Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 5. Ruimte en omgeving

A Algemene doelstelling

Een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Gericht op het realiseren van een concurrerend, duurzaam en leefbaar Nederland, waarin sprake is van regionale differentiatie en maatwerk.

B Rol en verantwoordelijkheid

Het huidige Rijksbeleid voor ruimtelijke ordening is beschreven in de in 2012 vastgestelde Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) (Kamerstukken II 2011/12, 32 660, nr. 50). Het ontwerp van de nieuwe Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zal naar verwachting medio 2019 gereed zijn, eind 2019 kan na inspraak de NOVI worden vastgesteld. Deze zal het kader vormen voor het omgevingsbeleid en de aanpak kenmerkt zich als integraal en gebiedsgericht. Er wordt gewerkt vanuit een richtinggevende en uitnodigende visie met duidelijke kaders die gebaseerd zijn op nationale belangen en die ruimte laat voor regionale en lokale activiteiten. In de nieuwe sturingsfilosofie heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) zowel een stimulerende als een regisserende rol.

De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de stelselherziening omgevingsrecht (Omgevingswet), gericht op een samenhangende benadering van de leefomgeving, eenvoudiger regels voor burgers en bedrijven en betere en snellere besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving. De Minister van BZK is ook verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijke ordening en het stimuleren van (de kwaliteit van) ruimtelijke investeringen.

Stimuleren

Het ruimtelijk beleid kent een selectieve beleidsinzet op de nationale belangen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), het Regeerakkoord van het kabinet Rutte-III en de Nationale Omgevingsvisie (na vaststelling in 2019). De Minister van BZK is hierbij (mede)verantwoordelijk voor:

  • •  Het zorgdragen voor een gestructureerde afstemming met de regio in de vorm van het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT), waarin het Rijk en de regio afspraken kunnen maken over afgestemde acties en investeringsbeslissingen;
  • •  Het – via de gebiedsagenda’s – in kaart brengen van de inhoudelijke samenhang tussen de verschillende onderdelen van het ruimtelijk-fysieke domein (o.a. woningbouw, bereikbaarheid, economie, energie, natuur en waterveiligheid). In het kader van de Nationale Omgevingsvisie worden de gebiedsagenda’s geactualiseerd en verbreed naar omgevingsagenda’s;
  • •  Het ontwikkelen van nationale ruimtelijke visies, zoals een visie op de ruimtelijke vertaling voor duurzame energieopwekking, -opslag en -transport in 2050 en een visie op verstedelijking en krimp;
  • •  De inhoudelijke inbreng vanuit het ruimtelijk beleid, een aspect van de fysieke leefomgeving, in de Nationale Omgevingsvisie;
  • •  De inbreng van ontwerp in ruimtelijke projecten en programma’s bij het Ministerie van BZK en het stimuleren van ontwerp bij projecten en programma’s, zowel interdepartementaal als bij andere overheden.

De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de stelselherziening omgevingsrecht. Deze omvat:

  • •  De bundeling, vereenvoudiging, stroomlijning en harmonisering van wet- en regelgeving met betrekking tot het fysieke domein;
  • •  De implementatie van het nieuwe stelsel via het implementatieprogramma Aan de slag met de Omgevingswet met een interbestuurlijk opdrachtgeverschap van Rijk, VNG, IPO en UvW;
  • •  Het ondersteunen van burgers, bedrijven en overheden bij de stelselherziening door het vergroten van kennis over het leren werken met de nieuwe wet- en regelgeving;
  • •  Het ontwikkelen van een landelijke voorziening in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO-LV) die ondersteunt bij de uitvoeringsprocessen van de Omgevingswet ondersteunen.
  • •  De realisatie en vaststelling van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).

Regisseren

De Minister van BZK heeft een systeemverantwoordelijkheid voor het goed laten verlopen van processen op het gebied van omgevingsbeleid en de ruimtelijke ordening, ongeacht wie verantwoordelijk is voor het resultaat of welke doelen worden nagestreefd. De Minister van BZK is vanuit deze rolopvatting eerstverantwoordelijk voor:

  • •  De uitvoering van de SVIR en voor het beheer en onderhoud van het stelsel van de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
  • •  Het opstellen, onderhouden en coördineren van nationale en Europese kaders en wet- en regelgeving op ruimtelijk gebied en ten aanzien van interbestuurlijke geo-informatie en de bijbehorende informatievoorziening;
  • •  Het vertalen en implementeren van relevante Europese beleidskaders;
  • •  Het samenwerken met het bedrijfsleven en wetenschap in een topteam geo-informatie om de gezamenlijke opgestelde toekomstvisie GeoSamen te realiseren. En het versterken van de samenhang in het geo-informatiebeleid;
  • •  Het zorg dragen voor zorgvuldige ruimtelijke keuzes en de structurele verankering van het ruimtelijk ontwerp in de beleidsprocessen en projecten van de ruimtelijke ontwikkeling van medeoverheden;
  • •  De verdere ontwikkeling van kennis van de fysieke leefomgeving ten behoeve van beleid in relatie tot maatschappelijke opgaven en het faciliteren van de toepassing daarvan door de andere overheden;

