Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

3. BELEIDSPRIORITEITEN

Inleiding

In de Thorbeckelezing van oktober 2018 is benadrukt dat het openbaar bestuur met zijn tijd moet meebewegen. Anders kan het openbaar bestuur niet naar behoren functioneren. In de negentiende eeuw was dit ook de oproep van Thorbecke; een roep om een moderne overheid. Het afgelopen jaar heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) belangrijke stappen gezet om onze democratie en bestuur aan te passen aan deze tijd.

BZK staat voor een sterke en levende democratie en een slagvaardig openbaar bestuur waar inwoners uit het hele Koninkrijk op kunnen vertrouwen. Nu en in de toekomst. Als één moderne overheid zorgen we samen met medeoverheden dat mensen in hun dagelijks leven ervaren dat het beter gaat. Dat zij prettig samen kunnen wonen in betaalbare, veilige en energiezuinige woningen in een buurt waar iedereen meetelt en meedoet. We willen dat alle mensen het gevoel hebben dat de overheid er voor hen is.

Samen meer bereiken als één overheid

Een sterk openbaar bestuur is een openbaar bestuur dat de krachten bundelt. Onder regie van de Minister van BZK is het kabinet op 14 februari 2018 gestart met het interbestuurlijk programma (IBP) waarin Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen ambities hebben neergelegd over de gezamenlijke aanpak van enkele grote maatschappelijke opgaven van deze tijd, zoals de transitie naar duurzame energie, het tegengaan van eenzaamheid en het terugdringen van het aantal mensen met problematische schulden. BZK bevordert de interbestuurlijke samenwerking en voortgang van de maatschappelijke opgaven door de trekkers van de opgaven te ondersteunen met het vinden van de juiste kennis en expertise.

Deze voor onze inwoner belangrijke veranderingen en opgaven hebben we niet alleen samen met medeoverheden aangepakt. Ook de uitvoeringsorganisaties van BZK hebben dagelijks bijgedragen aan de aanpak van maatschappelijke opgaven. Het meest expliciete voorbeeld daarvan is het Regionaal ontwikkelprogramma van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). Het RVB heeft acht projecten opgezet om rijksvastgoed in te zetten voor maatschappelijk opgaven waaronder energietransitie en circulaire economie, versnellen van de woningbouw en werkgelegenheid en arbeidsparticipatie.

De regio is de plek waar kansen en uitdagingen samenkomen, maar iedere regio kampt weer met eigen uitdagingen. Met het afsluiten van Regio Deals in 2018 is een stevige impuls gegeven aan het wegwerken van de sociaaleconomische en fysieke achterstandspositie in Rotterdam-Zuid, de versterking van een duurzame economische structuur in Zeeland, het uitbouwen van de positie van Brainport en het beter benutten van het potentieel van het technologisch hart van de Europese ruimtevaart. Daarnaast zijn twaalf regio’s geselecteerd om in het voorjaar van 2019 een Regio Deal mee te sluiten, waaronder ook grensgebieden en/of gebieden die te maken hebben met bevolkingsdaling, zoals Noordoost Fryslân, Zuidoost Drenthe, Twente, Achterhoek en Parkstad Limburg. De voorbereidingen voor deze deals zijn gestart.

Driekwart van de Nederlandse bevolking woont in de stad en dit aantal neemt alleen maar toe. Steden zijn een motor voor economische groei, maar tegelijkertijd staat de sociale en fysieke leefbaarheid in steden stevig onder druk. De in 2018 afgeronde City Deals hebben o.a. het volgende opgeleverd:

Vanuit de City Deal «naar een digitale woonomgeving» zijn er ongeveer 5.000 woningen gedigitaliseerd. De deal wordt voortgezet in de samenwerkingsvorm onder de titel Connect-NL. De ambitie van Connect-NL en de provincie Noord-Brabant is om dit op te schalen naar ten minste 15.000 woningen. Dit helpt bewoners bij het krijgen van inzicht in de verduurzamingsmogelijkheden van hun huis en de bijbehorende kosten. Tegelijkertijd is er binnen de City Deal gewerkt aan het inventariseren van belemmeringen en juridische vraagstukken op het gebied van privacy, opslag en beheer van data en standaardisatie.

De City Deal Circulaire Stad heeft regionale strategieën opgeleverd om tot een circulaire stad te komen. De ervaringen van de steden en onderzoeksresultaten worden gebruikt in de ontwikkeling van circulair bouwbeleid. De City Deal «woning abonnement» is een katalysator voor «gebouw gebonden financiering». In regio’s met bevolkingsdaling komen strategische opgaven uit de Nationale Omgevingsvisie, zoals de ontwikkeling van het landelijk gebied, de energietransitie en fysieke en sociale leefbaarheid bij elkaar in hetzelfde gebied. Omdat deze regio’s kunnen bijdragen aan de transitie in heel Nederland heeft de Minister van BZK een nieuwe koers voor het programma aangekondigd. Samen met zes regio’s, betrokken provincies en departementen worden maatwerktrajecten (in de krimpregio’s: Noordoost Fryslân, Zuidoost Drenthe, Twente, Achterhoek en Parkstad Limburg) gestart, als ook twee expertisetrajecten (Oost Groningen en Zeeuws-Vlaanderen).

Grensregio's kunnen groeiregio's worden wanneer de mogelijkheden aan weerszijden van de grens worden benut, maar dat gaat niet vanzelf. In 2018 zijn nieuwe samenwerkingsinitiatieven met Nedersaksen, Noordrijn-Westfalen en Vlaanderen gestimuleerd. Op diverse terreinen is, samen met departementen, euregio’s en andere partijen, gewerkt aan het oplossen van ervaren knelpunten op het terrein van de grensoverschrijdende arbeidsmarkt en economie, onderwijs (diploma-erkenning, buurtaalonderwijs, stages) en mobiliteit. Verder zijn de grensstatistieken geëvalueerd, is een plan van aanpak voor grenseffecten opgesteld en zijn afspraken gemaakt over de structurele financiering van de grensinformatiepunten. Tot slot is in het najaar van 2018 de governance rondom de aanpak van grensoverschrijdende samenwerking bekrachtigd, tijdens regeringsonmoetingen met Noordrijn-Westfalen, Vlaanderen en bestuurlijk overleg met Nedersaksen. In deze governance is gekozen voor een meer thematische en regionaal gedifferentieerde aanpak, om de verschillende opgaven passend op te kunnen pakken (Kamerstukken II 2018/2019, 32 851, nr. 51).

