

596,1

4.326,7

 

4.326,7

IXB

5

Exportkredietverzekering

15.758,8

5.160,6

4.199,8

16.719,6

10.000,0

 

XIII

2

Borgstelling MKB Kredieten (BMKB)

1.827,0

558,4

564,8

1.820,6

765,0

 

IXB

5

Regeling Investeringen

154,7

0,4

60,8

94,2

453,8

 

XIII

2

Garantie Onderne-mingsfinanciering (GO)

566,3

165,6

138,8

593,1

400,0

 

XIII

2

Groeifaciliteit

121,6

25,2

27,8

118,9

135,0

 

XIII

2

MKB-financiering

25,0

43,2

 

68,2

 

750,0

XIII

2

Microkredieten (Qredits)

99,7

13,3

9,6

103,4

 

113,0

XIII

6

Garantie voor investeringen & werkkapitaal landbouwondernemingen

318,8

49,4

28,9

339,3

120,0

 

XIII

8

Garantie voor natuurgebieden en landschappen

383,6

 

18,7

364,9

 

383,6

XVI

2 en 3

Instellingen voor de gezondheidszorg

365,3

4,3

57,1

312,5

 

312,5

XVII

41

Dutch Trade and Investment Fund (DTIF)

 

5,8

 

5,8

 

140

XVII

41

Garantie Dutch Good Growth Fund (DGGF)

35,7

21,9

6,5

51,0

 

675,0

XVII

45

Garanties Internationale samenwerking – Netwerk internati-onaal ondernemen (IS-NIO)

166,6

 

11,8

154,8

 

154,8

XVII

45

Garanties IS-Raad van Europa

176,7

   

176,7

 

176,7

XVII

45

Garanties Regionale Ontwikkelingsbanken

2.264,7

1,0

84,8

2.180,9

 

2.180,9

   

Overig

1.739,3

20,2

159,8

1.599,7

149,9

1.505,4

                 
   

Totaal

172.726,0

20.344,2

9.331,4

184.024,8

12.158,7

165.632,3

                 
   

Totaal als precentage bbp

24,6%

   

25,1%

   

Tabel 10.2 bevat de uitgaven en ontvangsten behorende bij de door het Rijk verstrekte garanties in 2016 en 2017. Alleen garanties waarbij de daadwerkelijke uitgaven en ontvangsten groter zijn dan 50 duizend euro worden weergegeven. De in de tabel getoonde uitgaven betreffen de schade-uitkeringen op afgegeven garanties. De in de tabel getoonde ontvangsten betreffen zowel ontvangen premies, provisies en dergelijke als op derden verhaalde (schade-)uitkeringen.

Tabel 10.2 Uitgaven en ontvangsten op de door het rijk verstrekte garanties (in miljoenen euro)

b

a

omschrijving

Uitgaven

Ontvangsten

Uitgaven

Ontvangsten

     

2016

2016

2017

2017

VI

34

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

1,8

 

2,6

 

IXB

1

Garantie procesrisico's

0,2

 

0,2

 

IXB

2

Terrorismeschades (NHT)

 

0,9

 

0,9

IXB

2

WAKO (kernongevallen)

 

0,6

 

0,6

IXB

3

Garantie Propertize/SNS

 

7,8

 

4,1

IXB

3

Financiering NS (Eurofima)

 

0,9

 

0,5

IXB

3

Tennet

 

4,8

 

4,8

IXB

5

Regeling Investeringen

 

0,7

 

0,6

IXB

5

Exportkredietverzekering

13,9

329,6

37,9

237,2

XIII

2

Borgstelling MKB krediet (BMKB)

35,0

35,6

34,8

37,3

XIII

2

Garantie Ondernemersfinanciering (GO)

2,1

9,7

1,6

9,1

XIII

2

Groeifaciliteit

6,1

4,4

4,2

5,5

XIII

2

MKB-financiering

     

0,04

XIII

2

Scheepsnieuwbouw garantieregeling

 

0,1

 

0,2

XIII

4

Aardwarmte

1,2

1,0

 

0,8

XIII

6

Garantie voor investeringen & werkkapitaal landbouwondernemingen

3,6

2,0

2,1

2,7

XIII

8

Garantie Ruimte voor Ruimte

   

