Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

2. De Belasting- en premieontvangsten

2.1 Inleiding

Deze bijlage bevat een toelichting op de raming van de belasting- en premieontvangsten van het Rijk en de Sociale fondsen. Om inzicht te geven in de ontwikkeling van het totale ontvangstenbeeld worden de belasting- en premieontvangsten gezamenlijk gepresenteerd.

Net als in hoofdstuk 3 van deze Miljoenennota wordt de ontwikkeling van de verschillende belastingsoorten op EMU-basis toegelicht. Vanzelfsprekend zijn voor het EMU-saldo de belastingen en premies volksverzekeringen op EMU-basis1 relevant. Daarnaast worden in overeenstemming met de Comptabiliteitswet de belastingontvangsten op kasbasis getoond in de tabel aan het einde van deze bijlage. In deze tabel wordt tevens de aansluiting van de ontvangsten op kasbasis naar EMU-basis gemaakt.

De ramingen voor de premieontvangsten komen overeen met de ramingen in de begrotingen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Begroting XV) en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Begroting XVI). In de begroting van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is een nadere toelichting opgenomen van de ramingen voor de WLZ en de ZVW. De overige fondsen worden toegelicht in de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

In paragraaf 2.2 worden de ramingen van de belasting- en premieontvangsten van 2017 (de Vermoedelijke Uitkomsten) vergeleken met de stand van het vorige ramingsmoment (Voorjaarsnota 2017), waarbij de belangrijkste ramingsbijstellingen worden toegelicht. Paragraaf 2.3 bevat vervolgens een toelichting op de raming van 2018 (de Ontwerpbegroting), onderverdeeld naar endogene ontwikkeling en beleidsmaatregelen. Voor een verdere toelichting op de raming van de belastingen wordt verwezen naar bijlage 12 van deze Miljoenennota. Paragraaf 2.4 presenteert de meerjarige ontvangstenraming tot en met 2021. Tot slot geeft paragraaf 2.5 een gedetailleerd overzicht van de raming van de belasting- en premieontvangsten voor 2017 en 2018 op EMU-basis en op kasbasis.

2.2 De belasting- en premieontvangsten in 2017

In tabel 2.2.1 wordt de nieuwe raming voor 2017 vergeleken met de stand bij Voorjaarsnota 2017. De nieuwe raming voor 2017 is gebaseerd op het macro-economisch beeld conform de MEV 2018 van het CPB en de gerealiseerde belasting- en premieontvangsten tot en met juli 2017. Ten opzichte van de Voorjaarsnota 2017 is de raming van de totale belasting- en premieontvangsten op EMU-basis met 1,9 miljard euro opwaarts bijgesteld.

De raming in de Voorjaarsnota 2017 was gebaseerd op het economisch beeld dat volgde uit het CEP 2017 van het CPB. Ten opzichte van het CEP 2017 is de verwachte waardeontwikkeling van het bbp in 2017 met 1,1 procent opwaarts bijgesteld. Deze hogere economische groei is onder andere een gevolg van een zeer stevige economische groei in het tweede kwartaal van 2017. Het bijgestelde economische beeld en de realisaties tot en met juli 2017 leiden tot een opwaartse bijstelling van de totale belasting- en premieontvangsten voor 2017.

Tabel 2.2.1 Raming belasting- en premieontvangsten 2017 op EMU-basis (in miljoenen euro's)
 

Voorjaarsnota 2017

Vermoedelijke uitkomsten 2017

Verschil

Indirecte belastingen

83.525

83.757

232

Invoerrechten

3.211

3.209

– 2

Omzetbelasting

50.187

50.197

10

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

1.701

1.876

175

Accijnzen

11.666

11.709

43

Overdrachtsbelasting

2.746

2.748

2

Assurantiebelasting

2.465

2.414

– 51

Motorrijtuigenbelasting

4.034

4.026

– 8

Belastingen op een milieugrondslag

4.949

5.008

60

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

263

263

0

Belasting op zware motorrijtuigen

166

170

3

Verhuurderheffing

1.664

1.664

0

Bankbelasting

473

473

0

       

Directe belastingen en premies volksverzekeringen

124.426

125.645

1.219

Loon- en inkomensheffing

98.193

98.787

595

Dividendbelasting

3.079

3.212

133

Kansspelbelasting

502

503

1

Vennootschapsbelasting

20.823

21.292

469

Erf- en schenkbelasting

1.829

1.850

21

       

Overige belastingontvangsten

194

194

0

       

