Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

5 UITGAVEN EN NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

Deze bijlage biedt een overzicht van de verschillende manieren waarop de uitgaven en de niet-belastingontvangsten van de overheid worden weergegeven. Er wordt een vergelijking gemaakt tussen de begroting van 2018 zoals gepresenteerd in de Startnota en de realisatie van dat jaar in het Financieel Jaarverslag van het Rijk. De overheidsuitgaven kunnen op kasbasis, maar ook op transactiebasis worden geregistreerd. In het eerste geval worden transacties geboekt in de periode waarin betaling plaatsvindt, in het tweede geval de periode waarin rechten en verplichtingen zijn ontstaan. Op de departementale begrotingen worden de uitgaven op kasbasis geregistreerd: welke bedragen worden van de bankrekeningen van het Rijk afgeschreven. Bij het saldo van de overheid (EMU-saldo) wordt niet uitgegaan van de uitgaven op kasbasis, maar op transactiebasis: de uitgaven worden geboekt in de periode waarin rechten en verplichtingen zijn ontstaan. Bij de tabellen hieronder worden de gebruikte begrippen verder toegelicht.

Tabel 5.1 bevat alle netto-uitgaven van de Rijksoverheid: de optelsom van de uitgaven minus de niet-belastingontvangsten. Om de uitgaven te beheersen is er een uitgavenplafond. De uitgaven onder het uitgavenplafond mogen het uitgavenplafond niet overschrijden. Het uitgavenplafond is op zijn beurt gesplitst in drie verschillende deelplafonds: het plafond Rijksbegroting, het plafond Sociale Zekerheid en het plafond Zorg. De meeste netto-uitgaven vallen onder een van de drie plafonds. Er zijn echter ook uitgaven en ontvangsten die niet onder een plafond vallen.

In het bovenste deel van de tabel zijn de uitgaven uitgesplitst in de begrotingsgefinancierde en de premiegefinancierde uitgaven. De begrotingsgefinancierde uitgaven worden betaald uit belastingen en zijn de optelling van alle uitgaven en niet-belastingontvangsten op de departementale begrotingen. Dit zijn de uitgaven waarvoor het parlement autorisatie verleent door de begrotingen aan te nemen. Naast de begrotingsgefinancierde uitgaven zijn er ook premiegefinancierde uitgaven. De uitgaven aan zorg en sociale zekerheid worden voornamelijk gefinancierd uit de premies. In het onderste deel van de tabel zijn de begrotings- en premiegefinancierde uitgaven per deelplafond opgeteld.

Tabel 5.1 Netto-uitgaven naar type en plafond (in miljoenen euro)
 

Startnota

FJR 2018

Verschil

bron

Begrotingsgefinancierde netto-uitgaven

    

Plafond Rijksbegroting

126.574

123.797

‒ 2.777

Tabel 5.5

Plafond Sociale Zekerheid

22.062

22.049

‒ 13

Tabel 5.6

Plafond Zorg

7.454

7.595

141

Tabel 5.7

Netto-uitgaven buiten het uitgavenplafond

10.423

9.939

‒ 483

Tabel 5.8

Totaal begrotingsgefinancierde netto-uitgaven

166.513

163.380

‒ 3.133

Tabel 5.4

Premiegefinancierde netto-uitgaven

    

Plafond Sociale Zekerheid

56.875

56.577

‒ 298

Tabel 5.6

Plafond Zorg

65.308

63.067

‒ 2.242

Tabel 5.7

Totaal premiegefinancierde netto-uitgaven

122.183

119.643

‒ 2.540

 

Totaal netto-uitgaven

288.696

283.024

‒ 5.673

 
     

Plafond Rijksbegroting

126.574

123.797

‒ 2.777

Tabel 5.5

Plafond Sociale Zekerheid

78.937

78.625

‒ 312

Tabel 5.6

Plafond Zorg

72.762

70.662

‒ 2.100

Tabel 5.7

Totaal netto-uitgaven onder het uitgavenplafond

278.274

273.085

‒ 5.189

 

Netto-uitgaven buiten het uitgavenplafond

10.423

9.939

‒ 483

Tabel 5.8

Totaal netto-uitgaven

288.696

283.024

‒ 5.673

 

