Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

11. Toelichting op de fiscale regelingen

11.1 Inleiding

In deze bijlage worden de fiscale regelingen nader toegelicht. Voor elke regeling bevat de toelichting een korte beschrijving, de doelstelling, de ramingsgrond, het Ministerie dat verantwoordelijk is voor het beleidsterrein waar de regeling betrekking op heeft en informatie over de laatst uitgevoerde en/of geplande beleidsevaluatie. Daarnaast zijn cijfers opgenomen over de verwachte ontwikkeling van het budgettaire belang van de fiscale regelingen tussen 2017 en 2018.

Het overzicht van fiscale regelingen in deze bijlage is uitgebreider dan in bijlage 6 «Fiscale regelingen». Naast de regelingen die daar vermeld staan, bevat deze bijlage ongeveer twintig regelingen die tot vorig jaar ook in die bijlage stonden, maar vanaf dit jaar niet meer structureel worden gekwantificeerd, vanwege het beperkte beleidsmatige of budgettaire belang. Deze regelingen zijn verplicht op basis van Europese wet- en regelgeving of hebben een budgettair belang van kleiner dan € 5 miljoen.

Het departement dat bij elke regeling vermeld staat, is het departement dat verantwoordelijk is voor het beleidsterrein waar de regeling betrekking op heeft. De Staatsecretaris van Financiën en de bewindspersonen van het betreffende departement dragen ieder verantwoordelijkheid voor de regeling en de evaluatie daarvan, vanuit de invalshoek van hun eigen beleidsterrein. Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van het fiscale beleid en voor de budgettaire verantwoording. Conform de rijksbegrotingsvoorschriften wordt het budgettair belang van de fiscale regelingen ook extracomptabel op de departementale begrotingen opgenomen.

Tenzij anders vermeld, hebben bedragen en tarieven in de toelichting betrekking op het belastingjaar 2017. De jaartallen onder het kopje «Evaluatie» betreffen het beoogde jaar waarin de evaluatie wordt afgerond. Voor de komende kabinetsperiode is een evaluatieprogrammering opgesteld en interdepartementaal afgestemd op de planning van de beleidsdoorlichting van het betreffende begrotingsartikel. In een aantal gevallen worden fiscale regelingen gezamenlijk geëvalueerd, zoals de regelingen in de energiebelasting in 2020. Bij de meeste regelingen waar geen evaluatie is voorzien in de komende kabinetsperiode, staat vermeld dat deze in de periode 2022–2025 worden geëvalueerd. In enkele gevallen wordt geen evaluatie gepland, vanwege het beperkte beleidsmatige of budgettaire belang van de regeling. Dit geldt bijvoorbeeld voor de regelingen die verplicht zijn op basis van Europese wet- en regelgeving.

De informatiebasis, ook wel ramingsgrond, verschilt van post tot post en staat per regeling vermeld. In het ene uiterste volgt het budgettaire belang direct uit de aangiften (zoals de afdrachtsverminderingen in de loonbelasting), in het andere uiterste is er geen enkele informatie over het feitelijke gebruik, omdat het gebruik niet hoeft te worden aangegeven (zoals bijvoorbeeld de doorschuifregeling voor stakingswinst) en ook cijfers van het CBS en andere gegevensbronnen weinig aanknopingspunten bieden voor een benadering van het budgettaire belang. Tussen deze twee uitersten zitten regelingen waarvan het budgettaire belang is berekend op basis van rekenregels, zoals bijvoorbeeld de aftrekposten in de inkomstenbelasting. De aftrekpost blijkt uit de belastingaangiften en het budgettaire belang wordt berekend door de belastingheffing met en zonder de aftrekpost met elkaar te vergelijken. Deze rekenregel impliceert dat voor elke aftrekpost wordt aangenomen dat die aftrekpost de laatste is. De bedragen van de aftrekposten zijn daarom feitelijk niet optelbaar.34 Er wordt ook op gewezen dat het hier vermelde budgettaire belang niet hetzelfde is als de opbrengst in het geval een regeling wordt afgeschaft. Het budgettair belang geldt voor het feitelijke gebruik en houdt geen rekening met gedragseffecten als de regeling zou worden afgeschaft. Ook kan bij afschaffing sprake zijn van samenloop met andere regelingen. Bij regelingen die niet in bijlage 6 «Fiscale regelingen» zijn opgenomen, staat geen ramingsgrond vermeld.

11.2 Nadere uitsplitsing van de budgettaire ontwikkeling van fiscale regelingen

Tabel 11.2.1. Fiscale regelingen 2017–2018, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € miljoen)1[–] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.
 

Mutatie t.o.v. MN2017

2017

Beleid 2018

Endogeen 2018

Endogeen in %

2018

 

Persoonsgebonden aftrek

           

Aftrek voor scholingsuitgaven (studiekosten)

0

212

0

6

2,8%

218

Giftenaftrek inkomstenbelasting

1

362

0

5

1,5%

367

Aftrek specifieke zorgkosten

– 8

282

0

0

0,0%

282

Aftrek kosten monumentenpanden

57

57

0

1

1,5%

58

Onderhoudsverplichtingen aftrek

nvt

336

0

0

0,0%

336

Belaste ontvangen alimentatie

nvt

– 201

0

0

0,0%

– 201

 

Inkomensvoorzieningen

           

Pensioen niet-belaste premie

– 537

19.178

0

507

2,6%

19.686

Pensioen belaste uitkering

– 76

– 13.175

0

– 274

2,1%

– 13.449

Pensioen vrijstelling box 3

– 69

7.288

0

138

1,9%

7.427

FOR aftrek

nvt

160

0

2

1,1%

162

FOR belaste uitkering

nvt

– 101

0

1

– 1,0%

– 100

Lijfrente premieaftrek

nvt

549

0

16

3,0%

565

Lijfrente belaste uitkering

nvt

– 394

0

– 8

2,1%

– 402

Lijfrente vrijstelling box 3

nvt

218

0

4

1,9%

222

Arbeidsongeschiktheidsverzekering premieaftrek

nvt

574

0

17

3,0%

591

Arbeidsongeschiktheidsverzekering belaste uitkering

nvt

– 460

0

– 16

3,5%

– 476

Reisaftrek OV

 

nvt

10

0

0

0,0%

10

Middelingsregeling2

nvt

86

0

0

0,0%

86

 

(Eigen) woning

           

Hypotheekrenteaftrek

291

10.648

– 92

– 435

– 4,1%

10.121

Aftrek financieringskosten eigen woning

nvt

280

0

– 30

– 10,6%

250

Aftrek periodieke betalingen erfpacht, opstal en beklemming

nvt

31

0

2

5,0%

32

Aftrek rente en kosten van geldleningen restschuld vervreemde eigen woning

nvt

27

0

0

0,0%

27

Eigenwoningforfait

32

– 3.280

0

– 3

0,1%

– 3.283

Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld

– 33

631

0

18

2,9%

649

Schenk- en erfbelasting Eenmalige vrijstelling eigen woning

0

190

0

0

0,0%

190

OVB Verlaagd tarief woning

nvt

2.944

0

3

0,1%

2.946

 

Verlaging lastendruk op inkomsten uit vermogen

           

Vermindering verhuurderheffing

– 12

23

14

23

63,5%

60

Kamerverhuurvrijstelling

– 44

10

0

0

0,0%

10

Vrijstelling rechten op bepaalde kapitaalsuitkeringen, waaronder KEW, box 3

36

979

0

– 8

– 0,8%

971

Vrijstelling rechten op kapitaalsuitkering bij overlijden box 3

0

27

0

1

4,3%

28

Vrijstelling groen beleggen box 3

– 12

41

0

– 2

– 5,0%

39

Heffingskorting groen beleggen

– 7

27

0

– 1

– 4,0%

26

Heffingvrij vermogen box 3

nvt

1.160

0

– 109

– 9,4%

1.051

 

Verlaging lastendruk in de winstsfeer

           

Zelfstandigenaftrek

168

1.720

– 19

19

1,1%

1.720

Extra zelfstandigenaftrek starters

31

108

– 1

1

0,9%

108

Meewerkaftrek

1

8

0

0

0,0%

8

Stakingsaftrek

0

14

0

0

1,5%

14

Aftrek speur- en ontwikkelingswerk

– 2

6

0

0

0,0%

6

Willekeurige afschrijving starters

0

8

0

0

0,0%

8

Doorschuiving stakingswinst

0

262

0

11

4,0%

273

Doorschuifregelingen inkomen uit aanmerkelijk belang box 2

0

102

0

2

2,0%

104

MKB-winstvrijstelling

– 17

1.635

0

40

2,4%

1.675

Terbeschikkingstellingsvrijstelling

nvt

17

0

0

0,0%

17

Innovatiebox

322

1.687

– 29

21

1,3%

1.679

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

– 36

405

– 4

9

2,3%

410

Energie-investeringsaftrek (EIA)

– 12

164

– 17

0

0,0%

147

Milieu-investeringsaftrek (MIA)

0

97

2

0

0,0%

99

VAMIL

0

40

0

0

0,0%

40

Tonnageregeling winst uit zeescheepvaart

0

120

0

0

0,0%

120

Landbouwvrijstelling in de winstsfeer

– 261

1.109

0

0

0,0%

1.109

Bosbouwvrijstelling

1

5

0

0

4,9%

6

Vrijstelling vergoeding bos- en natuurbeheer

– 1

6

0

0

1,1%

6

OVB Vrijstelling cultuurgrond

1

118

0

5

3,9%

123

OVB Vrijstelling bedrijfsoverdracht in familiesfeer

– 1

16

0

0

0,7%

16

Schenk- en erfbelasting Bedrijfsopvolgingsfaciliteit

– 19

383

0

0

0,0%

383

Schenk- en erfbelasting Faciliteiten ANBI’s

0

211

0

4

1,9%

215

Giftenaftrek vennootschapsbelasting

nvt

7

0

0

6,9%

7

 

Loonbelasting

           

Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk WBSO

0

1.205

– 42

0

0,0%

1.163

Verlaagd gebruikelijk loon voor dga’s van startups

0

29

0

0

0,0%

29

30%-regeling

– 1

901

0

54

6,0%

955

Afdrachtvermindering zeevaart

– 8

111

0

0

0,0%

111

Vrijstelling uitkering wegens 25- of 40-jarig dienstverband

nvt

121

0

4

3,0%

124

 

Heffingskortingen

           

Algemene heffingskorting

434

20.163

– 140

170

0,8%

20.193

Arbeidskorting

241

18.207

0

450

2,5%

18.657

Inkomensafhankelijke combinatiekorting

– 48

2.003

0

53

2,7%

2.056

Jonggehandicaptenkorting

– 4

178

0

0

0,2%

178

Alleenstaande ouderenkorting

3

510

– 20

– 9

– 1,7%

482

Ouderenkorting

90

2.971

187

79

2,5%

3.237

 

Energiebelasting

           

Verlaagd tarief glastuinbouw

9

121

7

– 4

– 3,0%

124

Teruggaaf kerkgebouwen en non-profit

– 7

24

1

– 2

– 8,0%

23

Teruggaaf energie-intensieve industrie

2

6

1

0

0,0%

7

Verlaagd tarief lokaal opgewekte duurzame energie

0

0

1

0

0,0%

1

Salderingsregeling

25

120

9

38

29,4%

166

Vrijstellingen voor energie-intensieve processen

nvt

71

4

1

0,9%

76

Belastingvermindering per aansluiting

19

2.493

0

18

0,7%

2.511

 

Omzetbelasting

           

Laag tarief voedingsmiddelen en water

– 1.757

8.069

0

338

4,2%

8.408

Laag tarief geneesmiddelen en hulpmiddelen

– 75

1.830

– 42

16

0,9%

1.804

Laag tarief culturele goederen en diensten

nvt

1.568

0

78

5,0%

1.647

Laag tarief arbeidsintensieve diensten

163

660

0

20

3,0%

680

Laag tarief overig

nvt

1.877

– 4

83

4,5%

1.957

Kleine ondernemersregeling

1

160

0

10

6,4%

170

Landbouwregeling

1

18

– 18

0

0,0%

0

 

Auto

           

BPM Vrijstelling nulemissievoertuigen

nvt

4

0

2

66,5%

6

MRB Vrijstelling nulemissievoertuigen

nvt

12

0

7

56,3%

18

IB/LB Korting op de bijtelling voor nulemissieauto's

nvt

86

0

41

47,7%

127

IB/LB Korting op de bijtelling voor zuinige auto's (overgangsrecht)

nvt

529

– 52

– 110

– 23,1%

367

BPM Teruggaaf taxi's en openbaar vervoer

7

51

– 2

– 3

– 5,3%

46

MRB Vrijstelling taxi's en openbaar vervoer

2

48

0

0

– 1,0%

47

BPM Teruggaaf diverse voertuigen

nvt

16

– 1

1

3,5%

16

MRB Vrijstelling diverse voertuigen

nvt

25

0

1

2,7%

25

MRB Verlaagd tarief bestelauto ondernemers

36

834

0

35

4,1%

868

MRB Verlaagd tarief bestelauto gehandicapten

0

15

0

0

2,9%

15

MRB Vrijstelling motorrijtuigen ouder dan 40 jaar

nvt

58

– 1

8

13,3%

65

MRB Overgangsregeling motorrijtuigen vanaf bouwjaar 1988

nvt

19

0

– 3

– 14,8%

16

MRB Kwarttarieven

2

142

0

11

7,9%

153

MRB Halftarief plug-in hybride auto’s

nvt

38

0

5

13,9%

43

Noot 2: Budgettair belang middelingsregeling en vermindering verhuurderheffing is op kasbasis. Beleid vermindering verhuurderheffing is op transactiebasis.

