Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2017
  • Begrotingsstaat
  • Download PDF

1. Het economisch beeld

1.1 Inleiding

De Nederlandse economie groeide in 2017 sterk. De economie groeide in 2017 in het hoogste tempo sinds het uitbreken van de financiële crisis. De groei werd gedreven door zowel het buitenland als het binnenland, geholpen door een toename van de consumptie van huishoudens en bedrijfsinvesteringen. Ook op de arbeidsmarkt ging het beter: de werkloosheid daalde tot onder de 5 procent en het aantal werkenden nam toe met bijna 200 duizend mensen tot 8,6 miljoen.

Ook in de Europese Unie (EU) en de rest van de wereld ontwikkelde de economische zich positief. De EU en eurozone kenden een hogere groei dan voorgaande jaren, en lieten een verbetering van de overheidsfinanciën zien. Het feitelijke begrotingstekort van de eurozone verbeterde, hoewel het structurele saldo juist iets verslechterde. Ook de overheidsschuld daalde licht, hoewel een aantal landen een schuld hebben die duidelijk boven de grenswaarde ligt van 60 procent van het bruto binnenlands product (bbp).

1.2 De Nederlandse economie in 2017

De Nederlandse economie groeide in 2017 sterk, namelijk met 3,2 procent. Het bbp groeide voor het vierde jaar op rij, sterker dan in 2016 en in het hoogste tempo sinds 2007. Terwijl de economie in eerdere jaren nog moest herstellen van de economische en financiële crisis, was dat in 2017 niet meer het geval.

De economische groei was in ongeveer gelijke mate afhankelijk van de vraag uit het binnenland en het buitenland. Binnen Nederland groeide de consumptie van huishoudens met 1,9 procent in het hoogste tempo sinds 2008, en de investeringen met 5,6 procent. De uitvoer groeide met 6,1 procent sterker dan de wereldhandel. De woninginvesteringen groeiden minder hard dan in afgelopen jaren, maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door een hogere bijdrage van de export, de consumptie en overige investeringen. Figuur 1.2.1 laat zien hoe de economie zich ontwikkelt sinds 2014.

Figuur 1.2.1 Reële bbp-groei en bijdragen

Bron: CPB, Centraal Economisch Plan 2018

De periode van laagconjunctuur kwam in 2017 ten einde. Instituten als het CPB, de EC en het IMF schatten dat Nederland in 2017 een ongeveer neutrale output gap had. Dat betekent dat het feitelijke bbp weer ongeveer op het niveau van het potentiële bbp ligt (het bbp gezuiverd voor conjuncturele ontwikkelingen). De bbp-groei van de afgelopen jaren was aanmerkelijk hoger dan de potentiële bbp-groei, die volgens verschillende instituten ongeveer 1,5 à 2 procent per jaar is. Sinds het dieptepunt van de crisis groeide het Nederlandse bbp al vijftien kwartalen op rij. Daarmee komt de huidige groeiperiode langzaam in de buurt van de periode tussen de dotcomcrisis en de financiële crisis, die twintig kwartalen duurde. Zowel het totale bbp als het bbp per inwoner bevindt zich ruimschoots boven het niveau van vlak vóór de crisis, zoals figuur 1.2.2 laat zien. Nederland is dus na tien jaar de klap van de crisis te boven.

Figuur 1.2.2 Bbp-groei per kwartaal, bbp en bbp per capita (index) sinds 2008

Bron: CBS, bewerking Ministerie van Financiën

De werkloosheid daalde tot onder de 5 procent, en het arbeidsaanbod groeide verder. Het aantal werkende Nederlanders nam in 2017 toe met 198 duizend. Dat is de sterkste stijging sinds 2008. De werkloosheid daalde op jaarbasis tot 4,9 procent van de beroepsbevolking, terwijl deze in 2016 nog 6,0 procent was. Daarmee zet de daling van de afgelopen jaren door, zoals figuur 1.2.3 laat zien. Eind 2017 lag de werkloosheid zelfs op het laagste niveau in meer dan 8 jaar. De groei van het aantal werkenden werd het sterkste gedreven door flexibele werknemers, maar ook het aantal werknemers met een vast contract groeide met bijna 50 duizend.