Totaal belastingen en premies volksverzekeringen

208.145

209.597

1.451

       

Premies werknemersverzekeringen

60.145

60.587

441

 

waarvan zorgpremies

38.333

38.547

214

       

Totaal belasting- en premieontvangsten (EMU-basis)

268.291

270.184

1.893

De raming van de totale indirecte belastingen is met 0,2 miljard euro opwaarts bijgesteld opzichte van de Voorjaarsnota 2017. De geraamde btw-ontvangsten zijn vrijwel ongewijzigd ten opzichte van de raming in de Voorjaarsnota 2017. Onderliggend neemt de waarde van de consumptie van huishoudens in 2017 harder toe dan geraamd in het CEP 2017, terwijl binnen de particuliere consumptie het aandeel van duurzame goederen minder sterk toeneemt dan in het CEP 2017 verondersteld. De raming van de bpm is met 0,2 miljard euro opwaarts bijgesteld omdat het aantal verkochte nieuwe auto’s en de gemiddelde bpm die daarover wordt geheven hoger uitvallen. Ook de ontvangsten uit de belastingen op een milieugrondslag (voornamelijk de energiebelasting) worden hoger geraamd (+ 0,1 miljard euro). Tot slot is de raming van de assurantiebelasting met 0,1 miljard euro neerwaarts bijgesteld.

De ontvangsten uit de directe belastingen en premies volksverzekeringen zijn voor 2017 met 1,2 miljard euro omhoog bijgesteld ten opzichte van de Voorjaarsnota 2017. De raming van de loon- en inkomensheffing is met 0,6 miljard euro opwaarts aangepast. De contractlonenstijging en de werkgelegenheidsstijging zijn iets minder sterk dan eerder geraamd, terwijl de verwachte winsten van IB-ondernemers flink sterker groeien. De bijstelling van de raming is in lijn met de gerealiseerde ontvangsten over de eerste helft van het jaar.

De raming van de vpb-ontvangsten in 2017 is met 0,5 miljard euro opwaarts bijgesteld. Het aanslagniveau over het winstjaar 2017 ligt flink hoger dan eerder ingeschat als gevolg van hogere winsten. Dat minder verliezen uit het verleden verrekend worden met de winst van 2017 is hierop ook van invloed. Bij de dividendbelasting geven de realisaties over het eerste halfjaar van 2017 aanleiding tot een positieve aanpassing van de raming (+ 0,1 miljard euro).

Ten slotte komen de ontvangsten uit de premies werknemersverzekeringen 0,4 miljard euro hoger uit. Dat komt vooral door hogere ontvangsten uit de inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet en arbeidsongeschiktheidspremies als gevolg van een sterkere grondslagontwikkeling.

2.3 De belasting- en premieontvangsten in 2018

In figuur 2.3.1 zijn de voor 2017 en 2018 geraamde belasting- en premieontvangsten opgenomen. De ontvangsten uit de meeste belastingsoorten nemen toe in 2018 ten opzichte van 2017.

Figuur 2.3.1 Raming belasting- en premieontvangsten 2017 en 2018 op EMU-basis

Tabel 2.3.1 geeft een overzicht van de ontwikkeling van de geraamde belasting- en premieontvangsten in 2018. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het directe effect van fiscale beleidsmaatregelen op de ontwikkeling van de ontvangsten tussen 2017 en 2018 en de endogene ontwikkeling, dat is de ontwikkeling van de ontvangsten die vooral samenhangt met macro-economische ontwikkelingen.

Tabel 2.3.1 Raming belasting- en premieontvangsten 2018 op EMU-basis (in miljoenen euro's)
 

Vermoedelijke uitkomsten 2017

Maatregelen

Endogeen

Endogeen in %

2018

Indirecte belastingen

83.757

189

3.240

3,9%

87.186

Invoerrechten

3.209

0

180

5,6%

3.389

Omzetbelasting

50.197

27

2.590

5,2%

52.814

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

1.876

– 46

– 37

– 2,0%

1.793

Accijnzen

11.709

– 1

184

1,6%

11.891

Overdrachtsbelasting

2.748

0

7

0,3%

2.755

Assurantiebelasting

2.414

0

95

3,9%

2.510

Motorrijtuigenbelasting

4.026

10

107

2,6%

4.143

Belastingen op een milieugrondslag

5.008

198

22

0,4%

5.228

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

263

0

4

1,4%

267

Belasting op zware motorrijtuigen

170

0

4

2,3%

174

Verhuurderheffing

1.664

0

85

5,1%

1.750

Bankbelasting

473

0

0

0,0%

473

           