Tabel 5.2 geeft alle uitgaven zoals die vermeld zijn in de individuele begrotingshoofdstukken van de Rijksbegroting. In die hoofdstukken zelf zijn de uitgaven verdeeld over verschillende beleids- en niet-beleidsartikelen, maar in de tabel wordt alleen het totaal per begrotingshoofdstuk weergegeven. Het betreft hier de kasuitgaven van de begrotingshoofdstukken. Alleen voor het begrotingshoofdstuk van Nationale Schuld zijn de bedragen op transactiebasis.

Tabel 5.2 Uitgaven begrotingen (in miljoenen euro)
  

Startnota

FJR 2018

Verschil

1

De Koning

42

43

1

2A

Staten-Generaal

144

154

10

2B

Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs

113

124

11

3

Algemene Zaken

63

64

1

4

Koninkrijksrelaties

294

625

331

5

Buitenlandse Zaken

9.538

9.174

‒ 364

6

Justitie en Veiligheid

12.081

12.814

734

7

Binnenlandse Zaken

5.294

5.951

657

8

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

40.236

42.327

2.091

9A

Nationale Schuld (Transactiebasis)

7.997

9.196

1.199

9B

Financiën

7.118

7.736

619

10

Defensie

9.204

9.417

213

12

Infrastructuur en Waterstaat

8.434

8.199

‒ 235

13

Economische Zaken en Klimaat

4.453

5.355

902

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

31.990

34.412

2.423

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

15.223

15.374

151

17

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

2.510

3.071

561

50

Gemeentefonds

28.283

29.083

800

51

Provinciefonds

2.188

2.454

267

55

Infrastructuurfonds

6.243

5.810

‒ 434

58

Diergezondheidsfonds

35

51

16

64

BES-fonds

41

39

‒ 2

65

Deltafonds

1.119

1.084

‒ 36

AP

Aanvullende Posten

7.502

0

‒ 7.502

90

Consolidatie1

‒ 6.595

‒ 6.335

260

HGIS

Internationale Samenwerking2

(5.120)

(5.322)

(202)

 

Totaal

193.549

196.224

2.675

Noot 1: Dit betreft een correctie voor dubbeltellingen die ontstaan door het «bruto-boeken» van bijdragen. Het bruto-boeken houdt in dat zowel het departement dat bijdraagt, als het departement dat ontvangt de uitgaven op zijn begroting opneemt. Het gaat voornamelijk om bijdragen via de begroting van Infrastructuur en Waterstaat aan het Infrastructuurfonds en het Deltafonds.

Noot 2: In deze tabel zijn de niet-belastingontvangsten voor Internationale Samenwerking toegerekend aan de begrotingen waarop deze worden verantwoord. De totale uitgaven voor Internationale Samenwerking zijn tussen haakjes vermeld en lopen niet mee in de totaaltelling.

Tabel 5.3 bevat alle niet-belastingontvangsten op de verschillende begrotingshoofdstukken van de Rijksbegroting. Dit betreft alle ontvangsten die geen belasting- of premie-ontvangst zijn. Denk bijvoorbeeld aan het dividend dat uitgekeerd wordt door staatsdeelnemingen, het terugbetalen van studieschulden of de opbrengst van boetes en schikkingen. Ook hier geldt dat alle bedragen op kasbasis zijn, behalve de begroting van Nationale Schuld, die deels op transactiebasis is opgesteld. Omdat hier inzicht wordt gegeven in de niet-belastingontvangsten worden de ontvangsten vanuit het uitgeven van nieuwe staatschuld niet meegeteld. Deze ontvangsten komen in bijlage 6 aan bod bij de bepaling van het EMU-saldo.