Figuur 1.2.3 Werkloosheid, % beroepsbevolking (seizoensgecorrigeerd)

Bron: CBS

De contractlonen en prijzen stegen in 2017 gematigd. De cao-lonen stegen in 2017 met 1,5 procent ten opzichte van 2016, en daarmee iets minder hard dan in 2016. De lonen stegen in de marktsector harder dan bij de overheid, en groeiden ongeveer even hard als de prijzen. Het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens groeide mede dankzij de hogere lonen met 1,5 procent. De consumentenprijzen stegen in 2017 sneller dan in voorgaande jaren, maar nog niet in een hoog tempo. De inflatie1 was 1,3 procent, vergeleken met slechts 0,1 procent in 2016. Ondanks de hoge economische groei was de inflatie in Nederland net iets lager dan in de eurozone als geheel, en onder de ECB-doelstelling van onder, maar dicht bij 2 procent.

Huishoudens en bedrijven waren positief over de economische situatie in 2017, zoals enquêtes van het CBS laten zien. Figuur 1.2.4 laat zien dat het vertrouwen van huishoudens en ondernemers de afgelopen jaren sterk is gegroeid, en dat ze een positief beeld hebben over de economische situatie. Het consumentenvertrouwen was de afgelopen jaren al flink toegenomen, en steeg in 2017 nog iets verder. Ondernemers werden beduidend positiever, en het ondernemersvertrouwen kwam in 2017 uit op het hoogste niveau sinds het begin van de meting in 2008.

Figuur 1.2.4 Economisch sentiment

Bron: CBS

De Nederlandse huizenmarkt draaide in 2017 op volle toeren. In Nederland wisselden nog nooit zo veel huizen van eigenaar als in 2017. Maar liefst 242 duizend huizen kregen nieuwe bewoners, en dat is 13 procent meer dan het jaar daarvoor. Ook de huizenprijzen stegen in 2017 door. Een Nederlands huis was eind 2017 gemiddeld 8,2 procent duurder dan een jaar eerder, en daarmee stegen de prijzen in het hoogste tempo in 15 jaar. Met name in de vier grote steden was er grote krapte op de huizenmarkt, en waren huizen eind 2017 zelfs meer dan 11 procent duurder dan een jaar eerder. Het gevaar van oververhitting is hierdoor toegenomen. Het aantal transacties lag in de grote steden juist aanmerkelijk lager dan het landelijk gemiddelde, en in Amsterdam en Utrecht daalde het aantal woningverkopen ten opzichte van 2016.

Figuur 1.2.5 Huizenmarkt: prijsgroei (jaar-op-jaar) en aantal transacties (per maand)

Bron: CBS

Schulden van huishoudens en bedrijven daalden licht als aandeel van het bbp, maar blijven internationaal gezien hoog. Huishoudens hadden in 2017 een schuld van ongeveer 104 procent bbp, terwijl dat eind 2016 nog ongeveer 108 procent bbp was. Ook het aantal huishoudens met een onderwaterhypotheek neemt snel af, en daalde naar 11 procent van de huiseigenaren in het derde kwartaal van 2017 tegenover 18 procent eind 2016. De schulden van bedrijven daalden licht: de schuld van niet-financiële bedrijven was in 2017 ongeveer 108 procent bbp, terwijl dat eind 2016 nog 114 procent was. Tegenover de schulden van huishoudens en bedrijven staan overigens, op het niveau van de Nederlandse economie als geheel, nog grotere vermogens dan schulden.

De economie ontwikkelde zich in 2017 positiever dan vooraf werd verwacht. Tabel 1.21 laat de ontwikkeling van de macro-economische kernvariabele van Miljoenennota 2017 naar Financieel Jaarverslag 2017 zien. Bij de Miljoenennota 2017 werd nog een economische groei van minder van 1,7 procent verwacht, terwijl de groei op 3,2 procent uitkwam. Ook de arbeidsmarkt ontwikkelde zich positiever, en de werkloosheid daalde in 2017 veel verder dan de raming vooraf. Met name de export en de investeringen deden het in 2017 beter dan voorzien.