De kolom «Beleid 2018» omvat alle maatregelen uit 2018 en eerdere jaren omtrent de regeling zelf en substantiële wijzigingen in de primaire heffingstructuur (zoals het verleggen van een schijfgrens of het wijzigen van een tarief) die in 2018 invloed hebben op het budgettair belang van de regeling. De kolom «Endogeen 2018» geeft de ontwikkeling van het budgettaire belang ten gevolge van verwachte veranderingen in het gebruik van de regeling die niet het gevolg zijn van beleidsmaatregelen.

11.3 Toelichting individuele fiscale regelingen

Persoonsgebonden aftrek

Regeling:

Aftrek voor scholingsuitgaven (studiekosten)

Beschrijving:

Uitgaven boven € 250 ter zake van een opleiding of studie voor het verwerven van inkomen uit werk en woning kunnen onder voorwaarden worden afgetrokken. Het bedrag dat mag worden afgetrokken is, buiten de standaardstudieperiode, maximaal € 15.000. In het wetsvoorstel Wet fiscale maatregelen rijksmonumenten en scholing is voorgesteld om de huidige fiscale aftrek van scholingsuitgaven om te vormen tot een gerichte uitgavenregeling in de vorm van scholingsvouchers voor lager- en middelbaar opgeleiden. Dit wetsvoorstel is aangehouden.

Doelstelling:

Vergroten van de Nederlandse kennisinfrastructuur.

Ministerie:

OCW, artikel 4: Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie.

Evaluatie:

Evaluatie aftrekpost scholingsuitgaven, OCW en CPB, 2016, Notitie Evaluatie aftrekpost scholingsuitgaven, CPB, 2016. Geen volgende evaluatie beoogd, vanwege voorgestelde afschaffing van de regeling.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte inkomstenbelasting t/m 2014. Bijbehorend budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

   

Regeling:

Giftenaftrek inkomstenbelasting

Beschrijving:

Giften aan onder andere algemeen nut beogende instellingen (ANBI) zijn aftrekbaar. Periodieke giften geschieden op basis van een bij notariële of onderhandse akte vastgelegde verplichting om gedurende ten minste 5 jaren met onzekerheidsvereiste schenkingen te doen. Voor overige giften aan uitsluitend ANBI’s geldt een drempel van 1% en plafond van 10% van het verzamelinkomen. Er geldt een multiplier voor giften aan culturele ANBI’s.

Doelstelling:

Bevorderen van schenkingen aan bepaalde instellingen.

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

Evaluatie giftenaftrek, Dialogic, 2017, Kamerstukken II 2016/2017, 34 552, nr. 77. De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte inkomstenbelasting t/m 2015. Bijbehorend budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

   

Regeling:

Aftrek specifieke zorgkosten

Beschrijving:

Bepaalde zorgkosten mogen worden afgetrokken. Hiervoor komt in aanmerking het deel van de kosten dat uitkomt boven het drempelbedrag en waarvoor geen vergoeding is gekregen van bijvoorbeeld de (aanvullende) zorgverzekering of de bijzondere bijstand. Onder omstandigheden geldt een verhoging van het in aftrek te brengen bedrag.

Doelstelling:

Tegemoetkoming van chronisch zieken en gehandicapten.

Ministerie:

VWS, artikel 8: Tegemoetkoming specifieke kosten.

Evaluatie:

Onderzoek naar gebruik aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten, 2016, Kamerstukken II 2016/2017, 34 550-IX, nr. 4. De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte inkomstenbelasting t/m 2015. Bijbehorend budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

   

Regeling:

Aftrek kosten monumentenpanden

Beschrijving:

In de Wet IB 2001 is een persoonsgebonden aftrekpost voor monumentenpanden opgenomen. Indien het een eigen woning of een bezitting betreft die in de grondslag van de forfaitaire rendementsheffing wordt betrokken, zijn 80% van de onderhoudskosten (min ontvangen subsidies) aftrekbaar. In het wetsvoorstel Wet fiscale maatregelen rijksmonumenten en scholing is voorgesteld om de huidige fiscale aftrek van kosten voor monumentenpanden af te schaffen. Dit wetsvoorstel is aangehouden.

Doelstelling:

Behoud van het culturele erfgoed.

Ministerie:

OCW, artikel 14: Cultuur.

Evaluatie:

Evaluatie fiscale regelingen monumentenzorg, PricewaterhouseCoopers Advisory N.V., 2009. Kamerstukken II 2009/2010, 32 156, nr. 2. Geen volgende evaluatie beoogd, vanwege voorgestelde afschaffing van de regeling.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte inkomstenbelasting t/m 2015. Bijbehorend budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

   

Regeling:

Onderhoudsverplichtingen aftrek en belaste ontvangen alimentatie

Beschrijving:

Dit betreft het betalen en ontvangen van partneralimentatie. Omdat hierbij sprake is van inkomensoverheveling is betaalde alimentatie bij de alimentatieplichtige aftrekbaar en is ontvangen alimentatie bij de ontvanger van alimentatie belast. Ook de aftrekbaarheid van bepaalde andere onderhoudsverplichtingen zit verwerkt in de cijfers.

Doelstelling:

Het aansluiten bij draagkracht.

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte inkomstenbelasting t/m 2015. Bijbehorend budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

   

Regeling:

Persoonsgebonden aftrekpost durfkapitaal

Beschrijving:

Deze persoonsgebonden aftrekpost biedt de mogelijkheid om geleden verliezen op beleggingen in durfkapitaal in aftrek te brengen. Deze faciliteit is per 1 januari 2011 vervallen met inachtneming van een overgangsbepaling.

Doelstelling:

Stimuleren van investeringen in bedrijven van startende ondernemers en het bevorderen van de ondernemingszin.

Ministerie:

EZ, artikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen.

Evaluatie:

Evaluatie van de durfkapitaalregeling, Bureau Bartels B.V., 2005, Kamerstukken 2005/2006, 30 300 XIII, nr. 57. Geen evaluatie beoogd, omdat de regeling is afgeschaft.

   

Inkomensvoorzieningen

Regeling:

Pensioen fiscale faciliteiten

Beschrijving:

Het werkgeversdeel van de pensioenpremie wordt niet tot het belastbare loon van de werknemer gerekend en het werknemersdeel van de pensioenpremie wordt in mindering gebracht bij het bepalen van het belastbare loon. Daar staat tegenover dat de pensioenuitkeringen wel tot het belastbare loon worden gerekend en daarmee in de belastingheffing worden betrokken. Het opgebouwde pensioenvermogen valt niet in box 3. Het getoonde budgettaire beslag is het saldo in het betreffende jaar van de hiervoor genoemde aspecten.

Doelstelling:

Het faciliteren/stimuleren van de opbouw van een oudedagsvoorziening. Met de uitgestelde heffing wordt tevens aangesloten bij de maatschappelijke inkomensbeleving.

Ministerie:

SZW, artikel 8: Oudedagsvoorziening.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

Gegevens van het CBS voor pensioenvermogen tot 2014 en uitkomsten van MIMOSI voor pensioenpremies en pensioenuitkeringen en de ontwikkeling van het pensioenvermogen na 2014.

   

Regeling:

FOR aftrek en belaste uitkering

Beschrijving:

De FOR (fiscale oudedagsreserve) is een voorziening die ondernemers die nog niet de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt (onder voorwaarden) kunnen gebruiken om maximaal 9,8%, met een maximum van € 8.946, van de winst opzij te zetten om een oudedagsvoorziening op te bouwen. Uiterlijk bij staking van de onderneming kan deze FOR belastingvrij worden omgezet in een lijfrente. Als bij staking van (een gedeelte van) de onderneming of bij het bereiken van de AOW-leeftijd van de ondernemer blijkt dat de oudedagsreserve het ondernemingsvermogen overtreft, wordt het verschil beschouwd als afneming van de oudedagsreserve. Toevoegingen aan de FOR zijn aftrekbaar van de inkomstenbelasting. Afnemingen van de FOR worden opgeteld bij de belastbare winst. Daaruit betaalde premies voor lijfrenten kunnen worden afgetrokken als persoonsgebonden aftrek. De latere lijfrente-uitkeringen zijn belast.

Doelstelling:

Het creëren van de mogelijkheid voor ondernemers om een oudedagsvoorziening binnen de onderneming op te bouwen. Als direct lijfrenten worden aangekocht, verlaat de premie de onderneming, ten koste van het ondernemingsvermogen.

Ministerie:

EZ, artikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen.

Evaluatie:

Evaluatie fiscale ondernemerschapsregelingen, SEO, 2017, Kamerstukken II 2016/2017, 31 311, nr. 186. De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte inkomstenbelasting t/m 2014. Bijbehorend budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

   

Regeling:

Lijfrente fiscale faciliteiten

Beschrijving:

Op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001 kunnen de voor een lijfrenteproduct1 betaalde premies als uitgaven voor inkomensvoorzieningen in box 1 in aftrek worden gebracht. Het opgebouwde vermogen valt niet in box 3. De uitkeringen worden belast in box 1.

Doelstelling:

Het stimuleren van de opbouw van een oudedagsvoorziening.

Ministerie:

SZW, artikel 8: Oudedagsvoorziening.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte inkomstenbelasting t/m 2015 voor premieaftrek en uitkomsten van MIMOSI voor uitkeringen en vermogens.

   

Regeling:

Arbeidsongeschiktheidsverzekering fiscale faciliteiten

Beschrijving:

Op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001 kunnen de voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering betaalde premies als uitgaven voor inkomensvoorzieningen in box 1 in aftrek worden gebracht. De uitkeringen worden belast in box 1.

Doelstelling:

Het stimuleren van de opbouw van een inkomensvoorziening ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval.

Ministerie:

SZW, artikel 3: Arbeidsongeschiktheid.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte inkomstenbelasting t/m 2015 voor premieaftrek en uitkomsten van MIMOSI voor uitkeringen.

   

Regeling:

Reisaftrek OV

Beschrijving:

Onder bepaalde voorwaarden mogen belastingplichtigen een forfaitair bedrag aan reiskosten voor per openbaar vervoer afgelegde woon-werkkilometers aftrekken in de inkomstenbelasting. Het forfait wordt verminderd met de ontvangen reiskostenvergoeding.

Doelstelling:

Stimuleren van het gebruik van openbaar vervoer voor woon-werkverkeer.

Ministerie:

IenM, artikel 16: Openbaar Vervoer en Spoor.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte inkomstenbelasting t/m 2015. Bijbehorend budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

   

Regeling:

Middelingsregeling

Beschrijving:

Een belastingplichtige met wisselende jaarinkomens kan op verzoek inkomstenbelasting terugkrijgen door de verschuldigde belasting te herrekenen uitgaande van een gelijkmatige toedeling van het inkomen van drie opeenvolgende kalenderjaren aan die jaren. Teruggaaf wordt alleen verleend voor zover het verschil tussen de geheven belasting over het middelingstijdvak en de herrekende belasting over deze drie jaren meer bedraagt dan € 545.

Doelstelling:

Beperken van het progressienadeel bij (sterk) wisselende jaarinkomens.

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in 2018.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aanslagen inkomstenbelasting t/m 2016. Budgettair belang is op kasbasis.

   

(Eigen) woning

Regeling:

Hypotheekrenteaftrek

Beschrijving:

Over eigenwoningschuld betaalde rente is aftrekbaar van het inkomen (hypotheekrenteaftrek). De afgelopen jaren is een aantal beperkende maatregelen doorgevoerd: sinds 2013 dienen nieuwe leningen in dertig jaar volledig en minimaal annuïtair afgelost te worden om in aanmerking te komen voor renteaftrek en sinds 2014 wordt het marginale aftrektarief in de vierde schijf jaarlijks met 0,5%-punt gereduceerd.

Doelstelling:

Het bevorderen van eigenwoningbezit.

Ministerie:

W&R, artikel 1: Woningmarkt.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte inkomstenbelasting t/m 2015. Bijbehorend budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

   

Regeling:

Aftrek financieringskosten eigen woning

Beschrijving:

Kosten van geldleningen die behoren tot de eigenwoningschuld zijn aftrekbaar van het inkomen. Sinds 2014 wordt het marginale aftrektarief in de vierde schijf jaarlijks met 0,5%-punt gereduceerd.

Doelstelling:

Het bevorderen van eigenwoningbezit.

Ministerie:

W&R, artikel 1: Woningmarkt.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte inkomstenbelasting t/m 2015. Bijbehorend budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

   

Regeling:

Aftrek periodieke betalingen voor erfpacht, opstal en beklemming

Beschrijving:

Periodieke betalingen op grond van de rechten van erfpacht, opstal en beklemming, met betrekking tot de eigen woning zijn aftrekbaar van het inkomen. Sinds 2014 wordt het marginale aftrektarief in de vierde schijf jaarlijks met 0,5%-punt gereduceerd.

Doelstelling:

Het bevorderen van eigenwoningbezit.

Ministerie:

W&R, artikel 1: Woningmarkt.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte inkomstenbelasting t/m 2015. Bijbehorend budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

   

Regeling:

Aftrek rente en kosten van geldleningen restschuld vervreemde eigen woning

Beschrijving:

Als aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning worden voor een periode van vijftien jaar na het tijstip van vervreemding van een eigen woning mede aangemerkt de renten en kosten van geldleningen voor een restschuld van die vervreemde woning. Van een restschuld is sprake, wanneer bij een vervreemding van een eigen woning in de periode van 29 oktober 2012 tot en met 31 december 2017 de op deze woning betrekking hebbende schuld tot een negatief vervreemdingssaldo heeft geleid. Het budgettair belang vanaf 2018 betreft de gevallen die gebruik maken van de mogelijkheid om na 2017 voor een periode van maximaal vijftien jaar de aftrek toe te blijven passen. Per 2014 wordt het marginale aftrektarief in de vierde schijf jaarlijks met 0,5%-punt gereduceerd.