C Beleidsconclusies

Overdracht

De begroting van het beleid onder artikel 5 is per 1 januari 2018 overgedragen van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Dit volgde op de overdracht van de beleidsonderwerpen met het regeerakkoord «Vertrouwen in de toekomst».

De Ministeriële regelingen voor het toezicht in het kader van de Wet Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en de Wet Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) zijn per 1 juli 2018 in werking getreden.

BRO

Op 1 januari 2018 klonk het startsein voor de bouw van de Basisregistratie Ondergrond (BRO). Op dat moment trad de wet BRO en de regelgeving voor de eerste tranche in werking. De basisregistratie zal in de periode 2018–2022 stap voor stap gevuld worden met gevalideerde gegevens en informatie over de ondiepe en diepe ondergrond van Nederland: transparant, eenduidig en beschikbaar. Decentrale overheden en Rijkswaterstaat (RWS) spelen daarbij de hoofdrol. In 2018 heeft het programma BRO de hele keten ondersteund bij de eerste fase implementatie, gebruik en realisatie van de baten: #samenmakenwebro.

Omgevingswet

Gedurende 2018 zijn er bij het stelsel van Omgevingswet een aantal belangrijke mijlpalen behaald:

  • •  De vier basisbesluiten (AMvB’s) van het stelsel zijn in het Staatsblad gepubliceerd9;
  • •  De Invoeringswet is naar de Tweede Kamer verzonden voor parlementaire behandeling;
  • •  Het Invoeringsbesluit is in consultatie gegaan.
  • •  De Crisis- en herstelwet is behandeld en aangenomen in de Tweede Kamer.

Bovengenoemde producten zijn allemaal conform planning opgeleverd in 2018. Belangrijk hierbij is dat deze hoofdpunten en alle andere resultaten zijn behaald door een nauwe samenwerking met collegadepartementen, medeoverheden en een brede vertegenwoordiging vanuit het fysieke domein.

Ten aanzien van de ontwikkeling van het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) zijn, conform planning en in samenwerking met de ontwikkelpartners (Rijkswaterstaat, Geonovum, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Kadaster en Kennis- en exploitatiecentrum officiële overheidspublicaties (KOOP)), deelproducten geleverd die onderdeel vormen van het DSO. Mijlpaal was het opleveren in december 2018 van de try out versie van het DSO.

In nauwe afstemming met Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Interprovinciaal Overleg (IPO) en Unie van Waterschappen (UvW) zijn afspraken gemaakt over het toekomstige beheer van het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO-LV), resulterend in een beheersovereenkomst die in december door de Minister van BZK en de koepels is ondertekend.

In 2018 is verder gewerkt aan het integreren van de bouwparagraaf van de Woningwet inclusief het Bouwbesluit 2012 in de Omgevingswet. Op 31 augustus 2018 is het Besluit bouwwerken leefomgeving gepubliceerd (Staatsblad 2018, 291).

Het interbestuurlijke programma Aan de slag met de Omgevingswet heeft een aantal belangrijke mijlpalen behaald, zo heeft onder meer – op basis van de adviezen van het Bureau ICT Toetsing (BIT) – besluitvorming plaatsgevonden over de scope van het basisniveau van de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Verder zijn ook dit jaar weer vele bijeenkomsten georganiseerd, handreikingen gepubliceerd en is het Informatiepunt Omgevingswet met veel nieuwe inhoud verrijkt in voorbereiding op het leren werken met de Omgevingswet.

D Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 5 Ruimte en omgeving (bedragen x € 1.000)
   

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

   

2014

2015

2016

2017

2018

2018

2018

Art. nr.

