Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2018
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

Voorjaarsnota 2018

34960 1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Vergaderjaar 2017-2018

Nr. 1

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 mei 2018

1. Inleiding

De Voorjaarsnota 2018 is de eerste rapportage van het kabinet over de uitvoering van de begroting 2018. Het kabinet geeft hierin een overzicht van de wijzigingen van de begroting voor het lopende begrotingsjaar ten opzichte van de Startnota (Kamerstuk 34 775, nr. 54). Deze bijstellingen zijn gebaseerd op nieuwe macro-economische ramingen uit het Centraal Economisch Plan (CEP) 2018 van het Centraal Planbureau (CPB) en inzichten over de begrotingsuitvoering van alle ministeries.

Deze Voorjaarsnota is als volgt opgebouwd. Paragraaf 2 gaat in op het economisch beeld. Vervolgens gaat paragraaf 3 in op de uitgavenzijde van de begroting. Hierin wordt meer inzicht geboden in de budgettaire effecten van het gasbesluit. Paragraaf 4 behandelt de inkomstenkant van de begroting. Tenslotte komen in paragraaf 5 het overheidssaldo en de overheidsschuld aan bod.

In bijlage 1 en 2 zijn de budgettaire kerngegevens en de verticale toelichting op de individuele begrotingshoofdstukken opgenomen. Bijlage 3 licht de belastinginkomsten toe. Bijlage 4 en 5 geven meer inzicht in respectievelijk de overboeking van middelen op de aanvullende post en de uitgekeerde eindejaarsmarge op de verschillende begrotingshoofdstukken. Hiermee wordt tevens voldaan aan een eerdere toezegging over deze onderwerpen1.

2. Economisch beeld 2018

Het economisch beeld voor 2018 is volgens de raming van het Centraal Economisch Plan (CEP) onverminderd gunstig. De economische groei wordt in het CEP geraamd op 3,2 procent, wat een licht opwaartse bijstelling is ten opzichte van de raming ten tijde van het Regeerakkoord (bijlage bij Kamerstuk 34 700, nr. 34).

De groei is breed gedragen: zowel de consumptie van huishoudens als de uitvoer leveren een belangrijke bijdrage aan de groei. De uitvoer profiteert van de sterke wereldhandelsgroei en is tevens opwaarts bijgesteld ten opzichte van de raming ten tijde van het Regeerakkoord. De consumptie van huishoudens groeit onder meer door een stijging van het reëel beschikbaar inkomen en het hoge consumentenvertrouwen. Wel is de geraamde particuliere consumptiegroei ten tijde van de CEP-raming wat lager dan de raming ten tijde van het Regeerakkoord, onder meer door een lagere geraamde groei van de lonen in de marktsector. Ook de krachtige woningmarkt draagt bij aan de economische groei. De werkloosheid daalt dit jaar door de toenemende werkgelegenheid verder tot 3,9 procent. De krapper wordende arbeidsmarkt leidt tot een opwaartse druk op de lonen, die dit jaar met naar verwachting 2,2 procent stijgen.

De raming van de economische groei is omgeven met zowel opwaartse als neerwaartse risico’s. Zo kan een sterker dan verwachte dynamiek waar extra bestedingen, werkgelegenheid en meer investeringen elkaar positief beïnvloeden leiden tot een hogere economische groei. Tegelijkertijd blijft Nederland als kleine open economie gevoelig voor de ontwikkeling van de wereldhandel, die is omgeven door onzekerheden. Zo zou een chaotische Brexit of een handelsoorlog ten gevolge van het handelsbeleid van de VS de economische groei sterk neerwaarts kunnen beïnvloeden.

Tabel 1: Macro-economische veronderstellingen voor 2018

2018 (mutaties per jaar in %)

Regeerakkoord

Voorjaarsnota 2018

Volume bbp en bestedingen

   

Bruto binnenlands product

3,1

3,2

Particuliere consumptie

2,6

2,1

Investeringen (incl. voorraden)

6,0

6,0

Uitvoer

4,5

4,9

Invoer

5,2

5,1

Inflatie (hicp)

1,6

1,6

Lange rente Nederland (niveau in %)

0,8

0,7

Relevante wereldhandelsvolume

4,0

4,4

Werkloze beroepsbevolking (niveau in % beroepsbevolking)

3,9

3,9

Werkzame beroepsbevolking

2,1

2,0

Contractloon marktsector

2,5

2,2

Bron: Centraal Planbureau, Actualisatie MLT (verwerking Regeerakkoord) en CEP 2018

3. Uitgaven

In het Regeerakkoord is het uitgavenplafond – bestaande uit drie deelplafonds rijksoverheid, Sociale Zekerheid en Zorg – vastgesteld voor de gehele kabinetsperiode. Deze paragraaf toetst de uitgaven aan het totaalplafond en de verschillende deelplafonds, volgens de in het Regeerakkoord vastgelegde plafondsystematiek (zie box 1).

Dit voorjaar zijn er extra middelen vrijgemaakt voor onder andere het gasbesluit, de inrichting van LNV en de Brexit-voorbereiding. Hiervoor is dekking gevonden in de structurele onderuitputting op de verschillende departementale begrotingen, met name bij VWS en SZW.

Tabel 2 laat zien dat het totale uitgavenplafond sluit in 2018, waarbij compensatie over de deelkaders plaatsvindt. De overschrijding van het deelplafond Rijksbegroting wordt gecompenseerd door onderschrijdingen bij de deelplafonds Sociale Zekerheid en Zorg.

De mutaties per deelplafond worden in deze paragraaf verder toegelicht. In bijlage 2 en in de suppletoire begrotingen worden de mutaties ten opzichte van Startnota in meer detail toegelicht.

Tabel 2: Plafondtoets Voorjaarsnota 2018

(in miljarden euro; – is onderschrijding)

2018

Totaal uitgavenplafond

 

Uitgavenplafond (in lopende prijzen)

278,1

Uitgavenniveau

278,1

Over-/onderschrijding

0

   

Rijksbegroting

 

Uitgavenplafond (in lopende prijzen)

126,5

Uitgavenniveau

127,1

Over-/onderschrijding

0,6

   

Sociale zekerheid

 

Uitgavenplafond (in lopende prijzen)

79

Uitgavenniveau

78,9

Over-/onderschrijding

– 0,1

   

Zorg

 

Uitgavenplafond (in lopende prijzen)

72,6

Uitgavenniveau

72,1

Over-/onderschrijding

– 0,5

Box 1: Plafondsystematiek onder Kabinet Rutte III

Het Kabinet Rutte III heeft de ruilvoetsystematiek afgeschaft. In de afgelopen kabinetsperiode werd het uitgavenkader geïndexeerd met de prijs Nationale Bestedingen (pNB), terwijl de uitgaven van de ministeries werden geïndexeerd met de door het CPB geraamde loon- en prijsontwikkeling (LPO). Dit leidde tot zogenoemde ruilvoet mee- en tegenvallers die ontstonden wanneer de LPO respectievelijk lager, dan wel hoger was dan de ontwikkeling van de pNB. Door zowel het uitgavenplafond als de departementale uitgaven te indexeren met de LPO is de ruilvoet afgeschaft. '

Het afschaffen van de ruilvoetsystematiek draagt bij aan meer bestuurlijke rust in het begrotingsproces. Hoewel de kans op ruilvoetmee- en tegenvallers in beginsel even groot is, kunnen de uitslagen van de ruilvoet groot en onvoorspelbaar zijn. Er kunnen daarnaast tegenvallers ontstaan die los staan van de betrachte begrotingsdiscipline. Dit maakt bezuinigingen als gevolg van de ruilvoet politiek lastig uitlegbaar. Tegelijkertijd zorgen bestaande instrumenten (de zogeheten referentie- en prijsbijstellingssystematiek) voor voldoende beheersing van lonen en prijzen bij de overheid.

De anticyclische werking van het uitgavenplafond is verder versterkt. Door het deelplafond Sociale Zekerheid aan te passen voor mutaties in de WW- en bijstandsuitgaven die niet het gevolg zijn van beleidsmatige keuzes leiden lagere uitgaven aan WW en bijstand in tijden van hoogconjunctuur niet tot extra ruimte onder het uitgavenplafond. Omgekeerd leiden hogere WW- en bijstandsuitgaven in tijden van laagconjunctuur niet automatisch tot de noodzaak tot ombuigingen.

De beheersbaarheid van de overheidsuitgaven is verder versterkt. Door de rentelasten en de budgettaire gevolgen van volumebeslissingen over gas onder het uitgavenplafond te plaatsen kunnen beide niet meer tot een verslechtering van het saldo leiden.

Deelplafond Rijksbegroting

Tabel 3 geeft een overzicht van de ontwikkeling van de uitgaven onder het deelplafond Rijksbegroting ten opzichte van de Startnota 2018. De overschrijding van het deelplafond Rijksbegroting komt uit op 585 miljoen euro. De aanpassing van het deelplafond en de uitgavenmutaties worden hieronder verder toegelicht.

Tabel 3: Plafondtoets Rijksbegroting

(in miljoenen euro; – is onderschrijding)

2018

1

Uitgavenplafond bij Startnota

126.574

2

Aanpassing uitgavenplafond a.g.v. inflatie-ontwikkeling

– 43

3

Overboekingen met Sociale Zekerheid en Zorg

124

4

Plafondcorrectie gasbesluit

– 150

5

Uitgavenplafond bij Voorjaarsnota 2018 (=1 t/m 4)

126.505

     

6

Uitgaven bij Startnota

126.574

7

Loon- en prijsbijstelling

– 39

8

Gemeentefonds, Provinciefonds en BTW-compensatiefonds

– 36

9

HGIS

35

10

Uitvoeringskosten Brexit bij douane en NVWA

34

11

Inrichting LNV

50

12

EU-afdrachten

– 476

13

Rente

– 227

14

Dividend staatsdeelnemingen

– 233

15

Kasschuiven

1.068

16

Overboekingen met Sociale Zekerheid en Zorg

124

17

Eindejaarsmarge

882

18

In=uit-taakstelling

– 989

19

Invulling in=uit-taakstelling

225

20

Overige mutaties

99

21

Uitgaven bij Voorjaarsnota 2018 (=6 t/m 20)

127.091

     

22

Over-/onderschrijding uitgavenplafond bij Startnota (=6–1)

0

23

Over-/onderschrijding uitgavenplafond bij VJN 2018 (= 21–5)

585

Aanpassingen plafond

De loon- en prijsontwikkeling is iets lager dan tijdens de Startnota geraamd, wat leidt tot een neerwaartse bijstelling van het uitgavenplafond. Conform de begrotingsregels vallen volumebeslissingen over gas onder het deelplafond rijksoverheid. Voor 2018 leidt dit tot een neerwaartse bijstelling van het uitgavenplafond met 150 miljoen, waardoor de budgettaire ruimte onder het plafond daalt. Overboekingen van de deelplafonds Sociale Zekerheid en Zorg leiden tot een opwaartse bijstelling. Per saldo resulteren de verschillende plafondaanpassingen in een neerwaartse bijstelling van het deelplafond rijksoverheid met 69 miljoen euro.

Besluit gaswinning Groningen

Het besluit van het kabinet om de gaswinning uit het Groningenveld op zo kort mogelijke termijn volledig te beëindigen2, leidt naar de huidige inzichten tot een verlaging van de gasbatenreeks met 150 miljoen euro in 2018, die oploopt tot 900 miljoen in 2022. Er is daarnaast meerjarig 200 miljoen euro gereserveerd. Deze reservering houdt onder meer verband met de voortgaande gesprekken met de regio over het toekomstperspectief voor Groningen, de (mogelijke risico’s bij) publiekrechtelijke afhandeling van schademeldingen en de versterkingsaanpak, de organisatiekosten, als ook met de lopende onderhandelingen met Shell en Exxon over het gasgebouw. Omdat het hier met name gaat om lopende gesprekken met externe partijen, kan het gereserveerde bedrag op dit moment niet nader worden uitgesplitst of toegelicht.

Beide posten zijn, conform de begrotingsregels, onder het uitgavenplafond ingepast. Tabel 4 geeft inzicht in de meerjarige budgettaire doorwerking. De budgettaire opgave die hierdoor ontstaat wordt in 2018 gedekt uit meevallers en onderuitputting op de verschillende departementale begrotingen. Zoals gebruikelijk bevat de Miljoenennota 2019 de besluitvorming voor 2019 en verder, zo ook een gedetailleerde en meerjarige invulling van de dekking van het gasbesluit.

Naast de uitgaven die onder het uitgavenplafond worden ingepast, leidt o.a. de schade- en versterkingsopgave tot meerkosten die door NAM worden betaald maar die via lagere afdrachten door de NAM zorgen voor lagere gasbaten. In navolging van de begrotingsregels hoeven deze kosten niet onder het uitgavenplafond te worden ingepast. Zij leiden wel tot een verslechtering van het overheidssaldo en de overheidsschuld.

Tabel 4: Budgettaire consequenties gasbesluit op uitgaven Rijksbegroting

Bedragen in mln («+» is saldoverslechterend)

2018

2019

2020

2021

2022

Budgettaire consequenties gasbesluit

350

400

500

550

1.100

w.v. volumebesluit gas

150

200

300

350

900

w.v. reservering Groningen

200

200

200

200

200

Bijstelling uitgaven

De indexering van de algemene uitkering van het Gemeentefonds, het Provinciefonds en het BTW-compensatiefonds (BCF) vindt plaats via de normeringssystematiek (trap-op-trap-af). De indexering volgt uit de ontwikkeling van het bestuurlijk afgesproken mandje van rijksuitgaven genaamd Accresrelevante (ARU) uitgaven. De besluitvorming zorgt voor lagere ARU-relevante uitgaven, dus ook een lager accres voor het Gemeentefonds, Provinciefonds en het BTW-compensatiefonds.

Naar aanleiding van de CEP/MLT-raming van het Centraal Planbureau is het budget van de HGIS opwaarts bijgesteld. Daarnaast zijn er overboekingen tussen de HGIS en niet-HGIS begrotingen. De belangrijkste overboeking betreft de doorwerking van lagere asielinstroom in 2017 en 2018. De middelen die hiermee zijn gemoeid zijn weer overgeboekt van de begroting van JenV naar de begroting van BHOS, waardoor de HGIS uitgaven toenemen.

De Brexit zorgt voor extra douaneformaliteiten waarvan de NVWA en andere landbouwgerelateerde keuringsdiensten een deel moeten uitvoeren. Voor deze extra inzet van de douane en keuringsdiensten moet op korte termijn extra personeel worden geworven en opgeleid. Voor deze urgente uitgaven wordt in 2018 15 miljoen toegevoegd aan de begroting van LNV en 19 miljoen aan de begroting van Financiën. Daarnaast zijn op begrotingen JenV en VWS kosten ingepast naar aanleiding van de Brexit.

Voor de inrichting van het nieuwe Ministerie van LNV en herinrichting van het Ministerie van EZK (beide voormalig EZ) wordt in 2018 een generale bijdrage gedaan van 50 miljoen euro, die bestaat uit een structureel bedrag van 10 miljoen voor extra personeel en materiële kosten en 5 miljoen structureel voor uitvoeringskosten van EU-wetgeving. Daarnaast wordt in dat jaar 35 miljoen incidenteel besteed, hoofdzakelijk aan ICT voor de herinrichting van het departement en andere ICT-problematiek.

Het verwerken van de effecten van de zesde aanvullende begroting 2017 (Draft Amending Budget DAB) van de EU leidt tot een per saldo meevaller in 2018. Dit wordt veroorzaakt door o.a. vertraging in de uitvoering van cohesiebeleid, hogere boeteontvangsten van de EU, de nacalculatie 2017 en de effecten van de spring forecast 2017. De vertraging in de uitgaven aan cohesiebeleid verlaagt de afdrachten in 2018 maar wordt naar verwachting in 2019–2020 ingehaald en leidt in die jaren tot een tegenvaller.

De raming van de rentelasten wijzigt als gevolg van geactualiseerde rentestanden in de CEP-raming van het CPB en doordat de verwachte financieringsbehoefte is geactualiseerd.

De nieuwste winstramingen van de staatsdeelnemingen leiden tot aanpassingen in de dividendraming. De toename bij DNB is voornamelijk het gevolg van een stijging van de (geraamde) inkomsten op de bij DNB aangehouden deposito’s van centrale banken van buiten het Eurosysteem. De omvang van deze balanspost is sinds eind 2016 fors gestegen.

Overige mutaties

De post kasschuiven bevat zowel middelen die doorgeschoven zijn vanuit 2017 naar 2018 bij de Najaarsnota en FJR als middelen die zijn doorgeschoven van 2018 naar 2019 bij Voorjaarsnota. Per saldo leiden de diverse kasschuiven tot extra uitgaven in 2018 van 1068 miljoen euro. De grootste doorgeschoven posten vanuit 2017 zijn de middelen voor de wederopbouw, liquiditeitssteun en noodhulp aan Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius, de investeringsagenda belastingdienst en het toekomstfonds. De grootste kasschuif vanuit 2018 naar latere jaren vindt plaats bij de belastingdienst op de begroting van Financiën.

Departementen kunnen een deel van de in 2017 niet bestede middelen via de eindejaarsmarge doorschuiven naar 2018. Als tegenhanger van de eindejaarsmarge wordt ook een in=uittaakstelling geboekt op de aanvullende post. De gedachte hierachter is dat er aan het einde van dit jaar weer in dezelfde mate als in 2017 sprake zal zijn van onderbesteding op de begrotingen. Door hiervoor alvast een taakstelling in te boeken zorgt het uitkeren van de eindejaarsmarge 2017 niet voor een belasting van het uitgavenkader. Dit voorjaar is er in=uittaakstelling van 989 miljoen ingeboekt die voor 225 miljoen is ingevuld.

De post overig bevat het saldo van de, veelal kleinere, resterende uitgavenmutaties op de departementale begrotingen. Zo worden er incidenteel extra generieke middelen (63 miljoen) voor OCW beschikbaar gesteld om de tegenvaller op de leerlingen- en studentenaantallen en de raming van de studiefinanciering gedeeltelijk te dekken.

Deelplafond Sociale Zekerheid

Tabel 5: Plafondtoets Sociale Zekerheid

(in miljoenen euro; – is onderschrijding)

2018

1

Uitgavenplafond bij Startnota

78.937

2

Aanpassing uitgavenplafond a.g.v. inflatie-ontwikkeling

– 76

3

Statistische correctie

– 11

4

Overboekingen met Rijksbegroting

15

5

Aanpassing niet-beleidsmatige mutaties effect WW en bijstand

171

6

Uitgavenplafond bij Voorjaarsnota 2018 (=1 t/m 5)

79.037

     

7

Uitgaven bij Startnota

78.937

8

Participatiewet (waaronder bijstand)

290

9

AOW

– 95

10

Kinderopvangtoeslag

80

11

Kindgebonden budget

– 62

12

Wajong

– 49

13

WGA

– 80

14

In=uit taakstelling

– 84

15

Overige mutaties

– 33

16

Uitgaven bij Voorjaarsnota 2018 (=7 t/m 15)

78.904

     

17

Over/onderschrijding uitgavenplafond bij Startnota (=7–1)

0

18

Over/onderschrijding bij uitgavenplafond VJN 2018 (=16–6)

– 132

Bij Voorjaarsnota 2018 is er een onderschrijding van het uitgavenplafond Sociale Zekerheid van 132 miljoen euro. Dit komt doordat ten opzichte van de Startnota de overheid 33 miljoen minder uitgeeft aan sociale zekerheid dan verwacht en het uitgavenplafond met 99 miljoen wordt aangepast.

Aanpassingen plafond

De loon- en prijsontwikkeling bij Voorjaarsnota is lager dan geraamd bij de CPB-raming bij Startnota, dit resulteert in een neerwaartse aanpassing van het deelplafond Sociale Zekerheid. Een statistische correctie leidt eveneens tot een neerwaartse plafondcorrectie. De statistische correctie is het gevolg van een technische verwerking van eigenrisicodragers in de ziektewet (ZW) en van bruteringseffecten. Overboekingen met plafond Rijksbegroting leiden daarentegen tot een opwaartse bijstelling. Daarnaast wordt het deelplafond Sociale Zekerheid aangepast voor de niet-beleidsmatige mutaties in de WW- en bijstandsuitgaven, zoals vastgelegd in de begrotingsregels (zie box 1). Bij Voorjaarsnota leidt dit tot een opwaartse bijstelling van 171 miljoen. De lager dan verwachte WW-uitgaven als gevolg van de gunstige conjunctuur worden meer dan gecompenseerd door hogere bijstandsuitgaven. Deze hogere bijstandsuitgaven bij Voorjaarsnota zijn het gevolg van tegenvallende realisatiecijfers over 2017, die worden verklaard door zowel een hoger gerealiseerde prijs als een hoger volume. Per saldo leiden de verschillende plafondaanpassingen tot een opwaartse aanpassing van het deelplafond Sociale Zekerheid met 99 miljoen in 2018.

Bijstelling uitgaven

Er treedt een tegenvaller op bij de uitgaven op de participatiewet. Dit is onder andere het gevolg van de doorwerking van de realisatiecijfers 2017. Tevens is het macrobudget aangepast voor de verwerking van statushouders in de bijstandsraming zodat de verhoogde instroom van statushouders al in het uitvoeringsjaar in het macrobudget wordt verwerkt.

Ten opzichte van de Startnota is er een meevaller van 95 miljoen op de AOW. Dit komt doordat de verwachting van het aantal AOW-gerechtigden, de uitgaven aan AOW-partnertoeslag, de gemiddelde AOW-opbouw en het aandeel alleenstaanden (die recht hebben op een hogere AOW-uitkering) naar beneden zijn bijgesteld.

De kinderopvangtoeslagraming is opwaarts bijgesteld. Het gebruik van de kinderopvangtoeslag in 2017 is sterker gestegen dan eerder verwacht; dit werkt structureel door. Daarnaast stijgt het gebruik van kinderopvangtoeslag in 2018 sterker dan eerder geraamd. Dit komt door gunstigere verwachtingen ten aanzien van de conjuncturele ontwikkeling; meer mensen vinden werk en hebben hierdoor behoefte aan kinderopvang.

Bij het kindgebonden budget (WKB) treedt een meevaller op. De gunstigere economische ontwikkeling leidt tot hogere inkomens en daarmee lagere uitgaven aan het kindgebonden budget.

De uitkeringslasten Wajong zijn neerwaarts bijgesteld. Op basis van realisatiegegevens is de omvang van het Wajong-bestand licht naar beneden bijgesteld. Daarnaast is de gemiddelde uitkering van werkende Wajongers licht gedaald na het verwerken van nieuwe loonaanvullingsgegevens van werkende Wajongers.

De uitgaven aan de Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) vallen lager uit dan bij Startnota verwacht. Dit komt voornamelijk door een lage aantal uitkeringen dan verwacht.

Overige mutaties

Er is 84 miljoen aan eindejaarsmarge uitgekeerd. Door eenzelfde bedrag in te boeken als in=uit taakstelling zorgt het uitkeren van de eindejaarsmarge 2017 niet voor een belasting van het uitgavenplafond. De post «Overig» bevat diverse bijstellingen op basis van uitvoeringsinformatie en uitvoeringstoetsen van UWV, SVB, Belastingdienst en gemeenten. Er zijn onder andere meevallers op de Kinderbijslag (AKW), Inkomensvoorziening Oudere Werklozen (IOW) en Wet Arbeid en Zorg (WAZO). Tevens zijn er tegenvallers op onder andere de Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO) en de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA). Daarnaast drukt enerzijds het dalend aantal uitkeringsgerechtigden de uitvoeringskosten bij uitvoeringsorganisaties terwijl anderzijds er sprake is van meerkosten door verschillende ICT-dossiers bij de uitvoeringsorganisaties.

Deelplafond Zorg

Tabel 6: Plafondtoets Zorg

(in miljoenen euro; – is onderschrijding)

2018

1

Uitgavenplafond bij Startnota

72.762

2

Aanpassing uitgavenplafond a.g.v. inflatie-ontwikkeling

– 45

3

Overboekingen met Rijksbegroting

– 139

4

Uitgavenplafond bij Voorjaarsnota 2018 (1 t/m 3)

72.578

     

5

Uitgaven bij Startnota

72.762

6

Loon- en prijsontwikkeling

– 45

7

Overboekingen met Zorg en Rijksbegroting

– 139

8

Actualisering uitgaven genees- en hulpmiddelen

– 352

9

Actualisering overige Zvw-uitgaven

– 82

10

Ramingsbijstelling geneesmiddelen

– 100

11

Actualisering Wlz-uitgaven

– 100

12

Verlaging veronderstelde onderuitputting Zorg in natura (Wlz)

54

13

Middelen interbestuurlijk programma (IBP)

100

14

Overige mutaties

21

15

Uitgaven bij Voorjaarsnota 2018 (=5 t/m 14)

72.119

     

16

Over/onderschrijding uitgavenplafond bij Startnota (=5–1)

0

17

Over/onderschrijding uitgavenplafond bij VJN 2018 (=15–4)

– 460

Bij Voorjaarsnota 2018 is er een onderschrijding van het uitgavenplafond Zorg van 460 miljoen euro. Dit is het gevolg van een neerwaartse bijstelling van het uitgavenplafond (– 184 miljoen) en een neerwaartse bijstelling van de uitgaven (– 643 miljoen).

Aanpassing plafond

Ten opzichte van de CPB-raming bij Startnota is de raming van loon- en prijsontwikkeling in de zorg, en dus het deelplafond Zorg, op basis van het CEP 2018 naar beneden bijgesteld. Het deelplafond Zorg wordt verder verlaagd als gevolg van overboekingen naar het deelplafond Rijksbegroting. Het gaat onder andere om middelen in het kader van het interbestuurlijk programma (– 100 miljoen) en middelen voor onafhankelijke cliëntondersteuning (– 15 miljoen). Per saldo wordt het deelplafond Zorg verlaagd met 184 miljoen euro.

Bijstelling uitgaven

De uitgaven aan genees- en hulpmiddelen zijn in 2017 circa 350 miljoen lager uitgevallen dan geraamd. Deze lagere uitgaven worden onder andere verklaard door de lagere koers van het Britse pond (via de Wet geneesmiddelenprijzen), de scherpe inkoop door verzekeraars en de effecten van (prijs)onderhandelingen met de farmaceutische industrie (zogenoemde financiële arrangementen). De structurele doorwerking van de lagere uitgaven wordt verwerkt in de begroting, wat resulteert in een verlaging van de uitgavenraming in 2018 met 352 miljoen.

De uitgaven in verschillende Zorgverzekeringswet(Zvw)-sectoren zijn in 2017 lager uitgevallen dan geraamd. De structurele doorwerking van deze lagere uitgaven wordt verwerkt in de begroting. Hieronder vallen onder meer overige eerstelijnszorg (– 34 miljoen), overige curatieve zorg (– 21 miljoen) en geriatrische revalidatiezorg (– 19 miljoen).

De uitgaven aan geneesmiddelen zijn in 2018 naar verwachting lager dan eerder geraamd. Dit is onder andere het gevolg van prijsdruk op geneesmiddelen. Dit leidt tot een neerwaartse bijstelling van de uitgavenraming.