Doelstelling:

Tijdelijke crisismaatregel ter bevordering van de doorstroming op de woningmarkt.

Ministerie:

W&R, artikel 1: Woningmarkt.

Evaluatie:

Geen evaluatie beoogd, aangezien de regeling afloopt na 2017.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte inkomstenbelasting t/m 2015. Bijbehorend budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

   

Regeling:

Eigenwoningforfait

Beschrijving:

Huishoudens met een eigen woning dienen afhankelijk van de hoogte van de WOZ-waarde een percentage van de WOZ-waarde bij het belastbaar inkomen op te tellen. Deze regeling is de keerzijde van de aftrekbaarheid van rente en kosten voor de eigen woning.

Doelstelling:

Het doelmatig belasten van het voordeel in natura (het woongenot) van een eigen woning, door een forfaitaire benadering.

Ministerie:

W&R, artikel 1: Woningmarkt.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte inkomstenbelasting t/m 2015. Bijbehorend budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste post is.

   

Regeling:

Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld

Beschrijving:

Aan eigenwoningbezitters zonder eigenwoningschuld of met een lage eigenwoningschuld wordt een aftrek toegekend ter hoogte van het verschil tussen het eigenwoningforfait en de daarop drukkende aftrekbare kosten. Hierdoor hoeven eigenwoningbezitters met geen of een lage eigenwoningschuld per saldo geen belasting te betalen over het eigenwoningforfait.

Doelstelling:

Bevordering aflossing eigenwoningschuld en lastenverlichting eigenaar-bewoners met geen of een lage eigenwoningschuld.

Ministerie:

W&R, artikel 1: Woningmarkt.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte inkomstenbelasting t/m 2015. Bijbehorend budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

   

Regeling:

Schenk- en erfbelasting Eenmalige vrijstelling eigen woning

Beschrijving:

Voor schenkingen aan personen tussen de 18 en 40 jaar ten behoeve van de eigen woning geldt een eenmalige vrijstelling. De vrijstelling bedraagt € 100.000 in 2017.

Doelstelling:

Verminderen van de eigenwoningschuld van Nederlandse huishoudens.

Ministerie:

W&R, artikel 1: Woningmarkt.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m juni 2017. Het gegeven budgettaire belang is het bedrag dat belastingplichtigen in dat jaar zouden moeten betalen als de vrijstelling niet van toepassing was. Het is dus de fictief verschuldigde schenkbelasting over de schenkingen in dat jaar, gegeven de omvang van de schenkingen.

   

Regeling:

OVB Verlaagd tarief woning

Beschrijving:

Het belastingtarief in de overdrachtsbelasting bedraagt 6%. In afwijking hiervan geldt voor woningen een tarief van 2%. Dit tarief is uitsluitend van toepassing op de verkrijging van woningen of van rechten waaraan deze zijn onderworpen. Onder woningen wordt in dit kader verstaan onroerende zaken die naar hun aard zijn bestemd voor bewoning door particulieren. Het maakt geen verschil of de verkrijger de woning zelf gaat bewonen of dat de verkrijger de woning verhuurt aan een particulier.

Doelstelling:

Structureel bevorderen van de doorstroming op de woningmarkt.

Ministerie:

W&R, artikel 1: Woningmarkt.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Totale ontvangsten overdrachtsbelasting volgens raming CPB.

   

Verlaging lastendruk op inkomsten uit vermogen

Regeling:

Vermindering verhuurderheffing

Beschrijving:

Deze regeling is beschikbaar voor belastingplichtigen in het kader van de verhuurderheffing, die onder andere investeren in huurwoningen met een huurprijs onder de liberalisatiegrens. Het bedrag aan heffingsvermindering dat genoemd is in de investeringsverklaring van RVO, wordt van de verhuurderheffing afgetrokken. Het budget is € 698,5 miljoen over de jaren 2014 tot en met 2021.

Ministerie

W&R, artikel 1: Woningmarkt.

Evaluatie

Rapport evaluatie verhuurderheffing, 2016, Kamerstukken II 2015/2016, 32 847, nr. 248. De volgende evaluatie is beoogd in 2019.

Doelstelling:

Stimulering van maatschappelijk gewenste investeringen (zoals sloop, renovatie, transformatie en nieuwbouw van huurwoningen).

Ramingsgrond:

Gegevens investeringsverklaringen RVO t/m mei 2017. Budgettair belang is op kasbasis.

   

Regeling:

Kamerverhuurvrijstelling

Beschrijving:

Indien de inkomsten uit verhuur van woonruimte die geen zelfstandige woning vormt en onderdeel is van het hoofdverblijf van de verhuurder, niet meer bedragen dan € 5.164 per jaar, blijft het verhuurde deel van de eigen woning vallen onder de fiscale behandeling van de eigen woning, in plaats van de forfaitaire vermogensrendementsheffing in box 3. Het maximumhuurbedrag wordt jaarlijks op basis van de huurontwikkeling geïndexeerd.

Doelstelling:

Vergroten van het particuliere kameraanbod, met name voor studenten.

Ministerie:

W&R, artikel 1: Woningmarkt.

Evaluatie:

De evaluatie is beoogd in 2017.

Ramingsgrond:

Raming zonder recente gegevensbron. Laatst gebruikte bron betreft cijfers VROM uit 2006 over aantal kamers.

   

Regeling:

Vrijstelling rechten op bepaalde kapitaalsuitkeringen, waaronder KEW, box 3

Beschrijving:

In het overgangsrecht van de Wet IB 2001 zijn vrijstellingen voor bepaalde kapitaalverzekeringen, spaarrekeningen en beleggingsrechten opgenomen. Onder voorwaarden geldt een box 1 vrijstelling voor het voordeel (de uitgekeerde rente of het rendement op de premie/inleg) uit een kapitaalverzekering eigen woning (KEW), spaarrekening eigen woning (SEW) en beleggingsrecht eigen woning (BEW) waardoor deze niet in box 3 vallen. Per 1 april 2013 is de faciliteit vervallen en voor bestaande contracten ondergebracht in het overgangsrecht. Het kapitaal dan wel de inleg kunnen niet meer worden verhoogd en de looptijd kan niet worden verlengd. Tevens gelden er vrijstellingen voor andersoortige kapitaalverzekeringen waarvan de inkomsten vrijgesteld waren onder de Wet IB 1964.

Doelstelling:

Eerbiedigen van bestaande rechten op bepaalde vrijstellingen kapitaalsuitkeringen.

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

Geen evaluatie beoogd, want de regeling is vervallen voor nieuwe gevallen.

Ramingsgrond:

Gegevens van DNB en het Verbond van Verzekeraars over levensverzekeringen t/m 2015.

   

Regeling:

Vrijstelling rechten op kapitaalsuitkering bij overlijden box 3

Beschrijving:

Rechten op prestaties uit levensverzekering in verband met het overlijden van de belastingplichtige worden tot een bedrag van maximaal € 6.977 in 2017 vrijgesteld van de rendementsgrondslag. De prestaties kunnen de vorm hebben van een kapitaalsuitkering of een uitkering in natura (het verzorgen van de uitvaart van de verzekeringnemer).

Doelstelling:

Sociaal beleid (aangezien sprake is van financiering van een begrafenis of crematie) en doelmatigheid (het voorkomen van administratieve lasten voor polissen met een financieel beperkte omvang).

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

Evaluatierapport Vrijstelling rechten op kapitaalsuitkeringen bij overlijden in box 3, 2005, Kamerstukken II 2005/2006, 30 375, nr. 2, bijlage 11. De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

Gegevens van DNB over overlijdensverzekeringen t/m 2015.

   

Regeling:

Vrijstelling groen beleggen box 3

Beschrijving:

Op grond van deze regeling is € 57.385 aan groene beleggingen vrijgesteld van de rendementsgrondslag van de vermogensrendementsheffing. Beleggers met een fiscale partner hebben gezamenlijk recht op een vrijstelling van € 114.770. Het bedrag van de vrijstelling wordt jaarlijks geïndexeerd.

Doelstelling:

Stimuleren van investeringen en beleggingen in groenprojecten.

Ministerie:

IenM, artikel 21: Duurzaamheid.

Evaluatie:

Evaluatie MIA, Vamil en Groen Beleggen 2000–2004, 2007, Kamerstukken II 2007/2008, 30 535, nr. 11. De volgende evaluatie is beoogd in 2018.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte inkomstenbelasting t/m 2015.

   

Regeling:

Heffingskorting groen beleggen

Beschrijving:

De heffingskorting voor groene beleggingen sluit aan op de vrijstelling in box 3 voor groene beleggingen. De korting bedraagt 0,7% van het bedrag dat is vrijgesteld van de vermogensrendementsheffing.

Doelstelling:

Stimuleren van investeringen en beleggingen in groenprojecten.

Ministerie:

IenM, artikel 21: Duurzaamheid.

Evaluatie:

Evaluatie MIA, Vamil en Groen Beleggen 2000–2004, 2007, Kamerstukken II 2007/2008, 30 535, nr. 11. De volgende evaluatie is beoogd in 2018.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte inkomstenbelasting t/m 2014.

   

Regeling:

Heffingvrij vermogen box 3

Beschrijving:

Een algemene vrijstelling in box 3 van € 25.000 per belastingplichtige. Bij een rendementsgrondslag groter dan het heffingvrije vermogen, wordt het meerdere in de heffing betrokken. Belastingplichtigen met een fiscale partner hebben gezamenlijk recht op een vrijstelling van € 50.000. Het bedrag aan heffingvrij vermogen wordt jaarlijks geïndexeerd.

Doelstelling:

Doelmatigheid (vermindering van aantal belastingplichtigen).

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

MIMOSI.

   

Regeling:

Vrijstelling voorwerpen van kunst en wetenschap box 3

Beschrijving:

Voorwerpen van kunst en wetenschap vallen niet in de rendementsgrondslag van de vermogensrendementsheffing ook indien deze niet voor persoonlijke doeleinden worden gebruikt. Voorwerpen van kunst en wetenschap die hoofdzakelijk ter belegging worden aangehouden, zijn uitgezonderd van de vrijstelling om een ongerechtvaardigde bevoordeling ten opzichte van andere beleggingen te voorkomen.

Doelstelling:

Het particuliere kunstbezit en de kunstuitleen van particulieren aan musea in Nederland stimuleren.

Ministerie:

OCW, artikel 14: Cultuur.

Evaluatie:

Geen evaluatie beoogd, vanwege het beperkte budgettaire belang van de regeling.

   

Regeling:

Vrijstelling bos- en natuurterreinen box 3

Beschrijving:

Deze regeling bewerkstelligt dat voor de forfaitaire rendementsheffing de volgende bezittingen van de grondslag worden uitgezonderd: bossen, bepaalde natuurterreinen en de volgens de Natuurschoonwet als zodanig aangewezen landgoederen. Gebouwde eigendommen vallen niet onder de vrijstelling.

Doelstelling:

Ontwikkeling en instandhouding van bos en natuur.

Ministerie:

EZ, artikel 8: Natuur en biodiversiteit.

Evaluatie:

Evaluatie van de fiscale vrijstellingen bos en natuur, Wageningen University & Research, 2016, Kamerstukken II 2016/2017, 33 576, nr. 106. De regeling zal in 2021 worden behandeld in de beleidsdoorlichting van artikel 8.

   

Verlaging lastendruk in de winstsfeer

Regeling:

Zelfstandigenaftrek

Beschrijving:

De zelfstandigenaftrek is een aftrek in de IB van € 7.280 voor ondernemers die voldoen aan het urencriterium en die aan het begin van het kalenderjaar de pensioengerechtige leeftijd nog niet hebben bereikt. Na de pensioengerechtigde leeftijd wordt de zelfstandigenaftrek gehalveerd.

Doelstelling:

Het stimuleren van ondernemerschap.

Ministerie:

EZ, artikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen.

Evaluatie:

Evaluatie fiscale ondernemerschapsregelingen, SEO, 2017, Kamerstukken II 2016/2017, 31 311, nr. 186. De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte inkomstenbelasting t/m 2014. Bijbehorend budgettair belang is berekend met MIMOSI, op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

   

Regeling:

Extra zelfstandigenaftrek starters

Beschrijving:

Startende ondernemers in de IB die in één of meer van de vijf voorgaande jaren geen ondernemer waren en bij wie in die periode niet meer dan tweemaal de zelfstandigenaftrek is toegepast, hebben recht op een extra zelfstandigenaftrek van € 2.123.

Doelstelling:

Het stimuleren van ondernemerschap en het bevorderen van de bereidheid om startersrisico te lopen.

Ministerie:

EZ, artikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen.

Evaluatie:

Evaluatie fiscale ondernemerschapsregelingen, SEO, 2017, Kamerstukken II 2016/2017, 31 311, nr. 186. De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte inkomstenbelasting t/m 2014. Bijbehorend budgettair belang is berekend met MIMOSI, op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

   

Regeling:

Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid

Beschrijving:

De startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid in de IB wordt geboden in de startfase van de onderneming ingeval niet aan het normale urencriterium van 1.225 uur wordt voldaan, maar wel aan een verlaagd urencriterium van 800 uur. De aftrekpost bedraagt € 12.000 voor het eerste jaar, € 8.000 voor het tweede jaar en € 4.000 voor het derde jaar. De aftrek kan niet hoger zijn dan de genoten winst.

