Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

7. Overzicht risicoregelingen van het Rijk

Tabellen 7.1, 7.2 en 7.3 geven een totaaloverzicht van directe en indirecte risicoregelingen van het Rijk. Voor details over onderstaande garantieregelingen en achterborgstellingen wordt verwezen naar begrotingen en jaarverslagen van de betreffende vakdepartementen.

Garanties

Een garantie is een voorwaardelijke, financiële verplichting van het Rijk aan een derde buiten het Rijk, die pas tot uitbetaling komt als zich bij de wederpartij een bepaalde omstandigheid (realisatie van een risico) voordoet. Garantieregelingen worden als verplichting opgenomen in de begroting van het betreffende vakdepartement.

Tabel 7.1 bevat de garantieregelingen van het Rijk. Alle regelingen met een uitstaand risico, een risicoplafond of mutaties groter dan 100 miljoen euro zijn uitgesplitst weergegeven. Alle andere regelingen zijn samengevat in de post «overig». Het overzicht geeft de stand eind augustus weer. Ontwikkelingen daarna zijn niet in het overzicht opgenomen. Deze worden meegenomen in het overzicht risicoregelingen bij het Financieel Jaarverslag Rijk 2017.

In het overzicht worden achtereenvolgens de begroting (b), het begrotingsartikel (a) en de omschrijving van de garantie weergegeven. Daarachter staat voor de jaren 2016, 2017 en 2018 het bedrag dat daadwerkelijk als risico is verleend dan wel door de Tweede Kamer is geautoriseerd, genaamd de «uitstaande garanties». Onder de uitstaande garanties vallen ook de garanties die in eerdere jaren zijn verstrekt. In 2017 en 2018 worden garanties verleend en komen garanties te vervallen. Dit is terug te lezen in de kolommen «geraamd te verlenen» en «geraamd te vervallen».

Een garantieregeling van het Rijk kent vrijwel altijd een maximum, het zogenaamde plafond. Dit plafond kan een jaarlijks plafond zijn (per jaar mag een maximaal bedrag aan garanties worden verleend) of een totaalplafond (er mogen nooit meer garanties verleend worden dan het plafond). In tabel 7.1 is onderscheid gemaakt tussen beide soorten plafonds. Bij regelingen waar geen plafond is afgesproken, is het totaalplafond gelijk gesteld aan de uitstaande garanties. Bij internationale organisaties is gekozen het garantieplafond gelijk te stellen aan de uitstaande garanties. Hiervan is sprake bij de Europese garanties (EFSF, EFSM en ESM) en de garanties aan een aantal internationale financiële instellingen.

Tabel 7.1 Door het Rijk verleende garanties (in miljoenen euro)

b

a

Omschrijving

Uitstaande garanties 2016

Geraamd te verlenen 2017

Geraamd te vervallen 2017

Uitstaande garanties 2017

Garantieplafond 2017

Geraamd te verlenen 2018

Geraamd te vervallen 2018

Uitstaande garanties 2018

Garantieplafond 2018

Totaal plafond

VIII

7

Bouwleningen academische ziekenhuizen

189,3

 

1,5

187,8

     

187,8

 

187,8

VIII

14

Indemniteitsregeling

257,4

151,6

389,4

19,6

     

19,6

 

300,0

IXB

2

Deposito Garantiestelsel (DGS) BES-eilanden

 

135,0

 

135,0

     

135,0

 

135,0

IXB

2

Single Resolution Fund (SRF)

4.163,5

   

4.163,5

     

4.163,5

 

4.163,5

IXB

2

WAKO (kernongevallen)

9.768,9

   

9.768,9

     

9.768,9

 

9.768,9

IXB

3

De Nederlandsche Bank (DNB) winstafdracht

5.700,0

   

5.700,0

   

5.700,0

     

IXB

3

Financieringsmaatschappij voor ontwikkelingslanden (FMO)

5.779,0

   

5.779,0

     

5.779,0

   

IXB

3

Garantie en vrijwaring inzake verkoop en financiering van staatsdeelnemingen

395,8

 

28,0

367,8

     

367,8

 

367,8

IXB

4

Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB)

782,7

 

12,3

770,4

     

770,4

 

770,4

IXB

4

DNB – deelneming in kapitaal IMF

31.198,1

13.729,3

 

44.927,3

     

44.927,3

 

44.927,3

IXB

4

European Bank for Reconstruction and Development (EBRD)

589,1

   

589,1

     

589,1

 

589,1

IXB

4

European Financial Stabilisation Mechanism (EFSM)

2.820,0

   

2.820,0

     

2.820,0

 

2.820,0

IXB

4

European Financial Stability Facility (EFSF)

34.154,2

   

34.154,2

     

34.154,2

 

34.154,2

IXB

4

European Investment Bank (EIB)

9.895,5

   

9.895,5

     