Uit uitvoeringsgegevens over 2017 blijkt dat er ruimte is tussen het beschikbare Wlz-kader voor zorg in natura en persoonsgebonden budgetten en de raming in de begroting. Dit wordt structureel verwerkt in de begroting en betekent een verlaging van de uitgavenraming in 2018 met 100 miljoen.

Op basis van actualisatiecijfers wordt de in de VWS-begroting veronderstelde onderuitputting van de Wlz-leveringsvorm zorg in natura vanaf 2018 verlaagd van 0,6% naar 0,3%. De in de begroting geraamde uitgaven vallen hierdoor 54 miljoen hoger uit. Het budget dat beschikbaar is voor inkoop van zorg in natura verandert niet.

Het Rijk en de VNG hebben in het Interbestuurlijk programma (IBP) afspraken gemaakt over de financiële consequenties van het Regeerakkoord. In het kader van het IBP heeft VWS 100 miljoen incidenteel in 2018 beschikbaar gesteld voor gemeentes.

Overige mutaties

De Post overige mutaties betreft het saldo van diverse kleinere mutaties waaronder middelen voor vermindering van overgangsproblematiek van Wmo/Zvw naar Wlz («zorgval»), lagere opbrengst van de eigen bijdrage Wlz en een bijstelling van het indexeringspercentage voor de kapitaallasten (normatieve huisvestingscomponent) van zorgaanbieders in het Wlz-tarief.

4. Inkomsten

De raming van de belasting- en premieontvangsten 2018 is ten opzichte van de stand Startnota 2018 met 0,5 miljard euro neerwaarts bijgesteld. Ten opzichte van de raming in de Miljoenennota 2018 (Kamerstukken 34 475, nrs. 1 en 2) komt de raming 2,2 miljard euro hoger uit. Voor de belasting- en premieontvangsten wordt naast de aansluiting naar de Startnotaraming ook de aansluiting naar de raming in de Miljoenennota 2018 gemaakt. Daar is voor gekozen omdat in de Startnota alleen de totale inkomstenraming is vermeld. Tevens is vanaf deze Voorjaarsnota in bijlage 3 een uitsplitsing van de raming naar belastingsoort opgenomen, op zowel EMU- als kasbasis.

Tabel 7: Belasting- en premieontvangsten 2018 op EMU-basis

(in miljarden euro’s)

Stand MN 2018

Stand Startnota

Stand VJN 2018

Mutatie VJN 2018 – Startnota

Belastingen en premies volksverzekeringen

217,4

219,7

220,7

1,0

 

waarvan belastingen

170,3

172,4

176,1

3,7

 

waarvan premies volksverzekeringen

47,1

47,3

44,6

– 2,7

Premies werknemersverzekeringen

65,1

65,5

64,0

– 1,5

Totaal

282,5

285,3

284,8

– 0,5

Tabel 8 geeft een uitsplitsing van de oorsprong van de bijgestelde raming voor 2018 ten opzichte van de stand bij de Miljoenennota 2018 en de Startnota. In de begroting verwerkte beleidsmaatregelen zorgen voor hogere of lagere ontvangsten. Andere ramingsbijstellingen volgen uit de endogene ontwikkeling, dat is de ontwikkeling van de belasting- en premie-inkomsten die onder andere volgt uit de economische ontwikkeling.

Mutatie Miljoenennota 2018 – Startnota

Het nieuwe regeerakkoord bevatte fiscale beleidsmaatregelen voor 2018. Dat veroorzaakte een verschil tussen de Miljoenennota 2018 en Startnota van ongeveer 0,3 miljard euro. Het ging onder andere om de verhoging van de tabaksaccijnzen en de verhoging van het effectieve tarief in de Innovatiebox. De endogene mutatie tussen Miljoenennota en Startnota bedroeg 2,4 miljard euro en volgde uit het meer positieve macro-economische beeld na doorrekening van het Regeerakkoord door het CPB.

Mutatie Startnota – Voorjaarsnota 2018

Voorts veroorzaakt beleid 1,2 miljard lagere inkomsten tussen Startnota en deze Voorjaarsnota. Dat volgt uit een tot 0,4 miljard euro oplopende incidentele derving door de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie inzake de fiscale eenheid. Daarnaast hebben zorgverzekeraars de nominale zorgpremie voor 2018 uiteindelijk lager vastgesteld dan eerder geraamd, met 0,8 miljard lagere zorgpremies als gevolg.

De endogene bijstelling van 0,6 miljard euro tussen Startnota en de Voorjaarsnota hangt samen met het economisch beeld op basis van het CEP 2018, de doorwerking van de in 2017 gerealiseerde kasontvangsten en de gerealiseerde kasontvangsten tot en met de maand april.

Tabel 8: Overzicht mutaties van de inkomsten sinds MN2018

(in miljarden euro’s)

Ontvangsten

Stand Miljoenennota 2018

282,5

Mutatie

2,8

 

waarvan endogene ontwikkeling

2,4

 

waarvan beleid

0,3

Stand Startnota

285,3

Mutatie

– 0,5

 

waarvan endogene ontwikkeling

0,6

 

waarvan beleid

– 1,2

Stand Voorjaarsnota 2018

284,8

De ontvangsten uit de loon- en inkomensheffing kwamen in de Startnotaraming hoger uit als gevolg van een sterkere ontwikkeling van zowel de lonen als de werkgelegenheid. Ten opzichte van de Startnota is de Voorjaarsnotaraming voor de loon- en inkomensheffing nagenoeg ongewijzigd.

De vpb-ontvangsten komen naar verwachting 1,2 miljard euro hoger uit in 2018. Deze bijstelling van de raming wordt veroorzaakt door hogere winsten van bedrijven. Dat heeft eind 2017 tot hogere kasontvangsten geleid, wat doorwerkt naar 2018. Voor 2018 ligt het bedrag aan opgelegde aanslagen fors hoger, wat zich in de maanden tot april ook al heeft vertaald in hogere kasontvangsten.

De btw-ontvangsten zijn in de Startnotaraming opwaarts bijgesteld als gevolg van het Regeerakkoord. Overheidsinvesteringen en het prijspeil kwamen hoger uit. Het economische beeld van het CEP2018 en de gerealiseerde kasontvangsten in 2018 leiden tot een neerwaartse mutatie in de Voorjaarsnota ten opzichte van de Startnota.

De raming van de bpm komt 0,3 miljard euro hoger uit als gevolg van een hoger aantal verkochte auto’s in 2018 in combinatie met een hogere gemiddelde CO2-uitstoot (de grondslag van de bpm) dan eerder vanuit werd gegaan. De dividendbelasting is met 0,2 miljard euro opwaarts bijgesteld. Hogere kasontvangsten en het economisch beeld met hogere bedrijfswinsten en dividenduitkeringen leiden tot een hogere raming voor de dividendbelasting voor 2018.

De raming voor de erf- en schenkbelasting in 2018 bedraagt 2,3 miljard euro. Dat is hoger dan de raming voor 2018 in de Miljoenennota 2018 en de Startnota. De hogere raming voor 2018 hangt samen met de inloop van de achterstand in opgelegde aanslagen over verkregen nalatenschappen of schenkingen als gevolg van de vertraagde oplevering van de nieuwe ICT-systemen voor de erf- en schenkbelasting. Dat zorgt voor een kasschuif van 2017 naar 2018.

Deze raming is in het bijzonder met onzekerheid omgeven. Deze onzekerheid vloeit ook voort uit economische factoren. Aan de ene kant neemt de grondslag van de erf- en schenkbelasting, het vermogen van huishoudens, toe. Zo vertonen de huizenprijzen sinds 2014 weer een stijgende trend. Van de andere kant tonen voorlopige cijfers van opgelegde aanslagen van de erfbelasting een lagere gemiddelde waarde dan in eerdere jaren.

Tabel 9: Belangrijkste mutaties raming belasting en premieontvangsten 2018 ten opzichte van Miljoenennota 2018 en Startnota op EMU-basis

(in miljoenen euro’s)

Mutatie MN2018-Startnota

Mutatie Startnota – VJN2018

Mutatie MN2018-VJN2018

Loon- en inkomensheffing

1.197

– 83

1.114

Vennootschapsbelasting

457

780

1.237

Omzetbelasting

650

– 582

67

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

8

330

338

Dividendbelasting

– 109

302

192

Erf- en schenkbelasting

48

312

359

5. Overheidssaldo en Overheidsschuld

Overheidssaldo

Het overheidssaldo komt dit jaar naar verwachting uit op 0,5 procent bbp en is hiermee gelijk aan de raming uit de Startnota. Tabel 10 geeft de ontwikkeling van het overheidssaldo weer ten opzichte van de raming in de Startnota.

Tabel 10: Ontwikkeling feitelijk overheidssaldo sinds Startnota

(in procenten bbp; + is overschot)

2018

EMU-saldo Startnota

0,5

Inkomsten

– 0,1

Uitgaven onder het uitgavenplafond

0,0

w.v. Rijksbegroting

– 0,1

w.v. Sociale zekerheid

0,0

w.v. Zorg

0,1

Overig

0,1

EMU-saldo Voorjaarsnota 2018

0,5

De iets lagere inkomstenraming ten opzichte van de Startnota werkt negatief door in het overheidssaldo. Sinds de Startnota 2017 zijn de totale uitgaven onder het plafond niet gewijzigd, wel is de samenstelling van de uitgaven onder de deelplafonds veranderd. Extra uitgaven onder het deelplafond rijksoverheid, mede als gevolg van het gasbesluit, droegen bij aan een tekort van 0,1 procent bbp. Deze extra uitgaven worden gecompenseerd met lager dan geraamde uitgaven op de deelplafonds Sociale Zekerheid en Zorg, waaronder minder uitgaven aan medicijnen en AOW. De post overig bestaat onder meer uit het noemereffect en overige uitgaven en ontvangsten die niet relevant zijn enig plafond, zoals dividend financiële instellingen.

Overheidsschuld

De overheidsschuld komt in 2018 naar verwachting uit op 53,3 procent bbp. Dit is een verbetering van 0,7 procentpunt ten opzicht van de raming uit de Startnota. Tabel 11 geeft de ontwikkeling van de overheidsschuld weer ten opzichte van de raming in de Startnota 2017.

Tabel 11: Ontwikkeling overheidsschuld sinds Startnota

(in procenten bbp; + is toename schuld)

 

EMU-schuld Startnota

54,0

Doorwerking schuld 2017

– 0,3

Noemereffect

– 0,1

Mutatie EMU-saldo

0,0

Kastransverschillen

– 0,1

Overig

– 0,1

EMU-schuld Voorjaarsnota 2018

53,3

De raming van de overheidsschuld voor 2018 is lager dan verwacht bij Startnota, wat wordt verklaard door meerdere factoren. De belangrijkste oorzaak is de lagere realisatie van de overheidsschuld in 2017. Deze werkt door in de raming van de schuld voor 2018. Door een hoger dan verwacht bbp in 2018 draag ook het noemereffect bij aan een lagere schuld. Verder wordt de schuldraming gunstig beïnvloed kastransverschillen.

Figuur 1 toont de Nederlandse schuld en het feitelijk overheidssaldo in vergelijking tot andere landen in de eurozone. Nederland voldoet in 2018 aan alle Europese begrotingsregels.

Figuur 1: Overheidssaldo en -schuld 2018 (eurozone, in % bbp)

Bron: European Economic Forecast – Spring 2018 (Europese Commissie), met uitzondering van Nederland, waarvoor de ramingen uit de Voorjaarsnota zijn gebruikt.

De Minister van Financiën,
W.B. Hoekstra

BIJLAGE 1 BUDGETTAIRE KERNGEGEVENS

Tabel 1: Budgettaire kerngegevens

(in miljarden euro, tenzij anders aangegeven)

2018

Inkomsten (belastingen en sociale premies)

284,8

   

Netto-uitgaven onder het uitgavenplafond

278,1

Rijksbegroting

127,1

Sociale zekerheid

78,9

Zorg

72,1

Overige netto-uitgaven buiten het uitgavenplafond

1,7

Gasbaten

– 1,8

Rentelasten

0,0

Zorgtoeslag

5,0

Overig

– 1,5

Totale netto-uitgaven

279,8

   

EMU-saldo centrale overheid

5,0

EMU-saldo decentrale overheden

– 1,2

   

Feitelijk EMU-saldo

3,8

Feitelijk EMU-saldo (in procenten bbp)

0,5

   

Bruto binnenlands product (bbp)

772

Tabel 2: Opbouw EMU-schuld

(in miljarden euro; + is schuldverhogend)

2018

1

EMU-schuld begin jaar

416,1

2

EMU-saldo centrale overheid

– 5

3

EMU-saldo sociale fondsen

– 7,9

4

EMU-saldo Rijk (2–3)

2,9

5

Kas-transverschillen en financiële transacties

– 8,8

6

Mutatie begrotingsreserves

0,2

7

Mutatie derdenrekeningen

1

8

Financieringstekort Rijk (4 t/m 7)

– 4,8

9

Overige exogene mutaties schuld

– 0,9

10

EMU-saldo decentrale overheden

1,2

11

EMU-schuld einde jaar (1+8+9+10)

412

12

EMU-schuldquote (in procenten bbp)

53,3

BIJLAGE 2: VERTICALE TOELICHTING

De verticale toelichting bevat een cijfermatig overzicht voor alle begrotingen van budgettaire veranderingen die zich hebben voorgedaan in de uitgaven en niet-belastingontvangsten sinds de Ontwerpbegroting 2018.

De tabel op de volgende pagina geeft inzicht in het totaal van mutaties per begroting. Verder wordt per begroting een cijfermatig overzicht gepresenteerd van de voornaamste mutaties, gevolgd door een toelichting hierop. Voor een meer gedetailleerde toelichting op de mutaties wordt verwezen naar de afzonderlijke suppletoire begrotingen.

De verticale toelichting per begrotingshoofdstuk onderscheidt drie categorieën mutaties:

  • 1.  mee- en tegenvallers;
  • 2.  beleidsmatige mutaties;
  • 3.  technische mutaties.

Alle overboekingen, desalderingen, statistische correcties en mutaties die niet onder een kader vallen, zijn in de laatste categorie technische mutaties geclusterd. Ingeval samenhangende mutaties in meerdere categorieën voorkomen, worden deze eenmaal toegelicht.

De totalen per begroting worden in eerste instantie gepresenteerd exclusief de bedragen die onder de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) vallen. Door middel van een aansluitregel wordt het deel van de begroting dat onder HGIS valt, zichtbaar gemaakt. De laatste regel geeft per begroting de totaalstand inclusief HGIS aan. De veranderingen die optreden binnen het HGIS-deel van de begroting worden gepresenteerd en toegelicht in de verticale toelichting van alle HGIS-uitgaven.

De ondergrens is afhankelijk van de omvang van de begroting en verschilt voor de verschillende categorieën mutaties. De post diversen bevat de mutaties die onder de ondergrens vallen en wordt in principe alleen toegelicht, indien zich bijzonderheden voordoen.

Samenvattend overzicht mutaties voor 2018 bij Voorjaarsnota

 

Bedragen in miljoenen euro’s

Mutaties uitgaven

Mutaties ontvangsten

Departementale begrotingen

I

De Koning

0,8

0,0

IIA

Staten Generaal

4,8

0,0

IIB

Hoge Colleges van Staat

17,4

0,0

III

Algemene Zaken

5,0

0,1

IV

Koninkrijksrelaties

175,2

– 2,2

V

Buitenlandse Zaken

– 12,0

463,8

VI

Justitie en Veiligheid

440,8

– 104,8

VII

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

5.016,5

758,8

VIII

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

2.874,8

– 63,9

IXA

Nationale Schuld

– 75,9

452,6

IXB

Financiën

113,3

615,5

X

Defensie

1.558,8

106,7

XII

Infrastructuur en Waterstaat

600,2

– 214,4

XIII

Economische Zaken en Klimaat

– 279,8

101,5

XV

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

2.480,3

– 70,6

XVI

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

5,5

16,5

XVII

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

0,0

0,0

 
 

Plafond Sociale Zekerheid

336,8

– 103,6

 

Plafond Zorg

– 579,5

– 141,7

 

Gemeentefonds

878,1

0,0

 

Provinciefonds

124,8

0,0

 

Infrastructuurfonds

594,5

594,5

 

Diergezondheidsfonds

19,4

19,4

 

Accres Gemeentefonds

43,1

0,0

 

Accres Provinciefonds

6,4

0,0

 

BES-fonds

0,0

0,0

 

Deltafonds

– 4,3

– 4,3

 

Prijsbijstelling

– 580,7

0,0

 

Arbeidsvoorwaarden

– 1.275,4

0,0

 

Koppeling Uitkeringen

6,1

– 0,1

 

Aanvullende Post Algemeen

404,3

0,0

 

Homogene Groep Internationale Samenwerking

638,1

40,0

De Koning

I DE KONING: UITGAVEN

     

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

42,3

42,3

42,3

42,4

43,8

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,2

0,1

0,1

0,1

0,1

     

0,2

0,1

0,1

0,1

0,1

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

     

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

43,1

43,1

43,1

43,2

44,6

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2018

43,1

43,1

43,1

43,2

44,6

I DE KONING: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

     

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2018

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Diversen (uitgaven en ontvangsten, rijksbegroting in enge zin)

Dit betreft een som van mutaties van de uitgekeerde eindejaarsmarge en loon- en prijsbijstelling.

Staten-Generaal

IIA STATEN-GENERAAL: UITGAVEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

143,9

142,3

142,4

147,1

144,1

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

1,5

0,0

0,0

0,0

0,0

     

1,5

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

3,3

3,2

3,2

3,3

3,3

     

3,3

3,2

3,2

3,3

3,3

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

4,8

3,2

3,2

3,3

3,3

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

148,7

145,6

145,6

150,4

147,4

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2018

148,7

145,6

145,6

150,4

147,4

IIA STATEN-GENERAAL: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

4,2

4,2

4,2

4,2

4,2

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

4,2

4,2

4,2

4,2

4,2

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2018

4,2

4,2

4,2

4,2

4,2

Diversen (beleidsmatige mutaties – uitgaven)

Met een kasschuif worden de budgetten van een ICT-project dat vertraging heeft opgelopen weer in het goede ritme gezet.

Diversen (technische mutaties – uitgaven)

De loon- en prijsbijstelling is toegevoegd aan de begroting.

Overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten en de Kiesraad

IIB OVERIGE HOGE COLLEGES VAN STAAT, KABINETTEN EN DE KIESRAAD: UITGAVEN

     

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

113,4

111,7

111,9

112,0

112,0

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

14,3

4,9

4,1

4,1

4,1

     

14,3

4,9

4,1

4,1

4,1

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

3,1

3,0

3,0

3,0

3,0

     

3,1

3,0

3,0

3,0

3,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

17,4

8,0

7,1

7,1

7,1

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

130,8

119,7

119,0

119,1

119,1

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2018

130,8

119,7

119,0

119,1

119,1

IIB OVERIGE HOGE COLLEGES VAN STAAT, KABINETTEN EN DE KIESRAAD: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

5,7

5,7

5,7

5,7

5,7

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

5,7

5,7

5,7

5,7

5,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2018

5,7

5,7

5,7

5,7

5,7

Diversen (beleidsmatige mutaties – uitgaven)

Aan de begroting van de Hoge Colleges zijn middelen toegevoegd om de uitvoering van wettelijke taken en de handhaving van hun onafhankelijke positie de komende jaren te borgen. Daarnaast wordt een grotere instroom in het Hoger Beroep Vreemdelingen verwacht. Dit leidt tot hogere kosten voor de Raad van State. Ook zijn met een kasschuif uit 2017 middelen toegevoegd voor de beheerkosten van het digitaal procederen en digitale dossier van de bestuursrechtspraak bij de Raad van State. Tot slot is de eindejaarsmarge aan de begroting toegevoegd.

Diversen (technische mutaties – uitgaven)

De loon- en prijsbijstelling is toegevoegd aan de begroting.

Algemene Zaken

III ALGEMENE ZAKEN: UITGAVEN

     

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

63,2

63,3

63,3

65,0

67,1

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,6

0,0

0,0

0,0

0,0

     

0,6

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

4,3

4,4

4,4

4,4

4,4

     

4,3

4,4

4,4

4,4

4,4

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

5,0

4,4

4,4

4,4

4,4

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

68,2

67,6

67,6

69,4

71,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2018

68,2

67,6

67,6

69,4

71,5

III ALGEMENE ZAKEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

6,8

6,8

6,8

6,8

6,8

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

     

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

7,0

6,9

6,9

6,9

6,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2018

7,0

6,9

6,9

6,9

6,9

Diversen (uitgaven en ontvangsten, rijksbegroting in enge zin)

Dit betreft een som van mutaties van de uitgekeerde eindejaarsmarge, loon- en prijsbijstelling en diverse overboekingen van en naar de begroting van AZ.

Koninkrijksrelaties

IV KONINKRIJKSRELATIES: UITGAVEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

293,8

138,7

137,8

137,5

125,4

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Kasschuif liquiditeitssteun sxm 2017

41,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Kasschuif restant noodhulp

19,2

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Kasschuif wisselreserve

6,4

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Liquiditeitssteun sint maarten

– 16,4

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Overlopende facturen

9,5

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Wederopbouw sint maarten

16,4

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

3,0

– 1,8

0,0

0,0

0,0

     

79,1

– 1,8

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Eerste tranche fonds wereldbank

112,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Herstel klif sint eustatius

11,5

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Herverkaveling

– 47,7

– 36,5

– 35,8

– 35,7

– 35,7

   

Diversen

20,3

8,4

2,3

1,9

1,7

     

96,1

– 28,1

– 33,5

– 33,8

– 34,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

175,2

– 29,9

– 33,4

– 33,8

– 34,0

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

469,0

108,8

104,4

103,7

91,4

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2018

469,0

108,8

104,4

103,7

91,4

IV KONINKRIJKSRELATIES: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

     

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

47,8

38,7

36,8

35,3

35,3

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

4,0

0,0

0,0

0,0

0,0

     

4,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

– 6,1

– 4,9

– 4,9

– 4,9

– 4,9

     

– 6,1

– 4,9

– 4,9

– 4,9

– 4,9

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

– 2,2

– 4,9

– 4,9

– 4,9

– 4,9

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

45,6

33,8

31,9

30,5

30,4

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2018

45,6

33,8

31,9

30,5

30,4

Kasschuif Liquiditeitssteun Sint Maarten, liquiditeitssteun Sint Maarten en wederopbouw Sint Maarten

In 2017 is 550 mln. vrijgemaakt voor wederopbouw Sint Maarten op de aanvullende post bij Financiën. Daarvan is 41 mln. in 2017 overgeboekt aan de begroting van Koninkrijksrelaties voor liquiditeitssteun aan Sint Maarten. Deze middelen zijn in 2017 niet besteed en zijn buiten de eindejaarsmarge om aan de KR-begroting van 2018 toegevoegd. De daadwerkelijke liquiditeitssteun is in 2018 uitgekomen op circa 25 mln. Het niet bestede deel van de liquiditeitssteun aan Sint Maarten wordt samen met middelen van de aanvullende post (zie toelichting Diversen) ingezet voor wederopbouw van Sint Maarten. Een deel van de wederopbouw verloopt niet via het fonds bij de Wereldbank (zie toelichting Eerste tranche fonds Wereldbank), maar direct tussen Nederland en Sint Maarten. Het gaat onder andere om een bijdrage aan Korps Politie Sint Maarten en de douane om het grenstoezicht te versterken. Versterkt grenstoezicht is een van de voorwaarden om het fonds bij de Wereldbank zo snel mogelijk van start te laten gaan.

Kasschuif restant noodhulp

Niet alle middelen die in 2017 zijn vrijgemaakt voor de noodhulp aan Sint Maarten waren besteed. Deze middelen zijn buiten de eindejaarsmarge aan de KR-begroting van 2018 toegevoegd.

Kasschuif wisselkoersreserve

Het saldo van de wisselkoersreserve eind 2017 is buiten eindejaarsmarge om aan de KR-begroting van 2018 toegevoegd.

Overlopende facturen

Een aantal facturen uit 2017 is pas na de financiële jaarafsluiting van 2017 verwerkt en vallen daardoor in boekjaar 2018.

Diversen (beleidsmatige mutaties – uitgaven)

Na de uitspraak van de Commissie van Wijzen is in februari de eilandsraad van Sint Eustatius ontbonden en is een regeringscommissaris benoemd. Voor de ondersteuning van deze regeringscommissaris zijn extra middelen vrijgemaakt binnen de begroting. Ook wordt vanuit de begroting van Koninkrijksrelaties bijgedragen aan het herstel van een beschadigde klif op Sint Eustatius. Tot slot is de eindejaarsmarge 2017 toegevoegd.

Eerste tranche fonds Wereldbank

Na de verwoestingen die orkaan Irma heeft veroorzaakt zijn er middelen vrijgemaakt voor de wederopbouw van Sint Maarten. Het grootste deel van deze middelen komt in een fonds dat wordt beheerd door de Wereldbank. Dit betreft de eerste storting in dat fonds.

Herstel klif Sint Eustatius

De orkaan Irma heeft schade veroorzaakt aan een klif op Sint Eustatius. Vanaf de Aanvullende Post van Financiën zijn vanuit de beschikbare middelen voor de wederopbouw van Saba en Sint Eustatius middelen toegevoegd aan de begroting voor het herstel van de klif.

Herverkaveling kustwacht

De budgetverantwoordelijkheid voor de Kustwacht is met ingang van het kabinet-Rutte III overgegaan naar de Minister van Defensie. De middelen zijn overgeheveld met een nota van wijziging (Kamerstuk 34 775 IV, nr. 27).

Diversen (technische mutaties – uitgaven)

Vanaf de aanvullende post is 7 mln. beschikbaar gesteld voor Early Recovery op Sint Maarten. Voor wederopbouw is 9 mln. van de Aanvullende Post toegevoegd aan de begroting voor vergoeding aan het Ministerie van JenV voor kosten van detentie en bijstand. Ook het openbaar lichaam Saba ontvangt circa 3,9 mln. voor de wederopbouw na orkaan Irma. Verder is de inzet van het Team Bestrijding Ondermijning vorig jaar verlengd met vier jaar (2018–2021). Hiervoor wordt circa 2 mln. overgeboekt naar het Ministerie van JenV voor het Hof en Openbaar Ministerie – BES. Tot slot is de loon- en prijsbijstelling aan de begroting toegevoegd.

Diversen (beleidsmatige mutaties – ontvangsten)

De bijdragen van Curaçao en Sint Maarten aan de Kustwacht zijn in 2017 niet ontvangen. Deze worden in 2018 alsnog voldaan.

Diversen (technische mutaties – ontvangsten)

De budgetverantwoordelijkheid voor de Kustwacht is met ingang van het kabinet-Rutte III overgegaan naar de Minister van Defensie. Middels een nota van wijziging (34 775 IV, nr. 27) zijn de ontvangsten overgeheveld.