Tabel 1.2.1 Macro-economische kernvariabelen
 

MN 2017

FJR 2017

Verschil

Bruto binnenlands product (in miljarden euro)

709

733

24

Economische groei (volumegroei, in procenten)

1,7%

3,2%

1,5%

Inflatie (consumentenprijsindex, mutatie per jaar in procenten)

0,6%

1,4%

0,8%

Contractloon marktsector (mutatie per jaar in procenten)

1,6%

1,6%

0,0%

Werkloze beroepsbevolking (in duizenden personen, internationale definitie)

555

438

– 117

Lange rente (niveau in procenten)

0,1%

0,5%

0,4%

Eurokoers (dollar per euro)

1,11

1,13

0,02

1.3 Europese/internationale ontwikkelingen

De economische groei in de EU en EMU (eurozone) trok verder aan, net als de inflatie in de eurozone. De overheidsfinanciën in de eurozone verbeterden licht. In de EU en de eurozone als geheel groeide het bbp met 2,4 procent, terwijl de groei in 2016 nog 2,0 respectievelijk 1,8 procent was. Er waren grote groeiverschillen tussen landen, maar voor het eerst sinds de crisis groeide het bbp in alle EU- en eurolanden (en zelfs overal met 1,4 procent of meer). Naast de economische groei trok ook de inflatie in de eurozone aan. Consumentenprijzen in de eurozone stegen in 2017 met 1,5 procent, een veel sterkere stijging dan de 0,2 procent in 2016. In het licht van de aantrekkende inflatie besloot de ECB in oktober 2017 om de nettoaankopen van het opkoopprogramma (Asset Purchase Programme, APP) te halveren tot 30 miljard euro per maand vanaf januari 2018.

De gestage verbetering van de overheidsfinanciën van de eurolanden zette door. Het EMU-saldo (begrotingssaldo) kwam in de eurozone als geheel uit op een tekort van 1,1 procent bbp, wat een verbetering is ten opzichte van 1,5 procent in 2016. Het structureel EMU-saldo van de eurozone, oftewel het feitelijk saldo gecorrigeerd voor de conjunctuur en eenmalige inkomsten of uitgaven, verslechterde juist licht. De EMU-schuld van de eurozone daalde licht en kwam uit op 89 procent bbp. De schuld van de eurozone als geheel, en van een aantal lidstaten, blijft dus relatief hoog en ver boven de schuldquote van 60 procent die in het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) is afgesproken als grenswaarde.

Figuur 1.3.1 Links: groei in procenten bbp (EU en Eurozone), rechts: ontwikkeling EMU-saldo in procenten bbp (feitelijk en structureel)

Bron: Europese Commissie (Winterraming 2017), AMECO

Binnen de eurozone zijn grote verschillen in de posities van de overheidsfinanciën, zoals figuur 1.3.2 laat zien. Nederland doet het ook op het gebied van de overheidsschuld relatief goed. Hoewel de schuld in veel landen daalt, zijn er nog steeds veel eurolanden met een schuld van meer dan 60 procent bbp.

Figuur 1.3.2 EMU-saldi en EMU-schulden lidstaten in de eurozone

Bron: Eurostat

De Europese Raad heeft in 2017 besloten om Kroatië, Portugal, het Verenigd Koninkrijk en Griekenland te ontslaan uit de correctieve arm van het SGP2, omdat de overheidsfinanciën van deze landen voldoende waren verbeterd. Zes jaar geleden zaten nog 23 landen in de correctieve arm van het SGP; momenteel bevinden alleen Frankrijk en Spanje zich daar nog in.

In december 2017 kwam de Europese Raad tot een akkoord om de volgende fase van de onderhandelingen over de Brexit in te gaan. Dit akkoord maakt de weg vrij voor gesprekken over een mogelijke overgangsperiode en over het raamwerk voor de toekomstige relatie tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk. Dat was mogelijk omdat de Europese Commissie met het Verenigd Koninkrijk in de ogen van de Raad voldoende voortgang had geboekt in onderhandelingen over burgerrechten, de financiële afwikkeling en de grens van het Verenigd Koninkrijk met Ierland. Het risico van een harde Brexit met economische onzekerheden blijft aanwezig.

De wereldwijde economie trok in 2017 aan, en groeide met 3,7 procent harder dan in voorgaande jaren. Niet alleen rijke landen, maar ook opkomende en ontwikkelingslanden kenden een hogere groei dan in 2016. De economie van de VS groeide in 2017 met 2,3 procent, die van Japan met 1,8 procent en de Chinese economie met 6,8 procent. Ook de wereldhandel trok aan, en groeide in 2017 met bijna 5 procent. Voor het eerst sinds 2014 groeide de handel weer sneller dan het mondiale bbp. De hoge groei uitte zich ook in een forse stijging van de olieprijzen en inflatie. De (lange) rente steeg in veel westerse landen, gedreven door een aantrekkende conjunctuur, inflatie en (in sommige landen) minder ruim monetair beleid.