9.895,5

 

9.895,5

IXB

4

European Stability Mechanism (ESM)

35.445,4

   

35.445,4

     

35.445,4

 

35.445,4

IXB

4

Kredieten EU-betalingsbalanssteun

2.350,0

   

2.350,0

     

2.350,0

 

2.350,0

IXB

4

Wereldbank

4.922,8

 

77,4

4.845,5

     

4.845,5

 

4.845,5

IXB

5

Exportkredietverzekering

15.913,5

10.453,8

10.453,8

15.913,5

10.453,8

10.000,0

10.000,0

15.913,5

10.000,0

 

IXB

5

Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA) – herverzekeren

 

150,0

150,0

             

XIII

2

Borgstelling MKB Kredieten (BMKB)

1.827,0

765,0

547,4

2.044,6

765,0

765,0

547,6

2.262,0

765,0

 

XIII

2

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

566,3

400,0

170,8

795,5

400,0

400,0

219,0

976,4

400,0

 

XIII

2

Groeifaciliteit

121,6

135,0

12,0

244,6

135,0

135,0

14,5

365,1

135,0

 

XIII

2

MKB-financiering

25,0

43,2

 

68,2

 

200,0

 

268,2

 

268,2

XIII

2

Qredits

99,7

13,3

2,4

110,6

     

110,6

 

113,0

XIII

4

Aardwarmte

73,9

66,6

13,2

127,4

66,6

66,6

19,1

174,9

66,6

 

XIII

6

Borgstelling MKB Landbouwkredieten

318,8

120,0

20,0

418,8

120,0

120,0

20,0

518,8

120,0

 

XIII

8

Garantie voor natuurgebieden en landschappen

383,6

 

16,6

367,0

   

17,0

350,0

 

383,6

XVI

2/3

Instellingen voor de gezondheidszorg

365,3

4,3

55,5

314,0

   

61,9

252,2

 

252,2

XVII

41

Development Related Infrastructure Investment Vehicle (DRIVE)

 

55,0

 

55,0

55,0

55,0

 

110,0

55,0

 

XVII

41

Dutch Trade and Investment Fund (DTIF)

 

20,0

 

20,0

 

24,0

 

44,0

 

140,0

XVII

41

Garantie Dutch Good Growth Fund (DGGF)

35,7

50,0

 

85,7

 

50,0

 

135,7

 

675,0

XVII

45

Garanties IS-NIO

166,6

 

18,9

147,7

   

16,8

130,9

 

130,9

XVII

45

Garanties IS-Raad van Europa

176,7

   

176,7

     

176,7

 

176,7

XVII

45

Garanties Regionale Ontwikkelingsbanken

2.264,7

1,0

 

2.265,7

     

2.265,7

 

2.265,7

   

Overig

405,3

4,8

66,3

343,8

377,1

27,4

14,1

357,1

0,4

357,0

                         
   

Totaal

171.155,4

   

185.417,7

     

180.630,7

   
   

Totaal als percentage bbp

24,4%

   

25,3%

     

23,6%

   

Tabel 7.2 bevat de uitgaven en ontvangsten behorende bij de door de staat verstrekte garanties in 2017 en 2018. Alleen garanties waarop daadwerkelijk uitgaven en ontvangsten zijn gedaan worden hier weergegeven. De in de tabel getoonde uitgaven betreffen de schade-uitkeringen op afgegeven garanties. De in de tabel getoonde ontvangsten betreffen zowel ontvangen premies, provisies en dergelijke als op derden verhaalde (schade-)uitkeringen.

Tabel 7.2 Uitgaven en ontvangsten op de door het Rijk verstrekte garanties (in duizenden euro)

b

a

omschrijving

Uitgaven 2017

Ontvangsten 2017

Saldo 2017

Uitgaven 2018

Ontvangsten 2018

Saldo 2018

VI

33

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

1.760,0

 

– 1.760,0

3.760,0

 

– 3.760,0

IXB

3

Eurofima (NS)

 

47,0

47,0

     

IXB

3

Garantie Propertize/SNS

 

4.053,0

4.053,0

     

IXB

3

Tennet

 

4.800,0

4.800,0

 

4.800,0

4.800,0

IXB

2

WAKO (kernongevallen)

 

613,0

613,0

 

613,0

613,0

IXB

5

Exportkredietverzekering

58.000,0

255.792,0

197.792,0

62.700,0

280.422,0

217.722,0

IXB

1

Garantie procesrisico's

245,0

 

– 245,0

245,0

 

– 245,0

XIII

2

BMKB

41.658,0

33.000,0

– 8.658,0

41.674,0

33.000,0

– 8.674,0

XIII

2

GO

9.945,0

13.000,0

3.055,0

6.745,0

13.000,0

6.255,0

XIII

2

Groeifaciliteit

8.850,0

8.000,0

– 850,0

8.850,0

8.000,0

– 850,0

XIII

2

Scheepsnieuwbouw garantieregeling

3.591,0

4.000,0

409,0

     