Tabel 5.3 Niet-belastingontvangsten begrotingen (in miljoenen euro)
  

Startnota

FJR 2018

Verschil

1

De Koning

0

0

0

2A

Staten-Generaal

4

4

0

2B

Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs

6

6

1

3

Algemene Zaken

7

6

‒ 1

4

Koninkrijksrelaties

48

54

6

5

Buitenlandse Zaken

752

1.201

449

6

Justitie en Veiligheid

1.624

2.279

655

7

Binnenlandse Zaken

660

1.343

683

8

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

1.381

1.369

‒ 12

9A

Nationale Schuld (Transactiebasis)

13.293

15.509

2.216

9B

Financiën

2.161

3.339

1.178

10

Defensie

420

664

244

12

Infrastructuur en Waterstaat

248

29

‒ 218

13

Economische Zaken en Klimaat

3.540

3.560

20

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

1.886

1.845

‒ 40

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

100

838

738

17

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

79

85

6

50

Gemeentefonds

0

0

0

51

Provinciefonds

0

0

0

55

Infrastructuurfonds

6.243

5.926

‒ 317

58

Diergezondheidsfonds

35

35

1

65

Deltafonds

1.119

1.085

‒ 34

AP

Aanvullende Posten

28

0

‒ 28

90

Consolidatie

‒ 6.595

‒ 6.335

260

HGIS

Internationale Samenwerking

(155)

(231)

(76)

 

Totaal

27.036

32.844

5.808

Tabel 5.4 geeft per begrotingshoofdstuk de netto-uitgaven weer, oftewel de uitgaven (tabel 5.2) minus de niet-belastingontvangsten (tabel 5.3). De daaropvolgende tabellen (tabel 5.5 tot en met tabel 5.7) geven per deelplafond aan welke uitgaven er onder vallen, op welk begrotingshoofdstuk deze staan, en of de uitgaven begrotings- of premiegefinancierd zijn.

Tabel 5.4 Netto-uitgaven begrotingen (in miljoenen euro)
  

Startnota

FJR 2018

Verschil

1

De Koning

42

43

1

2A

Staten-Generaal

140

150

10

2B

Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs

108

118

11

3

Algemene Zaken

56

58

2

4

Koninkrijksrelaties

246

571

325

5

Buitenlandse Zaken

8.786

7.973

‒ 813

6

Justitie en Veiligheid

10.457

10.536

79

7

Binnenlandse Zaken

4.634

4.608

‒ 26

8

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

38.855

40.958

2.103

9A

Nationale Schuld (Transactiebasis)

‒ 5.296

‒ 6.313

‒ 1.017

9B

Financiën

4.956

4.397

‒ 559

10

Defensie

8.784

8.752

‒ 31

12

Infrastructuur en Waterstaat

8.186

8.170

‒ 16

13

Economische Zaken en Klimaat

913

1.795

882

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

30.104

32.567

2.463

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

15.124

14.536

‒ 588

17

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

2.431

2.987

555

50

Gemeentefonds

28.283

29.083

800

51

Provinciefonds

2.188

2.454

267

55

Infrastructuurfonds

0

‒ 117

‒ 117

58

Diergezondheidsfonds

0

16

16

64

BES-fonds

41

39

‒ 2

65

Deltafonds

0

‒ 2

‒ 2

AP

Aanvullende Posten

7.474

0

‒ 7.474

90

Consolidatie

0

0

0

HGIS

Internationale Samenwerking

(4.965)

(5.091)

(-126)

 

Totaal

166.513

163.380

‒ 3.133

Tabel 5.5 Netto-uitgaven onder plafond Rijksbegroting (in miljoenen euro)
  

Startnota

FJR 2018

Verschil

1

De Koning

42

43

1

2A

Staten-Generaal

140

150

10

2B

Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs

108

118

11

3

Algemene Zaken

56

58

2

4

Koninkrijksrelaties

87

417

330

5

Buitenlandse Zaken

8.786

7.973

‒ 813

6

Justitie en Veiligheid

10.457

10.536

79

7

Binnenlandse Zaken

4.634

4.608

‒ 26

8

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

36.814

39.160

2.346

9A

Nationale Schuld (Transactiebasis)

