Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

8. Normeringssystematiek gemeente- en provinciefonds

Berekening accres

Gemeenten en provincies beschikken over verschillende inkomstenbronnen om de uitgaven voor hun taken te financieren. Eén van de belangrijkste inkomstenbronnen voor decentrale overheden is de algemene uitkering uit het gemeente- en provinciefonds. De jaarlijkse ontwikkeling van de omvang van het gemeente- en provinciefonds wordt sinds 1995 bepaald door de normeringssystematiek, waarbij de fondsen gekoppeld zijn aan de ontwikkeling van de uitgaven van het Rijk, de netto gecorrigeerde rijksuitgaven.

Beleidsintensiveringen, ombuigingen, mee- en tegenvallers en nominale ontwikkelingen op de Rijksbegroting hebben direct invloed op de omvang van de fondsen («samen de trap op, samen de trap af»). De jaarlijkse toe- en afname van het gemeente- en provinciefonds die voortvloeit uit de koppeling aan de rijksuitgaven, wordt het accres genoemd.

Tabellen 8.1–8.3 geven weer hoe de ontwikkeling van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven uiteindelijk resulteert in het accres. Bij de bepaling van de omvang van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven (ngru) vormen de netto rijksuitgaven het startpunt. Op de netto uitgaven (A) worden correcties (B) doorgevoerd voor verschillende posten. Het saldo geeft de netto gecorrigeerde rijksuitgaven, de basis voor de accresberekening (C).

De correcties op de netto rijksuitgaven (tabel 8.2) kunnen in drie categorieën ingedeeld worden.

  • 1.  Uitgaven die wel relevant zijn voor de uitgavenkaders, maar niet voor de basis van de accresberekening, de ngru. Het gaat om uitgaven die relatief gevoelig zijn voor macro-economische ontwikkelingen en waarop het Rijk geen invloed heeft, bijvoorbeeld de afdrachten aan de EU. Door de rijksuitgaven voor deze uitgavenposten te corrigeren, wordt de accresraming minder afhankelijk van macro-economische ontwikkelingen, wat de stabiliteit van de accresontwikkeling ten goede komt.
  • 2.  Uitgaven die niet relevant zijn voor het uitgavenkader, maar wel voor de ngru, bijvoorbeeld studieleningen.
  • 3.  Financieringsverschuivingen zijn verschuivingen van geldstromen binnen het Rijk die niet tot meer of minder bestedingsruimte van het Rijk leiden, maar in de normeringssystematiek wel effect hebben op het accres doordat het schuiven zijn tussen ngru-relevante uitgaven en niet-ngru-relevante uitgaven. De rijksuitgaven worden voor deze posten gecorrigeerd omdat per saldo geen sprake is van meer of minder uitgaven, er is alleen sprake van een andere financieringsbron. Het gaat bij deze correcties bijvoorbeeld om overhevelingen van departementale begrotingen naar het gemeente- en provinciefonds en financieringsverschuivingen tussen het Rijk en de sociale zekerheidsfondsen.
Tabel 8.1: Ontwikkeling van netto gecorrigeerde rijksuitgaven: van begroting naar accres %
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

1 De Koning

41

42

42

42

42

42

44

2A Staten-Generaal

138

146

140

138

138

143

140

2B Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten

109

114

108

106

106

106

106

3 Algemene Zaken

53

57

56

56

56

58

60

4 Koninkrijksrelaties

89

93

87

80

80

81

68

5 Buitenlandse Zaken

8.867

4.611

8.783

9.583

9.769

9.634

9.913

6 Veiligheid en Justitie

10.817

11.268

10.367

10.370

10.231

10.097

9.748

7 Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

747

736

708

668

651

651

648

8 Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

35.460

34.971

35.448

35.305

35.029

34.952

34.913

9A Nationale Schuld (Transactiebasis)