Directe belastingen en premies volksverzekeringen

125.645

– 1.173

5.566

4,4%

130.038

Loon- en inkomensheffing

98.787

– 1.054

4.816

4,9%

102.549

Dividendbelasting

3.212

– 47

85

2,6%

3.250

Kansspelbelasting

503

20

17

3,3%

540

Vennootschapsbelasting

21.292

– 80

555

2,6%

21.768

Erf- en schenkbelasting

1.850

– 12

93

5,0%

1.931

           

Overige belastingontvangsten

194

– 1

– 10

– 5,2%

183

           

Totaal belastingen en premies volksverzekeringen

209.597

– 986

8.796

4,2%

217.407

           

Premies werknemersverzekeringen

60.587

1.773

2.758

4,6%

65.117

waarvan zorgpremies

38.547

1.713

943

2,4%

41.203

           

Totaal belasting- en premieontvangsten (EMU-basis)

270.184

787

11.554

4,3%

282.525

In 2018 bedragen de totale belasting- en premieontvangsten op EMU-basis naar verwachting 282,5 miljard euro. Ten opzichte van de meest actuele raming van de ontvangsten voor 2017 stijgen de ontvangsten in 2017 daarmee met 12,3 miljard euro. Beleidsmaatregelen zorgen voor 0,8 miljard euro hogere ontvangsten in 2017 ten opzichte van het jaar daarvoor. Het gaat om zowel maatregelen waartoe dit kabinet en vorige kabinetten eerder hebben besloten als maatregelen die het kabinet met deze Miljoenennota voorstelt. De verwachte endogene groei van de belasting- en premieontvangsten in 2017 bedraagt 11,6 miljard euro (4,3 procent). In de volgende paragrafen wordt nader op de endogene ontwikkeling ingegaan. In bijlage 12 van deze Miljoenennota staat een uitgebreidere toelichting voor de grootste belastingsoorten.

2.3.1 Endogene ontwikkeling belasting- en premieontvangsten 2018

De endogene ontwikkeling van de ontvangsten wordt toegelicht aan de hand van de relevante economische indicatoren zoals deze geraamd zijn in de Macro Economische Verkenning 2018. Voor 2018 verwacht het Centraal Planbureau (CPB) een waardeontwikkeling van het bbp van 4,2 procent. De endogene groei van de totale belasting- en premieontvangsten bedraagt in 2018 naar verwachting 4,3 procent. Daarmee ligt de groei van de totale belasting- en premieontvangsten in 2018 in lijn met de waardegroei van het bbp. Zoals in hoofdstuk 3 van deze Miljoenennota is toegelicht, is de ontwikkeling van de belasting- en premieontvangsten gerelateerd aan de samenstelling van de economische groei. Elke belasting kent zijn eigen grondslag, waarbij de verschillende belastinggrondslagen niet één-op-één en op dezelfde manier gerelateerd zijn aan de ontwikkeling van het totale bbp. De ontwikkeling van de ontvangsten uit de ene belastingsoort verschilt dus van de ontwikkeling van de ontvangsten van een andere belastingsoort.

De endogene groei van de inkomsten uit de indirecte belastingen in 2018 bedraagt 3,9 procent. Deze ontwikkeling wordt voor een groot deel bepaald door de btw-ontvangsten, verreweg de grootste post bij de indirecte belastingen. De btw-ontvangsten hangen vooral af van de consumptieve bestedingen, de investeringen in woningen en de overheidsinvesteringen. De waardeontwikkeling van de particuliere consumptie is in 2018 met 3,9 procent vergelijkbaar met de totale economische groei in waardetermen. Binnen de particuliere consumptie neemt het aandeel van duurzame goederen toe, wat leidt tot hogere ontvangsten omdat deze goederen belast worden tegen het algemene btw-tarief. De investeringen in woningen nemen met 8,3 procent toe, terwijl de overheidsinvesteringen toenemen met 2,3 procent. Daarmee komt de endogene ontwikkeling van de btw-ontvangsten naar verwachting uit op 5,2 procent in 2018.