Vernieuwing van de democratie en openbaar bestuur

Mensen moeten het gevoel hebben dat de overheid er voor hen is. Nederland digitaliseert en dat biedt grote kansen om dingen slimmer te doen. We willen als overheid, in de meest brede zin van het woord, die kansen benutten. Tegelijkertijd willen we dat de overheid toegankelijk blijft voor iedereen (Kamerstukken II 2017/18, 26 643, nr. 549), met respect voor de kernwaarden van onze democratie waaronder privacy, zelfbeschikking en gelijkheid. Integrale, inclusieve dienstverlening, rekening houdend met doenvermogen is daarom ons uitgangspunt en één van de speerpunten uit NL DIGIbeter, onderdeel van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie «Nederland Digitaal» (Kamerstukken II 2017/18, 26 643, nr. 541). NL DIGIbeter, een meerjarige brede agenda richt zich op de overheid en het contact met burgers en ondernemers. Onder regie van BZK en in nauwe samenwerking met medeoverheden, marktpartijen, maatschappelijke organisaties en wetenschap wordt de agenda uitgevoerd. In 2018 zijn we gestart met de nationale dialoog over publieke waarden en grondrechten in relatie tot nieuwe technologie. In december is het eerste verkennende onderzoek naar het gebruik van algoritmen binnen de overheid, vergezeld van een beleidsreactie aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II 2018/19, 26 643, nr. 588) en stemde het kabinet in met het wetsvoorstel elektronische publicaties. De ontwikkelingen op het gebied van digitalisering gaan razendsnel. Om ervoor te zorgen dat onze agenda dit tempo kan bijbenen, wordt NL DIGIbeter ieder jaar bijgewerkt.

Gericht op de ondersteuning van mensen die moeite hebben mee te komen in de huidige (digitale) samenleving, is in december de aanpak Digitale Inclusie naar de Kamer gestuurd (Kamerstukken II 2018/19, 26 643, nr. 583). De focus in dienstverlening op maat is in 2018 verlegd naar het verbeteren van de kwaliteit en toegankelijkheid. Deze aanpak is overheidsbreed en in samenwerking met het veld tot stand gekomen. Door deze brede aanpak kan een grotere groep Nederlanders digitaal vaardig worden. Naast deze aanpak levert het Ministerie van BZK een bijdrage aan digitale inclusie via de machtigingsfunctie. Dit is de mogelijkheid voor burgers, bedrijven en andere organisaties om iemand te machtigen in hun relatie met de overheid. In juli is de kamer over het programmaplan Machtigen geïnformeerd (Kamerstukken II 2017/18, 26 643, nr. 552). Op deze manier is het mogelijk bijvoorbeeld je dochter of broer te machtigen voor MijnOverheid.

De dienstverlening van MijnOverheid is in het afgelopen jaar stap voor stap verder verbeterd. MijnOverheid wordt een plek waarbij de burger zelf regie op zijn of haar gegevens kan (laten) voeren. Zo is er een Berichtenbox-app beschikbaar gekomen en is de activatie voor nieuwe gebruikers versimpeld. De overheid stimuleert gebruikers van MijnOverheid om hun berichten te lezen en hun e-mailadres actueel te houden. Bij deze verbeteringen worden gebruikersgroepen nauw betrokken.

Naast deze resultaten zijn in 2018 ook een aantal belangrijke resultaten behaald in de ontwikkeling van de basisinfrastructuur voor de digitale overheid (GDI). Zo is bijvoorbeeld het wetsvoorstel Digitale Overheid naar de kamer gestuurd (Kamerstukken II 2018, 34 972). Dit wetsvoorstel regelt dat burgers en bedrijven veilig en betrouwbaar kunnen inloggen bij de overheidsorganisaties. De wet geeft ook de mogelijkheid het gebruik van open ICT-standaarden te verplichten. In september is de eIDAS-Verordening in werking getreden die Europese burgers de mogelijkheid geeft met een Europees inlogmiddel toegang te krijgen tot alle digitale dienstverlening van de overheid.

We zijn een heel eind op weg met de Omgevingswet. Met de publicatie van vier besluiten (Omgevingsbesluit (Staatsblad 2018, 290), Besluit bouwwerken leefomgeving (Staatsblad 2018, 291), Besluit kwaliteit leefomgeving (Staatsblad 2018, 292), Besluit activiteiten leefomgeving (Staatsblad 2018, 293)) in het Staatsblad, is bij de stelselherziening Omgevingswet een belangrijke mijlpaal behaald. Deze vier besluiten bieden een brede grondslag voor regels en voorschriften met betrekking tot procedures, voor burgers, bedrijven en het bevoegd gezag. Daarnaast is in 2018 het Invoeringswet Ruimtelijke Ordening in consultatie geweest, is de Invoeringswet naar de Tweede Kamer verzonden voor behandeling en is Aanvullingswet Bodem (Kamerstukken II 2017/18, 34 861, nr. 2) door de Tweede Kamer aangenomen. Ook is in december de Vernieuwde Crisis- en herstelwet (Staatsblad 2018, 438) als opmaat naar de Omgevingswet aangenomen door de Tweede Kamer.