6.149

5.968

‒ 181

9B

Financiën

4.853

5.023

170

10

Defensie

8.777

8.858

81

12

Infrastructuur en Waterstaat

8.410

8.170

‒ 240

13

Economische Zaken en Klimaat

4.024

4.884

860

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

518

427

‒ 91

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

2.607

2.589

‒ 18

17

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

2.447

3.002

555

50

Gemeentefonds

18.911

19.445

534

51

Provinciefonds

2.188

2.454

267

55

Infrastructuurfonds

0

‒ 117

‒ 117

58

Diergezondheidsfonds

0

‒ 8

‒ 8

60

Accres Gemeentefonds

650

0

‒ 650

61

Accres Provinciefonds

93

0

‒ 93

64

BES-fonds

41

39

‒ 2

65

Deltafonds

0

‒ 2

‒ 2

80

Prijsbijstelling

453

0

‒ 453

81

Arbeidsvoorwaarden

1.405

0

‒ 1.405

86

Algemeen

3.923

0

‒ 3.923

HGIS

Internationale Samenwerking

(4.926)

(5.055)

(128)

 

Totaal

126.574

123.797

‒ 2.777

Tabel 5.6 Netto-uitgaven onder plafond Sociale Zekerheid (in miljoenen euro)
  

Startnota

FJR 2018

Verschil

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

19.185

19.493

308

50

Gemeentefonds

2.483

2.556

72

AP

Aanvullende Posten

394

0

‒ 394

 

Begrotingsgefinancierde netto-uitgaven

22.062

22.049

‒ 13

40

Sociale Verzekeringen

56.875

56.577

‒ 298

 

Premiegefinancierde netto-uitgaven

56.875

56.577

‒ 298

     
 

Totaal netto-uitgaven plafond Sociale Zekerheid

78.937

78.625

‒ 312

Tabel 5.7 Netto-uitgaven onder plafond Zorg (in miljoenen euro)
  

Startnota

FJR 2018

Verschil

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

540

513

‒ 27

50

Gemeentefonds

6.889

7.082

194

AP

Aanvullende Posten

25

0

‒ 25

 

Begrotingsgefinancierde netto-uitgaven

7.454

7.595

141

41

Zorg

65.308

63.067

‒ 2.242

 

Premiegefinancierde netto-uitgaven

65.308

63.067

‒ 2.242

     
 

Totaal netto uitgaven plafond Zorg

72.762

70.662

‒ 2.100

Tabel 5.8 geeft per begrotingshoofdstuk de uitgaven weer die buiten het uitgavenplafond vallen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om uitgaven die niet meetellen in het begrotingstekort (het EMU-saldo), zoals het verstrekken van (studie)leningen, de bijdrage van het Rijk aan de sociale fondsen of de opbrengst van het verkopen van staatsdeelnemingen. Daarnaast zijn er uitgaven die wel EMU-saldorelevant zijn, maar buiten het uitgavenplafond zijn geplaatst, zoals de uitgaven aan de zorgtoeslag.

Evenals bij voorgaande tabellen geldt dat de genoemde bedragen in tabel 5.8 op kasbasis zijn, behalve het begrotingshoofdstuk van Nationale Schuld dat deels op transactiebasis wordt opgesteld en zijn de uitgaven aan het aflossen van en de ontvangsten uit het uitgeven van de staatsschuld niet in deze tabel opgenomen.

Tabel 5.8 Netto-uitgaven buiten het plafond (in miljoenen euro)
  

Startnota

FJR 2018

Verschil

4

Koninkrijksrelaties

159

154

‒ 5

7

Binnenlandse Zaken

0

0

0

8

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

2.041

1.798

‒ 243

9A

Nationale Schuld (Transactiebasis)

‒ 11.445

‒ 12.281

‒ 836

9B

Financiën

103

‒ 626

‒ 729

10

Defensie

6

‒ 106

‒ 112

12

Infrastructuur en Waterstaat

‒ 224

0

224

13

Economische Zaken en Klimaat

‒ 3.111

‒ 3.089

22

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

10.401

12.647

2.246

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

11.977

11.434

‒ 543

17

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

‒ 16

‒ 16

0

58

Diergezondheidsfonds

0

23

23

AP

Aanvullende posten

531

0

‒ 531

HGIS

Internationale Samenwerking

(38)

(36)

2

 

Totaal netto-uitgaven buiten het plafond

10.423

9.939

‒ 483

Tabel 5.9 geeft de totale netto-uitgaven HGIS aan per begrotingshoofdstuk. Deze uitgaven aan internationale samenwerking worden gecoördineerd door het ministerie van Buitenlandse Zaken maar verwantwoord op de individuele begrotingen. In bovenstaande tabellen zijn deze middelen onderdeel van de totalen per begroting. Onderaan deze tabellen staat het totaal aan HGIS-uitgaven over alle begrotingen.