De endogene ontwikkeling van de ontvangsten uit de bpm is met – 2 procent negatief in 2018. De bpm-ontvangsten hangen af van het aantal autoverkopen en het aandeel van kleinere en/of zuinige auto’s daarin. De verwachting is dat het aantal verkopen in 2018 wat afneemt als gevolg van een verschuiving van de verkopen van 2016 naar 2017 vanwege anticipatie op de verlaging van het algemene bijtellingstarief voor de inkomstenbelasting. De ontvangsten uit de motorrijtuigenbelasting – waarvoor het gewicht van de in Nederland geregistreerde auto’s de grondslag vormt – nemen naar verwachting met 2,6 procent toe in 2018 door een groter wagenpark. De ontvangsten uit de overdrachtsbelasting blijven in 2018 ongeveer gelijk met een verwachte kleine toename van 0,3 procent toe. Deze lichte stijging volgt uit een verwachte daling van het aantal verkopen van bestaande woningen in 2018 met 4,3 procent ten opzichte van 2017, in combinatie met een prijsstijging van 5,0 procent. De totale WOZ-waarde van sociale huurwoningen vormt de grondslag van de verhuurderheffing. Voor 2018 nemen de ontvangsten uit de verhuurderheffing naar verwachting met 5,1 procent toe. Een groei van zowel het volume als de prijs van ingevoerde goederen zorgen voor een toename van de ontvangsten uit invoerrechten. De ontvangsten uit de belastingen op een milieugrondslag nemen met 0,4 procent toe. Deze ontwikkeling wordt gedomineerd door de energiebelasting die voor meer dan 90 procent bijdraagt aan de totale ontvangsten uit belastingen op een milieugrondslag. De grondslag van de energiebelasting is het elektriciteits- en gasverbruik. Tot slot nemen de ontvangsten uit de accijnzen in 2018 met 1,6 procent toe.

De endogene ontwikkeling van de directe belastingen en de premies volksverzekeringen – de belastingen op inkomen en vermogen – bedraagt 4,4 procent in 2018. De qua omvang belangrijkste directe belastingsoort is de loon- en inkomensheffing2. Voor de ontwikkeling van de ontvangsten uit deze belastingsoort zijn vooral de verwachte loonontwikkeling, de ontwikkeling van de werkgelegenheid en de ontwikkeling van winsten van zelfstandigen van belang. De grondslag van de loon- en inkomensheffing wordt daarnaast ook beïnvloed door de omvang van de hypotheekrenteaftrek en pensioenpremies. De ontvangsten uit de loon- en inkomensheffing groeien in 2018 met 4,9 procent. Dat is met name het gevolg van een toename van de werkgelegenheid met 1,6 procent en hogere lonen (contractlonen + 2,0 procent, incidenteel loon + 0,9 procent). Ook groeien de ontvangsten uit de loon- en inkomensheffing in 2018 door een lagere hypotheekrenteaftrek en hogere winsten van IB-ondernemers (dat zijn ondernemers die belastingplichtig zijn voor de inkomstenbelasting). De vpb-ontvangsten komen in 2018 2,6 procent hoger uit dan in 2017 in lijn met geraamde groei van de bedrijfswinsten. In lijn met de hogere winsten in 2018 nemen de ontvangsten uit de dividendbelasting met 2,6 procent toe. Tot slot nemen de ontvangsten uit de schenk- en erfbelasting naar verwachting met 5,0 procent toe met name door stijgende huizenprijzen.

De ontvangsten uit de premies werknemersverzekeringen – waar ook de zorgpremies onder vallen – nemen met 4,6 procent toe in 2018. Onderliggend gaat het om een positieve ontwikkeling van de grondslag door hogere lonen en meer werkgelegenheid in combinatie met de ontwikkeling van de aan de zorguitgaven gekoppelde zorgpremies.

2.3.2 Het effect van beleidsmaatregelen op de belasting- en premieontvangsten

In 2018 nemen de belasting- en premieontvangsten met 0,8 miljard euro toe als gevolg van beleidsmaatregelen. In tabel 2.3.1 wordt het effect van de beleidsmaatregelen op de ontvangsten in 2018 per belastingsoort getoond. Dit is zowel beleid van vorige kabinetten met in 2018 nog een op- of neerwaarts effect op de inkomsten ten opzichte van 2017, als (nieuw) beleid van het huidige kabinet.