Daarnaast is na acht kwartalen van ontwikkelen eind 2018 een eerste integrale bèta versie van de landelijke voorziening van het DSO opgeleverd. Ook zijn er stabiele versies van standaarden gepubliceerd waarmee softwareleveranciers van gemeenten, provincies en waterschappen kunnen starten met het bouwen van de koppelingen tussen lokale systemen en de landelijke voorziening. In nauwe afstemming met Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Interprovinciaal Overleg (IPO) en Unie van Waterschappen (UvW) zijn afspraken gemaakt over het toekomstige beheer van het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO-LV), resulterend in een beheerovereenkomst die in december door de Minister en de koepels is ondertekend.

Voor de komende jaren heeft het kabinet dit jaar een vernieuwingsagenda opgesteld, om het verkiezingsproces te versterken. Deze vernieuwingsagenda is in nauwe samenwerking met de gemeenten die belast zijn met de organisatie van de verkiezingen opgesteld. Het uitgangspunt is dat iedereen die dat wil, moet kunnen volgen hoe de uitslag wordt berekend. Daarmee krijgen burgers vertrouwen in de digitale hulpmiddelen, die transparant en controleerbaar zijn. Daar werken wij als BZK aan. Verder willen we het stemmen toegankelijker maken en kiezers waar nodig hulp bieden. De voorbereidingen voor de realisatie van deze agenda zijn in 2018 gestart (Kamerstukken II 2017/18, 31 142, nr. 83).

Om tot een levende democratie te komen, waar burgers mee kunnen doen, is er in het afgelopen jaar een impuls gegeven aan de versterking en vernieuwing van de lokale democratie en het lokaal bestuur. Vanuit het Plan van aanpak Versterking lokale democratie (Kamerstukken II 2017/18, 34 775-VII, nr. 69) en bestuur en het samenwerkingsprogramma Democratie in Actie (Initiatief van BZK, de VNG en de beroeps- en belangenverenigingen) zijn activiteiten ondernomen, gericht op de verbinding tussen inwoners en bestuur, de ondersteuning van politieke ambtsdragers in de lokale democratie en een grotere weerbaarheid van het lokaal bestuur. Dit heeft onder andere geleid tot de ondersteuning van gemeenten om ruim baan te geven aan bewonersinitiatieven en Right to Challenge, een digitale leeromgeving voor raadsleden en gemeenteraden, verschillende proeftuinen digitale democratie en een verhoogde raadsvergoeding voor alle raadsleden in kleine gemeenten. Een groot deel van deze instrumenten werd gepresenteerd op de Dag van de lokale democratie op 16 november 2018.

Naast deze activiteiten is het afgelopen jaar geïnvesteerd in goede toerusting van al die raadsleden die dagelijks, met toewijding en hart voor de publieke zaak, werk maken van onze democratie. Zo is met de VNG overeengekomen dat de raadsvergoeding voor alle raadsleden in kleine gemeenten wordt verhoogd (Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 VII, nr. 37), is er een nieuw rechtspositiebesluit in werking getreden, waarin randvoorwaarden zijn gecreëerd voor een passende pensioenvoorziening voor raadsleden. Daarnaast zijn de mogelijkheden voor ondersteuning en functiegerichte scholing van politieke ambtsdragers verbeterd en kunnen alle raadsleden sinds maart 2018 gebruik maken van een geactualiseerd scholings- en professionaliseringsaanbod en een digitale leeromgeving. Maar investeren in de lokale democratie is breder, bijvoorbeeld in een krachtige gemeenteraad. Tussen BZK en de Vereniging van Griffiers is een Democratiepact gesloten ten behoeve van de professionalisering van griffiers. Verder is een pilot contactpunt ingericht voor de ondersteuning van lokale en decentrale politieke partijen die niet vertegenwoordigd zijn in de Tweede Kamer.

In maart 2019 zijn de Staten- en Waterschapsverkiezingen, waarna er weer nieuwe leden geïnstalleerd zullen worden. Voor deze leden hebben we het afgelopen jaar een digitale leeromgeving klaargezet zodat Statenleden en leden van het algemeen bestuur van Waterschappen een vliegende start kunnen maken in hun rol als volksvertegenwoordiger. Met deze en bovengenoemde maatregelen voor goed toegeruste volksvertegenwoordigers wordt tegemoetgekomen aan de adviezen van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) in het rapport «Voor de publieke zaak».

Werken aan maatschappelijke opgaven vergt dat ambtenaren in processen van co-creatie en co-realisatie samenwerken met externe partijen. Het Interdepartementaal Platform Integriteit Management (IPIM) onderzocht samen met andere publieke werkgevers en experts waar ambtenaren dan tegenaan lopen, welke dilemma’s zij ervaren en hoe zij geholpen kunnen worden zo’n proces op integere wijze vorm te geven. Belangrijke uitdagingen liggen op het gebied van informatiedeling, creativiteit en loyaliteit. Voldoende flexibiliteit binnen organisatieprocessen en voldoende ruimte en steun van de ambtelijke leiding blijken belangrijke factoren.

Bescherming van de democratie en grondrechten

In 2018 is nadrukkelijk aandacht besteed aan het thema weerbaar bestuur. Met 30 relevante organisaties is het Netwerk Weerbaar Bestuur opgericht, dat activiteiten en bijeenkomsten organiseert rond de veiligheid en integriteit van politieke ambtsdragers en versterking van kwetsbare werkprocessen binnen gemeenten om ondermijning vanuit georganiseerde criminaliteit tegen te gaan. Voor bewustwording en handelingsperspectief rond bedreiging van politieke ambtsdragers zijn in 2018 daarvoor onder meer een zelfscan veiligheid politieke ambtsdragers, een woningscan voor burgemeesters en wethouders en een Ondermijningsapp voor bestuurders en volksvertegenwoordigers gelanceerd en zijn gratis trainingen Omgaan met intimidatie en bedreigingen voor burgemeesters en wethouders beschikbaar gesteld. Ter versterking van het integriteitsbeleid is voorts onderzocht hoe de screening van kandidaat-bestuurders kan worden aangescherpt. Dit leidt begin 2019 tot een basisscan integriteit en in de loop van 2019 tot wetgeving inzake een verplichte VOG voor wethouders.