Doelstelling:

Stimuleren van het starten van een onderneming vanuit een uitkering inzake arbeidsongeschiktheid.

Ministerie:

EZ, artikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen en SZW, artikel 3: Arbeidsongeschiktheid.

Evaluatie:

Evaluatie fiscale ondernemerschapsregelingen, SEO, 2017, Kamerstukken II 2016/2017, 31 311, nr. 186. De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

   

Regeling:

Meewerkaftrek

Beschrijving:

Indien de partner van een ondernemer in de IB meewerkt in diens onderneming zonder hiervoor een vergoeding te ontvangen, heeft de ondernemer die voldoet aan het urencriterium recht op de meewerkaftrek. De aftrek is afhankelijk van het aantal door de partner gewerkte uren in de onderneming en bedraagt tussen de 1,25% van de winst (indien ten minste 525 uur wordt meegewerkt) en maximaal 4% van de winst (indien ten minste 1.750 uur wordt meegewerkt).

Doelstelling:

Fiscaal faciliteren van arbeid in de onderneming van de partner zonder de verplichting tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst.

Ministerie:

EZ, artikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen.

Evaluatie:

Evaluatie fiscale ondernemerschapsregelingen, SEO, 2017, Kamerstukken II 2016/2017, 31 311, nr. 186. De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte inkomstenbelasting t/m 2014. Bijbehorend budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

   

Regeling:

Stakingsaftrek

Beschrijving:

Bij de staking van een onderneming of een deel ervan is van de behaalde stakingswinst maximaal € 3.630 vrijgesteld van belastingheffing in de IB. Op de in een kalenderjaar berekende stakingsaftrek wordt de in het verleden genoten stakingsaftrek in mindering gebracht.

Doelstelling:

De stakingsaftrek beoogt een verzachting van belastingheffing te geven over de stakingswinst. De stakingsaftrek is de voortzetting – zij het op een lager niveau – van de stakingsvrijstelling van de Wet IB 1964.

Ministerie:

EZ, artikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

Evaluatie:

Evaluatie fiscale regelingen gericht op bedrijfsoverdracht, SEO, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 32 637, nr. 158. De volgende evaluatie is beoogd in 2021.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte inkomstenbelasting t/m 2014. Bijbehorend budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

   

Regeling:

Aftrek speur- en ontwikkelingswerk

Beschrijving:

Ondernemers in de IB die voldoen aan het urencriterium en in het kalenderjaar ten minste 500 uur hebben besteed aan werk dat bij een zogenoemde S&O-verklaring kwalificeert als speur- en ontwikkelingswerk, hebben in 2017 recht op een aftrek van € 12.522. Voor starters wordt deze aftrek onder voorwaarden verhoogd met € 6.264.

Doelstelling:

Bevorderen van technologische vernieuwingen.

Ministerie:

EZ, artikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen.

Evaluatie:

Evaluatie WBSO 2006–2010, EIM, 2012, Kamerstukken II 2011/2012, 32 637 nr. 32. De volgende evaluatie is beoogd in 2018.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte inkomstenbelasting t/m 2014. Bijbehorend budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

   

Regeling:

Willekeurige afschrijving starters

Beschrijving:

Startende ondernemers in de IB kunnen op basis van deze regeling willekeurig afschrijven op bedrijfsmiddelen die zijn aangeschaft in een kalenderjaar waarover voor hen de extra zelfstandigenaftrek starters van toepassing was.

Doelstelling:

Het stimuleren van ondernemerschap.

Ministerie:

EZ, artikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen.

Evaluatie:

Evaluatie fiscale ondernemerschapsregelingen, SEO, 2017, Kamerstukken II 2016/2017, 31 311, nr. 186. De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

Raming zonder gegevensbron, de budgettaire kosten zijn gebaseerd op een veronderstelling van het aantal gebruikers en hun investeringen.

   

Regeling:

Doorschuiving stakingswinst

Beschrijving:

Op verzoek is onder voorwaarden doorschuiving van stakingswinst zonder inkomstenbelastingheffing mogelijk in het kader van overdracht van (een deel van) de onderneming. Hiervan is sprake in geval van overlijden, echtscheiding, overdracht van de onderneming aan alle medeondernemers die gedurende drie jaar een gezamenlijke onderneming drijven, of in geval van inbreng van de onderneming in een naamloze vennootschap of besloten vennootschap. De belastingplichtige voor wiens rekening de onderneming zal worden voortgezet, is verplicht de oude boekwaarden van de overgedragen vermogensbestanddelen over te nemen.

Doelstelling:

Ondersteunen van de continuïteit van de onderneming, in het kader van liquiditeitsproblemen die kunnen ontstaan als gevolg van de fiscale claim die rust op een bedrijfsoverdracht.

Ministerie:

EZ, artikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen.

Evaluatie:

Evaluatie fiscale regelingen gericht op bedrijfsoverdracht, SEO, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 32 637, nr. 158. De volgende evaluatie is beoogd in 2021.

Ramingsgrond:

Raming zonder gegevensbron, gebaseerd op rekenveronderstellingen.

   

Regeling:

Doorschuifregelingen inkomen uit aanmerkelijk belang box 2

Beschrijving:

Onder voorwaarden wordt (op verzoek) bij bijvoorbeeld een overgang krachtens huwelijksvermogensrecht, erfrecht of schenking, van een aanmerkelijk belang niet als vervreemding aangemerkt. De verkrijgingprijs van de aandelen van de overdrager wordt dan doorgeschoven naar de overnemer.

Doelstelling:

Het waarborgen van de continuïteit van de onderneming, doordat op het moment van overgang niet hoeft te worden afgerekend over het verschil tussen de waarde in het economisch verkeer en de verkrijgingsprijs van de aandelen.

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

Evaluatie fiscale regelingen gericht op bedrijfsoverdracht, SEO, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 32 637, nr. 158. De volgende evaluatie is beoogd in 2021.

Ramingsgrond:

Raming zonder gegevensbron, gebaseerd op rekenveronderstellingen.

   

Regeling:

MKB-winstvrijstelling

Beschrijving:

De MKB-winstvrijstelling is een vrijstelling van een deel van de belastbare winst voor ondernemers in de IB. Sinds 2014 bedraagt de MKB-winstvrijstelling 14% van de winst nadat de winst is verminderd met de ondernemersaftrek.

Doelstelling:

Stimuleren van ondernemerschap.

Ministerie:

EZ, artikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen.

Evaluatie:

Evaluatie fiscale ondernemerschapsregelingen, SEO, 2017, Kamerstukken II 2016/2017, 31 311, nr. 186. De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte inkomstenbelasting t/m 2014. Bijbehorend budgettair belang is berekend met MIMOSI, op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

   

Regeling:

Terbeschikkingstellingsvrijstelling

Beschrijving:

De terbeschikkingstellingsvrijstelling bedraagt 12% van het gezamenlijke bedrag van het resultaat uit terbeschikkingstellingswerkzaamheden, te weten het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen aan een verbonden onderneming, werkzaamheid of vennootschap.

Doelstelling:

Het voorkomen van arbitrage tussen de verschillende boxen en een beter evenwicht in fiscale behandeling tussen enerzijds ondernemers en anderzijds houders van een aanmerkelijk belang.

Ministerie:

EZ, artikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

Cijfers aangifte inkomstenbelasting Belastingdienst t/m 2014. Bijbehorend budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

   

Regeling:

Innovatiebox

Beschrijving:

Op verzoek en onder voorwaarden worden winsten uit zelf-ontwikkelde immateriële activa belast in de vennootschapsbelasting tegen een effectief tarief van maximaal 5%. Er kan gekozen worden voor toepassing van de forfaitaire regeling voor maximaal 3 jaar. Hierbij wordt van een belastingplichtige met een zelf-ontwikkeld immateriëel activum 25% van de winst aangemerkt als winsten uit immateriële activa met een maximum van € 25.000.

Doelstelling:

Stimuleren, aantrekken en behouden van speur- en ontwikkelingswerk en bevorderen vestigingsklimaat.

Ministerie:

EZ, artikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen.

Evaluatie:

Evaluatie innovatiebox 2010 tot 2012, Dialogic, 2016, Kamerstukken II 2015/2016, 34 302, nr. 111. De volgende evaluatie is beoogd in 2022.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte vennootschapsbelasting t/m 2014.

   

Regeling:

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

Beschrijving:

De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek vormt, als onderdeel van de investeringsaftrek in de IB en Vpb, een extra aftrek over een gedeelte van het investeringsvolume. De hoogte van de aftrek is afhankelijk van de hoogte van de investering. De aftrek bedraagt maximaal € 15.734.

Doelstelling:

Bevorderen van investeringen van relatief geringe omvang, die in het algemeen gedaan zullen worden in het midden- en kleinbedrijf.

Ministerie:

EZ, artikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen.

Evaluatie:

Evaluatie fiscale ondernemerschapsregelingen, SEO, 2017, Kamerstukken II 2016/2017, 31 311, nr. 186. De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte inkomsten- en vennootschapsbelasting t/m 2014. Bijbehorend budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is. Geraamde endogene groei vanaf 2015 is gelijk aan groei investeringen overige vaste activa volgens raming CPB.

   

Regeling:

Energie-investeringsaftrek (EIA)

Beschrijving:

De EIA vormt, als onderdeel van de investeringsaftrek in de IB en Vpb, een extra aftrek op de fiscale winst verleend voor door de Minister van EZ aangewezen investeringen in nieuwe energiebesparende bedrijfsmiddelen en maatregelen. In 2017 bedraagt de aftrek 55%. De EIA is een gebudgetteerde regeling met een systematiek van meerjarige budgetegalisatie.

Doelstelling:

Stimuleren van investeringen ten behoeve van een doelmatig energiegebruik.

Ministerie:

EZ, artikel 4: Een doelmatige en duurzame energievoorziening.

Evaluatie:

Evaluatie Energie Investeringsaftrek 2006 – 2011, Ecorys, 2012, Kamerstukken II 2013/2014, 33 752, nr. 5. De volgende evaluatie is beoogd in 2018.

Ramingsgrond:

Investeringsbedragen volgens RVO t/m 2016. Cijfer 2017 en 2018 is budget.

   

Regeling:

Milieu-investeringsaftrek (MIA)

Beschrijving:

De MIA vormt, als onderdeel van de investeringsaftrek in de IB en Vpb, een extra aftrek op de fiscale winst voor milieu-investeringen die bij ministeriële regeling worden aangewezen. Er zijn drie verschillende categorieën op de Milieulijst, waarbij respectievelijk 36%, 27% en 13,5% aftrek wordt verleend. De MIA is een gebudgetteerde regeling met een systematiek van meerjarige budgetegalisatie.

Doelstelling:

Stimuleren van investeringen ter bescherming van het milieu.

Ministerie:

IenM, artikel 21: Duurzaamheid.

Evaluatie:

Evaluatie MIA en VAMIL 2005 – 2010, Ecorys (2013) en Van Heekeren & Firma (2012), Kamerstukken II 2013/2014, 33 752, nr. 5. De volgende evaluatie is beoogd in 2018.

Ramingsgrond:

Investeringsbedragen volgens RVO t/m 2016. Cijfer 2017 en 2018 is budget.

   

Regeling:

VAMIL

Beschrijving:

Op basis van de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) mag willekeurig worden afgeschreven op door de Minister van IenM aangewezen milieu-investeringen (Milieulijst) tot 75% van de aanschaf- of voortbrengingskosten. Deze regeling in de IB en Vpb leidt voor de belastingplichtige tot een liquiditeits- en rentevoordeel. De VAMIL is een gebudgetteerde regeling met een systematiek van meerjarige budgetegalisatie.

Doelstelling:

Stimuleren van investeringen ter bescherming van het milieu.

Ministerie:

IenM, artikel 21: Duurzaamheid.

Evaluatie:

Evaluatie MIA en VAMIL 2005 – 2010, Ecorys (2013) en Van Heekeren & Firma (2012), Kamerstukken II 2013/2014, 33 752, nr. 5. De volgende evaluatie is beoogd in 2018.

Ramingsgrond:

Investeringsbedragen volgens RVO t/m 2016. Cijfer 2017 en 2018 is budget.

   

Regeling:

Tonnageregeling winst uit zeescheepvaart

Beschrijving:

Op verzoek van de belastingplichtige wordt, in afwijking van het algemeen systeem van winstbepaling in de IB en Vpb, de winst uit zeescheepvaart op basis van deze regeling forfaitair bepaald. Uitgangspunt hierbij vormt de tonnage van de schepen waarmee die winst wordt behaald. Als voor een schip voor de tonnageregeling wordt gekozen, geldt dit voor een periode van 10 jaar.

Doelstelling:

Bevorderen en stimuleren van de zeescheepvaart in Nederland.

Ministerie:

IenM, artikel 18: Scheepvaart en Havens.

Evaluatie:

Evaluatie van de fiscale maatregelen in het zeescheepvaartbeleid, Panteia, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 31 409, nr. 67. De volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Raming zonder actuele gegevensbron; de raming is een conjunctuurvrije, gemiddelde schatting die gemaakt is ten behoeve van de laatste evaluatie.

   

Regeling:

Willekeurige afschrijving zeeschepen

Beschrijving:

Deze regeling in de IB en Vpb biedt de mogelijkheid om vervroegd af te schrijven op zeeschepen. De regeling kan uitsluitend worden toegepast indien niet wordt gekozen voor de forfaitaire winstbepaling en bedraagt per jaar maximaal 20% van de af te schrijven aanschaffings- en voortbrengingskosten.