Tabel 5.9 Netto HGIS-uitgaven begrotingen (in miljoenen euro)
  

Startnota

FJR 2018

Verschil

5

Buitenlandse Zaken

1.292

1.301

9

6

Veiligheid en Justitie

33

22

‒ 10

7

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

0

0

0

8

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

59

60

1

9B

Financiën

279

362

83

10

Defensie

325

211

‒ 115

12

Infrastructuur en Waterstaat

21

25,04

4

13

Economische Zaken en Klimaat

51

52

1

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

0

0

0

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

9

19

10

17

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

2.447

3.002

555

86

Algemeen

410

0

‒ 410

 

Totaal plafondrelevante netto-uitgaven HGIS

4.926

5.055

128

9B

Financiën

38

36

‒ 2

 

Totaal niet-plafondrelevante netto-uitgaven HGIS

38

36

‒ 2

     
 

Totaal netto-uitgaven HGIS

4.965

5.091

126

Tabel 5.10 geeft een overzicht van de aardgasbaten. De tabel laat zien dat de aardgasbaten niet alleen op kasbasis, maar ook op transactiebasis worden geregistreerd. Dit wordt gedaan omdat het EMU-saldo – volgens Europese methodiek – wordt berekend op transactiebasis, terwijl de rijksbegroting op kasbasis wordt opgesteld.

Tabel 5.10 Aardgasbaten (in miljoenen euro)
 

Startnota

FJR 2018

Verschil

Niet-belastingontvangsten

1.950

1.462

‒ 488

Vennootschapsbelasting

150

650

500

Totaal kasbasis

2.100

2.112

12

    

Niet-belastingontvangsten

50

102

52

Vennootschapsbelasting

50

0

‒ 50

Totaal kas-transverschil (ktv)

100

102

2

    

Niet-belastingontvangsten

1.900

1.360

‒ 540

Vennootschapsbelasting

100

650

550

Totaal transactiebasis

2.000

2.010

10

Aansluiting begrotingscijfers en visuele samenvatting

De visuele samenvatting bij het Financieel Jaarverslag Rijk biedt een toegankelijk overzicht van de belangrijkste cijfers. Deze presentatie verschilt op een aantal punten van de begrotingssystematiek zoals die wordt gehanteerde in de rest van het Financieel Jaarverslag Rijk en haar bijlagen. Tabel 5.11 geeft de samenhang tussen de cijfers uit de visuele samenvatting en de rest van het Financieel Jaarverslag Rijk weer.

De visuele samenvatting gaat uit van een netto-uitgavenbegrip; dat wil zeggen, de (bruto)uitgaven verminderd met de zogenaamde niet-belastingontvangsten. Dit zijn ontvangsten die tot de uitgavenkant van de begroting worden gerekend, waaronder boete-opbrengsten, leges en teruggevorderde toeslagen. Ook de aardgasbaten behoren begrotings-technisch tot de niet-belastingontvangsten en komen als zodanig terug op de begroting van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). In de visuele samenvatting is er echter voor gekozen om, mede vanwege de omvang, de aardgasbaten op te nemen aan de inkomstenkant van de rijksoverheid. Hierdoor vallen de totale inkomsten en uitgaven in de visuele samenvatting hoger uit ten opzichte van de tabellen in het Financieel Jaarverslag Rijk.