11

17

19

19

19

19

19

9B Financiën

4.968

4.707

4.853

4.707

4.573

4.544

4.642

10 Defensie

7.755

8.427

8.684

8.735

8.750

8.619

8.640

12 Infrastructuur en Milieu

7.831

7.409

8.407

8.717

8.758

8.929

8.979

13 Economische Zaken

4.455

4.671

4.825

5.345

5.988

5.961

6.098

15 Sociale Zaken en Werkgelegenheid

18.099

19.088

19.239

19.232

19.420

19.650

19.736

16 Volksgezondheid, Welzijn en Sport

2.694

2.989

3.145

3.070

2.927

2.868

2.795

17 Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

2.649

2.759

2.403

2.349

2.437

2.657

2.654

18 Wonen en Rijksdienst

3.253

3.746

3.917

3.994

3.946

4.141

4.335

50 Gemeentefonds

28.125

27.822

28.282

28.165

28.015

27.902

27.724

51 Provinciefonds

2.494

2.410

2.188

2.167

2.148

2.075

2.065

Aanvullende posten

– 369

– 751

2.695

5.595

8.625

11.536

14.779

(A) Totaal netto uitgaven

138.286

135.331

144.396

148.443

151.711

154.666

158.106

               

(B) Totaal correcties

– 43.944

– 39.917

– 44.373

– 45.822

– 46.486

– 47.125

– 47.812

               

(C) Totaal NGRU (=A+B)

94.342

95.414

100.024

102.622

105.225

107.541

110.294

               

Accres (%) = (Ct – Ct-1)/Ct-1)

4,25%

1,14%

4,83%

2,60%

2,54%

2,20%

2,56%

Tabel 8.2: Correcties netto rijksuitgaven (in miljoenen euro)
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Correcties wel relevant voor uitgavenkader, niet voor accres

             

Studieleningen en radiofrequenties

1.916

1.861

2.041

2.011

2.158

2.344

2.507

EU-afdrachten

– 7.514

– 3.312

– 7.495

– 8.310

– 8.456

– 8.309

– 8.561

HGIS

– 4.940

– 4.510

– 4.469

– 4.396

– 4.499

– 4.685

– 4.764

WWB

– 5.711

– 5.980

– 5.916

– 6.115

– 6.409

– 6.592

– 6.718

GF/PF (exclusief sociaal deelfonds)

– 19.195

– 19.065

– 19.329

– 19.772

– 20.190

– 20.412

– 20.795

Sociaal deelfonds RBG-eng

– 1.797

– 1.755

– 1.770

– 1.805

– 1.805

– 1.824

– 1.824

Sociaal deelfonds en GF SZA

– 2.761

– 2.636

– 2.483

– 2.386

– 2.296

– 2.246

– 2.201

Uitgaven BKZ (begrotingsgefinancierd)

– 7.299

– 7.286

– 7.437

– 7.430

– 7.359

– 7.430

– 7.374

BCF

– 3.004

– 3.191

– 3.326

– 3.411

– 3.497

– 3.574

– 3.665

Overboekingen 50/51 en RBG-eng

4.343

4.118

3.588

3.467

3.453

3.442

3.423

Overige financieringsverschuivingen

2.019

1.838

2.222

2.324

2.414

2.161

2.161

Totaal correcties accres

– 43.944

– 39.917

– 44.373

– 45.822

– 46.486

– 47.125

– 47.812

Tabel 8.3 Berekening accres
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

1. Accres % (nominaal)

4,25%

1,14%

4,83%

2,60%

2,54%

2,20%

2,56%

2. Grondslag normeringssystematiek

16.717

19.195

19.065

19.329

19.772

20.190

20.412

3. Accres (= 1 * 2)

710

218

921

502

502

444

523

waarvan Gemeentefonds

662

190

805

445

445

395

465

waarvan Provinciefonds

47

28

116

57

56

50

57

               

4. Accres cumulatief

710

928

1.849

2.351

2.853

3.297

3.820

Tabel 8.4 Aansluiting accres stand Miljoenennota 2017 naar Miljoenennota 2018
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Accrespercentage Miljoenennota 2017

3,96%

1,13%

2,59%

2,41%

2,53%

1,97%

 

Accres (jaarlijkse tranches) stand Miljoenennota 2017

663

216

477

451

484

384

 

Accres cumulatief stand Miljoenennota 2017 (A)

663

878

1.356

1.806

2.290

2.674

 
               

Accresmutatie tranches

47

3

444

51

18

61

 

Accresmutatie cumulatief (B)

47

49

493

545

563

623

 
               

Accres (jaarlijkse tranches) stand Miljoenennota 2018

710

218

921

502

502

444

523

Accres cumulatief stand Miljoenennota 2018 (A+B)

710

928

1.849

2.351

2.853

3.297

3.820

Accrespercentage stand Miljoenennota 2018

4,25%

1,14%

4,83%

2,60%

2,54%

2,20%

2,56%