Verplichtingen:

       

113.283

91.576

21.707

                 
 

Uitgaven:

       

107.456

107.235

221

                 

5.1

Ruimte

       

49.240

62.419

– 13.179

 

Subsidies

       

2.211

1.895

316

 

Programma Ruimtelijk Ontwerp

       

1.365

1.215

150

 

Basisregistraties

       

680

680

0

 

Gebiedsontwikkeling

       

6

0

6

 

Ruimtelijk instrumentarium (diversen)

       

160

0

160

 

Opdrachten

       

5.187

22.013

– 16.826

 

Architectonisch beleid

       

1.232

2.427

– 1.195

 

BRO

       

2.014

9.880

– 7.866

 

Gebiedsontwikkeling (diversen)

       

436

1.732

– 1.296

 

Geo-informatie (w.o BRO)

       

227

2.267

– 2.040

 

OLO

       

0

2.847

– 2.847

 

Nationale Omgevingsvisie

       

388

0

388

 

Uitvoering ruimtelijk beleid

       

16

0

16

 

Ruimtegebruik bodem (diversen)

       

17

268

– 251

 

Ruimtelijk instrumentarium (diversen)

       

821

2.217

– 1.396

 

Windenergie op zee

       

36

375

– 339

 

Bijdragen aan ZBO's / RWT's

       

28.651

20.523

8.128

 

Kadaster

       

22.959

20.523

2.436

 

Geo-informatie

       

2.982

0

2.982

 

Diverse bijdragen

       

2.710

0

2.710

 

Bijdragen aan medeoverheden

       

2.717

12.350

– 9.633

 

Projecten BIRK

       

0

4.950

– 4.950

 

Diverse bijdragen

       

167

0

167

 

Projecten Nota Ruimte

       

0

4.850

– 4.850

 

Projecten Bestaand Rotterdams Gebied

       

2.550

2.550

0

 

Bijdragen aan agentschappen

       

10.474

5.638

4.836

 

RVB

       

3.026

2.356

670

 

RWS

       

7.448

3.282

4.166

                 

5.2

Omgevingswet

       

58.216

44.816

13.400

 

Subsidies

       

5.000

6.000

– 1.000

 

Eenvoudig Beter

       

5.000

0

5.000

 

Stimuleringsregeling Implementatie Omgevingswet

       

0

6.000

– 6.000

 

Opdrachten

       

2.882

21.991

– 19.109

 

Eenvoudig Beter

       

665

20.119

– 19.454

 

Aan de Slag

       

2.217

0

2.217

 

Overige opdrachten

       

0

1.872

– 1.872

 

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

       

15

0

15

 

Aan de Slag

       

15

0

15

 

Bijdragen aan ZBO's / RWT's

       

13.559

0

13.559

 

Kadaster

       

9.652

0

9.652

 

Geonovum

       

3.029

0

3.029

 

ICTU

       

878

0

878

 

Bijdragen aan medeoverheden

       

1.570

0

1.570

 

Aan de Slag

       

1.570

0

1.570

 

Bijdragen aan agentschappen

       

35.190

16.825

18.365

 

RWS

       

0

16.825

– 16.825

 

Aan de Slag

       

33.558

0

33.558

 

RWS (Eenvoudig Beter)

       

990

0

990

 

RIVM

       

642

0

642

                 
 

Ontvangsten:

       

11.065

8.824

2.241

E Toelichting op de financiële instrumenten

Uitgaven

5.1 Ruimte

Subsidies

Programma Ruimtelijk Ontwerp

Een deel van het budget van de Actieagenda Ruimtelijke Ontwerp 2017–2020 is vastgelegd in meerjarige subsidies met de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam, het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, Architectuur Lokaal, de Academies van Bouwkunst en de Technische Universiteit Delft (leerstoel + netwerkprogramma met de Wageningen University & Research (WUR) en de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e)). Met deze programma’s sluit de Actieagenda direct aan op ontwikkelingen en concrete activiteiten in de praktijk en in het onderwijs. De subsidies zijn bedoeld om ontwerpend onderzoek in te zetten bij lokale en regionale transitie- en transformatie vraagstukken in de fysieke leefomgeving. De ervaringen uit deze projecten worden gedeeld op digitale platforms, handreikingen en masterclasses.

Verder is er in 2018 een 4-jarige projectsubsidie (2018–2021) van € 150.000 toegekend aan de Stichting Geofort met het doel het vergroten van kennis, inzicht en bewustwording van het belang van de geo-informatie bij het publiek. Met behulp van de financiering heeft Geofort in 2018 diverse nieuwe lesmodules en workshops kunnen ontwikkelen waarbij jongeren met ruimtelijke vraagstukken aan de slag gaan. Deze activiteiten zijn met een Europese prijs beloond.

Basisregistraties

De subsidies voor Basisregistraties betroffen de werkzaamheden die het Samenwerkingsverband Bronhouders Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) heeft uitgevoerd in het kader van de tweede tranche van de BGT-Transitie en de kwaliteitszorg voor de BGT. Daarnaast ging het om een subsidie aan Geonovum voor het basisprogramma. Dit basisprogramma is gericht op generieke ontwikkeling van standaarden en op verkenningen ten aanzien van innovatie.