Doelstelling:

Het stimuleren van ondernemerschap.

Ministerie:

IenM, artikel 18: Scheepvaart en Havens.

Evaluatie:

Evaluatie van de fiscale maatregelen in het zeescheepvaartbeleid, Panteia, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 31 409, nr. 67. De volgende evaluatie is beoogd in 2020.

   

Regeling:

Landbouwvrijstelling in de winstsfeer

Beschrijving:

Op grond van deze regeling worden voordelen uit een landbouwbedrijf die verband houden met de waardeverandering van de grond, niet tot de fiscale winst (IB en Vpb) gerekend. De regeling is niet van toepassing als de waardeverandering optreedt in het kader van de bedrijfsuitoefening. Een waardestijging van de grond die de gebruikelijke waarde binnen een landbouwbedrijf te boven gaat is belast.

Doelstelling:

Instandhouding van de fiscale behandeling van grond ten behoeve van voordelen uit een landbouwbedrijf.

Ministerie:

EZ, artikel 6: Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens.

Evaluatie:

IBO Agro-, visserij- en voedselketens, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 30 991, nr. 25. De regeling zal in 2019 worden behandeld in de beleidsdoorlichting van artikel 6.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte inkomsten- en vennootschapsbelasting t/m 2014. Bijbehorend budgettair belang is berekend op grond van de rekenregel dat het de laatste aftrekpost is.

   

Regeling:

Bosbouwvrijstelling

Beschrijving:

Deze regeling in de IB en Vpb houdt in dat voor- en nadelen uit bosbouwbedrijf niet tot de winst worden gerekend. Het staat de belastingplichtige vrij te opteren voor het buiten toepassing laten van de vrijstelling. Toepassing van de facultatieve regeling blijft, indien gebruik wordt gemaakt van de optie, gelden voor een periode van ten minste 10 jaar.

Doelstelling:

Ontwikkeling en instandhouding van bos en natuur.

Ministerie:

EZ, artikel 8: Natuur en biodiversiteit.

Evaluatie:

Evaluatie van de fiscale vrijstellingen bos en natuur, Wageningen University & Research, 2016, Kamerstukken II 2016/2017, 33 576, nr. 106. De regeling en de uitkomsten van de vorige evaluatie zullen in 2021 worden behandeld in de beleidsdoorlichting van artikel 8.

Ramingsgrond:

Inkomensschattingen LEI en cijfers Belastingdienst t/m 2014. Cijfers houtomzet CBS na 2014.

   

Regeling:

Vrijstelling vergoeding bos- en natuurbeheer

Beschrijving:

Deze regeling in de IB en Vpb voorziet in een (gedeeltelijke) vrijstelling voor aangewezen subsidieregelingen ten behoeve van de ontwikkeling en instandhouding van bos en natuur.

Doelstelling:

Ontwikkeling en instandhouding van bos en natuur.

Ministerie:

EZ, artikel 8: Natuur en biodiversiteit.

Evaluatie:

Evaluatie van de fiscale vrijstellingen bos en natuur, Wageningen University & Research, 2016, Kamerstukken II 2016/2017, 33 576, nr. 106. De regeling en de uitkomsten van de vorige evaluatie zullen in 2021 worden behandeld in de beleidsdoorlichting van artikel 8.

Ramingsgrond:

Subsidiebedragen provincies over 2014–2017.

   

Regeling:

OVB Vrijstelling cultuurgrond

Beschrijving:

Vrijgesteld is de verkrijging van cultuurgrond – daaronder begrepen de rechten van erfpacht of beklemming daarop – die ten behoeve van de landbouw bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd. Voorwaarde is dat de exploitatie van de cultuurgrond voor een aaneensluitende periode van tien jaar wordt voortgezet.

Doelstelling:

Versterken van de economische structuur van de land- en tuinbouwsector.

Ministerie:

EZ, artikel 6: Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens.

Evaluatie:

IBO Agro-, visserij- en voedselketens, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 30 991, nr. 25. De regeling zal in 2019 worden behandeld in de beleidsdoorlichting van artikel 6.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m 2013.

   

Regeling:

OVB Vrijstelling bedrijfsoverdracht in familiesfeer

Beschrijving:

Vrijgesteld van overdrachtsbelasting is de verkrijging door een familielid van goederen die behoren tot en dienstbaar zijn aan (de continuering) van een onderneming. De regeling vindt slechts toepassing indien de overdragende ondernemer een ouder of grootouder betreft en de onderneming in zijn geheel (al dan niet in fasen) wordt voortgezet door het verkrijgende familielid.

Doelstelling:

Stimuleren van overdracht onderneming aan de volgende generatie.

Ministerie:

EZ, artikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen.

Evaluatie:

Evaluatie fiscale regelingen gericht op bedrijfsoverdracht, SEO, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 32 637, nr. 158. De volgende evaluatie is beoogd in 2021.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m 2013.

   

Regeling:

Schenk- en erfbelasting Bedrijfsopvolgingsfaciliteit

Beschrijving:

Voor een geërfde of geschonken onderneming geldt, indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan, een voorwaardelijke vrijstelling van erfbelasting respectievelijk schenkbelasting voor het ondernemingsvermogen. Indien de geërfde of geschonken onderneming voor een periode van 5 jaar wordt voortgezet, wordt de voorwaardelijke vrijstelling definitief. De vrijstelling bedraagt 100% van de going-concern waarde van de onderneming tot een bedrag van € 1.060.298. Voor het meerdere geldt een vrijstelling van 83%.

Doelstelling:

Bevorderen continuïteit van de onderneming.

Ministerie:

EZ, artikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen.

Evaluatie:

Evaluatie fiscale regelingen gericht op bedrijfsoverdracht, SEO, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 32 637, nr. 158. De volgende evaluatie is beoogd in 2021.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m 2014.

   

Regeling:

Schenk- en erfbelasting Faciliteiten ANBI’s

Beschrijving:

Algemeen nut beogende instellingen zijn per 2006 geheel vrijgesteld van schenk- en erfbelasting. Voor sociaal belang behartigende instellingen is de vrijstelling ingegaan per 2010.

Doelstelling:

Bevorderen van schenken en nalaten aan algemeen nut beogende instellingen en sociaal belang behartigende instellingen.

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

Evaluatie van de praktijk rondom ANBI's en SBBI's, Dialogic, 2017, Kamerstukken II 2016/2017, 34 552, nr. 77. De volgende evaluatie is beoogd in 2021.

Ramingsgrond:

Raming zonder gegevensbron. Laatste cijfers Belastingdienst uit 2005 toen het nog niet volledig was vrijgesteld, trend is doorgetrokken.

   

Regeling:

Giftenaftrek vennootschapsbelasting

Beschrijving:

Giften aan onder andere algemeen nut beogende instellingen (ANBI) zijn aftrekbaar. De totale aftrek bedraagt ten hoogste 50% van de winst met een maximum van € 100.000. Er geldt een multiplier voor giften aan culturele ANBI’s.

Doelstelling:

Bevorderen van schenkingen aan bepaalde instellingen.

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

Evaluatie giftenaftrek, Dialogic, 2017, Kamerstukken II 2016/2017, 34 552, nr. 77. De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte vennootschapsbelasting t/m 2015.

   

Loonbelasting (LB)

Regeling:

Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk WBSO

Beschrijving:

De afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO) is van toepassing op werknemers die direct betrokken zijn bij speur- en ontwikkelingswerk. De afdrachtvermindering bedraagt 32% van het S&O-loon van die werknemers (40% voor starters). Voor zover het S&O-loon meer bedraagt dan € 350.000, bedraagt de vermindering 16% van het loon. De WBSO is een gebudgetteerde regeling. Eventuele overschrijdingen of onderuitputtingen van het budget uit t-1 worden ten laste/bate van het budget in t+1 gebracht.

Doelstelling:

Bevordering van speur- en ontwikkelingswerk in het bedrijfsleven.

Ministerie:

EZ, artikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen.

Evaluatie:

Innoveren en ondernemen met beleid, Dialogic, 2015, Kamerstukken II, 2014/2015, 30 991, nr. 23. De volgende evaluatie is beoogd in 2018.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst uit loonbelastingaangiften over gebruik WBSO t/m 2016. Cijfer 2017 en 2018 is budget.

   

Regeling:

Verlaagd gebruikelijk loon voor dga’s van startups

Beschrijving:

Voor dga’s van startups gelden niet de normale regels voor de bepaling van het gebruikelijk loon. Zij mogen het gebruikelijk loon op het Wettelijk Minimumloon vaststellen.

Doelstelling:

Het stimuleren van startups.

Ministerie:

EZ, artikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Raming gebaseerd op aantal bedrijven met S&O-startersverklaring op basis van raming RVO, en andere rekenveronderstellingen.

   

Regeling:

Vrijstelling aandelenopties werknemers van startups

Beschrijving:

Indien tussen de werknemer en de startup aandelenopties worden overeengekomen, zorgt de vrijstelling ervoor dat het genoten voordeel uit de vervreemding of uitoefening van deze aandelenopties slechts voor 75% als loon wordt belast, voor zover het genoten voordeel niet meer bedraagt dan € 50.000. Daarnaast dient de toekenning van het optierecht reeds 12 maanden te bestaan en geldt de mogelijkheid tot een vrijstelling voor de duur van 5 kalenderjaren na toekenning.

Doelstelling:

Het stimuleren van het door werknemers investeren in de startup waar zij werkzaam zijn door middel van het aankopen van aandelenopties.

Ministerie:

EZ, artikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in 2020.

   

Regeling:

30%-regeling

Beschrijving:

De werkgever mag onder voorwaarden een forfaitair bedrag van maximaal 30% van het loon, inclusief vergoeding, en de uitgaven voor schoolgelden van internationale scholen aanwijzen als onbelaste vergoeding voor ingekomen en uitgezonden werknemers.

Doelstelling:

De 30%-regeling dient ter compensatie van extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst in het kader van de dienstbetrekking van ingekomen en uitgezonden werknemers. De regeling heeft als doel:

(a) het aantrekken van werknemers uit het buitenland met een specifieke deskundigheid die in Nederland niet of schaars voorhanden is,

(b) een bijdrage leveren aan het aantrekkelijk en competitief houden van het Nederlandse vestigingsklimaat,

(c) verminderen van administratieve lasten.

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

Evaluatie 30%-regeling, Dialogic, 2017, Kamerstukken II 2016/2017, 34 552, nr. 84. De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst aangifte inkomstenbelasting t/m 2016. De opbrengst bij afschaffing van de regeling is lager dan het vermelde budgettair belang, aangezien zonder de regeling de werkelijke kosten belastingvrij vergoed kunnen worden.

   

Regeling:

Afdrachtvermindering zeevaart

Beschrijving:

Deze vermindering mag worden toegepast op het loon van zeevarenden die werken op een Nederlands schip. De vermindering bedraagt 40% van het loon voor zeevarenden die in Nederland of in een ander EU- of EER-land wonen. Voor overige zeevarenden die onderworpen zijn aan de loonbelasting is het percentage vastgesteld op 10%.

Doelstelling:

Ondersteunen van de sector met de daaraan verbonden werkgelegenheid en het in stand houden van een vloot onder Nederlandse vlag.

Ministerie:

IenM, artikel 18: Scheepvaart en Havens.

Evaluatie:

Evaluatie van de fiscale maatregelen in het zeescheepvaartbeleid, Panteia, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 31 409, nr. 67. De volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst uit loonbelastingaangiften van alle inhoudingsplichtigen t/m juni 2017.

   

Regeling:

Vrijstelling uitkering wegens 25- of 40-jarig dienstverband

Beschrijving:

De werkgever mag onder voorwaarden maximaal een maandsalaris belastingvrij uitkeren na het bereiken van een diensttijd van tenminste 25 en opnieuw na een diensttijd van tenminste 40 jaar.

Doelstelling:

Sociaal beleid (uitkering bij jubilea buiten de heffing te laten).

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

Raming zonder gegevensbron, gebaseerd op rekenveronderstellingen en CBS-tabellen over banen, leeftijdsklassen en anciënniteit.

   

Regeling:

Levensloopverlofkorting

Beschrijving:

Om de aantrekkelijkheid van de levensloopregeling als alternatief voor het spaarloon te vergroten, werd aan werknemers per jaar waarin een voorziening in het kader van een levensloopregeling is opgebouwd een bij de opname van het tegoed te verzilveren tegemoetkoming toegekend in de vorm van een levensloopverlofkorting. De levensloopregeling is per 1 januari 2012 afgeschaft voor nieuwe gevallen. Voor deelnemers aan de levensloopregeling die op 31 december 2011 een aanspraak ingevolge levensloopregeling hebben opgebouwd waarvan de waarde in het economische verkeer minimaal € 3.000 bedroeg, geldt een overgangsregeling tot en met 31 december 2021. Onderdeel van deze overgangsregeling is dat sinds 1 januari 2012 bij inleg in de levensloopregeling geen levensloopverlofkorting meer wordt opgebouwd, maar dat de op 31 december 2011 opgebouwde rechten op de levensloopverlofkorting niet vervallen en nog steeds kunnen worden verzilverd bij de opname van het levenslooptegoed. Het bedrag van de levensloopverlofkorting wordt ook na 2011 nog steeds geïndexeerd en bedraagt in 2017 € 210 per jaar waarin vóór 1 januari 2012 een voorziening in het kader van een levensloopregeling is opgebouwd, verminderd met de reeds verzilverde bedragen.

Doelstelling:

Respecteren bestaande rechten.

Ministerie:

SZW, artikel 1: Arbeidsmarkt.