Buitenlandse Zaken

V BUITENLANDSE ZAKEN: UITGAVEN

     

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

8.181,4

9.010,6

9.170,5

9.037,4

9.301,8

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Dab 6:effect vertraging

0,0

187,5

190,0

– 0,9

0,0

   

Diversen

– 12,0

0,1

0,0

0,0

0,0

     

– 12,0

187,6

190,0

– 0,9

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

– 12,0

187,5

190,0

– 0,9

0,0

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

8.169,4

9.198,1

9.360,4

9.036,4

9.301,8

Totaal Internationale samenwerking

1.518,2

1.448,5

1.469,8

1.502,2

1.476,7

Stand Voorjaarsnota 2018

9.687,5

10.646,6

10.830,2

10.538,6

10.778,5

V BUITENLANDSE ZAKEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

686,7

700,4

714,4

728,7

741,1

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Dab 6: spring forecast 2017

– 64,5

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Dab 6:effect vertraging en hogere ontvangsten eu

464,4

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Nacalculatie 2017

63,9

0,0

0,0

0,0

0,0

     

463,8

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

463,8

0,0

0,0

0,0

0,0

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

1.150,5

700,4

714,4

728,7

741,1

Totaal Internationale samenwerking

103,8

75,8

76,3

76,3

76,3

Stand Voorjaarsnota 2018

1.254,3

776,2

790,7

805,0

817,5

Algemeen

De omvang van de Nederlandse afdrachten wordt bepaald door de omvang van de Europese begroting en is daarnaast relatief ten opzichte van de overige lidstaten. De Europese Unie (EU) ontvangt haar inkomsten uit verschillende soorten afdrachten van de lidstaten, zoals invoerrechten, BTW-afdrachten en BNI-afdrachten. Dit zijn uitgaven voor Nederland. Deze EU-inkomsten worden ook wel de «eigen middelen» van de EU genoemd. Nederland ontvangt op de EU-afdrachten een jaarlijkse korting. Deze korting is opgebouwd uit een lager tarief voor BTW-afdrachten en een vaste korting (lumpsum) op de BNI-afdrachten. Hieronder vindt u de mutaties op de raming van de Nederlandse afdrachten aan de EU die tot nu toe in begrotingsjaar 2018 hebben plaatsgevonden. De mutaties komen voort uit de zesde aanvullende begroting 2017, het Begrotingsakkoord 2018 en de nacalculatie over 2017.

Zesde aanvullende begroting Europese Commissie 2017 (DAB6)

De zesde aanvullende begroting over 2017 werd in 2017 goedgekeurd door de Raad en het Europees Parlement, maar deze goedkeuring kwam te laat om nog budgettair in 2017 verwerkt te worden. Doordat het budgettaire effect over de jaargrens verschoof, is deze ook verschoven van een verlaging van de BNI-afdracht in 2017 naar een overige ontvangst onder Art 3.10 van de begroting van Buitenlandse Zaken in 2018. DAB 6 2017 is nader toegelicht in de brief van 25 oktober 20173.

DAB 6: effect vertraging en hogere ontvangsten EU (uitgaven en ontvangsten)

Het verwerken van de effecten van de zesde aanvullende begroting 2017 (Draft Amending Budget DAB) van de EU leidt tot een meevaller in 2018 bij de overige ontvangsten en een tegenvaller in latere jaren bij de BNI-afdracht. De meevaller wordt met name veroorzaakt door vertraging in de uitvoering van cohesiebeleid die naar verwachting later wordt ingehaald. Daarnaast zijn er hogere boete-ontvangsten van de EU in 2017 die leiden tot een lagere afdracht voor de lidstaten. De vertragingen bij het opstarten van nieuwe cohesie programma’s zijn al langer bekend en zorgden in 2016 ook voor een neerwaartse bijstelling. Er is op dit moment geen specifieke informatie beschikbaar over wanneer deze uitgaven precies zullen plaatsvinden, daarom wordt vooralsnog ervan uitgegaan dat ze gelijkelijk verdeeld worden over 2019 en 2020 (de laatste twee jaren van het huidige MFK), enkel gecorrigeerd voor inflatie.

DAB 6: Spring forecast 2017 (ontvangsten)

De Spring Forecast over 2017 is in de zesde aanvullende begroting (DAB 6) 2017 gepresenteerd door de Europese Commissie. Omdat deze DAB te laat in 2017 is aangenomen konden de effecten niet meer in 2017 door de Europese Commissie in de afdrachten verwerkt worden. De Spring Forecast over 2017 zou, wanneer deze in 2017 zou zijn verwerkt tot een 65 mln. euro hogere BTW- en BNI-afdracht in 2017 hebben geleid. Echter doordat de budgettaire verwerking naar 2018 is geschoven, leidt dit tot een tegenvaller van circa 65 mln. op de overige ontvangsten in 2018 op art. 3.10.

Begrotingsakkoord 2018

Eind 2017 hebben de Europese Raad en het Europees Parlement ingestemd met de Europese begroting voor 2018.

Diversen (uitgaven)

De EC raamt in het Begrotingsakkoord voor 2018 de overige inkomsten hoger dan voorzien voor 2018 waardoor de Nederlandse afdracht dit jaar lager is. Verder is er sprake van een kleine aanpassing van de raming van de Nederlandse bijdrage aan de Britse korting, die in de BTW-afdracht verwerkt is. Deze aanpassing is een uitvloeisel van de aanname van DAB 6.

Nacalculatie 2017

In januari 2018 heeft de Europese Commissie de effecten van de nacalculatie 2017 gepresenteerd.

Nacalculatie 2017 (ontvangsten)

Voor Nederland leidt de nacalculatie tot een teruggave van 64 mln euro, te ontvangen onder Art. 3.10 overige ontvangsten, die dit jaar in de kas zal worden ontvangen. Deze nacalculatie over 2017 is nader toegelicht in de kamerbrief van 13 februari 2018.

Justitie en Veiligheid

VI JUSTITIE EN VEILIGHEID: UITGAVEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

12.047,6

11.998,8

11.872,2

11.696,6

11.308,5

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Asiel

129,7

95,3

0,0

0,0

0,0

   

Asiel: oda-toerekening

– 94,2

– 21,5

16,7

7,9

7,8

   

Besparingsverlies vitale ketens

8,0

15,0

22,0

21,0

21,0

   

Eindejaarsmarge

86,3

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Herverkaveling: naar artikel 37

– 80,7

– 81,1

– 82,3

– 83,5

– 83,5

   

Herverkaveling: van artikel 34

80,7

81,1

82,3

83,5

83,5

   

Intrekken eigen bijdrageregeling

– 27,4

– 42,5

– 44,1

– 45,0

– 45,0

   

Inzet eindejaarsmarge

– 86,3

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Onderuitputting en inzet exploitatieoverschot

– 84,3

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Overige problematiek

15,7

6,3

5,2

4,2

5,7

   

Pmj dji

35,8

39,1

0,0

0,0

0,0

   

Pmj rechtsbijstand

– 19,1

6,7

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

30,2

21,4

7,5

7,5

10,3

     

– 5,6

119,8

7,3

– 4,4

– 0,2

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

B5 politie

100,0

100,0

100,0

100,0

100,0

   

Intrekken eigen bijdrageregeling

26,6

39,8

41,4

42,3

42,3

   

Loonbijstelling 2018–2023

240,7

240,9

238,6

235,4

227,7

   

Prijsbijstelling 2018–2023

46,0

44,6

43,8

43,0

41,5

   

Diversen

33,1

24,8

28,9

32,2

31,7

     

446,4

450,1

452,7

452,9

443,2

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

440,8

569,9

460,0

448,5

443,1

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

12.488,4

12.568,7

12.332,3

12.145,1

11.751,5

Totaal Internationale samenwerking

46,3

33,3

33,3

33,3

33,3

Stand Voorjaarsnota 2018

12.534,7

12.602,0

12.365,6

12.178,4

11.784,8

VI JUSTITIE EN VEILIGHEID: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

1.713,6

1.662,0

1.674,6

1.632,3

1.593,3

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

B11 afpakken crimineel vermogen (tegenvaller)

– 90,0

– 60,0

– 30,0

– 30,0

– 30,0

   

Intrekken eigen bijdrageregeling

– 27,4

– 42,5

– 44,1

– 45,0

– 45,0

   

Onderuitputting en inzet exploitatieoverschot

29,4

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Pmj griffierechten

– 26,5

– 56,5

– 61,4

– 26,3

– 27,9

   

Diversen

7,7

– 12,7

– 10,0

– 7,0

– 7,0

     

– 106,8

– 171,7

– 145,5

– 108,3

– 109,9

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

     

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

– 104,8

– 169,7

– 143,4

– 106,2

– 107,8

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

1.608,8

1.492,3

1.531,2

1.526,1

1.485,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2018

1.608,8

1.492,3

1.531,2

1.526,1

1.485,5

Asiel

JenV verwerkt de bijstelling van de Meerjaren Productieprognose (MPP) voor de asielketen voor 2018 en 2019 en enkele andere kleine mutaties in het budget van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Ook in de toerekening van

eerstejaarsasielopvangkosten aan het budget voor Official Development Assistance (ODA) wordt de MPP-mutatie voor 2018 en 2019 verwerkt, net als de bijstelling 2017, de nacalculatie over 2017 en de meerjarige doorwerking daarvan (zie ook Asiel: ODA-toerekening).

Asiel: oda-toerekening

De kosten voor de eerstejaarsopvang worden toegerekend aan ODA. In de toerekening wordt de MPP-mutatie voor de instroom 2018 en 2019 verwerkt, net als de bijstelling 2017, de nacalculatie over 2017 en de meerjarige doorwerking daarvan. Dit leidt tot een overheveling tussen de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) en de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS).

Besparingsverlies vitale ketens

Dit pakket maatregelen is verwerkt in de begroting 2017 als invulling van een taakstelling op de strafrechtketen. Een groot deel van de maatregelen blijkt (juridisch) niet haalbaar en kan niet gerealiseerd worden, waaronder de maatregelen aangaande doeltreffende aanpak zeer jeugdige daders en het onderdeel «kind centraal in een efficiëntere en effectievere jeugdbeschermingsketen».

Eindejaarsmarge

De eindejaarsmarge (EJM) van 86,3 mln. is toegevoegd aan de begroting van het Ministerie van JenV.

Herverkaveling: naar artikel 37

Dit betreft een interne herverkaveling vanuit het uitgangspunt dat de artikelen 32 en 34 onder verantwoordelijkheid vallen van de Minister voor Rechtsbescherming en de overige artikelen onder verantwoordelijkheid van de Minister van Justitie en Veiligheid.4

Herverkaveling: van artikel 34

Dit betreft een interne herverkaveling vanuit het uitgangspunt dat de artikelen 32 en 34 onder verantwoordelijkheid vallen van de Minister voor Rechtsbescherming en de overige artikelen onder verantwoordelijkheid van de Minister van Justitie en Veiligheid.

Intrekken eigen bijdrageregeling

Het wetsvoorstel voor een eigen bijdrage in de kosten voor de strafvordering en de slachtofferzorg is ingetrokken.5 De ontvangsten die hiervoor op de begroting van JenV waren geraamd komen te vervallen. Met de derving van de baten is rekening gehouden bij de begrotingsvoorbereiding 2017, door een reservering van de betreffende middelen op de Aanvullende Post. De middelen zijn aan de begroting van JenV toegevoegd6, waardoor de mutatie per saldo budgetneutraal is (zie ook Uitgaven – Technische mutaties en Ontvangsten – Beleidsmatige Mutaties).

Inzet eindejaarsmarge

JenV zet de EJM van 86,3 mln. in om problematiek in 2018 (o.a. kosten voor verhuizing van de Justitiële Informatiedienst van JenV (Justid), middelen voor verwerking van drugstesten bij het NFI en besparingsverlies vitale ketens) te dekken.

Onderuitputting en inzet exploitatieoverschot

Op basis van de realisaties in de afgelopen begrotingsjaren (onderuitputting en exploitatieoverschotten uitvoeringsorganisaties) wordt de begrotingsraming voor 2018 aangepast met 84,3 mln.

Overige problematiek

Deze post bestaat uit meerdere tegenvallers, waaronder de huisvesting van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Ook de deelname van Reclassering en Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) aan ZSM-tafels7 heeft geleid tot hogere uitgaven.

Pmj dji

JenV verwerkt voor 2018 en 2019 een tegenvaller bij DJI volgend uit het Prognosemodel Justitiële ketens (PMJ).

Pmj rechtsbijstand

JenV verwerkt voor 2018 een meevaller en voor 2019 een tegenvaller in de raming van rechtsbijstand volgend uit het PMJ.

Diversen

De post diversen bestaat uit enkele kleinere mutaties, zoals een tegenvaller op de leges bij de IND (7,5 mln. structureel) en een tegenvaller als gevolg van de voorbereidingen op de Brexit (4,4 mln. in 2018).

B5 politie

Maatregel B5 uit het Regeerakkoord, Politie (o.a. agenten in de wijk, innovatie, recherche en werkgeverschap), leidt tot een verhoging van de uitgaven vanaf 2018 met 100 miljoen euro. Dit budget wordt ingezet voor de eerste stap in de uitbreiding van de politiecapaciteit.

Intrekken eigenbijdrageregeling

Dit betreft een reservering van middelen op de Aanvullende Post ter dekking van het besparingsverlies eigen bijdrage in de kosten voor de strafvordering en de slachtofferzorg. Deze middelen zijn overgeboekt naar de JenV-begroting. (zie ook Uitgaven – Beleidsmatige mutaties en Ontvangsten – Beleidsmatige Mutaties).

Loonbijstelling 2018–2023

De loonbijstelling tranche 2018 wordt toegevoegd aan de begroting van JenV.

Prijsbijstelling 2018–2023

De prijsbijstelling tranche 2018 wordt toegevoegd aan de begroting van JenV.

Diversen

Onder deze post diversen vallen vooral overboekingen met andere departementen, zoals een overheveling naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) voor P-Direkt (6,2 mln.) en de lokale aanpak van jihadisme (5,3 mln.).

B11 afpakken crimineel vermogen (tegenvaller)

Maatregel B11 uit het Regeerakkoord leidt tot een neerwaartse bijstelling van de verwachte ontvangsten uit het afpakken van crimineel vermogen.

Intrekken eigen bijdrageregeling

Het besparingsverlies van het intrekken van het wetsvoorstel eigen bijdrage in de kosten voor de strafvordering en de slachtofferzorg leidt tot een verlaging van de ontvangsten (zie ook Uitgaven – Beleidsmatige mutaties en Technische mutaties).

Onderuitputting en inzet exploitatieoverschot

Om invulling te geven aan het inpassen van aangepaste begrotingsraming voor 2018 (zie Uitgaven – Onderuitputting en inzet exploitatieoverschot) wordt het eigen vermogen van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), IND en DJI verlaagd.

Pmj griffierechten

JenV verwerkt de tegenvaller bij de griffieontvangsten volgend uit het PMJ. De prognose is dat er in de aankomende jaren een lagere instroom van zaken is waar griffierechten over geheven worden.

Diversen

De post diversen bevat o.a. het ontvangstendeel van het besparingsverlies vitale ketens en een meevaller bij het CJIB.

Diversen

Dit betreft o.a. het wetsvoorstel «doorberekening kosten toezicht en tuchtrecht juridische beroepen»8 dat eind 2016 in werking is getreden. De kosten die verband houden met het toezicht en tuchtrecht van de gerechtsdeurwaarders worden doorbelast aan de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) en Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB).

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

VII BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES: UITGAVEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

758,4

733,8

716,5

716,0

712,8

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Aanvullen eigen vermogen ssc-ict

37,7

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Binnenstedelijke transformatie

28,0

10,0

0,0

0,0

0,0

   

Ejm hoofdstuk 7

– 50,5

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Ejm-hoofdstuk 7

50,5

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Huisvesting statushouders

– 14,4

– 29,9

– 19,0

0,0

0,0

   

Huurtoeslag

– 67,8

– 137,8

– 138,0

– 111,1

– 98,9

   

Nationaal energiebespaarfonds (nef)

5,0

25,0

10,0

0,0

0,0

   

Omgevingswet

1,9

43,5

37,7

6,4

0,0

   

Diversen

88,3

19,2

15,3

12,6

6,0

     

78,7

– 70,0

– 94,0

– 92,1

– 92,9

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Bestedingsplan gdi

1,8

55,7

55,8

55,8

0,0

   

E23 envelop klimaat

95,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Herverkaveling

4.535,7

4.615,7

4.600,4

4.708,0

4.850,4

   

Herverkaveling ienw

133,9

87,7

82,4

74,2

69,2

   

Diversen

171,4

80,7

74,7

75,9

73,5

     

4.937,8

4.839,8

4.813,3

4.913,9

4.993,1

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

5.016,5

4.769,8

4.719,3

4.821,7

4.900,2

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

5.774,9

5.503,6

5.435,8

5.537,7

5.613,0

Totaal Internationale samenwerking

0,4

0,2

0,2

0,2

0,2

Stand Voorjaarsnota 2018

5.775,3

5.503,8

5.436,0

5.537,9

5.613,2

VII BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

51,0

65,8

65,7

65,3

65,3

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Afromen surplus eigen vermogen rvb

34,5

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Incidentele verkoopopbrengst rvb

64,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

– 4,7

– 17,9

– 9,6

13,3

9,0

     

93,8

– 17,9

– 9,6

13,3

9,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Herverkaveling

609,0

646,9

637,4

586,4

573,4

   

Diversen

56,0

7,7

7,8

7,8

7,8

     

665,0

654,6

645,2

594,2

581,2

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

758,8

636,7

635,5

607,4

590,1

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

809,9

702,6

701,3

672,8

655,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2018

809,9

702,6

701,3

672,8

655,5

Aanvullen eigen vermogen SSC-ICT

SSC-ICT behaalde in 2017 een negatief resultaat, waardoor het eigen vermogen negatief is geworden. Zoals afgesproken in de regeling agentschappen wordt dit negatief eigen vermogen aangevuld door de eigenaar vanuit de begroting BZK.

Binnenstedelijke transformatie

De ontwikkeling van binnenstedelijke woonlocaties komt vaak niet tijdig tot stand omdat de kosten voor saneren, verwerven of ontsluiten van de locaties hoog kunnen zijn. De markt blijkt afwachtend met financiering van deze locaties. BZK zet samen met geïnteresseerde partijen het saneringsfonds binnenstedelijk bouwen op. BZK heeft hiervoor in 2018 en 2019 28 mln. en 10 mln. beschikbaar.

Huisvesting Statushouders

De raming van de uitgaven voor de Tijdelijke regeling stimulering huisvesting vergunninghouders (TRSHV) wordt meerjarig naar beneden bijgesteld, omdat de instroom van statushouders lager is dan eerder werd verwacht.

Huurtoeslag

De raming van de huurtoeslag laat op basis van de huidige demografische en economische inzichten (Centraal Economisch Plan 2018) in de periode 2018 – 2023 een meerjarige meevaller zien. De lagere werkloosheid, lagere asielinstroom, hogere inkomensontwikkeling en lagere huurprijsontwikkeling verklaren het grootste deel van deze meevaller.

Nationaal Energiebespaarfonds (NEF)

In het regeerakkoord is een CO2-reductiedoelstelling van 2 megaton opgenomen voor de gebouwde omgeving. Om deze doelstelling te behalen wordt in het regeerakkoord ingezet op gebouwgebonden financiering van verduurzaming. Leningen aan VvE’s zijn daar een vorm van. BZK voegt in 2018, 2019 en 2020 voor dergelijke leningen in totaal 40 mln. toe het Nationaal Energiebespaarfonds (NEF).

Omgevingswet

Er worden middelen aan de BZK-begroting toegevoegd voor kosten van de invoering van de Omgevingswet en voor de vertraging van de wet.

Diversen (beleidsmatige mutaties – uitgaven)

BZK maakt binnen de eigen begroting 20 mln. vrij in de periode 2018–2021 voor verschillende maatregelen om de decentrale democratie te versterken (o.a. ondersteuning en opleidingsvergoeding voor gemeenteraadsleden). Ook wordt 30 mln. ingezet in de periode 2018–2022 voor het vanuit Europa verplichte energielabel voor woningen (en andere gebouwen). Verder is een bijdrage voor een reorganisatievoorziening opgenomen voor de huurcommissie vanwege transitiekosten bij de vernieuwing van de dienstverlening en wordt het negatieve eigen vermogen van UBR als gevolg van een negatief resultaat over 2017 conform de regeling agentschappen door de eigenaar aangevuld. Als laatste zijn middelen toegevoegd voor de voorbereidingskosten bij het Rijksvastgoedbedrijf voorafgaand aan de renovatie van het Binnenhof.

Tot slot zijn de eindejaarsmarges 2017 van de begroting van BZK en de voormalige begroting van WenR toegevoegd.

GDI

De middelen van de Aanvullende Post voor de GDI (Generieke Digitale Infrastructuur van de overheid) zijn overgeboekt naar hoofdstuk 7. Overeenkomstig besluitvorming hierover in het Nationaal Beraad worden deze middelen ingezet voor innovaties binnen de digitale overheid, het Programmaplan Basisinfrastructuur en doorontwikkeling en innovatie van GDI-voorzieningen. Tussen 2019 en 2021 zijn deze middelen toegevoegd aan de begroting van BZK op basis van een meerjarige investeringsagenda, met aanloopkosten in 2018.

E23 Envelop klimaat

In het regeerakkoord zijn middelen beschikbaar gesteld voor maatregelen die bijdragen aan de ambitie om de CO2-uitstoot in Nederland met 49% te verminderen in 2030. Deze middelen stonden op de Aanvullende Post van Financiën. Voor 2018 zijn middelen overgeheveld naar de BZK-begroting voor de start van een programma voor het aardgasvrij maken van bestaande woonwijken en een project om scholen te verduurzamen.

Herverkaveling (technische mutaties – uitgaven en ontvangsten)

Met ingang van 1 januari 2018 is de begroting van Wonen en Rijksdienst (XVIII) komen te vervallen. De beleidsartikelen zijn na verwerking van de maatregelen uit het regeerakkoord toegevoegd aan de begroting van BZK (VII). Dit is eerder gemeld in de nota van wijziging op de begroting van BZK (Kamerstuk 34 777 VII, nr. 41).

Herverkaveling IenW

Bij de start van het kabinet heeft een departementale herindeling plaatsgevonden. Ruimtelijke ontwikkeling, ruimtelijke ordening, de Omgevingswet en het Kadaster zijn overgeheveld van de begroting van IenW naar de begroting van BZK. Dit is eerder gemeld bij de derde nota van wijziging op de begroting van BZK (Kamerstuk 34 775 VII, nr. 42).

Diversen (technische mutaties – uitgaven)

Na de departementale herverdeling op het terrein van Digitale overheid voor bedrijven zijn budgetten overgeheveld van de EZK-begroting naar de BZK-begroting. Dit is eerder gemeld in de tweede nota van wijziging op de begroting van BZK (Kamerstuk 34 775 VII, nr. 41). Daarnaast is de onderuitputting 2017 in het Deltafonds voor de Basis Registratie Ondergrond (BRO) en in het Infrastructuurfonds voor de Omgevingswet door IenW overgeboekt naar de begroting van BZK. Ook is een deel van de middelen die op de Aanvullende Post van Financiën stonden voor cybersecurity overgeheveld naar de BZK-begroting voor de uitvoering van maatregelen die aangekondigd zijn in de Nederlandse Cyber Security Agenda. Er zijn verder budgetten overgeheveld naar BZK als centraal opdrachtgever van P-Direkt ter compensatie van een structureel hoger aantal Individuele arbeidsrelaties en middelen voor het Programma Optimaal Verbinden en de Centrale Archief Service. Tot slot is de loon- en prijsbijstelling tranche 2018 overgeheveld naar de departementale begroting.

Afromen surplus eigen vermogen RVB

Het surplus eigen vermogen van het Rijksvastgoedbedrijf is afgeroomd, conform de regeling Agentschappen.

Incidentele verkoopopbrengst RVB

Het Rijksvastgoedbedrijf had een incidentele verkoopopbrengst.

Diversen (beleidsmatige mutaties – ontvangsten)

De raming van de ontvangsten huurtoeslag laat een over de ramingsperiode geringe meevaller zien. Verder wordt een eerste stap gezet om de raming voor verkoopopbrengsten van vastgoed meer in lijn te brengen met de omvang van de vastgoedportefeuille.

Diversen (technische mutaties – ontvangsten)

Met de herverkaveling met IenW zijn ook de ontvangsten voor Ruimte toegevoegd aan de begroting van BZK. Verder verloopt de dienstverlening tussen de baten-lastenagentschappen van BZK onderling via het kerndepartement. Dit leidt jaarlijks tot ontvangsten en uitgaven voor het kerndepartement. Ook Doc-Direkt ontvangt gedurende het jaar 2018 middelen van overige departementen en derden (notariaat). Deze inkomsten zijn ter dekking van personele en materiële uitgaven.

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

VIII ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP: UITGAVEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

38.812,1

38.673,2

38.617,3

38.793,4

38.996,0

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Autonome bijstelling sf

82,1

62,3

29,1

42,0

56,8

   

Referentieraming 2018

106,7

135,6

125,9

142,3

153,1

   

Diversen

– 16,9

6,4

– 0,3

– 1,8

– 3,9

     

171,9

204,3

154,7

182,5

206,0

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Eindejaarsmarge 2017

96,2

0,0

0,0

0,0

0,0

   

G34 modernisering cao primair onderwijs

270,0

270,0

270,0

270,0

270,0

   

G46 doelmatiger onderwijs

– 20,0

– 92,0

– 137,0

– 183,0

– 183,0

   

G47 terugdraaien taakstelling ocw

244,0

415,0

410,0

338,0

183,0

   

G49 halvering collegegeld eerstejaars ho

70,0

165,0

165,0

170,0

170,0

   

Inzet eindejaarsmarge

– 96,2

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Inzet loon- en prijsbijstelling

– 35,1

– 38,9

– 37,8

– 38,9

– 39,1

   

Kasschuiven mbo vjn

22,1

– 4,4

6,0

2,8

– 210,7

   

Verlaging subsidies

– 34,3

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

48,9

2,4

3,4

4,2

0,0

     

565,6

717,1

679,6

563,1

190,2

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

G32 voor- en vroegschoolse educatie

40,0

130,0

170,0

170,0

170,0

   

G33 aanpak werkdruk primair onderwijs

97,2

236,2

236,2

236,2

236,2

   

G35 kwaliteit technisch onderwijs vmbo

40,0

70,0

120,0

120,0

100,0

   

G36 fundamenteel onderzoek ocw

95,0

155,0

200,0

200,0

200,0

   

G37 toegepast onderzoek

25,0

38,0

50,0

50,0

50,0

   

G38 onderzoeksinfrastructuur

45,0

55,0

0,0

0,0

0,0

   

G43 ra intensivering erfgoed en monumenten

98,0

76,6

59,6

24,6

0,0

   

Herverkaveling

800,5

782,5

772,0

767,0

766,9

   

Loon- en prijsbijstelling tranche 2018

843,5

842,8

838,8

839,0

838,3

   

Diversen

25,6

91,0

93,9

94,9

93,4

   

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Loon- en prijsbijstelling tranche 2018

54,8

55,0

55,5

56,1

56,7

   

Diversen

– 27,2

12,1

19,2

11,4

3,2

     

2.137,4

2.544,2

2.615,2

2.569,2

2.514,7

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

2.874,8

3.465,6

3.449,3

3.314,7

2.910,8

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

41.686,9

42.138,8

42.066,6

42.108,1

41.906,8

Totaal Internationale samenwerking

59,2

59,2

59,2

59,2

59,2

Stand Voorjaarsnota 2018

41.746,1

42.198,0

42.125,8

42.167,3

41.966,0

VIII ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

1.380,6

1.414,6

1.487,6

1.554,2

1.633,2

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

– 7,7

– 10,5

– 9,4

– 5,2

0,1

     

– 7,7

– 10,5

– 9,4

– 5,2

0,1

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

– 21,0

– 0,5

– 0,5

– 0,5

– 0,5

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Autonome bijstelling ontvangsten sf

– 35,3

– 38,5

– 47,9

– 57,2

– 70,1

     

– 56,3

– 39,0

– 48,4

– 57,7

– 70,6

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

– 63,9

– 49,5

– 57,8

– 62,9

– 70,5

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

1.316,7

1.365,2

1.429,8

1.491,4

1.562,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2018

1.316,7

1.365,2

1.429,8

1.491,4

1.562,7

Autonome bijstelling SF

De raming van de uitgaven aan de studiefinanciering is geactualiseerd en per saldo naar boven bijgesteld. De grootste oorzaak hiervan is het feit dat er meer studenten afstuderen dan eerder verwacht, die nog onder de prestatiebeurssystematiek vallen. De prestatiebeurzen van deze studenten worden na afstuderen omgezet in een gift. Dit zorgt voor de extra uitgaven. Daarnaast is er een tegenvaller op de kwijtscheldingen en tevens op de studentenreisvoorziening.