De bestuurlijk-preventieve aanpak van ondermijning heeft zich in 2018 gericht op de ontwikkeling van een gebiedsgerichte aanpak van gelegenheidsstructuren. Met analyse van (big)data is de uitvoering van de city deal Zicht op Ondermijning verder voortgezet. In samenwerking met onder meer het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), medeoverheden en maatschappelijke instellingen is de Actie-agenda Vakantieparken opgezet, met concrete activiteiten die in 2019 en 2020 worden uitgevoerd. In de Leerkring gebiedsgerichte aanpak ondermijning delen gemeenten periodiek hun ervaringen.

Voor het tegengaan van antidemocratische tendensen en ongewenste buitenlandse inmenging is in 2018 samen met SZW een afwegingskader problematisch gedrag ontwikkeld. Daarnaast is – met het oog op de verkiezingen in 2019 – ingezet op de aanpak van desinformatie, onder meer door de voorbereiding van een bewustwordingscampagne die begin 2019 wordt uitgevoerd.

Via de impuls Weerbaar Bestuur is in samenwerking met 24 gemeenten gestart met activiteiten die kunnen bijdragen aan beleidsontwikkeling en -innovatie op bovengenoemde onderdelen van de aanpak van weerbaar bestuur. Ook hebben elf provincies impulsvoorstellen ingediend voor de aanpak van vakantieparken. De betrokken gemeenten en provincies hebben hiervoor een financiële bijdrage ontvangen en cofinanciering geregeld. Via de websites http://www.politiekeambtsdragers.nl en http://www.weerbaarbestuur.nl zijn diverse instrumenten beschikbaar.

De verantwoordelijkheid van BZK in relatie tot de bescherming van de democratie en grondrechten gaat verder dan de weerbaarheid van bestuur. De AIVD staat voor de nationale veiligheid door tijdig dreigingen en risico’s te onderkennen die niet direct zichtbaar zijn. Nationale veiligheidsbelangen worden voortdurend bedreigd door terrorisme, cyber-, inlichtingenactiviteiten en heimelijke (politieke) beïnvloeding door statelijke actoren in een veranderende geopolitieke context. De huidige jihadistische dreiging kenmerkt zich door een «nieuw normaal», namelijk een voortdurende dreiging van aanslagen in en tegen het Westen van mondiaal opererende jihadistische organisaties en lokale jihadistische bewegingen of radicaal-islamistische individuen. Dat manifesteerde zich in 2018 met een drietal incidenten waarbij enkele slachtoffers zijn gevallen. Daarnaast zijn diverse aanhoudingen verricht van personen die voorbereidingen voor aanslagen troffen. Eind september arresteerde de politie, na informatie van de AIVD, zeven jihadisten die een aanslag wilden plegen waarbij veel slachtoffers hadden moeten vallen. De dreiging van aanslagen door jihadisten die zijn geïnspireerd, gestimuleerd of aangestuurd door ISIS blijft aanwezig, ondanks het feit dat van het zogenaamde «kalifaat» nog nauwelijks grondgebied over is. Ook Al Qaida blijft de intentie houden het Westen te treffen.

Binnen de radicale islam focust de AIVD zich met name op het salafisme en heeft de AIVD een aantal uitgebreide analyses over het salafisme opgesteld. Ook probeert de AIVD de invloed van buitenlandse financiering van de activiteiten van salafisten in kaart te brengen. In dit kader heeft de AIVD het afgelopen jaar briefings verzorgd aan diverse gemeenten en andere overheidspartners. Landen neigen er steeds meer naar om hun eigen belangen te beschermen. Staten schuwen niet om via (digitale) spionage of sabotage hun eigen economische en/of politieke positie te verstevigen. De bedrijven die een vitale rol spelen in ons land hebben we geïnformeerd over spionage- en sabotagerisico's. Een complicerende factor bij deze risico's is dat specifieke (vitale) bedrijven werk uitbesteden aan bedrijven in andere landen die soms zeer nauwe banden met de staat of zelfs inlichtingendiensten hebben. Hierdoor kunnen andere landen belangrijke Nederlandse organisaties mogelijk beïnvloeden en/of daar effectiever spioneren. Daarnaast heeft in 2018 een prioritering en versnelling plaatsgevonden voor het inrichten van detectiefaciliteiten om (spionage)dreiging binnen het netwerkverkeer richting departementen te kunnen onderkennen. De AIVD werkt intensief samen met onder andere de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) om gevaren te onderkennen en in te dammen.

Door globalisering en digitalisering lijken grenzen nauwelijks meer te bestaan. Staten schuwen niet om via (digitale) spionage of sabotage hun eigen economische en/of politieke positie te verstevigen. Landen zetten digitale en klassieke middelen in met het doel om menings- en besluitvorming in Nederland in een voor hun gunstige richting te beïnvloeden. Ook zijn er landen die invloed proberen te houden op mensen die ooit geëmigreerd of gevlucht zijn naar Nederland. Daarbij is ook sprake van intimidatie van en geweld richting deze zogenaamde «tweede gemeenschappen». De AIVD heeft normbeelden opgesteld over mogelijke risico’s van migratie voor de nationale veiligheid. Deze vormden input voor de taskforce van het Ministerie van Buitenlandse Zaken ter ondersteuning van het lidmaatschap van Nederland van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

Per 1 mei 2018 is de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017) in werking getreden. Deze wet zorgt voor een modernisering van de bevoegdheden van de AIVD en meer waarborgen voor de persoonlijke levenssfeer van burgers. Een van die waarborgen is de instelling van de onafhankelijke Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) die de toestemming van de Minister voor de inzet van een bijzondere bevoegdheid toetst op rechtmatigheid, voorafgaand aan de inzet. In de eerste rapportages van de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) en ook Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) van eind 2018 wijzen deze commissies erop dat (delen van) de processen en systemen nog niet voldoende op orde zijn. De implementatie van de nieuwe Wiv vergt veel van de diensten. De Minister heeft aan de Tweede Kamer laten weten dat na de inwerkingtreding van de Wiv 2017 bleek dat de nieuwe wet meer impact op de diensten heeft dan bij de totstandkoming van de wet werd gedacht.