Gebiedsontwikkeling

De subsidie betrof een deel van de werkzaamheden voor de organisatie de «Dag van de Duurzaamheid» op 10 oktober 2018. Zie http://www.dagvandeduurzaamheid.nl/.

Ruimtelijke Instrumentarium (diversen)

In het kader van de tentoonstelling Places of Hope in Leeuwarden; een tentoonstelling en een serie activiteiten over het gezamenlijk vormgeven van de toekomst van Nederland zijn een aantal activiteiten uitgevoerd door de Universiteit van Utrecht. Zie http://www.placesofhope.nl voor een overzicht van de activiteiten en resultaten. De Universiteit van Utrecht heeft een subsidie gekregen voor het opzetten en uitvoeren van het project «Wijken van de Toekomst».

Verder is een subsidie verstrekt voor het actualiseren van een handboek Grondbeleid.

Opdrachten

Architectonisch beleid

Met de Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp 2017–2020 hebben de Ministeries van (BZK) en Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW) hun inzet meerjarig bepaald. Het doel is de kracht van ontwerpend onderzoek bij urgente maatschappelijke vraagstukken effectief in te zetten, onder meer bij het opstellen van omgevingsvisies en -plannen. In 2018 is het budget ingezet voor een team ontwerpers genaamd het O-team. Daarnaast zijn de structurele middelen ingezet voor het programma Atelier X, waarmee ontwerpend onderzoek is ingezet op de thema’s energietransitie (klimaatakkoord), mobiliteitstransitie en verstedelijking, bevolkingsdaling/krimp en voor klimaatadaptatie. De middelen zijn onder andere ingezet bij klimaattafels, pilots voor regionale energietransitie en het opstellen van Regio Deals.

Het werkbudget van het College van Rijksadviseurs (CvR), en het organiseren van de Rijksprijs Gouden Piramide was hier begroot, maar is uiteindelijk via de bijdrage aan het Rijksvastgoedbedrijf uitgegeven. Dit verklaart het verschil op dit budget.

BRO

De opdrachten voor de Basisregistratie Ondergrond (BRO) betroffen in 2018 de initiële ontwikkeling van deze basisregistratie. De wet BRO is op 1 januari 2018 in werking getreden. Daarbij is de verplichting ingegaan voor de eerste drie registratieobjecten. De opdrachten die in dit tweede jaar van het Programma BRO zijn uitgezet hadden o.a. betrekking op: regeldrukonderzoek, onderzoek naar een aantal registratieobjecten, Juridische en ICT- ondersteuning, de inrichting van proeftuinen en de organisatie van «Roadshows».

De middelen voor het programma BRO waren begroot op het instrument opdrachten, maar zijn voor een groot deel bij 2e suppletoire begroting gemuteerd naar andere begrotingshoofdstukken voor de inzet van de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO), RWS en de WUR.

Gebiedsontwikkeling (diversen)

Voor wat betreft de taken rond energie en ruimte is in 2018 hard gewerkt aan de ruimtelijke principes voor de klimaattransitie (en het klimaatakkoord) en aan de ruimtelijke opgave van het klimaatakkoord ten behoeve van de Nationale Omgevingsvisie. Daarbij is een beroep gedaan op de inzet van ruimtelijk ontwerp ten behoeve van de klimaattafels van het klimaatakkoord. In 2018 is tevens werk gemaakt van de ondersteuning van gemeenten bij het uitwerken van regionale energiestrategieën in eigen omgevingsvisies en -plannen en zijn bijdragen geleverd aan de Routekaart voor Wind op Zee. Dit is later van start gegaan waardoor niet het hele budget is uitgeput.

In 2018 is uitvoering gegeven aan het eind 2017 interbestuurlijk vastgestelde Uitvoeringsprogramma van de Ruimtelijk Economische Ontwikkelstrategie (REOS) (Kamerstukken II 2017/18, 34 775, nr. 12). BZK heeft op een aantal acties de uitvoering (mede) bekostigd.

Daarnaast zijn er middelen ingezet als opdrachten en bijdragen in relatie tot de gebiedsontwikkelingen, die veelal een relatie hadden met het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Het Rijk doet dit – voor onderwerpen in het ruimtelijk fysieke domein – samen met de regio’s en andere partijen aan de hand van de gezamenlijke gebiedsagenda’s. In 2018 is prioriteit gegeven aan de verstedelijkingsopgave. Daarnaast is samen met de provincies Overijssel en Gelderland een concept-Omgevingsagenda Oost opgesteld. Voor de andere landsdelen is een aanpak uitgewerkt om in de komende twee á drie jaren ook daar Omgevingsagenda’s te gaan opstellen.