Referentieraming 2018

De referentieraming is de jaarlijkse raming van het verloop van leerlingen- en studentenaantallen. Uit de referentieraming 2018 blijkt dat het verwachte aantal leerlingen en studenten hoger uitvalt dan de in de OCW-begroting 2018 verwerkte aantallen. Hierachter gaan verschillende bewegingen schuil. Het grootste effect wordt veroorzaakt door hogere studentenaantallen in het hbo en wetenschappelijk onderwijs dan eerder geraamd.

Diversen (mee- en tegenvallers – uitgaven)

Deze diversenpost bestaat uit overige mee- en tegenvallers. Voorbeelden hiervan zijn wisselkoersmeevallers ten opzichte van de dollar en de Zwitserse franc (vanwege de bijdrage voor het CERN) door de gestegen eurokoers (– 6,8 mln. structureel) en verwachte onderuitputting op subsidies in het primair onderwijs en de lerarenbeurs in 2018 (– 13 mln.). Deze meevallers worden ingezet ter dekking van de ramingsproblematiek bij de leerlingen- en studentenaantallen en de studiefinanciering.

Eindejaarsmarge 2017

Dit betreft de toevoeging van de eindejaarsmarge 2017 aan de begroting van OCW.

G34 Modernisering cao primair onderwijs

Dit betreft de toevoeging van de middelen uit het regeerakkoord voor de verbetering van en nieuwe afspraken over de arbeidsvoorwaarden in het primair onderwijs. Dit is via een nota van wijziging op de begroting 2018 verwerkt (Kamerstuk 34 775 VIII, nr. 5).

Regeerakkoordmaatregelen G46, G47 en G49

De reeksen zijn de budgettaire verwerking van drie regeerakkoordmaatregelen, namelijk «doelmatiger onderwijs», «terugdraaien taakstelling OCW» en «halvering collegegeld eerstejaars HO». Deze maatregelen zijn reeds in een nota van wijziging op de begroting 2018 verwerkt (Kamerstuk 34 775 VIII, nr. 13).

Inzet eindejaarsmarge

Met deze mutatie wordt de eindejaarsmarge op de OCW-begroting doorverdeeld. Het grootste gedeelte wordt ingezet voor overlopende verplichtingen uit 2017 (60 mln.). Het resterende deel (36,2 mln.) wordt ingezet voor de ramingsproblematiek bij de leerlingen- en studentenaantallen en de studiefinanciering in 2018.

Inzet loon- en prijsbijstelling

Dit deel van de loon- en prijsbijstelling tranche 2018 wordt ingezet om een deel van de ramingsproblematiek te dekken.

Kasschuiven mbo VJN

Deze reeks laat het saldo zien van verschillende kasschuiven op het artikel mbo. De grootste kasschuif wordt gedaan om de begroting in lijn te brengen met het recent gesloten bestuursakkoord. Hierin is afgesproken om het resultaatafhankelijke budget te verlagen en het investeringsbudget met hetzelfde bedrag te verhogen. Een ander voorbeeld is een kasschuif op de regeling Praktijkleren, waarmee het budget in lijn wordt gebracht met de verwachte aantallen studenten om de subsidie per leerwerkplek zoveel mogelijk constant te houden.

Verlaging subsidies

Om een deel van de ramingsproblematiek in 2018 te dekken, wordt een aantal subsidies op de OCW-begroting incidenteel verlaagd.

Diversen (beleidsmatige mutaties – uitgaven)

Deze diversenpost bestaat uit een aantal kleinere kasschuiven en de opboeking van de eindejaarsmarge op verschillende artikelen van de begroting voor de overlopende verplichtingen uit 2017.

G32 Voor- en vroegschoolse educatie

Met deze regeerakkoordmaatregel wordt de voor- en vroegschoolse educatie versterkt en het aanbod uitgebreid naar 16 uur per week. De maatregel is tevens verwerkt in een nota van wijziging op de begroting 2018 (Kamerstuk 34 775 VII, nr. 35).

G33 Aanpak werkdruk primair onderwijs

Via een Incidentele Suppletoire Begroting (Kamerstuk 34 886, nr. 2) zijn de middelen behorende bij tranches 2018 en 2019 van de regeerakkoordmaatregel «G33 Aanpak werkdruk primair onderwijs» verwerkt.

G35 Kwaliteit technisch onderwijs vmbo

Met de middelen van deze regeerakkoordmaatregel wordt ingezet op een dekkend aanbod en versterking van de kwaliteit van het techniekonderwijs op het vmbo.

G36 Fundamenteel onderzoek OCW

De regeerakkoordmiddelen voor fundamenteel onderzoek zijn op de OCW-begroting verwerkt. De middelen worden ingezet voor vernieuwend en maatschappelijk relevant onderzoek via de Nationale Wetenschapsagenda en voor het versterken van de basis. Dit laatste gebeurt door in te zetten op digitale infrastructuur, de vernieuwingsimpuls en sectorplannen9.

G37 Toegepast onderzoek

Met deze reeks worden de middelen voor toegepast onderzoek overgeboekt van de Aanvullende Post naar de begroting van OCW. Met deze middelen wordt ingezet op vernieuwend en maatschappelijk relevant toegepast onderzoek via de Nationale Wetenschapsagenda en op het versterken van praktijkgericht onderzoek.

G38 Onderzoeksinfrastructuur

Met de regeerakkoordmiddelen voor onderzoeksinfrastructuur wordt ingezet op het realiseren van een aantal voorstellen in het kader van de call Nationale roadmap10, digitale infrastructuur (supercomputer) en faciliteiten van wereldformaat.

G43 RA intensivering erfgoed en monumenten

Het grootste deel van de regeerakkoordmiddelen voor erfgoed en monumenten wordt overgeheveld naar de begroting van OCW. Er zijn aan deze middelen diverse thema’s gekoppeld zoals restauraties, herbestemming, verduurzaming, archeologie, religieus erfgoed en digitalisering.

Herverkaveling

Deze mutatie betreft de budgettaire verwerking van de overheveling van groen onderwijs van het Ministerie van EZK naar het Ministerie van OCW.

Loon- en prijsbijstelling tranche 2018

De loon- en prijsbijstelling tranche 2018 wordt toegevoegd aan de OCW-begroting.

Diversen (technische, plafondrelevante mutaties – uitgaven)

Deze diversenpost bestaat uit desalderingen en overboekingen van en naar andere departementen en overboekingen van de Aanvullende Post. Het gaat om de overboekingen van de Aanvullende Post voor regeerakkoordmaatregelen die budgettair niet boven de 50 mln. komen, zoals «G33 Kleine scholen», «G40 Cultuur en historisch democratisch bewustzijn», «G41 Nederlandse scholen in het buitenland», «G42 Media/onderzoeksjournalistiek», «G44 Aanpak laaggeletterdheid»11, «G45 Onderwijsachterstandenbeleid en hoogbegaafde kinderen» en «G48 terugdraaien taakstelling Groen onderwijs»12.

Loon- en prijsbijstelling tranche 2018

De loon- en prijsbijstelling tranche 2018 over de niet-plafondrelevante uitgaven op de OCW-begroting wordt toegevoegd aan de begroting.

Diversen (technische, niet-plafondrelevante mutaties – uitgaven)

Deze diversenpost bestaat volledig uit niet-plafondrelevante mutaties omtrent de studiefinanciering. Door de referentieraming 2018 (hoger aantal studenten in het hoger onderwijs) worden er meer leningen verwacht. Hiertegenover staat het hogere aantal omzettingen dan eerder verwacht (zie ook de post «autonome bijstelling SF», die als negatieve niet-plafondrelevante mutatie worden geboekt).

Diversen (mee- en tegenvallers niet-belastingontvangsten)

Aan de ontvangstenkant is er een tegenvaller op de renteontvangsten over de studieleningen, door de aanhoudende lage rentestand. Deze diversenpost bestaat voornamelijk uit deze tegenvaller.

Diversen (technische mutaties niet-belastingontvangsten)

Onder deze diversenpost vallen voornamelijk desalderingen. Voorbeelden zijn een ontvangst van 5,7 mln. vanuit de bestemmingsfondsen van musea die ter beschikking is gesteld aan het Mondriaanfonds volgens motie Van Veen (Kamerstuk 34 550 VIII, nr. 63) en de verwerking van de lagere raming van de reclameopbrengsten van de STER (– 28,4 mln.) in 2018, waarmee ook de uitgaven van artikel 15 in mindering worden gebracht. Dit bedrag wordt onttrokken aan de Algemene Mediareserve.

Autonome bijstelling ontvangsten SF

Op basis van realisaties is de raming van de terugbetalingen op de hoofdsom van de studieleningen naar beneden bijgesteld.

Nationale Schuld (Transactiebasis)

IXA NATIONALE SCHULD (TRANSACTIEBASIS): UITGAVEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

7.917,6

7.450,4

7.265,6

7.202,6

9.434,9

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Rente vaste schuld

– 73,0

57,0

225,0

337,0

315,0

   

Rente vlottende schuld

0,0

0,0

– 19,0

40,0

25,0

   

Diversen

0,0

– 6,2

6,0

19,9

19,9

     

– 73,0

50,8

212,0

396,9

359,9

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Omboeking rente onder kader

6.398,2

5.923,9

5.680,5

5.552,1

5.730,0

   

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

     

6.398,2

5.923,9

5.680,5

5.552,1

5.730,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Rente vaste schuld

0,0

0,0

0,0

0,0

– 92,0

   

Rente vlottende schuld

0,0

0,0

0,0

0,0

133,0

   

Diversen

– 2,9

0,3

0,3

0,3

50,5

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Mutatie in rekening-courant en deposito

0,0

0,0

0,0

1.106,3

– 120,1

   

Omboeking rente onder kader

– 6.398,2

– 5.923,9

– 5.680,5

– 5.552,1

– 5.730,0

   

Rentelasten

0,0

– 7,1

– 59,8

– 126,0

– 117,8

     

– 6.401,1

– 5.930,7

– 5.740,0

– 4.571,5

– 5.876,4

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

– 75,9

44,0

152,5

1.377,6

213,5

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

7.841,7

7.494,4

7.418,1

8.580,2

9.648,4

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2018

7.841,7

7.494,4

7.418,1

8.580,2

9.648,4

IXA NATIONALE SCHULD (TRANSACTIEBASIS): NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

12.428,2

9.648,4

5.652,7

3.107,3

2.573,9

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Rente vlottende schuld

88,0

111,0

0,0

0,0

0,0

   

Rentebaten

– 29,2

– 30,3

– 32,1

– 38,6

– 34,1

     

58,8

80,7

– 32,1

– 38,6

– 34,1

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Omboeking rente onder kader

363,5

244,8

174,2

189,6

202,0

     

363,5

244,8

174,2

189,6

202,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

– 2,2

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Aflossingen op leningen

212,4

– 20,3

– 10,3

– 18,3

– 37,2

   

Mutatie in rekening-courant en deposito

– 162,7

– 286,4

– 9,8

– 192,9

0,0

   

Omboeking rente onder kader

– 363,5

– 244,8

– 174,2

– 189,6

– 202,0

   

Rente derivaten

– 109,0

– 113,0

– 50,0

– 3,0

– 71,0

   

Voortijdige beëindiging derivaten

480,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

– 26,9

0,0

0,0

0,0

10,9

     

30,3

– 664,5

– 244,3

– 403,8

– 301,5

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

452,6

– 338,9

– 102,1

– 252,8

– 133,7

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

12.880,8

9.309,4

5.550,5

2.854,5

2.440,2

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2018

12.880,8

9.309,4

5.550,5

2.854,5

2.440,2

Rente vaste schuld

De raming van de rentelasten vaste schuld wijzigt als gevolg van geactualiseerde rentestanden in de CEP-raming van het CPB en doordat de verwachte financieringsbehoefte is geactualiseerd.

Diversen (mee- en tegenvallers)

Het betreft de bijgestelde raming van de rentelasten van het kasbeheer. Deze raming is aangepast als gevolg van gewijzigde rentestanden in de CEP-raming en als gevolg de gewijzigde hoeveelheid van door de deelnemers aan het schatkistbankieren aangehouden middelen.

Omboeking rente onder kader (beleidsmatige en technische mutaties uitgaven en ontvangsten)

Bij het vaststellen van de nieuwe begrotingsregels bij het Regeerakkoord is bepaald dat de rentelasten van de staatschuld onder het uitgavenplafond worden geplaatst.

Mutatie in rekening-courant en deposito (uitgaven en ontvangsten)

De wijziging in de geraamde mutatie van het saldo op de rekening-couranten en deposito’s van de deelnemers aan schatkistbankieren is het gevolg van het actualiseren van de geraamde uitgaven en inkomsten van de sociale fondsen.

Rentelasten

De raming van de aan deelnemers aan schatkistbankieren te betalen rente is bijgewerkt met de actuele rentetarieven en veranderingen in de middelen die de deelnemers bij de schatkist aanhouden.

Rente vlottende schuld

De raming van de rentelasten vlottende schuld wijzigt als gevolg van geactualiseerde rentestanden in de CEP-raming van het CPB en doordat de verwachte financieringsbehoefte is geactualiseerd.

Rentebaten

De raming voor rentebaten kasbeheer is aangepast, als gevolg van een wijziging van de rekenrente en veranderingen in de hoeveelheid middelen die deelnemers aan het schatkistbankieren in de schatkist hebben gestald.

Aflossingen op leningen

Gewijzigde inzichten in het leengedrag van agentschappen en RWT’s leiden tot een aanpassing van de voorziene ontvangsten.

Rente derivaten

De raming van de renteontvangsten op renteswaps is naar beneden bijgesteld als gevolg van het voortijdig beëindigen van rentederivaten. De raming is tevens bijgesteld als gevolg van de geactualiseerde rentestanden in de CEP-raming van het CPB.

Voortijdige beëindiging derivaten

Er is sprake geweest van het voortijdig beëindigen van een aantal rentederivaten. Bij het beëindigen van een rentederivaat wordt de actuele marktwaarde van het derivaat verrekend tussen beide partijen. De beëindigde rentederivaten hebben per saldo een voor de staat positieve marktwaarde, waardoor er sprake is van eenmalige ontvangsten. Daar staat tegenover dat op een beëindigd rentederivaat meerjarig geen rente meer wordt ontvangen.

Financiën

IXB FINANCIËN: UITGAVEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

6.800,2

6.500,5

6.159,3

6.016,2

6.052,7

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

– 2,9

– 3,2

– 3,3

– 3,3

– 3,3

     

– 2,9

– 3,2

– 3,3

– 3,3

– 3,3

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Douane (brexit)

19,4

69,5

77,1

77,3

78,1

   

Eindejaarsmarge

32,8

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Kasschuiven

– 106,5

95,8

10,8

0,0

0,0

   

Meevallers/onderuitputting

– 60,0

– 15,0

– 10,0

– 10,0

– 10,0

   

Diversen

– 0,2

– 1,6

– 1,5

– 1,5

– 1,5

     

– 114,5

148,7

76,4

65,8

66,6

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Investeringsagenda

123,5

16,0

17,0

17,4

16,8

   

Loon- en prijsbijstelling tranche 2018

72,1

68,9

68,1

64,9

65,8

   

Uitvoeringskosten fiscale wetgeving regeerakkoord

15,0

30,0

30,0

30,0

30,0

   

Diversen

17,1

– 2,2

– 3,8

– 3,8

– 3,8

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Diversen

3,1

0,4

0,0

0,0

0,0

     

230,8

113,1

111,3

108,5

108,8

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

113,3

258,5

184,3

171,0

172,0

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

6.913,5

6.759,0

6.343,6

6.187,1

6.224,7

Totaal Internationale samenwerking

253,5

278,5

230,3

228,5

287,2

Stand Voorjaarsnota 2018

7.167,0

7.037,5

6.573,9

6.415,6

6.511,9

IXB FINANCIËN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

2.161,2

2.148,2

2.218,3

2.079,6

2.078,2

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Dividenden en afdrachten staatsdeelnemingen

165,0

160,0

– 20,0

25,0

30,0

   

Winstafdracht dnb

68,0

119,0

22,0

0,0

127,0

   

Diversen

1,6

0,0

0,0

0,0

0,0

     

234,6

279,0

2,0

25,0

157,0

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

– 4,8

– 4,8

– 4,8

– 4,8

– 4,8

     

– 4,8

– 4,8

– 4,8

– 4,8

– 4,8

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Dividend financiele deelnemingen

348,0

– 53,0

– 53,0

– 53,0

– 53,0

   

Winstafdracht dnb

41,0

42,0

7,0

0,0

13,0

   

Diversen

– 3,5

– 1,8

2,8

3,9

11,6

     

385,7

– 12,6

– 43,0

– 48,9

– 28,2

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

615,5

261,6

– 45,8

– 28,7

124,0

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

2.776,7

2.409,8

2.172,4

2.050,9

2.202,1

Totaal Internationale samenwerking

4,0

4,0

2,0

2,0

2,0

Stand Voorjaarsnota 2018

2.780,7

2.413,8

2.174,4

2.052,9

2.204,1

Douane (Brexit)

Voor de voorbereiding op het «no deal» scenario worden de kosten voor de Douane geraamd op 19,4 mln. in 2018, oplopend tot structureel 78 mln. in 2022 e.v. Dit is gebaseerd op een additioneel benodigde capaciteit van 928 fte, uitgaande van gelijkblijvende handelsvolumes en een ongewijzigde handhavingsaanpak. Wanneer blijkt dat zich een ander scenario voordoet, zal de raming worden bijgesteld.

Eindejaarsmarge

Dit betreft de inzet van de eindejaarsmarge van Financiën.

Kasschuiven

Financiën voert enkele kasschuiven door. Dit omvat onder meer de kasschuiven van GDI-middelen van 2018 naar 2019 en 2020. Ook het resterende budget voor het opstarten van Invest-NL in 2018 is deels nodig in 2019. De andere kasschuif betreft middelen voor de Belastingdienst die van 2018 doorschuiven naar 2019.

Meevallers/onderuitputting

Financiën draagt in 2018 € 60 mln. en vanaf 2020 tot en met 2023 € 10 mln. per jaar bij aan de problematiek onder het uitgavenplafond.

Investeringsagenda

Vanuit de Aanvullende Post zijn middelen vrijgegeven voor verschillende ICT-projecten en het aannemen van nieuw personeel in het kader van de Investeringsagenda en de stabiliteit van de Belastingdienst.

Loon- en prijsbijstelling tranche 2018

De loon- en prijsbijstelling tranche 2018 wordt toegevoegd aan de departementale begrotingen.

Uitvoeringskosten fiscale wetgeving Regeerakkoord

Bij Voorjaarsnota wordt cumulatief 135 mln. van de Aanvullende Post overgeboekt naar de Financiënbegroting ten behoeve van de uitvoering van fiscale maatregelen waartoe gedurende de kabinetsperiode wordt besloten.

Diversen (kaderrelevante technische mutaties)

Deze post betreft een som van mutaties van met name overboekingen van en naar de Financiënbegroting en de eenmalige compensatie van doorbelaste GDI-voorzieningen in 2018 vanuit de Aanvullende Post.

Dividenden en afdrachten staatsdeelnemingen

De nieuwste winstramingen van de staatsdeelnemingen leiden tot autonome aanpassingen in de dividendraming. De meevallers zijn vrijwel volledig toe te schrijven aan Gasunie en Holland Casino.

Winstafdracht DNB (mee- en tegenvallers; technische mutaties)

Deze toename is voornamelijk het gevolg van een stijging van de (geraamde) inkomsten op de bij DNB (De Nederlandsche Bank) aangehouden deposito’s van centrale banken van buiten het Eurosysteem. De omvang van deze balanspost is sinds eind 2016 fors gestegen. De verdere afbouw van de eigen beleggingen Europortefeuille van DNB heeft ook positief bijgedragen aan de geschatte winst.

Dividend financiële deelnemingen

Vanwege de verkoop van aandelen ABN Amro en a.s.r. in september 2017 moet de meerjarige dividendraming financiële instellingen naar beneden worden bijgesteld. In 2018 wordt wel meer dividend verwacht vanwege de positieve resultaten uit 2017.

Defensie

X DEFENSIE: UITGAVEN

         
 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

8.852,1

8.802,9

8.765,7

8.630,0

8.541,7

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Biv trekkingsrechten defensie

59,5

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Doorwerking eindejaarsmarge 2017

126,8

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Doorwerking vrijgave ejm bij njn17

180,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Herschikking pensioenen

93,0

90,4

90,3

90,9

– 8,9

   

Inboeken ejm investeringen 2017

306,8

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Kasschuif nationaal fonds ereschuld

– 15,0

5,0

5,0

5,0

0,0

   

Kasschuif schadeclaims libanonveteranen

– 20,0

3,0

5,5

11,5

0,0

               
   

Uitdelen budget convenant brigade spec. beveiligingsopdrachten (bsb)

15,3

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Uitdelen ejm 2017

– 306,8

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

– 7,2

0,0

0,0

5,0

5,0

     

432,4

98,4

100,8

112,4

– 3,9

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

C18 ondersteuning krijgsmacht

300,0

300,0

350,0

400,0

400,0

   

C19 investeringen modernisering krijgsmacht

475,0

725,0

775,0

825,0

825,0

   

C20 uitbreiding slagkracht, cyber en werkgeverschap

105,0

55,0

155,0

155,0

155,0

   

Doorwerking ontvangst belastingdienst te hoge heffing ereschulden

45,4

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Doorwerking verkoop opbrengsten

40,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Herverkaveling kustwacht carib

47,7

36,5

35,8

35,7

35,7

   

Loonbijstelling

111,4

111,2

111,6

110,5

109,1

   

Prijsbijstelling

62,7

63,0

62,4

60,5

60,1

   

Diversen

32,1

11,0

21,7

13,4

6,1

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Herschikking pensioenen

– 93,0

– 90,4

– 90,3

– 90,9

8,9

     

1.126,3

1.211,3

1.421,2

1.509,2

1.599,9

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

1.558,8

1.309,7

1.522,1

1.621,6

1.595,9

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

10.410,9

10.112,5

10.287,8

10.251,6

10.137,6

Totaal Internationale samenwerking

290,1

325,3

325,3

325,3

325,3

Stand Voorjaarsnota 2018

10.701,0

10.437,9

10.613,0

10.576,8

10.462,9

X DEFENSIE: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

393,6

303,9

261,0

266,5

268,7

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

5,4

5,3

5,3

5,3

5,3

     

5,4

5,3

5,3

5,3

5,3

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Doorwerking verkoop opbrengsten

40,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Raming ontvangst belastingdienst te hoge heffing ereschulden

45,4

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

16,0

1,1

12,9

5,9

4,5

     

101,4

1,1

12,9

5,9

4,5

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

106,7

6,4

18,3

11,3

9,8

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

500,3

310,3

279,3

277,8

278,5

Totaal Internationale samenwerking

21,4

1,4

1,4

1,4

1,4

Stand Voorjaarsnota 2018

521,7

311,7

280,7

279,2

279,9

BIV trekkingsrechten Defensie

Dit is de overheveling van middelen uit het Budget Internationale Veiligheid (BIV) naar de betreffende artikelonderdelen binnen de Defensiebegroting. Defensie bekostigt met de trekkingsrechten activiteiten die samenhangen met de missies. Het totale trekkingsrecht van Defensie bedraagt 59,5 mln. (zie ook de Verticale Toelichting van Homogene Groep Internationale Samenwerking). De 59,5 mln. wordt ingezet binnen diverse onderdelen van de Defensiebegroting voor bijvoorbeeld de nazorg van uitgezonden militairen.

Herschikking pensioenen

Dit betreft een technische herschikking bij de startnota van het budget voor pensioenen van de niet kader-relevante uitgaven naar kader-relevante uitgaven.

Eindejaarsmarge 2017

Dit betreft de toevoeging van de eindejaarsmarge 2017 aan de begroting van Defensie.

Kasschuif nationaal fonds ereschuld

Bij Regeerakkoord is 20 mln. in 2018 vrijgemaakt voor het Nationaal Fonds Ereschuld. Met deze kasschuif wordt het kasritme in lijn gebracht met de verwachte uitgaven.

Kasschuif schadeclaims Libanonveteranen

Met de kasschuif schadeclaims Libanonveteranen wordt het kasritme in lijn gebracht met de verwachte uitbetaling van de schadeclaims.

Uitdelen budget convenant brigade speciale beveiligingsopdrachten (BSB)

Ten behoeve van bescherming van diplomaten en ambassades door de BSB hevelt BZ 15,3 mln. over naar Defensie.

Diversen – beleidsmatige mutaties uitgaven

Dit is een saldo van verschillende mutaties, waaronder het intern herschikken van budget tussen verschillende Defensieonderdelen zoals de overheveling van Vessel Protection Detachments budget naar overige inzet.

C18 ondersteuning krijgsmacht

In het regeerakkoord is er structureel 1,51 mld. aan extra budget voor de krijgsmacht vrijgemaakt. Met een nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2018 is een groot deel van de middelen voor de reeks ten behoeve van ondersteuning krijgsmacht al aan de Defensiebegroting toegevoegd. Nu worden, naar aanleiding van de Defensienota, de resterende middelen uit deze reeks (C18) aan de Defensiebegroting toegevoegd.