XIII

6

Borgstelling MKB Landbouwkredieten

3.100,0

2.400,0

– 700,0

3.125,0

2.925,0

– 200,0

XIII

4

Aardwarmte

2.525,0

2.500,0

– 25,0

 

4.700,0

4.700,0

XV

2

Startende ondernemers

45,0

 

– 45,0

5,0

 

– 5,0

XVII

41

DTIF

6.500,0

1.000,0

– 5.500,0

7.000,0

2.300,0

– 4.700,0

XVII

41

Garantie DGGF

5.000,0

500,0

– 4.500,0

5.000,0

500,0

– 4.500,0

XVII

41

Garantie FOM

1.400,0

744,0

– 656,0

     

XVII

45

Garanties IS-NIO

10,0

 

– 10,0

     

Achterborgstellingen

Naast het risico uit garantieregelingen staat het Rijk ook indirect bloot aan risico’s uit achterborgstellingen. In die gevallen wordt de daadwerkelijke garantieverplichting niet afgegeven door het Rijk maar door een daarvoor aangewezen tussenpersoon, bijvoorbeeld een stichting. Het Rijk wordt pas aangesproken zodra de tussenpersoon niet aan haar verplichtingen kan voldoen. In de begroting van het betreffende vakdepartement worden achterborgstellingen niet als verplichting opgenomen. De achterborgstellingen zijn opgenomen in tabel 7.3.

Het risico uit de achterborgstellingen (in tabel 7.3) is niet één op één te vergelijken met het risico uit de garantieregelingen (in tabel 7.1). Bij achterborgstellingen worden de risico’s soms gedeeld met gemeenten. Zo worden de verplichtingen die het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) voor 1 januari 2011 is aangegaan voor 50 procent gedekt door gemeenten en voor 50 procent door de rijksoverheid. Verplichtingen aangegaan na deze datum worden volledig door de rijksoverheid gedekt. Bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) wordt de gehele positie met gemeenten gedeeld.

Per achterborgstelling gelden verschillende modaliteiten om schade te dekken. Wanneer een woningcorporatie financieel in de problemen komt, kan eerst saneringssteun worden verleend. Sinds de inwerkingtreding van de herzieningswet per 1 juli 2015 is sanering gemandateerd aan het WSW, waarbij het WSW kan putten uit het saneringsfonds welke wordt aangehouden als een risicovoorziening bij W&R. Het saneringfonds kan indien nodig aangevuld worden met een heffing betaald door de corporatiesector. Indien de sanering onvoldoende soelaas biedt of besloten wordt om niet te saneren, kunnen financiers aanspraak doen op het WSW. Het eigen vermogen van het WSW is daarna de eerste buffer om aan te spreken om aanspraken op de borg op te vangen. Indien dit niet voldoende is, worden de obligo’s van de deelnemende woningcorporaties aangesproken.

Een obligo is een voorwaardelijke verplichting van de deelnemer om aan het fonds een bepaald bedrag over te maken. Pas daarna wordt een beroep gedaan op de achterborg van de rijksoverheid. De Stichting Waarborgfonds Zorg (WFZ) kent een soortgelijke regeling. Ook hier wordt eerst het bufferkapitaal aangesproken om schade te dekken. Daarna moeten de zorginstellingen met een door het WFZ geborgde lening een percentage (maximaal 3 procent van de uitstaande garanties van de deelnemende zorginstelling) van het leningenbedrag afdragen (obligo). Mocht dit onvoldoende zijn om de verplichtingen van het WFZ na te komen, dan kan het WFZ een beroep doen op de rijksoverheid.

Bij het WEW geldt geen obligoverplichting. Hier dienen huizen als onderpand, waardoor de schade zich beperkt tot eventuele restschulden na gedwongen verkoop. Het WEW teert bij verlies direct in op het bufferkapitaal.

Tabel 7.3 Achterborgstellingen van het Rijk (in miljoenen euro)
 

Realisatie

2016

Raming

2017

Raming

2018

Totaal Achterborgstellingen

283.548

287.838

293.086

Stichting Waarborgfonds Zorg

8.148

7.547

7.203

Waarborgfonds Sociale Woningbouw

82.200

82.700

82.500

Waarborgfonds Eigen Woningen

193.200

197.591

203.383

       

Bufferkapitaal

1.768

1.881

2.006

Stichting Waarborgfonds Zorg

267

280

288

Waarborgfonds Sociale Woningbouw

531

531

545

Waarborgfonds Eigen Woningen

970

1.079

1.182

       

Obligo

3.343

3.330

3.339

Stichting Waarborgfonds Zorg

243

226

216

Waarborgfonds Sociale Woningbouw

3.100

3.104

3.123