Bij de indirecte belastingen is de beleidsmatige mutatie per saldo 0,2 miljard euro. Het gaat om het saldo van een groot aantal maatregelen. Bij de belastingen op een milieugrondslag zorgt de in het Energieakkoord overeengekomen tariefsverhoging van de energiebelasting voor hogere ontvangsten in 2018 (+ 0,2 miljard euro). De aanscherping van de definitie van geneesmiddelen maakt onder andere onderdeel uit van het beleidsmatige effect bij de btw. Verschillende maatregelen uit de (budgetneutrale) Autobrief II zorgen voor beleidsmatig lagere ontvangsten uit de bpm en iets hogere ontvangsten uit de MRB.3

Als gevolg van beleidsmaatregelen nemen de ontvangsten uit de directe belastingen en premies volksverzekeringen met 1,2 miljard euro af in 2018. Het gaat om een saldo van vele maatregelen, voor een groot deel binnen de loon- en inkomensheffing. De beleidsmatige mutatie bij de loon- en inkomensheffing komt uit op – 1,1 miljard euro. Deze mutatie wordt vooral bepaald door het kaseffect (– 1,3 miljard euro) van het afschaffen en de mogelijkheid tot afkoop van het pensioen in eigen beheer (PEB). Na incidenteel fors hogere ontvangsten als gevolg deze maatregel in 2017 is vanaf 2018 sprake van het omgekeerde. Ook het koopkrachtpakket 2018 (– 0,1 miljard euro) met een verhoging van de ouderenkorting, een verlaging van de algemene heffingskorting en een verlaging van de alleenstaande-ouderenkorting maakt onderdeel uit van de beleidsmatige mutatie bij de loon- en inkomensheffing.

Beleidsmaatregelen zorgen voor een afname van de ontvangsten bij de vennootschapsbelasting in 2018 van – 0,1 miljard euro. Deze afname is een saldo van diverse maatregelen waaronder het effect van het aflopen van de liquiditeitsverruimende maatregelen voor bedrijven die in het verleden zijn genomen (– 0,3 miljard euro) en de al genoemde PEB-maatregel (+ 0,2 miljard euro). Onderdelen van het vpb-pakket ter invulling van de BEPS-taakstelling, met effecten in 2018, zijn onder andere de schijfverlenging van het de eerste tariefsschijf, het wijzigen van specifieke renteaftrekbeperkingen in de vpb en de aanpassing van de Innovatiebox.

Beleid met betrekking tot de premies werknemersverzekeringen leidt per saldo tot 1,8 miljard euro hogere ontvangsten in 2018. Daarvan betreft 1,7 miljard euro het effect van hogere zorgpremies die voor 2018 worden voorzien. De overige premies werknemersverzekeringen leiden in 2018 per saldo tot 0,1 miljard hogere ontvangsten.

In tabel 2.3.2 wordt de totale beleidsmatige mutatie in 2017 van 0,8 miljard uitgesplitst naar de opeenvolgende momenten waarop tot beleidmaatregelen is besloten zoals het Regeerakkoord, opeenvolgende Miljoenennota’s en tussentijdse beleidspakketten. Dit noemen we ook wel de «verticale mutaties» van de beleidsmatige ontwikkeling van de ontvangsten in 2018. Ook wordt zo inzichtelijk dat ook beleid van vòòr deze kabinetsperiode in 2018 nog budgettaire effecten heeft. Zo werkt bijvoorbeeld het effect van het aflopen van de verschillende liquiditeitsverruimende maatregelen voor bedrijven die in de jaren 2009, 2010 en 2011 zijn genomen nog door in 2018. Verder leidt het Begrotingsakkoord 2012 tot hogere ontvangsten in 2018 door maatregelen gericht op de woningmarkt en pensioenen.

Tabel 2.3.2 Verticale toelichting beleidsmutaties 2018 (op EMU-basis, in miljoenen euro's)

Beleid vorige kabinetten

– 189

 

waarvan liquiditeitsverruiming bedrijven

– 325

 

waarvan begrotingsakkoord 2012 (Lenteakkoord)

130

 

waarvan overig

6

Beleid Regeerakkoord Rutte II

78

(ander) beleid nieuw meegenomen in MN2014

191

 

waarvan energieakkoord

200

 

waarvan overig

– 9

Beleid nieuw meegenomen in MN2015

– 93

Beleid nieuw meegenomen in MN2016

– 71

Beleid nieuw meegenomen in MN2017

2.545

 

waarvan kaseffecten Pensioen in eigen beheer

– 1.075

 

waarvan arbeidsmarktpakket

932

 

waarvan aanpassingen kamerbehandeling BP2016

126

 

waarvan aanpassingen kamerbehandeling BP2017

111

 

waarvan vereenvoudigingswestsvoorstel 2017

– 131

 

waarvan zorgpremies

2.592

 

waarvan overig

– 11

Beleid nieuw meegenomen in MN2018

– 1.673

 

waarvan uitstel arbeidsmarktpakket

– 787

 