C19 investeringen modernisering krijgsmacht

De structureel vrijgemaakte 1,51 mld. in het regeerakkoord wordt ook ingezet om de krijgsmacht te moderniseren. Naar aanleiding van de Defensienota worden nu alle middelen uit de reeks investeringen modernisering krijgsmacht (C19) aan de Defensiebegroting toegevoegd.

C20 Uitbreiding slagkracht, cyber en werkgeverschap

Reeks C20 Uitbreiding slagkracht, cyber en werkgeverschap wordt nu gedeeltelijk en later volledig aan de Defensiebegroting toegevoegd. Bij de nota van wijziging is 20 miljoen toegevoegd aan de Defensiebegroting en daar komt nu 85 miljoen extra bij. Als onderdeel van de reeks C20 komt er structureel 20 mln. beschikbaar voor Defensie voor de uitvoering van de maatregelen aangekondigd in de Nederlandse Cyber Security Agenda.

Doorwerking ontvangst belastingdienst te hoge heffing ereschulden

Door de nacalculatie van de eindheffing ereschulden over de jaren 2012 – 2016 is gebleken dat uitgegaan is van een te hoog eindheffingpercentage. Het te veel betaalde bedrag wordt door de belastingdienst terugbetaald aan het Ministerie van Defensie (eenmalig 45,4 mln.).

Doorwerking verkoop opbrengsten

Dit betreft de verwachte verkoopopbrengsten van de dienstpersonenauto’s en de opbrengsten van groot materieel zoals gemeld in de 2e suppletoire begroting. Deze opbrengsten waren oorspronkelijk voorzien voor 2017 maar zullen in 2018 worden gerealiseerd. Hierdoor worden de uitgaven van de Defensiebegroting opgehoogd.

Herverkaveling kustwacht Carib

Naar aanleiding van het Regeerakkoord zijn de budgetten van de kustwacht Carib overgeheveld van de begroting van BZK naar de begroting van Defensie.

Loon- en prijsbijstelling tranche 2018

De loon- en prijsbijstelling tranche 2018 wordt toegevoegd aan de departementale begrotingen.

Diversen – technische mutaties uitgaven

Dit is een saldo van verschillende mutaties, waaronder directe steun voor de wederopbouw van Sint Maarten na de verwoestingen achtergelaten door orkaan Irma en uitgaven aan het versterken van het grenstoezicht op Sint Maarten.

Herschikking pensioenen – niet tot een ijklijn behorend

Dit betreft een technische herschikking bij de startnota van het budget voor pensioenen van de niet kader-relevante uitgaven naar kader-relevante uitgaven.

Diversen – beleidsmatige mutaties niet-belastingontvangsten

Dit betreft het intern herschikken van Vessel Protection Detachments (VPD’s). budget naar overige inzet. Deze herschikking wordt doorgevoerd omdat het hier een taak van Defensie betreft die geen onderdeel is van inzet (missie). Het gaat bij VPD’s om de bescherming van koopvaardijschepen, een taak die Defensie moet uitvoeren zonder dat dit gelieerd is aan een specifieke missie

Raming ontvangst belastingdienst te hoge heffing ereschulden

Door de nacalculatie eindheffing ereschulden over de jaren 2012 – 2016 is gebleken dat uitgegaan is van een te hoog eindheffingpercentage. Het te veel betaalde bedrag wordt door de belastingdienst terugbetaald aan het Ministerie van Defensie (eenmalig 45,4 mln.).

Doorwerking verkoop opbrengsten

Dit betreft de verwachte verkoopopbrengsten van de dienstpersonenauto’s en de opbrengsten van groot materieel. Deze opbrengsten waren oorspronkelijk voorzien voor 2017 maar zullen in 2018 worden gerealiseerd.

Diversen – technische mutaties niet-belastingontvangsten

Dit is het saldo van diverse mutaties waaronder de bijdrage van het agentschap DMO Ops aan het Ministerie van Defensie en de bijdrage aan de provincie Noord Brabant ten behoeve van F135 motorenonderhoud.

Infrastructuur en Waterstaat

XII INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT: UITGAVEN

         
 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

8.409,8

8.715,0

8.755,5

8.925,0

8.978,6

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Eindejaarsmarge

18,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Isb thermphos

27,7

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Onderuitputting

– 20,0

– 20,0

– 20,0

– 23,0

– 23,0

   

Regeringsvliegtuig

34,6

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

3,3

3,0

3,0

1,0

1,0

     

63,6

– 17,0

– 17,0

– 22,0

– 22,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

D22 verhoging infrastructuurfonds

542,5

976,9

480,6

100,0

100,0

   

E23 envelop klimaat

38,5

0,0

0,0

0,0

0,0

   

E25 natuur en waterkwaliteit

39,3

90,8

44,9

0,0

0,0

   

Herverkaveling bzk

– 133,9

– 87,7

– 82,4

– 74,2

– 69,2

   

Loon- en prijsbijstelling 2018

154,4

156,6

157,5

159,9

159,2

   

Ooijen wanssum

– 35,6

– 30,5

– 30,5

– 10,2

0,0

   

Diversen

– 68,6

– 4,1

– 11,9

– 14,1

– 8,3

     

536,6

1.102,0

558,2

161,4

181,7

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

600,2

1.085,0

541,3

139,4

159,7

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

9.010,0

9.800,0

9.296,8

9.064,4

9.138,3

Totaal Internationale samenwerking

28,9

25,8

25,8

25,8

20,0

Stand Voorjaarsnota 2018

9.038,9

9.825,8

9.322,6

9.090,2

9.158,3

XII INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

247,5

242,6

242,1

242,0

242,1

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

     

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

9,4

– 2,5

– 3,5

– 3,8

– 3,8

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Herverkaveling ezk

– 224,0

– 224,0

– 224,0

– 224,0

– 224,0

     

– 214,6

– 226,5

– 227,5

– 227,8

– 227,8

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

– 214,4

– 226,2

– 227,3

– 227,6

– 227,6

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

33,1

16,4

14,8

14,4

14,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2018

33,1

16,4

14,8

14,4

14,5

Eindejaarsmarge

De eindejaarsmarge van 2017 wordt toegevoegd aan de begroting van IenW.

ISB Thermphos

Bij Miljoenennota 2017 is 27,7 mln. op de begroting van IenW toegevoegd voor de uitvoering van de complexe sanering van het Thermphosterrein. Deze middelen zijn in 2017 niet tot besteding gekomen en zijn via een incidentele suppletoire begroting toegevoegd aan de begroting van IenW (Kamerstuk 34 896, nrs. 1 en 2). Middels een kasschuif op de IenW-begroting zijn deze middelen in het juiste kasritme geplaatst.

Onderuitputting

Op de IenW-begroting wordt een structurele onderuitputting ingeboekt in afwachting van concrete invulling. In de loop van het jaar wordt dit concreet ingevuld met onderuitputting waarvan bij aanvang van het jaar nog niet bekend is waar deze precies optreedt.

Regeringsvliegtuig

In 2016 is een reservering getroffen van 90 mln. op de IenW-begroting voor de vervanging van het regeringsvliegtuig. In 2017 is het koopcontract voor de levering van het nieuwe regeringsvliegtuig getekend en is het oude regeringsvliegtuig verkocht. Het niet-bestede deel van de reservering voor het regeringsvliegtuig uit 2017 wordt toegevoegd aan de IenW-begroting 2018.

D22 Verhoging Infrastructuurfonds

De Regeerakkoordmiddelen voor Verhoging Infrastructuurfonds worden toegevoegd aan de IenW-begroting. Deze middelen worden ingezet voor een inhaalslag in infrastructuur (spoor, (vaar)wegen en fiets). Middels een incidentele suppletoire begroting is een kasschuif van ongeveer 43 mln. gedaan naar 2018 vanuit 2019 en 2020. Hierdoor konden de middelen inzake wederopbouw Saba en Sint Eustatius worden geschoven van 2018 naar 2019 en 2020.

E23 Envelop Klimaat

Het IenW aandeel in de Regeerakkoordmiddelen Klimaat wordt toegevoegd aan de IenW-begroting, zoals gemeld in de incidentele suppletoire begroting (Kamerstuk 34 903 nrs. 1 en 2). Deze middelen worden onder andere ingezet voor projecten in wegverkeersbeleid, innovaties in grond-, weg- en waterbouw en subsidie voor innovatie duurzame binnenvaart en duurzame mobiliteit.

E25 Natuur en waterkwaliteit

Het IenW aandeel in de Regeerakkoordmiddelen Natuur en waterkwaliteit wordt toegevoegd aan de IenW-begroting. Deze middelen worden ingezet voor de aanpak van medicijnresten en opgaven voor natuur en waterkwaliteit in grote wateren zoals gemeld in de Kamerbrief (Kamerstuk 27 625, nr. 422).

Herverkaveling BZK

Dit betreft de departementale herindeling met betrekking tot de ruimtelijke ontwikkeling, ruimtelijke ordening, de Omgevingswet en het Kadaster, zoals gemeld in de derde nota van wijziging (Kamerstuk 34 775, nr. 63) op de IenW-begroting.

Loon- en prijsbijstelling 2018

De loon- en prijsbijstelling tranches 2018 worden toegevoegd aan de begrotingen van IenW.

Ooijen Wanssum

Dit betreft een bijdrage vanuit het Deltafonds naar het Provinciefonds, via de IenW-begroting, ten behoeve van een bijdrage aan de provincie Limburg in de voorbereiding- en uitvoeringskosten van Ooijen Wanssum.

Diverse, Technische mutaties uitgaven

Deze post bestaat uit diverse overboekingen (– 73,9 mln.), diverse desalderingen (18,2 mln.) en boekingen (– 12,9). De grootste overboekingen zijn;

  • 1.  Overboekingen (– 38,8 mln.) naar het Gemeentefonds, Provinciefonds en BTW compensatiefonds, waaronder de bijdrage aan diverse gemeenten en provincies (– 20,2 mln.) voor het programma Beter Benutten dat vanaf het Infrastructuurfonds via de begroting van IenW wordt overgeboekt.
  • 2.  Overboekingen (– 32,1 mln.) vanaf HXII waaronder bijdragen vanuit het Infrastructuurfonds (– 22,7 mln.) voor de Omgevingswet en vanuit het Deltafonds de reservering van de Basisregistratie Ondergrond (6,5 mln.) naar het Ministerie BZK in het kader van de departementale herindeling.

De desalderingen bestaan uit voornamelijk bijdragen (7,7 mln.) van agentschappen aan centraal betaalde apparaatsuitgaven. De technische boekingen zijn gedaan in het kader van de herverkaveling met Ministerie EZK.

Herverkaveling EZK

Dit betreft de departementale herindeling met betrekking tot Klimaat en uitvoeringsorganisatie NEa (Nederlandse Emissieautoriteit) zoals gemeld in de tweede nota van wijziging (Kamerstuk 34 775 XII, nr. 62). Dit omvat de overheveling van de ETS-ontvangsten waar door de NEa toezicht op wordt gehouden.

Economische Zaken en Klimaat

XIII ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT: UITGAVEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

5.202,2

5.703,2

6.340,9

6.244,1

6.358,9

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Eindejaarsmarge 2017

20,9

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Ets

– 25,8

0,0

11,8

14,0

0,0

   

Herinrichting lnv/ezk

50,0

63,2

44,2

39,2

37,2

   

Inzet eindejaarsmarge 2017

– 20,3

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Lnv brexit nvwa en zbo's

14,6

22,2

24,0

23,7

23,7

   

Pallas

19,8

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Seed

– 11,2

– 12,3

1,9

4,3

17,8

   

Toekomstfonds

105,2

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

51,6

23,7

16,8

13,8

4,3

     

204,8

96,8

98,7

95,0

83,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

E23 envelop klimaat

161,5

0,0

0,0

0,0

0,0

   

G37 middelen toegepast onderzoek

75,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Herverkaveling

– 815,5

– 789,7

– 778,3

– 773,4

– 773,1

   

Loon- en prijsbijstelling tranche 2018

48,3

46,3

45,9

45,7

45,2

   

Diversen

35,5

21,0

24,8

25,4

8,2

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Diversen

10,5

5,5

6,6

6,6

0,4

     

– 484,7

– 716,9

– 701,0

– 695,7

– 719,3

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

– 279,8

– 620,0

– 602,2

– 600,8

– 636,3

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

4.922,4

5.083,2

5.738,7

5.643,3

5.722,7

Totaal Internationale samenwerking

57,4

56,0

55,9

54,0

54,1

Stand Voorjaarsnota 2018

4.979,7

5.139,2

5.794,6

5.697,3

5.776,8

XIII ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

3.540,0

4.083,4

4.651,5

4.555,0

4.658,0

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Verlaging aardgasbaten

– 150,0

– 200,0

– 300,0

– 350,0

– 900,0

   

Diversen

0,6

– 7,9

– 7,5

– 7,5

– 10,1

     

– 149,4

– 207,9

– 307,5

– 357,5

– 910,1

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Verlaging aardgasbaten

150,0

200,0

300,0

350,0

900,0

   

Diversen

22,4

1,5

1,5

1,5

1,5

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

E27 verhoging ode

0,0

0,0

103,0

368,0

290,0

   

Herverkaveling

224,0

224,0

224,0

224,0

224,0

   

L106 daling aardgasbaten door lagere gaswinning

0,0

0,0

– 50,0

– 175,0

– 175,0

   

Van transactie- naar kasbasis

0,0

0,0

50,0

75,0

25,0

   

Verlaging aardgasbaten

– 150,0

– 200,0

– 300,0

– 350,0

– 900,0

   

Diversen

4,5

0,0

0,0

0,0

0,0

     

250,9

225,5

328,5

493,5

365,5

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

101,5

17,6

21,0

136,0

– 544,7

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

3.641,6

4.101,0

4.672,5

4.691,0

4.113,4

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2018

3.641,6

4.101,0

4.672,5

4.691,0

4.113,4

Eindejaarsmarge 2017

Dit betreft de toevoeging van de eindejaarsmarge 2017 aan de begroting van EZK. Het LNV-aandeel is 14,8 mln.

ETS

Met deze kasschuif worden de middelen voor de compensatie van indirecte emissiekosten ETS in een meer realistisch ritme gezet.

Herinrichting LNV/EZK

Voor de inrichting van het nieuwe Ministerie van LNV en herinrichting van het Ministerie van EZK (beide voormalig EZ) wordt een generale bijdrage gedaan van 37,2 mln., die bestaat uit een structureel bedrag van 24,1 mln. voor extra personeel, ICT en materiële kosten en 13,1 mln. structureel aan EU-regelgeving gerelateerde uitvoeringskosten bij LNV. Daarnaast wordt 69,9 mln. incidenteel over de periode 2018–2020 aan de inrichting besteed, hoofdzakelijk aan ICT voor de herinrichting van het departement.

Inzet eindejaarsmarge 2017

EZK zet de eindejaarmarge 2017 in ter dekking hogere uitgaven, o.a. voor het programma Cloud Werkplek en voor een niet in 2018 geraamde uitgave inzake Pallas.

LNV Brexit NVWA en zbo's

Als gevolg van de Brexit zullen de NVWA en andere landbouwgerelateerde keuringsdiensten op grond van Europese regelgeving extra keuringen moeten uitvoeren. Voor deze inzet moeten de keuringsdiensten extra personeel werven en opleiden. Hiervoor wordt 15 mln. in 2018 oplopend tot 24 mln. generaal structureel toegevoegd aan de begroting van LNV.

Pallas

Dit betreft een verplichting aan de stichting voorbereiding Pallas-reactor. In 2014 is door EZK voor Pallas een lening verstrekt van 40 mln, waarvan inmiddels 20,2 mln. is betaald. Naar verwachting wordt dit jaar het restant van de lening van 19,8 mln. door Pallas opgevraagd en bij voldoende voortgang, uitgekeerd. De beleidsmatige verantwoordelijkheid voor Pallas is door de Minister van EZK overgedragen aan de Minister voor Medische Zorg (vanwege de focus op medische isotopen), maar het beheer van de lening aan Pallas blijft bij EZK.

Seed

Betreft een kasschuif in de Seed (onderdeel van Toekomstfonds) waarmee budget voor aangegane verplichtingen wordt verschoven van 2018–2019 naar 2020–2022.

Toekomstfonds

Dit betreft het toevoegen van de eindejaarsmarge en de hoger dan geraamde ontvangsten van het Toekomstfonds 2017 aan de begroting van EZK.

Diversen (beleidsmatige mutaties – uitgaven)

Deze post bevat de problematiek en dekkingsmaatregelen van EZK. De ICT-knelpunten van EZK bestaan uit extra benodigde middelen voor informatiebeveiliging (7,4 mln. in 2018, 7 mln. in 2019 en 5 mln. in 2020), noodzakelijke versterking van ICT bij uitvoeringsorganisaties (Agentschap Telecom 4,3 mln. in 2018 en SodM 2,5 mln. in 2018, 2,3 mln. in 2019 en 0,5 mln. structureel vanaf 2020) en knelpunten in de begroting van DICTU (9,4 mln. in 2018). Daarnaast zijn diverse herschikkingen nodig, onder meer voor een tekort op ACM-ontvangsten uit de markt (7,5 mln. structureel), de kosten voor Cloud werkplek (5,8 mln. in 2018), implementatiekosten voor de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) (5 mln. in 2018 aflopend tot 2 mln. structureel vanaf 2021) en uitbreiding van de klimaat- en energiedirecties (2,6 mln. structureel). Daarnaast bevat de diversenpost ook het toevoegen van de onderuitputting van ETS 2017 aan de begroting van EZK (8,8 mln. in 2018).

E23 envelop klimaat

In het Regeerakkoord is een enveloppe van 300 mln. per jaar (2018–2030) opgenomen op de aanvullende post voor Klimaat (maatregel E23 uit het Regeerakkoord). Voor 2018 is er een bedrag van 161,5 mln. overgeheveld naar de begroting van EZK (en LNV).

G37 middelen toegepast onderzoek

In het Regeerakkoord is een bedrag van 100 mln. beschikbaar gesteld in 2018 voor toegepast onderzoek en innovatie. Van dit bedrag wordt 75 mln. overgeheveld naar de begroting van EZK. Hiervan is 13,2 mln. gereserveerd voor LNV. De middelen worden onder andere ingezet voor de TO2-instellingen, de regeling MKB innovatiestimulering Topsectoren, de PPS-toeslag regeling, het Innovatiekrediet, valorisatie en MKB digitalisering.

Herverkaveling

Bij het Regeerakkoord is besloten om klimaat over te hevelen van IenW naar EZK. Tegelijkertijd zijn de onderdelen elektrisch vervoer en digitale overheid overgeheveld naar respectievelijk IenW en BZK. De grootste herverkaveling betrof de overheveling van Groen onderwijs van LNV naar OCW. Deze post bevat de overheveling van de middelen.

Loon- en prijsbijstelling tranche 2018

De loon- en prijsbijstelling tranche 2018 wordt toegevoegd aan de departementale begrotingen.

Diversen (technische mutaties – uitgaven)

Dit betreft diverse desalderingen van o.a. Bedrijfsleven en Innovatie en Interreg (9,1 mln.). Ook leidde onttrekking uit de reserve geothermie tot een desaldering van 6 mln. Daarnaast betreft deze post de maatregel van het Regeerakkoord om 60 mln. beschikbaar te stellen van de aanvullende post (maatregel E25) voor de uitvoering van het zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn. De 60 mln. wordt verspreid over 2018–2021 toegevoegd aan de begroting van EZK/LNV.

Diversen (niet tot een ijklijn behorend – uitgaven)

Dit betreft een kasschuif van de eindejaarsmarge (27,2 mln.) van de niet-relevante middelen voor de NCG over 2017 en de toevoeging van de niet-relevante prijsbijstelling (0,6 mln.). Met deze kasschuif worden de middelen van NCG in het juiste ritme gezet.

Aardgasbaten (L106 daling aardgasbaten door lagere gaswinning & verlaging aardgasbaten)

In het Regeerakkoord is besloten om de gaswinning in Groningen te verminderen (maatregel L106) met lagere aardgasbaten tot gevolg. Daarnaast heeft het kabinet recent besloten om de gaswinning in Groningen af te bouwen. Hierdoor wordt de gasbatenreeks verlaagd met een bedrag tot 900 mln.

Diversen (beleidsmatig – ontvangsten)

Dit betreft onder andere een ramingsbijstelling van octrooitaksen (3 mln.) en het bijstellen van de ACM ontvangsten uit de markt (7,5 mln.).

Diversen (technische mutaties – ontvangsten)

Dit betreft diverse desalderingen van o.a. terugontvangsten Interreg en Logius (5,5 mln.) Daarnaast leidde een onttrekking uit de reserve geothermie tot een desaldering van 6 mln.

E27 verhoging ode

Dit betreft maatregel E27 uit het Regeerakkoord waarbij de Opslag Duurzame energie (ODE) wordt verhoogd vanaf 2020.

Herverkaveling

Deze post bevat de overheveling van de geraamde opbrengsten van de verkoop van CO2-emissierechten, als onderdeel van het Europese Emissions Trading System (EU ETS) van IenW naar EZK, naar aanleiding van het Regeerakkoordbesluit om klimaat onder EZK te voegen.

Van transactie- naar kasbasis

Dit betreft een technische mutatie naar aanleiding van het Regeerakkoord. De gasbatenreeks uit het Regeerakkoord is gebaseerd op transferbasis en de reguliere verwerking van gasbaten in de begroting gebeurt op kasbasis. Met deze mutatie is dit verschil verwerkt.

Diversen (niet tot een ijklijn behoren – ontvangsten)

Dit betreft terugontvangsten van dividendbelasting (1,5 mln.) en hogere verwachte ontvangsten als gevolg van de aandelenverkoop NOM (3 mln.), die aanvankelijk voor 2017 waren geraamd en zijn nu doorgeschoven naar 2018.

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

XV SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID: UITGAVEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

32.089,9

32.576,7

32.602,8

32.759,1

32.950,8

Mee- en tegenvallers

         
 

Sociale zekerheid

         
   

Aio

29,3

24,2

25,2

25,2

26,3

   

Iow

– 3,9

0,1

– 0,4

– 16,4

– 20,2

   

Kinderbijslag

– 12,3

– 9,5

– 15,8

– 21,0

– 25,3

   

Kinderopvangtoeslag

56,5

127,0

112,5

100,1

92,6

   

Kindgebonden budget

– 102,6

– 121,4

– 111,9

– 108,1

– 111,1

   

Leningen inburgering

23,7

16,6

5,8

3,0

9,1

   

Liv

– 20,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Participatiewet

– 65,6

– 206,8

– 282,2

– 245,0

– 156,3

   

Toeslagenwet

– 18,5

– 22,6

– 23,9

– 21,7

– 19,0

   

Uitvoeringskosten uwv

8,0

11,2

21,3

15,4

14,8

   

Wajong

– 48,6

– 45,5

– 41,3

– 37,6

– 36,1

   

Diversen

2,4

– 12,2

– 11,2

– 6,0

– 6,4

     

– 151,6

– 238,9

– 321,9

– 312,1

– 231,6

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Dekking nominaal onvoorzien

– 5,5

– 48,4

– 38,0

– 1,9

– 1,9

   

Ejm sectorplannen

53,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

13,0

– 0,7

15,5

2,7

1,4

 

Sociale zekerheid

         
   

Dekking nominaal onvoorzien

67,4

– 57,7

– 55,1

– 71,8

– 53,9

   

Eindejaarsmarge

78,9

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Financieringssystematiek maatschappelijke begeleiding

– 40,5

14,2

9,1

0,0

0,0

   

I77 iow 4 j verlengen en koppeling aow-leeftijd

0,0

0,0

0,0

0,0

16,0

   

I84 loondoorbetaling bij ziekte kleine werkgevers voor nieuwe gevallen

0,0

0,0

0,0

207,0

278,0

   

I90 loondispensatie ipv loonkostensubsidie

0,0

– 10,0

– 25,0

– 40,0

– 55,0

   

I91 20.000 extra beschutte werkplekken

0,0

4,4

13,8

24,4

30,2

               
   

I94 aanscherpen schattingsbesluit wia van 3x3 naar 9 banen

0,0

3,0

12,0

19,0

25,0

   

Kasschuiven plafond s

– 78,9

9,9

9,9

9,9

9,9

   

Loondispensatie

0,0

5,2

13,2

20,0

29,7

   

M136 kindgebonden budget later afbouwen voor paren

0,0

48,0

494,0

496,0

485,0

   

M137 verhogen kinderopvangtoeslag

22,0

225,0

240,0

250,0

250,0

   

M138 verhogen kinderbijslag

0,0

250,0

250,0

250,0

250,0

   

Participatiewet

115,6

70,0

– 18,7

– 70,5

– 101,1

   

Re-integratie wajong

– 23,7

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Wet tegemoetkomingen loondomein

493,0

930,0

885,0

885,0

885,0

   

Diversen

19,3

17,1

14,1

24,6

25,2

     

713,6

1.460,0

1.819,8

2.004,4

2.073,5

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Amendement scholingstrajecten

– 30,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Dekking nominaal onvoorzien

– 22,5

48,4

38,0

1,9

1,9

   

Icf overboeking

13,0

25,0

31,0

38,0

50,0

   

I92: bestrijden schulden en armoede

30,0

25,0

25,0

0,0

0,0

   

Diversen

– 0,4

– 35,1

– 25,8

11,3

10,9

 

Sociale zekerheid

         
   

Amendement scholingstrajecten

30,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Dekking beleidsbrief

22,5

– 48,4

– 38,0

– 1,9

– 1,9

   

I80 i81 meer face-to-face uwv

0,0

28,1

36,5

31,3

29,0

   

Participatiewet

187,4

164,1

112,9

116,0

60,6

   

Diversen

13,0

14,8

18,2

21,6

26,9

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Bikk aow

7,7

– 32,0

– 84,2

– 11,0

20,2

   

I88 intrekken wetsv. uitbreiding kraamverlof

0,0

– 59,3

– 60,1

– 60,9

– 61,7

   

Rijksbijdrage vermogenstekort ouderenfonds

2.165,8

1.046,5

1.056,1

993,8

973,3

   

Wet tegemoetkomingen loondomein

– 493,0

– 930,0

– 885,0

– 885,0

– 885,0

   

Diversen

– 5,3

– 4,7

– 4,2

– 3,8

– 3,4

     

1.918,2

242,4

220,4

251,3

220,8

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

2.480,3

1.463,6

1.718,2

1.943,3

2.062,7

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

34.570,2

34.040,3

34.321,0

34.702,4

35.013,4

Totaal Internationale samenwerking

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

Stand Voorjaarsnota 2018

34.570,7

34.040,8

34.321,5

34.702,9

35.013,9

XV SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

1.885,5

1.918,6

1.956,9

1.949,2

1.952,0

Mee- en tegenvallers

         
 

Sociale zekerheid

         
   

Kinderopvangtoeslag

– 23,1

– 3,7

7,0

14,4

13,6

   

Kindgebonden budget

– 40,3

– 42,3

– 41,3

– 39,1

– 37,9

     

– 63,4

– 46,0

– 34,3

– 24,7

– 24,3

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

– 7,3

– 23,1

– 14,8

0,0

– 0,3

     

– 7,3

– 23,1

– 14,8

0,0

– 0,3

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

– 70,6

– 69,0

– 49,0

– 24,7

– 24,6

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

1.814,9

1.849,6

1.907,9

1.924,5

1.927,4

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2018

1.814,9

1.849,6

1.907,9

1.924,5

1.927,4

AIO (Aanvullende Inkomensondersteuning Ouderen)

De uitkeringslasten voor de Aanvullende Inkomensondersteuning Ouderen (AIO) worden met de nieuwe raming opwaarts bijgesteld. Dit is met name het gevolg van een opwaartse bijstelling van het aantal AIO-huishoudens in de komende jaren. Daarnaast wordt ook de hoogte van de gemiddelde aanvulling opwaarts bijgesteld.