Een ander verschil in presentatie tussen de visuele samenvatting en het Financieel Jaarverslag van het Rijk betreft de individuele begrotingsposten. De visuele samenvatting gaat uit van een thematische indeling die niet exact aansluit bij de afzonderlijke begrotingshoofdstukken. Zo wordt het Btw-compensatiefonds in de visuele samenvatting samengevoegd met het Gemeentefonds en het Provinciefonds, terwijl het begrotingstechnisch wordt verantwoord op de begroting van Financiën. Een meer complex voorbeeld is de verwerking van de middelen bestemd voor internationale samenwerking (HGIS). In de visuele samenvatting worden al deze middelen gegroepeerd onder de uitgavenpost «Buitenlandse Zaken/Internationale Samenwerking», omdat het Ministerie van Buitenlandse Zaken deze middelen coördineert. In de begrotingssystematiek worden deze middelen echter toegewezen aan verschillende begrotingshoofd-stukken, zoals die van het ministerie van Justitie en Veiligheid en het ministerie van Defensie. Het overzicht van de toewijzing van deze middelen is terug te vinden in tabel 5.9.

Tabel 5.11 Aansluiting visuele samenvatting (in miljarden euro)
 

2018

Bron

Uitgaven visuele samenvatting

274,3

Visualisatie

Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt

79,1

 

Plafond S totaal begrotings- en premiegefinancierd

78,6

Tabel 5.6

Plafond R Sociale Zekerheid en Werkgelegenheid

0,4

Tabel 5.5

Af: HGIS Sociale Zekerheid en Werkgelegenheid

0,0

Tabel 5.9

Zorg

77,9

 

Plafond Z totaal begrotings- en premiegefinancierd

70,7

Tabel 5.7

Plafond R Volksgezondheid, Welzijn en Sport

2,6

Tabel 5.5

Zorgtoeslag en TSZ

4,7

H16 artikel 8

Af: HGIS Volksgezondheid, Welzijn en Sport

0,0

Tabel 5.9

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

39,1

 

Plafond R Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

39,2

Tabel 5.5

Af: HGIS Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

0,1

Tabel 5.9

Gemeentefonds, Provinciefonds en Btw-compensatiefonds

25,2

 

Plafond R Gemeentefonds en accres Gemeentefonds

19,4

Tabel 5.5

Plafond R Provinciefonds en accres Provinciefonds

2,5

Tabel 5.5

Btw-compensatiefonds

3,3

H9 artikel 6

Buitenlandse Zaken en Internationale Samenwerking

11,7

 

Plafond R Buitenlandse Zaken

8,0

Tabel 5.5

af: HGIS Buitenlandse Zaken

1,3

Tabel 5.9

bij: totale plafondrelevante uitgaven Internationale Samenwerking (HGIS)

5,1

Tabel 5.9

Justitie en Veiligheid

10,5

 

Plafond R Justitie en Veiligheid

10,5

Tabel 5.5

af: HGIS Justitie en Veiligheid

0,0

Tabel 5.9

Defensie

8,6

 

Plafond R Defensie

8,9

Tabel 5.5

af: HGIS Defensie

0,2

Tabel 5.9

Infrastructuur en Waterstaat

8,0

 

Plafond R Infrastructuur en Waterstaat

8,2

Tabel 5.5

Plafond R Infrastructuurfonds

‒ 0,1

Tabel 5.5

af: HGIS Infrastructuur en Waterstaat

0,0

Tabel 5.9

Rentelasten

6,0

 

Rentelasten staatsschuld

6,0

H9A artikel 11

Rentelasten schatkistbankieren

‒ 0,1

H9A artikel 12

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

5,1

 

Plafond R Binnenlandse Zaken

4,6

Tabel 5.5

Plafond R Koninkrijksrelaties

0,4

Tabel 5.5

Plafond R BES-fonds

0,0

Tabel 5.5

Economische Zaken en Klimaat

4,8

 

Plafond R Economische Zaken en Klimaat

4,9

Tabel 5.5

Af: HGIS Economische Zaken en Klimaat

0,1

Tabel 5.9

Financiën

1,3

 

Plafond R Financiën

5,0

Tabel 5.5

af: Btw-compensatiefonds

3,3

H9B artikel 6

af: HGIS Financiën

0,4

Tabel 5.9

Overig

‒ 3,0

 
   

Totaal uitgaven visuele samenvatting

274,3

Visualisatie

Af: gas

1,5

Tabel 6.1

Totale netto-uitgaven

272,8

Tabel 6.1