Wonen in energiezuinige woningen en in een prettige leefomgeving

Het klimaatakkoord heeft een forse stempel gedrukt op 2018 waarbij samen met departementen, medeoverheden en sectoren is gewerkt om de ambitie uit het regeerakkoord om 49% CO2-reductie te bereiken uit te werken. Het eerste resultaat is het ontwerp-klimaatakkoord dat op 21 december aan de Tweede Kamer is aangeboden (Kamerstukken II 2018/19, 32 813, nr. 263). Het programma Nederland Circulair is in 2018 aan de Kamer aangeboden, waarin de ambitie is uitgesproken 50% minder primaire grondstoffen in 2030 te gebruiken (Kamerstukken II 2017/18, 32 852, nr. 59). Dit kabinetsprogramma wordt uitgevoerd in samenwerking met partijen uit de bouw, te weten marktpartijen, consumenten, andere overheden en kennisinstellingen.

Regelgeving is tegen het licht gehouden om mogelijke belemmeringen voor de energietransitie op te heffen. In 2018 is het gebruik van aardgas bij nieuwbouw van woningen niet meer toegestaan (Staatsblad 2018, 197) en is gewerkt aan de nieuwe energieprestatie-eisen voor de nieuwbouw, een belangrijke stap in de richting van een CO2-neutrale gebouwde omgeving.

In 2018 heeft de Taskforce van de Bouwagenda een programmatische aanpak verder uitgewerkt waarin aan de hand van een aantal overkoepelende thema’s (roadmaps) het uitvoeringsprogramma is vormgegeven. Het doel hiervan is de bouwsector toekomstbestendig maken. Het bedrijfsleven, kennisinstellingen en de overheid werken samen om de bouwsector te versterken, bijvoorbeeld door het verduurzamen van woningen en een effectiever gebruik van grondstoffen. Gezien de opgave om de woningvoorraad te verduurzamen en het toenemend personeelstekort in de bouw is het van groot belang dat partijen in de bouw gezamenlijk werken aan innovatieve en kostenbesparende oplossingen.

Vanaf 2023 mogen kantoren met een oppervlakte van 100m2 of meer, met uitzondering van monumentale panden en enkele andere categorieën, alleen nog gebruikt worden als zij minstens energielabel C hebben (Kamerstukken II, 2016/17, 30 196, nr. 485).

Als onderdeel van een interbestuurlijk Programma Aardgasvrije Wijken is gestart met de selectie van grootschalige proeftuinen om buurten en wijken aardgasvrij te maken. De ervaringen uit de proeftuinen moeten leiden tot een aanpak die haalbaar en betaalbaar is.

Ook is een start gemaakt met het Innovatieprogramma aardgasvrije en frisse basisscholen. Met dit programma worden in circa tien pilots schoolgebouwen verduurzaamd tot aardgasvrije scholen met een goed binnenklimaat, met een opschaalbare aanpak.

Bij 90% van de labelplichtige transacties in de koopsector in 2018 is het energielabel overhandigd (bron: Kadaster/RVO). Ook de voorlichtingscampagne «Energie besparen doe je nu» is voortgezet, gericht op particuliere woningeigenaren en VvE’s. De Subsidieregeling energiebesparing eigen huis (SEEH) is in 2018 verlengd tot 2022. Het beroep op deze regeling is gegroeid en ook VVE’s vragen nu subsidie aan voor de onder meer groene meerjaren onderhoudsplannen.

Het beroep op het Nationaal Energiebespaarfonds (NEF) met laagrentende financiering voor individuele huiseigenaren en VvE’s was in 2018 zo groot dat het fonds werd uitgeput. Om deze reden zijn in 2018 vanuit de Rijksbegroting middelen toegevoegd aan het NEF, waarmee het NEF ook weer nieuw geld van private kredietverstrekkers zal aantrekken, zodat nogmaals € 300 mln. aan leningen kan worden verstrekt.

In de huursector heeft BZK in 2018 een versnelling van de energiebesparing nagestreefd door onder meer de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector (STEP), welke succesvol en volledig uitgeput is.

In 2018 nam wederom de vraag naar woningen toe, vooral in enkele grote stedelijke gebieden van het land. Deze woningbehoefte blijft stijgen en draagt bij aan verder oplopende krapte en stijgende prijzen op de woningmarkt. De overkomst van de omgevingswet en ruimtelijke ordening naar BZK maakt het mogelijk de regionale ontwikkeling en de bouwopgave integraal aan te sturen. Zo is met het opstellen van de notitie «Kabinetsperspectief NOVI» (Kamerstukken II, 2018/19, 34 682, nr. 6) de eerste stap gezet richting de ontwerp-NOVI (deze is medio 2019 gereed).

In 2018 zijn met verschillende partijen op nationaal niveau afspraken gemaakt om de woningmarkt te verbeteren. De verschillende partijen zetten in op 75.000 nieuw te bouwen woningen per jaar tot 2025. Zij doen dit door in te zetten op het vergroten en het versnellen van het aanbod, betaalbaarheid en een betere benutting van de huidige voorraad. Afspraken die vervolgens in de Nationale woonagenda zijn gemaakt, worden in verschillende snelheden en samenstellingen opgepakt en uitgewerkt.