IOW (Inkomensvoorziening Oudere Werkloze)

De uitgaven voor de Inkomensvoorziening Oudere Werkloze (IOW) zijn neerwaarts bijgesteld. Dit komt deels door een lager aantal IOW-gerechtigden. De gemiddelde hoogte van de IOW-uitkering is daarentegen licht gestegen. Per saldo is er echter sprake van een daling van de uitgaven aan de IOW.

Kinderbijslag

De raming van de uitkeringslasten kinderbijslag (AKW) is neerwaarts bijgesteld. Dit is vooral het gevolg van de aangepaste volumeprognose van de SVB. Volgens de nieuwe raming zijn er minder kinderen.

Kinderopvangtoeslag

De kinderopvangtoeslagraming (KOT) is opwaarts bijgesteld. Het gebruik van de kinderopvangtoeslag is in 2017 sterker gestegen dan eerder verwacht; dit werkt structureel door. Daarnaast stijgt het gebruik van kinderopvangtoeslag in 2018 en verder naar verwachting sterker dan eerder geraamd. Dit komt door gunstigere verwachtingen ten aanzien van de conjuncturele ontwikkeling.

Kindgebonden budget

Bij het kindgebonden budget (WKB) treedt een meevaller op. De gunstigere economische ontwikkeling leidt tot hogere inkomens en daarmee lagere uitgaven aan het kindgebonden budget.

Leningen inburgering

De verhoging van het budget voor de leningen aan asielzoekers volgt uit een aanpassing van de raming als gevolg van nieuwe uitvoeringsgegevens en prognose over de instroom van asielmigranten.

LIV

Op basis van de voorlopige realisaties van het lage-inkomensvoordeel (LIV) is de raming voor 2018 naar beneden bijgesteld.

Participatiewet

De raming van de participatiewet heeft betrekking op de bijstand, inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen (IOAZ) en bijstand voor zelfstandigen (Bbz). Deze post betreft voornamelijk de doorwerking van het regeerakkoord op de bijstandsuitgaven. Daarnaast is de raming neerwaarts bijgesteld door de verwerking van de realisatiecijfers over 2017 in de ramingen voor de regelingen IOAW, IOAZ en Bbz. In de begrotingsregels die door dit kabinet zijn vastgesteld is afgesproken dat de conjuncturele component van de bijstand en WW buiten het uitgavenplafond zijn geplaatst. Hierdoor valt de verwerking van de realisatiecijfers 2017 in de bijstandsraming onder de technische mutaties.

Toeslagenwet

Dit betreft gedeeltelijk de doorwerking van het regeerakkoord op de Toeslagenwet (TW)-uitgaven. Als gevolg van de maatregelen in het regeerakkoord zijn er minder werklozen en daarmee minder mensen met een WW-uitkering. Daardoor zijn er ook minder toeslagen op WW-uitkeringen. Daarnaast is het TW-volume neerwaarts bijgesteld op basis van uitvoeringsinformatie.

Uitvoeringskosten UWV

De uitvoeringskosten UWV worden budgettair neutraal herschikt. Jaarlijks wordt het bekostigingsmodel van UWV herijkt waardoor schuiven tussen begrotingsgefinancierde uitvoeringskosten en premiegefinancierde uitvoeringskosten ontstaan.

Wajong

Op basis van realistatiegegevens van het UWV zijn de uitkeringslasten Wajong neerwaarts bijgesteld. Zo is de raming van het aantal personen met een Wajong-uitkering licht naar beneden bijgesteld. Daarnaast is ook de gemiddelde uitkering van werkende Wajongers licht gedaald.

Diversen

Hieronder vallen onder andere de aanpassingen en herschikkingen op de budgetten voor het COA.

Dekking nominaal onvoorzien

De dekking voor de beleidsmatige reeksen op de SZW-begroting is afkomstig van de post nominaal onvoorzien (artikel 99).

EJM Sectorplannen

Dit betreft het via de eindejaarsmarge van 2017 naar 2018 doorgeschoven budget voor de Sectorplannen, dit is inclusief de DWSRA-subsidie (dienstverlening werkzoekenden en projecten samenwerking en regie arbeidsmarkt).

Diversen

Hieronder vallen onder andere de veranderopgave nieuwkomersbeleid, verdere integratie op de arbeidsmarkt, de overige eindejaarsmarges onder plafond Rijksbegroting en verschillende kleine kasschuiven.

Dekking nominaal onvoorzien

De dekking voor de beleidsmatige reeksen op de SZW-begroting is afkomstig van de post nominaal onvoorzien (artikel 99).

Eindejaarsmarge

Dit betreft de toevoeging van de eindejaarsmarge 2017 die valt onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid aan de begroting van SZW.

Financieringssystematiek maatschappelijke begeleiding

In het vervolg krijgen gemeenten middelen voor maatschappelijke begeleiding via een decentralisatieuitkering. Dat geschiedt op basis van realisatiecijfers en leidt daardoor tot een verschuiving van uitbetalingen in de tijd.

I77 IOW 4 jaar verlengen en koppeling AOW-leeftijd

Op basis van het regeerakkoord wordt de Wet Inkomensvoorziening voor oudere werklozen (IOW) met vier jaar verlengd. Hierbij wordt rekening gehouden met de stijging van de AOW-leeftijd.

I84 Loondoorbetaling bij ziekte kleine werkgevers voor nieuwe gevallen

Op basis van het regeerakkoord wordt het tweede loondoorbetalingsjaar voor kleine werkgevers (tot 25 werknemers) gecollectiviseerd.

I90 Loondispensatie ipv loonkostensubsidie

Op basis van het regeerakkoord wordt in de Participatiewet het instrument van loonkostensubsidies vervangen door de mogelijkheid tot loondispensatie. Werkgevers kunnen daarmee onder het wettelijk minimumloon betalen, naar gelang van de verdiencapaciteit van de werknemer, en de gemeente vult het inkomen aan.

I91 20.000 extra beschutte werkplekken

Op basis van het regeerakkoord wordt het budget voor activering van en dienstverlening aan mensen in een kwetsbare positie verhoogd, waardoor er voor 20.000 extra personen de mogelijkheid voor beschut werk ontstaat. Dit leidt ertoe dat meer mensen met een beperking betaald werk kunnen verrichten.

I94 Aanscherpen schattingsbesluit WIA van 3x3 naar 9 banen

Op basis van het regeerakkoord zal voor personen die in de toekomst instromen in de WIA, scherper gekeken worden naar geschikt werk bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid (het schattingsbesluit).

Kasschuiven plafond Sociale Zekerheid

Hieronder vallen verschillende kasschuiven onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid. Dit betreft onder andere de voorfinanciering bijstand 2017 (bestuursakkoord verhoogde instroom asiel 2015). Deze kent een grote onderuitputting omdat gemeenten maar beperkt gebruik hebben gemaakt van deze regeling. Om deze voorfinanciering mogelijk te maken zijn eerder middelen van de bijstand middels een kasschuif naar voren gehaald. De niet aangevraagde middelen op de rijksbegroting worden conform afspraak weer in de oorspronkelijke jaren teruggezet door middel van een tegengestelde kasschuif.

Loondispensatie

In het regeerakkoord is de besparing als gevolg van het invoeren van loondispensatie in de Participatiewet gekoppeld aan de extra middelen voor activering en dienstverlening door gemeenten en de mogelijkheid voor beschut werk. In de hoofdlijnennotitie is de loonaanvullingsystematiek in de Participatiewet verder uitgewerkt. Deze uitwerking leidt op korte termijn tot een lagere besparing. Derhalve wordt de besparing gedeeltelijk weer uitgeboekt.

M136 Kindgebonden budget later afbouwen voor paren

Op basis van het regeerakkoord wordt het punt waarop de inkomensafhankelijke afbouw van het kindgebonden budget voor paren begint, verhoogd.

M137 Verhogen kinderopvangtoeslag

Op basis van het regeerakkoord wordt de kinderopvangtoeslag verhoogd.

M138 Verhogen kinderbijslag

Op basis van het regeerakkoord wordt de kinderbijslag verhoogd.

Participatiewet

De systematiek wordt onder andere aangepast voor de verwerking van statushouders in de bijstandsraming zodat de verhoogde instroom van statushouders al in het uitvoeringsjaar in het macrobudget Participatiewetuitkeringen wordt verwerkt. Hierdoor is er in de eerste jaren een tegenvaller. In latere jaren treden meevallers op. Hierbij is rekening gehouden met de nieuwste cijfers over de instroom van statushouders.

Re-integratie Wajong

Vanuit het re-integratiebudget koopt het UWV trajecten en voorzieningen in voor de re-integratie van arbeidsgehandicapten en Wajongers. Besloten is een gedeelte van het budget in te zetten voor andere doeleinden.

Diversen

Hieronder valt een aantal kleinere beleidsmatige mutaties onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid.

Amendement scholingstrajecten

In december 2017 is er door Kamerlid Van Weyenberg een amendement scholingstrajecten ingediend om werklozen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie beter te begeleiden naar werk. Hiervoor wordt in de WW de mogelijkheid geboden voor scholingstrajecten naar kansberoepen waar veel vraag naar personeel is. Deze reeks betreft de dekking uit de Sectorplannen.

Dekking nominaal onvoorzien

De dekking voor de beleidsmatige reeksen op de SZW-begroting is afkomstig van de post nominaal onvoorzien (artikel 99).

ICF overboeking

Het kabinet Rutte-III stelt extra middelen beschikbaar voor de handhavingsketen van de Inspectie SZW, conform het Inspectie Control Framework (ICF). Het bedrag dat ter beschikking wordt gesteld loopt stapsgewijs op van 13 mln. euro in 2018 naar 50 mln. structureel vanaf 2022. Daarmee wordt de Inspectie in staat gesteld beter toezicht te houden op het wettelijk minimumloon en intensiever schijnconstructies, onveilige en ongezonde arbeidsomstandigheden en uitbuiting tegen te gaan.

I92 Bestrijden van schulden en armoede bij gezinnen met kinderen

Op basis van regeerakkoord trekt het kabinet 80 mln. euro uit voor de bestrijding van schulden en armoede bij gezinnen met kinderen. Het grootste deel hiervan zal conform bestuurlijke afspraken via het gemeentefonds aan gemeenten worden overgemaakt middels een decentralisatie-uitkering.

Diversen

Hieronder vallen onder andere de bijdragen aan de programmaraad, het amendement van Kamerlid Weyenburg over de re-integratie van (ex-)kankerpatiënten in het arbeidsproces en dekking voor het landelijk schakelpunt werkgevers.

Amendement scholingstrajecten

In december 2017 is er door Kamerlid Van Weyenberg een amendement scholingstrajecten ingediend om werklozen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie beter te begeleiden naar werk (Kamerstuk 34 775 XV, nr. 15). Hiervoor wordt in de WW de mogelijkheid geboden voor scholingstrajecten naar kansberoepen waar veel vraag naar personeel is

Dekking nominaal onvoorzien

De dekking voor de beleidsmatige reeksen op de SZW-begroting is afkomstig van de post nominaal onvoorzien (artikel 99).

I80 I81 Meer face-to-face UWV

Op basis van regeerakkoord investeert het kabinet in totaal 70 miljoen euro per jaar in extra persoonlijke begeleiding door het UWV. De totale reeks van 70 mln. wordt gedeeltelijk overgeboekt naar het begrotingsgefinancierde hoofdstuk 15 (onderdeel Wajong), en gedeeltelijk naar het premiegefinancierde hoofdstuk 40 van de SZW-begroting (onderdelen WW en WGA).

Participatiewet

Het macrobudget Participatiewetuitkeringen is bijgesteld aan de hand van de werkloosheidscijfers van het CPB (neerwaarts) en de verwerking van realisatiegegevens over 2017 (opwaarts). In de begrotingsregels is afgesproken dat het SZ-plafond hiervoor wordt aangepast.

Diversen

Hieronder vallen onder andere de bijdragen aan de programmaraad, het amendement van Kamerlid Weyenburg over de re-integratie van (ex-)kankerpatiënten in het arbeidsproces en dekking voor het landelijk schakelpunt werkgevers.

Bikk AOW

In de cijfers van het Centraal Economisch Plan van het CPB is de raming voor de inkomsten van heffingskortingen verlaagd. De bijdrage in de kosten van de heffingskortingen (Bikk) daalt mee met de heffingskortingen en wordt daarom ook verlaagd.

I88 Intrekken wetsvoorstel uitbreiding kraamverlof

Op basis van regeerakkoord wordt het reeds ingediende wetsvoorstel «uitbereiding kraamverlof» dat van 2 naar 5 dagen zou gaan (uitgekeerd door UWV), ingetrokken (Kamerstuk 34 617, nr. 11). In plaats hiervan wordt per 1 januari 2019 het huidige recht op kraamverlof voor partners van twee naar vijf dagen verlengd, waarbij werkgevers het volledige loon doorbetalen.

Wet tegemoetkomingen loondomein

Bij Startnota zijn de budgetten voor het lage-inkomensvoordeel (LIV), de tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon (Jeugd-LIV) en het loonkostenvoordeel (LKV) onder het uitgavenplafond Sociale Zekerheid geplaatst. Hiermee heeft het kabinet het advies van de Studiegroep Begrotingsruimte gevolgd. Bij het vorige kabinet vielen deze budgetten onder het lastenkader.

Rijksbijdrage vermogenstekort Ouderenfonds

Op basis van het Centraal Economisch Plan van het CPB is de raming voor de rijksbijdrage aan het vermogenstekort van het Ouderdomsfonds opwaarts bijgesteld.

Diversen

Hieronder valt onder andere het afboeken van de rijksbijdrage voor de Anw-teg, omdat deze voortaan enkel uit premies gefinancierd wordt omdat er voldoende middelen in het Anw-fonds zitten.

Kinderopvang toeslag

De meerjarige opwaartse bijstelling van de raming hangt samen met de verwachte hogere beschikkingen (grotere grondslag). De minderontvangsten in 2018 en 2019 hangen zowel samen met een lager dan verwacht tempo waarin terugvorderingen binnenkomen als met een lager niveau van terugvorderingen dan eerder is aangenomen.

Kindgebonden budget

Meerjarig zijn de terugvorderingen neerwaarts bijgesteld. De lagere beschikkingenstand leidt tot minder terugvorderingen. Daarnaast sluiten voorschot en definitieve beschikking beter bij elkaar aan dan eerder verwacht. Ook dit leidt tot minder terugvorderingen.

Diversen

Hieronder vallen onder andere verschillende desalderingen en correcties.

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

XVI VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT: UITGAVEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

15.221,9

15.374,7

15.728,7

16.323,9

16.762,4

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Begrenzen begrotingsreserve wfz

– 5,0

– 10,0

– 15,0

– 15,0

– 15,0

   

Kosten invoering actief donatieregistratie systeem

7,0

11,3

31,4

8,6

6,6

   

Uitgaven subsidies taj

35,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

11,7

17,6

3,2

5,2

4,2

 

Zorg

         
   

H58 stimulering medisch specialisten in loondienst/ participatiemodel

0,0

16,0

8,0

8,0

0,0

   

Vipp ggz

– 14,0

– 3,0

17,0

0,0

0,0

   

Diversen

– 4,6

– 1,4

– 1,3

– 1,3

– 1,4

     

30,1

30,5

43,3

5,5

– 5,6

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Buurtsportcoaches

– 47,4

0,0

0,0

0,0

0,0

   

H61 waardig ouder worden

42,0

42,0

42,0

22,0

22,0

   

Loon- en prijsbijstelling tranche 2018

66,9

65,0

63,6

62,3

62,2

   

Diversen

145,4

159,2

135,3

95,3

67,4

 

Zorg

         
   

Diversen

5,6

13,8

11,3

11,4

9,5

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Bikk wlz

12,8

– 7,1

0,7

129,7

186,5

   

H74 compensatie lagere zorgpremies in ib-tarief, zt en aof-premie

0,0

– 89,0

– 235,0

– 389,0

– 415,0

   

M133 verlaging normpercentage zorgtoeslag paren

0,0

80,0

80,0

80,0

80,0

   

M142 doorwerking verhogen algemene heffingskorting naar toeslagen

0,0

– 30,0

– 50,0

– 66,0

– 66,0

   

Rijksbijdrage 18-

2,1

– 24,5

– 35,1

– 78,0

– 42,0

   

Zorgtoeslag

– 275,0

– 42,5

193,2

193,0

341,9

   

Diversen

23,0

28,0

33,0

37,0

36,0

     

– 24,6

194,9

239,0

97,7

282,5

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

5,5

225,5

282,3

103,1

276,9

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

15.227,4

15.600,2

16.011,0

16.427,1

17.039,4

Totaal Internationale samenwerking

22,4

21,0

13,6

5,1

5,1

Stand Voorjaarsnota 2018

15.249,8

15.621,2

16.024,6

16.432,1

17.044,4

XVI VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

99,6

93,9

93,8

93,8

93,8

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

4,7

0,1

0,3

0,3

0,3

     

4,7

0,1

0,3

0,3

0,3

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

11,8

– 0,4

– 0,4

– 0,4

– 0,4

     

11,8

– 0,4

– 0,4

– 0,4

– 0,4

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

16,5

– 0,3

– 0,1

– 0,1

– 0,1

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

116,1

93,7

93,7

93,7

93,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2018

116,1

93,7

93,7

93,7

93,7

Begrenzen begrotingsreserve WFZ

Sinds 2017 bouwt VWS een begrotingsreserve op bij Financiën met het oog op eventuele schade in het kader van de achterborg voor het Waarborgfonds voor de Zorgsector (Wfz). In de begroting is rekening gehouden met een jaarlijkse opbouw van 5 mln. en een structurele storting van 20 mln. vanaf 2020. Gezien het garantievolume afneemt en er reeds voldoende risicomitigerende maatregelen zijn ingebouwd, volstaat een jaarlijkse storting van 5 mln. De overtollige middelen die gereserveerd staan op de begroting vallen vrij.

Kosten invoering actief donatieregistratie systeem

Dit betreft de kosten die samenhangen met de invoering van de actieve donorregistratie. De kosten bestaan uit het aanschrijven en registreren door het donorregister van alle ongeregistreerde inwoners, het geven van voorlichting over de systeemwijziging en oproep tot registratie, het geven van voorlichting in verband met informed consent voor de categorie geen bezwaar en de structurele kosten voor de registratie van 18-jarigen en nieuw ingezetenen.

Uitgaven subsidies TAJ

In 2018 is er ruim 19 mln. beschikbaar voor de subsidieregeling «Bijzondere transitiekosten Jeugdwet». In eerdere jaren is minder subsidie verstrekt dan mogelijk was, in 2018 wordt verwacht dat deze subsidie in 2018 alsnog (deels) wordt aangevraagd. Het beschikbare budget is niet toereikend voor deze extra aanvragen en wordt daarom verhoogd met 35 mln.

Diversen – Beleidsmatige mutatie – Rijksbegroting in enge zin

Deze post betreft onder meer middelen om het Rijksvaccinatieprogramma uit te breiden met de vaccinatie voor meningokokken groep W infecties (9,4 mln. structureel), vrijval van de prijsbijstelling van de tranche 2017 (8,4 mln. structureel) en ruimte bij de regeling voor wanbetalers en onverzekerden als gevolg van met name een aanscherping van de regeling waardoor de doelgroep is ingeperkt (4,4 mln. structureel).

H58 stimulering medisch specialisten in loondienst/participatiemodel

In het Regeerakkoord is dit budget opgenomen om te bevorderen dat medisch specialisten de stap maken naar het participatiemodel of loondienst, met als doel om meer gelijkgerichtheid in het ziekenhuis te stimuleren.

VIPP GGZ

Dit betreft een kasschuif naar latere jaren zodat het informatie-uitwisselingsprogramma in de GGZ (VIPP) het juiste kasritme tot zijn beschikking heeft.

Diversen – Beleidsmatige mutatie – Zorg

Deze post betreft voornamelijk de vrijval van de prijsbijstelling op het plafond Zorg (1,4 mln. structureel).

Buurtsportcoaches

De brede impuls combinatiefunctie (buurtsportcoach) is een onderdeel van het programma «Sport en bewegen in de buurt». Dit programma wordt uitgevoerd door gemeenten en het Rijk draagt hieraan bij. De middelen voor 2018 zijn toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering buurtsportcoaches.

H61 waardig ouder worden

In het Regeerakkoord is budget beschikbaar gesteld voor «waardig ouder worden» op de Aanvullende Post bij Financien. Het resterende budget (42 mln. tot 2020 en 22 mln. structureel) is afgelopen februari door middel van een incidentele suppletoire wet toegevoegd aan de begroting van VWS (Kamerstuk 34 888). Doel is te zorgen dat ouderen die thuis willen blijven wonen dat goed en veilig kunnen, met voldoende en kwalitatief goede informele en professionele zorg en ondersteuning waar nodig. De inzet van deze middelen wordt – waar nodig – met betrokken partners verder uitgewerkt en zal ook gemonitord worden. Het budget voor palliatieve zorg (8 mln. structureel) is eerder bij de tweede nota van wijziging aan de VWS begroting toegevoegd.

Loon- en prijsbijstelling tranche 2018

De loon- en prijsbijstelling tranche 2018 wordt toegevoegd aan de departementale begrotingen.

Diversen – Technische mutatie – Rijksbegroting in enge zin

Dit betreft voornamelijk overheveling van Regeerakkoord middelen van de Aanvullende Post bij Financien naar de VWS begroting. Onder meer (een deel van) het geld voor Regeerakkoord maatregelen G39 maatschappelijke diensttijd, H59 preventiemaatregelen, H62 onafhankelijke cliëntondersteuning, H65 belonen van uitkomsten en H68 sport. Daarnaast worden tot met 2021 extra middelen beschikbaar gesteld voor de aanpak van kindermishandeling (6,5 mln. in 2018 en 10,5 mln. in 2019–2021).

Diversen – Technische mutatie – Zorg

Dit betreft voornamelijk de loon- en prijsbijstelling tranche 2018 voor het Plafond Zorg.

BIKK Wlz

Dit is de bijstelling Bijdrage in Kosten van Kortingen (BIKK) naar aanleiding van de Startnota- en CEP-raming van het Centraal Planbureau. De BIKK is een rijksbijdrage die is ingesteld bij de invoering van het nieuwe belastingstelsel in 2001 en wordt ingezet om de lagere premieopbrengst als gevolg van de grondslagverkleining van de Wlz te compenseren. De BIKK volgt de ontwikkeling van de heffingskortingen. De bijstelling ontstaat doordat de heffingskortingen naar verwachting hoger uitvallen.

H74 compensatie lagere zorgpremies in ib-tarief, zt en aof-premie

Maatregelen in de curatieve zorg, zoals hoofdlijnakkoorden, waardoor de Zvw-uitgaven verlaagd worden, werken één op één door in een lagere nominale premie en inkomensafhankelijke bijdrage. De lagere nominale premie op zijn beurt werkt door in een lagere zorgtoeslag. De uitgavenraming voor de Zorgtoeslag wordt in verband hiermee verlaagd met 89 mln. in 2019, oplopend tot 415 mln. vanaf 2022.

M133 verlaging normpercentage zorgtoeslag paren

De zorgtoeslag van meerpersoonshuishoudens wordt vanaf 2019 verhoogd door het normpercentage te verlagen met 0,45%-punt.

M142 doorwerking verhogen algemene heffingskorting naar toeslagen

De verhoging van de algemene heffingskorting werkt door naar hogere uitkeringen via de referentiesystematiek. Hierdoor wordt er minder zorgtoeslag uitgekeerd.

Rijksbijdrage 18-

De bijstelling van de Rijksbijdrage 18- betreft de doorwerking van lagere uitgaven. De lagere uitgaven zijn het gevolg van de lagere raming van lonen en prijzen in de CEP-raming ten opzichte van de doorrekening bij Regeerakkoord.

Zorgtoeslag

Dit is de bijstelling van de uitgavenraming zorgtoeslag naar aanleiding van de Startnota- en CEP-raming van het Centraal Planbureau. De vaststelling van de nominale premie 2018 door zorgverzekeraars leidt tot een incidentele daling van de zorgtoeslag in 2018.

Diversen – Technische mutatie – Niet tot een ijklijn behorend

Deze post bevat Regeerakkoord effect H76 compensatie hogere zorgpremies in zorgtoeslag en M143 doorwerking aanpassing box 3 naar toeslagen. De bevriezing van het eigen risico op 385 euro leidt tot een lager gemiddeld eigen risico en een hogere nominale zorgpremie. Beide effecten worden meegenomen in de standaardpremie, die daardoor hoger uitvalt. Hiervoor worden verzekerden met een laag inkomen gecompenseerd via een hogere zorgtoeslag. Daarnaast leidt de verhoging van het heffingvrije vermogen in box 3 tot hogere uitgaven zorgtoeslag doordat meer huishoudens binnen het vrijgestelde vermogen zullen vallen.

Diversen – Niet-belastingontvangsten – beleidsmatige mutaties – Rijksbegroting in enge zin

Dit betreft voornamelijk de actualisatie van de opbrengstenraming van de ontvangsten als gevolg van de aanpak van wanbetalers (incidenteel 4,6 mln. in 2018).

Diversen – Niet-belastingontvangsten – technische mutaties – Rijksbegroting in enge zin

Dit betreft hoofdzakelijk een verhoging van de ontvangsten (en uitgaven) in verband met de tijdelijke Projectdirectie Antonie van Leeuwenhoekterrein (PD ALT).