Evaluatie:

Geen evaluatie beoogd, omdat de oorspronkelijke regeling is afgeschaft en er slechts sprake is van toepassing van overgangsrecht.

   

Overdrachtsbelasting (OVB)

Regeling:

OVB Vrijstelling stedelijke herstructurering

Beschrijving:

De vrijstelling stedelijke herstructurering bestaat uit drie onderdelen, te weten:

– de vrijstelling die het mogelijk maakt voor wijkontwikkelingsmaatschappijen huizen te verkrijgen zonder overdrachtsbelasting;

– de vrijstelling die het voor woningcorporaties mogelijk maakt om ter financiering van stedelijke herstructurering huizen zonder overdrachtsbelasting over te dragen aan een landelijk werkende toegelaten instelling en

– de vrijstelling die ertoe strekt de verkrijging van onroerende zaken van wijkontwikkelingsmaatschappijen door de deelnemers in een dergelijke maatschappij in bepaalde situaties vrij te stellen van overdrachtsbelasting.

Doelstelling:

Stimulering van stedelijke herstructurering.

Ministerie:

W&R, artikel 2: Woonomgeving en bouw.

Evaluatie:

Evaluatie WOM-regeling, Companen, 2017, Kamerstukken II 2016/2017, 34 552, nr. 79. De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

   

Regeling:

OVB Vrijstelling inrichting landelijk gebied

Beschrijving:

Vrijgesteld zijn verkrijgingen krachtens de Ruilverkavelingwet 1954, de Wet inrichting landelijk gebied en enkele andere vergelijkbare wetten. De vrijstelling bevordert dat de overdracht van de onroerende zaken via kavelruil en herverkaveling zonder fiscale barrière «geruisloos» plaatsvindt naar betrokken partijen. Dit maakt het eenvoudiger om wegen, waterlopen en overige infrastructuur aan te leggen en gronden van eigenaren kunnen zo dichter bij elkaar worden gebracht.

Doelstelling:

Structuurverbetering van het landelijk gebied.

Ministerie:

EZ, artikel 8: Natuur en biodiversiteit.

Evaluatie:

Evaluatie van de fiscale vrijstellingen bos en natuur, Wageningen University & Research, 2016, Kamerstukken II 2016/2017, 33 576, nr. 106. De regeling en de uitkomsten van de vorige evaluatie zullen in 2021 worden behandeld in de beleidsdoorlichting van artikel 8.

   

Regeling:

OVB Vrijstelling Bureau Beheer Landbouwgronden

Beschrijving:

Vrijgesteld zijn verkrijgingen door het Bureau Beheer Landbouwgronden.

Doelstelling:

Structuurverbetering van het landelijk gebied.

Ministerie:

EZ, artikel 8: Natuur en biodiversiteit.

Evaluatie:

Evaluatie van de fiscale vrijstellingen bos en natuur, Wageningen University & Research, 2016, Kamerstukken II 2016/2017, 33 576, nr. 106. De regeling en de uitkomsten van de vorige evaluatie zullen in 2021 worden behandeld in de beleidsdoorlichting van artikel 8.

   

Regeling:

OVB Vrijstelling natuurgrond

Beschrijving:

Vrijgesteld is de verkrijging van natuurgrond, daaronder begrepen de rechten van erfpacht of beklemming daarop. Per 11 juli 2008 is de vrijstelling ook van toepassing op de verkrijging van landbouwgrond, die geschikt is gemaakt voor ontwikkeling tot natuurterrein.

Doelstelling:

Bevorderen en behoud van natuurschoon in handen van private partijen.

Ministerie:

EZ, artikel 8: Natuur en biodiversiteit.

Evaluatie:

Evaluatie van de fiscale vrijstellingen bos en natuur, Wageningen University & Research, 2016, Kamerstukken II 2016/2017, 33 576, nr. 106. De regeling en de uitkomsten van de vorige evaluatie zullen in 2021 worden behandeld in de beleidsdoorlichting van artikel 8.

   

Heffingskortingen

Regeling:

Algemene heffingskorting

Beschrijving:

De algemene heffingskorting is een heffingskorting op de inkomstenbelasting en de premie voor de volksverzekeringen. Iedereen heeft recht op de korting, maar de hoogte is inkomensafhankelijk. De korting bedraagt maximaal € 2.254. Vanaf een belastbaar inkomen van € 67.068 bedraagt de korting nul.

Doelstelling:

Inkomensondersteuning.

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

MIMOSI.

   

Regeling:

Arbeidskorting

Beschrijving:

De arbeidskorting is een heffingskorting op de inkomstenbelasting en de premie voor de volksverzekeringen voor werkenden. De hoogte van de korting hangt af van de hoogte van het arbeidsinkomen. De korting bedraagt maximaal € 3.223 en bedraagt nul vanaf een belastbaar inkomen van € 121.972.

Doelstelling:

Stimuleren van arbeidsparticipatie en daarmee samenhangend, het verkleinen van de armoedeval.

Ministerie:

SZW, artikel 1: Arbeidsmarkt.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

MIMOSI.

   

Regeling:

Inkomensafhankelijke combinatiekorting

Beschrijving:

De inkomensafhankelijke combinatiekorting is een heffingskorting voor ouders met een arbeidsinkomen boven een bepaalde drempel. Een ouder komt in aanmerking als deze een werkende alleenstaande is of de minstverdienende van twee werkende partners, en als deze in het belastingjaar ten minste zes maanden een kind dat aan het begin van het belastingjaar jonger dan 12 jaar oud was, op zijn woonadres heeft staan ingeschreven. De korting bedraagt maximaal € 2.778.

Doelstelling:

Stimuleren van arbeidsparticipatie van ouders met jonge kinderen.

Ministerie:

SZW, artikel 1: Arbeidsmarkt.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

MIMOSI.

   

Regeling:

Jonggehandicaptenkorting

Beschrijving:

De jonggehandicaptenkorting is een heffingskorting voor belastingplichtigen die recht hebben op een uitkering volgens de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong-uitkering) of op ondersteuning bij het vinden van werk volgens de wet Wajong. De korting vervalt als de belastingplichtige ouderenkorting krijgt. De korting bedraagt € 722.

Doelstelling:

Inkomensondersteuning jonggehandicapten.

Ministerie:

SZW, artikel 4: Jonggehandicapten.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

MIMOSI.

   

Regeling:

Alleenstaande ouderenkorting

Beschrijving:

De alleenstaande ouderenkorting is een heffingskorting voor belastingplichtigen die een AOW-uitkering voor een alleenstaande ontvangen, of die een AOW-uitkering voor een alleenstaande zouden ontvangen als ze minimaal één jaar verzekerd zouden zijn geweest voor de AOW. De korting bedraagt € 438.

Doelstelling:

Inkomensondersteuning alleenstaande ouderen.

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

MIMOSI.

   

Regeling:

Ouderenkorting

Beschrijving:

De ouderenkorting is een heffingskorting voor belastingplichtigen die op 31 december van het belastingjaar de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt. De korting bedraagt € 1.292 voor verzamelinkomens tot en met € 36.057 en € 71 voor verzamelinkomens daarboven.

Doelstelling:

Inkomensondersteuning ouderen.

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

MIMOSI.

   

Energiebelasting (EB)

Regeling:

EB Verlaagd tarief glastuinbouw

Beschrijving:

Voor verbruik van aardgas in de glastuinbouw geldt in de eerste twee schijven een verlaagd tarief in de energiebelasting.

Doelstelling:

Het voorkomen van een onbedoelde lastenverzwaring voor de relatief kleinschalige energie-intensieve glastuinbouwsector bij de invoering van de energiebelasting, zoals deze met de degressieve tariefstructuur werd bereikt voor de andere energie-intensieve sectoren.

Ministerie:

EZ, artikel 6: Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens.

Evaluatie:

Evaluatie energiebelastingtarief glastuinbouw, LEI, 2016, Kamerstukken II 2015/2016, 32 627, nr. 24. De volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m 2016.

   

Regeling:

EB Teruggaaf kerkgebouwen en non-profit

Beschrijving:

Non-profitinstellingen en gebouwen die ten dienste staan van de openbare eredienst of het houden van openbare bezinningsbijeenkomsten van levensbeschouwelijke aard, hebben recht op teruggaaf van de helft van de betaalde energiebelasting.

Doelstelling:

Bieden van compensatie aan de beheerders van dergelijke gebouwen, aangezien kerken e.d. weinig betaald personeel hebben en geen vennootschapsbelasting betalen waardoor enig voordeel in de vorm van een terugsluis deze doelgroep niet bereikt.

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

Evaluatie van de teruggaafregeling energiebelasting voor kerken en non-profit organisaties, 2005, Kamerstukken II 2005/2006, 30 375, nr. 2, bijlage 12. Deze regeling is tevens geëvalueerd in de Brede heroverwegingen 1. Energie en Klimaat, 2010. De volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m 2016.

   

Regeling:

EB Teruggaaf energie-intensieve industrie

Beschrijving:

Teruggaaf van energiebelasting voor het elektriciteitsgebruik boven de 10 miljoen kWh voor energie-intensieve bedrijven die deelnemen aan een convenant ter verbetering van de energie-efficiëntie.

Doelstelling:

Primair maakt de regeling deel uit van de beleidsarme implementatie van de Richtlijn Energiebelastingen per 2004. Secundair wordt deelname aan een convenant ter verbetering van de energie-efficiëntie bevorderd.

Ministerie:

EZ, artikel 4: Een doelmatige en duurzame energievoorziening.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m 2016.

   

Regeling:

EB Verlaagd tarief lokaal opgewekte duurzame energie

Beschrijving:

Leden van coöperaties en Verenigingen van Eigenaren waar collectief duurzame energie wordt opgewekt komen in aanmerking voor een belastingkorting van circa 10 cent per kWh. De regeling geldt voor kleinverbruikers die in dezelfde postcoderoos wonen als waar de productie-installatie zich bevindt. De opgewekte duurzame energie wordt geleverd aan de energiemaatschappij. Deze energiemaatschappij past vervolgens de korting van 10 cent per kWh toe op de energiebelasting over de elektriciteit die de leden geleverd krijgen van het net. De korting is gelijk aan het tarief energiebelasting dat drukt op die elektriciteit. Dit leidt er toe dat een lid geen energiebelasting betaalt over zijn energieverbruik van het net voor zover daar aan hem toe te rekenen duurzame opgewekte elektriciteit tegenover staat.

Doelstelling:

Het stimuleren van lokale duurzame opwekking van elektriciteit door particuliere kleinverbruikers.

Ministerie:

EZ, artikel 4: Een doelmatige en duurzame energievoorziening.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in 2017.

Ramingsgrond:

Het aantal aangewezen projecten voor toepassing van deze maatregel, t/m juni 2017.

   

Regeling:

EB Salderingsregeling

Beschrijving:

De salderingsregeling in de energiebelasting geldt voor kleinverbruikers die duurzame energie opwekken, bijvoorbeeld met zonnepanelen. Per kalenderjaar wordt de van het net afgenomen elektriciteit weggestreept tegen de teruggeleverde elektriciteit. Voor salderen is de bovengrens het eigen jaarlijkse verbruik. Voor de geproduceerde elektriciteit boven het eigen verbruik ontvangt de kleinverbruiker van zijn energieleverancier een terugleververgoeding.

Doelstelling:

Stimuleren van energieopwekking middels zonnepanelen en het in overeenstemming brengen van de toepassing van energiebelasting met de praktijk van terugdraaimeters.

Ministerie:

EZ, artikel 4: Een doelmatige en duurzame energievoorziening.

Evaluatie:

De historische impact van salderen, PwC, 2017, Kamerstukken II 2016/2017, 31 239, nr. 251. De volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Cijfers ECN over elektriciteitsproductie uit zon-PV in huishoudens (NEV 2016).

   

Regeling:

EB en kolenbelasting Vrijstellingen voor energie-intensieve processen

Beschrijving:

Deze post omvat de vrijstelling voor verbruik van aardgas voor metallurgische en mineralogische processen in de energiebelasting, de vrijstelling voor verbruik van elektriciteit voor metallurgische en elektrolytische processen en chemische reductie in de energiebelasting en de vrijstelling voor duaal verbruik van kolen in de kolenbelasting.

Doelstelling:

Beschermen van internationale concurrentiepositie.

Ministerie:

EZ, artikel 4: Een doelmatige en duurzame energievoorziening.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Cijfers CBS over energieverbruik t/m 2014 definitief, t/m 2016 voorlopig.

   

Regeling:

EB Belastingvermindering per aansluiting

Beschrijving:

Per elektriciteitsaansluiting geldt een belastingvermindering. Deze is € 308,54 (exclusief btw). De vermindering geldt alleen voor onroerende zaken met verblijfsfunctie (zoals een huis of kantoor).

Doelstelling:

Ondersteunen van de basisbehoefte aan energie en ter compensatie van de invoering van het capaciteitstarief (een vast tarief voor transport van elektriciteit in plaats van een tarief per kWh).

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m 2016.

   

Regeling:

EB en kolenbelasting Inputvrijstelling

Beschrijving:

Aardgas of kolen die worden gebruikt als brandstof voor het opwekken van elektriciteit in een installatie met een elektrisch rendement van minstens 30% en een elektrisch vermogen van tenminste 60 kilowatt zijn vrijgesteld van energie- en kolenbelasting. De gedachte hierachter is dat de opgewekte elektriciteit bij levering is belast met energiebelasting.

Doelstelling:

Voorkomen van dubbele energiebelasting. Opgewekte elektriciteit bij levering is belast met energiebelasting.