In 2018 is de productie van nieuwbouwwoningen toegenomen. In 2018 heeft de Minister gesprekken gevoerd met de 5 stedelijke regio’s waar de krapte het grootst is over het versnellen en vergroten van de woningbouw, en de aanpak van de gevolgen van de krapte. Naast de nieuwbouw levert transformatie van leegstaande gebouwen sinds 2013 aanvullend gemiddeld tussen de 6.000 en 8.000 woningen per jaar op. Het aantal voor 2018 bedraagt 7.570 (https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/45/ruim-7–500-woningen-door-transformatie-van-gebouwen). Het totaal aantal nieuw opgeleverde woningen in 2018 bedraagt ca. 66.000 (https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/04/bijna-66-duizend-nieuwbouwwoningen-in-2018#id=undefined).

Om transformatie verder de te versnellen is in 2018 de Financieringsfaciliteit Binnenstedelijke Transformatie operationeel gemaakt, waarvoor in totaal € 38 mln. beschikbaar is gesteld. Vanuit deze financieringsfaciliteit worden geldleningen verstrekt aan initiatiefnemers van transformatieprojecten die in de markt onvoldoende financiering kunnen vinden om noodzakelijke voorinvesteringen te doen.

Ook in de vrije huursector wil het kabinet dat er meer betaalbare huurwoningen moeten komen. Daarom heeft het kabinet de aanbevelingen van de samenwerkingstafel Middenhuur (Kamerstukken II, 2017/18, 32 847, nr. 316)in de praktijk gebracht. Het online Platform marktverkenning waar gemeenten, investeerders en woningcorporaties elkaar kunnen vinden is gelanceerd. Door de markttoets te vereenvoudigen is mogelijk gemaakt dat woningcorporaties gemakkelijker middenhuurwoningen bouwen in wijken waar dat nodig is. Daarnaast is het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 gewijzigd om bestaande middenhuurwoningen te behouden en nieuwbouw te stimuleren.

De Autoriteit woningcorporaties (Aw) en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) werken samen in het programma Verticaal Toezicht (Kamerstukken II, 2018/19, 29 453, nr. 486). Om de consistentie tussen de gebruikte financiële normen te vergroten, en de administratieve lasten voor corporaties te verminderen is een samenwerkingsconvenant tussen Aw en WSW afgesloten.

Een Rijksdienst die met de tijd meegaat vraagt continue aandacht

Voor het huidige kabinet is het verduurzamen van Nederland een speerpunt. Ook via het eigen handelen wil de Rijksoverheid hieraan een bijdrage leveren. Het kabinet heeft de ambitie om de inkoopkracht van de overheid te benutten voor duurzame transities, innovatie en de inzet van kwetsbare groepen. De verduurzaming van de bedrijfsvoering heeft onder andere vorm en inhoud gekregen met het sluiten van het ontwerp-klimaatakkoord. Van daaruit is een investering gedaan in circa 25 projecten op het gebied van circulair en klimaatneutraal inkopen. Zo is onder andere geïnvesteerd in het vergroenen van ICT, het beter benutten van afval- en grondstofstromen en is het aantal vervoersbewegingen verminderd. Ook de portefeuille van het RVB biedt kansen de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie te versnellen. Met programma’s zoals Energierijk Den Haag ondersteunt het RVB de energietransitie in de Haagse binnenstad. In de periode 2008–2018 heeft het RVB 40% energie bespaard in onze kantoren door deze duurzaam te renoveren en installaties goed in te regelen (bron: Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk).

Naast de uitdagingen in relatie tot het klimaatakkoord, is de vraag naar (rijkskantoor)huisvesting voortdurend in beweging. Zo is de tijdelijke huisvesting voor het European Medicines Agency (EMA) gereed gemaakt en is de nieuwbouw voor de definitieve huisvesting in mei van start gegaan. Ook is in 2018 gestart met een nieuwe actualisatie van de masterplannen voor rijkskantoren, waarbij een gedetailleerde uitvraag naar de huisvestingsbehoefte van Ministeries voor de komende jaren plaatsvond. Afhankelijk van het verloop van de matching van de huisvestingsbehoefte (vraag) met de vastgoedportefeuille, zullen de conceptmasterplannen in de eerste helft van 2019 gereed zijn. Vervolgens worden de politiekrelevante aspecten aan de Tweede Kamer gerapporteerd.

Om stappen te kunnen blijven zetten, is er blijvend aandacht voor een meer diverse samenstelling en een inclusieve cultuur van het rijksoverheidspersoneel. Zo is het Rijk als inclusieve organisatie met divers samengestelde teams één van de zeven focuspunten in het Strategisch Personeelsbeleid 2025, zoals omschreven in het rapport «In het hart van de publieke zaak» (Kamerstukken II 2017/18, 31 490, nr. 243). Ook is in dit kader een aantal activiteiten afgesproken om diversiteit en inclusie te bevorderen. Er wordt actief gestuurd op het zijn van een aantrekkelijke werkgever voor jong en oud, medewerkers met diverse kenmerken en de instroom van mensen met een arbeidsbeperking. Naar aanleiding van de motie Marcouch is ook in 2018 in de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk gerapporteerd over de personele omvang naar gender, leeftijd en etnische diversiteit. Een ander focuspunt uit het Strategisch Personeelsbeleid 2025 is mobiliteit, de noodzaak om flexibel te kunnen inspelen op veranderingen, de aantrekkende en veranderende arbeidsmarkt en het feit dat de in- en uitstroom binnen het Rijk blijft stijgen, zijn hier aanleiding toe geweest.