waarvan koopkrachtpakket 2018

– 92

 

waarvan dekking zorgpremies bedrijfsleven

99

 

waarvan zorgpremies

– 718

 

waarvan overig

– 175

Totaal

787

Het Regeerakkoord zorgt voor 0,1 miljard euro hogere ontvangsten in 2018. Het gaat om de optelsom van een aantal kleinere maatregelen. Daar maken het beperken van het tarief van de hypotheekrenteaftrek en de terugsluis daarvan onderdeel van uit. Beleid verwerkt in de Miljoenennota’s van de jaren daarna heeft (ook) geen substantiële effecten op de ontvangsten in 2018, uitgezonderd de in het Energieakkoord opgenomen verhoging van de tarieven in de energiebelasting die verwerkt is in Miljoenennota 2014 (opgenomen in Belastingplan 2018).

Het beleid dat onder het kopje Miljoenennota 2017 is meegenomen bestaat onder andere uit de kaseffecten van het afschaffen en afkoop van het PEB (– 1,1 miljard) en mutaties bij de premies werknemersverzekeringen die onderdeel uitmaakten van het arbeidsmarktpakket (0,9 miljard euro)4. De aanpassingen van de oorspronkelijke Belastingplannen 2016 en 2017 leiden in 2018 leiden tot 0,2 miljard hogere ontvangsten. Het vereenvoudigingswetsvoorstel dat onderdeel uitmaakte van pakket Belastingplan 2017 zorgt in 2018 voor lagere ontvangsten (– 0,1 miljard euro) door verschillende kasschuiven. Ten slotte is in Miljoenennota 2017 de verwachte beleidsmatige ontwikkeling van de zorgpremies in 2018 geraamd op 2,6 miljard euro.

Beleid dat voor het eerst tot uiting komt in Miljoenennota 2018 is onder meer het (gedeeltelijke) uitstel van het arbeidsmarktpakket door het controversieel verklaren van de maatregel compensatie transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Daardoor komen de premies werknemersverzekeringen beleidsmatig lager uit (– 0,8 miljard euro). Het koopkrachtpakket 2018 zorgt per saldo voor 0,1 miljard euro lagere ontvangsten. Ten slotte is de verwachte ontwikkeling van de zorgpremies in 2018 met 0,7 miljard euro neerwaarts bijgesteld ten opzichte van de verwachting daarover bij de vorige Miljoenennota.

Tabel 2.3.3 Budgettair effect van belasting- en premiemaatregelen 2018 (in miljoenen euro's)
 

Belastingen en premies op EMU-basis

Belastingen en premies op transactiebasis

Lastenontwikkeling

Zorgpremies (nominale premie + IAB)

1.713

1.713

1.713

Zorgtoeslag

0

0

– 635

Sectorfondspremies

60

60

60

Totaal PEB

– 1.084

– 1.668

– 6

Liquiditeitsverruimende maatregelen

– 327

– 346

– 2

Participatie- en inkomensbeleid

– 10

– 10

– 10

Milieu- en autobelastingen

206

207

207

Pensioengerelateerde maatregelen

96

96

96

btw

27

27

– 16

Budgetsystematiek WBSO

42

42

0

SDE+

0

0

396

Overig

64

– 102

– 141

Totaal

787

19

1.662

In tabel 2.3.3 wordt een relatie gelegd tussen het effect van beleidsmaatregelen op de belasting- en premieontvangsten op EMU-basis5, het effect daarvan op transactiebasis en het effect op de lastenontwikkeling zoals relevant voor het inkomstenkader in 20186. Voor de belasting- en premieontvangsten op EMU-basis, die relevant zijn voor het EMU-saldo, gaat het voor de meeste belastingsoorten om de één-maands-verschoven-kasontvangsten. Bij de ontvangsten op transactiebasis wordt – in dit geval – het beleid toegerekend aan het jaar waarin de daadwerkelijke economische transactie waaruit het effect op de ontvangsten volgt zich voordoet. Daarop sluit het op de lastenontwikkeling gebaseerde inkomstenkader zoveel mogelijk aan. Een van de uitzonderingen daarop vormen maatregelen met intertemporele (kas)effecten. Daar is bijvoorbeeld sprake van bij het afschaffen (in combinatie met afkoop) van het pensioen in eigen beheer. De incidenteel hogere ontvangsten in 2017 leiden tot een neerwaartse mutatie in 2018 op EMU- en transactiebasis, maar beïnvloeden de beleidsmatige lastenontwikkeling in 2018 niet.7 Voor liquiditeitsverruimende maatregelen voor bedrijven uit de jaren 2009 tot en met 2011 – die in 2018 tot lagere belastingontvangsten leiden – geldt hetzelfde.8 Een ander verschil ontstaat door de zorgtoeslag. Vanwege de directe koppeling met de nominale premie is de zorgtoeslag wel relevant voor de beleidsmatige lastenontwikkeling, terwijl dit geen belasting- en premieontvangsten betreft. Dat geldt ook voor de SDE+. Verschillen tussen de effecten op EMU- en transactiebasis ontstaan hoofdzakelijk door de duur van het aanslag- en aangifteproces van sommige belastingsoorten. Daardoor ontstaat een vertraging bij de ontvangsten op EMU-basis.

