Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Bijlage 6: EMU-saldo en EMU-schuld

Tabel 6.1 EMU-saldo
 

(in miljoenen euro, + is overschot)

MN 2017

FJR 2017

Verschil

1

Belasting- en premieontvangsten

260.537

271.278

10.741

2

Totale netto-uitgaven

278.327

266.125

– 12.202

3

Af: niet EMU-saldo relevante uitgaven

– 16.881

– 8.678

8.203

4

Bij: Kas-transverschillen en overige posten

– 422

– 4.756

– 4.334

5

Bij: EMU-saldo decentrale overheden

– 1.919

– 1.061

858

6

EMU-saldo collectieve sector (1-2-3+4+5)

– 3.250

8.014

11.264

Tabel 6.1 geeft het EMU-saldo van de hele collectieve sector weer. Dit EMU-saldo (ook wel het overheidssaldo genoemd) is de optelsom van alle inkomsten en uitgaven van de rijksoverheid en de decentrale overheden. De inkomsten en uitgaven van de rijksoverheid zijn in meer detail te vinden in bijlage 4 en bijlage 5. Om tot het EMU-saldo te komen moeten hier nog een paar correcties op worden toegepast: sommige uitgaven tellen niet mee voor het EMU-saldo (zie tabel 6.2) en voor sommige posten telt een ander bedrag mee voor het EMU-saldo dan in de Rijksbegroting (op kasbasis) is opgenomen (zie tabel 6.3).

Tabel 6.2 Uitgaven niet-relevant voor het EMU-saldo

(in miljoenen euro, + is uitgave)

MN 2017

FJR 2017

Verschil

Rente-ontvangsten swaps

– 1.483

– 1.210

– 273

Opbrengst beëindigen renteswaps

0

– 1.547

1.547

Studieleningen

1.991

1.842

149

Netto-verkoop staatsbezit

150

– 5.727

5.877

Diverse leningen

290

317

– 27

Rijksbijdragen aan de sociale fondsen

20.822

19.333

1.489

Rente sociale fondsen

– 14

0

– 14

Kasbeheer

– 4.874

– 4.393

– 481

Overig

0

63

– 63

Totaal

16.881

8.678

8.203

De uitgaven die wel op de Rijksbegroting staan, maar die niet meetellen voor het EMU-saldo staan vermeld in tabel 6.2. Wat er wel en niet meetelt voor het EMU-saldo is vastgesteld door Eurostat in het Manual on Government Deficit and Debt.

Tabel 6.3 Kas-transverschillen en overige posten

(in miljoenen euro, + is EMU-saldoverbeterend)

MN 2017

FJR 2017

Verschil

KTV gasbaten

– 100

204

304

KTV EU-afdrachten

0

– 2.630

– 2.630

KTV LIV/LKV

– 493

– 493

0

KTV OV-jaarkaart

– 747

– 747

0

KTV Defensie

0

– 12

– 12

Overige kas-transverschillen

– 137

– 789

– 652

Mutatie begrotingsreserves

– 334

107

442

EMU-saldo agentschappen en rest centrale overheid

0

– 15

– 15

Overig

0

67

67

Subtotaal Rijk

– 1.811

– 4.307

– 2.496

Eigen risico dragers WGA/ZW

413

365

– 48

Zorgbemiddelingskosten

976

– 764

– 1.740

Overig

0

– 49

– 49

Subtotaal sociale fondsen

1.389

– 449

– 1.838

Totaal

– 422

– 4.756

– 4.334

Tabel 6.3 geeft de posten weer die wel meetellen voor het EMU-saldo, maar die niet, of niet op dezelfde manier in de Rijksbegroting staan. Voor een deel ervan geldt dat voor het EMU-saldo wordt gerekend met de uitgaven en ontvangsten op transactiebasis, terwijl de Rijkbegroting op kasbasis wordt opgesteld. Om tot het EMU-saldo te komen moet daarom bovenop de uitgave of ontvangst op kasbasis ook nog een kas-transverschil worden meegeteld. Daarnaast is er een aantal posten die niet op de Rijkbegroting staan, zoals bijvoorbeeld het positieve of negatieve saldo van agentschappen, en de kosten van zorgverzekeraars.

Tabel 6.4 Opbouw EMU-saldo collectieve sector

(in miljoenen euro, – is tekort)

MN 2017

FJR 2017

Verschil

EMU-saldo Rijk

– 5.004

6.603

11.607

EMU-saldo sociale fondsen

3.673

2.472

– 1.201

EMU-saldo decentrale overheden

– 1.919

– 1.061

858

EMU-saldo collectieve sector

– 3.250

8.014

11.264

EMU-saldo collectieve sector (in procenten bbp)

– 0,5

1,1

1,6

Tabel 6.4 geeft de verdeling van het EMU-saldo over de verschillende onderdelen van de collectieve sector. In tabel 6.5 wordt het EMU-saldo van het Rijk verder uitgesplitst.