Daarnaast is in 2018 een aantal acties opgezet voor de implementatie van het VN-verdrag voor mensen met een handicap via het Programma Onbeperkt Meedoen (Kamerstukken II 2017/18, 24 170 nr. 177). De rijksoverheid als werkgever zet daarbij in op inclusief werkgeverschap, toegankelijkheid van (Rijks)gebouwen en omgeving, toegankelijke ICT en communicatie, invloed via inkoop. Ook is het afgelopen jaar de meerjarige aanpak realisatie banen arbeidsbeperkten bij het Rijk geactualiseerd. Deze aanpak is nu toegesneden op de vereenvoudiging van de Wet Quotumregeling en Banenafspraak die de Staatssecretaris van SZW heeft toegelicht in haar brief van 20 november 2018 (Kamerstukken II 2018/19, 34 352, nr. 137) aan de Tweede Kamer. Om het management in de rijksdienst een handvat te bieden om de instroom van de doelgroep te versnellen is eind 2018 een tweejarig rijksbrede programma gestart om hoger opgeleide mensen met een arbeidsbeperking te laten instromen bij het Rijk.

De rechtspositie van ambtenaren wordt met de implementatie van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) zo veel mogelijk gelijkgetrokken met de rechtspositie van werknemers in het bedrijfsleven. Voor de implementatie van de Wnra bij de sector Rijk is een belangrijke stap gezet met het maken van inhoudelijke afspraken daarover met de vakbonden in de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 2018–2020 die 13 juli 2018 is gesloten. Deze afspraken hebben onder meer betrekking op de inrichting van het overleglandschap, de omgang met individuele geschillen en de wijze waarop de ongeveer 50 rijksbrede rechtspositionele regelingen worden omgevormd tot de eerste privaatrechtelijke cao voor het Rijk. Ook is in juli de nieuwe cao (2018–2020) voor rijksambtenaren ondertekend. In totaal krijgen rijksambtenaren er structureel 7% salaris bij. Daarnaast is er overeenstemming bereikt over een aantal inhoudelijke onderwerpen, zoals keuze werknemers van het moment waarop vakantiegeld en de eindejaarsuitkering wordt uitbetaald. Ook is in de cao afgesproken dat werknemers meer invloed op hun roosters krijgen, hetgeen nog verder met de bonden wordt ingevuld.

Het percentage vrouwen op de hoogste ambtelijke functies bij het Rijk (ongeveer 550 functies) is 36%. Omdat de ABD-doelgroep is uitgebreid, is dit percentage niet helemaal vergelijkbaar met het percentage van vorig jaar. Per 1 januari 2018 behoren alle lijnmanagers vanaf salarisschaal 15 en hoger tot de Algemene Bestuursdienst (ABD). Voorheen bestond de ABD in grote lijnen uit managers in de schalen 17 en hoger en directeuren met integrale managementverantwoordelijkheid in de schalen 15 en 16. Door deze uitbreiding van de ABD kunnen de werving en selectie voor deze nieuwe groep rijksbreed verder geharmoniseerd worden. Dit bevordert de mobiliteit en flexibele inzet en vergroot de mogelijkheid om rijksbreed te sturen op bijvoorbeeld diversiteit. Daarnaast is in 2018 de ICT-kennis onder topmanagers en managers verder vergroot door deelname aan de ICT-modules of -verdiepingssessies.

Tot slot zijn in 2018 beleidsvoornemens ten aanzien van de sturing op informatiebeveiliging en ICT binnen de Rijksdienst naar de Kamer gestuurd. Met de hierin benoemde combinatie van inhoudelijke, organisatorische en bestuurlijke maatregelen is het doel de informatieveiligheid, openbaarheid en uitvoering van ICT-projecten te verbeteren. Het kabinet heeft hiertoe het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst 2011 herzien, om invulling te geven aan de aanbeveling van Commissie Elias op het gebied van coördinatie en systeemverantwoordelijkheid in het Rijks-ICT-domein (Kamerstukken II 2018/19, 26 643, nr. 573).

Overzicht beleidsdoorlichtingen

Realisatie beleidsdoorlichtingen

Artikel

Naam artikel

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Geheel artikel?

Artikel 1

Openbaar bestuur en democratie

               

1.1

Bestuur en regio

X

 

X

   

X

X 1

Ja

1.2

Democratie

X

         

X

Nee

Artikel 2

Nationale veiligheid

             

NVT

Artikel 3

Woningmarkt

               

3.1

Woningmarkt

     

X

     

Nee

Artikel 4

Woonomgeving en bouw

             

Nee

4.1

Energietransitie en duurzaamheid

   

X

       

Nee

Artikel 5

Ruimte en omgeving

               

5.1

Ruimtelijke ordening

   

X

       

Ja

5.2

Omgevingswet

               

Artikel 6

Dienstverlenende en innovatieve overheid

               

6.1

Verminderen regeldruk

     

X

     

Nee

6.2

Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

     

X

     

Nee

6.5

Reisdocumenten en basisadministratie persoonsgegevens

   

X

       

Nee

Artikel 7

Arbeidszaken overheid

   

X

         

7.1

Overheid als werkgever

           
X 2

Ja

7.2

Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

           

X

Ja

Artikel 8

Kwaliteit Rijksdienst

               

Artikel 9

Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

               

Noot 1: De beleidsdoorlichting op artikel 1 Openbaar bestuur en democratie vond plaats op beide onderdelen. Eind 2018 is de beleidsdoorlichting met de kabinetsreactie daarop aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II 2018/19, 30985, nr. 31). Zie verder onder Beleidsconclusies.

Noot 2: De beleidsdoorlichting is eind 2018 aangeboden aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2018/19, 30985, nr. 29).

Voor het meest recente overzicht van de programmering van beleidsdoorlichtingen, klik op deze link.

Voor de realisatie van andere onderzoeken, zie bijlage «Evaluatie en overig onderzoek» (bijlage 2).

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1 mln.)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2017

Verleend 2018

Vervallen 2018

Uitstaande garanties 2018

Garantieplafond

Totaal plafond

Totaalstand risicovoorziening

Artikel 3 Woningbouw

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

81.057

0

843

80.214

80.214

79

Artikel 3 Woningbouw

Nationale Hypotheekgarantie (WEW)

197.000

8.000

0

205.000

205.000

137

Totaal

278.057

8.000

843

285.214

285.214

216

Waarborgfonds Sociale Woningbouw

Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) zorgt dat de deelnemende woningcorporaties toegang hebben tot de kapitaalmarkt tegen zo optimaal mogelijke financieringskosten. Dit doet het WSW door borg te staan voor de rente- en aflossingsverplichting van door het WSW geborgde leningen van woningcorporaties. Op het moment dat een corporatie niet aan de rente- en aflossingsverplichting voldoet, kan een geldverstrekker aanspraak doen op het WSW.

