Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vaststelling begroting Ministerie van Veiligheid en Justitie 2018

34775 VI Y VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vergaderjaar 2017-2018

Y

Vastgesteld 19 juni 2018

De leden van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid1 hebben kennisgenomen van de brief van de Minister voor Rechtsbescherming van 22 februari 20182 aan de Tweede Kamer over de meerjarenagenda inzake het slachtofferbeleid. Naar aanleiding hiervan hebben zij de Minister voor Rechtsbescherming op 22 maart 2018 een aantal vragen gesteld.

De Minister heeft op 18 juni 2018 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,
Van Dooren

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Minister voor Rechtsbescherming

Den Haag, 22 maart 2018

De leden van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid hebben kennisgenomen van uw brief van 22 februari 20183 aan de Tweede Kamer over de meerjarenagenda inzake het slachtofferbeleid. De SP-fractieleden spreken hun waardering uit voor de wijze waarop de positie van het slachtoffer wordt versterkt. Naar aanleiding van de brief hebben zij nog enkele vragen.

Slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven moeten vaak lang wachten voordat de strafzaak van de daders op zitting wordt behandeld. Regelmatig is dit langer dan een jaar. Dit levert heel wat slapeloze nachten op. Een portal waarop staat dat de zaak nog steeds niet is gepland of een medewerker van het slachtofferloket die dat nog eens bevestigd, maakt dat helaas, hoe goed bedoeld ook, niet veel beter. Slachtoffers en hun familie willen graag dat de zaak kan worden afgesloten, zodat zij weer door kunnen met hun leven.

Een van de oorzaken van de lange doorlooptijden is, naast het aanvullend onderzoek, beperkte zittingsruimte voor de meervoudige strafkamer (hierna: MK). Dit wordt nog eens versterkt doordat zaken waarin verdachten preventief gehecht zijn, voorrang krijgen op de strafzaken waarin de verdachten reeds in vrijheid zijn gesteld. Dit is omdat de bestaande wetgeving vereist dat deze zaken periodiek op zitting moeten worden behandeld in verband met de bewaking van termijnen. Voor veel ernstige gewelds- en zedenmisdrijven geldt dat de verdachten in afwachting van hun strafzaak, in vrijheid zijn gesteld. Bijvoorbeeld om reden van het tijdsverloop.

De doorlooptijden van ernstige gewelds- en zedenzaken kunnen verbeterd worden door ook de ernstige gewelds- en zedenmisdrijven met voorrang te behandelen of door de MK-zittingsruimte te verruimen. Wellicht heeft u nog betere suggesties. Zou u hierop in kunnen gaan?

Kunt u toelichten of u voornemens bent, en zo ja op welke wijze, van 2018 tot 2021 toe te zien op de verbetering van de doorlooptijden van de behandeling van ernstige geweldsmisdrijf- en zedenzaken waarvan de verdachten in vrijheid zijn gesteld? Specifiek wordt hierbij gevraagd naar de behandeling van de strafzaken van de groep in vrijheid gestelde verdachten, omdat de strafzaken van de groep preventief gehechte verdachten van rechtswege al snel worden behandeld.

Op een eerder verstrekt overzicht4 van doorlooptijden van MK-strafzaken waren de preventieve zaken opgeteld bij de zaken waarin de verdachten in vrijheid de behandeling van hun strafzaak afwachten, de zogenaamde «vrije voetenzaken». Daardoor lijken de doorlooptijden mee te vallen. Zou u de SP-fractieleden kunnen informeren wat de doorlooptijden van MK-zaken zijn gespecificeerd naar preventief gehechte zaken en de «vrije voetenzaken» en gespecificeerd naar de afgelopen jaren? Zo mogelijk verder gespecificeerd naar zedenmisdrijven en ernstige geweldsmisdrijven, zo vragen deze leden.

De leden van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid zien uw reactie – bij voorkeur voor 20 april 2018 – met belangstelling tegemoet.

De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,
A.W. Duthler

BRIEF VAN DE MINISTER VOOR RECHTSBESCHERMING

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 juni 2018

Op 22 februari 2018 zond ik de Tweede Kamer de meerjarenagenda voor het slachtofferbeleid. Bij brief van 22 maart 2018 legde u mij naar aanleiding van deze brief enkele vragen van de SP-fractie voor. Hieronder ga ik op deze vraagpunten in. Door moeilijke toegankelijkheid van de gevraagde gegevens is deze beantwoording helaas vertraagd.

U onderstreept het belang voor slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven van een snelle behandeling van de strafzaak. U constateert dat de doorlooptijden in dit soort zaken moeten worden verbeterd. Daarbij wijst u op het feit dat wanneer verdachten op vrije voeten zijn de behandeling nog langer op zich laat wachten. U stelt voor dit soort zaken met voorrang te behandelen en de MK-zittingscapaciteit te verruimen. U vraagt of en hoe ik voornemens ben toe te zien op de verbetering van de doorlooptijden van de behandeling van ernstige geweldsmisdrijf- en zedenzaken waarvan de verdachten in vrijheid zijn gesteld. In dit verband verzoekt u tot slot om informatie over de doorlooptijden van MK-zaken van de afgelopen jaren, gespecificeerd naar preventief gehechte zaken en «vrije voetenzaken», zo mogelijk verder gespecificeerd naar zedenmisdrijven en ernstige geweldsmisdrijven.