Geo-informatie (w.o. BRO)

Het grootste deel van het budget is bij 2e suppletoire wet ingezet op het instrument bijdrage aan ZBO’s / RWT’s.

Omgevingsloket -online (OLO)

Dit betreft de jaarlijkse opdracht aan het agentschap RWS ten behoeve van het beheer en onderhoud van het systeem Omgevingsloket-online (OLO). Het budget is ingezet voor beheer en doorontwikkeling van het OLO2 systeem waarmee de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO) en de Waterwet gefaciliteerd worden totdat de Omgevingswet in werking treedt. Het bedrag was gereserveerd voor het Omgevingsloket en het beheer en onderhoud van Omgevingsloket (OLO). Het gereserveerde bedrag is bij 2e suppletoire begroting herschikt naar bijdragen aan agentschappen. Het gaat hier om een bijdrage aan RWS.

Nationale Omgevingsvisie

Met het opstellen van de notitie «Kabinetsperspectief NOVI10» is de eerste stap gezet richting het ontwerp van de NOVI, die medio 2019 wordt opgeleverd.

Voor het opstellen van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zijn verschillende onderzoeken gedaan en bijeenkomsten georganiseerd. In vrijwel alle provincies heeft het RVO twee rondes gebiedsdialogen gefaciliteerd ten behoeve van de Nationale Omgevingsvisie. Het doel van deze dialogen was om input op te halen voor de NOVI en om de opgaven te verkennen waarvoor het nodig is om deze als één overheid op te pakken. De uitkomsten vormen mede belangrijke input voor de gebiedsgerichte uitwerking van de NOVI in omgevingsagenda’s en perspectiefgebieden.

Daarnaast heeft een onderzoeksbureau onderzoek gedaan naar het perspectief van burgers op de inhoudelijke thema’s van de Nationale Omgevingsvisie. Dit heeft geresulteerd in een aantal bruikbare inzichten voor de NOVI. Zo vinden burgers gezondheid en veiligheid de belangrijkste onderwerpen ten aanzien van de leefomgeving. Er is ook een specifiek onderzoek uitgevoerd onder jongeren. De inzichten worden in de (Ontwerp-)NOVI opgenomen.

Uitvoering ruimtelijk beleid

Bij 2e suppletoire begroting is budget herschikt. Deze middelen zijn in 2018 ingezet voor het beheer en onderhoud van het ruimtelijk instrumentarium, voor kennisontwikkeling over de uitvoering van het ruimtelijk beleid en ten behoeve van verkennend onderzoek voor de Nationale Omgevingsvisie. Veel aandacht trok Places of Hope in Leeuwarden, een tentoonstelling en een serie activiteiten over het gezamenlijk vormgeven van de toekomst van Nederland (zie voor een overzicht www.placesofhope.nl). In 2018 is de derde vervolgmeting van de monitor Infrastructuur en Ruimte verschenen (Kamerstukken II 2017/18, 32 660, nr. 68, Monitor Infrastructuur en Ruimte 2018). Bovendien zijn in 2018 wederom provincies en gemeenten in krimp- en anticipeerregio’s ondersteund door middel van het vergaren van kennis en het doen van experimenten.

Ruimtegebruik bodem (diversen)

In dit kader is in 2018 een opdracht radarverstoring windturbines 3e «elandproef» door TNO Defensie en Veiligheid uitgevoerd met als doel om knelpunten met radarverstoring in kaart te brengen voor windenergie op land. Dit kan inzicht bieden in wat wel en niet mogelijk is aan provincies en rijks coördinatieregeling (rcr)-coördinatoren en kan de basis vormen voor technische oplossingen in de vorm van inzet van extra radarinstallaties van over de grens, of nieuw te bouwen installaties in Nederland. De uitgaven hiervoor zijn lager uitgevallen dan geraamd.

De resultaten worden meegenomen in een Kamerbrief Monitor Wind op Land over 2018 van RVO.nl in het voorjaar 2019.

Windenergie op zee

In 2018 zijn de financiële middelen gebruikt voor de algemene beleidsvoorbereiding en uitvoering van een aantal opdrachten. Verder is er onderzoek gedaan naar een goede ruimtelijke afstemming van de bereikbaarheid van mijnbouwplatformen in de buurt van nieuw te bouwen windparken.

Verder is in het najaar, verwerkt in de 2e suppletoire begroting, een bijdrage verstrekt aan het agentschap Rijkswaterstaat voor de inzet voor beleidsondersteuning en advies voor de uitrol van windenergie op zee, alsmede voor monitoring en toezicht op doorvaart en medegebruik in de bestaande windparken voor de Hollandse kust.