Het Rijk en de gemeenten vormen de achtervang voor het WSW. Dit houdt in dat het Rijk en de gemeenten (beide voor 50%) een renteloze leningen aan het WSW verstrekken indien het WSW onvoldoende liquide middelen heeft om aan zijn verplichtingen te voldoen.

Achterborgstelling: Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) (bedragen x € 1 mln.)

Omschrijving

2017

2018

Achterborgstelling

81.0571

80.214

Bufferkapitaal

531

520

Obligo

3.060

3.034

Stand risicovoorziening

N.v.t

N.v.t

Noot 1: Definitieve realisatie 2017 komt uit op € 81.005 mln.

Bron: Jaarverslag WSW 2017 en voorlopige cijfers 2018

Toelichting

Het WSW beschikt over een fondsvermogen en kan daarnaast indien nodig obligo ophalen bij de deelnemende woningcorporaties ter hoogte van € 3 mld. Ook kunnen woningcorporaties in financiële problemen onder bepaalde voorwaarden een aanvraag doen voor saneringssteun. Saneringssteun wordt bekostigd via een heffing aan corporaties. Alle woningcorporaties zijn op basis van de wet verplicht om deze heffing te betalen. Er kan tot maximaal 5% van de huursom (circa € 700 mln.) per jaar worden geheven. Financiële problemen bij corporaties worden in eerste instantie dus betaald door de corporatiesector zelf via het obligo en de saneringsheffing. Pas daarna komen Rijk en gemeenten in beeld via de achtervang. De achtervang is nog nooit aangesproken. De kans dat dit in de toekomst zal gebeuren, wordt zeer klein geacht. Per eind 2018 heeft het WSW € 80,2 miljard (voorlopig cijfer) aan garanties uitstaan.

De dalende lijn van de achterborgstelling en het obligo is in lijn met de trend afgelopen jaren. Getuige de Prognose informatie (dPi) die eind 2017 binnenkwam hebben de woningcorporaties investeringen/ bestedingen in de planning die naar verwachting zal leiden tot een kentering van deze trend (de dPi van eind 2018 is nog niet gefinaliseerd). Het bufferkapitaal daalde in 2018 door het kortlopende deel van de betaalverplichting voor de dienst der lening van woningcorporaties Stichting Humanitas Huisvesting (SHH) en Woonstichting Geertruidenberg (WSG). In aansluiting op het saneringsbesluit voor woningcorporatie WSG is een deel van de geborgde leningportefeuille van die corporatie afgelopen jaar afgelost met saneringssteun. De aflossing heeft mede bijgedragen aan de dalende lijn van de achterborgstelling en het obligo.

Nationale Hypotheekgarantie (NHG)

De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) is de uitvoerder van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Het Rijk vormt de achtervang van het WEW. Dit betekent dat het Rijk een achtergestelde renteloze lening aan het WEW zal verschaffen zodra het WEW onvoldoende vermogen heeft om aanspraken op de garantstelling te kunnen betalen. Tot 2011 vormde het Rijk samen met de gemeenten de achtervang van het WEW. Vanaf 1 januari 2011 vervult alleen het Rijk deze rol. Voor de oude gevallen blijven de gemeenten verantwoordelijk voor 50% van de achtervang.

Voor de achtervangfunctie van het Rijk draagt het WEW een vergoeding af aan het Rijk. In 2018 bedroeg deze afdracht 0,15% van iedere nieuwe afgegeven hypotheekgarantie. Deze afdracht wordt doorberekend aan de consument. In 2018 heeft het Rijk de afdrachten over het boekjaar 2017, ter grootte van afgerond € 30,6 mln., ontvangen. Dit bedrag is in de daartoe bestemde risicovoorziening gestort.

Achterborgstelling: Nationale Hypotheekgarantie (WEW) (bedragen x € 1 mln.)

Omschrijving

2017

2018

Achterborgstelling

197.0001

205.000

Bufferkapitaal

1.104

1.274

Obligo

n.v.t.

n.v.t.

Stand risicovoorziening

107

137.6

Noot 1: Definitieve realisatie 2017 komt uit op € 198.000 mln.

Bron: Jaarverslag WEW 2017 en voorlopige cijfers 2018

Toelichting

De ontwikkeling van het aantal verliesdeclaraties is in 2018 verder gedaald van € 46,7 mln. in 2017 tot, naar verwachting, € 16,8 mln. in 2018. Deze afname is te verklaren door marktontwikkelingen en het beleid van het WEW. De achterborgstelling is toegenomen naar € 205 mld. ultimo 2018. Tegelijkertijd is het garantievermogen van het waarborgfonds verder toegenomen tot, naar verwachting, afgerond € 1,3 mld. ultimo 2018. Deze ontwikkeling is voornamelijk toe te schrijven aan een verdere groei van het aantal afgesloten garanties, in combinatie met een verdere afname van het aantal verliesdeclaraties en het gemiddelde verliesbedrag. In het actuarieel onderzoek van het WEW uit het derde kwartaal van 2018 wordt voor de periode 2019 – 2024 geen aanspraak op de achtervang van het Rijk voorzien.

Kengetallen stichting WEW (x € 1 mln.)

Omschrijving

2017

2018

Totaal aan gegarandeerde leningen

197.000

205.000

Garantievermogen

1.105

1.255

Totaal aan schadebetalingen

46,7

16,8

Bronnen: jaarrekening WEW 2017 en 4e kwartaalbericht 2018.