Ministerie:

EZ, artikel 4: Een doelmatige en duurzame energievoorziening.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in 2020.

   

Regeling:

EB Verlaagd tarief openbare laadpalen

Beschrijving:

Voor elektriciteit geleverd aan laadpalen met een zelfstandige aansluiting geldt over de eerste 10.000 kWh tijdelijk het lagere tarief van de tweede schijf in plaats van het hogere reguliere tarief van de eerste schijf. Het verlaagde tarief zal vier jaar van toepassing zijn, van 2017 tot en met 2020. Verder geldt een nihiltarief voor de elektriciteit voor laadpalen met een zelfstandige aansluiting op het distributienet in de Wet opslag duurzame energie voor de periode van 2017 tot en met 2020.

Doelstelling:

De businesscase voor openbare laadpalen verbeteren.

Ministerie:

EZ, artikel 4: Een doelmatige en duurzame energievoorziening.

Evaluatie:

Geen volgende evaluatie beoogd, vanwege beoogde afschaffing in 2020.

   

Regeling:

EB Stadsverwarmingsregeling

Beschrijving:

De stadsverwarmingsregeling geldt voor installaties voor stadsverwarming die grotendeels gebruik maken van restwarmte. De stadsverwarmingsregeling regelt dat het degressieve tarief in de energiebelasting van toepassing is op het aardgas dat wordt gebruikt voor deze installaties voor stadsverwarming. Zonder de regeling zou dat aardgas worden belast tegen het (hogere) blokverwarmingstarief.

Doelstelling:

Stimuleren van nuttige inzet restwarmte.

Ministerie:

EZ, artikel 4: Een doelmatige en duurzame energievoorziening.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in 2020.

   

Omzetbelasting (BTW)

Regeling:

BTW Laag tarief voedingsmiddelen en water

Beschrijving:

In plaats van het algemene btw-tarief van 21% geldt voor bepaalde leveringen en diensten met betrekking tot water en de levering van voedingsmiddelen die voldoen aan de eisen van de Warenwetgeving, inclusief niet-alcolhoudende dranken, het verlaagde btw-tarief van 6%.

Doelstelling:

Ondersteunen van de basisbehoefte aan voeding en water.

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

Bestedingscijfers CBS t/m 2014 definitief, t/m 2016 voorlopig.

   

Regeling:

BTW Laag tarief geneesmiddelen en hulpmiddelen

Beschrijving:

In plaats van het algemene btw-tarief van 21% geldt voor leveringen van geneesmiddelen die voldoen aan de definitie uit de Geneesmiddelenwet, voorbehoedsmiddelen, infusievloeistoffen en voor geneeskundige doeleinden bestemde inhalatiegassen het lage btw-tarief van 6%. Ook geldt voor specifiek genoemde medische hulpmiddelen het lage btw-tarief van 6%.

Doelstelling:

Ondersteunen van de basisbehoefte aan zorg.

Ministerie:

VWS, Financieel Beeld Zorg.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

Bestedingscijfers CBS t/m 2014 definitief, t/m 2016 voorlopig.

   

Regelingen

BTW Laag tarief culturele goederen en diensten

Beschrijving:

In plaats van het algemene btw-tarief van 21% geldt voor leveringen van specifieke culturele goederen of diensten het verlaagde btw-tarief van 6%. Het gaat bijvoorbeeld om de levering en verhuur van boeken, tijdschriften, week- en dagbladen en kunstvoorwerpen en toegangverlening tot musea, kermissen, attractieparken, sportwedstrijden en -accommodatie, circussen, bioscopen, theaters, concerten, e.d.

Doelstelling:

Bevorderen van cultuur, kennisvermeerdering, recreatie en sport c.q. ondersteuning van de desbetreffende sectoren.

Ministerie:

OCW, artikel 14: Cultuur.

Evaluatie:

De evaluatie van btw-regelingen op het gebied van cultuur, 2008, Kamerstukken II 2008/2009, 31 700 VIII, nr. 147. Evaluatie van de verhoging van het btw-tarief op podiumkunsten, 2014, Kamerstukken I 2013/2014, 33 752 M. De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

Bestedingscijfers CBS t/m 2014 definitief, t/m 2016 voorlopig.

   

Regeling:

BTW Laag tarief arbeidsintensieve diensten

Beschrijving:

In plaats van het algemene btw-tarief van 21% geldt voor bepaalde arbeidsintensieve diensten het verlaagde btw-tarief van 6%.

Het gaat om de diensten van kappers, fietsenmakers, schoenmakers, kleermakers en schoonmakers van woningen. Het verlaagde btw-tarief geldt tevens voor het schilderen, stukadoren, isoleren en behangen van woningen ouder dan twee jaar.

Doelstelling:

Bevorderen van werkgelegenheid in de desbetreffende sectoren, aanpakken problemen op de woningmarkt en bestrijding van het zwarte circuit.

Ministerie:

SZW, artikel 1: Arbeidsmarkt.

Evaluatie:

Monitor effecten btw-verlaging arbeidsintensieve diensten, 2002, Research voor Beleid. Contra-expertise effecten btw-verlaging arbeidsintensieve diensten, CPB, 2003, Kamerstukken II 2002/2003, 28 600 IXB, nr. 24. De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

Bestedingscijfers CBS t/m 2014 definitief, t/m 2016 voorlopig.

   

Regeling:

BTW Laag tarief overig

Beschrijving:

In plaats van het algemene btw-tarief van 21% geldt voor bepaalde goederen en diensten het verlaagde btw-tarief van 6%. Deze categorie «overig» ziet onder andere op de sierteelt, het vervoer van personen en logiesverstrekking.

Doelstelling:

Bevorderen van werkgelegenheid in de desbetreffende sectoren.

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

Beleidsevaluatie btw-regeling sierteeltproducten, 2007, LEI, Kamerstukken II 2007/2008, 31 200-XIV, nr. 157. De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

Bestedingscijfers CBS t/m 2014 definitief, t/m 2016 voorlopig.

   

Regeling:

BTW Kleine ondernemersregeling

Beschrijving:

Tot 2017 kunnen ondernemers een belastingvermindering van maximaal € 1.345 krijgen als de jaarlijks af te dragen btw minder is dan € 1.883. De opzet van de regeling wordt gewijzigd in Belastingplan 2018. Vanaf 2019 geldt: indien de omzet voor een kleine ondernemer minder is dan € 17.500 kan de ondernemer opteren voor een vrijstelling van btw. De kleine ondernemers die hier voor kiezen krijgen bij inwilliging van het verzoek een vrijstelling van btw (en ontheffing van administratieve verplichtingen).

Doelstelling:

Stimuleren en ondersteunen van kleine ondernemers en verminderen van administratieve lasten.

Ministerie:

EZ, artikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

Ramingsgrond:

Cijfers btw-aangifte en aanvullende informatie van de Belastingdienst t/m 2016.

   

Regeling:

BTW Landbouwregeling

Beschrijving:

Landbouwers die gebruik maken van de landbouwregeling worden buiten de algemene btw-heffing gehouden. Er mag onder toepassing van de landbouwregeling geen btw in rekening worden gebracht op landbouwprestaties. Het recht op vooraftrek van btw vervalt daarmee ook. De zakelijke afnemers van deze landbouwers hebben recht op aftrek van een forfaitair btw-bedrag ter compensatie van de in de verkoopprijs verdisconteerde niet aftrekbare btw. De landbouwregeling is facultatief; de keuze om de regeling niet toe te passen geldt telkens voor 5 jaar. Per 1 januari 2018 wordt de btw-landbouwregeling afgeschaft.

Doelstelling:

Deze regeling heeft een historische achtergrond: de landbouwer hoeft geen btw-administratie te voeren.

Ministerie:

EZ, artikel 6: Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens.

Evaluatie:

IBO Agro-, visserij- en voedselketens, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 30 991, nr. 25. Geen evaluatie beoogd, omdat de regeling wordt afgeschaft.

Ramingsgrond:

Raming zonder gegevensbron, raming gebaseerd op realisatie uit 2005 en gemiddelde jaarlijkse afname gebruik van de regeling sindsdien volgens Belastingdienst.

   

Regeling

BTW Vrijstelling sportclubs

Beschrijving:

Vrijgesteld zijn de diensten van niet-winstbeogende organisaties die zich de beoefening van sport of de bevordering daarvan ten doel stellen. Het gaat met name om contributie- en lesgelden. Deze vrijstelling is binnen de Europese Unie verplicht.

Doelstelling:

Stimuleren c.q. ondersteunen van sportclubs en verminderen van administratieve lasten.

Ministerie:

VWS, artikel 6: Sport en bewegen.

Evaluatie:

Geen evaluatie beoogd. De regeling is verplicht door de Europese Commissie in de btw-richtlijn. Het is derhalve niet doelmatig om te evalueren.

   

Regeling:

BTW Vrijstelling post

Beschrijving:

Vrijgesteld zijn diensten met betrekking tot de levering van brieven tot een bepaald gewicht, bedoeld in artikel 16 van de Postwet 2009. De vrijstelling geldt alleen voor een verlener van de universele postdienst. Binnen de Europees Unie is een vrijstelling voor openbare postdiensten verplicht.

Doelstelling:

Voorkomen van administratieve lasten.

Ministerie:

EZ, artikel 1: Goed functionerende economie en markten.

Evaluatie:

Geen evaluatie beoogd. De regeling is verplicht door de Europese Commissie in de btw-richtlijn. Het is derhalve niet doelmatig om te evalueren.

   

Regeling:

BTW Vrijstelling vakbonden, werkgeversorganisaties, politieke partijen, kerken

Beschrijving:

Vrijgesteld zijn de diensten en daarmee nauw samenhangende leveringen door werkgevers- en werknemersorganisaties, alsmede door organisaties van politieke, godsdienstige, vaderlandslievende, levensbeschouwelijke of liefdadige aard aan hun leden tegen een statutair vastgestelde contributie. Deze vrijstelling is binnen de Europese Unie verplicht.

Doelstelling:

Stimuleren of ondersteunen van bedoelde organisaties en instellingen en verminderen van administratieve lasten.

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

Geen evaluatie beoogd. De regeling is verplicht door de Europese Commissie in de btw-richtlijn. Het is derhalve niet doelmatig om te evalueren.

   

Regeling:

BTW Vrijstelling fondswerving

Beschrijving:

Deze regeling voorziet in een vrijstelling voor bijkomstige activiteiten van reeds vrijgestelde organisaties. Het gaat met name om activiteiten die zij ontplooien ter verwerving van de benodigde middelen voor hun vrijgestelde doelstelling. Om te waarborgen dat deze prestaties geen ernstige verstoring van concurrentieverhoudingen veroorzaken, is de vrijstelling beperkt tot omzetgrenzen van € 68.067 per jaar voor leveringen en € 22.689 per jaar voor diensten (€ 50.000 voor sportorganisaties).

Doelstelling:

Stimuleren of ondersteunen van bedoelde organisaties en instellingen en verminderen van administratieve lasten.

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

Geen evaluatie beoogd. De regeling is verplicht door de Europese Commissie in de btw-richtlijn. Het is derhalve niet doelmatig om te evalueren.

   

Regeling:

BTW Vrijstellingen medische zorg

Beschrijving:

Vrijgesteld van btw zijn medische handelingen die gericht zijn op de persoonlijke gezondheidskundige verzorging van de mens, alsmede voor de zorg verleend door instellingen waar men is opgenomen en de zorg op grond van de Wmo 2015.

Doelstelling:

Ondersteunen van de basisbehoefte aan medische zorg.

Ministerie:

VWS, Financieel Beeld Zorg.

Evaluatie:

Geen evaluatie beoogd. De regeling is verplicht door de Europese Commissie in de btw-richtlijn. Het is derhalve niet doelmatig om te evalueren.

   

Regeling:

BTW Vrijstelling componisten, schrijvers en journalisten

Beschrijving:

Vrijgesteld van btw zijn diensten die naar hun aard diensten zijn door een journalist, schrijver of componist.

Doelstelling:

Stimuleren of ondersteunen van bedoelde organisaties en instellingen en verminderen van administratieve lasten.

Ministerie:

OCW, artikel 14: Cultuur.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in de periode 2022–2025.

   

Regeling:

BTW Vrijstelling lijkbezorging

Beschrijving:

Leveringen door lijkbezorgers die in een rechtstreeks verband staan met de door hen verrichte kenmerkende en essentiële diensten zijn vrijgesteld van btw.

Doelstelling:

Stimuleren of ondersteunen van bedoelde organisaties en instellingen en verminderen van administratieve lasten.

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

Geen evaluatie beoogd, vanwege het beperkte budgettaire belang van de regeling.

   

Regeling:

BTW Vrijstelling overig

Beschrijving:

Deze categorie «overig» ziet onder andere op de btw-vrijstelling voor verhuur van onroerende zaken, betalingsverkeer, handelingen inzake waardepapieren, beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen.

Doelstelling:

Diversen, bijvoorbeeld om de moeilijkheden in verband met de vaststelling van de belastbare grondslag te verhelpen of omdat het elders belast is.

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

Geen evaluatie beoogd. De regelingen zijn verplicht door de Europese Commissie in de btw-richtlijn. Het is derhalve niet doelmatig om te evalueren.

   

Auto

Regeling

BPM Vrijstelling nulemissievoertuigen

Beschrijving:

Voertuigen met een CO2– uitstoot van 0 gram per kilometer zijn vrijgesteld van BPM. Deze vrijstelling geldt tot 1 januari 2021.

Doelstelling:

Stimuleren van emissievrij rijden.

