Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2017
  • Begrotingsstaat
  • Voorjaarsnota
  • 1e suppletore
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

4.1 Inleiding

Een beschrijving van de overheidsfinanciën is niet volledig zonder inzicht in de risico’s voor de overheidsbegroting. Want naast het begrotingsaldo en de schuld bepalen ook expliciete en impliciete risico’s de staat van de overheidsfinanciën.65 Traditiegetrouw beschrijft dit hoofdstuk risico’s die raken aan de staat van de overheidsfinanciën zonder uitputtend te willen en kunnen zijn.66

Risico’s voor de overheid zijn er in allerlei soorten en maten. Vaak wordt dan gedacht aan onverwachte gebeurtenissen die tot grote schade en hoge kosten kunnen leiden, zoals een overstroming, een epidemie of een financiële crisis. Maar de overheidsfinanciën moeten ook het hoofd kunnen bieden aan conjuncturele schokken en trendmatige ontwikkelingen zoals vergrijzing en klimaatverandering. Ramingen zijn echter per definitie onzeker. Dit geldt uiteraard voor ontwikkelingen op de lange termijn, maar ook voor ramingen op de kortere termijn zoals de uitgaven en inkomsten in het lopende jaar. Fluctuaties in bijvoorbeeld de werkloosheid hebben effect op de WW-uitgaven, maar ook op de loonbelasting die de overheid int. Uiteraard probeert het kabinet zo goed mogelijk rekening te houden met deze effecten.

Van geheel andere aard zijn de risico’s die de overheid loopt bij staatsdeelnemingen. Bedrijven zoals ABN AMRO, Gasunie of de NS zijn (deels) in overheidshanden om publieke belangen te behartigen. Deze bedrijven acteren in een private markt met alle ondernemersrisico’s die daarbij horen, waaraan de overheid zich via het aandeelhouderschap ook blootstelt. Rendementen en dividendstromen uit deze bedrijven zijn immers afhankelijk van de resultaten die zij boeken.

Gezonde overheidsfinanciën zijn een voorwaarde om onverwachte schokken te kunnen opvangen. Nederland had aan het begin van de financiële crisis, acht jaar geleden, een sterke uitgangspositie. Er was een klein begrotingsoverschot en een relatief lage overheidsschuld. Zodoende kon de overheid de schok toen goed opvangen. De crisis had niettemin een grote impact op het huishoudboekje van de overheid. Sindsdien is het kabinetsbeleid erop gericht om de overheidsfinanciën op orde te brengen en de schokbestendigheid te herstellen.67

Paragraaf 4.2 beschrijft het financieringsbeleid rond de staatsschuld. De financiële sector komt over het voetlicht in paragraaf 4.3. Vervolgens draait het in paragraaf 4.4 om de ontwikkelingen rond risicoregelingen. Paragraaf 4.5 zoomt in op het verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden. In paragraaf 4.6 ten slotte ligt de focus op de ontwikkelingen in Europa.