2.4 Meerjarige ontvangstenraming

De ontwikkeling van de belasting- en premieontvangsten voor de periode 2017–2021 is weergegeven in tabel 2.4.1. De ramingen voor 2017 en 2018 zijn in voorgaande paragrafen toegelicht.

Tabel 2.4.1. Meerjarige belasting- en premieraming (in miljarden euro's)
 

2017

2018

2019

2020

2021

Totaal belasting- en premieontvangsten op EMU-basis

270,2

282,5

294,9

306,3

317,5

 

waarvan belastingen op kasbasis

166,8

169,4

178,6

187,3

194,3

2.5 De belastingraming 2017-2018

Tabel 2.5.1 bevat een gedetailleerd overzicht van de raming van de belasting- en premieontvangsten 2017 en 2018 op EMU-basis.

Tabel 2.5.1 Overzicht van belasting- en premieontvangsten 2017 – 2018 (in miljoenen euro's)
 

Vermoedelijke uitkomsten 2017

Ontwerpbegroting 2018

Indirecte belastingen

83.757

87.186

Invoerrechten

3.209

3.389

Omzetbelasting

50.197

52.814

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

1.876

1.793

Accijnzen

11.709

11.891

– Accijns van lichte olie

4.291

4.322

– Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie

3.874

3.968

– Tabaksaccijns

2.442

2.487

– Alcoholaccijns

313

310

– Bieraccijns

441

449

– Wijnaccijns

348

355

Belastingen van rechtsverkeer

5.162

5.265

– Overdrachtsbelasting

2.748

2.755

– Assurantiebelasting

2.414

2.510

Motorrijtuigenbelasting

4.026

4.143

Belastingen op een milieugrondslag

5.008

5.228

– Afvalstoffenbelasting

87

90

– Energiebelasting

4.643

4.857

– Waterbelasting

278

282

– Brandstoffenheffingen

0

0

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

263

267

Belasting op zware motorrijtuigen

170

174

Verhuurderheffing

1.664

1.750

Bankbelasting

473

473

     

Directe belastingen

83.701

82.922

Inkomstenbelasting kas

– 2.315

– 3.510

Loonbelasting kas

59.157

58.944

Dividendbelasting

3.212

3.250

Kansspelbelasting

503

540

Vennootschapsbelasting

21.292

21.768

– Gassector kas

200

150

– Niet-gassector kas

21.092

21.618

Erf- en schenkbelasting

1.850

1.931

     

Overige Belastingontvangsten

194

183

– Belasting- en premieontvangsten Caribisch Nederland

154

157

     

Totaal belastingen

167.652

170.291

     

Premies volksverzekeringen (EMU)

41.945

47.116

Premies werknemersverzekeringen

60.587

65.117

– waarvan zorgpremies

36.680

38.547

     

Totaal belasting- en premieontvangsten op EMU-basis

270.184

282.525

Tabel 2.5.2 bevat een gedetailleerd overzicht van de raming van de belasting- en premieontvangsten 2017 en 2018 op kasbasis met op de laatste regels de aansluiting naar de totaalraming op EMU-basis.