Ministerie:

IenM, artikel 19: Klimaat.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in 2018.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst en de publicatie «Mobiliteit in Cijfers Auto’s 2016/17» van de Stichting BOVAG-RAI.

   

Regeling

MRB Vrijstelling nulemissievoertuigen

Beschrijving:

Voor alle voertuigen met een CO2– uitstoot van 0 gram per kilometer geldt in de MRB een nihiltarief. Deze vrijstelling geldt tot 1 januari 2021.

Doelstelling:

Stimuleren van emissievrij rijden.

Ministerie:

IenM, artikel 19: Klimaat.

Evaluatie:

Evaluatie autogerelateerde belastingen 2008–2013 en vooruitblik automarktontwikkelingen tot 2020, Policy Research Corporation, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 32 800, nr. 24. De volgende evaluatie is beoogd in 2018.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m juni 2017.

   

Regeling:

IB/LB Korting op de bijtelling voor nulemissieauto’s

Beschrijving:

Bij privégebruik van een auto van de zaak geldt voor nieuwe auto’s vanaf 2017 een bijtelling in de loon- en/of inkomstenbelasting van 22% van de catalogusprijs. Bij privégebruik van een nulemissieauto van de zaak geldt in 2017 en 2018 een korting van 18% op de bijtelling. Hierdoor komt de bijtelling voor nulemissieauto’s in feite uit op 4%. In 2019 en 2020 is de korting van 18% gemaximeerd op € 9.000.

Doelstelling:

Stimulering van emissievrij rijden.

Ministerie:

IenM, artikel 19: Klimaat.

Evaluatie:

Evaluatie autogerelateerde belastingen 2008–2013 en vooruitblik automarktontwikkelingen tot 2020, Policy Research Corporation, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 32 800, nr. 24. De volgende evaluatie is beoogd in 2018.

Ramingsgrond:

De raming is gebaseerd op data over nieuwverkopen van de RDW, de publicatie «Mobiliteit in Cijfers Auto’s 2016/17» van de Stichting BOVAG-RAI en data van de Belastingdienst over de bijtelling.

   

Regeling:

IB/LB Korting op de bijtelling voor zuinige auto’s (overgangsrecht)

Beschrijving:

Bij privégebruik van een auto van de zaak geldt voor auto’s van voor 2017 een bijtelling in de loon- en/of inkomstenbelasting van 25% van de catalogusprijs. Bij auto’s met lagere CO2– uitstoot dan bepaalde grenzen kan in 2017 en latere jaren door overgangsrecht een korting op de bijtelling van toepassing zijn.

Doelstelling:

Bevorderen van het gebruik van milieuvriendelijke auto’s.

Ministerie:

IenM, artikel 19: Klimaat.

Evaluatie:

Evaluatie autogerelateerde belastingen 2008–2013 en vooruitblik automarktontwikkelingen tot 2020, Policy Research Corporation, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 32 800, nr. 24. De volgende evaluatie is beoogd in 2018.

Ramingsgrond:

De raming is gebaseerd op data over nieuwverkopen van de RDW, de publicatie «Mobiliteit in Cijfers Auto’s 2016/17» van de Stichting BOVAG-RAI en data van de Belastingdienst over de bijtelling.

   

Regeling:

BPM Teruggaaf en MRB Vrijstelling taxi’s

Beschrijving:

Teruggaaf van belasting wordt onder voorwaarden verleend voor personenauto’s die zijn bestemd om geheel of nagenoeg geheel te worden gebruikt voor het verrichten van openbaar vervoer of taxivervoer.

Doelstelling:

Stimuleren van het gebruik van openbaar vervoer en taxivervoer.

Ministerie:

IenM, artikel 16: Openbaar Vervoer en Spoor.

Evaluatie:

Evaluatierapport Openbaar vervoer en taxivervoer in de MRB en BPM, 2006, Kamerstukken II 2005/2006, 30 300 IXB, nr. 32. De volgende evaluatie is beoogd in 2018.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m 2016.

   

Regeling

BPM Teruggaaf en MRB Vrijstelling diverse voertuigen

Beschrijving:

In de BPM en MRB geldt voor diverse voertuigen een vrijstelling of teruggaafregeling. In de MRB betreft dit (voertuigen voor) politie, defensie, brandweer, ambulance, vervoer van een stoffelijk overschot, dierenambulances, vuilniswagens, aftrek voor het gewicht van een voor rolstoelinstallatie en voertuigen waar gewoonlijk slechts over een geringe afstand van de weg gebruikt gemaakt wordt. In de BPM betreft het (voertuigen voor) politie, defensie, brandweer, ambulance, vervoer van een stoffelijk overschot, dierenambulances, invalidenwagens en vervoer van rolstoelgebruikers in groepsverband.

Doelstelling:

Deze regelingen kennen diverse doelstellingen, waaronder het dienen van het algemeen belang.

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

Evaluatierapport Het dienen van het algemene nut in de MRB en BPM, 2006, Kamerstukken II 2005/2006, 30 300 IXB, nr. 32. Het beperkte en ondergeschikte gebruik van de weg in de MRB, 2007, Kamerstukken II 2006/2007, 30 800 IXB, nr. 17. De volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m april 2017.

   

Regeling

BPM Vrijstelling en MRB Verlaagd tarief bestelauto ondernemers

Beschrijving:

Voor ondernemers die een bestelauto meer dan bijkomstig (meer dan 10% van het totale gebruik van de bestelauto) in het kader van hun onderneming gebruiken, geldt een vrijstelling van BPM en een verlaagd tarief in de MRB.

Doelstelling:

Stimulering ondernemerschap.

Ministerie:

EZ, artikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Het verlaagd tarief in de MRB is geraamd met cijfers van de Belastingdienst t/m april 2017.

   

Regeling:

BPM Teruggaaf en MRB Verlaagd tarief bestelauto gehandicapten

Beschrijving:

Een teruggaaf van BPM en een verlaagd MRB-tarief is van toepassing op een bestelauto die wordt gebruikt voor het vervoer van een gehandicapte persoon in de cabine van het voertuig en voor het gelijktijdig vervoeren van een niet-opvouwbare rolstoel van die persoon.

Doelstelling:

Tegemoetkoming voor gehandicapten.

Ministerie:

VWS, Financieel Beeld Zorg.

Evaluatie:

De volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Het verlaagd tarief in de MRB is geraamd met cijfers van de Belastingdienst t/m juni 2017.

   

Regeling

MRB Vrijstelling motorrijtuigen ouder dan 40 jaar

Beschrijving:

Motorrijtuigen van 40 jaar en ouder zijn vrijgesteld van MRB.

Doelstelling:

Stimulering behoud van mobiel historisch erfgoed.

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

Kamerbrief: «Budgettaire opbrengst van de oldtimermaatregel», 2015, Kamerstukken II 2014/2015, 34 002, nr. 100. De volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m april 2017.

   

Regeling

MRB Overgangsregeling motorrijtuigen vanaf bouwjaar 1988

Beschrijving:

Voor personen- en bestelauto’s rijdend op benzine, motorrijwielen, bussen en vrachtauto’s die op 1 januari 2014 26 jaar of ouder zijn maar nog geen 40 jaar, geldt een kwarttarief met een maximum van € 122 onder de voorwaarde dat er in de maanden januari, februari en december niet van de openbare weg gebruik wordt gemaakt.

Doelstelling:

Behouden van cultureel rijdend erfgoed in deze leeftijdsgroep waarmee niet dagelijks gebruik wordt gemaakt van de weg.

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

Kamerbrief: «Budgettaire opbrengst van de oldtimermaatregel», 2015, Kamerstukken II 2014/2015, 34 002, nr. 100. De volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m april 2017.

   

Regeling:

MRB Kwarttarieven

Beschrijving:

Voor kampeerauto’s, voertuigen voor particulier paardenvervoer, kermis- en circusvoertuigen, rijdende werktuigen en rijdende werkplaatsen geldt een kwarttarief in de MRB. Het overgrote deel hiervan betreft kampeerauto’s.

Doelstelling:

Ontzien van voertuigen waarmee beperkt gebruik wordt gemaakt van de weg.

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

Het beperkte en ondergeschikte gebruik van de weg in de MRB, 2007, Kamerstukken II 2006/2007, 30 800 IXB, nr. 17. De volgende evaluatie is beoogd in 2020.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m juni 2017.

   

Regeling

MRB Halftarief plug-in hybride auto’s

Beschrijving:

Voor auto’s met een CO2– uitstoot van meer dan 0 gram per kilometer maar minder dan 50 gram per kilometer geldt een halftarief in de MRB.

Doelstelling:

Stimuleren gebruik plug-in hybride auto.

Ministerie:

IenM, artikel 19: Klimaat.

Evaluatie:

Evaluatie autogerelateerde belastingen 2008–2013 en vooruitblik automarktontwikkelingen tot 2020, Policy Research Corporation, 2014, Kamerstukken II 2014/2015, 32 800, nr. 24. De volgende evaluatie is beoogd in 2018.

Ramingsgrond:

Cijfers Belastingdienst t/m juni 2017.

   

Accijns

Regeling:

Accijnsvrijstelling communautaire wateren

Beschrijving:

Op grond van artikel 14, eerste lid, onderdeel c, van Richtlijn 2003/96/EG moet voor leveringen van motorbrandstof aan de commerciële zeescheepvaart vrijstelling van accijns worden verleend. Op grond van een internationaal verdrag, de Akte van Mannheim, moet vrijstelling van accijns ook worden verleend voor motorbrandstof voor de commerciële scheepvaart op de binnenwateren van de verdragslanden. Accijns is alleen verschuldigd voor zover het verbruik van een accijnsgoed in Nederland plaatsvindt. Omdat het overgrote deel van de motorbrandstof voor de zeescheepvaart niet in Nederland wordt verbruikt, zou hierover sowieso geen accijns verschuldigd zijn. Indien wel accijns zou zijn betaald, wordt op verzoek teruggaaf hiervan verleend.

Doelstelling:

Voorkomen van verstoring van de internationale concurrentieverhoudingen veroorzaakt door accijnzen op brandstof voor vaartuigen.

Ministerie:

IenM, artikel 18: Scheepvaart en Havens.

Evaluatie:

Evaluatierapport Belastinguitgaven op het terrein van de accijnzen, Ministerie van Financiën, 2008, Kamerstukken II 2007/2008, 31 200 IXB, nr. 18. Geen evaluatie beoogd. De regeling komt voort uit internationale verdragen, dus het is niet doelmatig om te evalueren.

   

Regeling:

Accijnsvrijstelling luchtvaartuigen

Beschrijving:

Op grond van artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van Richtlijn 2003/96/EG en internationale verdragen moet voor motorbrandstof voor de commerciële luchtvaart vrijstelling van accijns worden verleend. Binnenlandse vluchten kunnen wel worden belast, hetgeen in Nederland in de periode van 1 januari 2005 tot 1 januari 2012 ook gebeurde.

Doelstelling:

Voorkomen van verstoring van de internationale concurrentieverhoudingen veroorzaakt door accijnzen op brandstof voor luchtvaartuigen.

Ministerie:

IenM, artikel 17: Luchtvaart.

Evaluatie:

Evaluatierapport Belastinguitgaven op het terrein van de accijnzen, Ministerie van Financiën, 2008, Kamerstukken II 2007/2008, 31 200 IXB, nr. 18. Geen evaluatie beoogd. De regeling komt voort uit internationale verdragen, dus het is niet doelmatig om te evalueren.

   

Regeling:

Accijnzen overige regelingen

Beschrijving:

Overige regelingen die de accijns verminderen, zoals het verlaagd tarief voor kleine brouwerijen en teruggaafregelingen voor LNG en LPG.

Doelstelling:

Verschilt per regeling.

Ministerie:

FIN, artikel 1: Belastingen.

Evaluatie:

Evaluatierapport Belastinguitgaven op het terrein van de accijnzen, Ministerie van Financiën, 2008, Kamerstukken II 2007/2008, 31 200 IXB, nr. 18. De volgende evaluatie van de accijnsteruggaaf LNG is beoogd in 2018. Voor de andere regelingen is geen evaluatie beoogd, vanwege het beperkte budgettaire belang van de regelingen.

   

Noot 1: Onder lijfrenteproduct worden lijfrentevoorzieningen zoals een oudedagslijfrente, een nabestaandenlijfrente en een tijdelijke oudedagslijfrente begrepen, alsmede lijfrenterekeningen en lijfrentebeleggingsrechten. Deze lijfrenteproducten dienen ter compensatie van een pensioentekort en de premieaftrek is alleen binnen wettelijk bepaalde begrenzingen toegestaan (zie art. 3.127, art. 3.128 en art. 3.129 van de Wet IB 2001). Voorts zijn hieronder begrepen de lijfrenten voor meerderjarige invalide kinderen of kleinkinderen (zie art. 3.124, eerste lid, onderdeel b, van de Wet IB 2001.

Afkortingen

BPM

Belasting van personenauto’s en motorrijwielen

BTW

Belasting over de toegevoegde waarde

EB

Energiebelasting

IB

Inkomstenbelasting

LB

Loonbelasting

MIMOSI

Microsimulatiemodel van het Centraal Planbureau (CPB)

MRB

Motorrijtuigenbelasting

OVB

Overdrachtsbelasting

VPB

Vennootschapsbelasting

Noot 34: Als voor twee regelingen afzonderlijk het verschil in belastingheffing wordt berekend met en zonder deze aftrekposten, is het berekende budgettaire belang kleiner dan als voor de twee samen het budgettaire belang wordt berekend, omdat in het tweede geval de aftrek groter is en daardoor een groter deel van de aftrek aan een hogere schijf wordt toegerekend.