Tabel 6.5 EMU-saldo Rijk

(in miljoenen euro, – is uitgave / tekort)

MN 2017

FJR 2017

Verschil

Belastingontvangsten

160.908

170.673

9.765

Netto begrotingsgefinancierde uitgaven

– 160.174

– 149.108

11.066

Af: niet EMU-saldo relevante uitgaven

16.881

8.678

– 8.203

Betaalde rijksbijdrage en rente aan sociale fondsen

– 20.808

– 19.333

1.475

Kas-transverschillen en overige posten Rijk

– 1.811

– 4.307

– 2.496

EMU-saldo Rijk (centrale overheid)

– 5.004

6.603

11.607

Tabel 6.6 Financieringssaldo rijksoverheid

(in miljoenen euro, – is uitgave / tekort)

MN 2017

FJR 2017

Verschil

Belastinginkomsten (kasbasis)

159.979

169.835

9.856

Netto begrotingsgefinancierde uitgaven

– 160.174

– 149.108

11.066

Af: kas-transverschil rentelasten

– 194

– 1.173

– 979

Mutatie begrotingsreserves

– 334

107

442

Mutaties derdenrekeningen

0

– 1.972

– 1.972

Financieringssaldo Rijksoverheid

– 723

17.690

18.413

Tabel 6.6 geeft het financieringstekort van het Rijk. Het financieringstekort is het bedrag dat het Rijk op kasbasis in een jaar tekort komt, of over heeft. Het financieringstekort is daarmee dus ook het bedrag dat in een jaar extra moet worden geleend of, bij een overschot, waarmee schulden kunnen worden afgelost. Waar het EMU-saldo een begrip op transactiebasis is, is het financieringstekort dus op kasbasis. Dat betekent dat naast de belastingontvangsten en de uitgaven op de begrotingen er nog een aantal correcties moet worden toegepast. Ten eerste zijn de belastingen zoals die meetellen voor het EMU-saldo berekend op transactiebasis. Om tot de belastingen op kasbasis te komen moet het kas-transverschil hier dus vanaf worden getrokken. Hetzelfde geldt voor posten op de rijksbegroting die niet op kasbasis zijn. Allereerst is dat de rente op de staatsschuld: deze staan in de rijksbegroting op transactiebasis, terwijl voor het financieringstekort alleen de kasuitgaven meetellen. Daarnaast wordt geld storten in (of opnemen uit) een begrotingsreserve op de begroting gezet als uitgave of ontvangst, terwijl het geld niet daadwerkelijk de schatkist verlaat of binnenkomt.

Tabel 6.7 Opbouw EMU-schuld collectieve sector

(in miljoenen euro, – is uitgave / tekort)

MN 2017

FJR 2017

Verschil

EMU-schuld begin jaar

438.721

434.205

– 4.516

Financieringssaldo rijksoverheid

723

– 17.690

– 18.413

EMU-saldo decentrale overheden

1.919

1.061

– 858

EMU-saldo rest centrale overheid

0

– 72

– 72

Schatkistbankieren decentrale overheden

– 900

– 402

498

Overig

0

– 1.035

– 1.035

EMU-schuld einde jaar

440.463

416.067

– 24.396

EMU-schuldquote (in procenten bbp)

62,1%

56,7%

– 5,4%

Het financieringssaldo werkt een op een door in de staatsschuld. Voor een financieringstekort moet immers geleend worden, terwijl een overschot gebruikt kan worden om schulden af te lossen. Tabel 6.7 geeft de ontwikkeling van de EMU-schuld weer. De EMU-schuld betreft de hele collectieve sector, dus ook het tekort van decentrale overheden en agentschappen heeft invloed op de EMU-schuld.

Tabel 6.8 Opbouw EMU-schuldquote

(in procenten bbp)

MN 2017

FJR 2017

Verschil

EMU-schuldquote begin jaar

63,4

61,8

– 1,6

Noemereffect bbp

– 1,6

– 2,6

– 1,0

Financieringssaldo Rijksoverheid

0,1

– 2,4

– 2,5

EMU-saldo decentrale overheden

0,3

0,1

– 0,1

EMU-saldo rest centrale overheid

0,0

0,0

0,0

Schatkistbankieren decentrale overheden

– 0,1

– 0,1

0,1

Overig

0,0

– 0,1

– 0,1

EMU-schuldquote einde jaar

62,1

56,7

– 5,4

Tabel 6.8 bevat de ontwikkeling van de EMU-schuldquote (de EMU-schuld in verhouding tot het bbp). Behalve het begrotingstekort of -overschot heeft ook de ontwikkeling van het bbp zelf invloed op de schuldquote, dit is weergegeven als het noemereffect.

Tabel 6.9 Historisch overzicht EMU-saldo (in miljarden euro, – is tekort)
 

2008

2009

2010

2011

2012

EMU-saldo

1,4

– 33,5

– 31,5

– 27,6

– 25,1

bbp

639

618

632

643

645

EMU-saldo (in procenten bbp)

0,2%

– 5,4%

– 5,0%

– 4,3%

– 3,9%

           
 

2013

2014

2015

2016

2017

EMU-saldo

– 15,5

– 15,0

– 14,0

2,6

8,0

bbp

653

663

683

703

733

EMU-saldo (in procenten bbp)

– 2,4%

– 2,3%

– 2,1%

0,4%

1,1%

Tabel 6.10 Historisch overzicht EMU-schuld (in miljarden euro)
 

2008

2009

2010

2011

2012

EMU-schuld

349,9

350,7

374,3

395,7

427,8

bbp

639

618

632

643

645

EMU-schuld (in procenten bbp)

54,7%

56,8%

59,3%

61,6%

66,3%

           
 

2013

2014

2015

2016

2017

EMU-schuld

442,5

450,6

441,4

434,2

416,1

bbp

653

663

683

703

733

EMU-schuld (in procenten bbp)

67,8%

68,0%

64,6%

61,8%

56,7%