Bijdragen aan ZBO’s / RWT’s

Kadaster

Betreft een structurele bijdrage aan het Kadaster. De bijdrage is besteed aan beheer en ontwikkeling van de landelijke voorzieningen van basisregistraties en in enkele gevallen ook het actueel houden van de inhoud. Tevens gaat het om beheer en ontwikkeling van de gezamenlijke verstrekkingsvoorziening voor geo-informatie Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK), het Nationaal GeoRegister in relatie tot Europese richtlijn INSPIRE (infrastructure for spatial information in Europe) en de beheerkosten van het landelijke online portaal voor ruimtelijke plannen.

Geo-informatie

De bijdragen onder Geo-informatie betroffen de doorontwikkeling van basisregistraties en voorzieningen in het kader van de Nationale Geo-Informatie-Infrastructuur. Voor de basisregistraties ging het om doorontwikkeling in samenhang. Daarnaast is een deel van deze middelen uitgegeven aan de exploitatie, beheer en onderhoud van de voorzieningen op basis van Europese verplichtingen, waaronder de implementatie van de Europese richtlijn INSPIRE, gericht op ontsluiting en harmonisatie van ruimtelijke gegevens.

Diverse bijdragen

Voor de BRO ging het om initiële realisatie van delen van deze basisregistratie. Voor de overige basisregistraties en voorzieningen zijn bijdragen versterkt aan de ketenpartners Kadaster, TNO, ICTU (ICT-Uitvoeringsorganisatie), Geonovum en RWS. Het betrof bijdragen voor de ontwikkeling van de standaarden, het Bronhouderportaal, de Landelijke Voorziening BRO en implementatieondersteuning.

Bijdragen aan medeoverheden

Projecten BIRK

Het Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit (BIRK) is ingezet ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit in stedelijke centra of stedelijke gebieden. Met een viertal BIRK-projecten, respectievelijk Breda Stationskwartier, Dordrecht, Provincie Zuid-Holland/Integrale Ontwikkeling Delft Schiedam (IODS) en Venlo Q4, bestaat er nog een subsidierelatie. In 2018 is geconstateerd dat na de bouw- en economische crisis de (bouw)werkzaamheden weer zijn vlot getrokken. Dit heeft ertoe geleid dat voor een aantal projecten, respectievelijk Breda Stationskwartier, Dordrecht en Venlo Q4, de einddatum is gewijzigd. Het laatste BIRK-project loopt tot en met 2024. Bij 2e suppletoire begroting zijn de middelen voor de projecten BIRK op basis van nieuwe inzichten in het verwachte kasritme gezet.

Diverse bijdragen

Bij 2e suppletoire begroting is € 150.000 toegevoegd voor het project Integrale Ontwikkeling Delft Schiedam. Afronding van het BIRK-project is voorzien in 2024.

Projecten Nota Ruimte

Bij 2e suppletoire begroting zijn de middelen voor de projecten Nota Ruimte op basis van nieuwe inzichten in het verwachte kasritme gezet. De resterende bedragen komen hiermee ook later tot betaling.

Projecten Bestaand Rotterdams gebied

Het programma «Bestaand Rotterdams gebied» (BRG) maakt onderdeel uit van het project «Mainportontwikkeling Rotterdam». Dit project heeft tot doel de Rotterdamse haven te ontwikkelen en gelijktijdig te zorgen voor een verbetering van het woon- en leefklimaat. Het BRG-programma omvat projecten die hieraan bijdragen: intensiveringsprojecten (reeds in 2009 afgerond) en leefbaarheidsprojecten. In 2018 heeft er met betrekking tot deze leefbaarheidsprojecten een jaarlijkse bijdrage plaatsgevonden van € 2.550.000,–. De realisatie van de leefbaarheidsprojecten loopt nog door tot 2021.

Bijdragen aan agentschappen

Rijksvastgoedbedrijf (RVB)

De uitgaven voor het College van Rijksadviseurs en de Rijksprijs Gouden Pyramide zijn verstrekt via de bijdrage aan het Rijksvastgoedbedrijf. De middelen waren echter begroot op het opdrachtenbudget van architectonisch beleid. Dit heeft geleid toe een overschrijding op dit onderdeel.