Sociale zekerheid

SOCIALE ZEKERHEID: UITGAVEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018

79.485,7

81.602,7

83.806,2

85.554,0

88.005,0

Mee- en tegenvallers

         
 

Sociale zekerheid

         
   

Aio

29,3

24,2

25,2

25,2

26,3

   

Aow

– 95,2

– 102,6

– 143,0

– 129,0

– 118,0

   

A2 accreseffect inclusief aanpassing normeringssystematiek gf/pf

0,0

0,0

– 12,0

– 29,0

– 43,0

   

Brutering

12,5

260,3

394,6

638,8

573,0

   

Iva

31,4

47,4

60,9

72,1

85,5

   

Kinderbijslag

– 12,3

– 9,5

– 15,8

– 21,0

– 25,3

   

Kinderopvangtoeslag

56,5

127,0

112,5

100,1

92,6

   

Kindgebonden budget

– 102,6

– 121,4

– 111,9

– 108,1

– 111,1

   

Loon- en prijsontwikkeling

57,3

703,3

1.486,1

2.131,2

2.813,5

   

Participatiewet

– 65,6

– 206,8

– 282,2

– 245,0

– 156,3

   

Uitvoeringskosten uwv

0,0

– 45,5

– 45,8

– 43,5

– 40,1

   

Wajong

– 48,6

– 45,5

– 41,3

– 37,6

– 36,1

   

Wazo

– 27,1

– 33,9

– 37,0

– 30,5

– 27,0

   

Wga

– 79,9

– 69,1

– 58,1

– 46,2

– 39,7

   

Ww

– 152,4

– 394,5

– 517,3

– 442,0

– 277,0

   

Zw

16,6

– 3,9

– 22,8

– 25,5

– 5,9

   

Diversen

– 13,8

– 17,8

– 27,9

– 40,0

– 37,5

     

– 393,9

111,7

764,2

1.770,0

2.673,9

Beleidsmatige mutaties

         
 

Sociale zekerheid

         
   

Dekking nominaal onvoorzien

67,4

– 57,7

– 55,1

– 71,8

– 53,9

   

Eindejaarsmarge

78,9

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Financieringssystematiek maatschappelijke begeleiding

– 40,5

14,2

9,1

0,0

0,0

   

In=uit taakstelling

– 83,5

0,0

0,0

0,0

0,0

   

I80 meer face-to-face uwv voor werkloosheid

0,0

40,0

40,0

40,0

40,0

   

I81 meer face-to-face uwv voor arbeidsongeschiktheid

0,0

30,0

30,0

30,0

30,0

   

I83 toerekening wga-lasten werkgever inkorten naar 5 jaar

1,0

8,0

18,0

30,0

40,0

   

I84 loondoorbetaling bij ziekte kleine werkgevers voor nieuwe gevallen

0,0

0,0

5,0

217,0

299,0

   

I86 collectiviseren transitievergoeding mkb

0,0

0,0

100,0

100,0

100,0

   

I87 5 weken kraamverlof en 6 weken adoptieverlof

0,0

1,0

89,0

171,0

171,0

   

I88 intrekken wetsvoorstel uitbreiding kraamverlof van 2 naar 5 dagen

– 1,0

– 62,0

– 63,0

– 64,0

– 64,0

   

I89 extra budget voor inspectie szw

13,0

25,0

31,0

38,0

50,0

   

I90 loondispensatie ipv loonkostensubsidie

0,0

– 10,0

– 25,0

– 40,0

– 55,0

   

I91 20.000 extra beschutte werkplekken

0,0

9,8

28,8

49,0

63,3

               
   

I92 bestrijden van schulden en armoede bij gezinnen met kinderen

30,0

25,0

25,0

0,0

0,0

   

I93 taalles bij integratie

0,0

50,0

60,0

70,0

70,0

   

I94 aanscherpen schattingsbesluit wia van 3x3 naar 9 banen

3,0

– 5,0

– 22,0

– 39,0

– 51,0

   

Kasschuiven plafond sociale zekerheid

– 78,9

9,9

9,9

9,9

9,9

   

Loondispensatie

0,0

5,2

13,2

20,0

29,7

   

M136 kindgebonden budget later afbouwen voor paren

0,0

48,0

494,0

496,0

485,0

   

M137 verhogen kinderopvangtoeslag

22,0

225,0

240,0

250,0

250,0

   

M138 verhogen kinderbijslag

0,0

250,0

250,0

250,0

250,0

   

M139 beperken jaarlijkse afbouw ahk bijstand

0,0

14,0

37,0

60,0

69,0

   

Overheveling sociaal domein participatie

0,0

– 513,8

– 513,8

– 513,8

– 513,8

   

Participatiewet

115,6

70,0

– 18,7

– 70,5

– 101,1

   

Wet tegemoetkomingen loondomein

493,0

930,0

885,0

885,0

885,0

   

Diversen

5,4

47,8

96,4

68,3

92,8

     

625,4

1.154,4

1.763,8

1.985,1

2.095,9

Technische mutaties

         
 

Sociale zekerheid

         
   

Brutering

4,0

53,2

121,1

246,7

342,3

   

I89 extra budget voor inspectie szw

– 13,0

– 25,0

– 31,0

– 38,0

– 50,0

   

Nominale ontwikkeling

– 75,0

– 223,9

– 618,9

– 1.010,9

– 1.370,9

   

Participatiewet

187,4

164,1

112,9

116,0

60,6

   

Ww

– 8,2

– 132,9

– 193,7

– 244,5

– 344,8

   

Diversen

10,0

– 106,7

– 108,2

– 58,7

– 61,7

     

105,2

– 271,2

– 717,8

– 989,4

– 1.424,5

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

336,8

994,8

1.810,0

2.765,5

3.345,3

Stand Voorjaarsnota 2018

79.822,5

82.597,5

85.616,2

88.319,5

91.350,3

SOCIALE ZEKERHEID: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018

1.021,9

1.034,4

1.078,7

1.074,3

1.095,8

Mee- en tegenvallers

         
 

Sociale zekerheid

         
   

Correctie sociale lasten ufo

– 46,0

– 46,0

– 46,0

– 46,0

– 46,0

   

Kindgebonden budget

– 40,3

– 42,3

– 41,3

– 39,1

– 37,9

   

Diversen

– 23,1

– 2,7

11,7

23,6

28,4

     

– 109,4

– 91,0

– 75,6

– 61,5

– 55,5

Technische mutaties

         
 

Sociale zekerheid

         
   

Diversen

5,8

7,6

3,7

– 0,8

– 6,7

     

5,8

7,6

3,7

– 0,8

– 6,7

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

– 103,6

– 83,4

– 71,8

– 62,2

– 62,2

Stand Voorjaarsnota 2018

918,3

951,0

1.007,0

1.012,1

1.033,6

AIO (Aanvullende Inkomensondersteuning Ouderen)

De uitkeringslasten voor de Aanvullende Inkomensondersteuning Ouderen (AIO) worden met de nieuwe raming opwaarts bijgesteld. Dit is met name het gevolg van een opwaartse bijstelling van het aantal AIO-huishoudens in de komende jaren. Daarnaast wordt ook de hoogte van de gemiddelde aanvulling opwaarts bijgesteld.

AOW (Algemene Ouderdomswet)

Op de Algemene Ouderdomswet (AOW) treedt een meevaller op. Dit komt doordat de verwachting van het aantal AOW-gerechtigden, de uitgaven aan AOW-partnertoeslag, de gemiddelde AOW-opbouw en het aandeel alleenstaanden (die recht hebben op een hogere AOW-uitkering) naar beneden zijn bijgesteld.

A2 accreseffect inclusief aanpassing normeringssystematiek GF/PF

Bij Startnota is een aantal onderdelen van de integratie-uitkering sociaal domein (IUSD) naar de algemene uitkering (AU) van het Gemeentefonds overgeheveld. Hierdoor genereren deze onderdelen vanaf 2020 accres en krijgen ze geen loon- en prijsontwikkeling meer uitgekeerd.

Brutering

Bruteringen houden verband met de koppeling van diverse uitkeringen aan het netto minimumloon. Een brutering komt voor als er een verschil ontstaat tussen de bruto en de netto uitkering. Hierdoor kunnen de uitgaven van SZW stijgen of dalen terwijl de belastinginkomsten één-op-één meebewegen. Een brutering heeft geen effect op het saldo van de overheid. Om deze reden wordt het uitgavenplafond Sociale Zekerheid gecorrigeerd voor bruteringen.

Bij Startnota waren er nog geen uitgavenplafonds. Om die reden is de brutering zichtbaar bij de mee- en tegenvallers. Feitelijk betreft dit dus een technische mutatie waar het uitgavenplafond Sociale Zekerheid voor gecorrigeerd wordt.

IVA (Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten)

De Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA)-uitgaven worden opwaarts bijgesteld. Dit komt met name door een hoger aantal uitkeringen. Uit realisatiecijfers van het UWV blijkt dat het aantal mensen dat uitstroomt uit de IVA lager is dan verwacht. Op basis hiervan wordt de komende jaren minder uitstroom verwacht ook en daarmee meer mensen in de IVA. Dit effect wordt enigszins beperkt doordat er minder mensen doorstromen vanuit de WGA.

Kinderbijslag

De raming van de uitkeringslasten kinderbijslag (AKW) is neerwaarts bijgesteld. Dit is vooral het gevolg van de aangepaste volumeprognose van de SVB. Volgens de nieuwe raming zijn er minder kinderen dan eerder werd aangenomen.

Kinderopvangtoeslag

De kinderopvangtoeslagraming (KOT) is opwaarts bijgesteld. Het gebruik van de kinderopvangtoeslag is in 2017 sterker gestegen dan eerder verwacht; dit werkt structureel door. Daarnaast stijgt het gebruik van kinderopvangtoeslag in 2018 en verder naar verwachting sterker dan eerder geraamd. Dit komt door gunstigere verwachtingen ten aanzien van de conjuncturele ontwikkeling.

Kindgebonden budget

Bij het kindgebonden budget (WKB) treedt een meevaller op. De gunstigere economische ontwikkeling leidt tot hogere inkomens en daarmee lagere uitgaven aan het kindgebonden budget.

Loon- en prijsontwikkeling

De loon- en prijsbijstelling tranche 2018 wordt overgemaakt naar de departementale begrotingen.

Participatiewet

De raming van de participatiewet heeft betrekking op de bijstand, inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen (IOAZ) en bijstand voor zelfstandigen (Bbz). Deze post betreft voornamelijk de doorwerking van het regeerakkoord op de bijstandsuitgaven. Daarnaast is de raming neerwaarts bijgesteld door de verwerking van de realisatiecijfers over 2017 in de ramingen voor de regelingen IOAW, IOAZ en Bbz. In de begrotingsregels die door dit kabinet zijn vastgesteld is afgesproken dat de conjuncturele component van de bijstand en WW buiten het uitgavenplafond zijn geplaatst. Hierdoor valt de verwerking van de realisatiecijfers 2017 in de bijstandsraming onder de technische mutaties.

Uitvoeringskosten UWV

De raming van de uitvoeringskosten van het UWV zijn neerwaarts bijgesteld. Dit betreft grotendeels de doorwerking van de meevaller op de WW uit het CEP 2018 op de uitvoeringskosten van het UWV.

Wajong

Op basis van realistatiegegevens van het UWV zijn de uitkeringslasten Wajong neerwaarts bijgesteld. Zo is de raming van het aantal personen met een Wajong-uitkering licht naar beneden bijgesteld. Daarnaast is ook de gemiddelde uitkering van werkende Wajongers licht gedaald.

WAZO (Wet Arbeid en Zorg)

De raming van de uitkeringslasten voor de Wet arbeid en zorg (WAZO) is neerwaarts bijgesteld. Dit is het gevolg van de aangepaste bevolkingsprognose van het CBS. Naar verwachting worden er de komende jaren minder kinderen geboren.

WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten)

De Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten (WGA)-uitgaven worden neerwaarts bijgesteld. Dit komt met name door een lager aantal uitkeringen. Uit realisatiecijfers van het UWV blijkt dat het aantal mensen dat instroomt in de WGA lager is dan verwacht. Ook is de uitstroom hoger dan verwacht. Dit zorgt ervoor dat het aantal mensen in de WGA lager uitkomt. De meevaller loopt af doordat er minder mensen doorstromen van de WGA naar de IVA.

WW (Werkloosheidswet)

Dit betreft de doorwerking van het regeerakkoord op de Werkloosheidswet (WW)-uitgaven. Als gevolg van de maatregelen in het regeerakkoord worden minder werklozen verwacht en daarmee minder mensen met een WW-uitkering. In de begrotingsregels die door dit kabinet zijn vastgesteld is afgesproken dat de conjuncturele component van de bijstand en WW buiten het uitgavenplafond zijn geplaatst. Bij Startnota waren er nog geen uitgavenplafonds. Om die reden is deze reeks zichtbaar bij de mee- en tegenvallers. Feitelijk betreft dit dus een technische mutatie waar het uitgavenplafond Sociale Zekerheid voor gecorrigeerd wordt.

ZW (Ziektewet)

De Ziektewet (ZW)-uitgaven worden neerwaarts bijgesteld. Dit is het saldo van een hogere gemiddelde uitkering en een lager aantal uitkeringen. De verwachtingen met betrekking tot het aantal WW’ers zijn neerwaarts bijgesteld. Daardoor worden er ook minder zieke WW’ers verwacht.

Diversen

Hieronder vallen onder andere de aanpassingen en herschikkingen op de budgetten voor het COA.

Dekking nominaal onvoorzien

De dekking voor de beleidsmatige reeksen op de SZW-begroting is afkomstig van de post nominaal onvoorzien (artikel 99).

Eindejaarsmarge

Dit betreft de toevoeging van de eindejaarsmarge 2017 aan de begroting van SZW.

Financieringssystematiek maatschappelijke begeleiding

In het vervolg krijgen gemeenten middelen voor maatschappelijke begeleiding via een decentralisatieuitkering. Dat geschiedt op basis van realisatiecijfers en leidt daardoor tot een verschuiving van uitbetalingen in de tijd.

In=uit taakstelling

Departementen kunnen onbestede middelen in 2017 met behulp van de eindejaarsmarge doorschuiven naar 2018. Als tegenhanger van de uitgekeerde eindejaarsmarges is de in=uit taakstelling op de aanvullende post ingeboekt, met de veronderstelling dat departementen ieder jaar een soortgelijk bedrag doorschuiven met behulp van de eindejaarsmarge. De in=uit taakstelling zal gedurende de uitvoering van begrotingsjaar 2018 worden ingevuld met onderuitputting.

I80 Meer face-to-face UWV voor werkloosheid

Op basis van het regeerakkoord investeert het kabinet in totaal 70 miljoen euro per jaar in extra persoonlijke begeleiding door het UWV. Hiervan wordt 40 mln. besteed aan de dienstverlening van UWV bij werkloosheid. De totale reeks van 70 mln. wordt gedeeltelijk overgeboekt naar het begrotingsgefinancierde hoofdstuk 15 (onderdeel Wajong), en gedeeltelijk naar het premiegefinancierde hoofdstuk 40 van de SZW-begroting (onderdelen WW en WGA).

I81 Meer face-to-face UWV voor arbeidsongeschiktheid

Op basis van het regeerakkoord investeert het kabinet in totaal 70 miljoen euro per jaar in extra persoonlijke begeleiding door het UWV. Hiervan gaat 30 mln. naar de dienstverlening bij arbeidsongeschiktheid. De totale reeks van 70 mln. wordt gedeeltelijk overgeboekt naar het begrotingsgefinancierde hoofdstuk 15 (onderdeel Wajong), en gedeeltelijk naar het premiegefinancierde hoofdstuk 40 van de SZW-begroting (onderdelen WW en WGA).

I83 Toerekening WGA-lasten werkgever inkorten naar 5 jaar

Op basis van het regeerakkoord wordt de periode waarvoor premiedifferentiatie geldt in de Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten (WGA) verkort van tien naar vijf jaar.

I84 Loondoorbetaling bij ziekte kleine werkgevers voor nieuwe gevallen

Op basis van het regeerakkoord wordt het tweede loondoorbetalingsjaar voor kleine werkgevers (tot 25 werknemers) gecollectiviseerd.

I86 Collectiviseren transitievergoeding mkb

Dit betreft een technische ophoging van de aanvullende post als reservering voor de plannen uit het regeerakkoord. Deze middelen zijn nog niet overgeheveld naar de departementale begroting. Deze technische ophoging is zichtbaar omdat het betrekking heeft op de middelen op de aanvullende post die onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid vallen.

I87 5 weken kraamverlof en 6 weken adoptieverlof

Op basis van het regeerakkoord is er voor partners per 1 juli 2020 de mogelijkheid om aanvullend kraamverlof van vijf weken op te nemen, welke dient te worden opgenomen in het eerste half jaar na de geboorte. Tevens wordt de huidige regeling voor adoptieverlof verruimd met 2 weken naar 6 weken. Deze uitbreiding geldt ook voor pleegouders. Hiervoor zijn in het regeerakkoord middelen vrijgemaakt.

I88 Intrekken wetsvoorstel uitbreiding kraamverlof van 2 naar 5 dagen

Op basis van het regeerakkoord wordt het reeds ingediende wetsvoorstel «uitbereiding kraamverlof» dat van 2 naar 5 dagen zou gaan (uitgekeerd door UWV), ingetrokken. In plaats hiervan wordt per 1 januari 2019 het huidige recht op kraamverlof voor partners van twee naar vijf dagen verlengd, waarbij werkgevers het volledige loon doorbetalen.

I89 Extra budget voor inspectie SZW

Op basis van het regeerakkoord ontvangt de inspectie SZW extra budget voor de handhavingsketen. Hiermee kan de inspectie beter toezicht gaan houden op het wettelijke minimumloon en intensiever toezicht gaan houden op schijnconstructies, onveilige en ongezonde arbeidsomstandigheden en uitbuiting tegengaan.

I90 Loondispensatie ipv loonkostensubsidie

Op basis van het regeerakkoord wordt in de Participatiewet het instrument van loonkostensubsidies vervangen door de mogelijkheid tot loondispensatie. Werkgevers kunnen daarmee onder het wettelijk minimumloon betalen, naar gelang van de verdiencapaciteit van de werknemer, en de gemeente vult het inkomen aan.

I91 20.000 extra beschutte werkplekken

Op basis van het regeerakkoord wordt het budget voor activering van en dienstverlening aan mensen in een kwetsbare positie verhoogd, waardoor er voor 20.000 extra personen de mogelijkheid voor beschut werk ontstaat. Dit leidt ertoe dat meer mensen met een beperking betaald werk kunnen verrichten.

I92 Bestrijden van schulden en armoede bij gezinnen met kinderen

Op basis van het regeerakkoord trekt het kabinet 80 mln. euro uit voor de bestrijding van schulden en armoede bij gezinnen met kinderen. Het grootste deel hiervan zal conform bestuurlijke afspraken via het gemeentefonds aan gemeenten worden overgemaakt middels een decentralisatieuitkering.

I93 Taalles bij integratie

Dit betreft een technische ophoging van de aanvullende post als reservering voor de plannen uit het regeerakkoord. Deze middelen zijn nog niet overgeheveld naar de departementale begroting. Deze technische ophoging is zichtbaar omdat het betrekking heeft op de middelen op de aanvullende post die onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid vallen.

I94 Aanscherpen schattingsbesluit WIA van 3x3 naar 9 banen

Op basis van het regeerakkoord zal voor personen die in de toekomst instromen in de WIA, scherper gekeken worden naar geschikt werk bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid (het schattingsbesluit).

Kasschuiven plafond Sociale Zekerheid

Hieronder vallen verschillende kasschuiven onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid. Dit betreft onder andere de voorfinanciering bijstand 2017 (bestuursakkoord verhoogde instroom asiel 2015). Deze kent een grote onderuitputting omdat gemeenten maar beperkt gebruik hebben gemaakt van deze regeling. Om deze voorfinanciering mogelijk te maken zijn eerder middelen van de bijstand middels een kasschuif naar voren gehaald. De niet aangevraagde middelen op de rijksbegroting worden conform afspraak weer in de oorspronkelijke jaren teruggezet door middel van een tegengestelde kasschuif.

Loondispensatie

In het regeerakkoord is de besparing als gevolg van het invoeren van loondispensatie in de Participatiewet gekoppeld aan de extra middelen voor activering en dienstverlening door gemeenten en de mogelijkheid voor beschut werk. In de hoofdlijnennotitie is de loonaanvullingsystematiek in de Participatiewet verder uitgewerkt. Deze uitwerking leidt op korte termijn tot een lagere besparing. Derhalve wordt de besparing gedeeltelijk weer uitgeboekt.

M136 Kindgebonden budget later afbouwen voor paren

Op basis van het regeerakkoord wordt het punt waarop de inkomensafhankelijke afbouw van het kindgebonden budget voor paren begint, verhoogd.

M137 Verhogen kinderopvangtoeslag

Op basis van het regeerakkoord wordt de kinderopvangtoeslag verhoogd.

M138 Verhogen kinderbijslag

Op basis van het regeerakkoord wordt de kinderbijslag verhoogd.

M139 Beperken jaarlijkse afbouw ahk bijstand

Op basis van het regeerakkoord wordt de jaarlijkse afbouw van de dubbele algemene heffingskorting in het referentieminimumloon voor de bijstand beperkt.

Overheveling sociaal domein participatie

Deze reeks hangt samen met de overheveling van een deel van de integratie-uitkering sociaal domein naar de algemene uitkering.

Participatiewet

De systematiek wordt onder andere aangepast voor de verwerking van statushouders in de bijstandsraming zodat de verhoogde instroom van statushouders al in het uitvoeringsjaar in het macrobudget Participatiewetuitkeringen wordt verwerkt. Hierdoor is er in de eerste jaren een tegenvaller. In latere jaren treden meevallers op. Hierbij is rekening gehouden met de nieuwste cijfers over de instroom van statushouders.

Diversen

Hieronder valt een aantal kleinere beleidsmatige mutaties onder het uitgavenplafond Sociale Zekerheid.

Brutering

Bruteringen houden verband met de koppeling van diverse uitkeringen aan het netto minimumloon. Een brutering komt voor als er een verschil ontstaat tussen de bruto en de netto uitkering. Hierdoor kunnen de uitgaven van SZW stijgen of dalen terwijl de belastinginkomsten één-op-één meebewegen. Een brutering heeft geen effect op het saldo van de overheid. Om deze reden wordt het uitgavenplafond Sociale Zekerheid gecorrigeerd voor bruteringen.

Bij Startnota waren er nog geen uitgavenplafonds. Om die reden is de brutering zichtbaar bij de mee- en tegenvallers. Feitelijk betreft dit dus een technische mutatie waar het uitgavenplafond Sociale Zekerheid voor gecorrigeerd wordt.

I89 extra budget voor inspectie SZW

Op basis van het regeerakkoord ontvangt de inspectie SZW extra budget voor de handhavingsketen. Hiermee kan de inspectie beter toezicht gaan houden op het wettelijke minimumloon en intensiever toezicht gaan houden op schijnconstructies, en onveilige en ongezonde arbeidsomstandigheden en uitbuiting tegengaan. Deze reeks betreft de dekking.

Nominale ontwikkeling

Deze mutatie betreft een aanpassing in de geraamde nominale ontwikkeling onder het uitgavenplafond Sociale Zekerheid als gevolg van CEP 2018-ramingen van loon- en prijsontwikkeling en als gevolg van mutaties in uitgavenramingen binnen de sociale zekerheid.

Participatiewet

Het macrobudget Participatiewetuitkeringen is bijgesteld aan de hand van de werkloosheidscijfers van het CPB (neerwaarts) en de verwerking van realisatiegegevens over 2017 (opwaarts). In de begrotingsregels is afgesproken dat het SZ-plafond hiervoor wordt aangepast.

WW (Werkloosheidswet)

De uitkeringslasten van de Werkloosheidswet (WW) zijn neerwaarts bijgesteld aan de hand van de werkloosheidscijfers van het CPB en de verwerking van realisatiegegevens over 2017. In de begrotingsregels is afgesproken dat het SZ-plafond hiervoor wordt aangepast.

Diversen

Hieronder vallen onder andere de bijdragen aan de programmaraad, het amendement van Kamerlid Weyenburg over de re-integratie van (ex-)kankerpatiënten in het arbeidsproces en dekking voor het landelijk schakelpunt werkgevers.

Correctie sociale lasten UFO

Dit betreft een technische correctie van de ontvangsten op het Uitvoeringsfonds voor de overheid (UFO-ontvangsten). Met deze correctie wordt de methodiek van het Centraal Planbureau overgenomen waarbij de UFO-ontvangsten (de door het UWV op overheidswerkgevers verhaalde bedragen) voortaan exclusief werkgeverslasten worden geboekt. Hierdoor sluiten de UFO-ontvangsten beter aan bij de uitkeringslasten, waarin de werkgeverslasten ook niet zijn meegeteld.

Kindgebonden budget

Meerjarig zijn de terugvorderingen neerwaarts bijgesteld. De lagere beschikkingenstand leidt tot minder terugvorderingen. Daarnaast sluiten voorschot en definitieve beschikking beter bij elkaar aan dan eerder verwacht. Ook dit leidt tot minder terugvorderingen.

Diversen

De post «diversen» bevat onder andere een aanpassing van de ontvangstenramingen voor de kinderopvangtoeslag.

Diversen

Hieronder vallen aanpassingen vanwege nominale ontwikkeling op de ontvangsten.