Tabel 2.5.2. Overzicht van belasting- en premieontvangsten 2017 – 2018 (in miljoenen euro's)
 

Vermoedelijke uitkomsten 2017

Ontwerpbegroting 2018

Indirecte belastingen

83.296

86.443

Invoerrechten

3.195

3.375

Omzetbelasting

49.757

52.133

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

1.888

1.798

Accijnzen

11.711

11.875

– Accijns van lichte olie

4.283

4.318

– Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie

3.880

3.962

– Tabaksaccijns

2.440

2.482

– Alcoholaccijns

314

311

– Bieraccijns

446

449

– Wijnaccijns

349

355

Belastingen van rechtsverkeer

5.123

5.246

– Overdrachtsbelasting

2.700

2.743

– Assurantiebelasting

2.423

2.503

Motorrijtuigenbelasting

4.039

4.129

Belastingen op een milieugrondslag

5.015

5.224

– Afvalstoffenbelasting

86

89

– Energiebelasting

4.651

4.853

– Waterbelasting

278

282

– Brandstoffenheffingen

0

0

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

263

266

Belasting op zware motorrijtuigen

167

173

Verhuurderheffing

1.664

1.750

Bankbelasting

473

473

     

Directe belastingen

83.345

82.812

Inkomstenbelasting kas

– 2.315

– 3.510

Loonbelasting kas

58.805

58.836

Dividendbelasting

3.212

3.250

Kansspelbelasting

500

538

Vennootschapsbelasting

21.292

21.768

– Gassector kas

200

150

– Niet-gassector kas

21.092

21.618

Erf- en schenkbelasting

1.850

1.931

     

Overige Belastingontvangsten

184

183

– Belasting- en premieontvangsten Caribisch Nederland

154

157

     

Totaal belastingen

166.826

169.438

     

Premies volksverzekeringen kas

41.920

46.909

Premies werknemersverzekeringen

60.587

65.117

– waarvan zorgpremies

36.680

38.547

Aansluiting naar EMU-basis

851

1.060

     

Totaal belasting- en premieontvangsten op EMU-basis

270.184

282.525

Noot 1: De belasting en premie volksverzekeringen op EMU-basis zijn voor de meeste ontvangstensoorten gelijk aan de 1-maands verschoven ontvangsten op kasbasis. Dit betekent dat de ontvangsten op EMU-basis voor een bepaald jaar worden bepaald door de kasontvangsten van februari van dat jaar tot en met januari van het daaropvolgende jaar. Op deze wijze wordt zo goed mogelijk de opbrengst benaderd die samenhangt met de economische transacties uit het lopende jaar. Alleen de erf- en schenkbelasting, de vennootschapsbelasting, de dividendbelasting en de inkomensheffing zijn hiervan uitgezonderd. Voor deze belastingsoorten geldt dat EMU-basis gelijk is aan kasbasis, omdat voor deze belastingsoorten de 1-maands verschoven ontvangsten op kasbasis geen betere aansluiting vormt met de onderliggende economische transacties.

Noot 2: De loonheffing is een voorheffing van de inkomensheffing, particulieren dragen maandelijks loonbelasting af op basis van hun inkomen uit arbeid. Op basis van de belastingaangifte na afloop van het jaar wordt bepaald hoeveel belasting in totaal verschuldigd is. Bij de inkomensheffing voor particulieren hebben de ontvangsten dan ook betrekking op bijtel- en aftrekposten en heffingskortingen die niet via de loonheffing zijn verrekend. Bij de zelfstandigen wordt de ontwikkeling van de inkomensheffing daarnaast ook bepaald door de winstontwikkeling.

Noot 3: Naast de bpm en MRB heeft Autobrief II ook effect op de bijtelling voor de inkomstenbelasting.

Noot 4: Met dit in 2016 gepresenteerde pakket beoogt het kabinet een aantal knelpunten in de Wet werk en zekerheid (Wwz) weg te nemen.

Noot 5: Voor de raming van de belasting- en premieontvangsten ten behoeve van het EMU-saldo voor 2018 zijn dat de relevante kasontvangsten in de maanden van februari 2018 tot en met januari 2019. De inkomensheffing, de vennootschapsbelasting, erf- en schenkbelasting en de dividendbelasting zijn uitzonderingen. Voor deze belastingsoorten is de EMU-basis gelijk aan kasbasis (januari tot en met december).

Noot 6: Het effect op het inkomstenkader in enig jaar wordt ook wel het lastenrelevante effect van beleidsmaatregelen in dat jaar genoemd. Formeel is er geen inkomstenkader in 2018. Wel heeft het kabinet de beleidsmatige astenontwikkeling voor 2017 en 2018 ten opzichte van de Macro Economische Verkenning 2017 constant gehouden.

Noot 7: Het relevante effect van deze maatregel voor inkomstenkader slaat neer in 2017 en betreft de contante waarde van de langjarige kasstroom (62 miljoen euro).

Noot 8: In het jaren waarin de liquiditeitsverruimende maatregelen zijn genomen, oftewel de betreffende transactiejaren 2009, 2010 en 2011, waren deze maatregelen wel relevant voor het inkomstenkader.