RWS

Rijkswaterstaat verricht activiteiten voor het Ministerie van BZK in het kader van de BeleidsOndersteuning- en Advisering (BOA). Hiervoor verstrekt BZK een bijdrage aan RWS. Bij 2e suppletoire begroting is een bedrag herschikt voor extra inzet van de BOA en voor de jaarlijkse opdracht aan het agentschap RWS ten behoeve van het beheer en onderhoud van het systeem Omgevingsloket-online. Het Omgevingsloket-online is de digitale voorziening waarin aanvragen om omgevingsvergunning en meldingen kunnen worden gedaan.

5.2 Omgevingswet

Subsidies

Eenvoudig beter

Met overdracht van de budgetten van het Ministerie van IenW naar het Ministerie van BZK, is de subsidiereeks «stimuleringsregeling Implementatie Omgevingswet» abusievelijk twee keer opgevoerd. Voor de toelichting op deze reeks wordt u verwezen naar onderstaande alinea.

Stimuleringsregeling Implementatie Omgevingswet

Per bestuursakkoord is in 2015 besloten om gezamenlijk met de medeoverheden de invoering van Omgevingswet tot een succes te maken. Onderdeel van deze afspraken is een subsidiereeks waarmee de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen (UvW) de achterban kunnen faciliteren in het werken met Omgevingswet.

In samenspraak met de beide koepels is in 2018 besloten het kasritme van deze reeks aan te passen naar aanleiding van het verzetten van de invoeringsdatum van de wet.

Opdrachten

Eenvoudig beter

Betreft een aantal kleinere opdrachten, waaronder onderzoeksopdrachten en advisering over het fysieke domein. Deze opdrachten hebben bijgedragen aan de producten die zijn opgeleverd of nog worden opgeleverd binnen het stelsel van Omgevingswet. Bij overdracht van de budgetten is in eerste instantie de verdeling tussen middelen voor invoering van de wet en de implementatie niet gemaakt. Dit verklaart het verschil in realisatie.

Aan de Slag

Het betreft opdrachten aan marktpartijen voor activiteiten zoals onderzoeken, adviezen, communicatieproducten. Dit zodat met ingang van 2021 betrokken partijen en organisaties kunnen werken met het nieuwe digitale stelsel omgevingswet.

Bij departementale herindeling van dossiers van het Ministerie van IenW naar het Ministerie van BZK per 1 januari 2018, is in eerste instantie de begrotingsstructuur van het Ministerie van IenW overgenomen. Deze structuur is bij de Ontwerpbegroting 2019 voor 2018 en verder aangepast aan de nieuwe situatie. Dit heeft geleid tot een correctie bij 2e suppletoire begroting inzake de instrumentkeuze.

Overige opdrachten

Bij departementale herindeling van dossiers van het Ministerie van IenW naar Ministerie van BZK per 1 januari 2018, is in eerste instantie de begrotingsstructuur van het Ministerie van IenW overgenomen. Deze structuur is bij de Ontwerpbegroting 2019 voor 2018 en verder aangepast naar de nieuwe situatie. Dit heeft geleid tot een correctie bij 2e suppletoire begroting inzake de instrumentkeuze.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Aan de Slag

Dit betreft de bijdrage aan het Ministerie van OCW voor het Informatieproduct Erfgoed. Na de transitie van de administratie van Aan de Slag (ADS) van RWS naar het Ministerie van BZK, is dit bedrag op dit instrument geboekt. In de eerste helft van 2018 is dit gerealiseerd.

Bijdragen aan ZBO’s / RWT’s

Kadaster

Het betreft hier de bijdrage voor de activiteiten die het Kadaster uitvoert in het kader van de ontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Samen met een aantal ontwikkelpartners, namelijk Rijkswaterstaat, KOOP, Geonovum, RIVM en Kadaster, werkt BZK aan de ontwikkeling en de implementatie van het DSO. Elke ontwikkelpartner zet daarvoor expertise in. Samen werken we aan een werkend DSO.

Het verschil met de ontwerpbegroting betreft de hieronder toegelichte indeling naar instrumenten.

Geonovum

Het betreft hier de bijdrage voor de activiteiten die Geonovum uitvoert in het kader van de ontwikkeling van het DSO.

Samen met ontwikkelpartner Geonovum werkt het Ministerie van BZK aan de ontwikkeling en de implementatie van het DSO. Geonovum ontwikkelt standaarden voor voerheidspublicaties en toepassingsprofiel voor omgevingsdocumenten. Aan de hand van deze standaarden kan informatieuitwisseling tussen organisaties en systemen in het Digitale Stelsel plaatsvinden.

Het verschil met de ontwerpbegroting betreft de hieronder toegelichte indeling naar instrumenten.

ICTU

Het betreft hier de bijdrage voor de activiteiten die ICTU uitvoert in het kader van de monitor op de implementatie van het digitale stelsel omgevingswet. Hiermee wordt beoogd te monitoren in hoeverre betrokken partijen en organisaties gesteld staan om te kunnen werken met het DSO.