Allereerst wil ik ingaan op de cijfers zoals beschikbaar over de jaren 2014 tot en met 2017. In tabel 1 is een algemeen overzicht opgenomen van de aantallen MK-strafzaken algemeen en specifiek ernstige gewelds- en zedenmisdrijven5, en daarbij onverdeeld of wel of geen voorlopige hechtenis is opgelegd. In de categorie ernstige gewelds- en zedenmisdrijven is in twee derde van de zaken sprake van voorlopige hechtenis. Bij alle MK-zaken is in ongeveer de helft van het aantal zaken sprake van voorlopige hechtenis.
Tabel 1

In tabel 2 zijn de doorlooptijden opgenomen over de periode 2014–2017 voor alle MK-strafzaken en specifiek voor gewelds- en zedenmisdrijven. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen zaken waarin wel en waarin geen voorlopige hechtenis is opgelegd. Het bleek niet mogelijk om vast te stellen of de verdachte tijdens de zitting of ten tijde van de uitspraak nog voorlopig gehecht was. Uit deze tabel komt naar voren dat strafzaken in de categorie ernstige geweld- en zedenmisdrijven korter duren (in 2017 een verschil van 6 maanden) als er op enig moment sprake is geweest van voorlopige hechtenis, dus ook als die direct is geschorst. De doorlooptijden voor MK-strafzaken algemeen, en specifiek in de categorie ernstige gewelds- en zedenmisdrijven, zijn ongeveer gelijk als sprake is van voorlopige hechtenis. In het algemeen geldt dat strafzaken een kortere doorlooptijd hebben als sprake is (geweest) van voorlopige hechtenis. In zaken waarin sprake was van voorlopige hechtenis zijn de doorlooptijden sinds 2014 korter geworden.

Tabel 2

Bij verdachten van ernstige zeden- en geweldsmisdrijven is in ongeveer 70% van de gevallen (op enig moment) sprake van voorlopige hechtenis. Hun strafzaak wordt om die reden met de nodige voortvarendheid behandeld. Dat neemt niet weg dat doorlooptijden een blijvend punt van aandacht zijn en het de ambitie is om die te verkorten, ook in de zaken waarin geen sprake is van voorlopige hechtenis.

In het kader van het ambitietraject van de strafrechtketen6 zullen de Minister van Justitie en Veiligheid en ik nog voor het zomerreces een brief over de ambitie, prioriteiten en doelstellingen van de strafrechtketen aan de Tweede Kamer sturen. De aanpak van doorlooptijden is één van deze prioriteiten. U krijgt een afschrift van deze brief.

In het kader van de Meerjarenagenda slachtofferbeleid 2018–2021, waarin slachtoffers van zedendelicten als extra kwetsbare groep slachtoffers zijn benoemd, wordt ook geïnvesteerd in een project van het Openbaar Ministerie dat de doorlooptijden van zedenzaken moet bekorten. Dat project moet in het voorjaar van 2019 inzicht geven in oplossingsrichtingen voor het bekorten van de doorlooptijden en de wijze van implementatie van die oplossingsrichtingen.

De Minister voor Rechtsbescherming,
S. Dekker

Noot 1: Samenstelling:Engels (D66), Ruers (SP), Van Bijsterveld (CDA) (vice-voorzitter), Duthler (VVD) (voorzitter), Ten Hoeve (OSF), Koffeman (PvdD), Strik (GL), Knip (VVD), Backer (D66), Schouwenaar (VVD), Van Strien (PVV), Kok (PVV), Gerkens (SP), Vlietstra (PvdA), Lokin-Sassen (CDA), Bredenoord (D66), Dercksen (PVV), D.J.H. van Dijk (SGP), Van Rij (CDA), Rombouts (CDA), Van de Ven (VVD), Wezel (SP), Bikker (CU), Baay-Timmerman (50PLUS) Van Zandbrink (PvdA), Aardema (PVV), Fiers (PvdA).

Noot 2: Kamerstukken II 2017/18, 33 552, nr. 43.

Noot 3: Kamerstukken II 2017/18, 33 552, nr. 43.

Noot 4: Overzicht in het Jaarverslag 2016 van de Rechtspraak, te vinden op: http://jaarverslagrechtspraak.nl/verslag/doorlooptijden-strafrecht.

Noot 5: Daaronder zijn begrepen: (poging) tot moord en doodslag, mishandeling met zwaar lichamelijk letsel of de dood ten gevolg, mishandeling met voorbedachten rade, zware mishandeling, mensenhandel, afpersing door geweld of bedreiging met geweld, (poging) tot verkrachting, aanranding, ontucht, de misdrijven van art. 240b, 248c t/m 248e en 250 Sr. Voor deze selectie is geput uit eerder gezamenlijk onderzoek van de Raad voor de rechtspraak en het College van procureurs-generaal.

Noot 6: Kamerstuk 29 279, nummer 389, vergaderjaar 2016–2017.