Zorg

ZORG: UITGAVEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018

77.744,1

82.317,2

87.205,6

92.414,0

97.710,8

Mee- en tegenvallers

         
 

Zorg

         
   

Actualisering uitgaven wlz

– 100,0

– 105,0

– 105,0

– 105,0

– 105,0

   

Eerstelijnszorg

– 33,9

– 33,9

– 33,9

– 33,9

– 33,9

   

Genees- en hulpmiddelen

– 352,2

– 348,9

– 349,2

– 349,4

– 349,4

   

Loon- en prijsontwikkeling

34,0

1.302,4

2.224,0

2.823,8

3.647,8

   

Persoonsgebonden budgetten

– 247,9

– 247,9

– 247,9

– 247,9

– 247,9

   

Ramingsbijstelling geneesmiddelen

– 100,0

– 100,0

– 100,0

– 100,0

– 100,0

   

Volledig pakket thuis

51,2

51,2

51,2

51,2

51,2

   

Vrijval nominaal en onverdeeld wlz

– 3,4

– 1,3

– 7,5

– 19,4

– 29,8

   

Zorg in natura

196,6

196,6

196,6

196,6

196,6

   

Diversen

– 36,9

– 36,9

– 36,9

– 36,9

– 36,9

     

– 592,5

676,3

1.591,4

2.179,1

2.992,7

Beleidsmatige mutaties

         
 

Zorg

         
   

A2 accreseffect inclusief aanpassing normeringssystematiek gf/pf

0,0

0,0

– 269,0

– 550,0

– 856,0

   

H51 hoofdlijnenakkoorden 2019–2021

0,0

– 460,0

– 1.190,0

– 1.920,0

– 1.920,0

   

H52 maatregelen genees- en hulpmiddelen

0,0

– 61,0

– 158,0

– 305,0

– 465,0

   

H54 gedragseffect derving eigen risico a.g.v. hla + geneesmiddelen

0,0

20,0

35,0

50,0

65,0

   

H55 gedragseffect stabilisatie eigen risico

39,0

80,0

105,0

130,0

125,0

   

H72 terugdraaien taakstelling bkz

0,0

136,0

208,0

213,0

188,0

   

Middelen voor interbestuurlijk programma

100,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Nominaal en onverdeeld wlz

– 1,0

32,0

19,0

5,0

– 14,0

   

Overheveling sociaal domein jeugdhulp

0,0

– 1.912,1

– 1.912,1

– 1.915,9

– 1.915,9

   

Overheveling sociaal domein volume wmo + jeugd tranche 2019 van z

0,0

– 76,3

– 76,3

– 76,3

– 76,3

   

Overheveling sociaal domein wmo

0,0

– 3.334,7

– 3.340,3

– 3.402,7

– 3.399,3

   

Ramingsbijstelling nhc in wlz-tarief

11,0

– 7,7

– 29,9

– 36,1

– 42,7

   

Verlaging veronderstelde onderuitputting zorg in natura

54,0

54,0

54,0

54,0

54,0

   

Verminderen overgangsproblematiek naar wlz

10,0

20,0

25,0

30,0

40,0

   

Diversen

– 16,1

34,8

42,2

18,0

10,0

     

196,9

– 5.475,0

– 6.487,4

– 7.706,0

– 8.207,2

Technische mutaties

         
 

Zorg

         
   

Loon- en prijsbijstelling tranche 2018

203,0

60,2

57,7

57,8

55,9

   

Loon- en prijsbijstelling 2018 jeugd

– 53,9

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Loon- en prijsbijstelling 2018 wmo

– 90,2

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Loon- en prijsbijstelling 2018 wmo en jeugd

0,0

– 154,2

– 154,5

– 156,2

– 156,2

   

Loon- en prijsontwikkeling

– 44,6

– 582,9

– 1.073,1

– 1.388,7

– 1.921,7

   

Overheveling middelen interbestuurlijk programma

– 100,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

– 98,3

– 109,4

– 109,6

– 103,2

– 80,5

     

– 184,0

– 786,3

– 1.279,5

– 1.590,3

– 2.102,5

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

– 579,5

– 5.584,9

– 6.175,3

– 7.117,1

– 7.317,1

Stand Voorjaarsnota 2018

77.164,7

76.732,2

81.030,3

85.297,0

90.393,6

ZORG: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018

5.187,5

5.430,5

5.689,1

5.957,2

6.232,4

Mee- en tegenvallers

         
 

Zorg

         
   

Diversen

– 24,5

– 15,3

– 9,7

– 5,7

– 0,8

     

– 24,5

– 15,3

– 9,7

– 5,7

– 0,8

Beleidsmatige mutaties

         
 

Zorg

         
   

H53 doorwerking maatregelen zvw (hla + geneesmiddelen)

0,0

– 43,0

– 92,0

– 141,0

– 184,0

   

H55 stabilisatie eigen risico 2018–2021

– 101,0

– 203,0

– 306,0

– 411,0

– 413,0

   

H67 verlaging eigen bijdragen wlz

– 16,2

– 44,8

– 30,5

– 30,5

– 30,5

     

– 117,2

– 290,8

– 428,5

– 582,5

– 627,5

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

– 141,7

– 306,1

– 438,2

– 588,2

– 628,3

Stand Voorjaarsnota 2018

5.045,8

5.124,4

5.250,9

5.369,0

5.604,1

Actualisering uitgaven wlz

Uit uitvoeringsgegevens over 2017 blijkt dat er ruimte is tussen het beschikbare Wlz-kader voor zorg in natura en persoonsgebonden budgetten en de raming in de begroting. Dit wordt structureel verwerkt in de begroting en betekent een verlaging van de uitgavenraming in 2018 met 100 mln.

Eerstelijnszorg

Op basis van de realisatiecijfers over 2017 worden de uitgaven voor eerstelijnszorg neerwaarts bijgesteld. Het gaat onder andere om lagere uitgaven aan zorg voor de zintuiglijk gehandicapten (13 mln.) en om lagere uitgaven aan verloskundige zorg (13 mln.).

Genees- en hulpmiddelen

De uitgaven aan genees- en hulpmiddelen zijn in 2017 ca. 350 mln. lager uitgevallen dan geraamd. Deze lagere uitgaven worden onder andere verklaard door de lagere koers van het Britse pond (via de Wet geneesmiddelenprijzen), de scherpe inkoop door verzekeraars en de effecten van financiële arrangementen. De lagere uitgaven worden structureel verwerkt in de begroting.

Loon- en prijsontwikkeling

Ten opzichte van de MEV-raming bij Miljoenennota is de raming van loon- en prijsontwikkeling in de zorg op basis van de CPB-raming bij Startnota naar boven bijgesteld.

Persoonsgebonden budgetten

In 2017 was sprake van een verschuiving tussen de verschillende leveringsvormen in de Wlz. Het gaat met name om een verschuiving van persoonsgebonden budget naar zorg in natura. Dit heeft geleid tot een overschrijding ten opzichte van het geraamde bedrag voor zorg in natura en een onderschrijding bij het persoonsgebonden budget. De gerealiseerde uitgaven per leveringsvorm weerspiegelen de voorkeuren van de cliënt voor de betreffende leveringsvorm. Dit wordt structureel verwerkt in de begroting.

Ramingsbijstelling geneesmiddelen

De uitgaven aan geneesmiddelen zijn in 2018 naar verwachting lager dan geraamd. Dit is onder andere het gevolg van prijsdruk op geneesmiddelen. Dit leidt tot een neerwaartse bijstelling van de uitgavenraming.

Volledig pakket thuis

De uitgaven binnen de Wlz aan volledig pakket thuis (VPT) zijn in 2017 51 mln. hoger uitgevallen dan geraamd. Dit is onder andere het gevolg van een verschuiving van extramurale zorg en persoonsgebonden budget naar VPT. Dit wordt structureel verwerkt in de begroting.

Vrijval nominaal en onverdeeld Wlz

Een deel van de middelen die gereserveerd waren als vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling 2017 blijkt niet nodig te zijn en valt vrij.

Zorg in natura

In 2017 was sprake van een verschuiving tussen de verschillende leveringsvormen in de Wlz. Het gaat met name om een verschuiving van persoonsgebonden budget naar zorg in natura. Dit heeft geleid tot een overschrijding ten opzichte van het geraamde bedrag voor zorg in natura en een onderschrijding bij het persoonsgebonden budget. De gerealiseerde uitgaven per leveringsvorm weerspiegelen de voorkeuren van de cliënt voor de betreffende leveringsvorm. Dit wordt structureel verwerkt in de begroting.

Diversen mee- en tegenvallers

Deze post betreft het saldo van diverse kleinere mee- en tegenvallers waaronder lagere uitgavenbij de geriatrische revalidatiezorg (– 19 mln.) en bij de overige curatieve zorg (– 21 mln.) en een tegenvaller bij Wlz buiten contracteerruimte (12 mln.).

A2 Accreseffect inclusief aanpassing normeringssytematiek gf/pf

De gereserveerde middelden voor de indexatie van de Wmo- en jeugdbudgetten die voorheen tot het uitgavenplafond behoorden, worden (met uitzondering van de middelen voor de indexatie van het budget voor beschermd wonen) vanaf 2020 afgeboekt omdat vanaf dat jaar de accressystematiek gaat gelden die vanuit het Uitgavenplafond voor de Rijksbegroting loopt (RA-maatregel A2).

H51 Hoofdlijnenakkoorden 2019–2021

In het regeerakkoord (RA) is opgenomen dat er opnieuw hoofdlijnenakkoorden worden gesloten over medisch-specialistische zorg, geestelijke gezondheidszorg, huisartsen- en multidisciplinaire zorg en wijkverpleging met een totale opbrengst die oploopt tot 1,92 miljard euro per jaar vanaf 2021 (RA-maatregel H51). Als de uitgaven onverwacht hoger uitvallen, dan wordt het macrobeheersingsinstrument ingezet.

H52 Maatregelen geneesmiddelen- en hulpmiddelen

In het regeerakkoord (RA) is een samenhangend pakket aan maatregelen opgenomen waarmee de uitgaven aan genees- en hulpmiddelen beter worden beheerst (RA-maatregel H52). Dit gebeurt zo veel mogelijk door een scherpere inkoop van genees- en hulpmiddelen (inclusief barcodering), een overheveling van extramuraal naar intramuraal en een aanpassing van de Wet geneesmiddelenprijzen. Sluitpost is een aanpassing van het Geneesmiddelenvergoedingensysteem (GVS). Waarbij de GVS-bijbetalingen per verzekerde per 2019 gemaximeerd worden op € 250 per jaar.

H54 Gedragseffect derving eigen risico agv hla + geneesmiddelen

De gematigde ontwikkeling van het verplicht eigen risico (als gevolg van het beperken van de curatieve zorguitgaven in het regeerakkoord) leidt tot een verlaagd remgeldeffect, dat wil zeggen extra zorgconsumptie en extra zorguitgaven (RA-maatregel H54).

H55 Gedragseffect stabilisatie eigen risico

In het regeerakkoord (RA) is besloten het verplicht eigen risico te stabiliseren op € 385. Dit leidt tot een verlaagd remgeldeffect, dat wil zeggen extra zorgconsumptie en extra zorguitgaven (RA-maatregel H55).

H72 Terugdraaien taakstelling BKZ

Bij de begrotingsvoorbereiding voor 2018 is een niet-ingevulde taakstelling op de zorguitgaven geboekt om het beeld voor het Uitgavenplafond Zorg sluitend te maken. Deze taakstelling wordt in het regeerakkoord (RA) teruggedraaid (RA-maatregel H72).

Middelen interbestuurlijk programma

Het Rijk en de VNG hebben in het Interbestuurlijk programma (IBP) afspraken gemaakt over de financiële consequenties van het Regeerakkoord. In het kader van het IBP heeft VWS 100 mln. in 2018 beschikbaar gesteld voor gemeenten.

Nominaal en onverdeeld Wlz

Dit betreft onder andere middelen voor een aantal technische correcties op de overheveling van budgetten in het kader van hervorming langdurige zorg.

Overheveling sociaal domein jeugd van z

Het jeugdbudget dat voorheen tot het Uitgavenplafond Zorg behoorde, wordt vanaf 2019 overgeheveld naar de algemene uitkering van het gemeentefonds en komt daarmee onder het Uitgavenplafond voor de Rijksbegroting.

Overheveling sociaal domein volume wmo + jeugd tranche 2019 van z

De gereserveerde middelden voor de volume-indexatie 2019 van de Wmo- en jeugdbudgetten die voorheen tot het uitgavenplafond zorg behoorden, worden (met uitzondering van de middelen voor de indexatie van het budget voor beschermd wonen) overgeheveld naar de algemene uitkering van het gemeentefonds en vallen daarmee onder het Uitgavenplafond voor de Rijksbegroting. De loon- en prijsindexatie 2018 en 2019 voor deze budgetten blijft conform reguliere begrotingssystematiek gereserveerd op de Wlz en wordt bij Voorjaarsnota van het betreffende jaar op basis van de dan actuele indices overgeheveld naar het gemeentefonds (Uitgavenplafond rijksbegroting).

Overheveling sociaal domein wmo van z

Het Wmo-budget dat voorheen tot het Uitgavenplafond Zorg behoorde, wordt (met uitzondering van het budget voor beschermd wonen) vanaf 2019 overgeheveld naar de algemene uitkering van het gemeentefonds en komt daarmee onder het Uitgavenplafond voor de Rijksbegroting.

Ramingsbijstelling NHC in Wlz-tarief

De NZa heeft de indexering van de normatieve huisvestingscomponent (NHC) in het Wlz-tarief voor de periode 2018–2022 vastgesteld op 2,5% per jaar. VWS neemt dit indexeringspercentage over voor de periode 2018–2022. De raming van de Wlz-uitgaven wordt hierop aangepast.

Verlaging veronderstelde onderuitputting zorg in natura

Op basis van actualisatiecijfers wordt de in de VWS-begroting veronderstelde onderuitputting van de Wlz-leveringsvorm zorg in natura vanaf 2018 verlaagd van 0,6% naar 0,3%. De in de begroting geraamde uitgaven vallen hierdoor 54 mln. hoger uit. Het budget dat beschikbaar is voor inkoop van zorg in natura verandert niet.

Verminderen overgangsproblematiek naar Wlz

Dit betreft middelen voor vermindering van de overgangsproblematiek van Wmo en/of Zvw naar de Wlz («zorgval»). Om de gevolgen van deze zogenaamde «zorgval» te verminderen (en maatwerkregelingen zoals extra kosten thuis en de meerzorgregeling te kunnen financieren) zijn extra middelen beschikbaar oplopend tot 40 mln. in 2022.

Diversen beleidsmatige mutaties

Dit is de optelsom van diverse mutaties waaronder een kasschuif bij het informatieuitwisselingsprogramma in de GGZ en lagere uitgaven aan een domeinoverstijgend experiment in 2018 voor kwetsbare ouderen die gebruik maken van zorg in verschillende domeinen.

Loon- en prijsbijstelling 2018 Wmo en jeugd

De betreft de overheveling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2018 voor de naar de algemene uitkering van het Gemeentefonds overgehevelde budgetten van Wmo en Jeugd.

Loon- en prijsontwikkeling

Ten opzichte van de CPB-raming bij Startnota is de raming van loon- en prijsontwikkeling in de zorg op basis van het CEP 2018 naar beneden bijgesteld.

Overheveling middelen interbestuurlijk programma

Het Rijk en de VNG hebben in het Interbestuurlijk programma (IBP) afspraken gemaakt over de financiële consequenties van het Regeerakkoord. In het kader van het IBP heeft VWS 100 mln. in 2018 beschikbaar gesteld voor gemeentes. Dit bedrag wordt overgeheveld van het uitgavenplafond zorg naar een decentralisatie-uitkering binnen het Gemeentefonds (uitgavenplafond rijksbegroting).

Diversen technische mutaties

Dit is de optelsom van verschillende overhevelingen van uitgavenplafond zorg naar uitgavenplafond rijksbegroting. Het gaat onder andere om middelen voor onafhankelijke cliëntondersteuning (– 15 mln.).

Diversen mee- en tegenvallers

De opbrengst uit eigen bijdragen in de Wlz is in 2017 25 mln. lager uitgevallen doordat er meer Wlz-zorg thuis geleverd wordt. De eigen bijdrage voor zorg thuis is lager dan die voor zorg in een instelling. Deze lagere opbrengst wordt structureel verwerkt in de raming.

H53 Doorwerking maatregelen Zvw (HLA + geneesmiddelen)

Het beperken van de curatieve zorguitgaven in het regeerakkoord (RA) als gevolg van de hoofdlijnenakkoorden en de maatregelen op het terrein van de genees- en hulpmiddelen leidt tot lagere ontvangsten van het verplicht eigen risico (RA-maatregel H53).

H55 Stabilisatie eigen risico 2018–2021

In het regeerakkoord (RA) is besloten het verplicht eigen risico te stabiliseren op € 385. Dit leidt tot een derving van de opbrengst van het eigen risico (RA-maatregel H55).

H67 Verlaging eigen bijdragen Wlz

In het regeerakkoord is besloten de vermogensinkomensbijtelling Wlz te halveren naar 4%. Daarnaast wordt de overgangstermijn van de lage eigen bijdrage aangepast naar 4 maanden; mensen betalen bij verhuizing naar een instelling of accommodatie voortaan 4 maanden de lage eigen bijdrage en daarna de hoge eigen bijdrage. Deze maatregel is van toepassing op cliënten die vanaf 2019 in een instelling komen wonen (geen effect op bestaande bewoners). Tot slot wordt het marginale tarief van de lage eigen bijdrage verlaagd naar 10%.

Gemeentefonds

B GEMEENTEFONDS: UITGAVEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

28.281,9

28.164,6

28.015,4

27.901,7

27.724,5

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Bijdrage abonnementstarief wmo

0,0

143,0

143,0

148,0

148,0

   

Overheveling sociaal domein (integratie algemene uitkering)

0,0

6.962,5

6.988,7

7.073,9

7.070,5

   

Overheveling sociaal domein (integratie decentralisatie-uitkering)

0,0

91,6

91,6

91,6

91,6

   

Overheveling sociaal domein jeugdhulp

0,0

– 1.127,0

– 1.147,6

– 1.166,5

– 1.166,5

   

Overheveling sociaal domein wmo

0,0

– 90,2

– 90,2

– 90,2

– 90,2

   

Verhoogde asielinstroom

78,4

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Wijziging betalingsverloop

21,4

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

1,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Sociale zekerheid

         
   

I91 20.000 extra beschutte werkplekken

0,0

5,4

15,0

24,6

33,2

   

Overheveling sociaal domein participatie

0,0

– 513,8

– 513,8

– 513,8

– 513,8

 

Zorg

         
   

Overheveling sociaal domein jeugdhulp

0,0

– 1.912,1

– 1.912,1

– 1.915,9

– 1.915,9

   

Overheveling sociaal domein wmo

0,0

– 3.334,7

– 3.340,3

– 3.402,7

– 3.399,3

   

Diversen

0,8

2,2

1,5

1,5

1,5

     

101,6

226,9

235,8

250,5

259,1

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Accres tranche 2018

343,9

343,9

343,9

343,9

343,9

   

Buurtsportcoaches

58,7

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Loon- en prijsbijstelling tranche 2018

47,6

202,8

203,1

205,3

205,3

   

Overheveling middelen ibp

100,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

– 27,8

14,2

19,5

– 10,5

– 10,5

 

Sociale zekerheid

         
   

Loon- en prijsbijstelling tranche 2018

60,3

58,2

56,4

55,5

54,8

   

Diversen

0,0

– 2,8

– 6,8

– 10,0

– 15,3

 

Zorg

         
   

Loon- en prijsbijstelling tranche 2018

188,8

45,8

45,8

45,8

45,8

   

Diversen

5,0

0,0

0,0

0,0

0,0

     

776,5

662,1

661,9

630,0

624,0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

878,1

888,9

897,7

880,4

882,9

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

29.159,9

29.053,5

28.913,1

28.782,2

28.607,4

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2018

29.159,9

29.053,5

28.913,1

28.782,2

28.607,4

B GEMEENTEFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2018

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijdrage abonnementstarief Wmo

In het Regeerakkoord is afgesproken dat er een abonnementstarief komt voor huishoudens die gebruikmaken van de Wmo-voorzieningen. Daarmee wordt een stapeling van eigen betalingen tegengegaan. De middelen worden toegevoegd aan de Algemene uitkering van het Gemeentefonds.

Overheveling sociaal domein

Het integreerbare deel van de Integratie-uitkering sociaal domein gaat vanaf 2019 op in de Algemene uitkering. Het betreft de IUSD Wmo, met uitzondering van Beschermd wonen, IUSD Jeugdhulp, met uitzondering van Voogdij/18+ en de IUSD Participatie, onderdeel Re-integratie klassiek. De budgetten worden op twee manieren bijeengebracht. Enerzijds vindt overheveling plaats van budgetten van integratie-uitkeringen (Wmo, participatie en jeugd) binnen het Gemeentefonds. Anderzijds wordt een reeks voor volumegroei 2019 toegevoegd, afkomstig uit het plafond zorg.

Verhoogde asielinstroom

Vanwege de verhoogde asielinstroom is in het Uitwerkingsakkoord Verhoogde Asielinstroom overeengekomen dat gemeenten extra middelen ontvangen. De uitkeringen aan gemeenten zijn gebaseerd op het daadwerkelijke aantal geplaatste statushouders. Uiteindelijk lag het aantal daadwerkelijk geplaatste statushouders in 2017 lager dan geraamd. Het niet gebruikte budget voor 2017 wordt doorgeschoven naar 2018.

Wijziging betalingsverloop

De uitbetalingen in 2017 aan gemeenten waren lager dan geraamd, omdat niet alle budgetten tijdig konden worden verdeeld. Dit komt vooral doordat nog niet alle verdeelmaatstaven definitief konden worden vastgesteld. Op het moment dat de definitieve verdeelmaatstaven beschikbaar zijn, wordt het verschil tussen begroting en uitbetalingen verrekend. Het Gemeentefonds wordt daarom voor 2018 met het overgebleven budget bijgesteld.

Diversen (beleidsmatige mutaties, Rijksbegroting in enge zin)

In 2017 was er geld over van het onderzoeksbudget. Hiervan wordt € 1 miljoen meegenomen naar 2018.

20.000 extra beschutte werkplekken

In het Regeerakkoord is afgesproken dat het budget voor activering van en dienstverlening aan mensen in een kwetsbare positie wordt verhoogd, waarmee voor 20.000 extra personen de mogelijkheid voor beschut werk ontstaat. De middelen worden toegevoegd aan het onderdeel Beschut werk van de integratie-uitkering sociaal domein.

Diversen (beleidsmatige mutaties, plafond zorg)

Dit betreft een toevoeging van middelen vanwege de maatregel in het regeerakkoord Verlaging eigen bijdrage wlz.

Accres tranche 2018

De omvang van het gemeentefonds ademt mee met de Rijksbegroting. Op basis van de geactualiseerde begroting van het Rijk voor 2018 ligt de accrestranche 2018 voor het gemeentefonds 343,9 mln. hoger dan verwacht ten tijde van de Miljoenennota.

Buurtsportcoaches

Dit betreft overboekingen van de begrotingen van de Ministeries van VWS (47 mln.) en OCW (11 mln.) ten behoeve van de buurtsportcoaches. Dit is onderdeel van het programma «Sport en bewegen in de buurt».

Loon- en prijsbijstelling tranche 2018 (plafonds Rijksbegroting in enge zin, Sociale zekerheid en Zorg)

Jaarlijks wordt de Integratie-uitkering sociaal domein gecorrigeerd voor loon- en prijsbijstellingen.

Overheveling middelen IBP

In het kader van het Interbestuurlijk programma is met de VNG afgesproken dat er een voorziening voor knelpunten in het sociaal domein wordt gevormd. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport draagt eenmalig € 100 miljoen bij. De middelen worden toegevoegd aan een decentralisatie-uitkering binnen van het Gemeentefonds.

Diversen (technische mutaties, plafond Rijksbegroting in enge zin)

Dit betreft diverse overboekingen van en naar de begrotingen van de Ministeries van SZW, VWS, OCW, BZK, IenW, EZK en JenV. Zo boekt SZW 27 mln. over naar het Gemeentefonds voor het vorkomen van schulden en bestrijding van armoede, boekt BZK 8 mln. over voor de kosten van het Referendum WIV, boekt IenW 8,3 miljoen over voor Bodemsanering, boekt BZK 7,3 mln. over voor Innovatieve aanpak energiebesparing, boekt JenV 5,3 mln. over voor Versterking gemeentelijke aanpak jihadisme en boekt SZW 3 mln. over voor Matchen op werk. Daar tegenover wordt vanuit het Gemeentefonds 28 mln. overgeboekt naar SZW vanuit de resterende middelen voor de verhoogde asielinstroom, wordt 3,9 mln. overgeboekt naar BZK voor DiGiD en Mijn overheid (doorbelasting GDI) en wordt 3 mln. overgeboekt naar JenV voor de zorg van Kinderen in een AZC.

Diversen (technische mutaties, plafond sociale zekerheid)

De hierboven genoemde reeks voor 20.000 extra beschutte werkplekken is neerwaarts bijgesteld vanwege de gewijzigde besparing op het invoeren van de loondispensatie.

Diversen (technische mutaties, plafond zorg)

Dit betreft een overboeking vanuit het Budgettair Kader Zorg van VWS in verband met het verlengen van pleegzorg tot de leeftijd van 21 jaar.

Provinciefonds

C PROVINCIEFONDS: UITGAVEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

2.187,7

2.166,9

2.148,1

2.074,8

2.064,8

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

     

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Accres tranche 2018

59,9

59,9

59,9

59,9

59,9

   

Beter benutten

16,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Voorbereidings- en uitvoeringskosten ooijen-wansum

35,6

30,5

30,5

10,2

0,0

   

Diversen

13,4

2,9

5,1

– 2,4

– 2,4

     

124,9

93,3

95,5

67,7

57,5

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

124,8

93,2

95,4

67,7

57,5

               

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

2.312,6

2.260,1

2.243,6

2.142,5

2.122,4

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2018

2.312,6

2.260,1

2.243,6

2.142,5

2.122,4

C PROVINCIEFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2018 (subtotaal)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2018

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Accres tranche 2018

De omvang van het provinciefonds ademt mee met de Rijksbegroting. Op basis van de geactualiseerde begroting van het Rijk voor 2018 ligt de accrestranche 2018 voor het provinciefonds 59,9 mln. hoger dan verwacht ten tijde van de Miljoenennota.

Beter benutten

Het Ministerie van IenW levert een bijdrage aan het Programma Beter Benutten. De middelen daarvoor worden via een decentralisatie-uitkering in het Provinciefonds overgemaakt aan de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Noord-Brabant, Limburg en Flevoland.

Voorbereidings- en uitvoeringskosten Ooijen-Wansum

Het Ministerie van IenW levert een bijdrage aan de voorbereidings- en uitvoeringskosten van de gebiedsontwikkeling Ooien-Wanssum. De middelen daarvoor worden via een decentralisatie-uitkering in het Provinciefonds overgemaakt.

Diversen

Dit betreft diverse overboekingen van en naar de begrotingen van de Ministeries van BZK, OCW, IenW, EZK en LNV van in totaal 21,1 mln. Na afronding worden de volgende bedragen overgeboekt. Het Ministerie van BZK boekt 0,5 mln. over naar het Provinciefonds omdat de vaste bijdrage voor de GDI-voorziening MijnOverheid vanaf 2018 wordt omgezet in een bijdrage op basis van gebruik. OCW boekt 4,0 mln. over voor het erfgoedprogramma aardbevingsgebied, IenW boekt 0,8 mln. over voor de realisatie van een waterstofvulpunt in Delfzijl ten behoeve van een pilot met OV-bussen op waterstof. IenW boekt 6,7 mln. over voor bodemsanering in het kader van de tweede tranche van het convenant «Bodem en Ondergrond». IenW boekt 0,6 mln. over voor de aansluiting van Lelystad Airport op de autosnelweg A6. IenW draagt eenmalig 0,5 mln. bij aan de Rijkscofinancieringsregeling Interreg V (CETSI) en de InterregProjectstimuleringsregeling V (PSR). EZK draagt 0,1 mln. bij aan het Value Data Centre. Ook boekt EZK 3,2 mln. over aan het Provinciefonds in het kader van de Mkb-innovatiestimulering Regio en Topsectoren. EZK boekt 1,4 mln. over om bij te dragen aan de implementatieagenda Smart Industry Hub van provincies. Verder draagt EZK via een decentralisatie-uitkering 1,4 mln. bij aan de na-ijlende effecten van mijnbouw in Limburg. Vanuit EZK wordt voor 1,8 mln. bijgedragen aan het Tidal Test Centre Grevelingendam voor het inversteringsprogramma Zeeland in stroomversnelling. Door LNV wordt, via een decentralisatie-uitkering, 0,3 mln. bijgedragen aan de provincie Gelderland in het kader van «Het mooiste natuurgebied van Nederland».

Infrastructuurfonds

A INFRASTRUCTUURFONDS: UITGAVEN

 

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2018 (excl. IS)

6.243,2

6.409,8

6.452,2

6.421,7

6.500,2

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Saldo 2017

83,5

0,0

0,0

0,0

0,0

     

83,5

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Afrekening prorail 3e tertaal 2017

40,7

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Beter benutten

– 49,4

0,0

0,0

0,0

0,0

   

D22 verhoging infrastructuurfonds

542,5

976,9

480,6

100,0

100,0

   

Diversen

– 22,8

– 16,8

– 22,1

– 13,5

– 6,7

     

511,0

960,1

458,5

86,5

93,3

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2018

594,5

960,0

458,5