Bij departementale herindeling van dossiers van het Ministerie van IenW naar het Ministerie van BZK per 1 januari 2018, is in eerste instantie de begrotingsstructuur van het Ministerie van IenW overgenomen. Deze structuur is bij de Ontwerpbegroting 2019 voor 2018 en verder aangepast naar de nieuwe situatie. Dit heeft geleid tot een correctie bij 2e suppletoire begroting inzake de instrumentkeuze.

Bijdragen aan medeoverheden

Aan de Slag

Het betreft hier de bijdrage voor de activiteiten die de medeoverheden uitvoeren in het kader van de ontwikkeling van het DSO en het leveren van invoeringsondersteuning voor de stelselwijziging

Bij departementale herindeling van dossiers van het Ministerie van IenW naar het Ministerie van BZK per 1 januari 2018, is in eerste instantie de begrotingsstructuur van het Ministerie van IenW overgenomen. Deze structuur is bij de Ontwerpbegroting 2019 voor 2018 en verder aangepast naar de nieuwe situatie. Dit heeft geleid tot een correctie bij 2e suppletoire begroting inzake de instrumentkeuze.

Bijdragen aan agentschappen

RWS

Bij departementale herindeling van dossiers van het Ministerie van IenW naar het Ministerie van BZK per 1 januari 2018, is in eerste instantie de begrotingsstructuur van Ministerie van IenW overgenomen. Deze structuur is bij de Ontwerpbegroting 2019 voor 2018 en verder aangepast naar de nieuwe situatie Dit heeft geleid tot een correctie bij 2e suppletoire begroting inzake de instrumentkeuze.

Aan de Slag

Het betreft hier de bijdrage voor de activiteiten die RWS uitvoert in het kader van de ontwikkeling van het DSO, de ontwikkeling van het Informatiepunt en het leveren van invoeringsondersteuning voor de stelselwijziging. Samen met ontwikkelpartner RWS werkt het Ministerie van BZK aan de ontwikkeling en implementatie van het DSO. Hiervoor is bij RWS een Informatiepunt ingericht met een loket waar informatie over de wetgeving en het DSO te vinden is op de website, danwel opgevraagd kan worden. Daarnaast voert RWS activiteiten uit om samen met betrokken partijen en organisaties kennis en gebruikerservaringen uit te wisselen en te borgen. Dit onder andere door praktijkproeven te organiseren dan wel bij te wonen.

Bij departementale herindeling van dossiers van het Ministerie van IenW naar het Ministerie BZK per 1 januari 2018, is in eerste instantie de begrotingsstructuur van het Ministerie van IenW overgenomen. Deze structuur is bij de Ontwerpbegroting 2019 voor 2018 en verder aangepast naar de nieuwe situatie. Dit heeft geleid tot een correctie bij 2e suppletoire begroting inzake de instrumentkeuze.

Daarnaast is de voorschotsystematiek van het Ministerie van BZK geïntroduceerd hetgeen tot meer kasuitgaven in 2018 heeft geleid dan in de oude systematiek was gepland.

RWS (Eenvoudig Beter)

Voor ondersteuning bij de invoering van het stelsel van Omgevingswet, neemt Eenvoudig Beter diensten af van Rijkswaterstaat. Inzet van deze expertise is een continuering van hetgeen gebruikelijk was bij het Ministerie van IenW.

Bij departementale herindeling van dossiers van het Ministerie van IenW naar het Ministerie van BZK per 1 januari 2018, is in eerste instantie de begrotingsstructuur van Ministerie van IenW overgenomen. Deze structuur is bij de Ontwerpbegroting 2019 voor 2018 en verder aangepast naar de nieuwe situatie. Dit heeft geleid tot een correctie bij 2e suppletoire begroting inzake de instrumentkeuze.

RIVM

Het betreft hier de bijdrage voor de activiteiten die het RIVM uitvoert in het kader van de ontwikkeling van het DSO. Het verschil met de ontwerpbegroting betreft de hierboven toegelichte indeling naar instrumenten.

Ontvangsten

Verkoop van bufferzonegronden

Zoals gemeld in de 2e suppletoire begroting zijn de opbrengsten van de verkoop van bufferzonegronden hoger uitgevallen dan geraamd (€ 2 mln.). De opbrengsten hebben in de huidige markt meer opgeleverd dan geraamd.

Noot 9: Kamerbrief 33 118-112 d.d. 24 september 2018

Noot 10: Kamerstuk II 2018–2019, 34 682, nr. 6