4,4

 

XV

2

Startende ondernemers

0,1

0,02

0,01

 

XVII

41

Garantie Fonds Opkomende Markten (FOM)

0,02

0,4

1,6

0,4

XVII

41

Dutch Trade and Investment Fund (DTIF)

     

0,04

XVII

41

Garantie Dutch Good Growth Fund (DGGF)

1,5

1,0

5,6

1,5

XVII

45

Garanties Internationale samenwerking – Netwerk internationaal ondernemen (IS-NIO)

0,2

     
   
   

Totaal

65,7

399,4

94,9

306,2

Achterborgstellingen

Het Rijk heeft drie achterborgstellingen verleent, te weten: Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW), Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en Stichting Waarborgfonds Zorg (WFZ). Bij achterborgstelling wordt de daadwerkelijke garantieverplichting niet afgegeven door het Rijk maar door een daarvoor aangewezen tussenpersoon, bijvoorbeeld een stichting. Het Rijk wordt pas aangesproken zodra de tussenpersoon niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. In de begrotingen van BZK / W&R en VWS worden achterborgstellingen niet als verplichting opgenomen (zolang er geen schade ontstaat of is ontstaan). Het uitstaande risico van het Rijk bij deze waarborgfondsen is opgenomen in tabel 10.3.

Het risico uit de achterborgstellingen is niet één op één te vergelijken met het risico uit de garantieregelingen. Bij achterborgstellingen worden de risico’s soms gedeeld met gemeenten. Zo worden de verplichtingen die het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) voor 1 januari 2011 is aangegaan voor 50 procent gedekt door gemeenten en voor 50 procent door het Rijk. Verplichtingen aangegaan na deze datum worden volledig door het Rijk gedekt. Bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) wordt de gehele positie met gemeenten gedeeld.

Per achterborgstelling zijn er verschillende mogelijkheden om eventuele schade te dekken. Het WSW beschikt over een fondsvermogen en kan daarnaast indien nodig obligo ophalen bij deelnemende woningcorporaties ter hoogte van € 3,1 miljard. Ook kunnen woningcorporaties in financiële problemen onder bepaalde voorwaarden een aanvraag doen voor saneringssteun. Saneringssteun wordt bekostigd via een heffing aan corporaties en deze middelen lopen via een risicovoorziening op de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Alle woningcorporaties zijn op basis van de wet verplicht om deze heffing te betalen. Er kan tot maximaal 5% van de huursom (circa € 700 miljoen) per jaar worden geheven. Financiële problemen bij corporaties worden in eerste instantie dus betaald door de corporatiesector zelf via het fondsvermogen WSW, obligo en de saneringsheffing. Pas daarna komen Rijk en gemeenten in beeld via de achtervang. De achtervang is nog niet eerder aangesproken.

De Stichting Waarborgfonds Zorg (WFZ) kent een soortgelijke regeling. Ook hier wordt eerst het bufferkapitaal van de stichting aangesproken om schade te dekken. Daarna moeten de zorginstellingen met een door het WFZ geborgde lening een percentage (maximaal 3 procent van de uitstaande garanties van de deelnemende zorginstelling) van het leningenbedrag afdragen (obligo). Mocht dit onvoldoende zijn om de verplichtingen van het WFZ na te komen, dan kan het WFZ een beroep doen op de rijksoverheid. Bij het WEW geldt geen obligoverplichting. Hier dienen huizen als onderpand, waardoor de schade zich beperkt tot eventuele restschulden na gedwongen verkoop. Het WEW teert bij verlies direct in op het bufferkapitaal.

Tabel 10.3 Achterborgstellingen van het Rijk (in miljoenen euro)

b

a

omschrijving

Geborgd vermogen

Geborgd vermogen

Bufferkapitaal

Obligo

     

2016

2017

2017

2017

XVI

2

Stichting Waarborgfonds Zorg (WFZ)

7.954

7.573

281

227

XVIII

11

WSW-achterborgstelling

82.217

81.057

5311

3.100

XVIII

11

WEW-achterborgstelling

193.000

197.000

1.105

n.v.t.

   

Totaal Achterborgstellingen

283.171

285.630

   

Noot 1: Stand jaarverslag 2016